CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

39. (RVE) Bijlage 2 def Nota beantwoording zienswijzen.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 21 april 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Categorie I: schriftelijke mededelingen van college of griffie8.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording Zienswijzen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingseffectrapportage t.b.v. de omgevingsvisie gemeente Vijfheerenlanden

22 maart 2022

Inleiding De gemeente Vijfheerenlanden is gestart met het opstellen van de omgevingsvisie. Hierin wordt beschreven welke ontwikkelingen en opgaven er de komende vijftien - twintig jaar zijn binnen de fysieke leefomgeving en hoe de gemeente dit wil realiseren. Het gaat hierbij om o.a. over woningbouw, de energietransitie, werklocaties, mobiliteit en ontwikkelingen van groen en landschap. Voor de omgevingsvisie worden de gevolgen van keuzes voor de fysieke leefomgeving onderzocht. Dit doen we door een omgevings-effectrapport (OER) op te stellen. Dit is een wettelijke verplichting (een m.e.r.- of o.e.r.-procedure). De onderzoeksaanpak hiervoor is beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin is ook beschreven welke zoeklocaties voor windenergie zullen worden onderzocht en hoe dat onderzoek zal plaatsvinden.

Inspraak en advies NRD De NRD heeft in de periode van 13 januari tot 24 februari 2022 (6 weken) ter inzage gelegen, waarbij iedereen die dat wil hierover een zienswijze in kon dienen. Tegelijkertijd is de NRD naar de overlegpartners van de gemeente gestuurd, zoals buurgemeenten en het Waterschap Rivierenland. Dit zijn de wettelijke adviseurs en bestuursorganen en zij kunnen advies geven op de NRD. Er is geen gebruik gemaakt van de vrijwillige optie om de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) al te betrekken in de NRD-fase. Er zijn in totaal dertien zienswijzen en drie adviezen ingediend, waarvan één zienswijze identiek is aan een andere zienswijze. In deze nota zijn de ingediende zienswijzen samengevat weergegeven en voorzien van een reactie. Concreet wordt aangegeven of dit leidt tot aanpassing van de NRD, oftewel de onderzoeksaanpak van het OER. De NRD en de Nota van Beantwoording Zienswijzen vormen samen het advies over de vast te stellen reikwijdte en het detailniveau van het OER. De NRD met de Nota van beantwoording Zienswijzen NRD worden ter vaststelling voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en vervolgens ter kennisgeving toegezonden aan de raad van de gemeente Vijfheerenlanden. Alle insprekers ontvangen vervolgens de Nota van Beantwoording Zienswijzen NRD met daarin de reactie op zijn/haar zienswijze.

OER De zienswijzen en adviezen worden gebruikt bij het opstellen van het OER. De Nota van beantwoording Zienswijzen vormt te zijner tijd ook een bijlage bij het OER. De uiteindelijke beleidskeuzes die opgenomen worden in de ontwerp-omgevingsvisie, worden eerst afgestemd met de gemeenteraad, waarna deze vervolgens op milieueffecten worden beoordeeld in het OER.

-2-

Terinzagelegging OER als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvisie Het OER wordt als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvisie na vrijgave door het college ter inzage gelegd. Opnieuw kan iedereen die dat wil tijdens deze terinzagelegging een reactie geven. De partijen die benaderd zijn voor een reactie op de NRD worden ook benaderd om een reactie te geven op de ontwerp-omgevingsvisie en het OER. Daarnaast geeft in deze fase de Commissie voor de milieueffectrapportage een toetsingsadvies over het OER. Hiermee wordt de o.e.r.-procedure afgerond. De resultaten van de terinzagelegging worden vastgelegd in een Nota van Zienswijzen ontwerp-omgevingsvisie en OER door de gemeenteraad bij de vaststelling van de omgevingsvisie betrokken.

-3-

Beantwoording zienswijzen Appellant 1 1.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

1.2 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.3 Reactie Reactie gemeente Conclusie 1.4 Reactie Reactie gemeente

Aandacht voor windturbines in de NRD is onevenwichtig. Invloed vanuit de RES dient compleet opgenomen te worden, ook zoekgebieden zon-op-dak opnemen (incl kaart) en de invloed van windturbines en zon-op-dak op alle andere thema’s en aspecten zoals genoemd in de Atlas. In het OER worden de te onderzoeken opgaven en alternatieven uitgewerkt. Het gaat daarbij niet alleen om de zoeklocaties voor windmolens maar ook over woningbouw e.d. We werken in het OER de effecten uit op basis van onderzoeksvragen en alternatieven per opgave, bijvoorbeeld voor de opgaven voor wonen, werken, mobiliteit, het landelijk gebied maar ook voor energie in brede zin. Eén van de opgaven voor Vijfheerenlanden is het inzetten op de energietransitie. In het OER worden de invloed van de RES en de Transitievisie Warmte in beeld gebracht., waarbij de netwerkcapaciteit één van de aandachtspunten is. Door deze analyse ontstaat een ruimtelijk beeld van de energie-opgave binnen de gemeente. Alle te onderzoeken opgaven en alternatieven worden beoordeeld op het gehele beoordelingskader, oftewel alle thema’s en aspecten zoals genoemd in de Atlas. Er zal dus geen sprake meer zijn van twee (samengestelde) alternatieven voor álle opgaven en vraagstukken voor de gemeente, zoals aangekondigd in NRD, maar van onderzoeksvragen en alternatieven per opgave waarvan de effecten worden onderzocht in het OER.

Vanwege voortschrijdend inzicht wordt de voorgestelde aanpak van twee alternatieven in de NRD gewijzigd naar te onderzoeken opgaven en alternatieven in het OER. Uw zienswijze sluit aan op deze ambtelijke aanpassing. De reactie leidt verder niet tot aanpassing van de NRD.

Ook de gevolgen zon-op-dak onderzoeken (o.a. capaciteit elektr. Netwerk) i.r.t. de andere opgaven zoals groei bevolking. Dit komt aan de orde in het OER, onder de aspecten “energievraag” en “huidige en potentie duurzame energiebronnen”. Voor de potentie van de zon-op-daken wordt gebruikt gemaakt van de reeds uitgevoerde analyse in de RES 1.0. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Het Groene Hart consulteren. Stichting het Groene Hart heeft een zienswijze op de NRD ingediend. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Aangeven op welke normen voor windturbines de OER zich baseert. Eigen normen of normen van de regering? In het OER wordt geen gebruik gemaakt van normen, maar wordt gekeken naar de kans op het optreden van hinder (o.a. geluid, slagschaduw, omgevingsveiligheid). Ten aanzien van geluidhin-

