archeologie Autenasekade_te_Hagestein_pdf.pdf
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK AUTENASEKADE TE HAGESTEIN GEMEENTE VIJFHEERENLANDEN
Archeologisch bureauonderzoek Autenasekade te Hagestein Opdrachtgever
Eelerwoude Postbus 53 7470 AB Goor
Rapportnummer
16696.001
Versienummer1
2
Datum
27 juni 2022
Vestiging
Vestiging Zwolle Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 038 78 20 540
Opsteller
Mevrouw H.J. Gerritsen, BSc en De heer drs. J. Holl (redactie)
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
16696.001
Toponiem
Autenasekade
Opdrachtgever
Eelerwoude
Gemeente
Vijfheerenlanden
Plaats
Hagestein
Provincie
Utrecht
Kadastrale gegevens
Gemeente Vianen, sectie G nummers 479, 497, 500, 849, 850, 965 en 967
Omvang plangebied
circa 30 ha
Kaartblad
38F (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 136.910 / Y: 442.008
Bevoegde overheid
Gemeente Vijfheerenlanden Anne-Floor van Pelt Postbus 11 4140 AA Leerdam Tel.: 088 599 70 00 Email: Info@vijfheerenlanden.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Omgevingsdienst regio Utrecht Postbus 13101 3507 LC Utrecht Tel. 088 – 022 50 00 E-mail: info@odru.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 5122645100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA
Utrechts-Gelders rivierengebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Utrecht
Uitvoerders
Econsultancy, mevrouw H.J. Gerritsen, BSc , mevrouw A. van Amersvoort (stagiair archeologie) en de heer drs. J. Holl.
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Eelerwoude in oktober 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Autenasekade te Hagestein in de gemeente Vijfheerenlanden. Het plangebied bestaat uit ruim 30 ha grond, waarbij 6 ha begrensd is als NNN2 en de overige 24 ha beschikbaar is voor het realiseren voor bos- of natuurcompensatie. De opdrachtgever heeft laten weten dat 80% van de grond (24 ha) gebruikt wordt voor bosaanplant. Dit zal vermoedelijk bestaan uit vochtig bos en vochtig hooiland. Wat precies gebeurd in de overige 6 ha is onbekend. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Daarnaast moet er achter gekomen worden of en hoeveel de aanplanting van het bos invloed heeft op de eventueel aanwezige archeologie in de ondergrond. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Tijdens het uitvoeren van het bureauonderzoek werd duidelijk dat de ondergrond bestaat uit klei (Formatie van Echteld), veen (Formatie van Nieuwkoop) en weer klei (Formatie van Echteld). De klei is afkomstig uit de tijd dat de Rijn overstroomde en klei afzette in de lager gelegen komgebieden. In deze natte lager gelegen gebieden kon veen ontstaan. In deze periode was het plangebied zo nat dat bewoning niet aantrekkelijk was. Nadat de Lek, 100 jaar n. Chr., actief werd, werden bij overstromingen opnieuw klei afgezet boven op het veen. Uitgevoerd booronderzoek ten oosten en zuiden van het plangebied geven weer dat het gebied te nat is geweest voor bewoning tussen het Neolithicum en de Romeinse tijd. Daarnaast ligt ten noordwesten van het plangebied, meer richting de kern van Vianen, een rivierduin. Deze rivierduinen waren veel aantrekkelijker om op te wonen, dan de lager gelegen natte gebieden. De ligging binnen een komgebied en de natte omstandigheden heeft als gevolg dat voor alle archeologische perioden bewoning in dit gebied niet mogelijk was. Historisch kaartmateriaal geeft aan dat binnen het plangebied geen bewoning heeft plaats gevonden. Het plangebied was in gebruik als natte weidegrond met sloten en deels in gebruik voor de aanplanting van loofbomen.
Daarnaast heeft het uiterst noorden van het plangebied een korte periode tot een boomgaard behoord. Na de aanplanting van loofbomen zijn deze door de jaren heen weer gekapt en is het plangebied weer in gebruik als natte weidegrond, zoals de huidige situatie laat zien. Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden bevinden. Er geldt volgens de verwachtingskaart van Vianen een middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten binnen de periode Prehistorie tot en met Romeinse tijd. Voor de periode Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd geldt een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten.
2 Natuurnetwerk Nederland, een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Nederland en de basis van het natuurbeleid.
Rapport 16696.001 versie 2
Uit het bureauonderzoek blijkt dat dieper dan 2,1 m -mv oeverafzettingen van de Tienhoven en/of Autena stroomgordel voorkomen. Op deze afzettingen kunnen archeologische resten uit het Neolithicum verwacht worden. Hierboven bevindt zich een pakket komafzettingen en klei, waarvoor een lage verwachting geldt. Historisch kaartmateriaal geeft aan dat binnen het plangebied geen bewoning heeft plaats gevonden. Het plangebied was in gebruik als natte weidegrond met sloten en deels in gebruik voor de aanplanting van loofbomen. Voor de periode Bronstijd – Nieuwe tijd geldt daarom een lage verwachting. Eventuele resten van vóór het Neolithicum worden niet verwacht, aangezien deze reeds geheel opgeruimd zullen zijn door de stroomgordels van Tienhoven en Autena. De initiatiefnemer is voornemens om binnen het plangebied circa 4 ha in te vullen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) en 16 ha beschikbaar te stellen voor het realiseren van gemengd bos- of natuurcompensatie. Hierbij worden vermoedelijk jonge dunne boompjes geplant, waarbij de wortelkluit nog niet groot. Na overleg met onze boomspecialiste (Z. Bosch) gaf zij aan dat de plantgaten voor dunne boompjes vaak niet dieper reiken dan 30 cm -mv. De wortels van de bomen zullen circa 40 – 80 cm mv reiken tot max 1,00 m -mv. Dit is echter wel afhankelijk van de bodem en de grondwaterstand.
