CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

30. (RVE) bijlage 2 - 20191212_casestudy.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 18 maart 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Categorie I: schriftelijke mededelingen van college of griffie4.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verdieping groene routes en scheggen | landschap van de toekomst | landbouwkerngebied U16 Vijfde Pijler Groen & Landschap: Casestudy ontwikkelbeeld groen & landschap

1

Inhoudsopgave

2

Inleiding

4

1. Kerngebied landbouw; ‘melk en fruit’

8

2. Groene routes en scheggen; ‘groen voor gezondheid’

18

3. Landschap van de toekomst; ‘nieuwe kleuren, smaken en perspectieven’

30

Gebruikte literatuur

45

3

Foto: Emmy Miltenburg

Inleiding De U16 gemeenten werken aan een ruimtelijk economisch programma (REP). Eén van de pijlers van dit programma is Groen en Landschap. Voor dit thema is door de gemeenten in juli 2019 het Ontwikkelbeeld Groen & Landschap aangedragen.

verder uitgediept: >> Landschap van de Toekomst >> Groene routes en scheggen >> Landbouwkerngebieden In een korte casestudy zijn deze concepten door middel van ontwerpend onderzoek verder uitgewerkt en voorzien van kansen, kaders en randvoorwaarden. Het doel van deze vingeroefening is om de concepten uit het ontwikkelbeeld via beeld en tekst meer ‘handen en voeten’ te geven. Deze casestudy draagt bij aan het maken van ontwerpkeuzes en biedt inspiratie voor het vervolg.

De kaart van het Ontwikkelbeeld bevat een combinatie van bestaande en potentiële kwaliteiten van natuur, landbouw, landschap, cultuurhistorie en recreatie (Utrechtse Trots) en een aantal strategische concepten om de benodigde schaalsprong in de U16 met groen en landschap te maken (de Verrijking). In het onderhavige rapport zijn onderstaande concepten uit het Ontwikkelbeeld 4

De voorliggende rapportage is een bondige weergave van het onderzoek. Het is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een brede ambtelijke begeleidingsgroep van de U16 gemeenten en de betrokken waterschappen. Daarnaast zijn de resultaten gedeeld met de provincie Utrecht. Eerst is er literatuurstudie uitgevoerd en via voorbeeldgebieden geschetst aan programmering, maat en schaal van de gebieden. In een ateliersessie is dit werk vervolgens door de ambtelijke vertegenwoordigers van de U16 aangescherpt en verrijkt. Vervolgens is hiermee de voorliggende rapportage opgesteld.

Zowel het ontwikkelbeeld als de strategische concepten moeten niet te letterlijk-geografisch worden gelezen. De precieze plek en de inkleuring van gebieden zijn onderwerp van gesprek en vragen om nadere uitwerking op gebiedsniveau. Dit geldt dus ook voor de overgang tussen bijvoorbeeld groene scheggen en Landschap van de Toekomst. Of de grens tussen Landschap van de Toekomst en Landbouwkerngebieden. Om meer duiding te kunnen geven aan de verschillende concepten zijn ze zo duidelijk mogelijk en echt onderscheidend omschreven en verbeeld. 5

Ontwikkelbeeld Groen & Landschap

Dit is een schematische weergave van de verschillende landschappelijke eenheden Dit is een schematische weergave en concepten die zijn opgenomen in het van de verschillende landschappelijke Ontwikkelbeeld, ‘de kaart achter de kaart’. ontwikkelconcepten die zijn opgenomen in het Ontwikkelbeeld, ‘de kaart achter de kaart’.

Het ontwikkelbeeld

Legenda Legenda De Basis De Basis

‘Utrechtse Trots’ ‘Utrechtse Trots’ beschermde natuur Heuvelrug

recreatieterrein beschermde natuur

recreatieterrein nieuwe hollandse waterliinie

nieuwe hollandse waterliinie WATERLINIE

Forten / WATERLINIE KERNGEBIED LANDBOUW

KERNGEBIED LANDBOUW

De verrijking Utrechtse-/Hollandse Plassen RECREATIEVE ZONE/ROUTE

De verrijking

Groene scheg

RECREATIEVE ZONE/ROUTE LANDSCHAP VAN DE TOEKOMST

Groene scheg ROBUUSTE ECOLOGISCHE VERBINDING

LANDSCHAP VAN DE TOEKOMST

ROBUUSTE ECOLOGISCHE VERBINDING

6

7

13 juni 2019

1.

Kerngebieden landbouw ‘Melk & Fruit’ Gebiedsopgave De opgave voor de landbouwkerngebieden richting 2030 is ruimte te houden voor toekomstgerichte productiegebieden met natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw. Landbouw blijft in de landbouwkerngebieden de primaire functie en natuur en recreatie de nevenfuncties die ten dienste staan van een duurzaam landbouwsysteem. Het aantal bedrijven zal in deze gebieden vermoedelijk kleiner zijn, met per bedrijf een groter areaal dan nu en minder vee per hectare. Het landschap en het watersysteem zijn optimaal ingericht voor duurzame productie. Alles in deze landbouwkerngebieden staat als het ware ten dienste van de duurzame landbouw.

