CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGEPAST Opinievoorstel Ruimte voor ontmoeting - Naar een duurzaam beleidskader voor gemeenschapshuizen

Commissie Welzijn, Onderwijs en Sport 10 september 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Opinievoorstel Ruimte voor ontmoeting - Naar een duurzaam beleidskader voor gemeenschapshuizen7.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinievoorstel Ruimte voor ontmoeting Naar een duurzaam beleidskader voor gemeenschapshuizen

Zaaknummer: 1657813 Onderwerp Opinievoorstel: Naar een duurzaam beleidskader voor gemeenschapshuizen Opinievragen De volgende drie vragen zijn richtinggevend voor onderliggend opinievoorstel.

1. Wat zijn voor u de meest belangrijke uitgangspunten zoals in dit stuk benoemd en onderbouwd? 2. Welk kader is voor u leidend? 3. Welk scenario heeft uw voorkeur? Aanleiding Ontmoetingsplaatsen. Een onderwerp dat – sinds de fusie in 2019 – vraagt om eenduidige afspraken. Een onderwerp ook waar veel om te doen is in Vijfheerenlanden, dat inwoners in alle dorpen en wijken raakt en na aan het hart ligt (zie bijlage 1). En dat is begrijpelijk. Waarom? Omdat het raakt aan de eigenheid van de gemeenschap en de kracht van het zelf doen en het zelf regelen. Omdat het raakt aan ‘gehoord worden’. Een onderwerp dat op papier al snel mooi klinkt, maar in de praktijk tot op heden nog niet tot uniform beleid te brengen is. Juist door de complexiteit in vorm, eerder gemaakte afspraken en botsende uitgangspunten. Met dit opinievoorstel wordt richting gevraagd hoe de gemeente Vijfheerenlanden wil gaan bijdragen aan dit soort plekken. Om zodoende antwoord te kunnen geven op de centrale vraag: Hoe willen wij - in welke rol - als gemeente Vijfheerenlanden bijdragen aan ontmoetingsplaatsen? Welke richting willen wij op? Inleiding Het ontwikkelen van toekomstbestendig beleid voor sociale ontmoetingsplaatsen staat al een hele tijd hoog op de agenda in de gemeente Vijfheerenlanden. En dat is niet voor niets.

Het belang van ontmoeten en de behoefte aan een plek voor ontmoeting in iedere dorp en wijk komt duidelijk naar voren in gemeentelijke visies en beleidskaders (zie bijlage 2). 1

In de strategische visie en het coalitieakkoord isde basis gelegd voor beleid en afspraken op ontmoeten. “Basisvoorzieningen: De gemeente zorgt, samen met de gemeenschap, voor beschikbaarheid basisvoorzieningen voor inwoners van jong tot oud: ontwikkelmogelijkheden –faciliteren - op gebied van werk, zinvolle dagbesteding, educatie, zorg, ontmoeten en sociale cohesie.” Strategische visie 2021 “De vele en diverse sociale ontmoetingsplaatsen in onze gemeente weerspiegelen Nederland in zijn volle glorie… en willen wij de ontmoetingsfunctie in de dorpen en wijken daarom passend faciliteren”. Coalitieakkoord 2022-2026 Het inwonersberaad 2023 heeft kaders voor ontmoetingsplaatsen opgeleverd. Daarnaast onderschrijven de opbrengsten van participatieve trajecten voor de Omgevingsvisie en de Dorps(woon)visies het belang van ontmoeten. Ook in de beleidsvisie Sociale Basis en de visie Wonen, Welzijn, Zorg staat het faciliteren van ontmoeten centraal. En recent in de vastgestelde Kadernota 2026 waar ontmoeten een prominente plek heeft in de transformatie van het sociaal domein om een versnelde beweging naar de voorkant te maken en zo kostenbesparingen te realiseren op de formele zorg en ondersteuning door de inzet van een sterke gemeenschap. Van wens naar werkelijkheid De verschillende visies en beleidskaders benadrukken het belang (en de noodzaak) van ontmoetingsplaatsen.

Ook het beeld van hoe een ontmoetingsplaats er volgens inwoners uit moet zien, is eerder vastgesteld door de raad naar aanleiding van een inwonersberaad in 2023.Maar de vraag hoe we daar gaan komen, dát is de vraag die nog beantwoord moet worden met het nieuwe beleid. Beleid dat realistisch en eenduidig is, aansluit bij de praktijk en gericht is op toekomstbestendigheid. Beleid dat de belangrijkste voorwaarden biedt om wensen rond ontmoetingsplaatsen binnen afzienbare tijd in praktijk te realiseren. Overigens zal er nog sprake zijn van een overgangsperiode totdat de implementatie daadwerkelijk plaatsvindt, dit als gevolg van lopende en nieuwe contractafspraken en begrotingssystematiek. Beleid laten aansluiten bij de praktijk, doe je logischerwijze samen mét de praktijk. In de afgelopen jaren zijn er met de dorpshuisbesturen gesprekken gevoerd en is daarmee informatie en input opgehaald. In 2025 zijn we bovendien een intensief participatietraject gestart met deze besturen, wijk- en dorpsraden. Juist om te toetsen wat er meer precies nodig is om het idee over sociale ontmoetingsplaatsen vanuit het inwonersberaad ook uitvoerbaar te kunnen maken. Op basis van het participatieve traject zien we twee belangrijke ingredienten voor het ontwikkelen van beleid. De eerste vraag is hoe om te gaan met de ‘stenen’.

Daarnaast is de vraag hoe om te gaan met de inhoud.De stenen gebouwen hebben zowel een fysieke als financiële kant. We zoeken allereerst naar objectieve maatstaven voor de verdeling van fysieke locaties en de bijbehorende middelen. Met de inhoud bedoelen we de openingstijden, programmering, gastvrijheid en inclusie en betrokkenheid van vrijwilligers en inwoners. Dit is primair de verantwoordelijkheid van de besturen van de gemeenschapshuizen. Er is een samenhang tussen stenen en inhoud. Als de besturen van gemeenschapshuizen minder tijd en energie hoeven steken in de

2

instandhouding van de gebouwen, krijgen ze meer ruimte en energie voor het organiseren èn faciliteren van de inhoud Juist door dieper in te gaan op de praktijk - het hóe ook werkelijk vorm te willen geven wordt duidelijk hoe complex dit is. Om eenduidig beleid op te stellen, is het relevant om de diversiteit aan locaties in eigendomsstructuren, exploitatievormen, financiële regelingen en maatschappelijke behoeften samen te brengen. Dit vraagt om keuzes voor objectieve maatstaven wanneer de gemeente ondersteuning biedt. De huidige financiële uitdagingen waar de gemeente voor staat, hebben bovendien impact op in welke mate doelen kunnen worden gerealiseerd. DOEL: Realistisch en eenduidig beleid dat ontmoetingsplaatsen laat voortbestaan zodat de gemeenschapshuizen ontmoeten kunnen faciliteren in onze dorpen en wijken.

Leeswijzer Dit opiniestuk is als volgt opgebouwd: 1.

