3. (RVE) Concept oprichting Stichting Tussen Lek en Linge 20210923.doc
Tekst van het document
Concept Gebiedsmarketingstichting Tussen Lek en Linge.
Gegevens oprichter(s): (data, namen, plaats, etc.)
Artikel 1. Naam en zetel 1. De Stichting draagt de naam: Gebiedsmarketingstichting Tussen Lek en Linge. 2. De Stichting heeft haar statutaire zetel in de gemeente Vijfheerenlanden.
Artikel 2. Doelenstelling van de stichting 1. Het hoofddoel is dat meer bezoekers kiezen voor Tussen Lek en Linge. De wijze waarop dat doel wordt bereikt is door een gedegen merkmanagement. De drie afgeleide subdoelen zijn positioneren, profileren en verbinden: a. Positioneren: het ontwikkelen van het merk Tussen Lek en Linge, waarbij de merkstrategie leidend is bij alle activiteiten b. Profileren: promotie van de volledige gemeente Vijfheerenlanden als toeristische bestemming vanuit het merk Tussen Lek en Linge met een op maatwerk gerichte aanpak voor de in de merkstrategie benoemde doelgroepen. c. Verbinden: zorgdragen voor een lange termijn aanpak met partners met betrekking tot het aantrekken en behouden van toeristische bezoeken aan Tussen Lek en Linge. 2. Het verrichten van alle verdere handelingen die met het bovenstaande verband houden en daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
Artikel 3. Geldmiddelen 1. Het vermogen van de Stichting zal worden gevormd door: a.
inkomsten en opbrengsten uit de activiteiten van de Stichting;
b.
subsidies en donaties;
c.
schenkingen, legaten en erfstellingen;
d.
alle andere wettige verkrijgingen en baten.
2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Artikel 4. Raad van toezicht: Omvang, samenstelling en benoeming 1. De raad van toezicht bestaat uit een oneven aantal van minimaal drie (3) en maximaal zeven (7) leden. Het aantal toezichthouders wordt - met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde – door de raad van toezicht met algemene stemmen vastgesteld. Als de toevoeging van een nieuw lid leidt tot een even aantal leden, is het (even) lid aspirant-lid totdat een oneven lid is benoemd. 2. De leden van de eerste raad van toezicht worden in functie benoemd. Daarna kiest de raad van toezicht zelf uit zijn midden een voorzitter en een secretaris 3. Het minimum aantal leden van de raad van toezicht is twee (2). Indien de situatie zich voordoet dat er één (1) lid overblijft, zal dit lid de beëindiging van de stichting in gang zetten. 4. De toezichthouders worden benoemd voor vier (4) jaar. De raad van toezicht kan een lid herbenoemen voor een aansluitende periode van vier (4) jaar. Een herbenoeming voor een derde termijn van vier jaar in dezelfde functie is uitgesloten. De toezichthouders kunnen hun rol onafhankelijk vervullen; zij hebben geen andere belangen dan die van toezichthouder. 5. Door de dagelijkse werkzaamheden of (vrijwillige) nevenfuncties van de toezichthouders mag geen belangenverstrengeling bestaan. 6. Vacatures worden zo snel mogelijk ingevuld.
In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden. Vacatures worden binnen zes (6) maanden vervuld. 7. Eventuele (onkosten)vergoeding: nog met de gemeente Vijfheerenlanden overleggen.
Artikel 5. Raad van toezicht: Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden 1. De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in stichting. 2. De raad van toezicht vervult zijn toezicht-, goedkeurings-, advies- en werkgeversfuncties op een evenwichtige wijze en richt zich daarbij op het belang van stichting en vanuit het perspectief van het realiseren van de doelstelling van de stichting. 3. De raad van toezicht is de werkgever van de directeur/bestuurder van de gebiedsmarketingorganisatie Tussen Lek en Linge. 4. De raad van toezicht bepaalt het salaris van de directeur/bestuurder. 5. De raad van toezicht legt de taken en bevoegdheden en alle gebruikelijke rechten en plichten van de directeur/bestuurder vast in een arbeidscontract. 6. De raad van toezicht houdt met twee van zijn leden drie keer per jaar een gesprek en een beoordelingsgesprek met de directeur/bestuurder waarin afspraken worden gemaakt, de stand van zaken wordt doorgenomen en een beoordeling plaatsvindt. 7. De raad van toezicht is niet belast met het besturen van de stichting.
