1. (RVE) Bijlage 2 Second opinion verkenning overdracht.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 51004761 Referentienummer: NL21-648800269-3583 Datum: 23-08-2021
Overdracht areaal Waterschap Rivierenland aan gemeenten Second opinion op de verkenning financieel
Definitief
Opdrachtgever: Gemeente Molenlanden en gemeente Vijfheerenlanden Postbus 5 2970AA BLESKENSGRAAF
Sweco K.P. van der Mandelelaan 41-43 3062 MB Rotterdam Postbus 4381 3006 AJ Rotterdam
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Brian van Straalen Adviseur Groene Ruimte M +31 6 51 57 63 34
Verantwoording Titel
Overdracht areaal Waterschap Rivierenland aan gemeenten
Subtitel
Second opinion op de verkenning financieel
Projectnummer
51004761
Referentienummer
NL21-648800269-3583
Revisie
D1
Datum
23-08-2021
Auteur
Brian van Straalen
E-mailadres
brian.vanstraalen@sweco.nl
Gecontroleerd door
Martin Hoorweg
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Rob Krom
Paraaf goedgekeurd
2 (8)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
2
Aanpak .................................................................................................................... 5
3
Overzicht bevindingen .......................................................................................... 6
3.1
Beschikbare en ontbrekende gegevens .................................................................. 6
3.2
Risico’s bij overdracht .............................................................................................. 7
3.3
Hoofdconclusies ...................................................................................................... 8
3.4
Belangrijkste adviezen ............................................................................................. 8
Bijlage 1
Wegen
Bijlage 2
Groen
Bijlage 3
Kunstwerken
3 (8)
1
Inleiding
Dit rapport heeft als onderwerp de wegen in beheer van Waterschap Rivierenland in het westelijk deel van haar beheergebied de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Het waterschap wil deze wegen overdragen aan de gemeenten in dit gebied. Hierbij gaat het eigendom en het beheer over naar de gemeenten. Het waterschap heeft de wens tot overdragen zodat ze zich kan concentreren op de uitvoering van haar kerntaken op het gebied van waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Voor de overdracht hebben het waterschap en de betrokken gemeenten een verkenning laten uitvoeren. In het kader van de verkenning is in juni 2020 de rapportage1 ’Verkenning overdracht waterschapswegen’ opgesteld door adviesbureau Infram B.V. In opdracht van de twee grootste gemeenten (Molenlanden en Vijfheerenlanden) is door Sweco Nederland B.V. een analyse van de verkenning uitgevoerd voor de assets Wegen, Groen en Kunstwerken. Voor deze assets is de verkenning beoordeeld op technische staat en beheerkosten. De vragen die zijn beantwoord: · Zit alles erin? Is het een complete weergave? · Wat zijn de risico’s? · Wat zijn discussiepunten? Daarnaast heeft het waterschap beheerdata aangeleverd met betrekking tot de over te dragen assets. De gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden hebben Sweco gevraagd te beoordelen of deze informatie voldoende is om een goede overdracht mee te kunnen onderbouwen.
De notities met bevindingen per asset zijn opgenomen in de bijlage bij dit rapport. Dit rapport is een samenvatting van de bijgevoegde notities. Het geeft de hoofdlijnen en de gemene deler aan van de onderliggende notities. Dit is gedaan voor de volgende onderwerpen: · Beschikbare en ontbrekende gegevens. · Risico’s bij overdracht. · Hoofdconclusies. · Belangrijkste adviezen.
1 Deze rapportage wordt in het vervolg de verkenning genoemd
4 (8)
2
Aanpak
De aanpak richt zich op de belangrijkste vragen uit de verkenning: · Wat zijn de (financiële) consequenties bij een overdracht van wegen voor de betrokken gemeenten? · Hoe kunnen betrokken gemeenten zich het beste voorbereiden op de veranderende kostenverdeling en taakverdeling in het geval van overdracht? · Hoe kunnen de (financiële) verschillen tussen gemeenten bij een overdracht (tijdelijk) worden overbrugd om consequenties als een mogelijk hogere belastingdruk voor de inwoners te beperken? De overdracht van de wegen verloopt in verschillende fases. Momenteel zit de overdracht in de fase van verkenning. Volgens de verkenning wordt toegewerkt naar een bestuurlijk besluit tot vaststelling van het Plan van Aanpak, inclusief een eerste uitwerking van het afsprakenkader en een financieel model. Hieruit blijkt dat het afsprakenkader en het financiële model belangrijk zijn. Het financieel model behelst een overgangsregeling voor een onderlinge compensatie om gemeenten te laten ingroeien in de nieuwe situatie. Gemeenten waarvoor de overdacht financieel positief uitpakt leveren een solidariteitsbijdrage aan gemeenten waarvoor de overdracht financieel negatief uitpakt. Deze solidariteitsbijdrage wordt in vijf of tien jaar afgebouwd. Deze periode kunnen de gemeenten gebruiken om hun belastingen aan te passen aan de nieuwe situatie.
Deze second opinion richt zich op de onderliggende gegevens om te komen tot het bepalen van de financiële consequenties. De beoordeling is gedaan aan de hand van de opbouw van deze verkenning. De volgende onderwerpen zijn geanalyseerd: · areaal; · kwaliteit; · huidig beheer; · uitgangspunten; · financiën; · niet financiële aspecten. Uit de analyse volgt of er voldoende gegevens beschikbaar zijn voor onderbouwing van de financiële consequenties en of de uitgangspunten goed zijn gekozen om tot een eerlijke verdeling over de gemeenten te komen. Daarnaast zijn beheer- en beleidsrisico’s benoemd.
5 (8)
3
Overzicht bevindingen
3.1 Beschikbare en ontbrekende gegevens Kwantiteit De arealen in de verkenning zijn van 2017. De regels waarop de begrenzing van het te overdragen areaal gebaseerd zijn, zijn niet genoemd wat controle van arealen zeer lastig maakt. Actualiteit en volledigheid van de areaalgegevens is voor een belangrijk deel onbekend. Daarnaast is de onderverdeling in typologieën te beperkt om kosten te kunnen bepalen. Het gaat dan om indelingen verharding, groen en kunstwerken. Kwaliteit Kwaliteitsgegevens van kunstwerken en groen ontbreken. Over wegen is wel goede informatie beschikbaar. De kwaliteit van de verhardingen is, vergeleken met een evenwichtig onderhouden wegennet, goed. Wel is in de periode 2014-2019 gemiddeld 6% van de verhardingen zeer slecht, terwijl zeer slechte verhardingen niet mogen voorkomen. Huidig beheer In de verkenning is het huidige beheer van wegen beschreven. Het is echter niet duidelijk of het beheer reactief of preventief is. Aangegeven is dat het beheer minimaal is. Het beheer van groen en kunstwerken ontbreekt. Uitgangspunten Er zijn in de verkenning drie uitgangspunten benoemd waar in de second opinion vraagtekens bij gezet zijn: 1. Overdracht vindt plaats met de huidige kwaliteit. 2. De kwaliteit van het areaal is normaal verdeeld. 3. De kostenverdeling over de gemeenten vindt plaats aan de hand van één bepalende kostenparameter: m2 asfalt.
