8 bijlagen BP samengevoegd
Tekst van het document
Auteur
Kenmerk
Datum
1.6
Saneringsinformatie Bovengronds
1.7
Ondergronds
Start
Eind
Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij RUD Utrecht 2.0 bodemloket@rudutrecht.nl
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bergstraat 27 Leerdam
Gemeente Vijfheerenlanden
Datum: 4-8-2022 Projectnummer: 190266 Versie 1.4
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Ligging plangebied Doel van het onderzoek
3 3 4
2
Wet- en regelgeving
5
2.1 2.2 2.3 2.4
Wet geluidhinder Hogere waarde procedure Gecumuleerde geluidsbelasting Rekenmethodieken
5 7 8 8
3
Onderzoeksgegevens
9
3.1
Selectie van geluidbronnen
9
4
Onderzoek
12
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Onderzoeksopzet Bepalen van de geluidsbelastingen Geluidsbelastingen Mogelijkheden voor geluidreducerende maatregelen Cumulatie Toetsing geluidbeleid gemeente Vijfheerenlanden Toetsing aan het Bouwbesluit 2012
12 12 13 17 19 20 23
5
Conclusie
25
Bijlagen Bijlage A Verbeelding bestemmingsplan Bijlage B Grafisch overzicht rekenmodel Bijlage C Rapportage van het rekenmodel
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In de oksel van de Bergstraat, Schavet en de Nieuwstraat in het centrum van Leerdam zijn woonpercelen gesitueerd. Het betreft de adressen Bergstraat 27, 27a, 27b, 27c, 27z (transformatorhuisje), alsmede Nieuwstraat 46, 46a en 48 en 50. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen (met uitzondering van het trafohuisje) en hiervoor in de plaats een appartementengebouw te realiseren. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan ‘Leerdam Centrum’, aangezien het appartementengebouw buiten het geldend bouwvlak is beoogd en de maximale bouwhoogte overstijgt. Om de beoogde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek noodzakelijk naar de geluidsbelasting vanwege industrie- en wegverkeerslawaai. Onderhavig rapport is een uitwerking van dit onderzoek naar geluid.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich in het centrum van de kern Leerdam, gelegen binnen de geluidzone van de glasfabriek. Aan de noord-, oost- en zuidzijde zijn respectievelijk de Bergstraat, Schavet en de Nieuwstraat gesitueerd. Aan de westzijde is ten slotte bestaande bebouwing aanwezig. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is op de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven. Zie hiervoor bijlage A.
Figuur 1 Globale ligging plangebied (in rood)
3
Figuur 2 Globale begrenzing plangebied (rode arcering) bron: pdokviewer.pdok.nl
1.3
Doel van het onderzoek Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet volgens artikelen 76a en 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) en artikel 4.1 van het Besluit geluidhinder (Bgh) bij het nieuwe planologisch regime waarin woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt binnen de zones van (spoor)wegen, akoestisch onderzoek worden verricht.
SAB
4
2
Wet- en regelgeving
2.1
Wet geluidhinder
2.1.1
Zones Langs wegen en spoorwegen liggen zones. Binnen deze zones moet voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Wegverkeer De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg: stedelijk of buitenstedelijk. De zone ligt aan weerszijden van de weg en is gemeten vanuit de rand van de weg. De zones, zoals beschreven in artikel 74 van de Wgh, zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Aantal rijstroken
Zones langs wegen Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 meter
250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Tabel 1 Overzicht van de zones langs wegen
Artikel 74 lid 2 van de Wgh maakt een uitzondering voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur en woonerven. Deze wegen hebben geen zone en zijn daarmee niet onderzoeksplichtig1. Railverkeer De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zone ligt aan weerszijden van een spoorweg en wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De zones, zoals beschreven in artikel 1.4a uit het Bgh, zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Hoogste geluidsbelasting op referentiepunt
Zones langs spoorwegen
Kleiner dan 56 dB
100 meter
Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB
200 meter
Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB
300 meter
Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB
600 meter
Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB
900 meter
Gelijk aan of groter dan 74 dB
1.200 meter
Tabel 2 Overzicht van de zones langs spoorwegen
1
Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh is voor 30 km/uur wegen geen onderzoeksplicht. Op 3 september 2003 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgesproken (nr. 200203751/1: Abcoude) dat nog niet geconcludeerd kan worden dat het project aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening (goed woon- en leefklimaat, zoals opgenomen in het Bouwbesluit). Daarom wordt bij 30 km-zones onderzocht of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de gevel.
