11. (AZ) Utrecht_provincie_definitief.pdf
Tekst van het document
HAALBAARHEID EN BETAALBAARHEID VAN DE ENERGIETRANSITIE Provincie Utrecht In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle woningen, kantoren, scholen en andere gebouwen de komende 30 jaar gefaseerd en stapsgewijs worden verduurzaamd. Dat betekent minder energieverbruik (ofwel een beter energielabel) én van het aardgas af (of tenminste gereed gemaakt voor omschakeling naar een andere duurzame warmtevoorziening). De provincie Utrecht onderschrijft deze doelstelling en heeft de ambitie om in 2040 al energieneutraal te zijn op een wijze die voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Deze factsheet brengt de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie voor woningeigenaren en huurders in de provincie Utrecht in beeld, door inzicht te geven in: - de haalbaarheid van investeringen: in hoeverre kunnen huishoudens de investeringen opbrengen - de betaalbaarheid van de energierekening: in hoeverre huishoudens problemen ondervinden bij het betalen van de energierekening
NIET HAALBAAR EN NIET BETAALBAAR
HAALBAARHEID VAN INVESTERINGEN IN ENERGIEMAATREGELEN Hoeveel huishoudens kunnen de investering voor energie maatregelen niet opbrengen?
15%
tot € 5.000
12% 9%
10 - 13%
tot € 65.000
13 - 18% > 18%
8.000 7.000 6.000 5.000
0
Verdeling van financieringsruimte vanuit verschillende financieringsvormen (bij een investering van € 25.000,-) 40%
Bank- en spaartegoeden
40% 40%
60%
Hypotheek
UITGEPONDE WONINGEN
10% 10% 80%
Woningen die in het verleden door woningcorporaties of gemeenten zijn verkocht aan de huurders vormen een bijzondere doelgroep in de energietransitie. Hieronder is aangegeven of deze woningeigenaren een bijzondere positie innemen met betrekking tot haalbaarheid en betaalbaarheid.
100%
Andere lening
Niet-haalbaar
T.o.v. totaal huishoudens
BETAALBAARHEID VAN DE ENERGIEREKENING Voor hoeveel huishoudens is betaalbaarheid een probleem? Huishoudens kunnen problemen krijgen met de betaalbaarheid van de energierekening als: de energierekening hoger is dan 10% van het besteedbaar inkomen (na aftrek van woonlasten)
7,9%
6,5%
Totaal: 11,1%
na de betaling van de energierekening er minder geld overblijft dan nodig is voor noodzakelijke bestedingen.
Verdeling alle huishoudens 57,9%
42,1%
Verdeling van huishoudens die problemen kunnen ervaren met de betaalbaarheid van de energierekening 79,1%
Waar wonen deze huishoudens?
Huishoudens waarvoor de betaalbaarheid van de energierekening een probleem is < 5%
Koopwoning Huurwoning
T.o.v. huishoudens die een investering van € 25.000 niet op kunnen brengen T.o.v. huishoudens waarvoor de betaalbaarheid een probleem is
8,3% 8,5% 17,3%
5 - 10% 10 - 15 % 15 - 25%
ENERGETISCH SLECHTE WONINGEN
> 25% minder dan 10 huishoudens minder dan 10 huishoudens waarvoor betaalbaarheid een probleem is
Hebben deze huishoudens een eigen woning of een huurwoning? Huishoudens die problemen kunnen ervaren met de betaalbaarheid van de energierekening zijn oververtegenwoordigd in de huursector.
20,9
€ 65.000
2.000
€ 40.000
3.000
Waar komt het geld vandaan?
20%
7.300
4.000
1.000
0%
6.300
6.800
5.300 5.000
€ 25.000
Er zijn ook huishoudens met een koopwoning waarvoor de betaalbaarheid van de energierekening een probleem is en die niet kunnen investeren in het verduurzamen van de woning. Voor deze groep huishoudens is de verwachte stijging van de energieprijzen problematisch.
€ 12.500
minder dan 10 huishoudens minder dan 10 huishoudens die niet kunnen investeren
Voor hoeveel huishoudens is zowel de haalbaarheid als de betaalbaarheid een probleem?
€ 5.000
40.100
35.600
30.700
0%
19.400
3%
Huishoudens waarvoor investeringen tot € 25.000 niet haalbaar zijn < 4% 4 - 10%
tot € 40.000
5,9%
6%
tot € 12.500
Waar wonen deze huishoudens?
tot € 25.000
7,7%
25.600
Om te kunnen investeren in energiemaatregelen hebben we gekeken naar het geld dat huishoudens beschikbaar kunnen hebben uit bank- en spaartegoeden, (extra) hypotheek en energiebespaarlening.
9,3%
10,8%
12,1%
T.o.v. totaal huishoudens T.o.v. huishoudens die een investering van € 25.000 niet op kunnen brengen T.o.v. huishoudens waarvoor de betaalbaarheid een probleem is
27,2% 33,2% 38,6%