CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

3. BP Dorpskamer Schoonrewoerd incl. bijlagen.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 23 maart 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan dorpshuis en 12 appartementen Kon. Julianastraat 22 Schoonrewoerd26.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Dorpskamer Schoonrewoerd Gemeente Vijfheerenlanden

Planstatus:

voorontwerpbestemmingsplan

Identificatiecode:

NL.IMRO.1961.BPSWKonJulialn22-ON01

Datum:

13 januari 2023

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes en mevr. I. van Malsen

Kenmerk Plannen-makers:

PM19051

Opdrachtgever:

Partycentrum Schoonrewoerd v.o.f.

Plannen-makers Europaplein 500 3526 KS Utrecht 06-18964686 www.plannen-makers.nl BTW id: NL8634.45.639.B.01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1

Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving plan...................................................................................................................... 6

Beleidsmatige onderbouwing .......................................................................................................... 9 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................... 9

3.2

Provinciaal en Regionaal beleid ............................................................................................ 11

3.3

Regionaal Beleid.................................................................................................................... 14

3.4

Gemeentelijk Beleid ............................................................................................................... 16

Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 19 4.1

Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 19

4.2

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 20

4.3

Geluidhinder .......................................................................................................................... 21

4.4

Flora en Fauna ...................................................................................................................... 22

4.5

Bodem ................................................................................................................................... 25

4.6

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 25

4.7

Externe Veiligheid .................................................................................................................. 29

4.8

Archeologie ............................................................................................................................ 32

4.9

Waterhuishouding .................................................................................................................. 33

4.10

Verkeer en Parkeren ............................................................................................................. 36

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 37 5.1

Plansystematiek..................................................................................................................... 37

5.2

Opzet van de regels .............................................................................................................. 37

5.3

De bestemmingen.................................................................................................................. 38

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid...................................................................... 39 6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 39

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 39

Bijlagen .......................................................................................................................................... 41

Pagina 3

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Aan de Koningin Julianastraat 22 wordt de ontwikkeling van een dorpskamer met 12 appartementen beoogd. In de huidige situatie heeft het perceel een maatschappelijke functie met een gebouw uit 1970 die gebruikt wordt als partycentrum met horeca. Het partycentrum wordt verhuurd aan een cateringbedrijf en tevens gebruikt als dorpshuis. Het plan is om het huidige gebouw te vervangen door nieuwbouw. In de nieuwbouw zal het gebruik van catering en de dorpskamer terugkomen. Er zullen 12 appartementen gecreëerd worden, waarvan 4 op de begane grond en 8 op de eerste verdieping. De appartementen worden gebouwd voor senioren en starters. Voorliggend plan voorziet in de sloop-nieuwbouw van het gebouw met behoud van huidig maatschappelijk- en horecagebruik en voegt daar 12 woonvoorzieningen aan toe in de dorpskern van Schoonrewoerd. Deze nieuwbouw sluit aan bij de naastliggende nieuwbouwzone Ooievaarszoom die sinds enige jaren de dorpsrand van Schoonrewoerd vormt. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan benodigd. Voorliggend plan voorziet hierin.

1.2

Leeswijzer

Onderhavige toelichting bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na toelichting volgen de regels inclusief de bijlage en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

2 Het plan 2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de rand van de dorpskern van Schoonrewoerd. Aan de westzijde van het perceel is recentelijk de Ooievaarszoom met kerk en woningen gebouwd, gelegen tussen de N484 en dit perceel. Het plangebied is 1450 m2 en is gelegen aan de Koningin Julianastraat 22 te Schoonrewoerd. Het perceel is kadastraal bekend onder de nummers 1684, 1685 en 1669 in de gemeente Schoonrewoerd. Nummer 1684 heeft een woonfunctie en is bekend als huisnummer 24; nummer 1685 heeft een bijeenkomstfunctie en is bekend als huisnummer 22. Nummer 1669 is onderdeel van de openbare ruimte als parkeerterrein.

Figuur 1. Locatie met Dorpskamer in omgeving in rode cirkel. (Bron: Google Earth)

Figuur 2. Locatie Dorpskamer met in rood de globale plangrens. (Bron: Google Earth)

Pagina 5

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

2.2

Beschrijving plan

In de huidige situatie heeft het perceel een maatschappelijke bestemming met als specifieke aanduidingen ‘partycentrum’ en ‘horeca’. Het partycentrum met horecavoorziening komt o.a. ten bate van een cateringbedrijf en het dorpshuis dat een belangrijke sociale voorziening in de kern is. Onderdeel van het planperceel is Kon. Julianastraat 24 dat in gebruik is als beheerderswoning. In de toekomstige situatie wordt een dorpskamer en appartementencomplex (met 12 woningen inclusief een nieuwe woning) gebouwd en bijbehorende parkeerplaatsen. In het pand komt ook weer een kleinschalige horecavoorziening. Deze horecavoorziening wordt weer gebruikt ten behoeve van de dorpskamer alsmede voor het cateringbedrijf dat levert aan afnemers niet verbonden aan de dorpskamer. Daarnaast zal de dorpskamer met horecavoorziening ook verhuurd worden aan derden ten bate van kleinschalige bijeenkomsten vanuit de dorpsgemeenschap. Te denken valt aan condoleance- en herdenkingsbijeenkomsten, bruiloft- en jubileumfeesten en vergelijkbare kleine feesten. Er worden 4 woningen met tuin op de begane grond gesitueerd, evenals de dorpskamer en een kantoor. Er worden totaal 8 woningen op de verdieping gerealiseerd, waarvan 4 woningen boven de dorpskamer en 4 bovenwoningen grotendeels gelokaliseerd boven de 4 benedenwoningen. De 4 benedenwoningen zijn seniorenwoningen evenals de woningen boven het dorpshuis.