SAB
5
Industrielawaai De wettelijke zone van een gezoneerd industrieterrein is afhankelijk van de gereserveerde geluidruimte voor alle bedrijven binnen het industrieterrein. Deze zone is gelegen rondom het industrieterrein en wordt bepaald door de grens van het industrieterrein en de 50 dB(A) geluidcontour vanwege de geluidreservering van het terrein. 2.1.2
Grenswaarden De Wgh heeft tot doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. In de Wgh zijn hiervoor twee soorten grenswaarden opgenomen: − Voorkeursgrenswaarde2: Deze waarde garandeert een goede woon- en leefsituatie binnen de invloedssfeer van een geluidbron (wegen, spoorwegen, enzovoort). − Maximale ontheffingswaarde: Deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor een hogere waarde kan worden aangevraagd. De grenswaarden zijn onder andere afhankelijk van de geluidbron (wegverkeer-, railverkeer- of industrielawaai), de ligging van de geluidgevoelige bebouwing (stedelijk of buitenstedelijk gebied) en het type geluidgevoelige bebouwing. In de volgende tabel zijn voor geluidgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarden en de meest voorkomende hoogst toelaatbare geluidsbelasting uit de Wgh weergeven. Wegverkeer
Railverkeer
Gezoneerd industrieterrein
Stedelijk gebied Voorkeursgrenswaarde
48 dB (art. 82 Wgh)
55 dB (art. 4.9 lid 1)
50 dB (art. 44 Wgh)
Maximale ontheffingswaarde
63 dB (art. 83 lid 2 Wgh)
68 dB (art. 4.10)
55 dB (art. 45 Wgh)
Voorkeursgrenswaarde
48 dB (art. 82 Wgh)
55 dB (art. 4.9 lid 1)
50 dB (art. 44 Wgh)
Maximale ontheffingswaarde
53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
68 dB (art. 4.10)
55 dB (art. 45 Wgh)
Buitenstedelijk gebied
Tabel 3 Overzicht van de grenswaarden uit de Wgh
Gezien de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting en de maximale ontheffingswaarde kunnen zich drie situaties voordoen: Een geluidsbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde In deze situatie zijn volgens de Wgh geen nadere acties nodig om de geluidgevoelige bebouwing te realiseren. Een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde In deze situatie dienen bij voorkeur maatregelen te worden getroffen om de geluidsbelasting terug te brengen tot een waarde die lager is dan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer er overwegende bezwaren zijn vanuit stedenbouwkundig, verkeerskundig, 2
De term voorkeursgrenswaarde stond in de Wgh tot 1-1-2007. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden. Eén van de wijzigingen bestond uit het feit dat de term ‘voorkeursgrenswaarde’ werd vervangen door ‘ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting’. Om verwarring te voorkomen en de leesbaarheid te verhogen wordt in dit akoestisch onderzoek de term voorkeursgrenswaarde gebruikt.
SAB
6
landschappelijk of financieel oogpunt, kan voor de geluidgevoelige bebouwing een hogere waarde worden aangevraagd. Voor het verlenen van hogere waarden kan de gemeente een gemeentelijk geluidbeleid vaststellen. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde In deze situatie is de realisatie van geluidgevoelige bebouwing in principe niet mogelijk, tenzij geluidbeperkende maatregelen worden getroffen waardoor de geluidsbelasting daalt tot een waarde lager dan de voorkeursgrenswaarde of de maximale ontheffingswaarde.
2.2
Hogere waarde procedure Bij een geluidsbelasting, na beschouwing van maatregelen, tussen de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare geluidsbelasting kan bij het college van burgemeester en wethouders (B en W), onder bepaalde voorwaarden, ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden aangevraagd. Daarnaast moet worden voldaan worden aan de eisen zoals opgenomen in de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent hogere waarden WGH (d.d. 29-07-2020). De eisen zijn als volgt: - Elke woning dient minimaal één stille gevel te hebben. Op deze gevel wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschreden. - Wanneer een hogere waarde wordt verleend moet altijd onderzoek worden gedaan naar de gecumuleerde geluidsbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met het geluid van alle verschillende geluidsbronnen samen (incl. wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur). - Een woning mag maximaal twee dove gevels hebben. Een dove gevel is een gevel zonder te openen deuren en ramen. - Wanneer balkons of loggia’s aanwezig zijn, dienen deze aan de onderkant te worden voorzien van geluidsabsorptie. - Wanneer sprake is van nieuwbouw van meer dan 10 woningen, moet gemotiveerd worden waarom voor de betreffende inrichting van het plangebied is gekozen.
