CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Publieksversie volksbewegingen.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 22 september 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Categorie II: Ter afhandeling van het college3.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Amsterdam, 20 november 2019

aan de burgemeester van Den Haag t.a.v. Rombout Alkema Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

geweld tegen rechtse volksbewegingen

In deze brief verdedig ik geweld tegen rechtse volksbewegingen in Nederland, zoals de Gele Hesjes en de Farmers Defence Force. De brief sluit aan bij mijn eerdere mails over de boerenprotesten, en mijn eedere brieven aan het OM, over de onafwendbaarheid van geweld in een gepolariseerde samenleving, en de noodzaak van eigenrichting. In recente brieven aan het OM heb ik ook het gebruik van geweld verdedigd, om bescherming van transgenders af te dwingen, en om grondwettelijke bescherming tegen nieuw-rechts cultuurbeleid af te dwingen. De rechtse volksbewegingen zijn een Europees verschijnsel. Voorbeelden zijn de Gele Hesjes, de Oost-Duitse Pegida, de benzineprijs-blokkades in het VK in 2000, de massale provossenjacht demonstraties in het VK enkele jaren daarna, de Reichsbürger in Duitsland, de 'anti-gender' beweging in Frankrijk, en de katholieke 'rozenkrans-marsen' in Polen. Er is een duidelijk verband met de opkomst van nieuwe rechtse politieke bewegingen, die voor het gemak vaak 'populistisch' worden genoemd. In Nederland, waren de inmiddels vergeten 'stille marsen' uit de jaren '90 een voorbode van de latere Fortuyn-revolte. De LPF en de PVV leken daarna de onvrede te hebben gekanaliseerd binnen de parlementaire democratie, een functie die sommige politicologen als voordeel zien.

De laatste jaren is er weer een verschuiving zichtbaar naar 'de straat', wellicht omdat de LPF en de PVV weinig hebben bereikt. Voorbeelden zijn de Nederlandse Pegida, de acties bij de Oostvaardersplassen, de pro-Pieten protesten, en de Farmers Defence Force. De opkomst van zulke bewegingen in Nederland is makkelijk te verklaren. Een deel van de bevolking is vervreemd van het politiek proces, haat inmiddels 'de elite', en ervaart een verlies van hun waarden, cultuur, en tradities. Ze voelen zich verraden, en existentieel bedreigd. Deze rechtse Nederlanders zijn al langere tijd woedend. Dat leidt op den duur tot mobilisatie, en vervolgens tot geweld. De boeren hebben een specifieke plaats in dit kader. Het is in alle westerse landen het geval, minstens vanaf de 19e eeuw, dat de boeren rechts zijn. Er is ook een algemene kloof tussen stad en platteland, dat herhaaldelijk zichtbaar is bij verkiezingen en referenda. Dat wordt in het huidige Nederland versterkt, door de inmiddels afwijkende samenstelling van de boerenbevolking. Hoewel dat voor iedereen zichtbaar is (zeker bij boerenacties), krijgt het

1

weinig aandacht in de media. De typische boer is een autochtone man, christelijk, gelovig, kerkganger, sociaal conservatief, niet hoogopgeleid, en politiek rechts. Vroeger was dat niet afwijkend: in de jaren '50 bestond de meerderheid van de mannelijke bevolking uit laagopgeleide, christelijke, autochtone kerkgangers, met behoudende sociale idealen en waarden. Bij de boerenacties staat, bij wijze van spreken, het Nederland van 1955 te demonstreren. De boeren zijn een afspiegeling van een verdwenen samenleving, maar dat hebben ze zelf niet helemaal in de gaten. Zoals rechts Nederland in het algemeen, zien ze zichzelf eerder als 'het volk', als de natuurlijke meerderheid, als de echte bevolking. Maar in werkelijkheid zijn ze zelf een etnisch-culturele minderheid geworden - voer voor antropologen. De kloof tussen de boeren en de bredere samenleving werd goed zichtbaar bij de eerste boerenacties in in Den Haag, begin oktober. Geert Wilders, die bijna nooit in het openbaar spreekt, klom op een trekker om de boeren toe te spreken. Waarom voelt hij zich juist daar veilig? Omdat hij weet, dat er bij een boerendemonstratie geen moslims ertussen zitten. Wie ontbreekt verder? Allochtone minderheden, bijvoorbeeld: de Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen, en ook asielzoekers en statushouders.