Uitgangspunten die conflicteren

2. Achtergrond: a) De waarde van ontmoeting b) Sociale ontmoetingsplaatsen c) Gemeenschapshuizen d) Ontmoetingsactiviteiten e) Inkomsten en exploitatie f) Huidige situatie gemeenschapshuizen g) Gemeentelijke begroting voor gemeenschapshuizen h) Vertaling naar de praktijk i) Toekomstbestendigheid Gemeenschapshuizen 3.

Scenario’s

4.

Opiniërende vragen

Met behulp van de bovenstaande indeling nemen wij u mee door de verschillende aspecten die meespelen om scherpte te krijgen in het toekomstig beleid voor sociale ontmoetingsplaatsen. We beginnen met waar het schuurt op de uitgangspunten. Hoofdstuk 2, “Achtergrond” geeft verdieping en schetst 11 uitgangspunten. Deze uitgangspunten worden aan het einde van dit voorstel - gebundeld - aan u voorgelegd ter opiniëring. Daarvoor worden u in hoofdstuk 3 vier scenario’s voorgelegd.

3

1

Uitgangspunten die conflicteren

Zoals benoemd, is het belang van ontmoetingsplaatsen meermaals vastgesteld in visies en beleidskaders die vanaf 2021 zijn vastgesteld door de raad. Deze benadrukken dat deze plekken een basisvoorziening zijn èn voor de transformatie in het sociaal domein randvoorwaardelijk zijn voor de beweging ‘naar de voorkant’ met een inzet op vroegsignalering, preventie en algemene voorliggende voorzieningen In het proces van ontwikkeling tot beleid is het college onder andere uitgegaan van de uitgangspunten, zoals genoemd in het coalitieakkoord 2022-2026: Uitgangspunten coalitieakkoord:

Faciliteren van de leefbaarheid in de dorpen en wijken in de vorm van een toekomstbestendige ontmoetingsfunctie, met maatwerk waar nodig. 2. Voor elk dorp of wijk wordt minimaal en maximaal een toekomstbestendige ontmoetingsplek vastgesteld. 3. De basis wordt vastgelegd in het op te stellen beleid. 4. Financieel: Het huidige budget inzake de dorpshuizen (subsidie, onderhoud en voorziening) blijft in alle gevallen beschikbaar voor de sociale ontmoetingsplekken. In het op te stellen beleid wordt hier nader invulling aan gegeven. 1.

Na vaststelling van de aanbevelingen uit het Inwonersberaad – inclusief het financiële kader – leek de volgende stap, het opstellen van beleid, eenvoudig. In de praktijk blijkt dit echter complex. Visievorming en daadwerkelijke uitvoering hieraan geven is wezenlijk verschillend. De eerder benoemde complexiteit van de verscheidenheid aan locaties, verschillende eigendomsstructuren, uiteenlopende vormen van exploitatie en diverse financiële regelingen en reeds gemaakte afspraken maken een “eerlijke” verdeling van middelen niet vanzelfsprekend. Een uniforme benadering, zoals een vaste bijdrage per inwoner, houdt onvoldoende rekening met deze complexiteit. Voorbeeld ter verduidelijking: Een modern, nieuw gebouw heeft geheel andere (onderhouds-)kosten, dan een gebouw dat al 50 jaar oud is (De Stoof in Kedichem) en waarvan het dak niet sterk genoeg is voor zonnepanelen. Wanneer je dan het budget ‘gelijk’ verdeelt over de locaties, is de uitkomst voor de nieuwe locatie prima, omdat er relatief lage energiekosten zijn. Voor de 50 jaar oude locatie lukt het het stichtingsbestuur onvoldoende het onderhoud bij te houden en de hoge energiekosten te betalen. Daarnaast hebben zij te weinig mogelijkheden om inkomsten te genereren en ze zullen dus uiteindelijk moeten stoppen omdat het gebouw niet meer betaalbaar is.

En daarmee komen we op de tegenstrijdigheid, het conflicteren van de uitgangspunten waarmee we beleid moeten ontwikkelen. Gaan we uit van het uitgangspunt dat er in ieder dorp of wijk een toekomstbestendige ontmoetingsplaats moet zijn? Dan is dat – gezien de huidige staat van gebouwen en, in sommige dorpen en wijken de afwezigheid van accommodaties – onmogelijk te verenigen met het uitgangspunt dat dit binnen het gestelde financieel kader zoals opgenomen in het inwonersberaad moet worden gerealiseerd. Bijlage 1 geeft een overzicht van de dorpen en wijken waar we het dan over hebben) 4

Om hierover het debat te kunnen voeren, is meer achtergrondinformatie nodig. Deze informatie hebben we in het volgende hoofdstuk opgenomen.

2

Achtergrond

2a. De waarde van ontmoeting De gemeente onderschrijft het belang van ontmoeting. Ontmoeten gaat over in contact komen met elkaar, over -mogelijkheden tot- sociale verbanden met buurtgenoten en over het gevoel thuis te zijn in de eigen woonomgeving. Wanneer inwoners elkaar ontmoeten, ontstaat er ruimte voor interactie tussen mensen met verschillende achtergronden, waarden en ervaringen. Dit bevordert wederzijds begrip en respect, waardoor verbindingen kunnen ontstaan. Mensen die zich verbonden voelen met anderen, voelen zich fijner en zijn eerder geneigd actief bij te dragen aan hun buurt. Ontmoeting kan aanzetten tot een grotere samen- of zelfredzaamheid en omzien naar elkaar, het veiligheidsgevoel bevorderen, mensen uit hun isolement halen, motiveren tot actie en helpen bij het voorkomen of vroeg signaleren van problemen. Ontmoetingsplaatsen zijn daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor een vitale gemeenschap en kunnen bijdragen aan het bevorderen van ontmoetingen. In aanvulling op de vier uitgangspunten uit het coalitieakkoord voegen we het volgende uitgangspunt toe: Uitgangspunt 5: Ontmoeten is van groot belang voor de vitaliteit in een dorp/wijk, daar hechten we als gemeente veel waarde aan. 2b.

Sociale ontmoetingsplaatsen Mensen hebben plekken nodig om elkaar (georganiseerd of toevallig) tegen te komen en die plekken hebben we in Vijfheerenlanden in de vorm van sociale ontmoetingsplaatsen. Sociale ontmoetingsplaatsen zijn letterlijk en figuurlijk op iedere hoek van de straat te vinden. Er zijn immers tal van plekken zoals speeltuinen, schoolpleinen, het bankje in het park, de gemeenschappelijke ruimte in een seniorencomplex, de hangplek, het kerkplein, de sportkantine et cetera. Op al deze plekken vinden dagelijks betekenisvolle en waardevolle ontmoetingen plaats. In deze betekenis heeft elke dorp/wijk dus al één of meerdere sociale ontmoetingsplaatsen. Om antwoord te geven op de vraag: Hoe zien onze sociale ontmoetingsplaatsen eruit in 2023, is een Inwonersberaad in het leven geroepen. De raad heeft de uitkomsten en aanbevelingen van het Inwonersberaad vrijwel allemaal overgenomen. Onderdeel van de uitkomst is een omschrijving “sociale ontmoetingsplaats”: ‘Sociale ontmoetingsplaatsen zijn plekken waar sociale, maatschappelijke en culturele

doelen worden ingevuld. De activiteiten op deze plekken staan ten dienste van de gemeenschap en worden bij voorkeur door vrijwilligers begeleid. Plekken kunnen zowel binnen als buiten zijn (en digitaal) en een permanent, periodiek of ad hoc karakter hebben. Er is noodzaak aan (vrijwillige of professionele) begeleiding voor de borging van continuïteit, coördinatie, belangentegenstellingen en veiligheid.