Wat zijn Landbouwkerngebieden? “Landbouwkerngebieden zijn gedefinieerd als grote aaneengesloten gebieden, wat verder weg gelegen van de steden, waar de primaire functie landbouw is en blijft. Op de getekende kaart is de begrenzing slechts indicatief bedoeld. Het gaat om de aaneen-geslotenheid van de productieruimte. De Landbouwkerngebieden markeren ruimte voor de melkveehouderij in het Groene Hart, de fruitteelt in het Kromme Rijngebied en Eiland van Schalkwijk en om het Landbouw ontwikkelgebied (LOG) Maarsbergen. Deze landbouwkerngebieden zullen veranderen richting 2040. De bedrijven richten zich op vormen van duurzame, circulaire landbouw. Biodiversiteit, bodemdaling, energietransitie en watervraagstukken bieden kansen en vereisen op termijn een aangepaste bedrijfsvoering.” Bron van deze quote: U16 (2019), Ontwikkelbeeld Groen & Landschap

Ruilverkavelingslint: modern, grote schaal Windturbines in weidse gebieden Fruit Landschappelijke openheid en vensters

60% grond bij erf

Erven als opgave Melk

Vanuit de pijler groen en landschap bezien, vraagt dit concreet om investeringen in betere productieomstandigheden met oog voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de erven, een robuust en gezond watersysteem en slootkantbeheer, bodemverbetering en het zorgvuldig omgaan met kleine landschapselementen (zoals elzensingels, geriefhoutbosjes, eendenkooien.

Urgentie De landbouw heeft een groot deel van het landschap in gebruik en beheert dit ook. De sector heeft een belangrijk aandeel in de Nederlandse (kennis)economie en export, is divers en verandert door interne dynamiek en door de wensen van de consument. Ook de stikstofproblematiek (commissie Remkes), de CO2 uitstoot van veengebieden en methaanuitstoot van vee en moerasgebieden leiden tot andere vormen van landbouw. In de toekomst zal de landbouw in een dichtbevolkt land als Nederland circulair, klimaatneutraal en natuurinclusief zijn. Wat betekent dit voor de landbouwgebieden in de U16 die vooral draaien om melkveehouderij en fruitteelt?

Collectieve waterbuffers

Historisch boerderijlint: kleinschalig en precisie

Schematische weergave van de ruimtelijke structuur van landbouwkerngebieden 8

9 9

Impressie landbouwkerngebied 2030

Windenergie

Wijziging bebouwing erf, duurzame bedrijfsvoering en grotere bedrijven Erven als opgave 60% Grond bij huis

Zon op daken

Strokenteelt Veilige fietspaden

Diverse en nieuwe teelten

Korte ketens

Natuur, natte hooilanen, slootkanten, weidevogels

Schaduw voor koeien in de wei

Bodemverbetering

Kringlooplandbouw

Kleine landschapselementen o.a. voor insecten

10

Natuurcorridors

11

Sfeerbeelden landbouwkerngebied

12

13

Ruimtelijke kwaliteit, maat en schaal Wel passend in dit landschap van 2030: >> Een aaneengesloten agrarisch productielandschap met de gewaardeerde landschappelijke openheid en cultuurhistorische verkavelingspatronen in de melkveegebieden en een besloten landschap van windsingels in fruitteeltgebieden. >> Minder, maar economisch rendabele, gemengde natuurinclusieve bedrijven, met diverse producten en ook nieuwe teelten zoals azolla of bijvoorbeeld cranberry en de inzet van innovatieve landbouwtechnieken zoals ‘strokenteelt’. >> Ruimte voor bedrijven in de agrarische keten (agri-business, zoals loonwerk, op- en overslag, toeleveringsbedrijven). Een deel hiervan kan echter beter worden ingepast in het Landschap van de Toekomst of vindt plek op een bedrijventerrein speciaal voor dit soort functies. >> Recreatie is hier beperkt aanwezig en vooral routegebonden vanwege de grote afstand tot de stad, er is een grote maaswijdte in de routenetwerken, en landwinkels/pleisterplaatsen zijn te vinden op erven. >> Landbouwkerngebieden lenen zich ook voor vormen van energiewinning die ten dienste staan aan de landbouwproductie, denk aan zonnepanelen op stallen en schuren. Windturbines storen de landbouw niet en zijn denkbaar in het weidse landschap. >> Er zijn plekken met schaduw voor het vee en bescherming van het fruitareaal tegen extreem weer.