Vaak geldt dat voor 100% het lijkt haast ondenkbaar, dat er ergens in Nederland een Eritrese veehouder actief is. Ook afwezig als boeren zijn de Oost-Europese migranten, die wel in de landbouw werken, maar uitsluitend als knecht. Hoogopgeleiden en links zijn nauwelijks te vinden, met uitzondering van de biologische land- en tuinbouw. Oververtegenwoordigd zijn daarentegen gelovigen, met name katholieken en gereformeerden. Een vergelijkbare afwijkende samenstelling speelt ook een rol, bij de spanningen rond Zwarte Piet. In de plaatselijke Sinterklaas-comité's, de dragende kracht van de Sinterklaas-traditie in Nederland, zitten bijna uitsluitend laagopgeleide autochtonen. Ook deze comité's vormen een afspiegeling van een verdwenen samenleving, en dat verklaart waarom de Sinterklaasintochten nooit zijn aangepast, aan de veranderde bevolkingssamenstelling. Het verklaart ook waarom die comité's in het defensief schoten, toen aanpassingen van buitenaf werden verlangd. Op vergelijkbare wijze, zijn de boeren niet meegegaan met de veranderingen in de samenleving, en reageren defensief op hervormingen die van buitenaf worden opgedrongen. De afwijkende samenstelling van de beroepsgroep is ten dele te verklaren uit de beperkte toegankelijkheid en beroepsmobiliteit.

Vele boeren volgen simpelweg hun vader op, en dat is niet bevordelijk voor de instroom van nieuwe mensen, en dus ook niet voor de diversiteit. Je kunt ook niet zomaar een leegstaande boerderij kopen of huren: het verloop is gering. Maar de homogeniteit van de beroepsgroep is ook te wijten aan de boeren zelf. Buitenstaanders zijn over het algemeen niet welkom, en dat geldt nog meer voor buitenlanders, of anderen die sterk afwijken van de eigen normen. Dat is ook van invloed op de bedrijfsvoering, omdat boeren vaak een beroep doen op een traditie van onderlinge steun. Een Eritrese veehouder zou echt niet welkom zijn in een gereformeerde boerendorp, zeker als hij niet christelijk is, en nog minder als het om een vrouw gaat. De gemeenten dragen ook schuld: ze hebben zich nooit ingezet voor diversiteit in de sector. Feitelijk hebben ze zich neergelegd bij een 'whites-only' landbouw. Ook de Rabobank, de hoofdfinancier van de sector, speelt een kwalijke rol. Een Eritreeër die in de veehouderij wil stappen, en bij de Rabobank aanklopt voor een agrarische lening, wordt waarschijnlijk uitgelachen. Door deze vormen van uitsluiting wordt de homogeniteit van de beroepsgroep in stand gehouden, en daarmee ook de afstand tot de multi-etnische stedelijke samenleving vergroot.

2

De afwijkende samenstelling leidt vervolgens tot wrevel tegen de stedelijke multi-etnische samenleving in de Randstad. Ook dit verschijnsel is in meerdere westerse landen zichtbaar, en laat zich verklaren door vervreemding. De gereformeerde boer uit Staphorst leert dat Nederland zijn land is, en Amsterdam zijn hoofdstad, maar een bezoek aan Amsterdam ervaart hij als een bezoek aan het buitenland. Dat wordt verder versterkt doordat de boeren zelf een groepsidentiteit hebben, en daardoor een waarde-oordeel kunnen vormen over de eigen authenticiteit. Vanuit hun eigen collectief zelfbeeld als 'goede Nederlanders', komen ze tot een verwerping van de stedelijke multietnische samenleving als on-Nederlands, wezensvreemd, en/of opgelegd. Dat gevoel delen ze met rechts Nederland in het algemeen, ook met de rechtse Nederlanders die zelf in de Randstad wonen. Vanuit deze houding is het een kleine stap naar een wereldbeeld, waarin ze slachtoffers zijn van kwaadwillende krachten, die hun land, identiteit, en cultuur willen vernietigen. Deze opeenstapeling van factoren heeft tot gevolg, dat de boeren structureel tot rechts Nederland horen. Vanuit deze plaatsbepaling - de boeren als onderdeel van een rechts geheel is een beschrijving van de (latente) groepsideologie mogelijk. Wat willen de boeren? De boeren zijn patriottisch, en eren de nationale helden zoals Michiel De Ruyter.