De 4 woningen boven de begane grond woningen zijn ten behoeve van starters en of senioren. In de toekomstige situatie heeft het perceel naast een maatschappelijke functie ook een horeca en woonfunctie. Aan de noordoostzijde van het perceel zijn 3 parkeerplaatsen gepland die grenzen aan de inham van de Koningin Julianastraat. Aan de zuidwestzijde zijn 9 parkeerplaatsen gepland die grenzen aan de inrit van het perceel, waarmee ook een bestaand parkeerhofje toegankelijk is. Aan de noordwestelijke zijde van het perceel ligt een watergang. Het plan bestaat uit 2 ‘blokken’ van circa 8 meter hoog. De overige gebouwen in de omgeving hebben min of meer dezelfde hoogte; 2 woonlagen en een kapverdieping (zie onderstaande figuur).

Figuur 3: Oriëntatie Dorpskamer

Pagina 6

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Figuur 4. Oriëntatie dorpskamer

Pagina 7

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Figuur 5. Situatieschets met in dikke lijnen de omtrek van het oude partycentrum.

Pagina 8

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening / Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt in 2023 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland.

De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek De ontwikkeling bevindt zich in een kleine kern in de gemeente Vijfheerenlanden.

De ontwikkeling bestaat uit een combinatie van functies en past daarmee binnen de prioriteiten van het Rijk. De locatie wordt deels getransformeerd naar een woonbestemming. Deze bestemming voldoet in een grotere behoefte dan de huidige en sluit daarmee aan op de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningen. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit plan geen direct raakvlak met het nationale beleid. Vanuit de NOVI zijn geen directe voorwaarden van toepassing op het plan, tevens ontstaat er geen directe strijdigheid met het nationale beleid. Pagina 9

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Een woningbouwontwikkeling valt onder de definitie van stedelijke ontwikkeling als deze groter is dan 12 woningen.

De Ladder stelt dat voldaan wordt aan de Ladder als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Voorliggend plan voorziet in de behoefte aan appartementen en grondgebonden woningen. In de regio Utrecht is er een schaarste aan dergelijke woningen. Het plangebied bevindt zich binnen de dorpskern van Schoonrewoerd. Het plan, ondanks dat het onder de norm van de Bro van een stedelijke ontwikkeling valt, voldoet hiermee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • • • • • • • • • • • • • •

Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Pagina 10

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Planspecifiek Voorliggend plan betreft de vervangende nieuwbouw van een partycentrum (dat fungeert als dorpshuis) naar dorpshuis en het realiseren van 12 appartementen. Het plan heeft geen raakvlak met één van de beschreven projecten van het Barro.

Conclusie Onderhavig plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal en Regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten (PS). Deze omgevingsvisie vervangt de PRS 2013-2028 inclusief herijking en herziening, het mobiliteitsplan en het afwegingskader uitbreidingslocaties voor wonen. De Omgevingsvisie geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. In de omgevingsvisie staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort en hoe dit beleid uitgevoerd wordt. Naar verwachting wonen er over dertig jaar een kwart meer mensen in de provincie Utrecht dan nu. De grote uitdaging voor de provincie Utrecht is om op zo’n manier te groeien dat iedereen prettig en gezond kan (blijven) leven. Dit betreft niet alleen de bouw van voldoende woningen, maar ook het creëren van werkgelegenheid, duurzaam energieverbruik en behoefte aan groen en recreatie. Om de provincie mooi en leefbaar te houden en tegelijkertijd ruimte te bieden aan de toekomstige ontwikkelingen, zet de provincie in op combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie Utrecht richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving.

Al deze thema’s staat ten dienste van het hoofddoel van de provincie Utrecht om in 2050 een duurzame, circulaire, inclusieve en in alle opzichten gezonde en vitale provincie te zijn. De zeven thema’s zijn: • Provincie waarin stad en land gezond zijn • Provincie die klimaatbestendig en waterrobuust is • Provincie waarin duurzame energie een plek heeft • Provincie met vitale steden en dorpen • Provincie die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is • Provincie met een levend landschap, erfgoed en cultuur • Provincie die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft De gewenste richting om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied. Zij is afhankelijk van de specifieke kenmerken en identiteit. De zeven thema’s zijn uitgewerkt in de visiekaart provincie Utrecht 2050. Planspecifiek Onderstaand is al het relevante beleid voor het plangebied nader toegelicht. Vitale steden en dorpen De provincie Utrecht kent een grote diversiteit aan steden, dorpen en kernen en een grote diversiteit aan woon- en vestigingsmilieus. Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Een groot gedeelte van de mensen woont graag in een stedelijke of dorpse omgeving. De menging en aanwezigheid van functies zoals wonen, werken en voorzieningen draagt bij aan deze aantrekkelijkheid.