>> De biodiversiteit wordt vergroot door levendige boerensloten met natuurlijke slootkanten, het

behouden van struwelen en ruigtes, houtwallen, bosschages, en door weidevogelbeheer. Met name langs sloten en waterlopen kan dit gerealiseerd worden in zones van 2 meter breed (aangepast maaibeheer slootkant). Gezond bodemleven is een belangrijke asset voor natuur en circulaire landbouw. >> (Schoon)waterbuffers zijn nodig voor een zoetwatervoorraad in droge tijden. Niet (meer) passend in dit landschap in 2030: >> Geen andere functies toelaten dan degene die horen bij de landbouwketen. >> Vrijkomende agrarische bestemmingen zijn in landbouwkerngebieden voornamelijk bedoeld voor agrarische functies. Bij herbestemming is oog voor de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit. >> Verbrede bedrijfsvoering is hier mogelijk, maar voorkom dat landbouwbedrijven hier (te) afhankelijk zijn van andere inkomsten zoals recreatie, zorg of energiewinning. >> Geen ruimte voor grootschalige energiewinning ten koste van landbouwproductie (-grond). Maat en schaal: >> Het landschappelijke beeld in de landbouwkerngebieden is een ‘zwerm’ van erven in een weids landschap. De horizon is zichtbaar. Voor het fruitteeltlandschap is dit een meer besloten landschap met windsingels als lange lijnen. De huidige bedrijfsgrootte van melkveebedrijven in de U16 is ongeveer 90 koeien en 1,8 gve (grootvee eenheid) per ha met circa 50 ha grond. De erven 14

beslaan nu grofweg tussen 1 en 1,5 ha. Een gemiddeld fruitteeltbedrijf in Nederland is tussen 7 en 9 ha groot. Het erf is hier veel kleiner dan bij melkveehouders: 1.000 m2 tot ca een halve hectare. Door de transities en marktontwikkelingen zal ‘schaalverandering’ optreden. Het aantal melkbedrijven zal afnemen waarbij ze mogelijk een groter weideareaal nodig hebben, met gemiddeld minder gve per hectare. Erven vragen in sommige gevallen meer ruimte. Andere teelten of strokenteelt zal weer zorgen voor een schijnbare schaalverkleining in het landschapsbeeld.

vernieuwing van fruitbomen, het organiseren van individuele of collectieve waterbuffers. >> Natuurinclusief betekent: extensivering, bodemverbetering en natuurlijker bemesting, vermindering gebruik kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, rekening houden met rol van insecten en bodemleven bij productie en de habitat die dit vraagt. >> Voor een vitale bedrijfsvoering in de toekomst is inzet nodig van data-technologie, robots, GPS en geschikte machines voor zachte bodem. >> Agrarische productie en het waterbeheer worden goed afgestemd met oog voor bodemdaling en CO2 uitstoot. Het vraagt een watersysteem in grote poldereenheden, (geen versnipperd peilbeheer), bodemdalingsgevoelige delen uitgevoerd met onderwaterdrainage en een natuurlijk slootkantbeheer.

Randvoorwaarden voor succes: >> Natuur-inclusief, diervriendelijk en circulair is in 2030 de vanzelfsprekende praktijk voor elke boer >> Bedrijven moeten een levensvatbare omvang hebben. Noodzakelijk zijn ondernemerschap en diversiteit in de producten, productie voor de regio, ketensamenwerking, robuuste korte ketens en een eerlijke prijsvorming voor boeren bij duurzame producten. >> Kavelruil blijft nodig: tenminste 60% van de gronden ligt direct bij het erf. >> Een adequate groen-voor-rood/ rood-voor-rood /Ruimte voor Ruimte-regeling. >> Handreikingen voor het realiseren van ruimtelijke kwaliteit van erven, erfbeplantingen en innovatieve duurzame bedrijfsgebouwen/stallen. >> De fruitteelt zal zich flexibel moeten instellen op veranderende marktomstandigheden. Dit betekent de introductie van specifieke fruitsoorten waar de consument naar vraagt,

Inspiratie >> Stuurgroep Groene Hart, ‘Een nieuwe aanpak voor de veenweiden van het Groene Hart; naar optimale combinaties van bodem, water en landgebruik’, Ontwerpend onderzoek door Fabrications, Sant & Co, Alterra et al. 20182019. >> Praktijknetwerk strokenteelt WUR >> Provincie Utrecht, Landbouwvisie 2018; landbouw met perspectief >> Pilots onderwaterdrainage van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden >> Ministerie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ‘Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden’, 2019. >> Provincie Zeeland, scenario ‘Voedselrijk Zeeland’ uit Toekomstvisie Zeeland2040, BVR 2014. 15

Pilot projecten - Veenweide >> innovatiecentrum >> Onderwaterdrainage >> Visteelt in veensloten, >> Actieplan boeren met natuur >> Pilot projecten Kringlooplandbouw, veenweidegebied Bodegraven – Woerden >> Cranberryteelt 16

Pilotproject - Moderne ligboxenstal (Zwartsluis) 17

2. Groene routes en scheggen ‘Groen voor gezondheid’ Wat zijn groene routes en scheggen? “U16 natuurnetwerk, parken en routes Het ‘U16 natuurnetwerk, parken en routes’ geeft vorm aan een krachtig biodiversiteitsprogramma van robuuste ecologische verbindingen, natuurkernen en riante fiets-wandelroutes langs de waterstromen, dwars door de U16.