5

Geld verdienen staat niet centraal en deelnemers dragen financieel niet of (maximaal) kostendekkend bij aan activiteiten. Hierdoor kunnen alle inwoners deelnemen. Mogelijke opbrengsten worden besteed aan activiteiten, of andere kosten voor het uitvoeren daarvan.’ Het blijkt in de praktijk dat de definitie van sociale ontmoetingsplaatsen soms verwarring oproept, of het nu gaat om de al bestaande dorpshuizen en wijkgebouwen of dat het gaat om ontmoetingsplaatsen in brede zin. Daarom beperken we ons in dit voorstel (en in de ontwikkeling van beleid) tot de fysieke gebouwen binnen het bredere begrip sociale ontmoetingsplaatsen met een sociale, maatschappelijke en culturele functie met ondersteuning van de gemeente. We gebruiken daarvoor in het vervolg de verzamelterm ‘gemeenschapshuizen’. De invulling van welk gebouw of welke ruimte geschikt is, zal per dorp of wijk bekeken worden.

Uitgangspunt 6: De kaders voor de sociale ontmoetingsplaatsen gaan over de gemeenschapshuizen. De invulling van welk gebouw of welke ruimte geschikt is, zal per dorp of wijk bekeken worden. 2c. Gemeenschapshuizen In de vorige paragraaf hebben we de sociale ontmoetingsplaatsen beperkt tot de gemeenschapshuizen. Voor de helderheid en duidelijkheid van wat een gemeenschapshuis is, volgt hier een definitie: “Een gemeenschapshuis is een neutrale fysieke locatie - gebouw of ruimte in een gebouw – waaruit ontmoeting en (buurt)activiteiten met sociale, maatschappelijke en culturele aard worden georganiseerd voor en door een diversiteit aan inwoners/doelgroepen uit de omliggende woonomgeving. Winst maken is geen doel en deelnemers dragen financieel niet of (maximaal) kostendekkend bij aan maatschappelijke activiteiten.” Als randvoorwaarde geldt dat er noodzaak is aan (vrijwillige of professionele) begeleiding voor de borging van continuïteit, coördinatie, dorpsbelang en veiligheid. Met de toevoeging ‘neutraal’ in bovenstaande definitie wordt bedoeld dat het gebouwen betreft waar maatschappelijke activiteiten plaatsvinden. Deze gebouwen zijn niet gelinkt aan één specifieke doelgroep of geloofsovertuiging. Met deze definitie wordt geen afbreuk gedaan aan de omschrijving van de sociale ontmoetingsplaatsen uit het inwonersberaad.

In essentie is de omschrijving hetzelfde, alleen met een afbakening naar fysieke locaties. Uitgangspunt 7: De definitie van een gemeenschapshuis samengevat: een neutrale fysieke locatie, met georganiseerde activiteiten voor en door inwoners uit de omliggende omgeving.

6

Wanneer we naar de historie van de gemeente Vijfheerenlanden kijken, zien we dat verspreid over de gemeente – er altijd gemeenschapshuizen zijn geweest in de vorm van dorpshuizen en wijkgebouwen. Ook op andere plekken, zoals bij sportverenigingen, kerken, scholen, vindt ontmoeting plaats. Deze dorpshuizen en wijkgebouwen werden voornamelijk gezien als voorzieningen van de gemeenschap. Waarbij de gemeente - behalve financiering - weinig tot geen rol speelde. De rol van de gemeente is in beweging1 en voorziet meer om de inzet van voorzieningen om de gemeenschapskracht tot bloei te laten komen. Juist op die plekken waar de draagkracht van de gemeenschap knelt. 2d. Ontmoetingsactiviteiten De gemeenschapshuizen hebben het doel om dichtbij of in de eigen buurt ontmoeten te faciliteren. Activiteiten zijn een goed middel om ‘ontmoeten’ en ‘meedoen’ te stimuleren. Daarom zijn (buurt)ontmoetingsactiviteiten onderdeel van de definitie van gemeenschapshuizen. Onder (buurt)ontmoetingsactiviteiten verstaan we laagdrempelige activiteiten - voor inwoners van jong tot oud – ten dienste van de gehele gemeenschap – en niet één specifieke doelgroep - en deze worden bij voorkeur door vrijwilligers begeleid.

Zo dragen de activiteiten bij aan het versterken van de sociale cohesie van een dorp of wijk; evenzo ook aan de participatie en de versterking van het sociale netwerk van de inwoners van Vijfheerenlanden. Uitgangspunt 8: Laagdrempelige activiteiten voor een mix aan doelgroepen zijn een voorwaarde om een plaats een gemeenschapshuis te kunnen noemen. 2e. Inkomsten en exploitatie In de definitie gemeenschapshuizen wordt het volgende genoemd: “Winst maken is geen doel en deelnemers dragen financieel niet of (maximaal) kostendekkend bij aan maatschappelijke activiteiten.” Hierdoor kunnen alle inwoners deelnemen. Mogelijke opbrengsten worden besteed aan activiteiten, of andere kosten voor het uitvoeren daarvan. Het kenmerk van gemeenschapshuizen is dat zij geen winstoogmerk hebben; alle winsten die er gemaakt worden dienen weer ten goede te komen aan de doelstelling(en) van het betreffende gemeenschapshuis. Winst maken is geen doel op zich. Uitgangspunt 9: Winst maken is geen doel en deelnemers dragen financieel niet of (maximaal) kostendekkend bij aan activiteiten. Bovenstaande geeft ruimte aan zelfstandige stichtingen voor eigen ondernemerschap. Hierbij gaat het om ondernemerschap in brede zin, dus het vermogen om zelf te plannen, te organiseren, kansen te grijpen en oplossingen te vinden.