Binnen het stedelijk gebied van steden en dorpen is nog veel ruimte aanwezig die kan worden benut voor verdichting, herontwikkeling of intensivering. In Pagina 11

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

de afgelopen jaren zijn er weliswaar al veel binnenstedelijke locaties ontwikkeld, maar er zijn nog steeds binnenstedelijke mogelijkheden en er komen continu nieuwe mogelijkheden bij. Voorzieningen in steden bieden ontmoetingsplekken, zoals buurthuizen, bibliotheken, gebedshuizen en horeca. De provincie wilt deze functies behouden en verder ontwikkelen. Het plan wordt ingepast in de bestaande bebouwde structuur van de kern Schoonrewoerd. Als onderdeel van het plan wordt een partycentrum (in gebruik als dorpshuis) gesloopt en worden een dorpskamer inclusief horecavoorziening met 12 appartementen gerealiseerd. De structuur wijzigt niet wezenlijk omdat openbare weg, de Kon. Julianastraat, niet aangepast of verlegd wordt. Aan de Kon. Julianastraat staat in de bestaande als de nieuwe situatie bebouwing. Het straatbeeld van de Julianastraat wijzigt wel doordat er een dubbellaags appartementencomplex inclusief dorpskamer en achtertuinen en enkele parkeerplaatsen komen in plaats van een voornamelijk enkellaagse bebouwing met een parkeerterrein. De nieuwe bebouwingstypologie sluit in bouwhoogten en rooilijnen beter aan op de omliggende bebouwing dan de bebouwing in de bestaande situatie. De nieuwbouw is zo georiënteerd dat er ook meer voorgevels naar de openbare weg gekeerd zijn. Er is hierdoor meer sociale controle op de openbare ruimte.

Door het verwijderen van de verouderde bebouwing ontstaat tevens een verzorgder straatbeeld. Het plan draagt bij aan het behouden van lokale voorzieningen. Door de herontwikkeling kan het dorpshuis weer voor een lange periode duurzaam in stand worden gehouden. Daarnaast maakt het plan gebruik van de menging van functies, door het tevens realiseren van 12 appartementen. Aantrekkelijke landschappen Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsbegrenzing het Groene Hart. Het Groene Hart loopt naast Utrecht door in Noord -en Zuid-Holland en is de centrale open ruimte in de Randstad. Het Groene Hart is in de NOVI door het Rijk opgenomen als één van de acht NOVI-gebieden binnen Nederland. NOVIgebieden zijn gebieden met essentiële, complexe en urgente opgaven met een nationaal belang waar samenwerking tussen alle overheidslagen noodzakelijk is om succesvol antwoord te geven op de opgaven. Het Groene Hart wordt in de Omgevingsvisie aangewezen als een open landschap met een (veen)weide karakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing etc.) en waar sprake is van landschappelijke diversiteit en rust & stilte. Binnen het Groene Hart dienen de waarden van het agrarische cultuurlandschap beschermd en benut te worden. Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de dorpskern en tast de kernwaarden van het Groene Hart niet aan. Aardkundige waarden De provincie beschermt de aardkundige waarden.

Als een voorgestelde ingreep botst met de aardkundige waarden in een gebied, is een gedegen afweging tussen de ingreep en het behoud van de aardkundige waarde(n) nodig. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bescherming van het natuurlijk reliëf, de bodemopbouw en eventuele actieve landschapsvormende processen. Wat betreft de aardkundige monumenten zet de provincie zich waar mogelijk in om de recreatieve en educatieve rol ervan te versterken. Om het verhaal van het ontstaan van de provincie nog completer te maken, worden nieuwe aardkundige monumenten benoemd. Het plan betreft vervangende nieuwbouw van het dorpshuis. De nieuwbouw komt terug op dezelfde plaats als waar het huidige dorpshuis is gesitueerd. Het betreft daarmee een planlocatie waar thans sprake is van bebouwing binnen de dorpskern van Schoonrewoerd. Er kan geconcludeerd worden dat binnen het plangebied geen aardkundige waarden aanwezig zijn en voorliggend plan tast de aardkundige waarden niet aan. Agrarische cultuurlandschappen De cultuurhistorische waarde van het agrarisch cultuurlandschap ligt met name in de gaafheid van de historische verkavelingsstructuur, de ontginningsrichting, het waterbeheersingssysteem en de Pagina 12

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

samenhang van de agrarische patronen en de bebouwingslinten met de historisch kenmerkende gebouwen. Het wordt gekenmerkt door een grote openheid van het landschap. De provincie wilt de waarden van de agrarische cultuurlandschappen beschermen en benutten. De provincie realiseert zich hier echter wel bij dat klimaatadaptatie, bodemdaling en energietransitie hun impact zullen hebben op het landschap van het Groene Hart. Het is belangrijk dat cultuurhistorische waarden en de kernkwaliteiten van het landschap daarbij een rol spelen. Voorliggend plan bevindt zich in de dorpskern van Schoonrewoerd. Het plan betreft vervangende nieuwbouw en tast het agrarisch cultuurlandschap niet aan. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen, zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De Interim Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. De Interim Omgevingsverordening is op 1 april 2021 inwerking getreden en zal een looptijd hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening inwerking treedt.

Planspecifiek Onderstaand zijn enkel relevante regels voor voorgenomen ontwikkeling opgenomen. Overstroombaar gebied Het gehele plangebied is gelegen in een overstroombaar gebied. Met betrekking tot deze gronden stelt artikel 2.10 van de Interim omgevingsverordening dat een bestemmingsplan bestemmingen en regels bevat die rekening houden met overstromingsrisico's. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten’ opgesteld. In het plangebied zijn geen niet-zelfredzame groepen aanwezig. Aandachtsgebied stiltegebied Het intensieve gebruik van de leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. Stiltegebieden vervullen een rol in die behoefte. Behalve voor de rustzoekende inwoner, is stilte ook van belang voor de beleving van het landschap en natuur. In de provincie Utrecht zijn 14 stiltegebieden aangewezen. In deze gebieden handhaaft de provincie de rust die aanwezig is. Ook wil de provincie Utrecht waar mogelijk bijdragen aan behoud van gebieden waar de geluidsbelasting relatief laag is in de nabijheid van steden.

