2. (AZ) Onderzoeksprotocol.pdf
Tekst van het document
Onderzoeksprotocol Rekenkamer Vijfheerenlanden
Vijfheerenlanden, december 2020
1
Aanleiding Dit is het onderzoeksprotocol1 van de rekenkamer van de gemeente Vijfheerenlanden. In dit protocol is beschreven welke eisen de rekenkamer stelt aan de uitvoering van onderzoek. Doel is om de kwaliteit en onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen. Dit document is bedoeld voor de leden van gemeenteraad, de gemeentelijke organisatie, externe onderzoeksbureaus en leden van de rekenkamer zelf. De rekenkamer is een onafhankelijk orgaan – waarin geen raadsleden zitting hebben – die zelfstandig onderzoek doet naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het financiële beheer, het beleid en de organisatie van het gemeentebestuur. De rekenkamer wil met zorgvuldig uitgevoerd onderzoek en een positief-kritische houding bijdragen aan de transparantie van het gemeentelijk handelen en het verbeteren van de kwaliteit van het lokale bestuur.
Voor verdere informatie over wetten, regels en taken van de rekenkamer verwijzen we naar www.nvrr.nl.2 Leeswijzer Op hoofdlijnen zijn de fasen beschreven die van belang zijn in een onderzoeksproces: 1. Vaststellen van de onderzoeksprogrammering 2. Vooronderzoek en onderzoeksopzet 3. Keuze: uitbesteden of zelf onderzoek doen 4. Uitbesteden 5. Zelf onderzoek doen 6. Uitvoering van het onderzoek 7. Tijdens het onderzoek 8. Afronding onderzoek 9. Na het onderzoek
1. Vaststellen van de onderzoeksprogrammering
Als onafhankelijk orgaan bepaalt de rekenkamer zelf welke onderwerpen worden onderzocht. De rekenkamer laat zich bij haar keuze van onderwerpen zowel leiden door verzoeken die worden gedaan als door eigen inzichten. De rekenkamer sluit zoveel als mogelijk aan bij de thema’s die spelen binnen de gemeente. Dit doet ze door, naast de lokale (digitale) media ook publicaties van de raad en het college van B&W te volgen. Dat zijn bijvoorbeeld de begroting, de jaarrekening en beleidsstukken. Ook worden vakpublicaties en de landelijke ontwikkelingen
1
Bij het opstellen van dit onderzoeksprotocol is gebruik gemaakt van teksten uit de protocollen van de rekenkamers van WestBrabant, Venlo en IJsselstein. Ook is input op de NVRR-website gebruikt. 2 De rekenkamer is onafhankelijk. Die onafhankelijke positie wordt verder versterkt door een wet die binnenkort van kracht wordt (Wet versterking decentrale rekenkamers).
2
gevolgd. Er wordt voortdurend een zogenaamde ‘groslijst’ van onderwerpen bijgehouden, waarbinnen de prioritering over de tijd steeds wordt bijgesteld;
Verzoeken voor onderzoek kunnen komen vanuit de raad, maar ook derden (bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties of burgers) kunnen een verzoek indienen bij de rekenkamer. Ook is het mogelijk dat collegeleden of anderen bij de rekenkamer een verzoek doen om een bepaald onderwerp te onderzoeken. Bij het indienen van een verzoek worden indieners verzocht om de keuze te beargumenteren aan de hand van de hier onder opgenomen selectiecriteria;
Ten minste eens per jaar inventariseert de rekenkamer de suggesties voor onderzoek bij (een vertegenwoordiging van) de raad;
In het vierde kwartaal van ieder jaar informeert de rekenkamer de raad over de voorgenomen keuze en planning van de onderzoeken voor de komende periode. Dat betreft ongeveer een jaar vooruit. Dit betreft geen beslissingen, maar voornemens hetgeen betekent dat aanpassingen altijd nog mogelijk blijven;
In de onderzoeksprogrammering zijn voorgenomen onderzoeken opgenomen inclusief een motivering en toelichting.
De rekenkamer stelt op basis van de volgende richtlijnen de onderzoeksonderwerpen vast:
Selectiecriteria Rekenkamer Vijfheerenlanden: o
Proportionaliteit: er moet sprake zijn van een substantieel belang in financieel, organisatorisch, bestuurlijk of maatschappelijk opzicht;
o
Subsidiariteit: de onderzoeksvraag is niet op een andere, meer eenvoudige, wijze te beantwoorden;
o
Het onderzoek moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen;
o
Er moet sprake zijn van enige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken;
o
Toegevoegde waarde: van het onderzoek worden leereffecten verwacht;
o
De onderzoeksresultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking;
o
Onafhankelijkheid: de rekenkamer zal zich niet mengen in politieke discussies en beleidsvorming.
