CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 26 september 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen i.v.m. planologische procedure tbv verbouwen en splitsen van woonboerderij Kortgerecht13.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Boring 4 is na drie pogingen gestaakt in zacht rood puin op een diepte van 30 – 50 cm -Mv. Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn te velde doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Er zijn voornamelijk resten van (archeologisch) bouwpuin waargenomen en houtskoolspikkels. In boring 2 zijn enkele fosfaatvlekken aangetroffen tussen 60-95 cm -Mv. De aangetroffen resten zijn niet verzameld, aangezien dit over het algemeen spikkels betrof (< 0,5 cm). Het bouwpuin kon niet verder gedetermineerd worden, waardoor de ophogingslagen niet verder te dateren zijn. Interpretatie Tijdens het veldonderzoek zijn ophogingslagen aangetroffen, die op oever- op beddingafzettingen liggen. De top van de oeverafzettingen is aangetroffen op 95 – 175 cm -Mv (-0,69 – +0,11 m NAP). De top is kalkloos en zwak humeus. Deze is mogelijk bewoonbaar geweest. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de top van de oeverafzettingen van de Kortenhoeven stroomrug in de omgeving is aangetroffen tussen -0,05 en -0,6 m NAP. Aangezien de maaiveldhoogte in het onderhavig plangebied varieert van +0,3 tot +1,1 m NAP, betekent dit dat de top van de oeverafzettingen vanaf 0,35 à 1,7 m -Mv aanwezig kan zijn. Dit bevestigt de hoge verwachting voor archeologische resten.

Door de aanwezigheid van een dunne laag veen tussen de terplagen en de top van de oeverafzettingen geldt deze verwachting voornamelijk voor de periode van vóór de veenvorming. Wanneer veenvorming heeft plaatsgevonden is niet geheel met zekerheid te zeggen. De verwachting is dat deze heeft plaatsgevonden voor de Vroege Middeleeuwen. De verwachting voor de oeverafzettingen geldt dan voor de periode LaatMesolithicum – IJzertijd (mogelijk ook Romeinse Tijd). De ophogingslagen in het plangebied zijn vanaf de bouwvoor aangetroffen (25 – 45 cm -Mv; 0,16 – 0,76 m +NAP). Er zijn twee ophogingslagen herkend (terp), maar er valt geen datering aan de lagen toe te kennen. Wel is het ophogingspakket dikker in het zuiden dan in het noorden. Dit komt overeen met de archeologische verwachting vanuit het bureauonderzoek. Boring 4 is na drie pogingen gestaakt in zacht roodbakkend puin. Gezien de locatie van boring 4 betreft dit mogelijk de schuur die op de historische kaarten (1811) te zien is. Op grond van bovenstaande is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek deels bevestigd. Geconstateerd kan worden dat er in het plangebied oeverafzettingen aanwezig zijn, die in theorie bewoonbaar zijn vanaf het Laat-Mesolithicum.

Er heeft veenvorming opgetreden, waardoor de verwachting is dat het plangebied tenminste in de Vroege Middeleeuwen niet geschikt zou worden geacht voor bewoning en mogelijk ook niet in de Romeinse Tijd. Hierdoor geldt voor de periode Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen een lage verwachting. In het zuiden zijn aanwijzingen gevonden dat het zuiden van het plangebied op de rand ligt van een restgeul van de Kortenhoeven stroomrug, waardoor er ook rekening moet worden gehouden met water-gerelateerde resten. In het plangebied geldt een hoge verwachting voor de periode Laat-Mesolithicum – IJzertijd en Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd voor bewoningsresten en een verwachting op water-gerelateerde resten uit de periode Laat-Mesolithicum – IJzertijd.

29

12. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op oever- op beddingafzettingen van de Kortenhoeven stroomgordel. Het plangebied is tevens opgehoogd. Dit ophogingspakket bestaat uit twee ophogingslagen, die tot de verwachte terp behoren.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Er zijn binnen de bodemopbouw twee archeologisch relevante niveaus aan te wijzen: (1) de top van de oeverafzettingen op 95 – 175 cm -Mv (-0,69 – +0,11 m NAP) en (2) de ophogingslagen vanaf 25 – 45 cm -Mv (0,16 – 0,76 m +NAP).