Urgentie Het U16 gebied staat voor een schaalsprong in stedelijkheid. Ruimte is nodig voor circa 100.000 nieuwe woningen. De huidige inwoners en de toekomstige extra inwoners hebben groen, rust en ruimte nodig. Hiertoe worden de groene zones/ routes en scheggen actief ontwikkeld tot de noodzakelijke, aantrekkelijke uitloopgebieden dichtbij de stedelijke omgeving. Het zijn meteen ook de stad-landverbindingen naar de verder weggelegen grote landschappen van het Groene Hart, het Rivierengebied en de Utrechtse Heuvelrug.

Dit netwerk bestaat uit: >> Groene routes Een aantal groene recreatieve zones die het U16 gebied dooraderen. Deze zones volgen de waterrijke hoofdstructuren van het landschap. Dit zijn de Limeszone met de Kromme Rijn en Oude Rijn; De buitenplaatsenzone van Langbroekerwetering/Stichtse Lustwarande en Vechtstreek; de Hollandse IJssel, de rivier, dijken en uiterwaarden van de Lek en de Linge. De zones worden actief ingericht met robuuste groenstructuren (bosvakken, houtwallen, moerasranden, weides), royale langzaam verkeerroutes en rustpunten. Het zijn verbindende elementen in de U16. >> Groene scheggen Bij het stedelijke gebied verbreden de zones zich tot ‘groene scheggen’, de landschapsparken rond en tussen de kernen. In de scheggen bevindt zich een fijnmazig groenblauw netwerk van ecologische en recreatieve verbindingen, recreatieplekken, horeca, sport en leisure functies.” Bron van deze quote: U16 (2019), Ontwikkelbeeld Groen & Landschap

Gebiedsopgave De opgave richting 2030 is ruimte vergroten van de recreatieve uitloopgebieden door goede recreatieve routes en aaneengesloten landschapsen natuurparken van formaat te ontwikkelen. De hoofdfunctie van de groene routes en scheggen is de combinatie van natuur, recreatie en cultuurhistorie. Routes en scheggen vragen om programmering. Dit zal de bekendheid en geliefdheid van de nu (nog) groene gebieden vergroten. De toegankelijkheid en ‘doorwaadbaarheid’ voor wandelaars en fietsers dient dan wel op orde te zijn. Er is ook ruimte voor verbrede (stads)landbouw in de scheggen. De groene routes en scheggen brengen meer recreatieve beleving, beweging, sport, gezondheid en welzijn. Meer groen, meer verhaal, meer rust en meer fun is het devies. Vanuit de pijler groen en landschap bezien, vraagt dit om investeringen in aaneengesloten comfortabele langzaam verkeerroutes en in de brede kwalitatieve overgangszones tussen stad en land, de scheggen. In deze scheggen is specifiek aandacht nodig voor de recreatieve toegankelijkheid en door-adering met routes, de OV bereikbaarheid en het actief opheffen van verkeersknelpunten en barrières. Door een goede zonering en het herverdelen van verkeersstromen in de groene routes en scheggen, kan de spanning worden opgelost tussen de mobiliteitsbehoefte en de behoefte aan rust groen, natuur en gezondheid.

Daarbij spreekt het voor zich dat de natuurlijke kwaliteit geborgd blijft.

Een groene scheg (afgeleid van het woord ‘wig’) is een groen gebied van formaat dat vanaf het buitengebied, via de stadsrand doordringt in stedelijk gebied. Het heeft de vorm van een landschapspark dat stad en land verbindt. Het is geladen met cultuurhistorische betekenis en tal van groene functies - met name natuur en recreatie. In de literatuur worden dit soort gebieden ook wel aangeduid met de termen ‘lob’, ‘groene long’ of ‘vinger’. De groene scheggen zijn stadlandverbindingen en ze vormen groene ruimtes die voorkomen dat verstedelijkte gebieden aaneen groeien.

Groene scheggen

Groene routes

Routenetwerk in scheg: barrieres opheffen, poorten maken

Groene zone met routes langs waterstromen

Middengebied met natuur/water, recreatie en cultuurhistorie

Scheg- rand

Schematische weergave van de ruimtelijke structuur van een groene scheg en route 18

Groene scheggen doorsneden met grote infrastructuren

19 19

Schetsverkenning voor maat en schaal van groene routes en groene scheggen

Schetsverkenning voor maat en schaal van groene routes en groene scheggen

20

21

Schetsverkenning voor maat en schaal van groene routes en groene scheggen

Schetsverkenning voor maat en schaal van groene routes en groene scheggen

22

23

Impressie van een groene route en twee groene scheggen in 2030

Scheg gedefinieerd door robuuste randen met programma (kwaliteitsimpuls) Groene route langs waterstroom Recreatief gebruik

Cultuurhistorie

Sport- en leisurefuncties

Beheer en stadslandbouw Stationsgebied als groene poort

Verbinden aan stedelijk groen / singels

Dooradering met ecologische verbindingen

Waterberging en buffering (ook recreatie)