Artikel 6. Raad van toezicht: Vergaderingen
1. Ieder kalenderkwartaal wordt ten minste één vergadering gehouden. 2. Ten minste één week voor de vergadering wordt de uitnodiging met de stukken verstuurd door de secretaris van de raad van toezicht. 3. Als alle in functie zijnde toezichthouders aanwezig zijn bij de vergadering, kunnen geldige besluiten worden genomen. 4. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter, bij diens aanwezigheid voorzien de overige toezichthouders in de leiding van de vergadering. 5. De vergaderingen worden vastgelegd in notulen door de secretaris of een van de andere aanwezigen. De notulen worden vastgelegd door degenen die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
Artikel 7. Raad van toezicht: Besluitvorming 1. De raad van toezicht kan alleen geldige besluiten nemen als de meerderheid van de in functie zijnde toezichthouders aanwezig zijn of zijn vertegenwoordigd krachtens volmacht. 2. Een toezichthouder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. 3. De raad van toezicht kan ook buiten de vergaderingen besluiten nemen als alle toezichthouders in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk of op andere wijze (bijvoorbeeld digitaal) hun reactie te geven. De secretaris legt deze reacties vast en voegt deze na medeondertekening door de voorzitter, bij de notulen. 4. Iedere toezichthouder kan één (1) stem uitbrengen. De meerderheid van de stemmen geeft de doorslag. Bij het staken van de stemmen, beslist de voorzitter. 5. Alle stemmingen zijn mondeling tijdens de vergadering, behalve als een van de toezichthouders vooraf vraagt om een schriftelijke stemming. Schriftelijke stemming wordt gedaan door ongetekende, gesloten briefjes te overhandigen aan de secretaris. 6. Blanco stemmen worden beschouwd als niet gestemd. 7. In alle geschillen rond stemmingen, niet in de statuten beschreven, beslist de voorzitter van de vergadering. Artikel 6. Raad van toezicht: Schorsing, ontslag, defungeren, ontstentenis, belet 1.
De raad van toezicht is bevoegd tot schorsing en ontslag van alsmede het verlenen van decharge aan de leden van de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht wordt geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren, waarvan blijkt uit een negatieve evaluatie; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere gewichtige redenen waarvan de raad van toezicht in het belang van de stichting oordeelt dat zijn handhaving
als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd. 2. Voor een besluit tot schorsing of ontslag is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin ten minste alle van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van het lid van de raad van toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. 3. Indien in deze vergadering het vereiste aantal leden van de raad van toezicht niet aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt niet eerder dan drie weken nadien OF binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een volgende vergadering gehouden, waarin over een zodanig voorstel kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal dan aanwezige leden. Dit met uitzondering van het lid van de raad van toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is: dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. 4. Een besluit tot schorsing of ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de raad van toezicht over wiens schorsing of ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.
In geval van schorsing kan van het voorgaande worden afgeweken indien de spoedeisendheid van de maatregel dat verlangt. 5. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); b. doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; e. door ontslag door de rechtbank; f. door zijn overlijden; g. doordat hij het recht op een positieve aanbeveling op de verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de hoofdonderwerpen geld, zakelijke transacties, informatie en aansturing van een organisatie verliest; h. doordat de stichting het beheer over haar vermogen verliest. 6. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van de raad van toezicht waar. Een niet-voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van de raad van toezicht zijn functie (tijdelijk) niet kan uitoefenen.
Artikel 7. Bestuur: Omvang, samenstelling en benoeming 1. Het bestuur bestaat uit één directeur/bestuurder.
2. De raad van toezicht benoemt, schorst, ontslaat en verleent decharge directeur/bestuurder. 3. De directeur/bestuurder van de stichting kunnen niet zijn personen die: a. in drie jaar voorafgaande aan de benoeming lid zijn geweest van de raad van toezicht van de stichting, b. lid zijn van de raad van toezicht van de stichting. 4. De raad van toezicht stelt de beloning, de contractduur, de rechtspositie en de andere arbeidsvoorwaarden van directeur/bestuurder vast. 5. De directeur/bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. In dat geval wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
Artikel 8. Bestuur: Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden. 1. De directeur/bestuurder is belast met het besturen van de stichting en draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. 2. De directeur/bestuurder richt zich bij de vervulling van zijn taak op het belang van de stichting op korte en lange termijn, vanuit het perspectief van het realiseren van de doelstelling van de stichting. 3. De directeur/bestuurder verschaft de raad van toezicht tijdig alle informatie die nodig is voor een goede uitoefening van de functie van de raad van toezicht. 6. De directeur/bestuurder is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten: a. tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; b. waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt; c. mits de directeur/bestuurder daartoe voorafgaande goedkeuring heeft gekregen van de raad van toezicht. 7. Aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht zijn, onverminderd het elders in de statuten bepaalde, onderworpen de besluiten van directeur/bestuurder omtrent: a.
de vaststelling en wijziging van opgestelde (strategische) beleidsplannen voor enig jaar of reeks van jaren;
b.
de vaststelling en wijziging van de begroting(en);
c.
de vaststelling van het bestuursverslag en de jaarrekening;
d.
de vaststelling van de randvoorwaarden en waarborgen voor een adequate invloed van belanghebbenden;
e.
een voorstel tot ontbinding van de stichting;
f.
