23. (RVE) BIJLAGE BIJ BRIEF Beschrijving stap 2 aanvullend locatie onderzoek SMART-L radar.pdf
Tekst van het document
Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar Stap 2 vaststellen van het verfijnde zoekgebied Eerder, in stap 1, is het aanvullende zoekgebied vastgesteld waar Defensie een SMART-L radar zou kunnen plaatsen. Dat gebeurde met behulp van een rekenmodel van TNO. Nu is het noodzakelijk dit zoekgebied te verfijnen om tot mogelijke alternatieve locaties te komen. Daarbij gaat het erom eventuele belemmeringen, die het zicht van de radar verstoren, uit te sluiten. In stap 2 zijn daarom uitsluitingsgebieden over het zoekgebied geprojecteerd. Dit zijn dezelfde gebieden zoals gebruikt in het originele locatie onderzoek. Het gaat om:
rivieren (buitendijkse gebieden) en grootschalige infrastructuur; 4 kilometerzones rond bestaande en geplande windturbines; 2,2 kilometerzones rond hoogspanningstracés, stedelijke gebieden en specifieke hoge gebouwen en objecten; aangewezen natuurgebieden (Natura-2000); en een minimale afstand van 400 meter rondom woningen, waarbij rekening is gehouden met afzonderlijke woningen en bebouwde kommen.
Het resultaat van stap 1 en stap 2 is aangegeven op de bijgevoegde kaart. Het rode gebied geeft het in 2020 vastgestelde zoekgebied aan waarin een 24 meter hoge radar staat. Het nieuwe zoekgebied is roze. Hierin staat een radarantenne van 34 meter hoog. De geel gemarkeerde gebieden zijn de aanvullende zoeklocaties na afronding van stap 2. Deze gebieden liggen in de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. U ziet dat er ook zijn enkele aanvullende zoekgebieden geïdentificeerd uit het oorspronkelijke locatieonderzoek. Dit zijn de nieuwe (gele) gebieden binnen het rode gebied. Dat komt doordat in 2020 op deze locatie sprake was van een 4 kilometerzone rond een windturbine, die er inmiddels niet meer is. Daarom geldt het als ‘nieuw’ zoekgebied in het aanvullende locatieonderzoek. In de volgende stappen zullen specifieke locaties worden geselecteerd en nader worden beoordeeld op ruimtelijke en operationele geschiktheid. Ook wordt er gekeken naar de lokale stralingsbelasting.