Dat kán gaan over inkomsten, maar gaat ook over bijvoorbeeld samenwerking zoeken met lokale ondernemers of nieuwe vormen van betrokkenheid bedenken om vrijwilligers te werven. Deze zelfstandigheid geeft ruimte om te doen wat werkt. 1

De visie Sociale Basis geeft vorm aan de rol en houding van gemeente. Dit is kort terug te lezen in bijlage 2 of via Document Vijfheerenlanden - Beleidsvisie sociale basis - iBabs Publieksportaal

7

Anderzijds hebben gemeenschapshuizen in de huidige situatie inkomsten nodig om te kunnen blijven bestaan en om activiteiten mee te kunnen bekostigen. Tegelijkertijd kunnen en willen zelfstandige stichtingen hier geen commerciële prijzen voor vragen. Dit zorgt voor een uitdaging in de exploitatie die per gemeenschapshuis verschilt. Het geeft ook aan dat een goede balans - eigenheid versus ondersteuning - tussen besturen en gemeente gevonden dient te worden. Daarnaast speelt de Wet Markt en Overheid 2 een rol in de exploitatie in gemeentelijke accommodaties. Een deel van de inkomsten wordt namelijk gegenereerd uit onder andere verhuur, het organiseren van activiteiten of horeca. Voor sommige inkomsten zijn (commerciële of paracommerciële) vergunningen nodig of zijn deze beperkt door gemeentelijke verordeningen. Bijvoorbeeld: structurele commerciële verhuur – bruiloften, uitvaarten, feestje van tante Bep - is maar beperkt toegestaan als hiervoor een tarief wordt gehanteerd wat onder de marktprijs ligt. Dit ongelimiteerd toestaan is in strijd met de Wet Markt en Overheid, omdat dit oneerlijke concurrentie kan opleveren voor privaatrechtelijke organisaties in de omgeving die hun brood ermee verdienen. Daarom geldt voor stichtingen en locaties met een maatschappelijke bestemming een paracommerciële vergunning.

Deze vergunning brengt beperkingen met zich mee, zoals het aantal evenementen waarbij alcohol mag worden geschonken. Dit heeft gevolgen voor de inkomsten die een gemeenschapshuis kan genereren en beïnvloedt ook de aard van de activiteiten, wat kan afwijken van wat men tot op heden gewend is in het gemeenschapshuis. Dit verschil in bestemmingen en vergunningen van gemeenschapshuizen, maakt dat sommige locaties dus weinig tot geen eigen verdienvermogen hebben en sterk(er) afhankelijk zijn van subsidies, vrijwilligers en gemeentelijke ondersteuning. Dit verschil zorgt voor een spanningsveld als het gaat om toekomstbestendige ondersteuning van gemeenschapshuizen door de gemeente. Met de uitvoeringsinstrumenten die de gemeente hiervoor tot haar beschikking heeft, subsidievoorwaarden, bestemmingen van de locaties en vergunningen, zal de gemeente sturen op een exploitatie die voldoet aan de vraag in het betreffend(e) dorp/wijk en op voldoende ruimte voor sociale ontmoeting. 2f. Huidige situatie gemeenschapshuizen Op dit moment telt onze gemeente 19 gemeenschapshuizen (zie bijlage 1), waarvan sommige gemeenschapshuizen eigendom van stichtingen zijn, andere van woningcorporaties of de gemeente.

2

De kern van de Wet Markt en Overheid (M&O) is het creëren van een gelijk speelveld tussen overheden en private ondernemingen bij economische activiteiten. De wet is bedoeld om oneerlijke concurrentie te voorkomen doordat overheden hun economische taken uitvoeren. Dit gebeurt door middel van gedragsregels die overheden en overheidsbedrijven moeten volgen. Zie: Overheid als marktpartij | Mededinging | Rijksoverheid.nl

8

De exploitatie varieert van vrijwilligersorganisaties tot commerciële uitbaters, bijna allen georganiseerd in een zelfstandige stichting. Daarnaast zijn er verschillende variaties te zien: sommige gemeenschapshuizen zijn gecombineerd met een sportfunctie, of hebben ook een kookkeuken beschikbaar, en anderen hebben dit niet.

Daarnaast zijn er grote verschillen in de staat van het gebouw. Dit is te zien in onder andere de bouwjaren die variëren van 1919 tot 2021 en de staat van de toegankelijkheid van het gebouw. Als gevolg daarvan hebben een aantal gebouwen hoge onderhouds- en energiekosten.

9

De verscheidenheid uit zich ook in verschillende variaties van financiële ondersteuning door de gemeente. Dit heeft geleid tot gevoelens van ongelijkheid bij de stichtingsbesturen. Tegelijkertijd is er een breed gedragen wens om deze plekken te behouden en te versterken als fundament van de sociale basis. 2g. Gemeentelijke begroting voor gemeenschapshuizen Het vastgestelde uitgangspunt voor de jaarlijkse financiële bijdrage aan gemeenschapshuizen is ten tijde van het inwonersberaad op € 580.000,- gesteld. Dit was de begroting anno 2021. Uit het in kaart brengen van de huidige situatie van de kosten voor gemeenschapshuizen in de gemeentelijke begroting blijkt dat het kader voor 2025 € 741.304,- bedraagt. Dit budget is voor kosten die onder andere bestaan uit gebouw gerelateerde kosten en (waarderings)subsidies (zie bijlage 3). De diverse subsidies die de gemeente verstrekt, zijn veelal vanuit het verleden zo ontstaan. De totale kosten fluctueren jaarlijks. Om door te kunnen rekenen wat de invloed is van nieuw beleid, gaan we uit van de begroting 2025 en nemen wij dit op als uitgangspunt. Dit komt ook overeen met de afspraken die gemaakt zijn in het coalitieakkoord 2022-2026. Uitgangspunt 10: Het financiële kader is op basis van de jaarlijkse begroting. In 2025 is dit € 741.304.

Daarnaast hebben we geconstateerd dat er over de afgelopen jaren 2022 t/m 2024 ook incidentele middelen naar de gemeenschapshuizen zijn gegaan van in totaal € 313.514. Dit was voornamelijk ter ondersteuning voor de hoge energielasten € 202.571 en de inkomstenderving ten gevolge van de coronapandemie € 98.650.

2h. Vertaling naar de praktijk 10

Na visie volgt de logische uitwerking van beleid voor en naar de praktijk. Eerder hebben we gesteld dat dit doel is: “Realistisch en eenduidig beleid dat ontmoetingsplaatsen laat voortbestaan zodat de gemeenschapshuizen ontmoeten kunnen faciliteren in onze dorpen en wijken”. Dit kan niet zonder de praktijk centraal te stellen. Daar zit de ervaring en deskundigheid. De praktijk is het vertrekpunt, er zijn immers al zo’n 19 gemeenschapshuizen, sommigen al vele jaren oud. Besturen van gemeenschapshuizen zijn zowel in de jaren voor het Inwonersberaad, als in de periode daarna meegenomen in het participatietraject. Uit dit participatietraject blijkt dat het belangrijkste punt van zorg het gebouw is. Energie en aandacht gaan met name hier naartoe, waardoor de focus minder ligt op de inhoud (de activiteiten). Daarnaast is voor besturen eigenheid een wezenlijk uitgangspunt. Daarmee wordt bedoeld dat elke ontmoetingsplek een unieke functie – sociaal, maatschappelijk en cultureel - vervult binnen het eigen dorp of wijk, gebaseerd op de behoeften van de lokale gemeenschap. Het behouden van die eigen kleur, sfeer, vertrouwde gezichten en de manier waarop activiteiten georganiseerd worden – maakt dat mensen zich thuis voelen. Dit wordt gezien als essentieel voor het draagvlak, de betrokkenheid van vrijwilligers en de herkenbaarheid voor inwoners.

