2 toelichting Driemolensweg17 Lexmond.pdf
Tekst van het document
6.1.2
Planmethodiek
Algemeen In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1.
Inleidende regels;
2.
Bestemmingsregels;
3.
Algemene regels;
4.
Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels In de inleidende regels worden diverse begrippen uitgelegd die in de regels worden gebruikt en wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden als in de regels maten of afstanden worden genoemd. Bestemmingsregels In de bestemmingsregels worden de bestemmingen die aan het plangebied zijn gegeven weergegeven. Hierin is opgenomen wat per bestemming mogelijk is qua bebouwing en gebruik. Bij voorliggend plan zijn de bestemmingen Agrarisch en Bedrijf opgenomen en de dubbelbestemmingen Leiding – Water, Waarde – Archeologie – 3 en Waarde – Archeologie - 6. Algemene regels In de algemene regels zijn de regels opgenomen die over het hele plangebied van toepassing zijn en dus niet alleen bij een bepaalde bestemming horen. Overgangsregels en slotbepalingen In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het plan bekend staat.
6.2
Bestemmingen
Agrarisch (artikel 3) In de bestemming Agrarisch zijn alleen regels opgenomen voor het agrarisch gebruik. En bescherming van landschappelijke waarden. In deze bestemming is geen bouwblok opgenomen. Daardoor is het niet mogelijk hier een
Blz. 26 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
agrarisch bedrijf te realiseren en worden geen bouwmogelijkheden geboden die behoren bij een agrarisch bedrijf (zoals paardenbakken en silo’s buiten het bouwblok). De houtsingel aan de noordzijde van het bedrijfsperceel valt in de bestemming Agrarisch en is als houtsingel aangeduid op de verbeelding.
Bedrijf (artikel 4) De bestemming Bedrijf is gelegen op het bedrijfsperceel, het deel waar de bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en erfverharding is gesitueerd. Op de verbeelding is de specifieke aanduiding ‘vetveredelingsbedrijf’ opgenomen. In de regels wordt daarmee aangegeven dat hier een vetveredelingsbedrijf met productie van biodiesel is toegestaan. De houtsingel aan de zuidzijde van het bedrijfsperceel valt binnen de bestemming ‘Bedrijf’ omdat hier ook een propaan opslagtank is gesitueerd. Deze houtsingel is als zodanig aangeduid op de verbeelding.
Blz. 27 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
7.
Economische uitvoerbaarheid
7.1
Kostenverhaal
Ontwikkelingen in de fysieke ruimte dienen voor de overheid budgetneutraal te worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de overheid verplicht om de kosten te verhalen voor bouwplannen zoals aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Als sprake is van een bouwplan en daarmee kostenverhaal verplicht is, moet gelijktijdig met het besluit een exploitatieplan vastgesteld worden. In artikel 6.2.1 Bro is aangegeven in welke gevallen sprake is van een bouwplan waarvoor kosten verhaal verplicht is. Bij voorliggend plan is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Kostenverhaal is dan ook niet verplicht. Met initiatiefnemer is wel een anterieure overeenkomst afgesloten waarin de uitvoering van het landschapsplan en het verhalen van eventuele planschade kosten zijn geregeld.
7.2
Financiële haalbaarheid
De kosten die gemaakt moeten worden tijdens de uitvoering van voorliggend plan, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
Blz. 28 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
8.
Procedure
8.1
vooroverleg
De bestemmingsplanprocedure is vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening. Daarin is aangegeven dat de gemeente vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) voert met de benodigde vooroverleg instanties zoals het Rijk, de provincie, het waterschap en omliggende gemeenten. Met de provincie is vooroverleg gevoerd. De provincie heeft positief gereageerd op het plan. Het ontwerp bestemmingsplan kan zes weken ter inzage worden gelegd.
8.2
zienswijzen
Conform artikel 3.8 van de Wro heeft het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen op het plan naar voren gebracht. Ambtelijk is een aanvulling gevraagd aan initiatiefnemer omtrent het aspect geur. Hiertoe is een kleine aanpassing doorgevoerd in de tekst in paragraaf 5.1 en paragraaf 5.2 ‘Geur’ met bijlage 2 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Aangezien dit alleen een wijziging is in de toelichting, is er geen sprake van een ‘gewijzigde vaststelling’. Voorliggend plan kan daarmee worden voorgelegd aan de gemeenteraad om ongewijzigd te laten vaststellen.
Blz. 29 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
Bijlagen bij de toelichting
Blz. 30 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
Bijlage 1
Inrichtingsplan
Blz. 31 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
Bijlage 2
Memo richtafstanden Bedrijven en Milieuzonering
Blz. 32 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond
Bijlage 3
Risicoparagraaf externe veiligheid
Blz. 33 Bestemmingsplan Driemolensweg 17, Lexmond