Ad 1) In de verkenning wordt alleen de kwaliteit van de wegen beschreven. Het is niet duidelijk wat de kwaliteit van het groen en de kunstwerken is. Dit uitgangspunt betekent automatisch dat ook slechte en zeer slechte objecten worden overgedragen, wat niet wenselijk is voor de gemeente. Ad 2) Omdat slechte objecten beperkt aanwezig zijn, is de kans klein dat juist deze objecten normaal zijn verdeeld. Als slechte en zeer slechte objecten niet normaal zijn verdeeld, krijgt de ene gemeente met relatief hogere onderhoudskosten te maken dan andere. Ad 3) Er wordt alleen gebruik gemaakt van vierkante meters asfalt. Doordat geen rekening wordt gehouden met variatie in ondergrond, gebruik, type areaal, ouderdom en omdat andere objecten als groen en kunstwerken niet worden meegenomen levert dit uitgangspunt per definitie een oneerlijke verdeling op. Ad 2 en 3) Voor wegen en groen is het effect van deze uitgangspunten globaal doorgerekend. Het effect is voor de gemeenten die veel areaal ontvangen (Molenlanden en Vijfheerenlanden) dat de budgetten ongeveer 3% te laag worden berekend en voor de
6 (8)
gemeenten die kleinere arealen ontvangen kunnen de budgetten wel twee maal te hoog zijn. Financiën Alleen voor de asset wegen zijn kosten opgenomen. De gegevens voor de andere assets staan tussen de kosten voor het wegbeheer. Het is lastig te herleiden welke kosten aan welke asset zijn toe te kennen. Voor wegen is een controle uitgevoerd op de genoemde kosten. Het benodigd onderhoudsbudget voor de wegverhardingen is hoger dan het beschikbaar budget op de begroting. Niet financiële aspecten Daarnaast heeft de gemeente tijd nodig zich voor te bereiden op de nieuwe beheersituatie. Dit ten aanzien van de formatie. Deze neemt toe (voor groen Molenlanden een verdubbeling van budget). Er zijn praktische uitvoeringsgewoonten die over het hoofd worden gezien bij de overgang maar die wel grote gevolgen hebben voor de continuïteit van het beheer. Contracten en afspraken met derden worden opnieuw onderhandeld. Dit kan leiden tot meer of minder kosten. Ook ten aanzien van het beleid veranderen zaken. Door beleidsregels van het waterschap neemt het aantal bomen jaarlijks af, en een ander type areaal en meer areaal zal de relatie met bewoners, dorpsraden en natuurverenigingen veranderen. De politiek zal zich hierop moeten voorbereiden en er zullen nieuwe spelregels moeten worden bepaald. 3.2 Risico’s bij overdracht De verkenning is niet gebaseerd op actuele arealen.
Het gevolg kan zijn dat de gemeenten na overdracht niet voldoende budget hebben om het onderhoud te kunnen uitvoeren (er is meer of duurder areaal dan opgegeven). De kwaliteit van de objecten is onvoldoende tot niet inzichtelijk. Gemeenten krijgen objecten in beheer met een onderhoudsachterstand. Het gevolg kan zijn dat de gemeenten na overdracht onderhoudsachterstanden moeten wegwerken en vervangingen moeten uitvoeren. Gemeenten krijgen objecten in zeer slechte toestand. De kans is groot dat deze onveilig zijn. Gezien de aansprakelijkheid is dit onaanvaardbaar. Het gevoerde beheer van groen en kunstwerken is onduidelijk. Inzicht in het beheer is noodzakelijk om de kosten te kunnen bepalen. Risico is dat gemeente voor hogere kosten komt te staan. De uitgangspunten leiden tot een oneerlijke verdeelsleutel met kleine afwijkingen waardoor gemeenten de eerste jaren te weinig solidariteitscompensatie krijgen en andere gemeenten geld overhouden. Het beleid van het waterschap komt niet overeen met dat van de gemeenten. Het gevolg kan zijn dat het budget voor onderhoud niet in lijn is met de gewenste kwaliteit. Daarnaast vraagt het andere areaal ander beleid.
7 (8)
Een andere beheerorganisatie heeft een andere kostenniveau, andere contracten, andere beleidsaspecten andere overhead. Dit leidt tot andere benodigde budgetten. Betreffende groen, bomen, watergangen zijn de gegevens betreffende areaal en onderhoudsstaat van onvoldoende kwaliteit. Deze zouden op orde moeten worden gebracht. 3.3 Hoofdconclusies Er is te weinig informatie om toekomstige onderhouds- en investeringskosten te kunnen bepalen. De gemeente loopt risico een areaal over te nemen met onderhoudsachterstanden en onveiligheden en daardoor op vervangingsopgave te komen. De gemeente loopt het risico areaal over te nemen zonder dat het expliciet duidelijk is dat de gemeente dit areaal in beheer heeft. Het beleid van de gemeente verschilt van het waterschap. De verschillen in beleid en de gevolgen moeten in beeld worden gebracht. 3.4 Belangrijkste adviezen De adviezen betreffen: · De verkenning herzien uitgaande van actuele gegevens, zowel kwalitatief als kwantitatief zodat risico’s inzichtelijk worden. · Breng slechte en zeer slechte objecten eerst duurzaam en degelijk op niveau alvorens deze over te dragen, of biedt de gemeenten hiervoor een financiële compensatie. · Bepaal ambities van de gemeenten en welke extra budgetten hiervoor nodig zijn.
· Voor de lange termijn uitgaan van cyclisch onderhoud, eventueel opgehoogd met budget voor wegwerken achterstand, conform de beheersystematiek CROW. · Belangrijk is een onderlinge afstemming/samenwerking tussen gemeenten onderling en waterschap om zo efficiënt het beheer te kunnen uitvoeren. Samenvattend is het aanbevelenswaardig een meerjarig onderhoudsplan per gemeente op te stellen waarin uitgegaan wordt van actuele kwaliteitsinspecties. Dit geeft een goed beeld van het onderhoud wat de gemeenten te wachten staat.
8 (8)
Bijlage 1 1
Wegen
Verhardingen
1.1 Inleiding Waterschap Rivierenland is voornemens de gehele wegentaak over te dragen aan de gemeenten in dit gebied, namelijk de gemeente Alblasserdam, Gorinchem, HardinxveldGiessendam, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Vijfheerenlanden. In het kader van deze overdracht is in juni 2020 de rapportage “Verkenning overdracht waterschapswegen opgesteld door adviesbureau Infram B.V. In opdracht van de twee grootste gemeenten (Molenlanden en Vijfheerenlanden) is door Sweco Nederland B.V. een analyse van deze rapportage uitgevoerd. De bevindingen hiervan zijn opgenomen in voorliggende notitie. Het totale areaal wegen bestaat uit de volgende objectcategorieën: · Verhardingen · Kunstwerken · Groenvoorzieningen · Verkeersborden en dragers Voorliggende notitie is gericht op de categorie Verhardingen. De volgende onderwerpen zijn geanalyseerd: · Areaal · Kwaliteit · Huidig beheer · Uitgangspunten · Financiën In de hierna volgende paragrafen zijn deze onderwerpen nader uitgewerkt. Daarnaast heeft het waterschap beheerdata aangeleverd met betrekking tot de over te dragen assets. De gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden hebben Sweco gevraagd te beoordelen of deze informatie voldoende is om een goede overdracht mee te kunnen onderbouwen.
2
Beoordeling per onderdeel
2.1 Areaal Een belangrijk gegeven bij de overdracht van de verhardingen is de omvang en de opbouw van het areaal. Het areaal is onder te verdelen in bijvoorbeeld verhardingstypen, onderdeeltypen of gebruiksfunctie. In de verkenning is een overzicht opgenomen van de omvang van de verhardingen, onderverdeeld per wegtype en weergegeven per gemeente. In de rapportage staat niet aangegeven waar deze gegevens op zijn gebaseerd. Vraag: Waar zijn de areaalgegevens op gebaseerd? De overige areaalgegevens (kunstwerken, groenvoorzieningen, verkeersborden en dragers) dateren van peildatum 18 december 2017. Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de verhardingen. Indien dit wel het geval is, dan zijn deze gegevens dus bijna 4 jaar oud en mogelijk niet meer actueel. Vraag: Zijn de areaalgegevens actueel? 2.1.1 Beheersysteem De systematiek voor wegbeheer is beschreven in Publicatie 147 waarvan in 2019 een herziene versie door Stichting CROW is uitgebracht. Sweco heeft het softwarepakket Obsurv ontwikkeld, dat gebaseerd is op deze systematiek en bestaat uit drie hoofdgroepen: · het beheren van gegevens van het wegennet; · het opstellen van planningen en begrotingen; · het presenteren van resultaten.