De lokale identiteit willen ze graag behouden, ook als er meer wordt samengewerkt of als er uniform beleid komt. Als gemeente vinden wij het belangrijk dat het gemeenschapshuis verschillende doelgroepen weet binnen te halen, zoals ook opgenomen in onze definitie van een gemeenschapshuis. Evenzo geven besturen aan dat ze eigen ondernemerschap belangrijk vinden. Het vermogen om zelf te plannen, organiseren, kansen te grijpen en oplossingen te vinden. De zelfstandigheid geeft ruimte om te doen wat werkt. Eigen ondernemerschap staat voor de kracht om zelf te organiseren in samenwerking met het netwerk, keuzes te maken en innovatieve slagkracht. Besturen doen dit op vrijwillige basis. Ze zetten hun eigen tijd in om te doen wat nodig is, om de plek te laten bruisen. Gemeenschapshuisbesturen geven allemaal aan dat de zorg voor de gebouwen vanwege de kosten zoveel aandacht en energie vraagt dat de ruimte om te werken aan een bruisende plek onder druk staat. Activiteiten kunnen veelal op basis van vrijwillige inzet of tegen kostendekkende bijdrage georganiseerd worden. De kosten om het gebouw in stand te houden vragen meer. Het antwoord op de vraag hoe we naar de toekomst toe kunnen zorgen voor duurzame gemeenschapshuizen, is dat de gemeente een rol neemt bij het ontzorgen in de ‘gebouwenlast’.

Daarnaast is het zoals gezegd van belang om oog te hebben voor de eigenheid van de gemeenschap en het belang van eigen ondernemerschap. Uitgangspunt 11: De praktijk is het vertrekpunt van de vormgeving van beleid op gemeenschapshuizen. Uitgangspunt 12: De gemeente neemt het vrijwillige ondernemerschap van het gemeenschapshuis niet over.

11

Uitgangspunt 13: De gemeente neemt een rol bij het ontzorgen in de ‘gebouwenlast’ opdat de tijd en energie van besturen naar het faciliteren van activiteiten kan gaan.

2i. Toekomstbestendigheid Gemeenschapshuizen Met toekomstbestendigheid wordt in de eerste plaats gedoeld op lokale betrokkenheid en eigenaarschap van inwoners bij de gemeenschapshuizen. Zonder deze veelal vrijwillige inzet is een toekomstbestendige plek niet haalbaar. Daarnaast hangt de toekomst van dit soort plekken natuurlijk ook in grote mate af van of voorzieningen zodanig worden ingericht, onderhouden en aangepast dat ze langdurig functioneel, betaalbaar en bruikbaar blijven voor en door inwoners. Als meer inwoners taken zelf doen, neemt de toekomstbestendigheid toe. Eigenaarschap, verantwoordelijkheid en vrijwillige inzet zijn daarmee meer geborgd. Om die reden is het positief dat 11 van de 19 huidige gemeenschapshuizen in eigendom zijn van stichtingsbesturen en is het verstandig die eigendomssituatie te handhaven. Zouden we het eigendom als gemeente overnemen, dan vraagt dat niet alleen veel extra inzet van het team Vastgoed van de gemeente, zal het de kosten verhogen maar ook de lokale betrokkenheid, verantwoordelijkheid en het gevoel van eigenaarschap doen verminderen. Uitgangspunt 14: De gemeente neemt het eigendom van de gemeenschapshuizen in eigendom van besturen niet over. Bij de toekomstbestendigheid van de gebouwen gaat het naast bovengenoemde punten ook over:

● onderhoud (voorkomen achterstallig onderhoud; zorgen dat gebouw veilig en bruikbaar blijft); ● verduurzaming (door energiebesparende materialen bijdragen aan verlagen energielasten); ● toegankelijkheid en inclusie (fysiek toegankelijk voor mensen met een beperking en sociaal uitnodigend voor alle inwoners); ● betaalbaar, kosten versus inkomsten. ● investeren door middel van levensduurverlengende renovatie en nieuwbouw aan het eind van de levensduur van een gebouw. Uitgangspunt 15: Toekomstbestendige gemeenschapshuizen realiseren vraagt jaarlijks een investering van de gemeente in nauwe samenwerking met de gemeenschap en partners.

12

3. Scenario’s Er zijn bij de gemeenschapshuizen dus grote zorgen over de toekomstbestendigheid. Op basis van de uitgangspunten uit hoofdstuk 2 zijn daarom toekomstscenario's ontwikkeld. Ons doel is om deze gemeenschapshuizen te ontzorgen, zodat zij zich weer volop kunnen richten op hun kerntaak: het faciliteren van betekenisvolle ontmoetingen. Zo draagt de gemeente bij aan basisvoorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid en vitaliteit in dorpen en wijken. Er zijn vier scenario's ontwikkeld waarbinnen de gemeente met - elk op een andere manier - subsidie bijdraagt aan het wegnemen van praktische belemmeringen. De scenario’s worden hieronder globaal toegelicht. Een nadere uitleg over hoe de berekeningen tot stand zijn gekomen staat in bijlage 4. Daarnaast zijn de berekeningen zelf terug te vinden in bijlage 5. In hoofdstuk 2 zijn er daarnaast drie uitgangspunten die niet met elkaar samengaan. Dit betreft de uitgangspunten: -

uitgangspunt 1: het faciliteren van een toekomstbestendige ontmoetingsfunctie uitgangspunt 2: minimaal en maximaal 1 gemeenschapshuis per dorp/wijk uitgangspunt 10: financieel kader € 741k in 2025

De scenario's scoren onderling anders op deze 3 uitgangspunten. Deze uitgangspunten vormen daarom het toetsingskader voor de scenario's. Dit toetsingskader en de scores worden ook nader toegelicht in bijlage 4 en 5. In het toetsingskader is gekeken naar de drie uitgangspunten en die zijn vertaald naar een stoplichtmodel, zoals hieronder is weergegeven. Hoe meer naar rechts (groen), hoe beter het is voor het financieel kader, hoe groter de kans dat de huidige gemeenschapshuizen kunnen blijven bestaan, en hoe beter het scenario scoort op het uitgangspunt “minimaal en maximaal 1 gemeenschapshuis per dorp/wijk”.

Scenario 1 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud en toegankelijkheid De gemeente verstrekt een instandhoudingssubsidie voor elke gemeenschapshuis waarmee een deel van het periodieke groot onderhoud bekostigd kan worden. Het periodieke onderhoud wordt bepaald op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) dat voor nagenoeg alle locaties is opgesteld3. Het hebben en uitvoeren van een actueel MJOP wordt een voorwaarde om hier aanspraak op te kunnen maken 4. Daarnaast zijn in dit scenario kosten opgenomen om de toegankelijkheid van de gebouwen te verbeteren. Hierbij gelden de volgende basiselementen: - Is de entree rolstoeltoegankelijk? - Zijn de gebruiksruimten rolstoeltoegankelijk? 3

Bij de drie ontmoetingsplaatsen in eigendom van woningbouwcorporaties wordt onderhoud door de woningcorporaties geregeld en is dit verrekend in de huurprijs. We gaan, op basis van informatie van Aedes, ervan uit dat 40% van de huurprijs bedoeld is voor onderhoudskosten. Daarnaast ontvangen sommige gemeenschapshuizen alleen een waarderingssubsidie. Deze komt in scenario 1 niet te vervallen, omdat deze subsidies verdisconteerd zitten in het totale budget van € 741.304. 4 Alleen de woningcorporatie is hierop een uitzondering, omdat zij zelf verantwoordelijk zijn voor onderhoud.