-4-

Conclusie 1.5 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.6 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

der: in het OER wordt de geluidbelasting van een aantal windturbinevarianten (qua afmetingen) op de veertien zoeklocaties met indicatieve berekeningen in beeld gebracht. Hierbij wordt ingegaan op het potentieel aantal geluidgehinderden per locatie en windturbinevariant. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van literatuurgegevens over de relatie tussen de geluidbelasting en het aandeel gehinderden. Uit de literatuur blljkt dat ook bij een geluidbelasting die lager is dan de (inmiddels niet meer geldende) norm hinder kan worden ervaren, maar dat het deel van de bewoners dat hinder ervaart kleiner is als de geluidbelasting lager is. Door deze aanpak kunnen de verschileffecten in beeld worden gebracht. Hierbij wordt ook gekeken naar een geluidbelasting die lager is dan de (overigens niet meer geldende) normen van het Activiteitenbesluit. Door deze aanpak ontstaat een compleet beeld van de kans op het optreden van hinder of ernstige hinder bij de locaties. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Aangeven welke scenario’s worden voorzien bij de windturbines (wat betekent ‘sober’ en ‘ontwikkel’). Er zal geen sprake meer zijn van twee (samengestelde) alternatieven voor alle opgaven en vraagstukken voor de gemeente, zoals aangekondigd in NRD. We werken in het OER de effecten uit op basis van onderzoeksvragen en alternatieven per opgave, bijvoorbeeld voor de opgaven voor wonen, werken, mobiliteit, het landelijk gebied maar ook voor energie in brede zin. Zie ook 1.1. Voor het windonderzoek wordt gewerkt met een aantal windturbinevarianten qua vermogen en afmetingen, om daarmee de verschileffecten tussen kleinere en grotere windturbines te laten zien. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Aandacht voor de gezondheid i.r.t. windturbines is onderbelicht. Ook de huidige stand opnemen, o.a. met behulp van de website www.allecijfers.nl. Daarnaast aandacht besteden aan andere indicatoren zoals geluk en welvaart. Gezondheid in relatie tot windturbines komt aan de orde met behulp van de analyses voor diverse aspecten uit het beoordelingskader, zoals onder andere leefbaarheid, inclusiviteit, landschap, geluid, omgevingsveiligheid, slagschaduw en schittering en bodemkwaliteit. Hierbij zal nader in worden gegaan op de relatie met gezondheid; bijvoorbeeld voor het aspect geluid wordt ingegaan op het aantal potentiële geluidgehinderden. In de Atlas wordt gebruik gemaakt van data van de website www.allecijfers.nl. Voor het in beeld brengen van de leefbaarheid, dat gerelateerd is aan geluk en welvaart, wordt gebruik gemaakt van de leefbarometer (zie de website www.leefbarometer.nl ). De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

-5-

1.7 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.8 Reactie

Reactie gemeente

Onderzoeksmethodiek onduidelijk, er wordt niet vermeld hoe de genoemde onderzoeken uitgevoerd worden. Door middel van een omgevingstechnische analyse wordt onderzoek uitgevoerd naar de veertien locaties op hun geschiktheid voor het plaatsen van windturbines, mede in relatie tot de andere opgaven van de omgevingsvisie. Dit onderzoek vindt plaats voor een aantal verschillende windturbinevarianten qua afmetingen. Geluid is één van de belangrijkste thema’s voor het in beeld brengen van de gezondheidseffecten. Via een geografisch informatie systeem (GIS) wordt het aantal woningen en andere geluidgevoelige objecten rond de locatie in zones/schillen met verschillende afstanden in beeld gebracht, berekend en vertaald naar de potentiële geluidhinder. Hierbij worden sets van afstandscontouren, passend bij de windturbinevarianten, gehanteerd. Daarbij wordt een uit de literatuur afgeleide relatie tussen de hinderpercentages en geluidbelasting toegepast en vertaald in afstand. Momenteel wordt op rijksniveau een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit. Dat onderzoek raakt meerdere onderwerpen, zoals geluid, externe veiligheid, slagschaduw en ruimtelijke ordening. In de kamerbrief d.d. 21 februari 2022 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is de voortgang van het onderzoek vermeld.

Volgens deze brief is afronding van het onderzoek (door RIVM en een externe partij) voorzien in maart 2022. Zodra de resultaten gereed en openbaar zijn, worden deze resultaten zo mogelijk gehanteerd in de omgevingstechnische analyse. In het OER wordt de onderzoeksmethodiek van het windonderzoek nader toegelicht. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzocht wordt een aantal onderzoeken uit te voeren:  In het veld;  Variaties in typen/modellen windturbines;  Variaties in afstanden tot scholen, werklocaties en woningen;  Geluidmetingen in gebouwen en van laag- tot hoogfrequent geluid;  Langdurig meten (meerdere weken, onder diverse condities);  Metingen bij proefpersonen;  Dubbelblinde opstelling;  Goedkeuring en monitoring door een onafhankelijk multidisciplinair team;  Omvang effecten intermittency windturbines onderling en met zon op dak. In het windonderzoek worden de effecten van een aantal windturbinevarianten qua afmetingen onderzocht op geluidgevoelige objecten. Er vinden geen geluidmetingen plaats omdat er nog geen windturbines aanwezig zijn. Er wordt gebruik gemaakt literatuurgegevens en informatie over windturbines. Wel wordt een geluidberekening uitgevoerd, om een beter beeld te hebben van de afstanden van de geluidcontouren tot de windturbines. Dit als basis voor het maken van een inschatting van de kans op geluidhinder. We kijken daarbij naar de twee grootste categorieën turbines.

-6-

Conclusie 1.9 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 1.10 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.11 Reactie Reactie gemeente Conclusie 1.12 Reactie Reactie gemeente

Voor de overige indicatoren wordt het onderzoek met behulp van het beoordelingskader met objectieve indicatoren uit de NRD uitgevoerd en op basis van literatuurgegevens. Het OER wordt getoetst door een onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage. De interferentie tussen windturbines onderling en andere opgaven binnen de gemeente komen aan de orde in het OER. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Van diverse, in de zienswijze genoemde, concrete gezondheidsaspecten aangeven of deze onderzocht worden, dan wel zijn overgedragen aan het RIVM-onderzoek en die uitkomsten afgewacht worden of onderbouwen waarom niet. Het onderzoek richt zich op een vergelijking van de locaties op hun (on)geschiktheid voor het plaatsen van windturbines. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van beschikbare literatuur over de kans op optreden van hinder als gevolg van windturbinegeluid. Er wordt geen onderzoek gedaan naar dosis-effectrelaties, bijvoorbeeld door onderzoek naar de relatie tussen de geluidbelasting en de hinder die wordt ervaren. Het onderzoek maakt hiervoor gebruik van literatuurgegevens. Hieruit blijkt dat bij een hogere geluidbelasting door winturbines een groter deel van de blootgestelde personen hinder of ernstige hinder ervaart. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Ten behoeve van onafhankelijke en zuivere weging dient de participatie vooraf plaats te vinden en niet tijdens het OER. De participatie over het windonderzoek vindt plaats op basis van de omgevingstechnische analyse van de veertien aangeduide zoeklocaties en is dus onderdeel van het proces van het opstellen van het OER. Door middel van de participatie-avond en participatietool kan een ieder aangeven welke beoordelingsaspecten prioriteit krijgen en zwaarder tellen in de afweging van de locaties (weegfactoren). Hierdoor is juist ruimte om met elkaar de reikwijdte en diepgang, passend bij dit onderzoek op gemeentelijk schaalniveau, aan te scherpen. De raad neemt deze uitkomsten mee in de uiteindelijke voorkeurskeuze van de zoeklocaties. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Leveringszekerheid als factor meenemen bij thema energie. Leveringszekerheid komt aan de orde onder het aspect huidige en potentie duurzame energiebronnen uit het beoordelingskader. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Onduidelijkheid over tot stand komen smileys. Welke cijfers liggen hieraan ten grondslag? In het OER wordt het beoordelingskader per aspect nader uitgewerkt, waar mogelijk met kwantificeerbare doelen en waarden (bijv. doelen uit nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en wettelijke normen en waarden). Per beoordelingsaspect worden

-7-

de volgende uitspraken gedaan om de huidige en referentiesituatie en de opgaven, alternatieven en (windturbine)varianten te beoordelen: 1. Wat is de huidige kwaliteit en kwaliteit van de referentiesituatie per beoordelingsaspect? 2. Wat is de verwachte autonome (beleids)trend, komt deze overeen met de doelen en waarden per beoordelingsthema? 3. Wat is de verwachte kwaliteit van de opgaven, alternatieven en (windturbine)varianten per beoordelingsaspect?