Aangezien het archeologisch relevante niveau pas vanaf 2,1 m -mv verwacht wordt, zal dit niet worden aangetast bij de geplande bodemingreep. Advies Aangezien het archeologische niveau vanaf 2,1 m -mv verwacht wordt, en de geplande bodemingreep slechts tot circa 1 m -mv reikt, wordt door Econsultancy geadviseerd om geen verder onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor deze ontwikkeling. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Vijfheerenlanden), die vervolgens een besluit neemt. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 3).
3 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 16696.001 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 12 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 16
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 18 3.1 3.2
Conclusie ........................................................................................................................ 18 Advies ............................................................................................................................. 18
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 19 BRONNEN .......................................................................................................................................... 20
Rapport 16696.001 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling AMK-terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Detailkaart van het plangebied Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de verwachtingskaart van de periode Prehistorie tot en met Romeinse tijd Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de verwachtingskaart van de periode Middeleeuwen en Nieuwe tijd Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Figuur 8. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Meandergordel en Archis Figuur 11. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart 1811 – 1832 Figuur 13. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1850 Figuur 14. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1880 Figuur 15. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1916 Figuur 16. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1936 Figuur 17. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1959 Figuur 18.
Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1969 Figuur 19. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1989 Figuur 20. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 2015
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus
Rapport 16696.001 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Eelerwoude een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied (± 30 ha) gelegen aan de Autenasekade te Hagestein in de gemeente Vijfheerenlanden (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens om circa 6 ha in te vullen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) en 24 ha beschikbaar te stellen voor het realiseren van bos- of natuurcompensatie. De opdrachtgever heeft laten weten dat 80% van de grond (24 ha) gebruikt wordt voor bosaanplant. Dit zal vermoedelijk bestaan uit vochtig bos en vochtig hooiland. Wat precies gebeurd in de overige 6 ha is onbekend. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek komt voort uit het vigerende bestemmingsplan en/of het vigerend gemeentelijk beleid (archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Vianen 4), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo 2010). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3).
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in september/oktober 2021 door mevrouw H.J. Gerritsen, BSc (Archeoloog), mevrouw A. van Amersvoort (stagiair archeologie) en de heer drs. J. Holl (senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door de heer drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 5
4 Gemeente Vijfheerenlanden heeft nog geen eigen archeologische beleidskaart daarom wordt de beleidskaart van de voorma-
lige gemeente Vianen gebruikt, zie ook: https://www.vijfheerenlanden.nl/Inwoners/Overzicht_Inwoners/Wonen_en_bouwen/Archeologie. 5 SIKB.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 1 van 20
Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); De archeologische verwachtingskaarten van Vijfheerenlanden; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1 km rondom het plangebied.6 Het plangebied, circa 30 ha, ligt aan de Autenasekade, ongeveer 1,6 kilometer ten zuiden van de kern van Hagestein in de gemeente Vijfheerenlanden (figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 0,55 m +NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Vianen, sectie G nummer 487, 500, 849, 850, 965 en 976. Volgens de topografische kaart van Nederland, 38F (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 136.815 / Y: 442.139.
6
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 2 van 20
Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch grasland met diverse tussenliggende watergangen (figuur 3). Aansluitend aan het gebied liggen natuurgronden van Stichting Het Utrechts Landschap. Het plangebied is in eigendom van de provincie Utrecht en nog gedeeltelijk van het waterschap (centraal gelegen perceel). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Volgens de beleidskaart van het uiterst noordelijke deel van het plangebied valt binnen een gebied met waarde archeologie 2 (AWV 2) (figuur 4).
In deze gebieden zijn geen voorwaarde voor behoud opgesteld. Het overige deel van het plangebied in gelegen in een gebied met waarde archeologie 3 (AWV 3). In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een verstoringsoppervlak groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 cm -mv er vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.7 Volgens de verwachtingskaart Prehistorie tot en met Romeinse tijd (figuur 5) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Volgens de verwachtingskaart Middeleeuwen en Nieuwe tijd valt het plangebied binnen een gebied overig, waarvoor een lage verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten (figuur 6).8 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.9
7
Archeologische beleidskaart, 2012. Gemeenteraad van Vianen, 2007. 9 Bodemloket 8
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 3 van 20
2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens om circa 6 ha in te vullen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) en 24 ha beschikbaar te stellen voor het realiseren van bos- of natuurcompensatie. De initiatiefnemer wil weten in hoeverre de aanplanting van het bos een verstoring van het archeologisch bodemarchief oplevert, waarbij mogelijk aanwezige archeologische resten verstoord zullen raken. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie10
Formatie van Echteld (klei) Formatie van Nieuwkoop (veen) Formatie van Echteld (klei)
Stroomgordelkaart11
Pleistocene riviervlaktes: Terras X (50.000 – 11.000 BP, ligging: 9,3 m +NAP, periode: Paleolithicum - Bronstijd) Zuidelijk deel is gelegen binnen de begrenzing van de meander/stroomgordel van Tienhoven, actief tussen 7.000- 6.260 BP (ligging: 0,9 – 1,4 m -NAP, periode: geen) Noordelijk en centrale deel is gelegen binnen de begrenzing van de meander/stroomgordel van Autena, actief tussen 6.110 – 5.350 BP (Neolithicum) (ligging: 0,1 – 0,4 m +NAP, periode: geen).