2. Vooronderzoek en onderzoeksopzet
De rekenkamer wijst voor elk onderzoek een of meerdere leden aan als ‘lid rapporteur’. Deze voert of voeren het onderzoek uit en is, bij inzet van een extern bureau, actief betrokken bij het onderzoek. Tevens is de ‘lid rapporteur’ de contactpersoon voor de gemeentelijke organisatie of een extern onderzoeksbureau voor wat betreft de inhoud van het onderzoek;
Voor elk onderzoek stelt de rekenkamer een startnotitie op. Hiervoor wordt doorgaans een vooronderzoek uitgevoerd; een analyse van de belangrijkste, relevante documenten. Indien nodig kan de rekenkamer besluiten om een aantal oriënterende gesprekken met sleutelpersonen te voeren.
In een startnotitie zijn de volgende onderdelen opgenomen: o
Een aanleiding, achtergrond en context van de onderzoeksvraag;
3
o
Het doel van het onderzoek;
o
Voorlopige onderzoeksvragen (hoofd- en deelvragen);
o
Afbakening van het onderzoek;
o
De beoogde opleverdatum;
o
Eventueel is het mogelijk dat ook opmerkingen zijn opgenomen over onderzoeksmethoden en een voorgestane werkwijze op hoofdlijnen;
De definitieve onderzoeksopzet wordt ter kennisgeving aangeboden aan de raad;
De rekenkamer kan de onderzoeksopzet tussentijds wijzigen. Wanneer er substantiële wijzigingen in de onderzoeksopzet worden aangebracht, zal dit worden meegedeeld aan de raad;
Omdat niet alle onderwerpen zich zullen lenen voor uitgebreid rekenkameronderzoek zoals beschreven in dit protocol, behoudt de rekenkamer zich het recht voor om in sommige gevallen te bezien of de onderzoeksvraag op een andere wijze door de rekenkamer kan worden onderzocht. Bijvoorbeeld door middel van een quickscan. De rekenkamer bepaalt zelf in welke gevallen afgeweken wordt van het onderzoeksprotocol. Wanneer is afgeweken van dit onderzoeksprotocol wordt dit beschreven en onderbouwd in het onderzoeksrapport.
3. Uitbesteden van onderzoek
De rekenkamer kan besluiten om een onderzoek te laten uitvoeren door een extern onderzoeksbureau. Bijvoorbeeld als specifieke expertise nodig is of er onvoldoende capaciteit in de rekenkamer aanwezig is om de uitvoering van het onderzoek helemaal zelf ter hand te nemen. Afwegingen omtrent al dan niet uitbesteden worden vooraf geëxpliciteerd.
Wanneer de rekenkamer kiest voor een extern onderzoeksbureau worden altijd meerdere onderzoeksbureaus benaderd om aan de hand van de onderzoeksopzet een offerte uit te brengen. De offerte bevat in principe de volgende onderdelen: o
Een overzicht van de inhoudelijke aanpak die het bureau voorstaat, werkwijze en alle activiteiten die door het bureau in het kader van dit onderzoek zullen worden uitgevoerd (inclusief contact- communicatiemomenten tussen het onderzoeksbureau en de rekenkamer);
o
Een opgave van de activiteiten die van de gemeente en van de rekenkamer verwacht worden;
o
Een planning;
o
Een overzicht van enkele soortgelijke door het bureau uitgevoerde opdrachten in de afgelopen 2 jaar, inclusief referenties en zo mogelijk een link naar het eindproduct;
o
Een vermelding van de medewerkers die worden ingezet voor dit onderzoek en hun CV. Daarbij wordt ook aangegeven wie de hoofdonderzoeker is en tevens contactpersoon voor de rekenkamer;
o
Indien van toepassing: Een vermelding van eerdere opdrachten die voor de gemeente Vijfheerenlanden zijn uitgevoerd de afgelopen vijf jaren voor de datum van de uitvraag.
o
Een gespecificeerde raming van de kosten (uren en uurtarieven) resulterend in een vaste prijs voor het totale onderzoek (inclusief reis- en verblijfskosten en eventuele overige kosten);
Een variant is het direct direct schriftelijk vragen een offerte-aanvraag te doen.