Conclusie 1.13 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.14 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.15 Reactie Reactie gemeente

Op basis van deze uitspraken wordt een beoordeling gegeven per beoordelingsaspect. Bij de beoordeling van de effecten per aspect is een vijfpuntsschaal gehanteerd met een score weergegeven met een zeer negatieve smiley tot en met een score weergegeven met zeer positieve smiley. Deze beoordelingsschaal, inclusief beschrijving, komt overeen met die van de Nationale Omgevingsvisie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Kaartje op blz. 7 bevat onjuistheden, verzoek dit aan te passen. Zijderveldselaan kent tweezijdige lintbebouwing, kernrandzones niet overal even breed. De Zijderveldselaan heeft inderdaad aan twee zijden bebouwing, echter de bebouwingsdichtheid is aan de zuidzijde erg laag. Ook is deze veel lager dan aan andere linten die als dubbel zijn ingetekend. Daarom is de Zijderveldselaan als enkel lint ingetekend. De kernrandzone is overgenomen uit de interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht. U vindt deze hier (kaart 9.1): https://ruimtelijkeplannen.provincieutrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Kaartje blz 11 is misleidend, sommige zoekgebieden hebben een naam, andere niet, dit eenduidig maken. De drie locaties met een naam waren op basis van het eerdere onderzoek aangeduid als voorkeurslocaties en daarom op deze kaart ook aangegeven met de toen gekozen naam. In dit windonderzoek worden alle veertien locaties aangeduid met nummers. De 14 locaties worden in het onderzoek gelijkwaardig onderzocht. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Hoe zijn de 14 zoekgebieden tot stand gekomen? In welk raadsbesluit zijn de gehanteerde criteria goedgekeurd? Deze zoekgebieden zijn in het proces om te komen tot het opstellen en vaststellen van de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) tot stand gekomen. Via GIS is een eerste analyse gemaakt, door middel van het invoeren van alle harde criteria. Daarna is door bureau Overmorgen een analyse gedaan en is dit vastgelegd in een rapportage. Deze is als bijlage openbaar gemaakt bij de vaststelling van de RES 1.0 op 30 september 2021 door de raad. U vindt de bijlage op de gemeentelijke website onder agendapunt 7.2 van de raadsvergadering: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Vijfheerenlanden/9076112e-dc10-4191-aff1-eb0bc5084055

-8-

Conclusie 1.16 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.17 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 1.18 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 1.19 Reactie Reactie gemeente

De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

De planning van de NRD dient gebaseerd te worden op de Atlas. Deze dient eerst gepubliceerd te worden. De Gemeente Atlas is onderdeel van de omgevingsvisie en wordt daarom gelijktijdig met de omgevingsvisie gepubliceerd. Het OER maakt gebruik van gegevens en (GIS)data uit de Atlas, zodat zowel de omgevingsvisie als het OER dezelfde uitgangspunten hanteren. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

De meetmethodiek ten opzichte van de Atlas (de ‘nul-meting’), door de appellant aangeduid als ‘+1-meting’ is niet duidelijk, deze moet beschreven worden. In het OER worden de resultaten uit de Atlas vertaald in een leefomgevingsfoto en beoordeeld per beoordelingsaspect (zie antwoord 1.12). In het OER worden tevens de te onderzoeken opgaven, alternatieven en varianten nader uitgewerkt en er wordt beschreven hoe de resultaten van deze onderzoeken en analyses tot stand zijn gekomen. Op dit schaalniveau van de gemeentelijke omgevingsvisie vinden veel analyses in het OER kwalitatief plaats waar het kan om goede uitspraken te doen en kwantitatief waar nodig. De omgevingstechnische analyse in het kader van het windonderzoek vindt in elk geval deels kwantitatief plaats (bijvoorbeeld de geluidsanalyse). Er wordt daarbij gebruik gemaakt van digitale kaartinformatie en van literatuurgegevens. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Eén gelegenheid om de invloed van plannen uit de omgevingsvisie in de OER door te rekenen is te weinig. Bij de gemeente staat de kwaliteit van het OER en de omgevingsvisie voorop. Dit is belangrijker dan de planning. Indien de resultaten aanleiding geven voor nadere analyses om weloverwogen keuzes te kunnen maken, op het schaalniveau van de gemeentelijke omgevingsvisie, dan zal daar in de planning ruimte voor worden opgenomen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In de NRD dient een lijst opgenomen te worden van adviesbureaus die diepgaand onderzoek uitvoeren. Er wordt voor het OER geen onderzoek uitgevoerd door andere bureaus dan de opsteller, Antea Group. Een lijst is dus niet aan de orde. Het onderzoek van de 14 zoeklocaties is er op gericht een keuze mogelijk te maken uit deze locaties en deze op te nemen in de omgevingsvisie. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijke omgevingseffecten die bij de locaties kunnen optreden als deze zouden worden gebruikt voor het plaatsen van windturbines. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over hinder door geluid en slagschaduw, de effecten op natuur en landschap e.d., zoals ook aangegeven in het beoordelingskader dat is opgenomen in de NRD. Nadat door de raad een voorkeurskeuze voor een windlocatie en/of voor een andere opgave uit de omgevingsvisie is gemaakt, zullen voor de

-9-

Conclusie

verdere uitwerking meer gedetailleerde en locatiespecifieke onderzoeken plaatsvinden. Dan zal ook projectparticipatie plaatsvinden. Dat is dan gekoppeld aan concrete plannen die voor de voorkeurslocaties kunnen worden uitgewerkt. Voor een windturbinelocatie komen dan de meer diepgaande onderzoeken naar geluid, omgevingsveiligheid, slagschaduw, etc. aan de orde in de vorm van een project m.e.r. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 10 -

Appellant 2 2.1 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 2.2 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 2.3 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