Geomorfologie12
Rivierkomvlakte (M46)
Bodemkunde13
Noordelijk deel plangebied: kalkloze poldervaaggronden, zware klei (Rn44C). Moerig materiaal beginnend dieper dan 80 cm -mv en doorgaand tot dieper dan 120 cm -mv. Overig deel plangebied: kalkloze drechtvaaggronden (Rv01C) .
Grondwatertrap
Noordelijk deel plangebied: III Overig deel plangebied: II
10
Bodemloket.nl. Cohen et al., 2012. 12 Wageningen Environmental Research, 2017. 13 Stichting voor Bodemkartering, 1981. 11
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 4 van 20
Landschappelijke ontwikkeling 14 Het plangebied is gelegen in het rivierengebied en maakt onderdeel uit van de Holocene Rijn-Maas delta. Tijdens het Midden-Weichselien, vaak aangeduid als het Pleniglaciaal (55 000 – 13 000 jaar geleden), voerde de Rijn zijn water in zijn geheel af in westelijke richting, ten zuiden van het stuwwallengebied van de Veluwe naar de Noordzee. De Rijn en de zijrivier de Maas hadden in deze tijd een vlechtend karakter. Dit betekent dat het water door ondiepe, brede en snel verleggende geulen stroomde. Waarbij voornamelijk grofzandig en grindrijk sediment afgezet werd in de vorm van banken en terrassen. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket 5 van de Formatie van Kreftenheye. De in die tijd gevormde riviervlakte wordt aangeduid als het Pleniglaciaal terras of Laagterras. Aan het einde van de laatste ijstijd, het Laat-Glaciaal (13.000 – 10.150 jaar geleden) ontstonden er perioden waarbij het minder koud was en ontstond er een klimaat vergelijkbaar met ons huidige klimaat. Door het warmer wordende klimaat kreeg vegetatie de kans om zich te ontwikkelen en werd het landschap hier geleidelijk aan mee bedekt. De groei van de vegetatie zorgde er voor dat de sedimentatieaanvoer verminderde en de waterafvoer regelmatiger werd.
De regelmatige stroming van het water had invloed op het vlechtende karakter van de Rijn, deze veranderde uiteindelijk in een meanderde geul, waarbij één geul actief was en zich dieper uitsneed in het landschap. Tijdens een grote afvoer van water ontstonden er overstromingen die er voor zorgden dat op het hoger gelegen Laagterras een stugge, sterk zandige kleilaag werd afgezet, de Laag van Wijchen I. Het definitieve einde van het Laat-Glaciaal werd gekenmerkt door nog een korte extreme koude en droge periode, het Jonge Dryas (10.500 – 10.150 jaar geleden). De vegetatie maakte weer plaats voor toendra en de Rijn nam weer een vlechtend patroon aan, waarbij de oude Kreftenheye 5 deels wordt geresedimenteerd in een nieuw gevormd lager gelegen terras, Terras X. Doordat de vlechtende geulen nog wel eens droogvielen werd door de sterk aanwezige (zuid-)westenwind zand uit de geulen verstoven. Aan de noordoostelijke zijde van de geulen, waar wat begroeiing aanwezig was, werd het zand opnieuw afgezet als duin. Deze rivierduinen behoren tot het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel. Na het Jonge Dryas begint het Holoceen. Het klimaat veranderd definitief met snel stijgende temperaturen, het vallen van meer neerslag en de ontwikkeling van meer vegetatie. Daarnaast begint laagveen te vormen in de nattere lager geleden gebieden.
De Rijn gaat weer over naar een meanderend patroon waar bij overstromingen een sterk zandige grijsblauwe kleurende klei wordt afgezet, de Laag van Wijchen II. Vanaf 5800 – 5200 v. Chr. stroomde de Tienhoven stroomgordel door het plangebied, in de oude bedding van een Vroeg-Holocene stroomgeul van de Rijn. Nadat de stroomgordel zo’n 200 jaar niet in gebruik was ontstond er een periode tussen 5000 en 4200 v. Chr. dat de stroomgordel van Autena door de oude bedding van Tienhoven stroomde. 15 Het noordelijk deel van het plangebied is gelegen op de stroomgordel van Autena. Deze stroomgordel was smaller dan de oudere stroomgordel van Tienhoven. Het zuidelijk deel van het plangebied ligt hierdoor alleen op de stroomgordel van Tienhoven.