Ter bescherming van de stiltegebieden neemt de provincie regels in de omgevingsverordening op. Hiermee beperkt de provincie Utrecht geluid producerende activiteiten. Het plangebied is gelegen binnen het aandachtsgebied stiltegebied. Met betrekking tot deze aandachtsgebieden gelden de volgende regels: 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aandachtsgebied stiltegebied bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan.

Pagina 13

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Voorliggend plan betreft de vervangende nieuwbouw van een partycentrum (in gebruik als dorpshuis). Daarnaast maakt het plan 12 appartementen mogelijk. Er worden geen nieuwe geluidproducerende functies gerealiseerd. Daarnaast kan worden opgemerkt dat de vervangende nieuwbouw uit betere geluidsisolerende materialen bestaat waardoor het geluidsniveau waarschijnlijk afneemt. Duurzame verstedelijkingsladder In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staat het volgende over verstedelijking: Artikel 9.15 Instructieregel verstedelijking 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; 3. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Voorliggend plan maakt 12 appartementen mogelijk naast de vervangende nieuwbouw van het dorpshuis. Het plan is hiermee Ladderplichtig. In paragraaf 3.1.1. over het rijksbeleid is reeds ingegaan op de ladder duurzame verstedelijking.

Het plan wordt binnendorps gerealiseerd en bevat 33% sociale/middensegment appartementen. Het plan is tevens regionaal afgestemd. Er kan geconcludeerd worden dat aan de duurzame verstedelijkingsladder wordt voldaan. Conclusie: Onderhavig plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal Beleid

3.3.1 Regionale Structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan op 1 januari 2019 door een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Voor het regionale gebied is een structuurvisie opgesteld. In de Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Planspecifiek Het plan voorziet in vervangende nieuwbouw van het partycentrum (in gebruik als dorpshuis) en garandeert daarmee een langdurige en duurzame instandhouding van het dorpshuis.

Door voorgenomen plan blijft de leefbaarheid van Schoonrewoerd op pijl en tevens draagt het plan bij aan het versterken van de sociale cohesie. Daarnaast voorziet het plan in 12 appartementen en vergroot het hiermee de woonvoorraad. Het plan is dan ook in lijn met de regionale structuurvisie.

Pagina 14

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

3.3.2 Regionale woonvisie De Regionale woonvisie Alblasserwaard – Vijfheerenlanden (2013) geeft een wensbeeld 2020 en stuurt aan op een intergemeentelijke samenwerking op het gebied van wonen. Daarbij is oog voor de onderlinge verschillen. Voor de woondorpen Streefkerk, Schelluinen, Leerbroek en Schoonrewoerd is uitgangspunt dat deze hun kwaliteit behouden door investeringen in particuliere woningen en de openbare ruimte. De woondorpen kenmerken zich door hechte gemeenschappen en veel huishoudens behoren tot traditionele of moderne burgerij. Zij hebben een sterk lokaal sociaal netwerk en gebruiken dat. Voorzieningen vinden ze op korte afstand in nabij gelegen voorzieningendorpen. Als er lokaal een concrete vraag naar nieuwe woningen ontstaat, is er ruimte voor vraaggerichte maat-werkplannen, vaak slechts enkele woningen, maar wel van belang voor de inwoners van een dorp. Kwantitatieve behoefte Tot voor kort is in de woningbouwafspraken met de provincie steeds uitgegaan van bouwen voor de eigen woningbehoefte op basis van migratiesaldo = 0. Hiervoor is een uitbreiding van de woningvoorraad nodig van ca. 4.500 woningen voor de periode 2010-2019. De huidige afspraak is: 3.500 woningen netto toevoeging als totaal voor de Regio, met als uitloop 4.500 woningen indien aangetoond wordt dat de markt daarom vraagt.

Daarmee biedt de provincie op regioniveau ruim voldoende ruimte voor vraaggestuurde groei. De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 350 woningen of huishoudens, wat overeenkomt met 0,7% groei per jaar. Kwalitatieve behoefte Investeren doet de regio overal, maar niet overal hetzelfde. Voor alle dorpen en wijken geldt dat behoud van kwaliteit in de bestaande woningen, woonomgeving en leefbaarheid urgenter is dan nieuwbouw. Het grootste deel van de woonomgeving van 2020 staat er nu ook al en de kwaliteit daarvan is grotendeels bepalend voor de totale woonkwaliteit van de regio. Dit is in de visie uitgedrukt in: 1. behoud van kwaliteit en uitstraling, 2. woonlastenbeperking en energie en 3. comfortverbetering in relatie tot zorg. Geen van de gebieden gaat 'op slot' maar de vraag naar uitbreiding via nieuwbouw is naar verhouding het grootst in het stedelijk gebied en in dorpen met een breed pakket aan voorzieningen. Alleen vraaggerichte plannen hebben kans van slagen: het juiste product, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek, op het juiste moment. Dit wordt uitgedrukt in vier strategieën op hoofdlijnen: 1. starters mogelijkheden bieden, 2. binden van doorgroeiers, 3. binden van senioren en 4. aantrekken van nieuwkomers.