De lokale afweging moet mede gebaseerd zijn op landelijke en provinciale keuzes en beleid. Een goede afstemming met de landelijk proces voor NRD en MER windturbines is relevant. Voor het bepalen van nieuwe nationale milieunormen voor windparken is een m.e.r.-procedure ‘Nationale windturbinebepalingen leefomgeving’ opgestart. De NRD hiervoor heeft van donderdag 23 december 2021 tot en met woensdag 16 februari 2022 voor inspraak en advies ter inzage gelegen. Op 3 maart jl. is door de Commissie m.e.r. een advies over de reikwijdte en het detailniveau uitgebracht. De voortgang van deze m.e.r.-procedure wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Naar verwachting kan medio 2022 een zienswijze worden gegeven op het ontwerp van de nationale windturbinebepalingen en het bijbehorende MER. De gewijzigde planning voor vrijgave door het college en terinzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie gemeente Vijfheerenlanden en het bijbehorende OER is gericht op september 2022. Waar mogelijk worden de onderzoeksresultaten uit het landelijk proces gehanteerd in het OER en de omgevingsvisie. Het onderzoek naar afstandsnormen wordt in elk geval bij het OER betrokken (zie antwoord 1.7). In het OER wordt gebruik gemaakt van literatuurgegevens over de relatie tussen geluidniveau en hinderbeleving. Dit staat los van normen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In paragraaf 2.2. en hoofdstuk 4 ontbreken bij de duiding van agrarisch cultuurlandschap: Groene Hart en Unesco werelderfgoed de Nieuwe Hollandse Waterlinie, weidevogelgebieden en stiltegebied. Op kaart 2 ontbreken de kernrandzones. In Hoofdstuk 4 dienen hieraan ontleende criteria expliciet uitgewerkt te worden. De in de NRD opgenomen kaart betreft een kaart van de gebiedstypen, zoals deze in hoofdlijnen wordt gebruik en in mindere mate van de gebiedswaarden. In het OER vindt, mede op basis van de Gemeente Atlas, een uitwerking plaats van de genoemde gebiedswaarden. Genoemde aspecten vallen onder de beoordelingsaspecten landschap, cultuurhistorie, natuur, dan wel geluid. De kernrandzones zijn opgenomen in figuur 2.4. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Opname van het Groene Hart als NOVI-gebied en de hieraan gekoppelde opgaven ontbreekt als ambitie. Deze behoeven opname in hoofdstuk 3. Het gaat hierbij om:  Daling uitstoot stikstof en versterking biodiversiteit;  Transitie van de landbouw;  Tegengaan bodemdaling en waterveiligheid;  Klimaatverandering en vermindering CO2 uitstoot i.r.t. verhoging grondwaterpeil t.b.v. In het OER worden de nationale, provinciale en regionale en gemeentelijke beleidsdoelen nader uitgewerkt. Het Groene Hart als NOVI-gebied met bijbehorende doelen maakt hier onderdeel van uit. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 11 -

2.4 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

Noodzaak en haalbaarheid opgaven wonen en werken zullen eerst aangetoond moeten worden. Genoemde aantallen woningen vormen geen opgave maar een door de gemeente gemelde potentie. In het IRP worden de bedrijventerreinen in Vijfheerenlanden geduid met de motto’s facelift en revitaliseren. Voor woningen is in de IRP uitdrukkelijk geen regionale opgave neergelegd. De genoemde woningbehoefte voor Vijfheerenlanden is door adviesbureau Stec onderzocht en vormde de basis voor de op 16 juli 2020 vastgestelde Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden. Hierin is opgenomen dat 3.860 extra woningen nodig zijn. Deze komen op de toen reeds bestaande bouwplannen zoals de grote locaties Hoef en Haag nabij Vianen, Broekgraaf in Leerdam, de Weide in Meerkerk, etc. Met de woningaantallen in het IRP wordt aan de woningbehoefte nog onvoldoende voldaan. Wij zien de slaagkansen voor onze inwoners op een woning nog steeds dalen. Het betreft een opgave die Vijfheerenlanden en haar woningzoekenden daarom zeer serieus neemt. In het IRP, vanaf blz. 129 onder ‘3.4 TOEKOMSTPERSPECTIEF WOERD, WAARD EN VIJFHEERENLANDEN’ staat: Het perspectief voor Woerd, Waard en Vijfheerenlanden geeft een beeld van hoe de keuzes in het IRP doorwerken in dit deelgebied. Het is nog geen uitgewerkte visie, maar geeft een beeld van de projecten die hierin een plek krijgen.

De uitwerking van dit perspectief wordt in de vervolgfase gedaan. En: In Vijfheerenlanden wordt bij Vianen en Meerkerk uitbreiding van woon- en werklocaties in samenhang gezien met de mogelijkheden het OV te verbeteren. Maar ook: onder het kopje ‘Werken’: Uitbreidingsmogelijkheden bedrijventerreinen, Vianen en Meerkerk En niet te vergeten: ‘Er blijft een opgave voor regionaal bedrijventerrein over, hiervoor is in dit deelgebied nog geen ruimte voor gevonden, maar is wel belangrijk in de economische dynamiek. Deze opgave wordt deels gekoppeld aan ruimte in Vijfheerenlanden…’ Daarnaast is intensiveren (noem het facelift of revitaliseren), naast transformeren van bestaande bedrijventerreinen een belangrijk thema. Voor intensivering is gekozen om de ruimtevraag vanuit Werken te beperken, zonder dat dit ten koste gaat van de economische doorontwikkeling van de gemeente, als onderdeel van de regio U10. Desondanks blijft uitbreidingsruimte nodig en die is in het IRP (zoals hierboven) beschreven. En overigens: er ligt een duidelijke relatie tussen woningen bouwen en de groei van de potentiële beroepsbevolking. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 12 -

2.5 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 2.6 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 2.7 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 2.8 Reactie

Reactie gemeente Conclusie

Gezien de integrale benadering van het OER, zouden voor zover mogelijk ook harde plannen (Broekgraaf en Hoef en Haag) getoetst moeten worden in het OER. In het OER worden de effecten van alle nieuwe woningbouwplannen onderzocht, waarover nog geen juridisch besluit is genomen. Het bestemmingsplan voor de verdere ontwikkeling van de wijk Broekgraaf is in september 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het bestemmingsplan voor Hoef en Haag – 1e herziening Hoef en Haag is in december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Gezien de juridisch-planologische status van deze plannen worden de ontwikkelingen, zoals vastgelegd in deze bestemmingsplannen, niet opnieuw getoetst in het OER. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

De Gemeente Atlas is een referentiekader maar nog niet klaar. Hoe vangt de gemeente dit gemis op? Het OER maakt gebruikt van gegevens en (GIS)data uit de Atlas, zodat beide dezelfde uitgangspunten hanteren. Er wordt dus niet gestart met het OER voordat de Atlas gereed is. Momenteel wordt er gewerkt aan afronding van de Atlas. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Tabel 4.1, de beoordelingscriteria leggen geen relatie met concrete plannen en kunnen daarom niet bijdragen aan een gedegen besluitvorming rond de planvorming. Het OER is niet bedoeld voor besluitvorming rondom concrete planvorming. De omgevingsvisie is een strategisch instrument en bevat de visie en het langetermijnbeleid van de gemeente over de maatschappelijke opgaven binnen de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie vormt daarmee het kader voor de uitvoering van ruimtelijke plannen. Er worden geen concrete plannen opgenomen in de visie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Het voor het beperkte alternatief genoemde programma, overschrijdt de afspraken in POVI en IRP. Uitgangspunten uit POVI en IRP worden daarom niet als kader gerespecteerd. Zie 2.4. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 13 -