4
Een andere variant is om eerst een uitvraag op hoofdlijnen beschikbaar te stellen aan onderzoeksbureaus. Vervolgens wordt in een oriënterend gesprek de uitvraag toegelicht en/of aanvullende vragen beantwoord waarna één of meer onderzoeksbureaus gevraagd worden om een voorstel uit te werken;
Mocht de rekenkamer vaststellen dat er door eerder uitgevoerde opdrachten of andere werkzaamheden van rekenkamerleden sprake kan zijn van belangenverstrengeling of van de mogelijke schijn van belangenverstrengeling, dan dit dat het betreffende onderzoeksbureau niet wordt uitgenodigd het onderzoek te offreren of uit te voeren;
De ingediende offertes worden onderling vergeleken. Als er geen voorgesprek heeft plaatsgevonden, dan is het mogelijk om (indien nodig) een of meer onderzoeksbureaus uit te nodigen een toelichting te komen geven.
De rekenkamer maakt op grond van enkele criteria een definitieve keuze Deze wordt beargumenteerd aan de bureaus teruggekoppeld;
Welke gunningsprocedure de rekenkamer hanteert, wordt in de uitvraag vermeld;
De onderzoeksbureaus ontvangen bij de offerteaanvraag dit onderzoeksprotocol.
4. Intern onderzoek
De rekenkamer kan besluiten om het onderzoek zelf uit te voeren. Bijvoorbeeld om meer regie over het onderzoek te hebben of om een kortere doorlooptijd en/of lagere kosten te realiseren;
Wanneer de rekenkamer onderzoek in eigen beheer uitvoert, wordt gewerkt met minstens één hoofdonderzoeker (in de rol van ‘lid onderzoeker’) en minstens één direct betrokken tegenlezer en sparringpartner (in de reguliere rol van ‘lid’). Er kan ook gekozen worden voor meerdere leden van de rekenkamer te betrekken in de rol van ‘lid onderzoeker’. De tegenlezer maakt in principe geen deel uit van het onderzoeksteam, tenzij deze ook zelf deelneemt in het vergaren van informatie ten behoeve van het onderzoek, dan is deze tenminste ten dele ook ‘lid onderzoeker’.
Wanneer de rekenkamer besluit om zelf het onderzoek uit te voeren, stelt het ‘lid onderzoeker’ eerst, in afstemming met de andere leden, een onderzoeksvoorstel op. In de onderzoeksopzet die wordt gemaakt voor onderzoek in eigenbeheer is ook een planning opgenomen waarin wordt vastgesteld op welke momenten de tegenlezer(s) het onderzoeksteam van kritisch commentaar voorzien of voorziet.
Het uurtarief voor onderzoek in eigen beheer (leden en secretaris/onderzoeker) is 80 euro, ex btw en exclusief reiskosten die direct met het onderzoek samenhangen. Het uurtarief zal ieder jaar worden herzien aan de hand van het indexcijfer cao-lonen overheid.
Voorafgaand aan het uit te voeren onderzoek wordt eerst in een onderzoeksplan een begroting opgesteld waarin onderzoekswerkzaamheden zo goed als mogelijk is zijn gespecificeerd (op z’n minst een indicatie van aantal te interviewen personen, de te raadplegen documenten et cetera). Vóór het opstellen van de onderzoeksopzet wordt een raming gemaakt van het aantal uur dat het opstellen ervan kost. Voor deze uren, geïnvesteerd in het opstellen van het onderzoeksplan, wordt géén vergoeding tegen het geldende uurtarief van 80 euro betaald.
Het onderzoek start pas, nadat de rekenkamer zich akkoord verklaard hebben met de ingediende begroting. Overschrijding van de begrote kosten wordt zoveel als mogelijk
5
vermeden. Als gedurende de uitvoering van het onderzoek toch blijkt dat de totale kosten van het onderzoek hoger uitvallen, dan wordt terstond hierover de rekenkamer geïnformeerd.
Niet alle onderwerpen zullen zich lenen voor een uitgebreid rekenkameronderzoek zoals beschreven in dit protocol. In sommige gevallen kan worden bekeken of de onderzoeksvraag op andere wijze door de rekenkamer kan worden beantwoord, bijvoorbeeld in de vorm van een korte analyse (quick scan). Ook in die gevallen wordt vooraf een beknopte begroting opgesteld, waarna de quick scan van start gaat.