In woondorpen (zoals Schoonrewoerd) en landelijk gebied wordt nieuwbouw afgestemd op het bedienen van lokale vraag, is zelden projectmatig en vooral voor het binden van starters en doorstromers. Toetsingskader woningbouwprojecten In de visie is een toetsingskader opgenomen voor woningbouwprojecten (blz. 175). Op blz. 19 van de visie is een kaart opgenomen waaruit blijkt dat Schoonrewoerd wordt gekenmerkt als woondorp. Voor woondorpen geldt dat een plan met meer dan 5 woningen wordt geagendeerd in het regionaal overleg voor woningontwikkelingen in Alblasserwaard – Vijfheerenlanden. In dat overleg wordt toegelicht en afgestemd of de ontwikkeling past in de regionale woonbehoefte. Voor voorliggend plan heeft deze afstemming plaatsgevonden. Planspecifiek De Regionale woonvisie Alblasserwaard – Vijfheerenlanden (2013) stelt dat (de voormalige gemeente) Leerdam voldoet aan drie belangrijke voorwaarden voor binding van bewoners: voorzieningen, werk, bereikbaarheid. De regionale kwaliteit biedt kans om veel eigen mensen te binden. Voorliggend plan is in overeenstemming met de regionale structuurvisie omdat het bijdraagt in het op niveau houden van voorzieningen. Er worden 12 appartementen gerealiseerd waarbij 4 als starterswoning en 4 tot 8 als seniorenwoning worden aangemerkt. Tevens wordt door het plan de Pagina 15

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

dorpskamer in stand gehouden. Hierdoor blijft er voor diverse groepen ruimte om elkaar te ontmoeten. Dit komt de sociale cohesie van de kern ten goede. Verder zijn er geen overige randvoorwaarden van toepassing op het plan vanuit de visie. Conclusie Onderhavig plan is niet in strijd met het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk Beleid

3.4.1 Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 – 2025 Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Zo is Vijfheerenlanden samen sterk, met eigenheid en diversiteit in de verschillende kernen. In de woondorpen is er sprake van huishoudensgroei. Dat betekent dat overal een (kleine) bouwopgave ligt. De netto huishoudenstoename komt in de woonkernen volledig voor rekening van de groeiende doelgroep 65-plussers, waardoor doorstroming op gang kan komen.

De woonvisie gaat uit van de volgende uitgangspunten: • Behoud en versterking van de vitaliteit heeft de prioriteit van de kleine kernen; • Bouwen voor de doorstroming binnen Vijfheerenlanden: voor ouderen en voor jongeren; • Aandacht voor lage inkomens en middeninkomens uit Vijfheerenlanden die in de knel komen; • Bouwen primair voor de eigen inwoners, ruimte voor kleine dorpsgerichte plannen, die aansluiten bij initiatieven van dorpsbewoners; • Ruimte bieden aan complementaire woningtypen: voorzien in de behoefte aan kleine woningen (tiny houses), mantelzorgwoningen, knarrenhofjes, en vrije kavels; • Focus op de verduurzaming van de bestaande voorraad, bij nieuwbouw zorgen voor energieneutraliteit; • Rekening houden met rode contour, en nieuwe regels zoals Omgevingswet, PAS en de POVI; • Aansluiting zoeken bij de strategische visie 2035. Planspecifiek Het plan speelt in op een lokale behoefte en wordt gebouwd voor eigen inwoners. Het is een zeer kleinschalige woningbouwontwikkeling en maakt enkel woningvervanging mogelijk. Het plan is daarmee in lijn met de Woonvisie. 3.4.2 Regionale Structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan op 1 januari 2019 door een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Voor het regionale gebied is een structuurvisie opgesteld.

In de Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden.

Pagina 16

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Planspecifiek Voorliggend plan ziet toe op vervangende nieuwbouw van het dorpshuis en draagt bij aan het vergroten van de woonvoorraad in de gemeente. De vervangende nieuwbouw zorgt ervoor dat ook in de toekomst ruimte wordt geboden voor diverse groepen om elkaar te ontmoeten. Het plan draagt hiermee bij aan de sociale cohesie en leefbaarheid van de gemeente. Het plan is hiermee in lijn met de structuurvisie van de gemeente Vijfheerenlanden. 3.4.3 Structuurvisie Leerdam 2020 In de Structuurvisie (van de voormalige gemeente) Leerdam 2020 ‘Hart voor kwaliteit aan de Linge’ (okt. 2012) staan de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en onderscheiden deelgebieden (wijken, kernen, buitengebied) in onderlinge samenhang. In de structuurvisie zijn voor Schoonrewoerd uitgangspunten beschreven voor het ruimtelijk beleid ter plekke. In de structuurvisie staat dat in de kern Schoonrewoerd in het kader van de dorpsvernieuwing een aantal projecten wordt uitgewerkt. Uitgangspunt bij de projecten is het waar mogelijk in stand houden van het huidige voorzieningenniveau en het inpassen van enige woningbouw en bedrijventerrein voor de lokale behoefte. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de wens om in Schoonrewoerd nog beperkte ontwikkelingen te realiseren binnen de bestaande bebouwingscontouren.

Planspecifiek De ontwikkeling valt binnen het plan van de gemeente om voldoende passende woonruimte in dorpskernen te realiseren. Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangeduid met de pijl. Voorliggende ontwikkeling valt daarmee buiten de ontwikkelingszone Ooievaarzoom die er westelijk naast ligt. Het plan is in overeenstemming met de visie omdat het voorziet in passende woonruimte. De ontwikkeling sluit ook aan bij de transformatie van het naastgelegen gebied de Ooievaarszoom.

Figuur 6. Uitsnede uit plankaart Structuurvisie 2020 Leerdam.