14
De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / Cohen et al., 2009 / Huizer et al., 2007
15 Berendsen & Stouthamer, 2001.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 5 van 20
Tijdens overstromingen werd voornamelijk het zandige materiaal dicht bij de rivierbeding afgezet, in de vorm van hoog gelegen oeverwallen of stroomruggen, zogenaamde stroomgordelafzettingen. Het fijnere materiaal (vooral klei) werd verder van de rivierloop afgezet als komafzettingen. Deze afzettingen van de Rijn behoren tot de Formatie van Echteld. Daar waar geen sediment van de Rijn werd afgezet vond veenvorming plaats, aangeduid als de Basisveenlaag en behorend tot de Formatie van Nieuwkoop. Dit gebeurde vermoedelijk vanaf circa 4500 v. Chr. Circa 100 jaar n. Chr. werd de Lek actief. Deze bevindt zich op circa 2 km ten noordoosten van het plangebied. Door overstromingen van deze rivier werd een dik pakket komklei afgezet. Ook deze afzettingen behoren tot de formatie van Echteld. DINO16 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.
17 Hieruit blijkt dat de ondergrond tot op een diepte van 70 cm -mv voornamelijk uit matig siltige klei (Formatie van Echteld, komafzettingen). Hieronder bevindt zich tot op circa 3,50 m -mv veen (Formatie van Nieuwkoop). In het uiterst westelijk deel, langs de Autenasekade, bevindt het veen zich tot op een diepte van 2,70 m -mv. Hieronder bevindt zich een pakket sterk humeuze klei wat verder naar beneden steeds zandiger klei wordt (Formatie van Echteld). Vanaf een diepte variërend tussen 2,1 en 3,5 m -mv is sterk siltige of zandige klei aangetroffen, vermoedelijk oeverafzettingen, met vanaf een diepte variërend tussen 2,4 en 5,4 m -mv zand (vermoedelijk beddingafzettingen). Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een rivierkomvlakte (M46) (figuur 7). Het tijdens een overstroming van een rivier getransporteerde materiaal bezinkt pas na vermindering van de stroomsnelheid; het grovere materiaal wordt afgezet nabij de rivier, waardoor zwak ontwikkelde terreinverheffingen ontstaan, de oeverwallen. Verder van de rivier verwijderd ligt de rivierkom (M46), een laaggelegen vlak gebied waarin de fijnste bestanddelen tot bezinking komen.
Gedurende het Holoceen is in de rivierkomvlakte een dik pakket (matig) zware klei afgezet. De ondergrond van de rivierkomvlakte bestaat in veel gevallen uit veen. 18 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)19 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied.
16
Dinoloket. DINO boornummers B38F1233, B38F1238 & B38F1188. 18 https://legendageomorfologie.wur.nl/#VormGCM 19 AHN. 17
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 6 van 20
Uitgaande van het AHN ligt van noord naar zuid tussen de 0,80 – 0,40 +NAP (figuur 8). Ten noordwesten van het plangebied, richting de kern van Vianen, is duidelijk te zien dat hier een hoger gelegen duintop ligt. Bodemkunde20 Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) bestaat het noordelijk deel van het plangebied uit een poldervaaggronden (Rn44C) en het overig deel van het plangebied uit drechtvaaggronden (Rv01C, figuur 9). Poldervaaggronden bevindt zich in een zeer groot deel van de rivierkleigronden. Het zijn gerijpte gronden met een zwak ontwikkelde (vage), humushoudende bovengrond en met hydromorfe kenmerken, namelijk roest en grijze vlekken die ondieper dan 50 cm beginnen. In het plangebied is sprake van kalkloze poldervaaggronden. De meeste van deze gronden zijn in dit gebied geheel of tot meer dan 50 cm diepte kalkloos; enkele zijn in de bovengrond kalkarm. Het zijn voornamelijk laag gelegen, zware (kom)kleigronden. De gronden zijn kenmerkend als stroom-op-kom-(op-stroom) gronden. Ze vormen vaak de overgang van de hoof gelegen stroomrug of oeverwal (Rn59C) naar de kommen (Rn44C en Rn47C). De zware kleilaag begint tussen 40 en 80 cm. de dikte ervan wisselt; op de hoogste delen is deze vaak dunner dan in lagere delen. Binnen 120 cm gaat de zware klei vaak weer over in kalkrijke, fijnzandige, lichte klei of zavel.
Op de overgang van de lichtere bovengrond naar de zware klei komt vaak een donkere vegetatiehorizont (laklaag) voor, die de scheiding aangeeft tussen verschillende sedimenten. Drechtvaaggronden behoren tot de hydrokleivaaggronden: zavel- en kleigronden waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. De gronden bestaan uit een kleidek dat tussen 40 en 80 cm diepte overgaat in veen. Dit veenpakket (ook wel moerig materiaal genoemd) is dikker dan 40 cm. het kleidek van drechtvraaggronden zijn meestal kalkloos en matig zwaar tot zeer zwaar. In de klei komen roestvlekken voor. Het onderliggende veen is in veel gevallen eutroof. Aan de bovenzijde van het veen heeft oxidatie en enige verwering plaatsgevonden.21 Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen.
De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.