Waterschap Rivierenland is gebruiker van dit softwarepakket en heeft Sweco toestemming gegeven om de areaalgegevens uit het rapport te vergelijken met de areaalgegevens in het beheersysteem Obsurv. In tabel 1-1 staan de verhardingen per wegtype weergegeven per gemeente uit het beheersysteem, met peildatum 10 juni 2021. Tabel 2-1 Verhardingen per wegtype per gemeente, peildatum 10 juni 2021 Gemeente ETW I 60 ETW II 60 GOW II onverhard fietspaden* km/u km/u 80 km/u Alblasserdam 2.187 9.067 0 5.799 11.454 Gorinchem 22.828 56.736 0 1.028 26.033 Hardinxveld6.195 46.565 0 18.477 23.794 Giessendam Molenlanden 380.531 855.942 47.196 231.093 143.634 Papendrecht 6.478 19.831 0 0 9.103 Sliedrecht 11.174 37.640 0 0 14.177 Vijfheerenlanden 195.571 762.313 40.211 55.431 85.013 Eindtotaal 624.964 1.788.093 87.407 311.828 313.208 * Hierin zijn ook de vrijliggende voetpaden opgenomen
Eindtotaal 28.507 106.625 95.031 1.658.395 35.412 62.991 1.138.539 3.125.500
Uit tabel 2-1 blijkt dat de totale oppervlakte aan verhardingen in beheer van Waterschap Rivierenland 3.125.500 m2 bedraagt. In de verkenning is dit 2.720.363 m2.
Het totale areaal verhardingen is met 15% toegenomen. Naast een analyse van de omvang van het areaal, wordt ook geadviseerd een analyse uit te voeren op andere areaalgegevens die een belangrijke invloed hebben op de budgetten voor het onderhoud en vervanging van de verhardingen, zoals de verdeling in wegtypen en aanlegjaren (ouderdom) van de verharding. 2.2 Kwaliteit Het in de komende periode uit te voeren onderhoud en de daarmee samenhangende kosten worden voornamelijk bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen. In de verkenning staat het volgende vermeld: “Voor verharde wegen vindt er jaarlijks een globale visuele inspectie plaats volgens CROWsystematiek. Dit is de basis voor het verhardingenonderhoudsprogramma van het daaropvolgende jaar. De cyclische aanpak heeft geleid tot het kwaliteitsbeeld in Tabel 6.” Bovenstaande bevat een tegenstrijdigheid. De eerste twee zinnen impliceren dat het onderhoud van de verhardingen is gebaseerd op de kwaliteit (reactief onderhoud), terwijl de laatste zin impliceert dat het onderhoud is gebaseerd op vastgestelde onderhoudscycli (preventief onderhoud).
Vraag: Zijn het onderhoud van de verhardingen en de daarmee samenhangende kosten gebaseerd op reactief onderhoud of op preventief onderhoud? Geadviseerd wordt het onderhoud voor de korte termijn (planjaar 1-2) te baseren op het wegwerken van een eventuele onderhoudsachterstand en het onderhoud voor de langere termijn (> planjaar 2) te baseren op cyclisch onderhoud. Dit is conform de recente actualisatie van de beheersystematiek. In de verkenning is de kwaliteit van de verhardingen weergegeven van 2014 t/m 2019. Ook is de prestatie-afspraak met het bestuur vermeld. Er wordt echter geen conclusie aan verbonden. Welk percentage van de verhardingen voldoet aan de kwaliteitsnorm en welk percentage dus niet? 2.2.1 Beoordeling kwaliteit In tabel 1-2 is de kwaliteit van de verhardingen in 2019 weergegeven zoals vermeld in de verkenning. In een normale situatie zal er jaarlijks een bepaald deel (percentage) van het wegenareaal aan onderhoud toe zijn; deze wegen hebben dan een beoordeling ‘slecht’. Zo zal er ook altijd een bepaald percentage zijn met de beoordeling ‘matig’. De kwaliteit van het wegennet is getoetst aan hetgeen normaal, in geval van een goed en evenwichtig onderhouden wegennet, verwacht mag worden. Daarnaast is de kwaliteit vergeleken met de kwaliteit gebaseerd op de in 2020 uitgevoerde weginspecties. Deze resultaten zijn verkregen uit het beheersysteem Obsurv.
De kwaliteitsniveaus komen overeen met de niveaus A+, A, B, C en D die in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018 (CROW publicatie 380) zijn gedefinieerd.
Tabel 2-2 Kwaliteitsbeoordeling, peildatum 10 juni 2021 Kwaliteitsbeoordeling Kwaliteit 2019 Evenwichtig onderhouden areaal Zeer slecht D 7% 0% Slecht C 5% 17% Matig B 16 % 26% Redelijk tot zeer goed A, A+ 72 % 57%
Huidige kwaliteit obv inspecties 2020 10 % 5% 17 % 70 %
Uit tabel 2-2 blijkt dat de kwaliteit van de verhardingen, vergeleken met een evenwichtig onderhouden wegennet, goed is. Het totaal van de percentages “Zeer slecht” en “slecht” is lager dan het totaal voor een evenwichtig onderhouden wegennet. Het percentage “Matig” is lager en het percentage “Redelijk tot zeer goed” is hoger. Wel heeft 7% van de verhardingen een beoordeling “Zeer slecht”. Het percentage van het oppervlak met waardering ‘zeer slecht’ betreft wegen waar onderhoud al eerder had moeten worden uitgevoerd. Technisch gezien is het verder uitstellen van dit onderhoud niet acceptabel. Uitstel van het asfaltonderhoud kan een verzwaring van de noodzakelijke maatregel ten gevolg hebben. Deze verzwaring leidt tot hogere kosten en heeft kapitaalvernietiging tot gevolg. Bovendien zijn de verhardingen die niet voldoen aan de CROW-richtlijnen een risicofactor in de aansprakelijkheid van de wegbeheerder in het geval van ongevallen. Daarnaast moet het percentage D (“Zeer slecht”) volgens de prestatie-afspraak met het bestuur ook 0% zijn. Uitgangspunt voor de overdracht is dat deze plaatsvindt met de huidige kwaliteit. De gemeenten krijgen wegen in beheer met een onderhoudsachterstand. Vanuit het oogpunt van de gemeenten is het wenselijk de onderhoudsachterstand eerst weg te werken, alvorens de wegen over te dragen.
Een alternatief is om extra budget voor de gemeenten beschikbaar te stellen om dit onderhoud uit te voeren. Vraag: Komt de prestatie-afspraak met het bestuur van het waterschap overeen met de ambitie van de gemeenten? 2.2.2 Beheersysteem Net als de areaalgegevens zijn ook de kwaliteitscijfers van de verkenning vergeleken met de kwaliteitscijfers op basis van de meest recente inspecties in het beheersysteem Obsurv. Deze inspecties dateren uit 2020. De resultaten van deze inspecties zijn weer omgezet naar de kwaliteitsbeoordelingen zeer slecht, slecht, matig, redelijk tot zeer goed, conform de CROW wegbeheersystematiek. Hieruit blijkt dat het percentage “Zeer slecht” is toegenomen naar 10%. De huidige kwaliteit van de verhardingen is slechter dan de kwaliteit in 2019. Het is van belang om te weten welke wegtypen welke kwaliteit hebben, omdat de onderhoudskosten per wegtype verschillen.
2.2.3 Kwaliteitsverloop In de verkenning zijn ook de kwaliteitscijfers uit 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 opgenomen. Uit deze cijfers blijkt dat de kwaliteit van de verhardingen over de jaren redelijk constant is gebleven. Alleen het percentage “Slecht” was in 2014 en 2015 nog iets hoger. Ook het percentage “Zeer slecht” is van 2014 tot en met 2019 redelijk constant gebleven. Hieruit blijkt dat er altijd een onderhoudsachterstand aanwezig is geweest, wat impliceert dat het beschikbare budget niet toereikend is om de onderhoudsachterstand weg te werken. 2.3 Huidig beheer In de verkenning is kort het huidige beheer door het Waterschap beschreven: “In het wegenbeheerplan zijn in de strategische visie vier varianten opgenomen met betrekking tot verkeersveiligheid, onderhoud, duurzaamheid en innovatie. Hierbij is variant 3 gekozen als voorkeursvariant. Met deze (minimale) variant wordt gewerkt aan een goede verkeersveiligheid en blijft het onderhoudsniveau van de wegen op peil. Tevens biedt deze variant de mogelijkheid in te spelen op duurzaamheid en innovatie. Een hogere ambitie ziet het Waterschap als financieel niet wenselijk.