Ze zijn conservatief ten aanzien van de natie, en streven maar het behoud van de Nederlandse cultuur en identiteit. De boeren zijn dus cultuur-conservatieven. Ze zijn, met uitzondering van de gereformeerden die niet aan de Sinterklaasviering meedoen, pro Zwarte Piet. Ze zijn ook proPasen en pro-Kerst. De boeren verwerpen gender-neutraal beleid, en staan in elk geval wantrouwend, zo niet vijandig, tegenover transgenders. Voor zover ze het cultuurmarxisme kennen, verwerpen ze deze. De boeren zijn tegen de massa-immigratie, en tegen Schengen. Ze zijn anti-Marokkaans, en in iets mindere mate anti-Turks. Ze zijn anti-Afrikaans in de zin dat ze vijandig staan tegen migranten uit Afrika. De boeren zijn in het algemeen anti-asielzoeker, en verwerpen de komst van AZC's in hun eigen dorpen. De boeren zijn anti-Islam. De boeren zijn anti-links. Ze zijn in politiek opzicht anti-egalitair (tegen het egalitarisme), ze zijn anti-communistisch, en anti-Marxistisch. Ze zijn tegen het klimaatactivisme, die ze als vijandig ervaren. Ze zijn ook tegen het klimaatbeleid, die ze niet zien als overheidsreactie op wetenschappelijk vastgestelde verschijnselen, maar als product van het links activisme. De boeren zijn ook eurosceptisch. Ondanks de ontvangen miljarden aan EU-subsidies, willen ze het liefst af van de EU, die ze als een vijandige macht ervaren.

De boeren zijn voorstanders van de nationale staat (natie-staat), en willen de Nederlandse soevereiniteit verdedigen. De boeren willen het herstel van een samenleving, die zij vanzelfsprekend vinden, en waarin ze zich thuis voelen. De boerenacties zijn dus niet primair een reactie op de stikstofcrisis, maar een uiting van een diepe onvrede, over de koers van de staat en de vorm van de samenleving. Dat gaat terug tot in de jaren '90, zo niet eerder. De stikstofcrisis was dus slechts een trigger. Het is juist kenmerkend voor de rechtse volksbewegingen, dat ze als one-issue protestbeweging zijn ontstaan, en daarna snel verbreed. De Gele Hesjes in Frankrijk, bijvoorbeeld, zijn als protest tegen de diesel-accijns ontstaan. De Farmers Defence Force is zelf als boeren-knokploeg ontstaan, na een boerderij-bezetting door dierenactivisten.

3

Dat de recente acties diepere wortels hebben, is ook duidelijk op de sociale media, soms ook in de mainstream-media. Telegraaf-journalist Wierd Duk sprak met de actievoerende boeren, en trof een cultureel onbehagen: "Wat zij waarnemen is dat de politiek zich laat intimideren door belangenclubs. Dat radicale activisten ervoor weten te zorgen dat Zwarte Piet niet meer welkom is bij de landelijke intocht van Sinterklaas omdat de NPO zwakke knieën heeft. Dat extreem milieu-eisen worden gehonoreerd, waardoor boeren en bouwers zich nu afvragen of zij mogelijk failliet zullen gaan. Dat een D66-minister zich uitspreekt voor speelgoedafdelingen waar geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen jongens en meisjes. Dat 'racisme-bestrijders' afdwingen dat we niet langer 'blank' zeggen, maar het met schuld beladen 'wit'. Dat de namen van zeehelden uit de publiek ruimte worden gebannen en een museum de term Gouden Eeuw besmet verklaart. Dat is waar we over praten ... Over dat zij het beu zijn dat hen de gedachte wordt opgedrongen dat zij niet 'deugen'. Dat hen wordt wijs gemaakt dat hun vertrouwde Nederland 'fout' zou zijn.