13

-

Is er een rolstoeltoegankelijk toilet?

Een keuze voor scenario 1 betekent dat de gemeente in de toekomst niet langer bijdraagt aan incidentele aanvragen, zoals voor een kapot dak, een nieuwe vloer of een tekort in de exploitatie. Als de gemeente dat doet, houdt dat de huidige situatie in stand waarin ad-hoc financiering door de gemeente plaatsvindt. Toetsingskader De begrote kosten voor dit scenario bedragen € 787.434. Om binnen het financiële kader te kunnen blijven, betekent dit dat ongeveer 6% van de totale kosten bekostigd moet worden (in natura of in financiële bijdrage) door de gemeenschapshuizen. Voor scenario 1 ziet het toetsingskader er als volgt uit:

In het financieel kader scoort dit scenario volledig in het groen. Dit betekent dat er in totaal geen aanvullende kosten zijn voor de gemeente ten opzichte van het financieel kader. Echter verschilt dit wel per gemeenschapshuis. Dit scenario gaat uit van een objectieve verdeling door per gemeenschapshuis te kijken naar de onderhoudskosten en kosten voor het verbeteren van toegankelijkheid. In de praktijk betekent dit dat sommige gemeenschapshuizen ten opzichte van nu minder subsidie krijgen, en anderen meer subsidie, omdat zij in 2025 geen subsidie kregen. De onderlinge verhouding tussen subsidies per gemeenschapshuis is daarmee veranderd ten opzichte van de nulmeting. Dit betekent dat dit scenario slecht scoort op kans op continuïteit. Bij alle gemeenschapshuizen kan de continuïteit niet gegarandeerd worden, omdat er een groot beroep wordt gedaan op het eigen verdienvermogen. Hiervan is de verwachting dat veel gemeenschapshuizen hiertoe onvoldoende mogelijkheden hebben en de inkomsten niet kunnen opbrengen. Gezien de bestemmingsplannen zouden alle gemeenschapshuizen nu een paracommerciële vergunning moeten hebben. De continuïteit is hierbij afhankelijk van hoeveel mogelijkheden de plek heeft voor het genereren van inkomsten. Niet elke ontmoetingsplaats heeft hiertoe mogelijkheden, omdat zij hiervoor niet de juiste vergunning hebben.

Verder scoort dit scenario het minste op het uitgangspunt “1 gemeenschapshuis per kern”, omdat we uitgaan van de huidige gemeenschapshuizen. Scenario 2 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente, en onroerendezaakbelasting In scenario 2 nemen we de kosten zoals opgenomen in scenario 1 mee. Aanvullend daarop gaan we uit van een subsidiëring die de bestaande huurkosten kan dekken (in geval van huur) of de bestaande kapitaallasten kan dekken (rente en aflossing) door een subsidie voor instandhouding. Daarnaast zijn in dit scenario de kosten voor onroerendezaakbelasting (OZB) opgenomen. 14

In dit scenario (en alle opvolgende scenario’s) is geen rekening gehouden met het financiële kader, en zijn alleen de daadwerkelijke kosten berekend. In dit scenario is bovendien geen rekening gehouden met toekomstige renovatie of nieuwbouw (zie hiervoor scenario 4). In dit scenario zijn ook de huurlasten van de nieuwe gemeenschapshuizen in Hoef en Haag (De Keuken) en Schoonrewoerd meegenomen. In deze dorpen hebben inwoners zich al georganiseerd om dit op te zetten, mits er een pand beschikbaar komt. Toetsingskader Vanaf scenario 2 is er geen rekening meer gehouden met het financieel kader, en is alleen gekeken naar de daadwerkelijke kosten. De begrote kosten voor scenario 1 en 2 samen bedragen € 1.244.549. Dit komt uit op € 503.245 boven het financieel kader. Hiermee scoort scenario 2 slechter op criterium ‘financieel kader’ dan scenario 1. Wederom verschilt dit wel per gemeenschapshuis. Het toetsingskader ziet er als volgt uit:

Wat betreft de kans op continuïteit van de gemeenschapshuizen zien we dat de kans hoger is dat ze kunnen blijven bestaan. 15 van de 21 gemeenschapshuizen kunnen op deze manier zeer waarschijnlijk blijven bestaan, omdat hun kosten met subsidie gedekt worden. Alleen de gemeenschapshuizen die eerst meer kosten gesubsidieerd kregen, kunnen in financiële problemen komen. Daarnaast is in dit scenario geen ruimte voor levensduurverlengende renovatie of vervangende nieuwbouw, dus ook de gemeenschapshuizen die aan het eind van hun levensduur zijn komen in de problemen. Daarnaast scoort het uitgangspunt “1 gemeenschapshuis per kern” ook beter, omdat hier 2 extra kernen zijn meegenomen, Hoef en Haag en Schoonrewoerd. Dit criterium scoort nog niet groen omdat er nog 5 kernen zonder gemeenschapshuis zijn. Dit wordt in scenario 4 opgelost. Scenario 3 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente en verduurzaming In scenario 3 nemen we de kosten zoals opgenomen in scenario 1 en 2 mee. Aanvullend daarop nemen we de jaarlijkse kosten op om verduurzamingsmaatregelen te kunnen nemen. Doel is duurzame verlaging van de energiekosten. Die energiekosten zijn nu voor veel ontmoetingsplaatsen hoog, in verband met verouderde huisvesting, en zijn moeilijk tot niet op te brengen.

Daarom zijn de afgelopen jaren door de gemeente noodfondsen beschikbaar gesteld om energiekosten te subsidiëren.

15

Voor dit scenario hanteren we de uitgangspunten zoals vastgesteld in de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025-2050. Hierin staat de ambitie dat de CO2uitstoot van de gemeente Vijfheerenlanden in 2050 95% lager is dan in 1990. In 1990 was de uitstoot 26 kg/m2 en in 2019 was het 49 kg/m2. Daarvoor hebben we de volgende ambitie: “In 2030 is 70% van het maatschappelijk vastgoed voor zover mogelijk CO₂- neutraal.” Hierin gaan we ervan uit dat de kosten voor 25 jaar gesubsidieerd worden door de gemeente. De gemeenschapshuizen die eigendom zijn van woningcorporaties kunnen hier geen aanspraak op maken, hier zijn de woningcorporaties als verhuurder verantwoordelijk voor verduurzaming. Daarnaast zijn locaties waar al een besluit is genomen voor nieuwbouw5 ook niet meegenomen in dit scenario. Bij nieuwbouw wordt immers al rekening gehouden met de vereisten voor duurzaamheid. Toetsingskader De begrote kosten voor scenario 1, 2 en 3 samen bedragen € 1.378.101. Dit is daarmee geen groot verschil met scenario 2, omdat het scenario uitgaat van een jaarlijkse investering die in 25 jaar wordt terugverdiend. Na 25 jaar zullen de kosten voor verduurzaming komen te vervallen, maar komen de kosten wel weer terug in scenario 1 van het periodiek onderhoud. Dit scenario zit € 636.797 boven het financieel kader. De kans op continuïteit is daarmee iets hoger dan in scenario 2.

