1. (RVE) Brief gemeenten omgang meerlaagse bebouwing 20211207.pdf
Tekst van het document
DATUM
7 december 2021
TEAM
NUMMER
823C31ED
REFERENTIE
UW BRIEF VAN
DOORKIESNUMMER
UW NUMMER BIJLAGE
E-MAILADRES
Statenbrief Meerlaagse agrarische bedrijfsbebouwing
ONDERWERP
GRO J.G. Kentie 0652769551 hans.kentie@provincie-utrecht.nl Meerlaagse agrarische bedrijfsbebouwing
Geacht college, Eerder dit jaar hebben wij geconstateerd dat er binnen de provincie een varkensstal is vergund en gerealiseerd die bestaat uit meerdere bouwlagen. Omdat een dergelijke ontwikkeling in strijd is met ons beleid, is ondermeer verkend hoe deze situatie is ontstaan. Dit heeft geleid tot een aanpak waarover u met deze brief wordt geïnformeerd. Het provinciaal beleid Het provinciale ruimtelijke beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (IOV). Evenals in voorgaande provinciale ruimtelijke verordeningen zijn in de IOV regels opgenomen over de inhoud, toelichting of onderbouwing van onder meer bestemmingsplannen. Hiermee willen we een aantal provinciale belangen laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provinciale regels ten aanzien van agrarische bedrijven zijn er onder andere op gericht om het stallen van dieren in agrarische bedrijfsbebouwing te beperken tot één bouwlaag. Hiermee wordt grote concentratie van dieren voorkomen, inclusief daarmee gepaard gaande milieubelasting. Daarbij speelt ook dat hiermee wordt voorkomen dat (te) creatief wordt omgegaan met de maximale omvang van het bouwvlak van 1,5 ha voor intensieve veehouderij.
In de IOV is – evenals in de voorgaande provinciale ruimtelijke verordening (PRV) – in artikel 8.1, lid 2 een instructieregel opgenomen die o.a. bepaalt dat een bestemmingsplan in bouwregels moet voorzien dat een agrarisch bedrijfsgebouw uit maximaal één bouwlaag mag bestaan voor het stallen van dieren. In 2013 zijn in de PRV regels gesteld voor agrarische bedrijven ten aanzien van de maximale uitbreidingsmogelijkheden voor agrarische bouwvlakken en het maximum van één bedrijfswoning per agrarisch bouwperceel. Dit beleid moest binnen twee jaar na inwerkingtreding van de PRV worden verwerkt in bestemmingsplannen. In 2016 zijn deze regels aangevuld met de specifieke voorwaarde t.a.v. bouwlagen. Tot dan toe stond dit beleid in de toelichting. Dit is de enige instructieregel met een dergelijke korte tijdshorizon. De regel is momenteel opgenomen in artikel 10.2i, lid 2 Interim Omgevingsverordening (IOV).
College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111
Verkenning doorwerking agrarische bouwlagen Dat de hiervoor genoemde ontwikkeling heeft kunnen plaatsvinden heeft meerdere oorzaken. Algemeen gesteld zijn deze gelegen in de onbekendheid met deze specifieke regel en het ontbreken van een bepaling in het bestemmingsplan die het bouwen van meerdere bouwlagen voor het stallen van vee uitsluit. Om die reden is provinciebreed een verkenning uitgevoerd die is gericht op een oriëntatie van huidige bestemmingsplannen en werkwijze bij gemeenten, een primaire verkenning van oplossingsrichtingen en op basis daarvan een te bepalen strategie. Dit alles met als doel het voorkomen van herhaling dat opnieuw een stal met meerdere verdiepingen wordt gerealiseerd en implementatie van dit provinciaal beleid in het gemeentelijk bestemmingsplan/ omgevingsplan. In dit kader zijn met vrijwel alle gemeenten ook ambtelijke gesprekken gevoerd. Uit de provinciebrede verkenning is naar voren gekomen dat de regel over dit specifieke onderwerp – in tegenstelling tot de andere beleidsbepalingen uit de IOV ten aanzien van agrarische bedrijven - niet overal bekend is. Ook is geconstateerd dat dit onderwerp niet in alle bestemmingsplannen (voldoende) is overgenomen. Acties De kans op herhaling en strijdigheid met provinciaal beleid zijn ongewenst. Om die redenen hebben wij verschillende mogelijkheden overwogen. Dit heeft geleid tot de navolgende acties.