20 21
Stichting voor Bodemkartering, 1981. Doesburg et al., 2007.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 7 van 20
Grondwatertrappenindeling22
Tabel II. Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het noordelijk deel van het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap III. Voor zones met grondwatertrap III en bodemtype Rn44C gelden overwegend weinig mogelijkheden voor akkerbouw en bosbouw en beperkte mogelijkheden voor weidebouw. 23 Het overig deel van het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap II. Voor zones met grondwatertrap II en bodemtype Rv01C gelden overwegend weinig mogelijkheden voor akkerbouw en bosbouw en beperkte mogelijkheden voor weidebouw.24 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).25 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 11. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1000 m weergegeven. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Utrecht26 De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Utrecht geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Volgens de CHW-kaart van de provincie Utrecht zijn er geen gegevens bekend op de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied. Ook het boek Tastbare Tijd 2.0 geeft geen informatie weer over het plangebied.27
22
Locher & De Bakker, 1990. Stichting voor Bodemkartering, 1981. 24 Stichting voor Bodemkartering, 1981. 25 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 26 Webkaart.provincie-utrecht.nl 27 Blijdenstijn, 2015. 23
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 8 van 20
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied28 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein ook in het onderzoeksgebied bevinden zich geen AMK-terreinen (figuur 11). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 29 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal vijf archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om drie bureauen booronderzoeken, een verkennend booronderzoek, en een archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden (Tabel III en figuur 11).
28 29
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 9 van 20
Tabel III. Zaakindentificatie (OM-nummer) 2360772100 (50919)
Overzicht onderzoeksmeldingen Situering t.o.v. plangebied
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
450 meter ten zuidwesten van het plangebied Tienhovenseweg, Rijksweg A2 te Vianen Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 136682/441607
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Vestigia BV Datum: 23-4-2012 Resultaat: In opdracht van de Stichting Het Utrechts Landschap heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd voor een plangebied langs de A2 in de gemeente Vianen. De opdrachtgever is betrokken bij de inrichting van de ecologische verbindingszone langs de Rijksweg A2, tussen het knooppunt Everdingen en de afslag Culemborg. Op enkele percelen, gelegen tussen de Bolgarijsekade, Autenasekade, Tienhovenweg en Rijksweg A2, is in het kader hiervan reeds een bos aangeplant (december 2011). Voor de in totaal 5.000 bomen zijn plantgaten gemaakt van 40 cm diep met een diameter van 40 cm. Het plangebied bestaat uit twee losse delen met een oppervlak van respectievelijk 1,35 ha en 0,2 ha. Achteraf dient alsnog in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen (die in het kader van de structuurvisie al zijn aangemerkt als bodemverstorend) gevaar lopen of hebben gelopen; dit mede aangezien de ingrepen. In eerste instantie is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.
Het doel hiervan was om op basis van de bestaande gegevens inzicht te verkrijgen in de bodemkundige, geo(morfo)logische, historisch-geografische en archeologische kenmerken van het plangebied. Op basis van de resultaten hiervan, is een specifiek archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Vervolgens is een verkennend booronderzoek uitgevoerd, dat tot doel had de specifieke archeologische verwachting te toetsen. Hiermee is bepaald of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. De gemeentelijke archeologische beleidskaart geeft voor het zuidelijke deel van het plangebied een lage archeologische verwachting en het uitgevoerde bureauonderzoek gaf geen aanleiding deze verwachting bij te stellen. Landschappelijk gaat het om een komgebied, dat vanwege de hoge grondwaterstand tot in de Late-Middeleeuwen ongeschikt zal zijn geweest voor bewoning. Het noordelijke deel van het plangebied heeft op de gemeentelijke waardenkaart een middelhoge verwachting gekregen voor resten uit het Mesolithicum tot en met de Romeinse tijd. Deze verhoogde verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van de fossiele Tienhoven en Autena stroomrug in de ondergrond van dit deel van het plangebied.
De gemeentelijke beleidskaart geeft aan, dat de top van deze stroomruggen met bijbehorende oeverafzettingen binnen 1,5 m onder maaiveld kunnen worden aangetroffen. Op grond van het bureauonderzoek werd het echter waarschijnlijk geacht dat de top van de archeologisch relevante oeverafzettingen dieper in de ondergrond liggen, namelijk: 3,0 en 1,5 m onder maaiveld. De verwachting was dat de bovenste 1,5 tot 3,0 m sediment bestaat uit komafzettingen met een lage archeologische verwachting. In overleg met het bevoegd gezag is besloten om de conclusies van het bureauonderzoek in het veld te verifiëren door middel van een verkennend booronderzoek. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bovenste 4,0 m van het plangebied in zijn geheel bestaat uit komafzettingen (klei en veen). Dit houdt in dat het plangebied in ieder geval sinds het Neolithicum is gelegen in een relatief laag gelegen en door de natte omstandigheden voor bewoning ongunstig deel van het landschap. De bewoning in het rivierengebied concentreerde zich meer op de hoger gelegen stroomruggen en oeverwallen. Op basis van onderhavig onderzoek kan de archeologische verwachting voor het plangebied daarom naar beneden worden bijgesteld tot laag. Het plangebied is vrijgegeven.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 10 van 20
Zaakindentificatie (OM-nummer) 2373838100 (52611)
Situering t.o.v. plangebied
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
550 meter ten oosten van het plangebied Tienhovenseweg 43 te Everdingen Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 137464/442112
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 3-7-2012 Resultaat: In opdracht van Gert Booij heeft ADC ArcheoProjecten in juli 2012 ten behoeve van de uitbreiding van een woonhuis een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Tienhovenseweg 43 te Everdingen. Op basis van het bureauonderzoek werden archeologische resten verwacht op meandergordelafzettingen en in ophogingspakketten van (verhoogde) huisplaatsen. Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De verwachte ophogingspakketten van huisplaatsen werden niet aangetroffen. De meandergordelafzettingen bevinden zich dieper dan 300 cm –mv en daarmee veel dieper dan de voorgenomen ontgravingsdiepte. Plangebied vrijgegeven.