Pagina 17

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

3.4.4 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Schoonrewoerd dorp" (vastgesteld 18 mei 2015). Voor de locatie geldt de bestemming Maatschappelijk. Daarnaast geldt de paraplubestemmingsplan wonen en parkeren (vastgesteld 10 juni 2021). Planspecifiek De huidige functieaanduidingen zijn ‘horeca’ en ‘specifieke vorm van maatschappelijk – partycentrum’. Binnen het bouwvlak geldt als Maatvoering een maximum bouwhoogte (6 meter). De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan. Om het appartementencomplex mogelijk te maken is een nieuw postzegel bestemmingsplan vereist. Een postzegelplan is een variant op het bestemmingsplan die betrekking heeft op een kleiner gebied, in dit geval één perceel. Bij een postzegelplan geldt dezelfde procedure als bij een bestemmingsplan.

Figuur 7. Uitsnede vigerend bestemmingsplan Schoonrewoerd Dorp; plangebied nabij pijl.

3.4.5 Welstandsnota De gemeente hanteert bij ruimtelijke ontwikkelingen de Welstandsnota Leerdam 2013 van de voormalige gemeente Leerdam, nu gemeente Vijfheerenlanden. In deze nota is het welstandstoezicht in de gemeente geregeld. Een bouwplan moet voldoen aan de reguliere eisen van welstand. Een aanvraag omgevingsvergunning kan de gemeente voorleggen aan de welstandscommissie. De welstandscommissie beslist of het bouwplan voldoet aan de welstandseisen. Het doel van het welstandstoezicht is om een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de (bebouwde) omgeving. Door het opstellen van welstandsbeleid kan de gemeente in alle openheid een effectief en inzichtelijk welstandstoezicht inrichten en opdrachtgevers en ontwerpers in een vroeg stadium informeren over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen. Planspecifiek De toetsing of het plan voldoet aan de redelijke eisen van welstand zoals geformuleerd in de welstandsnota wordt uitgevoerd door de welstandscommissie. Het plan valt onder welstandsniveau Woongebied Schoonrewoerd S2. De toetsing is geen onderdeel van het bestemmingsplan. Er is, gezien de uitwerking van het plan binnen de kaders van de welstandsnota, dat het plan niet beoordeeld kan worden door de welstandscommissie.

Pagina 18

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader In het Besluit-milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die direct m.e.r. plichtig zijn (de zogenaamde ‘C-lijst’) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde ‘D lijst’). In de D-lijst is voor iedere activiteit een drempelwaarde opgenomen. Wanneer deze drempelwaarde door een activiteit wordt overschreden geldt een m.e.r. beoordelingsplicht. Is een activiteit wel genoemd in de D-lijst, maar wordt de drempelwaarde niet overschreden? Dan dient er een vormvrije m.e.r.- beoordeling opgesteld te worden. Evenals bij een m.e.r. beoordeling dient er voor de vormvrije beoordeling getoetst te worden aan de criteria die genoemd zijn in Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ (2011/92/EU.) De vormvrije m.e.r. beoordeling dient om te bepalen of de kenmerken van het plan en de nadelige gevolgen voor het milieu niet alsnog noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapportage (MER), ondanks dat de activiteit onder de drempelwaarde van de D-lijst blijft. De vormvrije m.e.r. beoordeling wordt door een m.e.r. aanmeldnotitie aangeboden aan het bevoegd gezag, op basis waarvan ze een m.e.r. beoordelingsbesluit moet nemen. Dit m.e.r.

beoordelingsbesluit moet eerder genomen worden dan het besluit om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te laten gaan. Planspecifiek Dit plan valt in categorie D11.2 “Stedelijk ontwikkelingsproject”. Het plan overschrijdt de getalsmatige grenzen van het Besluit m.e.r (kolom C en D). Deze grenzen zijn in tabel 1 benoemd. Tabel 1. Onderdeel D van het Besluit m.e.er waar activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien van de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet op van toepassing is.

D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Op basis van de aanwezige overschrijding is sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling. In onderstaande alinea’s is deze geschreven. Een vormvrije m.e.r beoordeling moet worden opgesteld, omdat voor een stedelijk ontwikkelingsproject geen ondergrens aangewezen is. Vormvrije m.e.r. beoordeling De milieugevolgen van dit plan zijn beoordeeld in andere paragrafen van dit hoofdstuk. Voor enkele milieuaspecten is aanvullend onderzoek uitgevoerd, omdat de milieueffecten in beeld moesten worden gebracht zoals voor de bodem of het effect van het (omgevings)geluid. De bevindingen vanuit deze onderzoeken zijn in de relevante milieuparagrafen benoemd. Op basis van de beoordeling vanuit de milieuparagrafen en de resultaten uit de onderzoeken worden geen nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Vanuit de criteria uit bijlage III blijken belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet aan de orde:

Pagina 19

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

1. kenmerken van het project De kenmerken (bijvoorbeeld omvang project, gebruik natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen) zijn in dit geval zo beperkt dat belangrijke nadelige effecten voor het milieu uit te sluiten zijn. De bouw van de schuurwoning is niet ingrijpend, omdat de omgeving van het plangebied niet wezenlijk verandert. Daarnaast wordt geen regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen geschaad. De afvalstromen die vrijkomen worden allen via de gewone wegen afgevoerd, verwerkt of hergebruikt. 2. plaats van het project De relatie tussen de voorgenomen ontwikkeling en de plaats van het project leiden niet tot een m.e.r. beoordeling, omdat de omgeving niet kwetsbaar is vanwege een project van deze omvang. Men kan hierbij denken aan niet van toepassing zijnde nadelige gevolgen voor het milieu en/of de omgeving. Natuurlijke hulpbronnen worden via dit plan niet gebruikt en tasten daardoor het regeneratievermogen niet aan. Daarnaast wordt het opnamevermogen van het natuurlijk milieu niet gebruikt; afvalstromen eindigen niet in het natuurlijk milieu. Tot slot ligt het plangebied niet in of direct naast een beschermd natuurgebied (Natura 2000 en/of Gelders Natuurnetwerk). 3. kenmerken van het potentiële effect Er zijn geen belangrijke nadelige effecten op het milieu te voorzien. Daarmee is de kans dat deze effecten zich voordoen niet aan de orde.