Een lagere ambitie zal betekenen dat ingeboet wordt op de kwaliteit van de wegen (kapitaalvernietiging) en dat er geen ruimte is voor innovatie en duurzaamheid.” Vraag: Als de gekozen variant minimaal is, hoe kan er dan ingespeeld worden op duurzaamheid en innovatie indien dit extra kosten met zich meebrengt? Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat met het huidige beheer wordt gestuurd op kwaliteitsniveau C, wat wil zeggen dat wanneer de richtlijn is overschreden, er onderhoud wordt uitgevoerd. Dit is de onderkant van verantwoord wegbeheer. Ook hier kan weer de vraag worden gesteld of dit overeenkomt met de ambitie van de gemeenten. De gemeente beheert haar wegen binnen de bebouwde kom op niveau B. Voor wegen buiten de bebouwde kom is (nog) geen ambitieniveau vastgesteld, maar in het ideale geval zou dit ook kwaliteit B moeten zijn. 2.4 Uitgangspunten In de verkenning zijn uitgangspunten vastgesteld. Een aantal van deze uitgangspunten wordt in deze paragraaf beoordeeld. “Overdracht vindt plaats met de huidige kwaliteit.” De in paragraaf 1.3 geconstateerde tegenstrijdigheid komt hier ook weer terug. Wederom wordt er gesproken over een cyclische werkwijze op basis van inspecties. Dit is niet correct. Het Waterschap geeft zelf ook aan het onderhoud uit te voeren op basis van de kwaliteit: Als een weg slecht is wordt er onderhoud uitgevoerd.
Dit uitgangspunt betekent bovendien dat de gemeenten een aantal slechte en zeer slechte wegen overgedragen krijgen. Zoals ook al geconcludeerd in paragraaf 1.3, is dit niet wenselijk zonder dat de gemeente financieel gecompenseerd worden voor het extra onderhoud dat zij daardoor moeten uitvoeren. Advies: Breng slechte en zeer slechte wegen eerst op niveau alvorens deze over te dragen, of biedt de gemeenten hiervoor een financiële compensatie.
“De kwaliteit van het areaal is normaal verdeeld.” Er wordt aangenomen dat er geen noemenswaardige kwaliteitsverschillen aanwezig zijn in het gebied en over de verschillende gemeenten. De vraag is of deze aanname correct is. Als slechte en zeer slechte wegen niet normaal zijn verdeeld, krijgt de ene gemeente met relatief hogere onderhoudskosten te maken dan andere gemeente. “De kostenverdeling over de gemeenten vindt plaats aan de hand van één bepalende kostenparameter: m2 asfalt.” De onderhoudskosten van een weg zijn afhankelijk van een aantal factoren, waaronder vanzelfsprekend de kwaliteit, maar ook van het wegtype, het verhardingstype, de ouderdom, het gebruik, de ligging, etc. Oftewel niet iedere m2 verharding kost evenveel aan onderhoud. Als bovenstaande factoren net als de kwaliteit normaal zijn verdeeld, dan zullen per gemeente de gemiddelde kosten per m2 wel gelijk zijn. In paragraaf 1.6 wordt dit uitgerekend, en daarmee zijn dit en het vorige uitgangspunt getoetst. In de toekomstige situatie zijn er binnen het gebied verschillende beheerders verantwoordelijk voor het onderhoud aan de openbare ruimte, namelijk het Waterschap en de 7 gemeenten. Het is mogelijk dat door onderhoud aan het watersysteem, ook werk moet worden verricht aan de wegen. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeenten kosten hebben aan het wegonderhoud als gevolg van werkzaamheden door het Waterschap.
Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met dijkverzwaringsprojecten waarbij er een weg op de dijk ligt? Na uitvoering van de dijkverzwaring zal er immers een nieuwe weg moeten worden aangelegd. Vraag: Zijn er afspraken gemaakt over onderhoudswerkzaamheden binnen het beheergebied van zowel het Waterschap als één of meerdere van de gemeenten alsmede over de verdeling van de kosten die deze werkzaamheden als gevolg hebben? 2.5 Financiën Het financiële deel van de verkenning is gebaseerd op de Begroting 2019 Waterschap Rivierenland. De totale kosten voor de wegentaak bestaan uit twee delen: Het Programma wegenbeheer en de aan de Wegentaak toebedeelde Overige kosten. Deze begroting is opgenomen in de verkenning, met in de bijlage een opsplitsing in verschillende posten. Tevens staat in de verkenning aangeven dat de jaarlijkse kosten voor het onderhoud van de wegverharding 41% van de totale jaarlijkse directe kosten bedragen. Er is geen onderbouwing beschikbaar van de in de begroting opgenomen posten. Het is dus niet mogelijk om deze bedragen te controleren. Ook is niet duidelijk waarop deze bedragen zijn gebaseerd en met welke factoren rekening is gehouden bij het vaststellen van deze budgetten, zoals: · Resultaten weginspecties; · Cyclisch onderhoud; · Draagkrachtmetingen; · Zetting; · Afvoer teerhoudend asfalt; · Reeds gepland onderhoud; · Etc.
Wel constateren we dat de bedragen op de begroting 2019 niet allemaal overeenkomen met de bedragen uit de onderbouwing in bijlage D. Bijvoorbeeld de directe kosten bedragen in de begroting € 4.841.300 maar in de bijlage staat hiervoor € 4.506.384. Voor het onderhoud aan de wegverharding is volgens de begroting € 1.860.900 beschikbaar. Andere posten die relatie hebben met het onderhoud van de verhardingen zijn: · Advieskosten (€ 78.000) · Onderhoud markering (€ 86.000) · Wegreconstructies (€ 155.200) · Advieskosten (€ 19.500) · Gladheidsbestrijding (€ 358.500) Om te kunnen controleren of de gemeenten financieel uitkomen met het onderhoud van de verhardingen, dient te worden uitgerekend wat het benodigd budget hiervoor is. Deze gegevens zijn niet voorhanden, maar dit kan wel worden uitgerekend met behulp van het beheersysteem Obsurv. De verwachting is dat het budget voor het onderhoud aan de verhardingen niet voldoende is of niet goed wordt aangesproken, want het percentage “Zeer slecht” neemt niet af sinds 2014. 2.5.1 Beheersysteem Met behulp van Obsurv is een berekening gemaakt van de onderhoudsbehoeften voor de periode van 2022 tot en met 2026. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de CROWsystematiek. Bij de financiële analyse is uitgegaan van het afgevlakte model van de basisplanning.
Hierbij zijn de benodigde budgetten voor de komende jaren zo gelijkmatig mogelijk verdeeld binnen de planperiodes die gehanteerd worden in de CROW-systematiek. Ook zijn de resultaten van de door het Waterschap uitgevoerde draagkrachtmetingen in de begroting meegenomen. In tabel 2-3 zijn de benodigde budgetten opgenomen voor het groot onderhoud en klein onderhoud, gebaseerd op de inspecties uit 2020. De vervangingen van wegen met onvoldoende draagkracht zijn apart opgenomen, omdat deze vaak uit een ander budget worden gefinancierd. Tabel 2-3
Benodigd onderhoudsbudget voor verhardingen, peildatum 10 juni 2021
Planjaar
Groot Vervangingen* KO Totaal onderhoud 2022 4.086.000 2.727.000 435.000 7.248.000 2023 5.899.000 726.000 435.000 7.060.000 2024 2.855.000 76.000 435.000 3.366.000 2025 1.561.000 1.500.000 435.000 3.496.000 2026 4.606.000 249.000 435.000 5.290.000 Totaal 19.007.000 5.278.000 2.175.000 26.460.000 Gemiddeld 3.801.000 1.056.000 435.000 5.292.000 * Dit zijn de vervangingen gebaseerd op de resultaten uit de valgewichtdeflectiemetingen. De draagkracht van deze wegen is onvoldoende.
Uit bovenstaande tabel blijkt dat gemiddeld per jaar € 5.292.000 nodig is voor onderhoud aan de wegverhardingen. Zonder vervangingen bedraagt dit € 4.236.000.