24

25

Sfeerbeelden groene routes en scheggen

26

27

Foto: Gerard Veerling

sportaccomodaties moeten passend zijn bij schaal en maat van het landschap. >> Scheggen zijn aaneengesloten eenheden van natuur en landschap met een omvang van honderden hectares. Ze variëren in breedte van 100 meter tot enkele kilometers breed en herbergen diverse groenblauwe functies. In de scheggen liggen ook parkachtige gebieden van enkele hectares tot tientallen hectares groot. >> Scheggen worden vooral gedefinieerd door hun randen op de overgang tussen stedelijk gebied en het landschap. Deze scheg-randen bestaan uit natuur en recreatie en hebben een breedte van 100 tot 500 meter, afhankelijk van of er sportvelden in liggen. De schegranden en de overgangen naar de stad zijn een ontwerpopgave. Hier kan een directe kwaliteitsimpuls voor de stadsrand worden gerealiseerd.

Ruimtelijke kwaliteit, maat en schaal Wel passend in de groene routes en scheggen van 2030: >> Aaneengesloten vrijliggende fiets-, wandelen ruiterpaden en kanoroutes. Ze worden gebruikt door recreanten maar ook voor woonwerkverkeer en scholieren. >> Natuur ter versterking van biodiversiteit en de onderlinge verbinding van natuurkernen. >> Overbrugging van infra-barrières. >> Cultuurhistorische elementen, verbinding van de Utrechtse buitenplaatsen, forten en linies >> Oever- en waterrecreatie, zwemwater. >> In de scheggen komt aangepaste landbouw voor. Dit zijn natuurinclusieve landbouwbedrijven met een gemengde, verbrede bedrijfsvoering gericht op korte ketens (bijvoorbeeld ‘Herenboeren’). >> Pleisterplaatsen/horeca, toeristische overstappunten (TOP’s), sport- en leisurefuncties, passend bij schaal en maat van het landschap.

Kortom: >> Groene routes zijn stroken met bos, bermen en water van 30 - 50 m breed en zowel geschikt voor recreatief gebruik als voor natuur (kleinere diersoorten) >> De meer robuuste groenzones met hierin recreatieve routes en natuurfuncties vragen een breedte van 50 - 100 m >> De scheg-randen die bestaan uit water, oevers, bos, en sportvelden vragen een breedte van 100 – 500 m. Bijbehorende sportaccomodaties moeten passend zijn bij schaal en maat van het landschap.

Niet (meer) passend binnen de groene routes en scheggen van 2030: >> Druk autoverkeer en nieuwe infra-barrières. >> Bedrijventerreinen en woonwijken. >> Energiewinning die verstorend is voor recreatie, natuur en cultuurhistorie. Maat en schaal >> De groene routes zijn autoluwe zones met langzaam verkeer en ze bestaan uit brede bermen, beplantingen en water in zones van 30 m – 200 m breed. De breedte van routes bepaalt de mogelijkheden. Een groenstrook met fiets- en wandelpad en zitgelegenheid is minstens 30-40 m breed. Voor inpassing van grootschaliger voorzieningen, zoals sportvelden, is al snel een breedte van 100-200 m nodig. (bron: Bureau KM, 2016). Bijbehorende

Randvoorwaarden voor succes >> Programma, ontwerp en aanpak van de groene routes, de scheg-gebieden en de scheg-randen verschilt. Routes vragen om gezamenlijke investeringen in doorgaande fiets- en wandelstructuren op de schaal van U16. De scheg-gebieden vragen om behoud van bestaande groenblauwe waarden en het 28

- Oude Rijn – Vleuten De Meern Harmelen: ‘Landgoed Haarzuilens Groene Hart’ >> Ontsluiting door OV (stations als poorten van de groengebieden) >> Schuifruimte is nodig voor de verplaatsing en compensatie van nu ongewenste functies in de scheggen. Hiervoor zijn wellicht strategische grondaankopen nodig. >> Sociale veiligheid en verlichting zijn vraagstukken bij het nader ontwerpen van de groene routes.

versterken van recreatieve toegankelijkheid. Scheg-randen vragen om ontwerp en transformatie van de stadsrand. >> In met name scheggen is sprake van een lappendeken in eigendommen van de overheid en particulieren. Om deze gebieden als een eenheid te ontwikkelen en ze duurzaam te beheren, is het nodig om publieke en private investeringen te bundelen (gebiedsontwikkeling en gebiedsgericht beheer). >> De Routes en scheggen krijgen elk hun eigen karakteristiek, gekoppeld aan landschappelijke dragers als de Linge, de Kromme Rijn of de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiervoor worden gebiedsprofielen opgesteld en zal de koppeling moeten worden gezocht met vliegwielprojecten zoals de aanleg van een waterbuffer of een infraproject. >> Ruimte is nodig voor ondernemerschap en recreatieve arrangementen. Routes en scheggen in de U16 hebben verschillende landschappelijke kenmerken (de Oude Rijn verschilt bijvoorbeeld van de Vechtstreek, of de flank van de Heuvelrug), dat maakt ze juist aantrekkelijk. Voor het recreatieve aanbod en de ontwikkeling van arrangementen en waardenketens is het sterk om de Utrechtse scheggen en routes thematisch onderscheidend te ontwikkelen.