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Ter plaatse van het huidige woonhuis is de ondergrond tot 1,20 m -Mv verstoord. Ter plaatse van de huidige schuur bestaat de verstoring uit mogelijk alleen het poerenplan. Dit is niet met zekerheid vast te stellen. Zodoende wordt er vanuit gegaan dat hier de archeologische niveaus intact kunnen zijn.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Mesolithicum-Nieuwe tijd.

5.

Zijn er terpophogingen aanwezig? Wat is hiervan de dikte en kunnen verschillende fasen onderscheiden worden? De ophogingslagen in het plangebied zijn vanaf de bouwvoor aangetroffen (25 – 45 cm -Mv; 0,16 – 0,76 m +NAP). Er zijn twee ophogingslagen herkend die waarschijnlijk onderdeel zijn van de terp. Er valt geen datering aan de lagen toe te kennen. Wel is het ophogingspakket dikker in het zuiden dan in het noorden. Laag 1 is de onderliggende laag en bevat baksteenspikkels (oranjerood) en houtskoolspikkels. De klei is sterk siltig tot zwak zandig, bruin van kleur, stevig en zwak humeus. Deze laag is aangetroffen in boring 1, 2, 3 en 5 en is circa 15 – 50 cm dik. In boring 4 is deze laag niet bereikt, maar in boring 6 ontbreekt deze. Mogelijk is deze laag niet herkend in het veld. Laag 2 is de bovenliggende laag en bevat mortel, baksteenspikkels (rood) en houtskoolspikkels. De klei is zwak tot matig zand, donker(bruin)grijs van kleur, stevig en matig humeus. Deze laag is aangetroffen in boring 2, 3, 4, 5 en 6 en is circa 15 – 80 cm dik. In boring 1 ontbreekt deze.

6.

Zijn afzettingen van de Kortenhoeven stroomgordel (en/of eventuele andere stroomgordels aanwezig) en wat is hiervan de aard, dikte, diepteligging? De top van de oeverafzettingen is aangetroffen op 95 – 175 cm -Mv (-0,69 – +0,11 m NAP). De top is kalkloos en zwak humeus. Deze is mogelijk bewoonbaar geweest. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de top van de oeverafzettingen van de Kortenhoeven stroomrug in de omgeving is aangetroffen tussen -0,05 en -0,6 m NAP. Aangezien de maaiveldhoogte in het onderhavig plangebied varieert van +0,3 tot +1,1 m NAP, betekent dit dat de top van de oeverafzettingen vanaf 0,35 à 1,7 m -Mv aanwezig kan zijn. Dit bevestigt de verwachting voor archeologische resten voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen. 30

7.

Zijn archeologisch relevante verschijnselen zoals laklagen, ontkalkte top e.d. aanwezig? Zie vraag 6.

31

13. Conclusie en advies veldonderzoek Conclusie Tijdens het veldonderzoek zijn ophogingslagen aangetroffen, die op oever- op beddingafzettingen liggen. De top van de oeverafzettingen is aangetroffen op 95 – 175 cm -Mv (-0,69 – +0,11 m NAP). De top is kalkloos en zwak humeus. Deze is mogelijk bewoonbaar geweest. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de top van de oeverafzettingen van de Kortenhoeven stroomrug in de omgeving is aangetroffen tussen -0,05 en -0,6 m NAP. Aangezien de maaiveldhoogte in het onderhavig plangebied varieert van +0,3 tot +1,1 m NAP, betekent dit dat de top van de oeverafzettingen vanaf 0,35 à 1,7 m -Mv aanwezig kan zijn. Dit bevestigt de hoge verwachting voor archeologische resten. Door de aanwezigheid van een dunne laag veen tussen de terplagen en de top van de oeverafzettingen geldt deze verwachting voornamelijk voor de periode van vóór de veenvorming. Wanneer veenvorming heeft plaatsgevonden is niet geheel met zekerheid te zeggen. De verwachting is dat deze heeft plaatsgevonden voor de Vroege Middeleeuwen. De verwachting voor de oeverafzettingen geldt dan voor de periode LaatMesolithicum – IJzertijd (mogelijk ook Romeinse Tijd). De ophogingslagen in het plangebied zijn vanaf de bouwvoor aangetroffen (25 – 45 cm -Mv; 0,16 – 0,76 m +NAP). Er zijn twee ophogingslagen herkend (terp), maar er valt geen datering aan de lagen toe te kennen.