De kosten om de onderhoudsachterstand weg te werken, bedragen € 5.942.000. Naast het technisch noodzakelijke budget voor de periode 2022 – 2026, is ook een budget voor de lange termijn berekend. Dit bedrag wordt ook wel het cyclusbudget genoemd en is gebaseerd op de beheerkostensystematiek van CROW. Hierbij zijn vaste onderhoudscycli per wegtype gedefinieerd. Het cyclusbudget is niet bepaald op basis van de huidige technische kwaliteit en het areaal verhardingen maar op basis van cycluskosten en het areaal. Het lange termijnbudget is € 4.608.000 gemiddeld per jaar. Deze bedragen zijn inclusief toeslagpercentages voor verkeersmaatregelen (5% van de directe kosten), uitvoeringskosten (7%), algemene bedrijfskosten (8%), winst & risico (4%), maar exclusief VAT en 21% btw. De prijzen waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd zijn gebaseerd op GWWkosten.nl van Bouwkosten.nl B.V., prijspeil maart 2019. Uit tabel 2-3 blijkt dat het benodigd onderhoudsbudget voor de wegverhardingen hoger is dan het beschikbaar budget op de begroting. Let op: Dit zijn theoretisch benodigde budgetten. De berekende budgetten zijn niet getoetst door het uitvoeren van een maatregeltoets.
In de wegbeheersystematiek wordt aanbevolen om een maatregeltoets uit te voeren op de wegvakonderdelen die de komende 2 jaar voor onderhoud in aanmerking komen, omdat daarmee het benodigd budget voor de komende 2 jaar betrouwbaarder kan worden vastgesteld. 2.5.2 Kostenverdeling over de gemeenten De verdeling van de kosten over de gemeenten is nu bepaald op basis van de verdeling van het areaal in m2. In tabel 2-4 is deze verdeling vergeleken met de daadwerkelijk verdeling van het benodigd budget per gemeente. Tabel 2-4
Verdeling omvang areaal versus verdeling benodigd budget
Gemeente Alblasserdam Gorinchem HardinxveldGiessendam Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Vijfheerenlanden Eindtotaal
Omvang areaal (uit rapport verkenning) 1% 4% 3%
Benodigd budget (conform basisplanning Obsurv) 1% 4% 1%
51% 1% 2% 38% 100%
52% 1% 1% 40% 100%
Uit tabel 2-3 blijkt dat de verdeling van de benodigde budgetten per gemeente nagenoeg evenredig is met de verdeling van de omvang van het areaal. De verdeling van de budgetten op basis van de omvang van het areaal per gemeente is realistisch. 2.6 Aanleverde beheerdata De beheerdata is opgenomen in het beheersysteem Obsurv. De beheerdata is recent en actueel. De mutaties lopen tot in 2021, de laatste weginspectie is van juli 2020.
3
Conclusie en advies
De areaalgegevens zijn vergeleken met de gegevens uit het beheersysteem van Waterschap Rivierenland (Obsurv). Hieruit blijkt dat het totale areaal is toegenomen met 15%. Naast een analyse van de omvang van het areaal, wordt ook geadviseerd een analyse uit te voeren op andere areaalgegevens die een belangrijke invloed hebben op de budgetten voor het onderhoud en vervanging van de verhardingen, zoals de verdeling in wegtypen en aanlegjaren (ouderdom) van de verharding. De kwaliteit van de verhardingen is, vergeleken met een evenwichtig onderhouden wegennet, goed. Wel is er op 7% van de verhardingen een onderhoudsachterstand aanwezig. Risico: De verkenning is niet gebaseerd op actuele gegevens (zowel kwantiteit als kwaliteit). Het gevolg kan zijn dat de gemeenten na overdracht niet voldoende budget hebben om het onderhoud aan de verhardingen te kunnen uitvoeren. Advies: De verkenning herzien uitgaande van actuele gegevens zodat het onderhoudsbudget hierop kan worden afgestemd. Risico: De gemeenten krijgen wegen in beheer met een onderhoudsachterstand. Het gevolg kan zijn dat de gemeenten na overdracht niet voldoende budget hebben om het onderhoud aan de verhardingen te kunnen uitvoeren. Advies: Breng slechte en zeer slechte wegen eerst op niveau alvorens deze over te dragen, of biedt de gemeenten hiervoor een financiële compensatie.
Risico: De prestatieafspraak met het bestuur van het waterschap komt niet overeen met de ambitie van de gemeenten. Het gevolg kan zijn dat het budget voor onderhoud niet in lijn is met de gewenste kwaliteit. Advies: Bepaal welke budgetten nodig zijn om de ambities van de gemeenten te realiseren. De financiële gegevens zijn vergeleken met de theoretisch benodigde budgetten op basis van de meest actuele gegevens uit het beheersysteem Obsurv. Hierbij is ook rekening gehouden met de resultaten van de draagkrachtmetingen. Risico: Het benodigd onderhoudsbudget voor de wegverhardingen is hoger dan het beschikbaar budget op de begroting. Gevolg: De kwaliteit zal verder afnemen, het klein onderhoud zal toenemen en er is een grote kans op kapitaalvernietiging. Daarnaast komt de verkeersveiligheid in het geding. Momenteel zijn alle wegen in het gebied in het beheer van één beheerder. Na overdracht zullen dit er 7 zijn. Belangrijk is een onderlinge afstemming/samenwerking om zo het beheer van de wegen efficiënt uit te kunnen voeren met zo weinig mogelijk kosten en overlast voor de omgeving. Een andere vereiste voor efficiënt beheer is om het onderhoud van de verhardingen integraal uit te voeren met onderhoud aan kunstwerken, groenvoorzieningen, verkeersborden en dragers en met onderhoud dat door het Waterschap wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van de gemeente(n).
De beheerdata is recent en actueel en van goede kwaliteit.
Bijlage 2 1
Groen
Inleiding
Waterschap Rivierenland is voornemens de gehele wegentaak over te dragen aan de gemeenten in dit gebied, namelijk de gemeente Alblasserdam, Gorinchem, HardinxveldGiessendam, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Vijfheerenlanden. In het kader van deze overdracht is in juni 2020 de rapportage “Verkenning overdracht waterschapswegen opgesteld door adviesbureau Infram B.V. In opdracht van de twee grootste gemeenten (Molenlanden en Vijfheerenlanden) is door Sweco Nederland B.V. een analyse van deze verkenning uitgevoerd. De bevindingen hiervan zijn opgenomen in voorliggende notitie. Het totale areaal wegen bestaat uit de volgende objectcategorieën: · Verhardingen · Kunstwerken · Groenvoorzieningen · Verkeersborden en dragers Voorliggende notitie is gericht op de categorie Groen. Het richt zich op de verkenning van advisesbureau Infram B.V. in de vorm van een technische beoordeling van de verkenning op de asset groen (technische staat en beheerkosten): · Zit alles erin? Is het een complete weergave? · Wat zijn de risico’s? · Wat zijn discussiepunten? Om te komen tot een beoordeling zijn de volgende onderwerpen zijn geanalyseerd: · Areaal · Kwaliteit · Huidig beheer · Uitgangspunten · Financiën In de hierna volgende paragrafen zijn deze onderwerpen nader uitgewerkt. Daarnaast heeft het waterschap beheerdata aangeleverd met betrekking tot de over te dragen assets.
De gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden hebben Sweco gevraagd te beoordelen of deze informatie voldoende is om een goede overdracht mee te kunnen onderbouwen.
2
Beoordeling per onderdeel
2.1 Areaal in verkenning Een belangrijk gegeven bij de overdracht van het groen is de omvang en de opbouw van het areaal. Het areaal is onderverdeeld in typen. In de verkenning is een overzicht opgenomen van de omvang van de groenvoorzieningen, onderverdeeld per type en weergegeven per gemeente. In de verkenning staat niet aangegeven waar deze gegevens op zijn gebaseerd. Bij deze vraag behoort de bron van de data en een definitie van de begrenzing. Vraag: Waar zijn de areaalgegevens op gebaseerd en welke uitgangspunten zijn gehanteerd voor de begrenzing? De overige areaalgegevens (kunstwerken, groenvoorzieningen, verkeersborden en dragers) dateren van peildatum 18 december 2017. Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de verhardingen. Indien dit wel het geval is, dan zijn deze gegevens dus bijna 4 jaar oud en mogelijk niet meer actueel. Vraag: Zijn de areaalgegevens actueel? De indeling van de arealen is grof weer gegeven in de verkenning. Het is wenselijk een meer uitgesplitste opgave van het areaal te verkrijgen, indeling snoeivormen van bomen, aanwezige boomsoorten, indeling maairegimes bermen, indeling typen beplanting en inzicht in de watergangen: zijn de solitaire heesters in beeld, de hagen, natuurvriendelijke oevers, et cetera.