Daarnaast zijn er een aantal inspanningsverplichtingen: - Elke woning heeft per etage minimaal één slaap- of woonkamer aan de stille zijde. - Indien de woning beschikt over één of meer buitenruimten (tuin of balkon), dan ligt minimaal één van deze buitenruimte aan de stille zijde. - Een woning heeft voor binnenstedelijke situaties geen hogere waarden hoger dan de voorkeurswaarde + 10 dB. Bij een aanvraag hogere grenswaarden is toetsing van de gevelwering vereist in verband met de binnenwaarde. De binnenwaarde mag de maximale waarde niet overschrijden. Ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai betreft dit 33 dB, ten gevolge van industrielawaai betreft dit 35 dB. De eventuele toetsing van de binnenwaarde is niet in dit onderzoek beschouwd en hoeft pas plaats te vinden bij de aanvraag om een Bouwvergunning.
SAB
7
Indien een hogere grenswaarde wordt aangevraagd, mag het college van B en W vragen naar de gecumuleerde geluidsbelasting, waarbij ook andere bronnen zijn meegenomen, zoals railverkeerslawaai of industrielawaai (art. 157 Wgh, Bgh Hoofdstuk 2, art. 2.2b, lid 1-5).
2.3
Gecumuleerde geluidsbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting wordt berekend ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen (waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld) die in meerdere geluidszones in de zin van de Wgh liggen. In het zesde lid van artikel 110a Wgh wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders slechts hogere waarden vast kunnen stellen, wanneer de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onacceptabele geluidsbelasting. De Wgh geeft geen grenswaarden voor de gecumuleerde geluidsbelasting. Dit is derhalve ter beoordeling van het bevoegd gezag.
2.4
Rekenmethodieken
2.4.1
Rekenmethodiek voor de geluidsbelastingen Volgens artikel 110d van de Wgh moet voor wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012) worden gevolgd. Voor de berekening van de geluidsbelasting van een weg is de rekenmethodiek beschreven in bijlage III (hoofdstuk 3) van het RMG 2012. Voor de berekening van de geluidsbelasting van een spoorlijn is de rekenmethodiek beschreven in bijlage IV(hoofdstuk 3) van het RMG 2012. Voor de berekening van de geluidsbelasting van een gezoneerd industrieterrein is de rekenmethodiek beschreven in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. De reken- en meetvoorschriften schrijven voor dat het equivalente geluidniveau moet worden bepaald volgens standaardrekenmethode 2, maar dat in bepaalde situaties kan worden volstaan met een eenvoudigere standaardrekenmethode 1-berekening. Standaardrekenmethode 1 is gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie, waarbij ten aanzien van het toepassingsbereik van de methode, voorwaarden worden gesteld. In voorliggende situatie is gerekend met standaardrekenmethode 2, hiervoor is voor het aspect wegverkeerslawaai gebruikgemaakt van het computerprogramma WinHavik (versie 9.02). Het aspect industrielawaai is door de Omgevingsdienst regio Utrecht beoordeeld in het zonebeheermodel.
2.4.2
Rekenmethodiek voor de gecumuleerde geluidsbelasting Cumulatie is alleen van belang in situaties waarin geluidgevoelige bebouwing wordt blootgesteld aan meerdere geluidbronnen. Op basis van bijlage I, hoofdstuk 2: “Rekenmethode gecumuleerde geluidsbelasting” uit het RMG 2012 hoeven bronnen, die niet zorgen voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, niet betrokken te worden in de berekening van de gecumuleerde geluidsbelasting. De gecumuleerde geluidsbelasting wordt in het kader van de bepaling van de gevelwering berekend exclusief aftrek artikel 110g Wgh.
SAB
8
3
Onderzoeksgegevens Toetsing aan het gezoneerde industrieterrein is door de Omgevingsdienst regio Utrecht uitgevoerd in het zonebeheermodel. De verkeersgegevens zijn verstrekt door de gemeente Vijfherenlanden. De verdelingen van de 30 km/uur wegen zijn in samenspraak met de gemeente bepaald.
3.1
Selectie van geluidbronnen Voor het akoestische onderzoek wordt allereerst bepaald welke (spoor)wegen relevant zijn voor het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied liggen wegen en een gezoneerd industrieterrein van de glasfabriek. Het plangebied ligt in de akoestische aandachtszone van het industrieterrein Glasfabriek Leerdam en de provinciale weg N327. Het akoestisch onderzoek richt zich op deze bronnen. Ook de nabijgelegen 30 km/uur wegen de Bergstraat, Fonteinstraat, Schavet en de Nieuwstraat. Deze wegen hebben geen zone, maar zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel mee genomen in de berekeningen.