In financiële bijdrage verschilt dit weinig, maar dit zal wel een positief effect hebben op de ervaren druk door de hoge energielasten. Omdat we niet weten hoeveel de energiekosten exact zullen dalen, betreft het hier een conservatieve berekening. Bij positieve businesscases kan het effect op continuïteit groter zijn. Alleen bij de gemeenschapshuizen die in bezit zijn van de woningcorporatie of al nieuwbouw hebben/krijgen is er geen verschil tussen scenario 2 en 3. Het toetsingskader ziet er als volgt uit:

Het uitgangspunt 1 gemeenschapshuis per kern wijzigt in dit scenario niet ten opzichte van scenario 2.

5

Het gaat hier om de locaties ‘t Knooppunt in Everdingen en De Biezen in Hagestein, de Keuken in Hoef en Haag en een potentieel nieuwe locatie in Schoonrewoerd.

16

Scenario 4 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, verduurzaming en lange termijn huisvestingsplan In scenario 4 nemen we de kosten zoals opgenomen in scenario 1, 2 en 3 mee. Dit scenario gaat over de lange termijn, wanneer gebouwen levensduurverlengende renovatie (na 25 jaar) of nieuwbouw (na 40 jaar) nodig hebben. Dit scenario brengt een lange termijn huisvestingsplan in beeld. De gemeente gaat uit van renovatie na 25 jaar, en nieuwbouw na 40 jaar. De kapitaallasten uit scenario 2 zijn in de kostenberekening hier vervangen door nieuwe kapitaallasten van renovatie of nieuwbouw die op dit moment aan de orde zijn. In scenario 4 is uitgegaan van de huidige locaties, inclusief nieuwbouw voor nietbestaande locaties volgens het principe “minimaal 1 sociale ontmoetingsplaats per dorp/wijk”. Er zijn nog 5 kernen zonder ontmoetingsplaats. Hiervoor is een standaard ruimteprogramma (zie onderbouwing in bijlage 4) opgesteld en hiermee is in dit scenario gerekend. Toetsingskader In totaal komt dit scenario uit op begrote kosten van € 1.946.752. Hierin zit een momentopname voor kapitaallasten voor 2026. Dit kan door de jaren heen stijgen als er andere panden ook in aanmerking komen voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie. Dit is € 1.205.448 boven het financieel kader. Om dit scenario te kunnen vergelijken is er gekeken naar de jaarlijkse kapitaallasten.

Hiervoor is een ingroeipad voor nieuwbouw uitgewerkt die te vinden is in bijlage 5. Dit blijft een theoretische indicatie op basis van de huidige vierkante meters en zal per pand bekeken moeten worden. De kans op continuïteit is hier het grootste van alle 4 van de scenario’s. Van de 25 gemeenschapshuizen krijgen er vier theoretisch gezien minder jaarlijks dan in de nulmeting. Echter geeft dit scenario ruimte voor nieuwe gemeenschapshuizen, waardoor dit in de gemeente Vijfheerenlanden een impuls geeft aan kansen voor ontmoeting. Het toetsingskader ziet er daarmee als volgt uit:

17

Scenario

Omschrijving

Jaarlijkse kosten

1

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud en toegankelijkheid

€ 741.304 excl. eigen bijdrage gemeenschapshuizen van € 46.130

2

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente, en onroerendezaakbelasting

€ 1.244.549 (de kosten zitten € 503.245 boven het financieel kader)

3

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente, onroerendezaakbelasting en verduurzaming

€ 1.378.101 (de kosten zitten € 636.797 boven het financieel kader)

4

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, onroerendezaakbelasting verduurzaming en lange termijn huisvestingsplan

€ 1.946.752 (de kosten zitten € 1.205.448 boven het financieel kader)

Inspanningsverplichting Als de gemeente besluit zorg te dragen voor de gebouwenlast, wordt van de gemeenschapshuizen een inspanningsverplichting verwacht om het faciliteren van activiteiten gericht op sociale ontmoeting prioriteit te geven. Daarnaast blijkt uit het participatieve traject met de stichtingsbesturen, dorps- en wijkraden en Bindkracht dat er naast de financiële ondersteuning door de gemeente ook behoefte bestaat om meer samen te werken. Bijvoorbeeld op het gebied van inkoop van energie, thematische voorlichting zoals het werken met en werven van vrijwilligers, het organiseren van activiteiten voor doelgroepen, het ondersteunen in bepaalde facetten van het ondernemerschap, enz. Hiervoor is na huidige inschatting ca. 1 fte extra ambtelijke capaciteit nodig vanuit de gemeente. Als de gemeente naast de ambtelijke capaciteit ook een financiële bijdrage wil leveren voor deze samenwerking, of een bijdrage wil leveren aan de activiteiten middels een activiteitensubsidie, dan gaat dit ten koste van de genoemde bedragen in scenario 1 en komt dit er bij scenario 2 t/m 4 extra bij. Met andere woorden, de financiële bijdrage aan gemeenschapshuizen van scenario 1 wordt daarmee verlaagd en de eigen bijdrage van de gemeenschapshuizen neemt daardoor toe.

De voorstellen binnen de geschetste scenario’s zijn bedoeld als antwoord op de ‘ontzorging’ van de gemeenschapshuizen op het gebied van de gebouwen. Een nadere uitwerking van de scenario's is te vinden in bijlage 4 en 5.

18

4 Opiniërende vragen Voorgaande geeft de grote stap aan die gezet moet worden van de visie vanuit het inwonersberaad naar het opstellen van uniform beleid. De complexiteit van de praktijk maakt een simpele verdeling van de middelen, die niet tegemoet komt aan de geschetste onderlinge verschillen, onlogisch. Om hierin verder te komen, hebben we diverse uitgangspunten geformuleerd. Opinievraag 1: Wat zijn voor u de meest belangrijke uitgangspunten zoals in dit stuk benoemd en onderbouwd? Hier volgt de opsomming van de uitgangspunten: 1.

Faciliteren van de leefbaarheid in de dorpen en wijken in de vorm van een toekomstbestendige ontmoetingsfunctie, met maatwerk waar nodig.

2. Voor elk dorp of wijk wordt een toekomstbestendige ontmoetingsplek vastgesteld. 3. De basis wordt vastgelegd in het op te stellen beleid. 4.