Een suggestie: - Lustwarande (De Bilt): ‘Bosrand en buitenverblijven’ - Vechtstreek - Noordrand Utrecht: ‘Vecht, plassen, buitenplaatsen’ - Lekdijk-Houten-Utrecht: ‘Linieland Hollandse Waterlinie’ - Kromme Rijn-Laagraven-Utrecht oost: ‘Rijn en linieland Limes’ - Hollandsche IJssel-Nieuwegein: ‘Weelderige Waterkanten’

Inspiratie: >> Natuur als nutsvoorziening (SBB) >> Ringpark Utrecht >> Park21 Haarlemmermeer >> Eindhoven Strijp R en het bijbehorende groengebied met Philips de Jonghpark, de Hertengang (PSV velden), Philips fruittuin, internationale school. >> De studie Utrecht Buiten >> Het Scheggen-programma van ARCAM Amsterdam (2019) >> ‘Stedelijk landschap en groenblauwe structuur’ prov. Zuid-Holland/PARK >> E.A. van der Grift, F.G.W.A. Ottenburg, R. Pouwels, Recreatief medegebruik van ecoducten, Wageningen 2010 >> Hiltrud Pötz & Pierre Bleuzé, Groenblauwe netwerken voor duurzame en dynamische steden, Delft 2012 >> Bureau KM, Prettige plekken, handboek mens en openbare ruimte, juni 2016 >> Nota Ecologische verbindingszone 2008-2018, gemeente Den Haag, 2009:

29

Pilot project - Amstelscheg

Pilotproject - Park Sonsbeek, Arnhem

30

31

3. Landschap van de Toekomst ‘Nieuwe kleuren, smaken en perspectieven’ Wat is het Landschap van de Toekomst? “Landschap van de Toekomst Dit is het nieuwe aantrekkelijke mixlandschap van 2050, met innovatieve combinaties en waardenketens van landbouw, natuur, bos, water, recreatie, energie. De gebieden krijgen een nieuwe ruimtelijke structuur waarin de functies een vanzelfsprekende plek vinden. Het Landschap van de Toekomst betreft de gebieden die niet direct tot de landbouwkerngebieden behoren. Ze kennen diverse autonome opgaven zoals bodemdaling en worden vaak doorsneden door grote infrastructuur. In dit landschap van de toekomst schuilen ook nieuwe kostendragers voor agrariërs (een New Deal zoals de Rijksbouwmeester dit noemt in Panorama Nederland), in ruil voor de noodzakelijke extensivering. Korte(re) ketens tussen agrarische bedrijven en de stedelijke consument zijn kansrijk met oog op verduurzaming en als kostendrager.

Urgentie Het risico bestaat dat deze gebieden verrommelen door de veelheid aan ruimteclaims in de U16. Een kleine greep: klimaatverandering vraagt om een aangepast grondgebruik en waterbeheer, de economie verandert, mobiliteit groeit en krijgt ook nieuwe vormen, de energietransitie verlangt duurzame energiebronnen, er komen meer inwoners bij die recreatieve ruimte nodig hebben. Door deze ontwikkelingen zal het landschap transformeren. Er is behoefte aan sturing en ordening, zodat mixlandschappen kunnen ontstaan met innovatieve functiecombinaties op basis van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Hoe zorgen we ervoor dat innovatieve functies niet een verrommeling veroorzaakt, maar juist een kwaliteitsimpuls wordt voor groen en landschap, met respect voor de bestaande waardevolle landschappen?

>> U16 West Dit landschap betekent in het westen een impuls voor het veenweidegebied door de combinatie van schaalvergroting/extensivering én schaalverkleining (‘terug naar de kwalitatieve oorsprong van het Groene Hart’ met meer diversiteit en contrast van bijvoorbeeld hooilanden, wateren en oevers of moerasbos).

Gebiedsopgave In delen van de U16 wordt een innovatief landschap van de toekomst ontwikkeld op basis van kernkwaliteiten van het landschap. Het gaat er hier om de logica van de ruimte te volgen, van hoog en laag, droog en nat met een nieuwe mix van grondgebruiksfuncties (werken, wonen, recreatie, mobiliteit, energie etc). Door de bodemopbouw, cultuurhistorie en het watersysteem leidend te maken voor het grondgebruik, verandert het landschap geleidelijk naar klimaatbestendig, energieopwekkend, biodivers, circulair. Het landschap wordt ruiger, spannender, diverser.