Naast het uitvoeren en presenteren van onderzoek heeft de rekenkamer ook andere instrumenten ter beschikking om de raad te ondersteunen. Zo is het met ingang van de ‘Wet Versterking positie decentrale rekenkamers’ ook mogelijk om, al dan niet op grond van uitgevoerd onderzoek, vertrouwelijke mededelingen te doen aan de raad naar analogie van de wijze waarop dat voor de Algemene Rekenkamer is geregeld.
5. Uitvoering het onderzoek
In overleg met de ambtelijke organisatie wordt afgesproken wie vanuit de gemeente voor de rekenkamer de eerst aan te spreken contactpersoon voor het onderzoek is.
Met de contactpersoon worden afspraken gemaakt over de procedure en planning van het onderzoek, de wijze waarop met gegevens wordt omgegaan, hoe de rekenkamer de door haar benodigde informatie van de betrokken afdeling(en) zo snel mogelijk kan verkrijgen en hoe de belasting van de afdeling door het onderzoek zoveel minimaal mogelijk kan zijn.
Leden van de rekenkamer zijn niet verantwoordelijk voor de informatieverspreiding aan de medewerkers op de afdelingen; deze verantwoordelijkheid ligt bij de betreffende leidinggevenden.
Er wordt bij de uitvoering van het onderzoek rekening gehouden met privacyregels zoals vastgelegd in de AVG. Als er wordt gewerkt met persoonsgegevens, dan is veelal sprake van een onderzoek in de zin van ‘wetenschappelijk onderzoek’ volgens lid 89 van de AVG. De grondslag voor verwerking van persoonsgegevens wordt vooraf vastgesteld. Als geen sprake is van de grondslag ‘toestemming’, dan wordt de rechtmatigheid beargumenteerd door bijvoorbeeld een beroep op de grondslag ‘gerechtvaardigde belangen’. Bij botsing van rechten wordt niet alleen de werkwijze vooraf vastgelegd in de onderzoeksopzet. Passende maatregelen zoals versleuteling en pseudonimisering worden als waarborgen van privacy toegepast. Op deze wijze kan binnen de AVG onder strikte voorwaarden bijvoorbeeld ook de uitvoering van dossierstudie zonder voorafgaande toestemming 3van betrokken personen worden uitgevoerd. In gevallen dat de AVG van toepassing is (anders binnen de reguliere verwerkersovereenkomsten) wordt altijd in afstemming met (juristen binnen) de ambtelijke organisaties nagegaan op welke wijze het onderzoek binnen de kaders van de AVG kan worden uitgevoerd.
3
Uitgangspunt is altijd dat informed consent (dus actief toestemming vragen) wordt toegepast indien redelijkerwijze mogelijk. Het ‘geenbezwaar principe’ is daarna het af te wegen alternatief. Dan wordt betrokkenen de mogelijkheid geboden tegen het gebruik van hun persoonsgegevens actief bezwaar te maken.
6
6. Tijdens het onderzoek
Van alle individuele interviews die voor het onderzoek plaatsvinden, wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Dit schriftelijke verslag wordt ter accordering aan de geïnterviewde voorgelegd. Gespreksverslagen zullen vertrouwelijk worden behandeld en zijn alleen inzichtelijk voor het onderzoeksteam en de rekenkamer. Als er in het rapport wordt geciteerd dan gebeurt dit doorgaans zonder vermelding van naam en functie. Ingeval de rekenkamer het toch van belang acht dat naam en functie worden vermeld dan gebeurt dat alleen met expliciete toestemming van de geïnterviewde;
Bij groepsinterviews wordt aan de aanwezigen vooraf duidelijk gemaakt of er verslag wordt gemaakt en hoe wordt omgegaan met de inbreng van aanwezigen. Wat betreft citering geldt voor het groepsinterview dezelfde richtlijn als bij individuele interviews;
Als er sprake is van onderzoek door externen vindt er regelmatig overleg plaats tussen het onderzoeksbureau en de ‘lid rapporteur’ van de rekenkamer over de voortgang van het onderzoek. Het onderzoeksbureau rapporteert tijdig als zaken niet lopen zoals dit vooraf was afgesproken. Er kan alleen in overleg met de rekenkamer worden afgeweken van de vastgestelde onderzoeksopzet. De eindverantwoordelijkheid en de regie liggen bij de rekenkamer. Dit betekent dat belangrijke beslissingen over de inrichting en voortgang van het onderzoek door de rekenkamer genomen worden;
Het uitgangspunt in de rapportage van de rekenkamer is transparantie. De rekenkamer verstaat daar onder: o
Helderheid bieden in hoe de rekenkamer tot haar conclusies is gekomen;
o
Een duidelijk onderscheid maken tussen normen (criteria), bevindingen, conclusies en
o
Bij refereren aan documenten, websiteteksten of gesprekken: precies vermelden van
aanbevelingen; bron en zo mogelijk datum.