de aangifte van faillissement en aanvraag van surseance van betaling van de stichting;
g.
de gelijktijdige beëindiging of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers, of van het verbreken van een overeenkomst met een aanmerkelijk aantal personen dat als zelfstandigen of als samenwerkingsverband werkzaam is voor de stichting;
h.
het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking van de stichting met andere rechtspersonen of vennootschappen indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting;
i.
het aantrekken en uitzetten van financiële middelen in de vorm van kredieten al dan niet in rekening-courant, van andere geldleningen en van effecten waaronder uitdrukkelijk doch niet uitsluitend begrepen obligaties, opties, warrants en dergelijke dan wel in welke andere vorm ook;
j.
het voeren van rechtsgedingen, niet zijnde incassoprocedures of kort gedingen.
8. Zonder voormelde voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht kan de stichting ter zake de in lid 7 van de in dit artikel genoemde besluiten niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd. 9. De stichting wordt vertegenwoordigd door de directeur/bestuurder. De directeur/bestuurder aan één of meer personen volmacht verlenen om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht.
Artikel 9. Bestuur: Defungeren, ontstentenis, belet 1. De directeur/bestuurder defungeert: a. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); b. doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; e. door ontslag door de rechtbank; f. door zijn overlijden; g. doordat hij het recht op een positieve aanbeveling op de verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de hoofdonderwerpen geld, zakelijke transacties, informatie en aansturing van een organisatie verliest; h. doordat de stichting het beheer over haar vermogen verliest. 2. Als de directeur/bestuurder zijn of haar functie (tijdelijk) niet kan vervullen door terugtreden, schorsing, ontslag, ziekte of overlijden, is sprake van ontstentenis of door overig belet. In dat geval stelt de raad van toezicht een interim-bestuurder aan.
Als deze interim bestuurder deel uitmaakt van de raad van toezicht, kan deze de functie maximaal zes (6) maanden uitvoeren.
Artikel 10. Boekjaar en jaarstukken 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. De directeur/bestuurder houdt zodanige aantekeningen van de vermogenstoestand en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting bij dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. Indien de producten en diensten van de stichting uit verschillende bronnen worden gefinancierd, zorgt de directeur/bestuurder voor een adequate en inzichtelijke scheiding en verantwoording, afgestemd op eventuele voorwaarden van financiers. 3. De directeur/bestuurder maakt jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar het jaardocument op, met daarin het bestuursverslag en de jaarrekening. In het bestuursverslag wordt verantwoording afgelegd over de realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van de stichting, het daartoe gevoerde beleid, onder meer ten aanzien van de belanghebbenden, en de bereikte resultaten. 3. Verplichte onderwerpen in het jaardocument zijn: a. Benoemingen van de leden van de raad van toezicht, de directeur/bestuurder en andere werknemers van de stichting; b. Doelstellingen van de stichting van het voorafgaande jaar; c. Doelstellingen van de stichting voor het aankomende jaar; d. Financiële verslaglegging; e. Accountantsverklaring. 4.
De directeur/bestuurder laat de jaarrekening onderzoeken door een door de raad van toezicht benoemde externe accountant. 5. De accountant brengt over zijn bevindingen betreffende het onderzoek van de jaarrekening gelijktijdig verslag uit aan de directeur/bestuurder en de raad van toezicht. 6. De accountant woont de vergadering bij waarin door de raad van toezicht over de goedkeuring van de jaarrekening wordt besloten. 7. De jaarrekening en het bestuursverslag worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. De jaarrekening en het bestuursverslag worden door directeur/bestuurder en alle leden van de raad van toezicht ondertekend; ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. 8. Het jaardocument met de jaarrekening en het bestuursverslag aan de subsidieverstrekker (gemeente Vijfheerenlanden) toegelicht.
Artikel 11. Statutenwijziging
1. Deze statuten kunnen door directeur/bestuurder worden gewijzigd, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit moet worden opgenomen met een meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin alle toezichthouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat er in de raad van toezicht een vacature bestaat. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. De directeur/bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden.
Artikel 12. Ontbinding en vereffening 1. De directeur/bestuurder is bevoegd de stichting te ontbinden. 2. Het bepaalde in artikel 11 is te dezer zake van overeenkomstige toepassing. 3. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 4. De vereffening geschiedt door de directeur/bestuurder, dan wel door een door directeur/bestuurder na goedkeuring door de raad van toezicht aan te wijzen (rechts)persoon. 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 6. Hetgeen na voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de stichting is overgebleven moet bij de opheffing van de stichting worden besteed ten behoeve van een door de directeur/bestuurder, na goedkeuring van de raad van toezicht aan te wijzen instelling met een aanverwante doelstelling. 7. Na afloop van vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder de jongste vereffenaar dan wel onder een door de vereffenaars aan te wijzen derde.
Slotverklaring (door notaris toe te voegen)