>> U16 Oost Het Landschap van de Toekomst betekent ten oosten van Utrecht een innovatief landschap waarin bijvoorbeeld landbouw en waterberging de dragers zijn.” Bron van deze quote: U16 (2019), Ontwikkelbeeld Groen & Landschap

Vanuit de pijler groen en landschap bezien, vraagt dit concreet om investeringen in een robuust landschappelijk raamwerk (een ‘casco’ in het jargon van de landschapsarchitect). Dit raamwerk bestaat uit bestaande en nieuwe landschapelementen zoals bomenrijen, bosvakken en water- en moerasstroken die kernkwaliteiten van het landschap onderstrepen en waar nodig nieuwe toevoegen. 32

Veenweidegebied laag en nat

Stevig raamwerk (casco) van oude en nieuwe groen/blauwe structuren Stroomrug met waterstroom ligt hoog en droog

Schematische weergave van de ruimtelijke structuur van het landschap van de toekomst

33 33

Impressie van het landschap van de toekomst in 2030

Koppeling landschapsfuncties aan vitale kernen

Energiepark met zonnevelden en windenergie, recreatie en natuur

Stevig raamwerk (casco) van oude en nieuwe groen/blauwe structuren

Recreatieve fietsroute

Herbestemming VAB’s

Mixlandschap

Bos Diverse en nieuwe teelten

Natuurinclusieve kringlooplandbouw

Laag en natter gebied

Stevig raamwerk (casco) van oude en nieuwe groen/blauwe structuren

Korte ketens 34

35

Sfeerbeelden van het landschap van de toekomst

36

37

- Nieuwe arealen bos, zoals CO2-bos, voedselbos, bos voor biodiversiteit - Multifunctionele energieparken (energiewinning gecombineerd met natuur, water, landbouw en/of recreatie - Waterbuffers - Herbestemming van voormalige agrarische bestemmingen voor bijvoorbeeld wonen, werken, energie, zorg

Ruimtelijke kwaliteit, maat en schaal Wel passend in het Landschap van de Toekomst in 2030: >> Het Landschap van de Toekomst is veelal een coulissenlandschap door landschappelijke kamers te creëren. Deze kamers worden gescheiden door een robuust landschappelijk raamwerk. In de veenweidepolders kan bijvoorbeeld met waterstructuren en moeras een robuust raamwerk worden gecreeërd. Ook cultuurhistorische en ecologische elementen kunnen het raamwerk versterken. >> Binnen de flexibel in te vullen kamers van dit raamwerk kunnen vele functies een plek krijgen. >> Verweving van functies staat centraal: een afwisselend landschap met kleinschalige functies. Waar grootschalige functies moeten worden ingepast, zijn deze altijd multifunctioneel ontworpen. >> Het Landschap van de Toekomst is een mixlandschap, maar het kan nog steeds een sterk landbouwkarakter hebben. Zeker de huidige polderlandschappen waar landbouw domineert, maar het economisch perspectief van landbouw verslechtert, vragen om zorgvuldig beleid. Een subtiele mix met andere functies is hier denkbaar, mits het landschappelijk raamwerk dit kan dragen.

>> Diverse functies zijn denkbaar in dit Landschap van de Toekomst, zoals bijvoorbeeld: - Natuurinclusieve landbouw en nieuwe teelten zoals azolla, wijn, wilgen, insecten - Recreatieve routes en pleisterplaatsen - Een fijnmazig netwerk van nieuwe natuurverbindingen (bos- en water- en moerasstroken, hooilanden, herstel veengroei)

Niet (meer) passend in het Landschap van de Toekomst in 2030: >> Monofunctionele gescheiden gebieden >> Het klassieke beeld van weidse polders en zeer verre uitzichten >> Leegstaande voormalige agrarische bestemmingen Maat en schaal >> Het raamwerk wordt gemaakt op de schaalgrootte die past bij het oorspronkelijke cultuurhistorische landschap. Vaak zijn bestaande structuren zoals stroomruggen of elzensingels in aanzet al aanwezig. Dit kan worden versterkt. Zo kan het ritme van elzensingels, moerasstroken, houtwallen en bosvakken haaks op een route of waterloop worden versterkt. Door de aanplant van dubbele of tweedubbele bomenrijen in bermen langs wegen of wateren, ontstaan de ‘kamers’ van enkele tientallen hectares tot honderden hectares groot. Door toepassing van hoge (‘1e grootte’), duurzame inheemse bomen, zoals populier, els, esdoorn, linde, met afwisselend ondergroei van bosplantsoen, krijgt het landschap ruggengraat. De 38

>> Kleinschalige woningbouw buiten de rode contour, bijvoorbeeld gekoppeld aan voormalige agrarische bestemmingen. Hier vestigen zich communities die het landschap beheren. >> Een divers palet aan invullingen mogelijk maken bij het hergebruik van voormalige agrarische bestemmingen. Randvoorwaarde hiervoor is een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

boomstructuren zijn zeer divers in sortiment en daarmee toekomstbestendig. Dus geen monotone bomenrijen van één soort. Door de ontwikkeling van dit raamwerk worden meteen de vele zieke essen in de U16 vervangen. De laanbeplantingen en stroken vragen een breedte van circa 30 – 80 m meter over vele kilometers lengte. >> Anderzijds kan het raamwerk worden gemaakt door moerasstroken en waterlopen. In de lage natte delen kunnen ze een logische plek vinden. Ook nieuwe lijnen in het landschap kunnen worden benut, zoals lange tracés van kabels en leidingen die wellicht nodig worden voor de energietransitie. >> De iets hoger gelegen stroomruggen zijn over het algemeen verdicht. De lage delen van veengebieden over het algemeen open. Doorzichten van stroomruggen naar lage delen worden behouden.