Het is onrechtvaardig zeggen zij en met hun voelen miljoenen Nederlanders dit zo." De verhouding tussen de onvrede en de boerenacties, wordt helder uitgelegd in deze tweet (16 oktober), van 'Vincent' (@fireondemand1), in antwoord op een tweet van Jesse Klaver: Elite in Nederland snapt niet dat miljoenen Nederlanders niets liever zouden hebben dat de boeren het #binnenhof in puin rijden omdat de boeren als proxy fungeren voor hun opgekropte woede over migratie, islam, dalende koopkracht en politiek correcte waanzin. En zo tot de kern van de zaak: er is een relatief breed gedragen wens tot een rechtse revolutie. De stemming op rechts wordt expliciet uitgedrukt, in deze tweets van de nationalist 'Johan Boogaard' (@JohanBoogaard): Het is duidelijk dat de volkswoede groter wordt, een volksopstand/burgeroorlog blijft niet lang meer uit. Het volk is het schadelijke beleid zat, de politieke elite minacht ons. Idiote maatregelen worden ons opgedrongen. Dit moet stoppen. In diverse Europese landen is de vlam in de pan geslagen en keert het volk zich steeds meer tegen de politieke elite, hun zorgen worden genegeerd, de elite luistert niet meer. De woede zal groter worden, er komen meer opstanden, een revolutie begint. De onvrede zal alleen maar groter worden, het volk is het zat en wil verandering, de politieke elite luistert niet meer naar hen.

Een volksopstand is dus een logisch gevolg, het volk neemt het recht in eigen hand. Nog enkele tweets uit midden oktober, om de toon weer te geven: Edje (@azzkikr1975): Er is maar 1 oplossing en dat is een volksopstand en die klerezooi afzetten in Den Haag. Laat de #polderlente maar beginnen. Joost Niemoller (@JoostNiemoller): Dit wordt een boerenrevolutie! Geweldig. Er moet een einde komen aan de GroenLinks dictatuur. Er moet ook een einde komen aan dit verschrikkelijke kabinet. En aan de klimaathysterie.

4

Eduard Smeets (@eduards119): Ten opzichte van de 18 geleasde tanks van het nederlandse leger heeft de nederlandse bevolking toch wat meer in zijn mars als het er op aan komt. Het is duidelijk dat de wens tot een rechtse revolutie leeft, dat het van invloed is op de rechtse volksbewegingen, en dat de wens niet beperkt is tot enkele individuen. Het is opvallend dat politie en leger niet als een hindernis worden gezien. Ook opvallend in historisch perspectief, is dat rechts de vroegere linkse actie-taal en revolutie-retoriek heeft overgenomen. Dat klinkt soms komisch, maar net als bij lone-wolf terrorisme, is de ferme taal wel een aanwijzing voor bereidheid tot geweld. Een rechtse revolutie, of een gewelddadige poging daartoe, valt dus niet uit te sluiten. Uiteraard heeft dat gevolgen voor derden. Impliciet in het principe van het staatsmonopolie op geweld, is de verwachting dat de overheid de burger beschermt. Dat houdt ook in, dat de overheid de burger beschermt tegen rechts, waar dat nodig is. Dat gebeurt niet in de westerse democratieën. Specifiek worden minderheden niet beschermd, tegen de vaak vijandige houding van rechts. Dat komt deels door de liberale principes zelf, want in een liberale samenleving is het de ene burger toegestaan, om zich te keren tegen de andere burger.

Maar het heeft ook uiteraard te maken, met de rechtse sympathieën van de elite zelf, ondanks alle anti-elite retoriek aan rechtse zijde. Rechts Nederland denkt dat regering en parlement in handen zijn van de cultuur-marxisten, of zoiets. Vele rechtse Nederlanders zien ook de media, de politie, en zelfs het koningshuis, als onderdeel van een feitelijk complot tegen het volk. Maar dat is gewoon niet het geval. Het koningshuis, het leger, de politie, het OM, en een groot deel van de media, zijn gewoon rechts, zoals in de overige westerse landen. In sociologisch opzicht is de gevestigde macht ook per definitie rechts, zeker als het als over meerdere generaties gevestigd is. In het parlement, en op zijn beurt de regering, zijn radicaal-linkse stemmen juist afwezig. Ook de ambtenarij is sterk behoudend, in klassieke zin. De rechtse 'bedrijfscultuur' van de politieke elite wordt zichtbaar, als ze een radicale verandering op gang moeten brengen, zoals bij het klimaatbeleid. Dat doen ze met grote tegenzin. De sympathieën van de elite liggen dus veel eerder bij de patriottische boeren, dan bij de linkse activisten die de boeren als vijand zien, of bij de allochtonen die de boeren liever zien vertrekken. Ideologisch gezien staat de elite dus niet afkerig tegen een rechtse volksrevolutie, en velen binnen de elite zouden buigen en meewerken, zeker als hun eigen positie niet bedreigd wordt.