Vraag: Welke onderverdeling heeft het groenareaal? 2.2 Kwaliteit in verkenning Inzake kwaliteit van het groen en de watergangen staat niets vermeld in de verkenning. Om te kunnen bepalen of onderhoudsachterstanden aanwezig zijn die op het moment van overname tot extra kosten kunnen leiden moet er inzicht zijn in de kwaliteit van de voorzieningen. De kwaliteit van de wegen zegt niets over de kwaliteit van het groen. Kwaliteitsgegevens die inzicht geven: · Kwaliteitsgegevens bagger in slootbodems. · Inzicht in te hoge of te lage wegbermen en eventuele noodzaak tot het verstevigen van bermen. · Inzicht in de kwaliteit van onderhoud van de bomen en dan met name het areaal wat slecht is (conditie slecht, dood, boombeeld verwaarloosd). · Inzicht in natuurwaarden in de sloten en bermen. · Inzicht in de aanwezigheid van invasieve exoten (Japanse duizendknoop, waternavel, reuze berenklauw). Behalve kwaliteitsgegevens is ook de levensverwachting van met name de bomen van belang. Als op het moment van overdracht grote hoeveelheden bomen op de nominatie staan om te worden verjongd kan dit hoge kosten met zich meebrengen. Gedacht wordt aan arealen populier op leeftijd en es en de stand van zake in casu essentaksterfte en andere bomen in de aftakelfase.
Vraag: Wat is de kwaliteit van de beplantingen, de bomen, het water, de bagger? 2.3 Huidig beheer in verkenning De verkenning gaat niet in op het huidige beheer voor groen. Vooral bijzondere aspecten van het beheer zouden voor het voetlicht moeten komen om inzicht te kunnen krijgen in het geen de gemeente moet gaan uitvoeren. Gedacht kan worden aan aanwezige natuurwaarden, invasieve te bestrijden exoten, overlast gevende insecten (eikenprocessierups) bijzondere (cultuurhistorische) beplantingsvormen, iepen die worden beschermd in verband met iepziekte (geïnjecteerd) en gebruik en beheer door derden. Daarnaast kan het zijn dat niet alle arealen toegankelijk zijn met gebruikelijk materieel, onbereikbaar voor hoogwerker, trekker met maaikorf et cetera. Dit mede met het oog op de zachte bodem, smalle tiendwegen, recht van overpad. Vraag: wat zijn bijzonderheden en aandachtspunten in het huidige beheer? 2.4 Uitgangspunten in verkenning In de verkenning zijn uitgangspunten vastgesteld. Een aantal van deze uitgangspunten wordt in deze paragraaf beoordeeld. “Overdracht vindt plaats met de huidige kwaliteit.” Dit beschrijft de kwaliteit van de wegen, niet het groen. Advies: Breng slechte en zeer slechte beplanting, bermen en wegsloten eerst op niveau alvorens deze over te dragen, of biedt de gemeenten hiervoor een financiële compensatie.
“De kwaliteit van het areaal is normaal verdeeld.” Wat hiermee bedoelt wordt is niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk wordt ervan uitgegaan dat de kwaliteit in elke gemeente procentueel overeen komt. Maar als je bedenkt dat de arealen per gemeenten flink verschillen en de echt slechte kwaliteit ongeveer 10% van het areaal is, dan is de kans dat er behoorlijke verschillen in areaal slechte kwaliteit op treden best groot. Advies: Bepaal de assets met zeer slechte beheerkwaliteit per gemeente. “De kostenverdeling over de gemeenten vindt plaats aan de hand van één bepalende kostenparameter: m2 asfalt.” Het is begrijpelijk dat een gemene deler wordt gezocht om de kosten te bereken waarbij niet te veel naar de details wordt gekeken omdat uiteindelijk toch de kosten voor de gemeente zijn. De kosten per vierkante meter weg (er zijn ook andere typen verharding) zullen in dit gebied verschillen, gezien de ondergrond, verkeersbelasting, ouderdom et cetera. Richting de rivier de Waal is de bodem steviger en is de verkeersbelasting groter. Voor groen is van belang is de verhouding groen in relatie tot wegen. Des te meer groen per vierkante meter weg des te ongunstiger dit uitgangspunt is voor de desbetreffende gemeente. Zie grafiek 2.1 waaruit blijkt dat de verschillen tussen Gorinchem en Alblasserdam groot zijn.
Daarnaast is ook van belang de aard van het groen, meer bomen en meer bosschages maken het groen in verhouding duurder. Dit scheelt wel meer dan een factor twee, zie grafiek 2.2. In de grafiek is te zien dat Hardinxveld-Giessendam relatief veel meer bomen
heeft dan Sliedrecht en dat daar dan ook het groenonderhoud relatief veel duurder zal zijn. De verwachting is dat Sliedrecht en Gorinchem via deze rekenwijze te veel budget krijgen, misschien wel het dubbele van wat nodig is, gemeente als Vijfheerenlanden en Molenlanden tekort komen. Advies: Maak voor elke gemeente apart een kostencalculatie van de beheerkosten en verdeel het niet naar rato wegbeheer.
Grafiek 2.1 verhouding groen/wegen
Grafiek 2.2 verhouding areaal groen
2.5 Financiën in verkenning Het financiële deel van de verkenning is gebaseerd op de Begroting 2019 Waterschap Rivierenland. Het gaat in op de kosten voor wegbeheer en belastingopbrengsten en verschillende verdeelsleutels voor de overgangsperiode. Hier geldt dezelfde opmerking als gemaakt is in de vorige paragraaf van deze notitie, te weten ook de reële kosten voor groenbeheer moeten worden meegenomen. 2.6 Aanleverde beheerdata Ontvangen GIS-bestanden: · Beplantingsvakken, vlakken, 526 records, (21-7-2020), laatste inspectie 2016 · Planningskaart, vlakken, 19 records, (16-12-2020), planning boomveiligheidscontrole · Maairegime, lijnen, 1134 records, (7-6-2021) · Hagen, leeg, (7-6-2021) · Bomen_Knotbomen_Stoven, lijnen, 55.504 records, (21-7-2020), laatste inspectie 2016 · Vlakkenkaart_berm vlakken, 436 records, (7-6-2021) · Export_plaagsoorten_vijfherenlanden_molenlanden, lijnen, 1.212 records (13-8-2021), laatste toevoeging 13-7-2921 Rapporten: · Waterschap Rivierenland, 2013, Onderhoudsregime wegbermen, -sloten en beplantingen; · Waterschap Rivierenland, 2007, Voorstel veiligheidsinspecties bomen; · Waterschap Rivierenland, 2015, Beheervisie wegbeplantingen 2015-2025, duurzaam, veilig en streekeigen;
· Waterschap Rivierenland, 2008, De groene aders van het groene hart, Beleidsvisie ecologisch bermbeheer;
· Waterschap Rivierenland, 2015, Adviesnota ecologisch bermbeheer. Overig · Staatje met hoeveelheden bermsloot. · Screenshot baggerplanning bermsloten. Opmerkingen bij gegevens De aangeleverde rapporten en documenten geven goed overzicht in beleid en onderhoudsregimes. Gegevens met betrekking tot de onderhoudstoestand ontbreken in de rapportages. Wat ontbreekt is de grens van het over te dragen areaal. De kaart Maairegime bevat naast wegbermen ook lijnen langs dijken. De bomen langs deze dijken staan ook in de data. De kaart Vlakkenkaart_berm bevat echter geen dijkvakken. Gaan de bomen langs dijken wel over maar de dijken zelf niet. Bomen: · Veiligheidsinspecties, en boomjournaals, volgens de data heeft de laatste inspectie en aanplant in 2016 plaatsgevonden. Volgens het voorstel veiligheidsinspecties bomen zouden bomen jaarlijks of om de drie jaar moeten worden geïnspecteerd. · Bij 30% van de bomen ontbreken de soortnamen bij stoven en knotbomen is dit 83%. Dit maakt het lastig problemen op soortniveau in te schatten (uitzakkende takken populier, essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, iepenziekte). · Van de bijna 52 duizend bomen, stoven en knotbomen staan er ruim twaalf honderd niet in of nabij een berm- of beplantingsvak.