2468698100
550 meter ten oosten van het plangebied Tienhovenseweg 43 te Everdingen Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 137496/441973
Type onderzoek: archeologische bureauonderzoek Uitvoerder: Hamaland Advies Datum: 15-01-2015 Resultaat: Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een verwachting heeft op archeologische resten uit de periode vanaf het Neolithicum tot en met de vroege Bronstijd en de Nieuwe Tijd vanwege de aanwezigheid van beddingafzettingen van de Autenastroomgordel en de aanwezigheid van de laatmiddeleeuwse lintbebouwing. De stroomgordel was actief van 6.110 BP tot 5.360 BP (4.160 v.C. tot 3.410 v.C.) en heeft substraat afgezet bestaande uit zand, klei en zavel (Cohen, 2012). Deze afzettingen bedekken oudere afzettingen van de Tienhovensestroomgordel die van 7.000 BP tot 6.260 BP (5.050-4.310 v.C.) actief was. Het hoogste zandvoorkomen van het beddingzand van deze stroomgordels ligt dieper dan 3 meter minus maaiveld. De top van het beddingzand komt dus niet dicht aan het oppervlak voor. Het bouwdossieronderzoek heeft aangetoond dat de grond onder de bestaande woning en bijgebouw tot 90 cm-mv geroerd zijn door bouw, sloop en herbouw en aanleg van diverse strookfunderingen. Advies: Geen vervolgonderzoek.
2148260100 (21465)
750 meter ten zuidwesten van het plangebied A2 Trace Everdingen Zijderveld te Beesd Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 136560/441329
Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV Datum: 27-2-2007 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn enkele vondsten aangetroffen die duiden op een vindplaats. Echter ontbreken er grondsporen, waardoor dit de aanduiding op een vindplaats weer onzeker maakt. De resultaten van de begeleiding hebben een beperkte zeggingskracht. In geen enkel geval is gelukt een volledig profiel te documenteren dan wel het vlak te bemonsteren. Dit omdat in het uiteindelijke plan van de uitvoerder juist rond deze zones geen bodemverstorende werkzaamheden plaats hebben gehad. Om deze reden is er dan ook niet begeleid en kan op deze vraag geen antwoord worden gegeven.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 11 van 20
Zaakindentificatie (OM-nummer) 2454149100 (62954)
Situering t.o.v. plangebied
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
850 meter ten noordwesten van het plangebied te Hagestein Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 136270/442594
Type onderzoek: verkennend booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 15-8-2014 Resultaat: Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied uit een relatief dun pakket komklei bestaat met daaronder, matig slappe, venige klei. Deze klei is nooit bewoonbaar geweest. Ook in de afdekkende komklei zijn geen vegetatiehorizonten aangetroffen die op geschikte bewoningsomstandigheden zouden kunnen wijzen. Onder de klei is vanaf ruim een meter beneden het maaiveld veen aanwezig. De top hiervan is niet veraard en lijkt derhalve evenmin ooit bewoonbaar te zijn geweest. Dit veen loopt met name op het zuidelijke deel van het plangebied vaak door tot een diepte van minimaal drie meter beneden het maaiveld. Op het centrale- en het noordelijke deel van het plangebied gaat het veen onderin de boringen geleidelijk aan over via venige klei en zandige klei in matig grof zand. Deze klastische afzettingen behoren tot de stroomgordel van Autena. De top hiervan ligt op ongeveer één meter beneden NAP. Het betreft ongerijpte afzettingen zonder enig spoor van bodemvorming. Ook deze afzettingen lijken derhalve nooit geschikt geweest te zijn voor bewoning. Nergens binnen het plangebied is een zandkop aangetroffen die als donktop geïnterpreteerd zou kunnen worden. Plangebied is vrijgegeven.
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied30 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan twee vondstmelding geregistreerd (Tabel IV en figuur 11). Een van de vondstmeldingen (vondstmelding (waarnemingsnr.) 2148260100 (413521)) is afkomstig van de archeologische begeleiding met zaakidentificatie 2148260100. Tabel IV.
Overzicht ARCHIS-vondsten
Vondstmelding (Waarnemingsnr.)
Locatie t.o.v. plangebied
Datering
2148260100 (413521)
700 meter ten zuiden van het plangebied Tracé Everdingen te Everdingen Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 136750/441300
IJzertijd – Late-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een metalen slak Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 13 fragmenten van gedraaid aardewerk - botmateriaal
4946917100
750 meter ten noorden van het plangebied Kruising Vogelenzangseweg/Autenasekade Gemeente Vijfheerenlanden Coördinaat: 137184/442786
11e eeuw: - geelkoperen zegelplaat
Aanvullende informatie Historische vereniging Het Land van Brederode Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Historische vereniging Het Land van Brederode (algemene mail van de vereniging, d.d. 14 oktober 2021), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.7
30
Beschrijving van het historische gebruik
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 12 van 20
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van het rivierengebied In deze paragraaf wordt een korte bespreking van de bewoningsgeschiedenis van het rivierengebied gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 2. Voor een uitgebreide bespreking van de bewoningsgeschiedenis van het gebied binnen de gemeente Vijfheerenlanden wordt verwezen naar de rapportage behorende bij de archeologische beleidskaart van de gemeente Vianen.31 De oudst bekende nederzettingen van het deel van het rivierengebied binnen de gemeente Vijfheerenlanden dateren uit zo’n 3400 jaar geleden. Door de vele overstromingen werden de bewoners gedwongen om steeds ergens anders te gaan wonen. Pas 1000 n. Chr.