De rekenkamer is eindverantwoordelijk voor de inhoud van het rapport. Dit betekent dat de eindrapportage herkenbaar moet zijn als rekenkamerrapport van de rekenkamer Vijfheerenlanden. Wanneer het onderzoek is uitgevoerd door een extern bureau dan wordt dit bureau vermeld;
Het ‘lid rapporteur’ bewaakt, in afstemming met de andere leden, de voortgang van het onderzoek. De voorzitter bewaakt de algehele planning van de rekenkamer.
7. Afronding onderzoek Er wordt gewerkt met ambtelijk en bestuurlijk wederhoor4.
Ambtelijk wederhoor: o
Met ambtelijk wederhoor krijgt de gemeente (en of onderzochte partij) de mogelijkheid om het conceptrapport te controleren op eventuele feitelijke onjuistheden;
o
Aan de organisatie wordt een termijn gesteld van drie weken om te reageren op de conceptrapportage (conform de verordening artikel 12.3). Alleen na overleg is eventueel een langere reactieperiode overeen te komen. Zonder overleg vooraf worden reacties buiten deze termijn in principe niet meegenomen in de rapportage;
4
In het kader van de Wet Versterking decentrale rekenkamers wordt de hoor en wederhoor voorafgaand aan de vaststelling en openbaarmaking van de rapporten in de Gemeentewet verankerd.
7
o
Na het verstrijken van de termijn worden gebleken feitelijke onjuistheden in het rapport door de onderzoekers gecorrigeerd. Bij onderzoek door een extern bureau worden opmerkingen uit het ambtelijk wederhoor die niet worden overgenomen, onderbouwd afgewezen. De rekenkamer ontvangt deze onderbouwing.
Bestuurlijk wederhoor o
De rekenkamer stuurt het definitieve rapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan het college van Burgemeester en Wethouders voor een bestuurlijke reactie. Hiervoor geldt eveneens een reactietermijn van vier weken (conform de verordening artikel 12.3). Gemotiveerd kan de rekenkamer besluiten om van deze termijn af te wijken. Naar aanleiding van de bestuurlijke reactie kan de rekenkamer een nawoord opstellen.
De eindrapportage inclusief de bestuurlijke reactie wordt aangeboden aan de raad met een aanbiedingsbrief. Een afschrift hiervan wordt verzonden aan het college van Burgemeester en Wethouders en overige betrokkenen;
Om de doorlooptijd van het onderzoek te verminderen kan de rekenkamer ervoor kiezen: o
Om het ambtelijk en bestuurlijk wederhoor schriftelijk, maar gelijktijdig te doen;
o
Om het ambtelijk wederhoor in een bijeenkomst met betrokken ambtenaren en de onderzoekers te laten plaatsvinden. Vervolgens kan daarna het bestuurlijk wederhoor plaatsvinden. Er zal in die gevallen, conform de verordening, na de bijeenkomst schriftelijke bevestiging van overeengekomen bijstellingen plaatsvinden;
o
Om zowel het ambtelijk als het bestuurlijk wederhoor in een bijeenkomst met betrokken ambtenaren, onderzoekers en bestuurders te laten plaatsvinden. Er zal ook dan, conform de verordening, na de bijeenkomst schriftelijke bevestiging van overeen gekomen bijstellingen plaatsvinden;
In de meeste onderzoeken zal zowel ambtelijk als bestuurlijk wederhoor plaatsvinden. Door omstandigheden kan er door de rekenkamer van deze procedure worden afgeweken, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een quick scan waar geen conclusies aan verbonden zijn.
Als sprake is van alternatieve eindproducten (geen rapport, maar bijvoorbeeld een beeldverslag of andere weergave van bevindingen), dan wordt de procedure van wederhoor hier op afgestemd.
Nadat het bestuurlijk wederhoor heeft plaatsgevonden, maakt de rekenkamer een raadsvoorstel met een conceptbesluit. Dit voorstel heeft betrekking op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek van de rekenkamer en bevat een opdracht aan het college om binnen een nader te bepalen termijn te komen met een plan van aanpak ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen.