Inspiratie >> “Het landbouwpark ten zuiden van Milaan wordt gerund door de recente metropoolregio. Door het gefragmenteerde karakter is het een planologische rommelzolder, maar ze geven daar een positievere draai aan dan in Nederland. Hoe mooi is het immers, dat je binnen de middeleeuwse verkaveling zowel kan wonen, werken, recreëren en natuurdoelen kan halen? De thematisering van het park is slim. Door in te zetten op de landbouw als drager lokt, men allerlei initiatieven uit: van B&B’s bij de boer, tot verkoop van streekproducten (risottorijst, gorgonzola, honing), recreatieve routes en evenementen geënt op de Italiaanse gastronomie en plattelandscultuur. In bepaalde stukken mag ook best intensief geboerd worden, de stukken aan de stadsrand zijn multifunctioneler. Door het sterke concept weten ze van de EU tot lokale overheid en bedrijfsleven subsidies binnen te halen.” (bron: Ruimte+ Wonen, Ringpark Utrecht; Een ruimtelijk concept van de eenentwintigste eeuw voor ‘healthy urban living’ Merten Nefs, Paul Roncken, Merten Nefs, Ymke van de Witte, ma 2 oktober 2017) >> Ontwerpcompetitie De Grote Vriendelijke Reus - Hoeksche waardenmakerij - Park Lingezegen

Randvoorwaarden voor succes >> De ondergrond met landschappelijke en cultuurhistorische waarden worden samen met het watersysteem leidend voor het ruimtegebruik: klei, zand, veen, hoog en droog, laag en nat worden sturend voor wat kan en mag in het Landschap van de Toekomst >> Nodig is het fors beperken van de uitstoot van stikstof, fosfaat, methaan en kooldioxide: anders is menging van functies lastiger. >> Allianties van nieuwe gebiedspartijen en ondernemers zijn gewenst evenals ruimte voor experimenten. >> Koppeling van de nieuwe gebiedsdynamiek aan de gewenste vitaliteit van de dorpen. 39

Voorbeeld - raamwerk landschap >> Coulissen en functiecombinatie met zonnepanelen 40

Voorbeeld - raamwerk landschap >> Bomenrijen 41

Voorbeeld - Park Lingezegen

Voorbeeld - pilotproject Olland (N. Brabant) >> Slim overkappen van fruit met licht-doorlatende zonnepanelen,

42

43 Foto: Groenleven

Voorbeeld - Parco agricolo sud Milano

Gebruikte literatuur >> Bureau KM 19), Ontwikkelbeeld Groen & Landschap >> Bureau KM, Prettige plekken, handboek mens en openbare ruimte, juni 2016 >> Commissie Remkes 2019, Niet alles kan, eerste advies van Adviescollege Stikstofproblematiek >> E.A. van der Grift, F.G.W.A. Ottenburg, R. Pouwels, Recreatief medegebruik van ecoducten, Wageningen 2010 >> E.A. van der Grift, F.G.W.A. Ottenburg, R. Pouwels, Recreatief medegebruik van ecoducten, Wageningen 2010 >> Hiltrud Pötz & Pierre Bleuzé, Groenblauwe netwerken voor duurzame en dynamische steden, Delft 2012 >> Hiltrud Pötz & Pierre Bleuzé, Groenblauwe netwerken voor duurzame en dynamische steden, Delft 2012 >> Ministerie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ‘Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden’, 2019. >> Nota Ecologische verbindingszone 2008-2018, gemeente Den Haag, 2009‘Stedelijk landschap en groenblauwe structuur’ prov. ZuidHolland/PARK >> Nota Ecologische verbindingszone 2008-2018, gemeente Den Haag, 2009 >> Prettige plekken, handboek mens en openbare ruimte, juni 2016 >> Provincie Utrecht, Landbouwvisie 2018; landbouw met perspectief >> Provincie Zeeland, scenario ‘Voedselrijk Zeeland’ uit Toekomstvisie Zeeland2040, BVR 2014.

>> Stuurgroep Groene Hart, ‘Een nieuwe aanpak voor de veenweiden van het Groene Hart; naar optimale combinaties van bodem, water en landgebruik’, Ontwerpend onderzoek door Fabrications, Sant & Co, Alterra et al. 2018-2019. >> U16 (20‘Stedelijk landschap en groenblauwe structuur’ prov. ZuidHolland/PARK

44

45

Colofon Verdieping Groene routes en scheggen | Landschap van de Toekomst | Landbouwkerngebieden In opdracht van de U16. BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling 9 oktober 2019

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=bbc59108-a463-422e-b862-acd629776d51