Appellant 3 3.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

In het beoordelingskader ontbreken twee belangrijke aspecten: 1. Belangrijke vliegroutes vogels. Hier is veel informatie over beschikbaar. Voor het thema groen en landschap dienen voor een goede afweging de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen hierop expliciet in beeld gebracht te worden. 2. Belangrijke weidevogelgebieden dienen goed meegenomen te worden in het afwegingskader voor Groen en landschap. In het OER wordt het beoordelingskader uitgewerkt. Zie ook 1.7. Beide genoemde aspecten maken onderdeel uit van het beoordelingsaspect natuur. Zie deels ook 2.2. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 14 -

Appellant 4 4.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 4.2 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 4.3 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 4.4 Reactie Reactie gemeente Conclusie

Bij de zoektocht naar locaties voor windturbines moeten lokale partijen worden betrokken. Een goede afstemming met het landelijk proces NRD en MER Windturbinebepalingen is wenselijk. De hierin vermelde aspecten moeten meegenomen worden in de NRD plan-OER. Door middel van het participatietraject krijgen lokale partijen de mogelijkheid te participeren. In dit OER bij de omgevingsvisie komen alle in de landelijke NRD Windturbinebepalingen genoemde thema’s en beoordelingsaspecten aan de orde. Het onderzoek richt zich op het vergelijken van de locatiealternatieven en maakt gebruik van literatuurgegevens in combinatie met digitale kaartinformatie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In paragraaf 2.2. en hoofdstuk 4 ontbreken bij de duiding van agrarisch cultuurlandschap: Groene Hart en Unesco werelderfgoed de Nieuwe Hollandse Waterlinie, weidevogelgebieden en stiltegebied. In het OER vindt, mede op basis van de Gemeente Atlas, een uitwerking plaats van de genoemde gebiedswaarden. Genoemde aspecten vallen onder de beoordelingsaspecten landschap, cultuurhistorie, natuur, dan wel geluid. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In de omgevingsvisie Vijfheerenlanden moet invulling worden gegeven aan landelijke en provinciaal beleid. Een aantal van deze elementen wordt gemist in hoofdstuk 3 te weten:  Opgaven van het NOVI-gebied Groene Hart;  Daling uitstoot stikstof en versterking biodiversiteit;  Klimaatverandering en vermindering CO2 uitstoot irt verhoging grondwaterpeil t.b.v. tegengaan bodemdaling;  Ruimte voor water. In het OER worden de nationale, provinciale en regionale en gemeentelijke beleidsdoelen nader uitgewerkt. Het Groene Hart als NOVI-gebied met bijbehorende doelen maakt hier onderdeel van uit. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In tabel 4.1 worden geen criteria genoemd en ook bronnen voor de beoordeling ontbreken. Zie 1.12 en ook 1.7, 1.9 specifiek over de beoordelingscriteria in kader van het windonderzoek. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 15 -

4.5 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 4.6 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

Tabel 4.1, door algemene trends te schetsen kan geen relatie worden gelegd met specifieke plannen. De gepresenteerde gegevens kunnen daarmee niet bijdragen aan besluitvorming rond de planvorming. Het OER is niet bedoeld voor besluitvorming rondom concrete planvorming. De omgevingsvisie is een strategisch instrument en bevat de visie en het langetermijnbeleid van de gemeente over de maatschappelijke opgaven binnen de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie vormt daarmee het kader voor de uitvoering van ruimtelijke plannen. Er worden geen concrete plannen opgenomen in de visie. Zie ook 2.7. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

De alternatieven voor de omgevingsvisie worden zeer globaal en beperkt benoemd. Ons voorstel is om dit uitgebreider te doen. Voor de beperkte variant worden de uitgangspunten van de POVI en de provinciale Omgevingsverordening niet als kader gepresenteerd. Ten aanzien van de te onderzoeken opgaven, alternatieven en varianten: zie 1.1 en 1.5. Ten aanzien van de uitgangspunten van de POVI en de provinciale Omgevingsverordening als kader: zie 2.8. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 16 -

Appellant 5 5.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 5.2 Reactie

Reactie gemeente

De gezondheidsbevorderende en -beschermende factoren staan vooral in het beoordelingskader met indicatoren (hoofdstuk 4.3). Ons advies is om alle thema’s van de omgevingsvisie ‘gezond leven’ als uitgangspunt of als dwarsdoorsnijdend thema te nemen, in plaats van als apart thema. In het OER wordt het beoordelingskader per aspect nader uitgewerkt, waar mogelijk met kwantificeerbare doelen en waarden (bijv. doelen uit nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en wettelijke normen en waarden). Zie 1.12. Alle te onderzoeken opgaven, alternatieven en varianten worden integraal op dit beoordelingskader getoetst. Zoals vermeld in de NRD worden de effecten van de alternatieven in een dashboard naast elkaar gezet, waarmee in één oogopslag inzichtelijk wordt wat de verschillen zijn (zie blz. 20 van de NRD). Hiermee komen de ambities ten aanzien van gezondheid in alle opgaven, alternatieven en varianten terug. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In tabel 4.1 blz. 17 van de NRD worden indicatoren benoemd op basis waarvan scores worden verkregen. Zo gaat het beoordelingskader de effecten van alternatieven in een dashboard naast elkaar weergeven, waarmee in één oogopslag inzichtelijk wordt wat de verschillen zijn. Indicatoren zijn onderling niet vergelijkbaar en kunnen dus ook niet compenseren voor elkaar. Ook zijn indicatoren niet compleet en niet gespecificeerd. Het gaat o.a. om hitte in relatie tot gezondheid en groene leefomgeving in relatie tot gezondheid en de ontbrekende specificatie van gezonde leefstijl. Met name geluid en luchtkwaliteit zouden zwaarder moeten wegen dan de overige gezondheidsindicatoren. De gemeente deelt de reactie dat je indicatoren onderling niet met elkaar moet vergelijken en ze ook niet voor elkaar kunt compenseren, optellen/aftrekken, e.d. En dat sommige indicatoren zwaarder kunnen wegen dan andere. Met de beschreven onderzoeksmethodiek wordt juist beoogd een integrale, objectieve effectanalyse en beoordeling van de alternatieven en varianten op het schaalniveau van een gemeentelijke omgevingsvisie te geven. De toepassing van de smileys en het dashboard helpt daarbij om door de oogharen heen een totaaleffect in beeld te krijgen, met daarbij de achtergrondinformatie van de effecten in het OER. De keuze of indicatoren zwaarder wegen dan andere is niet op voorhand te maken.

Voor het windonderzoek wordt daarom ook een participatietool gepresenteerd waarin een ieder voor zichzelf kan aangeven welke beoordelingsaspecten prioriteit krijgen en zwaarder tellen in de afweging van de locaties (weegfactoren). Hierdoor is ruimte om met elkaar de reikwijdte en diepgang, passend bij dit onderzoek op gemeentelijk schaalniveau, aan te scherpen. De raad neemt deze uitkomsten mee in de uiteindelijke voorkeurskeuze. Er is voor gekozen om hitte onder het thema klimaatadaptatie toe te delen, omdat hittestress met name wordt veroorzaakt door de klimaatverandering. Hierbij komen zeker de effecten in relatie tot gezondheid aan bod. Dat het aspect hittestress onder het thema

- 17 -

klimaatadaptatie valt, is gangbaar. In het kader van de Regionale Adaptatiestrategie (RAS) is ook een hittestresstest uitgevoerd voor onze regio. Gezondheid in relatie tot groene omgeving komt aan de orde bij het aspect ‘kwaliteit van de openbare ruimte’. Het beoordelingsaspect wordt verruimd naar ‘groene leefomgeving en kwaliteit van de openbare ruimte’. Gezonde leefstijl wordt toegevoegd aan het beoordelingskader.