Wel is het ophogingspakket dikker in het zuiden dan in het noorden. Dit komt overeen met de archeologische verwachting vanuit het bureauonderzoek. Boring 4 is na drie pogingen gestaakt in zacht roodbakkend puin. Gezien de locatie van boring 4 betreft dit mogelijk de schuur die op de historische kaarten (1811) te zien is. Op grond van bovenstaande is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek deels bevestigd (zie hoofdstuk 10). Geconstateerd kan worden dat er in het plangebied oeverafzettingen aanwezig zijn, die in theorie bewoonbaar zijn vanaf het Laat-Mesolithicum. Er heeft veenvorming opgetreden, waardoor de verwachting is dat het plangebied tenminste in de Vroege Middeleeuwen niet geschikt zou worden geacht voor bewoning en mogelijk ook niet in de Romeinse Tijd. Hierdoor geldt voor de periode Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen een lage verwachting. In het zuiden zijn aanwijzingen gevonden dat het zuiden van het plangebied op de rand ligt van een restgeul van de Kortenhoeven stroomrug, waardoor er ook rekening moet worden gehouden met water-gerelateerde resten. In het plangebied geldt een hoge verwachting voor de periode Laat-Mesolithicum – IJzertijd en Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd voor bewoningsresten en een verwachting op water-gerelateerde resten uit de periode Laat-Mesolithicum – IJzertijd.

Advies Het advies van het bureauonderzoek wordt door de resultaten van het veldonderzoek onderschreven. In het plangebied worden een woonhuis omgebouwd, drie schuren gebouwd (circa 28, 28 en 102 m2 ) parkeerplaatsen aangelegd en een boomgaard aangelegd (480 m2). Ook zal de bestaande schuur worden gesloopt (158 m2). In het plangebied is vanaf 25 cm -Mv een hoge archeologische verwachting vastgesteld. Het advies is daarom als volgt: •

Bouw schuren. Voor de vorstrand van de randfundering van de schuren wordt de bodem tot ongeveer 62 cm -peil ontgraven (circa 47 cm -Mv). Eén van de drie schuren ligt op de vermoedelijke terp en twee liggen ernaast. Wel ligt dit nog in het ontginningslint en ter plaatse van de verwachte oeverafzettingen. Met de graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten en/of sporen worden verstoord. Daarom wordt een vervolgonderzoek aanbevolen ter plaatste van schuur 1, 2 en 3 (circa 250 m2 ). Dit vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als 32

•

•

•

•

archeologische begeleiding dat als doel heeft om eventuele archeologische resten op te sporen en te documenteren tot de civiele ontgravingsdiepte. Archeologische resten die zich in de top van de oeverafzettingen bevinden, in het bijzonder uit het Mesolithicum – Neolithicum, kunnen het beste worden opgespoord worden door middel van een karterend booronderzoek. Aangezien deze resten niet worden bedreigd door de toekomstige werkzaamheden kunnen deze in situ worden behouden door middel van de archeologische dubbelbestemming. Parkeerplaatsen en aanleg boomgaard. De ontgravingsdiepte van de parkeerplaatsen is 15 cm beneden het bestaande maaiveld. De ontgravingsdiepte van de boomgaard is 20 cm beneden het bestaande maaiveld. Gezien de diepteligging van het verwachte archeologisch niveau (25 cm -Mv) wordt hier vrijgave van de werkzaamheden geadviseerd. Sloop. De te slopen schuur ligt grotendeels op de verwachte terp, en ook ter plaatse van een schuur uit 1832. Met het slopen van de funderingen van de huidige schuur bestaat de kans dat archeologische resten en/of sporen worden verstoord, zoals de fundering van de historische schuur. Het is echter nog niet bekend tot hoe diep de bestaande schuur gefundeerd is. Wel is diepte van het archeologisch niveau bekend, vanaf 25 cm -Mv. De verwachting is dat hierdoor archeologische resten worden verstoord.

Daarom wordt een vervolgonderzoek aanbevolen voor dit deel. Dit vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als archeologische begeleiding dat als doel heeft om eventuele archeologische resten te documenteren tijdens de ondergrondse sloop (circa 160 m2). Ombouwen woonhuis. Voor het ombouwen van het woonhuis vinden geen graafwerkzaamheden plaats. Hiervoor wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Vijfheerenlanden, om op basis van de resultaten van dit rapport te bepalen of en in welke vorm vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd. Het rapport dient daarom ter toetsing te worden voorgelegd aan de gemeente.

