CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

2 toelichting BP Diefdijk 12 ED

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 25 april 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Diefdijk 12 te Everdingen11.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De beschermende bepalingen die samenhangen met de aanwijzing als karakteristiek pand worden in het voorliggende bestemmingsplan opnieuw overgenomen.

4.9 Waterhuishouding De waterhuishouding is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater. Alleen in uitzonderingsgevallen kan rechtstreeks geloosd worden. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening).

De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de 32/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

waterbeheerder. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Nationaal bestuurakkoord water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Inter-provinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. Debelangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. Nationaal Water Programma 2022–2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken. Verbinden.

Vergroenen.' Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen om zich heen en benutten ze kansen die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het waterschap in de planperiode wil bereiken en hoe ze dat willen doen. Waterkering De Diefdijk is een primaire waterkering met een beschermingszone. Deze wordt geheel overgenomen op de verbeelding. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in de aanplant van bomen en hagen. Hierbij wordt rekening gehouden met de beleidsregels van het Waterschap Rivierenland voor het planten van bomen, struiken en laagblijvende beplanting binnen de waterkering en/of de bijbehorende beschermingszone. 33/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

Conclusie: Het plangebied ligt naast de dijk. De Diefdijk is een primaire waterkering die niet direct aan water grenst. De Diefdijk is opgenomen in de Legger van Rivierenland, inclusief beschermingszones.Voor het plangebied is een digitale watertoets uitgevoerd (zie Bijlage 3 bij deze toelichting). Omdat er geen fysieke wijzigingen plaatsvinden (geen toename van verhard oppervlak) is er geen sprake van een waterschapsbelang. Het Waterschap kan zich vinden in de conclusie, omdat er geen fysieke veranderingen plaats vinden

4.10

Verkeer en parkeren

Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuwe project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Het plan maakt het gebruik van een voormalige stal als zelfstandige woning mogelijk. De verkeersgeneratie van een dergelijke woning in het buitengebied varieert (volgens kengetallen van CROW) tussen de 7,8 en 8,6 voertuigbewegingen per etmaal. Gezien de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen wordt verondersteld dat zowel de Kerkweg als de Diefdijk de verkeerstoename gemakkelijk kan verwerken en de verkeersveiligheid op beide niet in het geding is. Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. De gemeente Vianen heeft in de Nota Parkeernormen, d.d. 23 april 2013, haar eigen parkeernormen vastgelegd. Bij de verdere planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met deze normen. In de Nota Parkeernormen zijn geen parkeernormen opgenomen voor woningen in het buitengebied.

Daarom wordt ook hier teruggevallen op de kencijfers uit de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. De parkeerbehoefte van een vrijstaande koopwoningen in het buitengebied varieert tussen de 2,0 en 2,8 parkeerplaats per woning. De parkeerbehoefte van de twee 'vrijstaande' woningen (waaronder de bestaande woonboerderij) samen varieert (afgerond) tussen de 4 en 6 parkeerplaatsen. Op het perceel is meer dan voldoende ruimte aanwezig om het parkeren van bewoners en bezoekers volledig op eigen terrein vorm te geven. Conclusie: Het onderwerp verkeer/parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelin.

34/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

Hoofdstuk 5 W ijze van bestemmen 5.1 Plangrens Het plangebied omvat het gehele perceel van initatiefnemer. De woonbestemming en dubbelbestemmingen die daar gelden worden onverkort overgenomen. Het deel van het plangebied dat nu de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' heeft krijgt enkel de aanduiding 'Landschappelijk inpassingsplan', de onderliggende enkelbestemming wordt niet overgenomen. Dit deel van het plan geldt als een 'paraplubestemmingsplan', enkel voor het waarborgen van de landschappelijke inpassing.

5.2 Algemene juridische opzet In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. De regels behorende bij dit bestemmingsplan geven inhoud aan de aangegeven bestemming. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De regels van het bestemmingsplan zijn ingedeeld in vier hoofdstukken, conform de systematiek in de SVBP2012, versie 1.3.1 (Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012), te weten: 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 zijn de begrippen omschreven die worden gehanteerd in het plan en die een eenduidige omschrijving behoeven. In artikel 2 is bepaald hoe de diverse maten, als bouwhoogte, goothoogte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden gemeten. 2. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied toegestane functies. Per bestemming zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder eventuele afwijkingsvergunningen of wijzigingen) toegestaan.

Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke) en wordt gebouwd op de aangegeven plaats, kan hiervoor in de regel zonder meer omgevingsvergunning worden verleend. In het geval van bijbehorende bouwwerken (voorheen: aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) kan in bepaalde gevallen zonder omgevingsvergunning worden gebouwd (zie artikel 2 en 3, Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). 3. Algemene regels Hier zijn onder andere bepalingen ten aanzien van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken opgenomen. 4. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de overgangsregels en de slotregel. Het overgangsrecht dient om bouwwerken en gebruiksvormen, die in het verleden legaal zijn gerealiseerd maar nu afwijken van het nieuwe plan, (voorlopig) gehandhaafd respectievelijk voortgezet mogen worden. Zolang voldaan wordt aan de overgangsregels, worden deze bouwwerken en gebruiksvormen gedoogd. In de slotregel is bepaald wat de officiële naam van het plan is.

35/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

5.3 Bestemmingsregels Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit bestemmingsplan.

5.3.1 Algemeen Bouwvlak De (hoofd)gebouwen dienen binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken te worden gebouwd. De bouwvlakken mogen geheel worden bebouwd, tenzij een maximum bebouwingspercentage is aangegeven. Bij een aantal bestemmingen mogen buiten het bouwvlak bijbehorende bouwwerken worden opgericht. Bouw- en goothoogte In de bouwregels van de verschillende bestemmingen of op de verbeelding is aangegeven wat de maximum goot- en bouwhoogte is. Soms is uitsluitend een maximum goothoogte opgenomen.

5.3.2 Bestemmingen Hieronder volgt per bestemming een korte toelichting. Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschap Deze bestemming is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan, met dien verstande dat alleen de relevante onderdelen (de zaken die niet specifiek zien op agrarische bedrijvigheid) zijn overgenomen. Binnen deze bestemming wordt ook de uitvoering van het landschappelijke inpassingsplan vorm gegeven. De gronden worden nadrukkelijk niet beschouwd als 'erf' in de zin van het Besluit Omgevingsrecht, zodat binnen dit gebied geen vergunningvrije bouwwerken mogen worden opgericht. Artikel 4 Wonen Binnen deze bestemming mag worden gewoond, in combinatie met aan huis gebonden bedrijven en beroepen (onder bepaalde voorwaarden). Er is in beginsel maar één woning toegelaten, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven. In dit geval is op de verbeelding de aanduiding '2 woningen toegestaan' opgenomen.

5.4 Dubbelbestemming Artikel 5 Waarde - Archeologie-2 De planregels vpor archeologie uit het vigerende plan 'Landelijke gebied' zijn overgenomen in dit plan. Bepaalde bouw- en grondwerkzaamheden zijn uitsluitend toegestaan wanneer (verkennend) archeologisch onderzoek is uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen archeologische waarden worden geschaad.Werkzaamheden die kunnen worden aangemerkt als regulier beheer en onderhoud zijn in ieder geval van deze verplichting gevrijwaard. Artikel 6 Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie Er is een paraplubestemmingsplan vastgesteld ter bescherming van de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Omdat er nu een nieuw bestemmingsplan wordt gemaakt, zijn de relevante planregels uit dat plan onverkort overgenomen. Artikel 7 Waterstaat - Waterkering De in het plangebied aanwezige gronden die zijn aangewezen voor waterstaatkundige doeleinden worden beschermd via de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Het oprichten van bouwwerken binnen deze bestemmingen is in principe niet toegestaan. 36/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verlenen van deze bepaling. Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning wint het college advies in bij de waterbeheerder. Daarnaast moet er ontheffing op basis van de Keur aangevraagd worden bij de waterbeheerder.

5.5 Algemene regels In de algemene regels zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene afwijkingsregels, wijzigingsregels en overige regels. Er is een aanduiding Geluidszone-weg opgenomen, waarin beperkingen zijn opgenomen voor het oprichten van nieuwe geluidgevoelige functies. Er is een aanduiding Landschappelijke inpassing opgenomen voor gronden waarop kwaliteitsverbetering is ontworpen (nodig op grond van provinciaal beleid). Op dit deel van het plangebied moet het landschappelijk inpassingsplan uit bijlage 3 bij de regels worden gerealiseerd en dit moet vervolgens in stand worden gehouden. Er is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de vereiste landschappelijke inpassing.

5.6 Overgangsrecht en slotregels In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt de citeerwijze van de regels van het plan voorgeschreven.

37/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een ruimtelijk plan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Diefdijk 12' is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet

nodig is. De gemeentelijke kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. De overige kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Het ruimtelijke plan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro. Er wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het ontwerp van het bestemmingsplan zal conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid van zienswijzen voor een ieder, ook voor overlegpartners. Na vaststelling door het college van Burgemeester en wethouders zal het vaststellingsbesluit bekend gemaakt worden. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking dan 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

6.2.1 Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Het plan is voor vooroverleg aangeboden aan de betrokken instanties. Vanuit het waterschap is een reactie gekomen. Deze is verwerkt in het plan.

6.2.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 7 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.

38/38 - v astgesteld - NL.IMRO.1961.bpEDDief dijk12-VA01 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=342860d7-8a88-4b52-8653-ba8795408a36