Conclusie

5.3 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 5.4 Reactie Reactie gemeente Conclusie

Zie ook 1.12, 4.4. En 1.7 en 1.9 specifiek over de beoordelingscriteria in kader van het windonderzoek. De reactie leidt tot aanpassing van de NRD: het beoordelingsaspect ‘kwaliteit openbare ruimte’ wordt verruimd naar ‘groene leefomgeving en kwaliteit openbare ruimte’ en het beoordelingsaspect ‘gezonde leefstijl’ wordt toegevoegd aan het beoordelingskader.

Wij vragen extra aandacht voor factoren luchtvervuiling en geluidbelasting. GGDrU adviseert advieswaarden van op (inter)nationaal gebaseerd onderzoek en die van de WHO voor beide onderwerpen. In het OER worden de effecten beoordeeld op de landelijke normen, het gemeentelijk beleid, de GGD-advieswaarden en de WHO-advieswaarden. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In grafiek fig 4.3 van de NRD is onduidelijk welke uitgangswaarden gehanteerd zijn en wat de verschillende kleuren smileys voorstellen. Zie 1.12 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 18 -

Appellant 6 6.1 Reactie Reactie gemeente Conclusie 6.2 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 6.3 Reactie Reactie gemeente Conclusie 6.4 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 6.5 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 6.6 Reactie Reactie gemeente

Conclusie

De opgegeven planning loopt voor op de totstandkoming van landelijke regelgeving ‘Windturbinebepalingen leefomgeving’ Zie 2.1 en 4.1 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 1: Lakerveld als bebouwingslint toevoegen op de kaart Dit is inderdaad een omissie. De kaart 2-4 zal hier op aangepast worden zodat in het OER en in de omgevingsvisie een juiste kaart wordt opgenomen. Inhoudelijk heeft dit voor de NRD geen gevolgen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD. Wel wordt kaart 2-4 aangepast.

Onderzoek naar de gezondheidsaspecten van windturbines bij een plan of programma is vereist vanuit SBM-richtlijnen en de Projectrichtlijn. Zie 1.6, 1.7, 1.9, 5.2 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 2: Bij de indicatoren in tabel 4.1 ontbreken concrete gezondheidsaspecten en wordt niet aangegeven welke normen voor de indicatoren gelden. Een nadere uitwerking van het thema gezondheid is noodzakelijk in de NRD. In het OER wordt het beoordelingskader, waaronder de gezondheidsaspecten, nader uitgewerkt. Zie ook 1.6, 1.7, 1.9, 1.12, 4.4, 5.2, 6.3 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Voor een aantal indicatoren bestaan geen wettelijke normen (meer), hoe wordt in deze leemte voorzien? B.v. gevolgen slagschaduw, infrasoon geluid In het locatieonderzoek worden de effecten (kans op het optreden van effecten) in beeld gebracht aan de hand van literatuurgegevens over de relatie tussen het geluidniveau en het percentage van de bewoners dat als gevolg daarvan hinder of ernstige hinder ervaart. Dit staat los van (overigens niet meer bestaande) normen; er wordt ook gekeken naar geluidniveaus die lager zijn dan de normen. Zie ook 1.4 en 1.7. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 3: De regeling Stikstof en PFAS expliciet mee te nemen in de beoordeling van de betreffende indicatoren (o.a. bodemkwaliteit). Onder het beoordelingsaspect Natura 2000 komt stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan de orde onder het beoordelingsaspect bodemkwaliteit komt PFAS aan de orde. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 19 -

6.7 Reactie Reactie gemeente Conclusie 6.8 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 6.9 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 6.10 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 6.11 Reactie Reactie gemeente Conclusie

Verzoek 4: de ontwikkeling van indicatoren als trend te schetsen in kwantitatieve waarden en normen, welke zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Waar mogelijk wordt in het locatieonderzoek gebruik gemaakt van literatuurgegevens over de relatie tussen ingreep en (kans op) effecten. Dit staat los van normen en waarden. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 5: Een aantal zoekgebieden bevindt zich in het foerageergebied van de purperreiger. Bij het beoordelen van deze locaties dient rekening gehouden te worden met het begrip ‘externe werking’ uit de wet natuurbescherming. In het locatieonderzoek zal aandacht worden besteed aan de mogelijke effecten op (beschermde) soorten en de mogelijke effecten op Natura 2000 en het NNN. Zie ook 3.1. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 6: Hoe de indicator landschap vorm krijgt is onduidelijk. Wij verzoeken te rekenen met de kwaliteit van het landschap in termen van recreatieve waarde voor vogelaars, wandelaars en fietsers met de schaal en maat van het cultuurlandschap. Het karakter en de beleving van het landschap dient een plek te krijgen. De Landschapsvisie Vijfheerenlanden is in voorbereiding, maar die is nog niet vastgesteld door de raad. De inhoud ervan vormt een belangrijke onderbouwing voor de indicator landschap. In het locatieonderzoek voor wind wordt ook gekeken naar de mogelijke impact op het landschap. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 7: aan te geven op basis van welke criteria de trends worden bepaald. De kwantificering in termen van smileys zijn onvoldoende onderbouwd. Zie 1.12, 5.4. Het onderzoek naar de windlocaties vindt plaats op een hoger schaalniveau om locaties ten opzichte van elkaar af te wegen. Na de keuze voor één of meer de locaties kunnen voor de voorkeurslocaties concrete plannen worden gemaakt. De toezegging is dat voor concrete plannen voor windturbines een milieueffectrapportage zal worden doorlopen (project-m.e.r.). Als onderdeel daarvan zal meer in detail onderzoek worden gedaan naar de omgevingseffecten. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 8: in de trendanalyse en beoordeling van alternatieven cumulatie van effecten op te nemen. De alternatieven worden met deze onderzoeksmethodiek integraal beoordeeld. De cumulatie van geluid van verschillende geluidsbronnen komt hierbij aan de orde. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 20 -

6.12 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 6.13 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 6.14 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 6.15 Reactie Reactie gemeente Conclusie

De RES 1.0 vormt het vertrekpunt. Het amendement hierop heeft kenmerken van een inspanningsverplichting. Is dit voldoende meegenomen in de beleidsanalyse van de NRD? Het onderzoek van de windlocaties richt zich op het in beeld brengen van de (on)geschiktheid van de 14 zoeklocaties voor windenergie naar aanleiding van het amendement. Dit is de basis voor nadere keuzes door de gemeenteraad. U vindt het genoemde amendement op de gemeentelijke website onder agendapunt 7.2 van de raadsvergadering: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Vijfheerenlanden/9076112e-dc10-4191-aff1-eb0bc5084055 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In de bouwstenennotitie worden de voorzorgbeginselen benoemd. Deze dienen bij de beoordeling van de activiteit en de alternatieven te worden gehanteerd. De NRD dient te wijzen op nadere uitwerking, zeker wanneer een project m.e.r. nodig is voor een specifieke locatie. Zie 6.10. Na de keuze voor één of meer de locaties wordt het planvoornemen nader uitgewerkt en concreet onderzoek op effectenin een projectm.e.r. De benodigde vervolgstappen worden beschreven in het OER. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 9: Participatieproces zodanig in te richten dat bewoners hun weging van thema’s en indicatoren kunnen geven op basis van duidelijk inzicht in de visuele en auditieve consequenties en ook de invloed op potentiële gezondheidseffecten.