De oorzaak kan zijn dat de groenvakken niet zijn ingetekend, de bomen onnauwkeurig zijn geplaatst of de bomen langs een dijk staan of op terrein van derden. Bermen beplantingsvakken Volledigheid is lastig te beoordelen, soms ontbreken percelen die volgens de kadastertekening eigendom zijn van het Waterschap. Er staan ook bomen op deze percelen die in beheer zijn bij het Waterschap. Watergangen: · Een overzichtskaart van de over te dragen watergangen ontbreekt. · Verschillen in beheergroepen watergang zijn niet ontvangen. · Baggerkaart (incl classificatie/inventarisatie bagger ontbreekt).
3
Organisatie en beleid
Voor de gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden wordt het te beheren areaal fors uitgebreid. De groenbudgetten voor deze gemeenten zullen gaan stijgen. Een globale inschatting op basis van bijlage D van de verkenning gaat het om bedragen van 1,2 miljoen euro per jaar voor Molenlanden en 850 duizend euro per jaar voor Vijfheerenlanden, alleen onderhoud, geen vervanging. Voor Molenlanden is dit een verdubbeling. In deze gemeente zal het aantal bomen stijgen van 12.500 stuks naar 40.400 bomen. Dit betekent voor deze gemeente een enorme verandering voor het gemeentelijke apparaat wat momenteel de focus heeft de gevolgen van de recente samenvoeging te implementeren. Ook zal de gemeente zich moeten voorbereiden op een te beheren areaal met andere spelregels en actoren. De ontvangende gemeente heeft tijd nodig om politiek hierop voor te bereiden. Een belangrijke spelregel heeft te maken met de beperkte ruimte voor bomen. Nu staan er bomen op langs wegen op waterkeringen waar deze volgens de keur en de verkeersveiligheid (obstakelvrije zone) niet gewenst zijn. Het waterschap is er altijd vanuit gegaan dat dit gedoogd wordt tot het moment van herinrichting. Dan worden minder bomen geplant dan er stonden. Voor gemeenten is dit politiek lastig te verkopen, elk jaar minder bomen in tijden van klimaatverandering en achteruitgang biodiversiteit.
Ook krijgt de gemeente een andere rol tot belangroepen en bewoners. Dorpsraden en natuurverenigingen kunnen zich tot de gemeente wenden met hun wensen. Ook hier zal de gemeente tijd voor nodig hebben om spelregels op te stellen. Het groen van het waterschap zal een gewone asset worden in de gemeente begroting. Dit betekent dat het programma groen gaat worden afgewogen ten opzichte van de andere programma’s. De gemeente kan andere keuzen gaan maken als het waterschap heeft gedaan. Met name het duurdere beheer van kruidenrijke bermen kan hiermee sneuvelen.
4
Conclusie en advies
De in de verkenning geleverde informatie en gehanteerde uitgangspunten en zijn onvoldoende om een goede en eerlijke overdracht van het areaal naar de gemeenten te realiseren. · Informatie over de onderhoudstoestand, verwachte vervangingen en specifiek beheer ontbreekt; · Regels waarop de begrenzing van het te overdragen areaal gebaseerd is zijn niet genoemd; · Actualiteit en volledigheid van de areaalgegevens is onbekend; · Het uitgangspunt betreffende de verdeling via de kosten van de verharding leidt tot groen tot een oneerlijke verdeling waarbij gemeenten of te kort komen of te veel ontvangen. Dit kan voor een ontvangende gemeente wel het dubbele zijn van het bedrag wat ze nodig hebben. Daarnaast heeft de gemeente tijd nodig zich voor te bereiden op de nieuwe beheersituatie. Dit ten aanzien van de formatie. Deze neemt toe. En ten aanzien van het beleid. Met name de afname van het areaal bomen en omgang met bewoners, dorpsraden en natuurverenigingen zal veranderen. De vraag voor de beoordeling van de verkenning: · Zit alles erin? Is het een complete weergave? Groen ontbreekt grotendeels.
· Wat zijn de risico’s? Gemeente komt voor onderhoudsachterstanden te staan. Gemeente komt voor grootschalige vervangingen te staan. Op termijn discussie over afnemend boomareaal. Er zijn praktische uitvoeringsgewoonten die over het hoofd worden gezien bij de overgang maar die wel grote gevolgen hebben voor de continuïteit van het beheer. Contracten en afspraken met derden worden opnieuw onderhandeld. Er is te weinig dekking voor de kosten. Gemeente krijgt de eerste jaren te weinig solidariteitscompensatie.
· Wat zijn discussiepunten? Welke kwaliteit is aanvaardbaar voor de gemeente om het groen te kunnen overnemen. Wat is de termijn waar op de gemeente in staat is het groen te kunnen gaan beheren.
· Is de aangeleverde data voldoende? Op een heel aantal punten is de aangeleverde beheerdata onvoldoende om het benodigde beheer goed te kunnen inschatten. Vooral begrenzing over te dragen arealen, water, gras, beplanting en bomen zijn onvoldoende inzichtelijk. Daarnaast ontbreken kwaliteitsgegevens als boomsortimenten en recente inspecties.
Bijlage 3 1
Kunstwerken
Inleiding
Waterschap Rivierenland is voornemens de gehele wegentaak over te dragen aan de gemeenten in dit gebied, namelijk de gemeente Alblasserdam, Gorinchem, HardinxveldGiessendam, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Vijfheerenlanden. In het kader van deze overdracht is in juni 2020 de rapportage “Verkenning overdracht waterschapswegen opgesteld door adviesbureau Infram B.V. In opdracht van de twee grootste gemeenten (Molenlanden en Vijfheerenlanden) is door Sweco Nederland B.V. een analyse van deze verkenning uitgevoerd. De bevindingen hiervan zijn opgenomen in voorliggende notitie. Het totale areaal wegen bestaat uit de volgende objectcategorieën: · Verhardingen · Kunstwerken · Groenvoorzieningen · Verkeersborden en dragers Voorliggende notitie is gericht op de categorie kunstwerken. Het richt zich op de verkenning van advisesbureau Infram B.V. in de vorm van een technische beoordeling van de verkenning op de asset kunstwerken (technische staat en beheerkosten): · Zit alles erin? Is het een complete weergave? · Wat zijn de risico’s? · Wat zijn discussiepunten? Om te komen tot een beoordeling zijn de volgende onderwerpen zijn geanalyseerd: · Areaal · Kwaliteit · Huidig beheer · Uitgangspunten · Financiën In de hierna volgende paragrafen zijn deze onderwerpen nader uitgewerkt.
Daarnaast heeft het waterschap heeft beheerdata in de vorm van areaalgegevens en inspecties aangeleverd met betrekking tot de over te dragen assets. De gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden hebben Sweco gevraagd te beoordelen of deze informatie voldoende is om een goede overdracht mee te kunnen onderbouwen. Biedt het voldoende inzicht in de omvang en de onderhoudstoestand van het areaal om de omvang van risico’s te kunnen beoordelen?
2
Beoordeling per onderdeel
2.1 Areaal Een belangrijk gegeven bij de overdracht van de kunstwerken is de omvang en de opbouw van het areaal. Het areaal is te verdelen in beheerobjectsoorten, kunstwerktype, gebruikersfunctie, bouwmaterialen, afmetingen, aanlegjaren. In de verkenning is een overzicht opgenomen van de omvang van de kunstwerken onderverdeeld per type en weergegeven per gemeente. In de verkenning staat niet aangegeven waar deze gegevens op zijn gebaseerd. Vraag: Waar zijn de areaalgegevens op gebaseerd en welke uitgangspunten zijn gehanteerd voor de begrenzing? De areaalgegevens kunstwerken dateren van peildatum 18 december 2017. In de periode van 4 jaar zijn er geen significante veranderingen in het areaal doorgevoerd. Vraag: Zijn de areaalgegevens actueel? De indeling van de arealen is grof weer gegeven in de verkenning. Het is wenselijk een meer uitgesplitste opgave van het areaal te verkrijgen (in de bijlage), waarin het de opbouw van het areaal inzichtelijk wordt gemaakt. De objecten zijn dan te verdelen in de eerder benoemde categorieën. 2.1.1 Beheersysteem Sweco heeft het softwarepakket Obsurv ontwikkeld, waarin de inventarisatie van de civiele kunstwerken is vastgelegd. · het beheren van de inventarisatiegegevens; · het opstellen van planningen en begrotingen.