konden er definitieve nederzettingen gevestigd worden. Deze zijn voornamelijk te vinden op rivierduinen en grote stroomruggen. De relatief hooggelegen stroomruggen liepen meestal niet onder water tijdens overstromingen, en waren vanwege hun goed doorlatende en meestal kalkrijke gronden het meest geschikt voor landbouw. Daar kwam bij dat de rivieren de enige verkeersaders vormden. Tijdens de Romeinse tijd vormde de Rijn de noordgrens van het Romeinse Rijk (de limes). Aan het eind van de Romeinse tijd nam de bevolkingsdichtheid af. Dit hangt samen met het verval van het Romeinse rijk, en misschien ook met een toename van het aantal overstromingen als gevolg van een drastische wijziging in de ligging van de belangrijkste rivierarmen (ontstaan van Lek, Waal, Gelderse IJssel). Pas in de Vroege-Middeleeuwen (vooral de Karolingische tijd, 650 - 900 na Chr.) nam het aantal nederzettingen weer flink toe. De Karolingische nederzettingen zijn vooral te vinden op de hoger gelegen stroomruggen, waardoor ze vaak een langgerekt patroon vormen. Rond 1200 na Chr. begon men met het aanleggen van dijken om zo de dorpen te beschermen tegen overstromingen, vaak eerst in de vorm van dwarsdijken en in latere fases parallel langs de huidige rivieren. Vianen kwam tussen 1280 en 1400 op, dankzij de landsheerlijke machtspolitiek: de laatmiddeleeuwse nieuwe steden.
In het stroomgebied van de grote rivieren verscheen ene serie kleine steden. Vooral de tanende macht van de bisschop in de grenszones speelde de graven in de kaart. Hun kastelen domineerde de stad, maar lagen wel aan de periferie. De kerk en het stadshuis waren nog altijd centraal gelegen. Bij Vianen is het tracé van de Lekdijk binnen de stadsmuren opgenomen en is de zomerdijk tot primaire waterkering opgehoogd met grond van de uitgegraven tussenliggende gracht. De dijk werd veel gebruikt als interne lokale route. Het naastgelegen Hagestein, dat ongunstiger langs de rivier ligt dan Vianen, kon zich niet verder ontwikkelen. 32 Voor 1300 beschikte de Utrechtse bisschop nog over de grote gebieden aan weerszijden van de rivier. Echter raakte Het Sticht hier steeds meer land kwijt. De Hollandse graven en de Brederode’s van Vianen gingen de rivier beheersen. Kort voor de Bataafse opstand van 1795 was alleen Hagestein en Langerak nog onderdeel van de Utrechtse bisschop. De Lek werd een natuurlijk grens met Holland, toen in 1805 Jaarsveld, IJsselstein, Benschop en Noord-Polsbroek bij Utrecht kwamen. Pas in 2002 31
Huizer et al., 2007.
32 Blijdenstijn, 2015.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 13 van 20
werd de Utrechtse grens weer over de rivier getrokken, door Vianen bij hen te voegen. Zuid-Holland was het hier niet mee eens, en had zich hier sterk tegen verzet. 33 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel V.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale kaart (Minuutplan)
1827
Minuutplan gemeente Vianen, sectie C, blad 01
1:2.500
Deel uitmakend van weidepercelen met sloten. In het zuiden ligt een watergang.
Weidepercelen met sloten en wetering. Ten noordwesten ligt een weg, voorloper van de Autenasekade. Ten noordoosten ligt de voorloper van de Tienhovenseweg.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1850
412
1:50.000
In het zuiden van het plangebied ligt een deel van De Middel Watering.
Weidepercelen met sloten en wetering. Plangebied is gelegen in de Autena Polder. Ten noordwesten ligt De Biezen Polder. Verder naar het noordoosten stroomt de rivier de Lek, hier direct ten noordoosten van ligt het Fort bij Honswijk.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1879
412
1:50.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Autenaschekade is verhard, net als de andere wegen rondom het plangebied.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1916
412
1:50.000
Delen van het percelen binnen het plangebied bestaan uit opgaand loofbos. In het noorden van het plangebied zit deels een boomgaard.
Uitbreiding loofbos percelen. Ten noorden van het plangebied staat een gebouwtje, vermoedelijk een schuur behorend tot de boomgaard.
Topografische kaart
1936
412
1:50:000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Boomgaard direct ten noorden van het plangebied. In de omgeving zijn meerdere boomgaarden en percelen met loofbomen bijgekomen. Ten noordoosten van de Gouwenesche wetering worden steeds meer boomgaarden ontwikkeld. Ten zuiden van het plangebied zijn stippellijnen zichtbaar die van zuid naar west loopt. Het gaat hier om de toekomstige locatie van een weg, de A2/E25.
Topografische kaart
1959
412
1:50:000
In het westen zijn de loofbospercelen vervangen door weidegrond. Ook in het zuiden van het plangebied maken loofbomen plaats voor weidegrond.
