CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

9. (AZ) RIB inzake openstaande vragen GABO.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 22 april 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Categorie I: schriftelijke mededelingen van college of griffie1.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Vijfheerenlanden

Ons kenmerk

: 256994

Onderwerp

: Keuze hoogte mandaat

Datum

: 19 maart 2021

Geachte raadsleden, Aanleiding Tijdens uw vergadering van 22 februari 2021 heeft u besloten geen wensen of bedenkingen te hebben ten aanzien van het besluit van ons college om geen beroep in cassatie in te stellen tegen het eindarrest van het gerechtshof d.d. 15 december 2020 in de rechtszaak tegen GABO B.V. Een belangrijke overweging voor dit besluit was het aan een cassatieberoep verbonden financiële risico: de schade zou aanzienlijk hoger uit kunnen vallen dan thans het geval is. Gevraagd is waarom de bedragen van € 138.000.000 en € 180.000.000 ten tijde van de afgifte van het raadsmandaat van € 43.000.000 niet als realistisch werden gezien, en nu wel. Wat was de reden om het mandaat naar € 43.000.000 te verhogen in de wetenschap dat het ook wel € 138.000.000. of € 180.000.000 had kunnen worden? Hoger schadebedrag werd niet uitgesloten Dat de schade hoger zou kunnen uitvallen dan de berekende schade op basis van de doorrekening van het arrest van het hof van 8 augustus 2017 werd, ook ten tijde van het mandaatbesluit, niet uitgesloten geacht. In de door Wijn & Stael opgestelde notitie “Grenzen rechtsstrijd na cassatie en voortzetting procedure” van 18 september 2019 wordt naar aanleiding van rechtsoverweging 3.6.21.

uit het arrest van de Hoge Raad de mogelijkheid genoemd dat de schadeberekening zou worden aangepast als enkelvoudig zou worden opgerent: “Tegen deze achtergrond en gelet op de verwerping van de klachten van Niemans over de hantering van een peildatum in het verleden, moet de laatste zin van r.ov. 3.6.2 van de Hoge Raad onzes inziens zo worden begrepen dat het hof nog moet oordelen of enkelvoudig/samengesteld moet worden opgerent (“op welke wijze de per 1 januari berekende schade met wettelijke rente dient te worden vermeerderd”) en of – als enkelvoudig wordt opgerent – de schadeberekening nog moet worden aangepast middels een ‘truc’ of anderszins” 2. 1

Arrest Hoge Raad d.d. 30 augustus 2019, r.ov. 3.6.2: “dat het hof op grond van nader partijdebat nog zal beslissen op welke wijze de per 1 januari 1976 berekende rente met wettelijke rente dient te worden vermeerderd, en of in met de berekening van de rente eventueel nog aanpassing van de schadeberekening noodzakelijk is.’’ 2 Onderstreping college.

Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11, 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 / vijfheerenlanden.nl / info@vijfheerenlanden.nl

Op 3 oktober 2019 is aan de hand van een presentatie van Wijn & Stael de vervolgkoers na cassatie met uw raad besproken. Er is toen besproken op welke juridische vraagpunten door het hof nog beslist moest worden en welke lijn de gemeente daarin zou kiezen. Alle financiële scenario’s zijn bij die gelegenheid de revue gepasseerd. Mandaatbedrag van € 43.000.000 Het mandaat van € 43.000.000 moet in het licht worden gezien van het voortzetten van de procedure bij het hof over de nog resterende geschilpunten. Dit speelde dus nadat het cassatieberoep tegen het schrappen van de risico-opslag uit de schadeberekeningsmethode verworpen was. Op 14 januari 2020 konden partijen zich tijdens een comparitie uitlaten over de voorzetting van de procedure over de nog resterende geschilpunten. Er werd rekening mee gehouden dat het hof bij die gelegenheid zou aansturen op een schikking. Het enige bedrag dat toen enigszins hard was, want gebaseerd op de doorrekening van de financiële gevolgen van het arrest van het hof van 8 augustus 2017, was € 43.000.000. Op dat moment wisten wij niet of, en zo ja op welke manier, het hof invulling zou geven aan de door de Hoge Raad geboden ruimte om de schadeberekening verder aan te passen. Elk ander schikkingsbedrag was daardoor moeilijk te onderbouwen en niet goed verdedigbaar.

Bovendien waren er goede gronden om te betogen de zaak zonder verdere aanpassing van de schadeberekening kon worden afgedaan. Dat op dat moment het gevraagde mandaat op zichzelf geen vreemde keuze was bleek overigens tijdens de comparitie. Het hof stuurde aan op een schikking in de richting van bedrag waarvoor mandaat was gevraagd. Het hof had deskundigen gevraagd een doorrekening te maken. “Het hof heeft deskundigen gevraagd informeel hun zienswijze te geven over de aanpassing van het schadebedrag als de risico-opslag buiten beschouwing wordt gelaten. Deze zienswijze zou een basis kunnen vormen voor verder overleg tussen partijen om tot een schikking te komen. Uitgangspunt is dat volgens vaste rechtspraak over schade die het gevolg is van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst vóór 1992 in beginsel de oude wettelijke regeling van toepassing is en enkelvoudig moet worden opgerent ”. De situatie is na het eindarrest van 15 december 2020 anders dan daarvoor omdat duidelijk is dat het hof van oordeel is dat de werkelijke schade niet vergoed wordt als voor de schadeberekening een peildatum in het verleden wordt gehanteerd en er enkelvoudige rente van toepassing is. Dat maakt de inschatting dat, ook als de gemeente in cassatie gelijk krijgt er aan de schadeberekening gesleuteld kan gaan worden om daarmee “de werkelijk schade” te vergoeden, een andere.

Bovendien is de gemeente nu veroordeeld tot het betalen van een concreet bedrag. De gemeente zou met een besluit om in cassatie te gaan zelf verantwoordelijk zijn voor het risico om tot een hoger bedrag te worden veroordeeld. Voor die tijd verdedigde de gemeente zich om niet tot een hoog bedrag veroordeeld te worden. De gemeente is steeds bereid geweest om te schikken op basis van objectiveerbare berekeningen. Eerst op basis van de uitkomsten van de berekeningen van de commissie van deskundigen en daarna, nadat dat arrest in cassatie in stand was gebleven, het arrest van het hof van 8 augustus 2017. Daarmee is een consequente lijn aangehouden. De gemeente was bereid om te schikken, zich neer te leggen bij een bedrag dat, gezien de stand van de procedure, redelijkerwijs objectief te verantwoorden was. Daarmee is de keuze gemaakt dat, wanneer voor zo’n bedrag geen schikking bereikt kon worden, de procedure voort te zetten en het oordeel over de hoogte van de schadevergoeding aan de rechter te laten. Die keuze is expliciet gemaakt

tijdens een presentatie aan uw raad op 3 oktober 2019: “Max mandaat om te schikken van € 43 miljoen en anders laten aankomen op arrest3”. Dat arrest is het arrest van 15 december 2020. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,

de burgemeester,

{{signer1}} 16/03/2021 17:04:49 CET

{{signer2}} 16/03/2021 17:09:25 CET

Signed By: n.van.ameijde@vijfheerenlanden.nl ID: 45a93998-fd22-4e58-8ab1-e1a8eaa0b1af Auth: Consent

N. (Nanette) van Ameijde-Poortman

3

Presentatie gemeenteraad d.d. 3 oktober 2019

Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl ID: 45a93998-fd22-4e58-8ab1-e1a8eaa0b1af Auth: Consent

S. (Sjors) Fröhlich

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=24ca1566-abdd-4fdb-aef1-f0d1a5ca3d85