8. Na het onderzoek
De rekenkamer krijgt op haar verzoek de beschikking over het gehele onderzoeksdossier dat door het onderzoeksbureau is opgebouwd. Dit dossier kan de volgende stukken bevatten: o
Onderzoeksopzet en schriftelijke correspondentie hierover met de betrokkenen;
o
De interviewverslagen;
o
Alle tussenproducten met betrekking tot de informatieverzameling en analyse;
o
Eindrapport;
o
Stukken met betrekking tot het technische wederhoor;
8
o
Persberichten die in het kader van het onderzoek zijn uitgebracht;
Tenminste het lid rapporteur, en bij voorkeur ook de andere rekenkamerleden, zijn aanwezig bij de behandeling van de onderzoeksrapportage tijdens de raadsavond, tenzij het als hamerstuk is geagendeerd.
Het is het onderzoeksbureau niet toegestaan om lopende het onderzoek buiten de rekenkamer om contact te hebben met derden over resultaten van het onderzoek. De externe communicatie na afloop van het onderzoek verloopt via de voorzitter van de rekenkamer. De voorzitter van de rekenkamer is de woordvoerder voor de media. Hij kan zich laten bijstaan door één van de rekenkamerleden of het onderzoeksbureau;
Na elk rekenkameronderzoek vindt een evaluatie plaats. Dit gebeurt tijdens de reguliere vergaderingen. In deze evaluatie wordt er door de rekenkamer teruggeblikt en nagegaan welke onderdelen goed zijn verlopen en op welke onderdelen verbetering mogelijk is. Een en ander wordt vastgelegd in een kort evaluatieverslag, dat onderdeel uit maakt van het vergaderverslag. Indien gewenst kan de rekenkamer de evaluatie uitbreiden, onder meer door de ambtelijke organisatie, het extern onderzoeksbureau of andere stakeholders te betrekken.
9
BIJLAGE
KWALITEITSCRITERIA ONDERZOEK
De Rekenkamercommissie stelt een aantal kwaliteitseisen aan haar onderzoek, zowel aan het proces als het product. Constructief De Rekenkamercommissie wil een bijdrage leveren aan de kwaliteit en het lerend vermogen van het lokaal bestuur. Zij stelt zich daarom constructief op, houdt rekening met context en heeft oog voor de haalbaarheid van eventuele aanbevelingen. Controleerbaarheid Het onderzoeksproces wordt zodanig vastgelegd dat het mogelijk is om het onderzoek en de daarbij behorende overwegingen achteraf te reconstrueren. Objectiviteit Het onderzoeksonderwerp wordt zo gekozen dat de selectie van de te onderzoeken en in het onderzoeksrapport te presenteren feiten zonder vooringenomenheid plaatsvindt en evenwichtig is. Feiten worden in rapporten gescheiden van oordelen gepresenteerd. Taalgebruik is niet tendentieus en niet suggestief. Onderbouwing en consistentie Methoden en technieken van gegevensverzameling voldoen aan de eisen van validiteit en betrouwbaarheid. De informatie mag geen onjuistheden of onvolledigheden bevatten en dient evenwichtig te zijn. De conclusies die de Rekenkamercommissie trekt moeten worden onderbouwd en moeten logisch voortvloeien uit de bevindingen afgezet tegen de normen. Bevindingen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op schriftelijke bronnen of andere vastleggingen en liefst op meer dan één bron. Feiten zijn geverifieerd aan de bron.
Bruikbaarheid Het onderzoeksrapport geeft toegankelijke, bondige en actuele informatie waar de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie maatregelen kunnen voorstellen en treffen, gericht op verbetering van het presteren en functioneren. Op de onderzoeksvragen wordt antwoord gegeven. Onafhankelijkheid De keuze van onderwerpen, aspecten en te hanteren normen vindt plaats in volledige vrijheid en zonder vatbaar te zijn voor welke pressie dan ook. Dit geldt ook voor het onderzoeksproces en het formuleren van conclusies. Doelmatigheid en doelgerichtheid Het onderzoek wordt voldoende afgebakend en de aanpak van het onderzoek is doelgericht. Bij de keuze van methoden en technieken wordt een kosten-batenafweging gemaakt. De organisatie van het onderzoek voldoet aan de algemene eisen van goed projectmanagement.
10