Instrumenteel: voorbeschermingsregel Vooropgesteld moet worden dat de instructieregels uit het provinciaal beleid in het gemeentelijk bestemmingsplan – straks omgevingsplan – moet doorwerken. Om dit te bewerkstelligen hebben we als provincie instrumentarium tot onze beschikking. Onze inzet is er dan ook opgericht dat dit op de juiste wijze zal plaatsvinden. Voor de kortere termijn hebben wij in het bij het statenvoorstel van de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 behorende (zelfstandige) Voorbereidingsbesluit aangevuld met een specifieke voorbeschermingsregel. Deze is als volgt geformuleerd. Artikel 3.2 Verbod meer dan één bouwlaag voor het stallen van dieren Het is verboden om op locaties binnen Agrarische bedrijven bedrijfsgebouwen van meer dan één bouwlaag voor het stallen van dieren toe te staan. Toelichting op artikel 3.2 Verbod meer dan één bouwlaag voor het stallen van dieren Er is sprake van een tweede bouwlaag wanneer er een voor de mens begaanbare verdiepingsvloer is voor het stallen van vee. Het binnen één bouwlaag stallen van vee in meerdere lagen is toegestaan als voldaan wordt aan dierenwelzijnseisen.
Met deze voorbeschermingsregel die zal vigeren ten tijde van inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn wij er voldoende van verzekerd dat meerlaagse agrarische bedrijfsbebouwing kan worden voorkomen tot het moment waarop gemeenten dit beleid hebben overgenomen in omgevingsplannen. Deze voorbeschermingsregel is aanvullend op de (bestaande) instructieregel. De instructieregel ziet immers toe op doorwerking in (straks) het gemeentelijk omgevingsplan en buitenplanse omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning onder de Omgevingswet waarbij wordt afgeweken van het Omgevingsplan). De voorbeschermingsregel voorkomt dat vergunningaanvragen die betrekking hebben op meerlaagse agrarische bedrijfsbebouwing moeten worden gehonoreerd tot het moment waarop het omgevingsplan in procedure wordt gebracht. Voor zover uw bestemmingsplannen reeds voldoen aan dit beleidsonderdeel kan bij vergunningverlening de voorbeschermingsregel buiten beschouwing worden gelaten. Relevante overwegingen die aan deze handelwijze ten grondslag liggen zijn onder andere gelegen in de efficiency en effectiviteit, uitvoerbaarheid, proportionaliteit en gelijkwaardigheid. Een nadere toelichting treft u aan in bijgevoegde statenbrief. Bekendheid met beleid Zoals hiervoor aangegeven is opgemerkt dat dit onderdeel van de provinciale regels niet overal voldoende bekend is.
Om die reden hechten wij waarde aan het bestuurlijk en ambtelijk actief informeren van gemeenten en ook uitvoeringsdiensten. Met voorliggende brief geven wij daar invulling aan en verzoeken wij u bovendien om deze brief onder de aandacht te brengen bij zowel uw medewerkers ruimtelijke ordening als vergunningverlening.
Behoort bij briefnummer: 823C31ED
2 van 3
Wij vertrouwen er op u met deze brief voldoende geïnformeerd te hebben, dat vanaf het moment van inwerkingtreding van het Voorbereidingsbesluit vergunningaanvragen hieraan worden getoetst en dat doorwerking van dit beleid in uw toekomstig omgevingsplan zal plaatsvinden.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,
H.P. (Huib) van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Omgevingswet, Energietransitie en Klimaat
Behoort bij briefnummer: 823C31ED
3 van 3