In de praktijk betekent dat ook, dat de elite bereid zal zijn, om de bescherming van minderheden overboord te zetten. Het is dus onwaarschijnlijk, dat de politiek-bestuurlijke elite mij zou beschermen tegen een kabinet Wilders-Baudet, die mij in een interneringskamp zou stoppen (of erger). Dat geldt nog sterker voor de politie en het leger. In principe moeten de ordediensten voorkomen, dat rechtse volksbewegingen een rechts kabinet afdwingen door geweld. Een deel van de rechtse activisten denkt dat bij een grootschalige confrontatie, de politie en het leger de kant van de opstandige volksbeweging zullen kiezen. Dat is niet geheel onrealistisch, gezien de oververtegenwoordiging van rechtse autochtonen, binnen leger en politie. In dat geval zou het vrij makkelijk zijn, om met enkele duizenden personen het Binnenhof te bezetten, en een rechtse regering af te dwingen. Mark Rutte veronderstelt, dat marechaussee en politie zullen schieten op een menigte, die hem komt afzetten. Maar als dat niet gebeurt, dan is hij ook door duizend boeren met trekkers eenvoudig af te zetten. Zelfs als dat scenario op zich onwaarschijnlijk is, vormt het gevaar van een rechtse revolutie een rechtvaardiging voor tegengeweld, zeker tegen diegenen die openlijk een rechtse revolutie

5

nastreven. De staat zou moeten garanderen, dat de niet-rechtse burger niet blootgesteld wordt aan de repressie, die inherent zou zijn aan een rechts-revolutionair regime. In Nederland ontbreekt die garantie. Dat is wat telt, niet de vraag of Mark Rutte morgen wordt afgezet door de boeren. In Nederland ontbreekt zelfs een garantie tegen een rechtse staatsgreep: als de legerleiding het goedkeurt, dan is het niet eens strafbaar. De elite ervaart een rechtse machtsgreep niet als een groot probleem, maar staat wel wantrouwend tegen geweld van derde partijen, die zich tegen een rechtse machtsgreep verzetten. Gezien de omstandigheden, bepleit ik de vorming van gewapende milities, die rechtse volksbewegingen zoals de Farmers Defence Force bestrijden, en verhinderen bij een eventuele machtsgreep. De milities zouden met name in Den Haag in actie komen, en daarom is de kwestie relevant voor de burgemeester van Den Haag. Ze zouden ook bijvoorbeeld de provinciehuizen kunnen beschermen, tegen intimidatie vanuit de rechtse volksbewegingen. De milities kunnen ook de naleving van de milieuregels afdwingen, als de officiële instanties door intimidatie machteloos staan. En de rechtsstaat? De fragmentatie en polarisatie van de westerse samenlevingen, leiden vanzelf tot meer geweld, meer wapens, en meer eigenrichting. Het staatsmonopolie op geweld brokkelt af, gelijk het democratisch proces.

Dat is een lange-termijn trend, die waarschijnlijk niet te keren valt. De overheid moet zich dan niet vastklampen aan de rechtsstaat, maar deze juist loslaten, en op zoek gaan naar alternatieven. Los van een denkbare machtsgreep, vereist het 'boerenprobleem' een specifiek antwoord, in de vorm van structurele maatregelen. Het is niet wenselijk, dat de voedselvoorziening in handen is van rechts. Daarom moet de samenstelling van de boerenbevolking veranderen. Het moet meer een beroepsgroep worden, en minder een etnisch-culturele-religieuze minderheid. Dat vereist ook een breuk met de boeren- en plattelandstradities. Om te beginnen moet een einde komen aan het automatisme, dat de boerenzoon zijn vader opvolgt. Het is de voornaamste hindernis voor meer diversiteit bij de boerenbevolking. Het doorbreken daarvan kan alleen met pijnlijke maatregelen, feitelijk een opvolgingsverbod. Daarnaast moet de overheid zorgen voor een 'zij-instroom' in het boerenbedrijf, van mensen van buiten de agrarische tradities - in de praktijk vooral stedelingen. Voor deze mensen moet ook een passende opleiding beschikbaar zijn: de bestaande land- en tuinbouwscholen zijn teveel gericht op de kinderen van boeren. Om de rechtse agrarische bedrijfscultuur aan te pakken, moet de overheid ook een politieke toetsing invoeren, voor subsidies en vergunningen.