Zie ook 1.10. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Verzoek 10: bewoners mede te laten participeren in de keuze van alternatieven

Zie ook 1.10, 6.12. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 21 -

Appellant 7 7.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

Gezien de planning om in mei/juni te komen tot een locatiekeuze voor windturbines, is het niet mogelijk om voor Flora en Fauna een volwaardig onderzoek uit te voeren. Vervolgonderzoek zal daarom nodig zijn. Appellant zou het betreuren indien de locatie Driemolenweg in deze fase afvalt vanwege een vermoeden van een risico met betrekking tot de Purperreiger. Voor deze omgevingstechnische analyse van de windlocaties wordt inderdaad geen jaarrond flora en fauna-onderzoek uitgevoerd, maar een analyse uitgevoerd op basis van beschikbare gegevens. De analyse heeft als doel voorkeurslocaties aan te wijzen. Definitief uitsluitsel of windturbines op één of meerdere voorkeurslocaties realiseerbaar is, zal vervolgens met nader onderzoek moeten worden afgewogen. Zie ook 3.1. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 22 -

Appellant 8 8.1 Reactie Reactie gemeente

Conclusie

In het rapport worden verschillende onderwerpen gemist, verzocht wordt deze mee te nemen in de omgevingsvisie. In figuur 2-4 van de NRD zijn de gebiedstypen in hoofdlijnen weergegeven. Onder de aanduiding ‘buitengebied’ vallen onder andere agrarische gronden. Het betreft overigens geen zienswijze op de NRD, maar een advies over de inhoud van de omgevingsvisie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 23 -

Appellant 9 9.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 9.2 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 9.3 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

De gemeenteraad heeft geen besluit genomen over de RES. Daarbij is de RES m.e.r.-plichtig, zonder MER heeft deze geen juridische status en kunnen geen bindende besluiten nemen. Dat is in strijd met het Unierecht. Burgers moeten inspraak hebben als alle opties nog open liggen. Tot nu toe zijn burgers op geen enkele wijze betrokken. De raad heeft de RES 1.0 geamendeerd vastgesteld op 30 september 2021. De RES is niet m.e.r.-plichtig, omdat een RES geen plan is zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. De RES is dan ook geen besluit gericht op rechtsgevolg. Overigens zijn inwoners wel degelijk op diverse manieren betrokken in aanloop naar de vaststelling van de RES. Tevens kunnen inwoners opnieuw participeren bij deze plan m.e.r in relatie tot de zoekgebieden windenergie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Vraag 1: Het is niet aanvaardbaar (vanuit de eis van onafhankelijkheid en objectiviteit) dat in het OER rekening wordt gehouden met beleidsdoelen. Een m.e.r. en MER informeren alleen, op basis waarvan beleidsmakers beslissen (art 3.2 Awb). Deze fout dient binnen de juridische kaders hersteld te worden. De bouwstenennotitie, die reeds is vastgesteld op 8 juli 2021 door de raad, bevat op hoofdlijnen de ambities en beoogde ontwikkelingen voor gemeente Vijfheerenlanden. Het OER laat zien of er voor alle ontwikkelingen en ambities voldoende ruimte is en toont op hoofdlijnen wat de milieueffecten zijn. Ook wordt inzicht gegeven in strijdigheid tussen doelen en ambities. In het OER wordt onderzocht of hetzelfde doel ook bereikt kan worden met minder milieueffecten, door een objectieve analyse van meerdere beleidsopties. Op deze wijze vergaart de gemeente in lijn met art 3.2 Awb bij de voorbereiding van de vast te stellen omgevingsvisie de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Vraag 2: Eén van de genoemde opgaven is een ‘circulair landschap’. Hierin zijn windturbines voorzien welke niet circulair zijn. Deze kunnen niet schoon verwijderd worden. Hoe wordt dat probleem aangepakt? Het beoordelingsaspect circulariteit is opgenomen in het beoordelingskader. De mate van circulariteit per opgave en alternatief wordt onderzocht in het OER. In het RES is ten aanzien van windturbines het volgende opgenomen: Windturbines hebben een levensduur van ruim 25 jaar. Kosten voor opruiming worden meegenomen in de businesscase en liggen dus bij de ontwikkelaar. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 24 -

9.4 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie 9.5 Reactie Reactie gemeente Conclusie 9.6 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 9.7 Reactie Reactie gemeente Conclusie 9.8 Reactie Reactie gemeente

Conclusie

Vraag 3: Uit niets blijkt dat er t.z.t. voor de zoeklocaties windenergie een project-MER uitgevoerd zal worden. In de plan-MER mist gezondheidsonderzoek. Wanneer vindt dit plaats? Dat is meer dan literatuurstudie en meer dan het aspect geluid. Ten aanzien van gezondheidsonderzoek in relatie tot de zoeklocaties windenergie: zie ook 1.6, 1.7, 1.9, 5.2, 6.2. Definitief uitsluitsel of windturbines op één of meerdere voorkeurslocaties realiseerbaar zijn, zal vervolgens met nader onderzoek moeten worden afgewogen. Al bij de behandeling van de vaststelling van de RES 1.0 is door de wethouder toegezegd dat een project m.e.r wordt gehanteerd na vaststelling van een locatiekeuze. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In de NRD worden geen te onderzoeken alternatieven onderzocht, terwijl dit wel een essentiële bouwsteen is. De NRD heeft als doel om de onderzoeksmethodiek met alternatieven weer te geven. In het OER worden de alternatieven uitgewerkt en onderzocht op effecten. Zie 1.1 en 1.5 en 4.6 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Vraag 4: Waarom wordt er gekozen voor het gelijk lopen van onderzoek en planuitwerking? Figuur 4-2 in de NRD laat de samenhangende processen van de o.e.r. en de omgevingsvisie zien. Concreet houdt dit in dat op basis van de resultaten van het OER de voorkeurskeuzes worden opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Vraag 5: In paragraaf 4.2 wordt geschreven dat inwoners in de participatie over de windlocaties hun wegingsvoorkeuren kunnen aangeven. Wat wordt bedoeld met het begrip wegingsvoorkeuren? Zie ook 1.10, 6.12 Dit gebeurt via het instrument PWE: participatieve waarde evaluatie, ontwikkeld door de TU Delft. Daarover wordt de komende maanden verder gecommuniceerd. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Vraag 6: Als een meerderheid plaats X aangeeft, komen daar dan inderdaad windturbines en gaat aan de beslissing over die plaats een project-m.e.r. vooraf? Zodra de gemeenteraad een keuze heeft gemaakt voor een locatie voor windenergie, dan wordt deze altijd voorafgegaan door een project-m.e.r. Als een meerderheid een voorkeur heeft voor een bepaalde locatie zal, naast verdere wegingsgronden, dit voorgelegd worden aan de gemeenteraad welke een keuze zal maken in het algemeen belang. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 25 -