33

14. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016; https://archis.cultureelerfgoed.nl/ • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • www.ikme.nl • https://uu.georeferencer.com • https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart Lijst met afbeeldingen • Figuur 1 Ligging van het plangebied (bron: www.pdok.nl). • Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) op de Nieuwe Kaart van Vijf Heeren Landen gelegen tusschen den Dief en den Zouwen Dyk van Reinier en Josua Ottens uit 1741. • Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. • Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900. • Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925. • Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955. • Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1980. • Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 2015. Literatuur Bakker, H. de, 1966.

De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the Rhine-Meuse delta, the Netherlands, Assen. Blijdenstijn, R. 2015, Tastbare tijd V. 20, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Uitgeverij Matrijs, Amsterdam.

34

Boshoven, E.H., A. Buesink, H.M.M. Geerts, J.S. Kirst, L.A. Tebbens, J.M.J. Willems, 2009. Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart. BAAC-rapport V-08.0185. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn?Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Hebinck, K., 2019. Archeologisch bureau- en booronderzoek voor zes weilanddepots te Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd, gemeente Vijfheerenlanden. Zuidnederlandse Archeologische Notities 700. Huisman, D.J./J. Bouwmeester/G. de Lange/Th. van der Linden/G. Mauro/D. Ngan-Tillard/M. Groenendijk/T. de Ridder/C. van Rooijen/I. Roorda/D. Schmutzhart e/R. Stoevelaar, 2010. De invloed van bouwwerkzaamheden op archeologische vindplaatsen, Bouwen en Archeologie, Amersfoort (RCE). Jansen of Lorkeers, L., 2023. Zijderveld-Leerdam, N484. Gemeente Vijfheerenlanden (UT). Een inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende en karterende fase. Transect-rapport 4254. Maas, G. J., W.M. van der Meij, S. P. J. v. Delft, A. H. Heidema., 2020. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003.

De ondergrond van Nederland. Houten. Rensink, E/ H.J.T. Weerts/ M. Kosian/ H. Feiken/B.I. Smit, 2015. Archeologische Landschappenkaart van Nederland Methodiek en kaartbeeld. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Stouthamer, E., K.M. Cohen, W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het Land. Utrecht (Fysische geografie van Nederland). Achtste, geheel herziene druk. TNO, 2020. Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600 000 . Verbraeck, A., 1966. Geologische Kaart van Nederland, blad 38 Oost Gorinchem (Gorkum). Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Verboom-Jansen, M., 2022. Leerdam-Zijderveld N484. Gemeente Vijfheerenlanden (UT). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Transect rapport 3060. Vos, P.C., 2015. Origin of the Dutch coastal landscape. Longterm landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. PhD dissertation, Utrecht University, Barkhuis Groningen.

35

Bijlage 1: Luchtfoto

36

Bijlage 2: Bestaande situatie Bron: Mooi Gebouw.

37

Bijlage 3: Toekomstige perceelinrichting en plattegronden Bron: Mooi Gebouw.

38

39

40

Bijlage 4: Archeologische beleidskaart van de gemeente

41

42

Bijlage 5: Stroomgordels

43

Bijlage 6: Geologie

44

45

Bijlage 7: Geomorfologie

46

47

48

Bijlage 8: Hoogtekaart

49

50

Bijlage 9: Bodemkaart

51

Bijlage 10: Archeologische informatie

52

Bijlage 11: Historische elementen

53

54

Bijlage 12: Bouwtekeningen bestaande bebouwing Bouwtekening voor verbouwing van het woonhuis in 1937. Dwarsdoorsnede hoofdgebouw. Bron: opdrachtgever.

55

Links het hoofdgebouw en rechts de wagenloods.

56

Bijlage 13: Gespecificeerde archeologische verwachting

57

Bijlage 14: Boorpuntenkaart

58

Bijlage 15: Advies vervolgonderzoek

59

Bijlage 16: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van links naar rechts uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). De guts is naar rechts (het diepste punt) uitgelegd.