3.1.1
Snelheid wegen De N327 is ter hoogte van het plangebied (tussen Spoorstraat en Diefdijk) binnen de bebouwde kom gelegen en hiervoor geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Voor de overige wegvakken binnen de bebouwde kom geldt een maximum snelheid van 30 km/uur.
3.1.2
Wegverharding Op de wegen zijn de volgende wegverhardingen gehanteerd: o N327 (tussen Spoorstraat en Diefdijk): asfalt; o Bergstraat, Schavet en de Nieuweweg: klinkers in keperverband. o Fonteinstraat: klinkers niet keperverband
3.1.3
Verkeersintensiteiten wegen In dit onderzoek is de intensiteit (voertuigbewegingen per etmaal) van de personenauto’s en vrachtwagens (middelzware en zware vrachtwagens) afkomstig van de gemeente Vijfherenlanden. In tabel 4 zijn de verkeersintensiteiten weergegeven voor het prognosejaar 2030 en 2032, uitgaande van 1% autonome groei per jaar. Weg
N327
Wegvak
Spoorstraat tot Stadhouder Stadhouder Janstraat tot Diefdijk
SAB
Etmaalintensiteit
2030 [mvt/etm]
2032 [mvt/etm]
17.600
Janstraat
Bergstraat
Etmaalintensiteit
9.400
17.954 9.589
Westwal tot Markthof
1.026
Markthof
743
Markthof tot Fonteinstraat
524
Fonteinstraat tot Schavet
273
9
Weg
Schavet Nieuwstraat
Fonteinstraat
Wegvak
Etmaalintensiteit
Etmaalintensiteit
2030 [mvt/etm]
2032 [mvt/etm]
Schavet tot Vlietskant
731
Bergstraat tot Nieuwstraat
703
Westwal tot Markthof
281
Markthof tot Fonteinstraat
500
Fonteinstraat tot Poorterij
470
Poorterij tot Vlietskant
300
Bergstraat tot Nieuwstraat
481
Tabel 4 Verkeersintensiteiten
3.1.4
Bebouwing en waarneemhoogten De waarneempunten zijn gesitueerd op 1,5 meter boven elke verdiepingsvloer, waarbij uitgegaan wordt van een verdiepingshoogte van 3 meter. Conform de verbeelding bedraagt de maximale bouwhoogte 12,5 meter. In dit onderzoek is getoetst op de randen van het bouwvlak en de daarmee maximaal planologische mogelijkheden.
Figuur 2 Verbeelding bestemmingsplan
3.1.5
Aftrek ex artikel 110g Wgh Voor wegen waar de representatief te achten snelheid lager is dan 70 km/uur wordt een correctie toegepast van 5 dB. Voor wegen waar de toegestane maximum snelheid hoger of gelijk is aan 70 km/uur een aftrek afhankelijk van de berekende geluidsbelasting. Indien de geluidsbelasting 57 dB bedraagt, is de aftrek 4 dB. Bij een geluidsbe-
SAB
10
lasting van 56 dB bedraagt de correctie 3 dB. Indien een andere geluidsbelasting wordt berekend bedraagt de correctie 2 dB. In dit onderzoek wordt een correctie van 5 dB3 toegepast aangezien de snelheid lager ligt dan 70 km/uur.
3
Op grond van de Wgh moet bij wegen met een snelheid tot 70 km/uur een aftrek voor het stiller worden van het verkeer (aftrek op grond van artikel 110g Wgh) van 5 dB worden toegepast. Voor 30 km/uur wegen is deze aftrek niet vastgelegd in de Wgh, omdat deze geen zone hebben. Bij lagere snelheden is het aandeel motorgeluid hoger dan van het bandengeluid. Het is aannemelijk dat het motorgeluid in de toekomst sterk zal afnemen, door gebruik van elektrische en hybride auto’s, bij 30 km/uur wegen is dan ook de aftrek voor het stiller worden van het verkeer (aftrek op grond van artikel 110g Wgh) van 5 dB toegepast. Hiermee is aangesloten bij de Raad van State uitspraak bij het bestemmingsplan “Parijsch Zuid” in Culemborg (zaaknummer: 201304862/3/R2).
SAB
11