9.9 Reactie Reactie gemeente

Conclusie

Neem in overweging het onderzoek uit te stellen totdat vanuit het Ministerie van EZ nadere richtlijnen worden gepubliceerd. Zie 2.1. Dit is in overweging genomen, echter vanwege het feit dat het wachten daarop maakt dat de tijdsplanning in het geding zal komen. Immers de vergunningen dienen voor 1 januari 2025 verleend te zijn. Daarom is gekozen om de plan m.e.r alvast te doorlopen en altijd een project m.e.r uit te voeren voor een eventuele geschikte locatie voor windenergie. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 26 -

Appellant 10 10.1 Reactie

Reactie gemeente

Conclusie

Appellant heeft bezwaar tegen het in het plan-MER meenemen van het onderzoek naar de windlocaties en het opnemen hiervan in de omgevingsvisie. Het betreft verder een uiteenzetting over diverse zaken die spelen rond de woning en binnen de gemeente waar appellant het niet mee eens is, welke geen directe relatie hebben met de NRD. De omgevingsvisie is een strategisch instrument en bevat de visie en het langetermijnbeleid van de gemeente over de maatschappelijke opgaven binnen de fysieke leefomgeving. De energietransitie is één van deze opgaven. Het plaatsen van windturbines is een manier om invulling te geven aan deze opgave met een impact op de ruimte en op de fysieke leefomgeving. Daarom worden zoekgebieden voor windturbines opgenomen in de omgevingsvisie en meegenomen in het plan-OER. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 27 -

Appellant 11 11.1 Reactie Reactie gemeente Conclusie 11.2 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 11.3 Reactie

Reactie gemeente Conclusie

De gevolgen van windturbines op de gezondheid van burgers wordt onvoldoende onderzocht in het plan-OER. Dit is in strijd met het voorzorgprincipe en de Grondwet. Zie 1.6, 1.7, 1.9, 5.2, 6.2 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Gezien de onervarenheid met het onderzoek moeten uitspraken over doorlooptijd en uitkomst met veel meer voorzichtigheid omkleed worden dan in de NRD gedaan is. Bij het onderzoek moet tot het uiterste gegaan worden in diepgang, reikwijdte en zorgvuldigheid waarbij tijd van ondergeschikt belang is. Zie 1.7, 1.8 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Leemten in kennis over de gevolgen van windturbines op de gezondheid en het milieu moet aanvullend, integraal en holistisch onderzocht worden. Hierbij moeten, naast het RIVM ook andere bronnen gebruikt worden. Zie 1.6, 1.7, 1.9, 5.2, 6.2 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 28 -

Appellant 12 12.1 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 12.2 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 12.3 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 12.4 Reactie Reactie gemeente

Conclusie 12.5 Reactie Reactie gemeente Conclusie 12.6 Reactie

Reactie gemeente Conclusie

Opbouw en uitwerking onderzoek windturbinelocaties is onduidelijk. Ook is niet duidelijk welke milieuaspecten daarbij de aandacht krijgen en hoe deze in de vervolgprocedure worden uitgewerkt/opgepakt. Zie 1.6, 1.7, 1.9, 5.2, 6.2, 9.4. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Wat wordt er gedaan met de zienswijzen en hoe verloopt het proces verder? De zienswijzen worden beantwoord via deze Notitie van beantwoording, waarin we aangeven of en zo ja, tot welke aanpassing van de onderzoeksopzet de zienswijze leidt. Deze Notitie van beantwoording wordt, met de NRD, vastgesteld door het college van B&W. Zie de inleiding voor een nadere toelichting op de vervolgstappen in de procedure. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Het beleidskader wat van toepassing is wordt niet benoemd (van Rijk tot aan gemeente). In het OER wordt het kader van het ruimtelijk beleid en het windturbinebeleid opgenomen. Daarnaast worden in het OER per beoordelingsaspect de relevant wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten opgenomen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In de NRD wordt geen beschrijving gegeven van de huidige referentiesituatie van de leefomgeving. Een beschrijving van de huidige situatie is onderdeel van het OER in de vorm van een leefomgevingsfoto. Het OER maakt hiervoor gebruikt van gegevens en (GIS)data uit de gemeente atlas, die opgesteld wordt als onderdeel van de omgevingsvisie, zodat beide dezelfde uitgangspunten hanteren. Deze wordt momenteel opgesteld. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

In de NRD wordt geen informatie opgenomen over de te hanteren windturbine. Zie 1.8 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Onduidelijk is welke factoren inzicht hebben gehad en zullen hebben op de ontwikkeling van de leefomgeving. Er bestaat een wettelijk kader met juridische normen waarin de huidige situatie wordt berekend. Dat systeem moet gebruikt worden of er moet gemotiveerd worden waarop het smiley systeem gebaseerd is. Zie 12.3. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 29 -

12.7 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 12.8 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 12.9 Reactie

Reactie gemeente Conclusie 12.10 Reactie Reactie gemeente Conclusie

Zie paragraaf 4.4.2, onduidelijk is waarom niet alle onderdelen van het beoordelingskader relevant zijn. Dit motiveren. Bijvoorbeeld het thema externe veiligheid en welke windturbinebepalingen gehanteerd worden. Zie 5.1 De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Er is geen inzicht in criteria die relevant zijn bij het onderzoeken van de alternatieven. De basis voor het uit te voeren onder ontbreekt. Vanuit welk wettelijk kader worden deze onderzocht? Wordt overlast die momenteel al ervaren wordt door omwonenden van windturbines in VHL meegenomen? Zie 5.1 en 12.3. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Participeren kan, door het ontbreken van inzicht in alternatieven (zie 12.6) alleen achteraf op basis van onderzoeksresultaten van verdiepend onderzoek. Dat maakt participatie een lege huls. Vooraf meepraten of te hanteren criteria is noodzakelijk, evenals inzicht in de alternatieven die onderzocht worden.

Zie 1.10, 6.12, 9.7 en voorgaande reacties. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

Onduidelijk is welke milieu-onderzoeken uitgevoerd zullen worden en welke experts hiervoor ingehuurd worden. Zie 1.19, 9.5. Er wordt voor de OER geen onderzoek uitgevoerd door andere bureaus dan de opsteller, Antea Group. De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 30 -

Beantwoording reacties vooroverleginstanties 13.1 Advies Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Reactie De VRU is van mening dat op een aantal punten een risico op tekortkoming is, wat betreft fysieke veiligheid en daarmee een veilige leefomgeving. Zij vraagt in deze fase meer aandacht te besteden aan de onderwerpen mobiliteit en bereikbaarheid, waterveiligheid, energietransitie en verdichting. Reactie gemeente Het advies wordt gebruikt bij het opstellen van het OER. Ook neemt een medewerker van de VRU deel aan de projectgroep omgevingsvisie, waardoor de VRU direct betrokken wordt bij het tot stand komen van de omgevingsvisie. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD. 14.1 Advies Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Reactie De ODRU geeft als reactie dat de NRD voldoende uiteenzetting van de onderzoeksaanpak bevat. De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Reactie gemeente Conclusie

De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

15.1 Advies gemeente Molenlanden Reactie Gemeente Molenlanden heeft na het lezen van het document geen opmerkingen over de NRD. De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Reactie gemeente Conclusie

De reactie leidt niet tot aanpassing van de NRD.

- 31 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=b8817e57-086b-49cf-ac06-51349b5e7021