Ten noordwesten langs de Autenasekade zijn twee gebouwen gekomen (Dijk en Dam).
Topografische kaart
1969
412
1:50:000
Geen loofbomen of boomgaarden meer in het plangebied. Alles heeft plaats gemaakt voor weidegrond.
Direct ten oosten van het plangebied is nog een bosperceel aanwezig. Ten zuiden en zuidwesten tot tegen de Autenasekade zijn tevens bospercelen. Bospercelen ten noordwesten van de Autenasekade zijn weg. Gebouwtjes breiden zich uit.
Topografische kaart
1989
33 A
1:25.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Geen noemenswaardige veranderingen.
Topografische kaart
2015
33 A
1:25.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Ten zuiden van het plangebied, onder de A2, is een wildwissel aangelegd. Tevens is de A2 breder geworden en bevind zich een smalle groen strook tussen de twee wegdelen.
33 Blijdenstijn, 2015.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 14 van 20
Op de kadastrale kaart uit 1827 maakt het plangebied deel uit van verschillende natte weidepercelen met sloten. In het zuiden van het plangebied stroomt van oost naar west een watergang. Ten noorden, noordwesten en noordoosten van het plangebied ligt een weg. Het gaat hier om de voorloper van de Autenasekade en de Tienhovenseweg. Op de kaart van 1850 staat de watergang bekend als De Middel Watering. Binnen en buiten het plangebied worden de weidepercelen afgewisseld met bospercelen. Op deze kaart is tevens te zien dat de percelen deel uit maken van de Autena Polder. Ten noordwesten van het plangebied ligt De Biezen Polder. Ten noordoosten van de Tienhovenseweg zijn meerdere weidepercelen aanwezig die grenzen aan de rivier de Lek. Hier direct ten noordoosten van staat het Fort bij Honswijk. De toren van het fort Honswijk (bouwjaar 1841 - 1848) is de oudste en grootste van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (figuren figuur 12 en figuur 13).34 Tot 1916 vinden binnen het plangebied geen veranderingen plaats. Pas op deze topografische kaart is te zien dat binnen het plangebied in het zuiden een extra perceel is bijgekomen met opgaand loofbos. Daarnaast is 20 jaar later, op de kaart van 1936, in het noorden een boomgaard aanwezig. Rondom het plangebied vinden tevens enige veranderingen plaats.
Zo is zichtbaar op de kaart uit 1880 dat de aanwezige wegen rondom het plangebied verhard zijn geworden. Daarbij worden er steeds meer loofbospercelen aangelegd en ontwikkelen de boomgaarden ten noordoosten van het plangebied zich verder. Op de kaart van 1936 hebben wat perceelsveranderingen plaatsgevonden en is de Autenase kade deels verlegd. Ten zuiden van het plangebied is zichtbaar aangegeven waar een nieuwe weg aangelegd gaat worden. Het gaat hier om de voorloper van de A2/E25 (figuur 14, figuur 15 en figuur 16). De Topografische kaart uit 1959 geeft weer dat binnen het plangebied steeds meer loofbos verdwijnt en plaats maakt voor weidegrond. Op de kaart van 1969 bestaat het gehele plangebied uit weidegrond en is er geen loofbosperceel meer te vinden. De weidegrond met sloten vormt tevens de huidige situatie van het plangebied. In de omgeving van het plangebied treed wel enigszins verandering op. Direct ten noordwesten van het plangebied staan enkele gebouwen. Door de loop der jaren breiden deze zich verder uit. Zo is op de kaart van 1959 te zien dat de aanleg van de A2/E25, ten zuiden van het plangebied, voltooid is. Deze weg doorkruist de weg genaamd Kostverloren, die van zuid naar noord loopt. Enkele bosgebieden zijn bij de aanleg gekapt. De kaart van 1969 geeft weer dat de A2/E25 verbreed is.
en op de kaart van 2015 is de weg grotendeels gelijk aan de huidige situatie, met een wildwissel-doorgang. Ten oosten van het plangebied is nog een bosperceel aanwezig, dit bevindt zich ook nog ten zuiden en westen van het plangebied. Ten noorden van de Autenasekade hebben de bospercelen tevens plaats gemaakt voor weidegrond (zie figuur 17 tot en met figuur 20). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Vijfheerenlanden is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.35
34 35
https://forten.nl/forten/fort-honswijk/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed.
Rapport 16696.001 versie 2
Pagina 15 van 20
Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn er enkele luchtaanvallen geweest op de brug bij Vianen. Hierbij zijn enkele militairen gesneuveld. Tijdens de laatste dagen van de oorlog (mei 1940), werden Nederlandse troepen/geallieerden ingekwartierd in Hagestein en omgeving. Er waren barakken in en om Hagestein waar de militairen verbleven.36
Foto 1 Barakken te Hagestein (1939 - 1940). Bron: Beeldbankwo2.nl
2.8
Foto 2 Barakken te Hagestein (1939 - 1940). Bron: beeldbankwo2.nl
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel VI.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum en Romeinse tijd
Geen
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Als verspoelde resten in de beddingafzettingen behorend tot de meandergordel/stroomgordel van Tienhoven.
Neolithicum – Romeinse tijd
Laag
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
In de komafzettingen boven op het veenpakket, circa 80 cm -mv en onder het veenpakket tussen 1,5 m en 2,5 m mv