Het betreft een ontwikkeling van beperkte omvang die buiten het speelgebied ligt van (beschermde) natuurgebied en die een klein effect heeft op het milieu en de natuurlijke omgeving.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Een goede bestemmingsplan beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Planspecifiek Voorliggend plan houdt de bouw van een dorpskamer, horeca met catering en appartementen in. De nieuwe beoogde woningen zijn een gevoelige bestemming in het kader van bedrijven en milieuzonering. Deze woningen zijn inpasbaar omdat in de directe omgeving geen bedrijven gelegen zijn maar juist woningen. De woningen vormen dus geen belemmering voor omliggende bedrijven en vanuit de omgeving zijn geen belemmeringen aanwezig. Onderdeel van de horeca is dat de dorpskamer verhuurd kan worden aan derden voor bijeenkomsten, bruiloften en partijen. Het gebruik van dorpskamer en verhuur voor bruiloften en partijen is reeds mogelijk op basis van de bestaande bestemming gemengd met de aanduiding partycentrum.

Voor de dorpskamer, de catering en voor de bruiloften en partijen aan derden stelt de VNG uitgave ‘bedrijven en milieuzonering’ dat een richtafstand van 30 meter aangehouden moet worden ten opzichte van gevoelige bestemmingen, zie onderstaande uitsneden uit de tabel met richtafstanden: 554

563

5552

562

2 Discotheken, muziekcafé's Cateringbedrijven

0

0 30 C

10

30 D

2

10

0 30 C

10

30

2

De aan te houden richtafstand geldt voor geluidhinder. Voor voorliggend plan kan gesteld worden dat er sprake is van een rustige woonwijk, omdat er in de nabije omgeving van de planlocatie alleen Pagina 20

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

woningen aanwezig zijn, de dichtstbijzijnde bedrijfsbestemmingen bevinden zich pas op circa 130, 175 en 180 meter afstand. De aan te houden afstand tot aan gevoelige bestemmingen (de omliggende woningen) betreft 30 meter. Er wordt niet voldaan aan deze richtafstand omdat de woningen rondom het plangebied op een kortere afstand liggen. Horeca categorie II is op basis van het vigerende bestemmingsplan op de locatie reeds toegestaan. Daarnaast zijn bruiloften en partijen op de locatie, middels de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – partycentrum’ reeds toegestaan. Voor een partycentrum geldt op basis van de richtafstanden een vergelijkbare aan te houden afstand van 30 meter. In voorliggend plan kan gesteld worden dat om twee redenen afgeweken kan worden van de aan te houden richtafstand. Ten eerste is de afstand in de bestaande situatie tussen woning en de functieaanduiding partycentrum ook al minder dan 10 meter. Deze afstand wijzigt in de planvorming ook niet. De functieaanduiding partycentrum komt te vervallen maar de mogelijkheid voor verhuur van de ruimte aan derden voor bijeenkomsten, bruiloften en partijen blijft. Het gebruik dat in de bestaande situatie reeds is toegestaan blijft in hoofdzaak dus gelijk. Ten tweede zal de toevoeging van het cateringsbedrijf zeer beperkte hinder opleveren.

Het betreft een samengestelde bedrijfsvoering met die van de functie van het dorpshuis. Wanneer activiteiten in het dorpshuis plaatsvinden waarvoor de keuken benodigd is, is er geen catering mogelijk. Het is dus geen continu bedrijf aanvullend op het dorpshuis. Daarnaast zal de deur ten behoeve van de catering verlegd worden naar de noordzijde van het pand. Aan deze zijde zijn enkel voorgevels van woningen gelegen. Hiermee wordt hinder door de catering voor de woning aan de zuidzijde op nr. 26, waar een zijgevel en een zijtuin ligt, voorkomen. Tot slot dienen de functies van horeca en de catering inpasbaar te zijn met de geluidgevoelige functies wonen die in dit plan mogelijk gemaakt worden. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Gezien de voorgaande onderbouwing kan gesteld worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor onderhavig plan.

4.3

Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functie belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Om te bepalen of de geluidsnormen voor de twaalf nieuwe woningen niet overschreden worden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1 Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Koningin Julianastraat Schoonrewoerd (Referentie: PLA 19.12 10 juni 2022). Het akoestisch onderzoek gaat zowel in op het verkeerslawaai, in dit geval van de N848, en op industrielawaai, in dit geval van de kaasfabriek op enige afstand van het plangebied. De conclusie van het akoestisch onderzoek luidt: Het plan voor de bouw van 12 woningen aan de Koningin Julianastraat 3 te Schoonrewoerd ligt binnen de geluidzone van de N484. Het wegverkeer op de N484 leidt niet een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai.

De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de niet-gezoneerde Koningin Julianalaan leidt eveneens niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde.