Financieel: Het huidige budget inzake de dorpshuizen (subsidie, onderhoud en voorziening) blijft in alle gevallen beschikbaar voor de sociale ontmoetingsplekken. In het op te stellen beleid wordt hier nader invulling aan gegeven. 5. Ontmoeten is van groot belang voor de vitaliteit in een dorp of wijk en daar hechten we als gemeente veel waarde aan. 6. De kaders voor de sociale ontmoetingsplaatsen gaan over de gemeenschapshuizen. De invulling van welk gebouw of welke ruimte geschikt is, zal per dorp of wijk bekeken worden. 7. De definitie van een gemeenschapshuis samengevat: een neutrale fysieke locatie, met georganiseerde activiteiten voor en door inwoners uit de omliggende omgeving . 8.

Laagdrempelige activiteiten voor een mix aan doelgroepen zijn een voorwaarde om een plaats een gemeenschapshuis te kunnen noemen. 9. Winst maken is geen doel en deelnemers dragen financieel niet of (maximaal) kostendekkend bij aan activiteiten. 10. Het financiële kader is op basis van de jaarlijkse begroting. In 2025 is dit € 741.304. 11. De praktijk is het vertrekpunt van de vormgeving van beleid op gemeenschapshuizen. 12. De gemeente neemt het vrijwillige ondernemerschap van het gemeenschapshuis niet over. 13. De gemeente neemt een rol bij het ontzorgen in de ‘gebouwenlast’ opdat tijd en energie van de besturen naar het faciliteren van de activiteiten kan gaan. 14. De gemeente neemt het eigendom van de gemeenschapshuizen in eigendom van besturen niet over. 15. Toekomstbestendige gemeenschapshuizen realiseren vraagt jaarlijks een investering van de gemeente in nauwe samenwerking met de gemeenschap en partners.

19

Opinievraag 2: Welk kader is voor u leidend? A. Het financieel kader van € 741.304,- zoals opgenomen in de huidige begroting of B. In ieder dorp en in iedere wijk een sociale ontmoetingsplaats in de vorm van minimaal en maximaal één gemeenschapshuis. Hieronder zijn per kader een aantal voor- en nadelen opgenomen. Financieel kader van € 741.304 Voordelen:

● doordat er dorpen en wijken zijn zonder gemeenschapshuis, kan een bestaand gemeenschapshuis door doelgroepen uit andere dorpen en wijken worden gebruikt; ● andere locaties in de openbare ruimte worden beter benut voor sociale ontmoeting in een dorp/wijk zonder “gebouw”; ● doordat het onderhoud wordt gebaseerd op een MJOP, is de gemeente meer in control op deze kosten en is vooraf meer duidelijk wat per jaar wordt uitgegeven in plaats van dat de gemeente verrast wordt met verzoeken voor ad hoc onderhoud. Nadelen:

● er is geen financiële ruimte voor nieuwe gemeenschapshuizen in de dorpen/wijken waar er nu geen is. Dit kan een gevoel van oneerlijkheid geven bij inwoners uit deze dorpen/wijken. ● gevoel van oneerlijkheid bij inwoners van de dorpen/wijken waar geen gemeenschapshuis wordt gerealiseerd; ● de mogelijkheid om eigen identiteit van de dorpen/wijken en gemeenschap te kunnen uitdragen/vormgeven, verdwijnt voor de dorpen/wijken waar geen gemeenschapshuis is; ● geen toekomstbestendigheid. Een aantal gemeenschapshuizen hebben door onvoldoende financiën problemen om het pand te onderhouden, waardoor sluiting dreigt; ● als er nieuwe gemeenschapshuizen in dorpen/wijken bij komen, dan betekent dit dat de jaarlijkse toegekende middelen bij bestaande gemeenschapshuizen afnemen, waardoor er meer omzet moet worden gemaakt om de kosten te kunnen dragen. Commerciële activiteiten kunnen dan maatschappelijke activiteiten verdringen; ● vanwege eerder gemaakte afspraken m.b.t. de toegekende middelen aan gemeenschapshuizen is het de vraag hoe snel de eerder gemaakte afspraken afgebouwd kunnen worden naar het nieuw vast te stellen beleid.

20

In ieder dorp/wijk minimaal en maximaal één gemeenschapshuis Voordelen:

● doordat vaststaat over hoeveel gemeenschapshuizen het gaat, kan het de gemeente het MJOP hierop begroten en is de gemeente meer in control op deze kosten in plaats van dat er steeds meer gemeenschapshuizen bij komen; ● versterking van een bestaand gemeenschapshuis, doordat doelgroepen uit andere dorpen/wijken dit gemeenschapshuis ook gaan bezoeken; ● gevoel van eerlijkheid bij inwoners omdat er in elk dorp/wijk een gemeenschapshuis is; ● de mogelijkheid om eigen identiteit van dorp/wijk en gemeenschap te kunnen uitdragen/vormgeven. Nadelen:

● in dorpen/wijken met meerdere gemeenschapshuizen moet een keuze worden gemaakt welke locatie als gemeenschapshuis wordt gezien die door de gemeente ondersteund wordt; denk bijvoorbeeld aan de Pukkel en De Linde in Meerkerk. ● dit past niet in het huidige financieel kader, omdat er dan nog nieuwe gemeenschapshuizen bij gaan komen. Daarnaast krijgen sommige besturen op dit moment nog geen bijdrage in onderhoud. Opinievraag 3: Welk scenario heeft uw voorkeur? Scenario

Omschrijving

Jaarlijkse kosten

1

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud en toegankelijkheid

€ 741.304 excl. eigen bijdrage gemeenschapshuizen van € 46.130

2

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente, en onroerendezaakbelasting

€ 1.244.549 (de kosten zitten € 503.245 boven het financieel kader)

3

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente, onroerendezaakbelasting en verduurzaming

€ 1.378.101 (de kosten zitten € 636.797 boven het financieel kader)

4

Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, onroerendezaakbelasting verduurzaming en lange termijn huisvestingsplan

€ 1.946.752 (de kosten zitten € 1.205.448 boven het financieel kader)

21

In onderstaande tabellen zijn de scenario's getoetst aan de drie toetsingscriteria:

Vervolg Met de resultaten uit deze opiniërende bespreking werken we het meest passende scenario verder uit het beleidskader voor de gemeenschapshuizen. Dit kader leggen we in november 2025 aan u voor.

Bijlage(n): Bijlage 1 Gemeenschapshuizen in dorpen en wijken Bijlage 2 Overzicht kaders en uitgangspunten n.a.v. eerdere besluitvorming Bijlage 3 Opbouw huidige situatie Bijlage 4 Uitwerking 4 scenario's Bijlage 5 Uitwerking berekening scenario’s en toetsingskader Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris, {{Signer1}}

ValidSigned door Judith de Jonge op 08-09-2025

W.J. (Judith) de Jonge

de burgemeester, {{Signer2}} ValidSigned door Sjors Fröhlich op 08-09-2025

S. (Sjors) Fröhlich

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=a0574969-946b-4583-86b0-e34ac03c41a0