Dat vereist een aanpassing van de antidiscriminatie wetgeving. Individuele boeren zouden verplicht moeten worden, om in elk geval de antropogene klimaatverandering als feit te erkennen, en ook de algemene legitimiteit van klimaatbeleid. Dat wil zeggen, de boer die niet gelooft in de opwarming van de aarde, of het klimaatbeleid als kwaadwillend links activisme afdoet, krijgt geen vergunningen voor het boerenbedrijf, en moet zijn bedrijf verkopen. Mogelijk kan ook het cultuur-conservatisme worden getoetst. (Ik heb de gemeente Amsterdam een voorstel gedaan om rechtse sollicitanten te weren, dat een model biedt voor het politiek toetsen van de agrarische sector.) Daarnaast moet het gebrek aan diversiteit rechtstreeks worden aangepakt. De agrarische subsidies en vergunningen, en zo mogelijk ook de agrarische leningen, moeten over meerdere bevolkingsgroepen worden verspreid. Dat kan wellicht binnen de bestaande wetgeving, als positieve discriminatie. Denkbaar is dat bijvoorbeeld gereformeerde mannen tijdelijk uitgesloten worden, omdat ze statistisch oververtegenwoordigd zijn bij het huidige boerenbestand.

6

Ook de Rabobank moet worden aangepakt. De bank moet worden gedwongen tot erkenning dat het jarenlang gediscrimineerd heeft (op grond van geslacht, etniciteit, en godsdienst), en verplicht tot diversiteit bij directie en kader. Een specifiek probleem is het gebruik van landbouwvoertuigen bij rechtse acties: de bank moet de leningsvoorwaarden aanpassen, om dat te verbieden. Tegenstanders zullen deze maatregelen als 'anti-boeren' en 'anti-platteland' opvatten, maar ze zijn in dat opzicht beperkt. Het voornaamste doel is de voedselvoorziening veilig te stellen, door het uit handen te nemen van rechts. Een algemene anti-rurale strategie is iets anders. Het platteland staat in de westerse landen bekend als een reservoir van nationaal-conservatisme en traditie: in Frankrijk heet dat 'la France profonde'. Dat kan echter een voordeel zijn, want het nationaal-conservatisme wordt daarmee geografisch gescheiden van minder conservatieve gebieden. Ik heb eerder voorgesteld, om als reactie op de polarisatie een segregatie-beleid in te voeren, en desnoods ook een geopolitieke scheiding. Daarbij zouden in elk geval Brabant en Limburg aan de PVV worden overdragen, en mogelijk meer dan de helft van het land, waarbij een multi-etnische Randstad overblijft. In dat licht is het juist een voordeel, dat 'de province' grotendeels autochtoon en rechts is.

Het vergemakkelijkt een toekomstige staatkundige scheiding. In mijn voorstel aan de informateur (2017), schets ik de mogelijke koers van het rechtse zuiden, na de scheiding: ... het land uit de EU, de gulden terug, weg met de allochtonen, weg met de linkse elite, ruim baan voor de hardwerkende ondernemer, lage belastingen, goedkope benzine, bredere wegen, geen files, de grenzen dicht, geen Islam, geen Koran, geen moskeeën, geen boerka of hoofddoek, geen Sharia, harde straffen, lage criminaliteit, geen terrorisme, geen Marokkanen, geen Turken, geen Antillianen, geen Polen, geen multicultuur, geen klimaatbeleid, geen windmolenparken, en Zwarte Piet blijft zwart. Hiermee wordt juist tegemoet gekomen, aan de wensen van de rechtse volksbewegingen. Als we de zaken in dat licht bekijken, dan moeten we niet zo schrikken van voorstellen tot de oprichting van gewapende milities, om die bewegingen te bestrijden. Zulke conflicten zijn in historisch opzicht te zien als een overgangsproces, onderdeel van een geopolitieke transitie. Het model van de liberaal-democratische nationale eenheidsstaat heeft gefaald, ingehaald door de sociale, culturele, technologische, en politieke ontwikkelingen. Daarom kunnen we het beter loslaten, en iets nieuws bedenken. Dat proces gaat onvermijdelijk gepaard met frictie en conflict.

Paul Treanor

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=f7c5180d-e961-4273-b4de-a09359783f48