Pagina 21

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

4 woningen beschikken over niet een geluidluwe gevel als wordt uitgegaan van de vergunde geluidbelasting voor de kaasfabriek. De berekende geluidbelasting ligt lager, minder dan 50 dB(A). Er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening. De geluidbelasting op grond van de geluidzone bedraagt Letm=52 dB(A). B&W dient een hogere waarde te verlenen van Letm=52 dB(A) ten gevolge van de geluidzone van de kaasfabriek. Voor voorliggend plan zal in het kader van het industrielawaai een hogere waarde verleend moeten worden. De uitwerking van de hogere waarde vereist inzicht in de feitelijke uitwerking van de bebouwing. De feitelijke uitwerking van de bebouwing is nog niet definitief gereed. De uitwerking van de bebouwing vindt pas plaats na vaststelling van het bestemmingsplan. Wel wordt in het akoestisch onderzoek reeds de conclusie getrokken dat voldaan zal worden aan een goede ruimtelijke ordening. Tot slot voorziet het plan in woningen, zijnde een geluidgevoelige functie, die boven een horecagelegenheid en cateringbedrijf worden gesitueerd. De horecagelegenheid is onder andere beoogd voor het afhuren aan derden ten behoeve van bruiloft- en jubileumfeesten en vergelijkbare kleine feesten. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal aangetoond moeten worden dat voldaan kan worden aan de eisen van het Bouwbesluit en de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit.

Aangetoond moet worden dat voor de woningen inpandig aan de geluidsnormen voldaan kan worden. Hiervoor zal bij de omgevingsvergunning voor het bouwen dan een akoestisch onderzoek aangeleverd moeten worden. Dit onderzoek zal aangeleverd worden bij de omgevingsvergunning. Het is derhalve mogelijk dat als gevolg van het dan op te stellen akoestisch onderzoek dat er fysieke maatregelen nodig zijn om geluidhinder te beperken danwel dat er maatwerkvoorschriften nodig zijn waaraan voldaan moet worden bij de bedrijfsvoering. In de planregels is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat aan deze voorwaarden voldaan moet worden alvorens de beoogde functies gebruikt kunnen worden. Gezien bovenstaande conclusies vormt het aspect geluid geen belemmering voor voorliggend plan.

4.4

Flora en Fauna

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Voor de locatie wijzigt de bestemming van Maatschappelijk naar Gemengd (waaronder Maatschappelijk, Horeca en Wonen). Bij het wijzigen van de bestemming en het transformeren van een locatie moet beoordeeld worden of er geen beschermde gebieden en of soorten benadeeld worden als gevolg van de planontwikkeling. Om dit te beoordelen is een Quickscan uitgevoerd, zie bijlage 2. De conclusie van het onderzoek luidt: Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 Habitattypen

Gevolgen Natura2000-gebieden ‘Lingedijk & Diefdijk-Zuid’ en ‘Zouweboezem’ hebben habitattypen die gevoelig zijn voor stikstof. Er zal een Aeriusberekening uitgevoerd worden welke separaat wordt meegestuurd met de procedure stukken.

Pagina 22

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Structuurvisie Utrecht §3.2.3

Nee Nee Nee

Soortgroep H.4 Flora §4.2 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Overtreding verbodsbepalingen Nee Voor de beschermde soorten, dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bosmuis, Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Wezel, Aardmuis, Dwergmuis, Veldmuis en Vos geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.

Vogels §4.3.1

Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3

Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5

Nee Nee

Pagina 23

Toelichting Dorpskamer Schoonrewoerd

Vleermuizen §4.3.6

Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (0-1km), Baardvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Meervleermuis en Tweekleurige vleermuis (1-5km). Tijdens de bouwkundige inspectie is gebleken dat er geen rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Aanvullend vleermuisonderzoek is niet nodig. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. In de nabije omgeving van het plangebied is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig.

Overige soorten §4.3.7

Nee

Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. In het kader van natuur-inclusief bouwen kan er in de nieuwe situatie ruimte gemaakt worden voor beschermde soorten. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van nestkasten voor vogels, zoals Gierzwaluw en Huismus. Ook kan hierbij gedacht worden aan het ophangen van vleermuisverblijven. Aeriusberekening In aanvulling op het ecologisch onderzoek is beoordeeld of voldaan kan worden aan de stikstofeisen op een Natura2000-gebied. Hiervoor is een Aeriusberekening uitgevoerd, zie bijlage 3. De conclusie van dit rapport luidt: De berekeningsresultaten dateren van 15 december 2022. De AERIUS Calculator-versie 2021.2 (oktober 2022) is voor de berekeningen gebruikt. De belangrijkste analyses zijn: • Er vindt geen stikstofdepositie plaats op Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase; • Er vindt stikstofdepositie plaats door de bouwfase op.

Als de huidige situatie wordt gesaldeerd van de beoogde situatie, dan voldoet de bouwfase aan de norm van 0,00 mol N/ha/j/. Het volgende kan worden geconcludeerd: • Zowel de bouwfase als de gebruiksfase voldoen aan de norm van 0,00 mol N/ha/j; • Het situatieresultaat van de bouwfase heeft een bijdrage van 0,01 mol N/ha/j. De projectberekening levert geen toe- of afname. Het effect vanuit de projectberekening op het Natura 2000-gebied is daarom 0,00 mol N/ha/j. Gezien bovenstaande conclusies op basis van de onderzoeksrapporten vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor voorliggend plan. N.B. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal een vernieuwde Aeriusberekening aangeleverd worden mocht de Aeriuscalculator in de tussentijd geüpdatet worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=59d63fa2-9cde-4f15-af6f-005a9ee84f00