Foto's van boring 6: 0-250 cm-Mv

60

Bijlage 17: Boorbeschrijvingen

61

boring: 306026-1 beschrijver: IK, datum: 6-9-2023, X: 137.064, Y: 437.950, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38F, hoogte: 0,53, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, opdrachtgever: Mooi gebouw, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 0,53 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, stevig Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: verploegd Opmerking: bouwvoor

25 cm -Mv / 0,28 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, stevig Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp

75 cm -Mv / 0,22 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijsbruin, amorf veen, compact (alleen zand en veen) Opmerking: veenrestant

100 cm -Mv / 0,47 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

235 cm -Mv / 1,82 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, veel dunne kleilagen, matig slap, matig grof, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 245 cm -Mv / 1,92 m -NAP

boring: 306026-2 beschrijver: IK, datum: 6-9-2023, X: 137.052, Y: 437.937, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38F, hoogte: 1,06, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, opdrachtgever: Mooi gebouw, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 1,06 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, stevig, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: bouwvoor; matig grindig

30 cm -Mv / 0,76 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp; oranjerood zacht baksteen

60 cm -Mv / 0,46 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, lichte zweem fosfaat, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp

95 cm -Mv / 0,11 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijs, matig stevig, kalkloos

125 cm -Mv / 0,19 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, stevig, spoor hout, kalkloos Bodemkundig: laklaag/vegetatie-horizont

180 cm -Mv / 0,74 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, grijsbruin, matig stevig, kalkloos

265 cm -Mv / 1,59 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijsbruin, slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

295 cm -Mv / 1,89 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, matig slap, matig fijn, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 300 cm -Mv / 1,94 m -NAP

boring: 306026-3 beschrijver: IK, datum: 6-9-2023, X: 137.032, Y: 437.914, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38F, hoogte: 1,06, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, opdrachtgever: Mooi gebouw, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 1,06 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, stevig, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: bouwvoor; matig grindig

45 cm -Mv / 0,61 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp; mortel

85 cm -Mv / 0,21 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, matig humeus, donkergrijs, stevig Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp; zwak grindig; zacht baksteen mortel

100 cm -Mv / 0,06 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, donkergrijs, matig stevig, kalkloos Bodemkundig: veel Fe- en Mn-vlekken

140 cm -Mv / 0,34 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijsbruin, amorf veen, compact (alleen zand en veen) Opmerking: veenrestant

175 cm -Mv / 0,69 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

250 cm -Mv / 1,44 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, grijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

295 cm -Mv / 1,89 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, matig slap, matig fijn, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 300 cm -Mv / 1,94 m -NAP

boring: 306026-4 beschrijver: IK, datum: 6-9-2023, X: 137.090, Y: 437.938, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38F, hoogte: 0,41, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, opdrachtgever: Mooi gebouw, uitvoerder: Transect, opmerking: na drie pogingen moeten staken in puin

0 cm -Mv / 0,41 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, stevig Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: verploegd Opmerking: bouwvoor

25 cm -Mv / 0,16 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, stevig Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp; gestaakt in rood zacht baksteen

Einde boring op 50 cm -Mv / 0,09 m -NAP

boring: 306026-5 beschrijver: IK, datum: 6-9-2023, X: 137.071, Y: 437.928, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38F, hoogte: 0,86, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, opdrachtgever: Mooi gebouw, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 0,86 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, stevig Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: verploegd Opmerking: bouwvoor

25 cm -Mv / 0,61 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, bruingrijs Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp

40 cm -Mv / 0,46 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, stevig Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp

80 cm -Mv / 0,06 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijsbruin, amorf veen, compact (alleen zand en veen) Opmerking: veenrestant

130 cm -Mv / 0,44 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

280 cm -Mv / 1,94 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, veel dunne kleilagen, matig slap, matig grof, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 300 cm -Mv / 2,14 m -NAP

boring: 306026-6 beschrijver: IK, datum: 6-9-2023, X: 137.065, Y: 437.909, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38F, hoogte: 0,88, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, opdrachtgever: Mooi gebouw, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 0,88 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: klinker

10 cm -Mv / 0,78 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: ophoogzand

30 cm -Mv / 0,58 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: terp

110 cm -Mv / 0,22 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijsbruin, amorf veen, compact (alleen zand en veen) Opmerking: veenrestant

140 cm -Mv / 0,52 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Archeologie: enkele spikkel houtskool

190 cm -Mv / 1,02 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

220 cm -Mv / 1,32 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, veel dunne kleilagen, matig slap, matig grof, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 250 cm -Mv / 1,62 m -NAP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=076995ca-7f3d-42f1-9e51-e61fe77333bc