Waterschap Rivierenland is gebruiker van dit softwarepakket en heeft Sweco toestemming gegeven om de areaalgegevens uit het rapport te vergelijken met de areaalgegevens in het beheersysteem Obsurv. In tabel 1-1 staan de kunstwerken per beheerobjectsoort weergegeven per gemeente uit het beheersysteem, met peildatum 14 juni 2021. Omvang Areaal Ligging Alblasserdam Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Vijfheerenlanden Eindtotaal
Beheerobjectsoorten Brug(Vast) Duiker Grond-kering Onbekend 1 8 1 6 152 1 4 61 234
3 5 176 8 6 130 328
1
8 9
Tunnel Water Eind reguleringswerk totaal 1 1 9 4 11 5 6 340 9 10 2 1 2 204 7 1 9 588
Uit tabel 1-1 blijkt dat het totale areaal aan kunstwerken in beheer van Waterschap Rivierenland overeenkomt met de verkenning. De inventarisatiegegevens van het
waterschap lijken op orde. Overige informatie die van invloed kunnen zijn op de budgetten voor onderhoud en vervanging zijn aanlegjaren. Vraag: Welke onderverdeling heeft het kunstwerken? 2.2 Kwaliteit Inzake kwaliteit van het kunstwerken staat niets vermeld in de verkenning. Betreffend het onderhoud wordt het volgende vermeld: ‘’Er worden nieuwe inspecties uitgevoerd: dit geeft de basis voor een doorkijk van de benodigde onderhoudsbudgetten voor de komende 5 jaar. De resultaten hiervan worden opgenomen in een vervolg op deze rapportage’’ Om te kunnen bepalen of onderhoudsachterstanden aanwezig zijn die op het moment van overname tot extra kosten kunnen leiden moet er inzicht zijn in de kwaliteit van de voorzieningen. De kwaliteit van de wegen zegt niets over de kwaliteit van het kunstwerken. Kwaliteitsgegevens die inzicht geven: · De toestand van het object (gebreken en conditiescores) · Inzicht in kwaliteit van onderhoud van de kunstwerken; met name van de objecten die constructieve risico’s met zich mee brengen. Behalve kwaliteitsgegevens is ook de levensverwachting van met name de civiele kunstwerken van belang. Als op het moment van overdracht grote hoeveelheden kunstwerken op de nominatie staan om te worden vervangen kan dit hoge kosten met zich meebrengen.
Vraag: Wat is de kwaliteit van de civiele kunstwerken 2.3 Huidig beheer De verkenning verwijst naar de plannen die per discipline zijn opgesteld. Er is daarin niet vastgelegd wat de huidige status van de civiele kunstwerken is. Vraag: wat zijn bijzonderheden en aandachtspunten in het huidige beheer? 2.4 Uitgangspunten In de verkenning zijn uitgangspunten vastgesteld. Een aantal van deze uitgangspunten wordt in deze paragraaf beoordeeld. “Overdracht vindt plaats met de huidige kwaliteit.” Dit beschrijft de kwaliteit van de wegen, niet van de kunstwerken. Advies: Breng slechte en zeer slechte kunstwerken eerst op niveau alvorens deze over te dragen, of biedt de gemeenten hiervoor een financiële compensatie. “De kwaliteit van het areaal is normaal verdeeld.” Wat hiermee bedoelt wordt is niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk wordt ervan uitgegaan dat de kwaliteit in elke gemeente procentueel overeen komt. Maar als je bedenkt dat de arealen per gemeenten flink verschillen en de echt slechte kwaliteit ongeveer 10% van het areaal is, dan is de kans dat er behoorlijke verschillen in areaal slechte kwaliteit op treden best groot. Advies: Bepaal de assets met zeer slechte beheerkwaliteit per gemeente.
“De kostenverdeling over de gemeenten vindt plaats aan de hand van één bepalende kostenparameter: m2 asfalt.” Het is begrijpelijk dat een gemene deler wordt gezocht om de kosten te berekenen waarbij niet te veel naar de details wordt gekeken omdat uiteindelijk toch de kosten voor de gemeente zijn. De kosten per vierkante meter weg (er zijn ook andere typen verharding) zullen in dit gebied verschillen, gezien de ondergrond, verkeersbelasting, ouderdom et cetera. Richting de rivier de Waal is de bodem steviger en is de verkeersbelasting groter. Voor kunstwerken is de omvang en de opbouw van de kunstwerken in een bepaalde gemeente van belang. De belangrijkste parameters zijn het aantal, het soort en de afmetingen van de objecten die kosten bepalend zijn. In tabel 2-1 is verdeling van de kunstwerken per gemeente weergegeven. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met het type kunstwerk en de omvang. Het laat echter wel zien dat de verdeling van de kosten per gemeente sterk verschilt. Tabel 2-1 aantal kunstwerken per gemeente Gemeente
Aantal (st)
Percentage(%)
-
1
0,17%
Alblasserdam
9
1,53%
Gorinchem
4
0,68%
Hardinxveld-Giessendam
11
1,87%
Molenlanden
340
57,82%
Papendrecht
9
1,53%
Sliedrecht
10
1,70%
Vijfheerenlanden
204
34,69%
Totaal
588
100,00%
Advies: Maak voor elke gemeente apart een kostencalculatie van de beheerkosten en verdeel het niet naar rato wegbeheer. 2.5 Financiën Het financiële deel van de verkenning is gebaseerd op de Begroting 2019 Waterschap Rivierenland. Het gaat in op de kosten voor wegbeheer en belastingopbrengsten en verschillende verdeelsleutels voor de overgangsperiode. Hier geldt dezelfde opmerking als gemaakt is in de vorige paragraaf van deze notitie, te weten ook de reële kosten voor kunstwerkenbeheer moeten worden meegenomen. Deze volgen in de vervolg rapportage waarin ook de inspectieresultaten worden opgenomen. 2.6 Aanleverde beheerdata Ontvangen · Inventarisatie civiele kunstwerken, 588 objecten, (19-08-2021) · Decompositie civiele kunstwerken, 1640 onderdelen (19-08-2021) · Onderhoudsconcepten, 427 maatregelen, laatste inspectiedatum (18-11-2014) · Inspectiemaatregelen, 258 maatregelen, laatste inspectiedatum (loop van de jaren) · 1910-009_Kunstwerken Wegen 202019 pdf – Overzichtskaart Civiele kunstwerken.pdf · Vervangingsplanning 2020-2026.pdf
Opmerkingen bij gegevens De inventarisatiegegevens en de bijbehorende decompositie lijken kwalitatief goed op orde. Deze kunnen worden gebruikt voor het bepalen van de omvang van het areaal. De kwaliteit van het geconstateerde reguliere onderhoud is veroudert. Het reguliere onderhoud in Obsurv stamt uit 2014. Het onderhoud is beperkt bijgewerkt tot het jaar 2016. In Obsurv zijn 427 maatregelen opgenomen voor 588 objecten. Dit betekent dat voor een groot gedeelte van de objecten geen of zeer beperkt regulier onderhoud wordt uitgevoerd. De explotatie- en investeringskosten vanuit het reguliere onderhoud in Obsurv zijn daarmee afdoende voor het opstellen van betrouwbare kosten overzichten. De inspectieresultaten zijn met enige regelmaat bijgewerkt. Elk jaar wordt een deel van het areaal geïnspecteerd. De budgetten voortkomend uit deze inspectie lijken summier in verhouding tot de grote van het areaal.
3
Conclusie en advies
De in de verkenning geleverde informatie en gehanteerde uitgangspunten en zijn onvoldoende om een goede en eerlijke overdracht van het areaal naar de gemeenten te realiseren. · Informatie over de onderhoudstoestand, verwachte vervangingen en specifiek beheer ontbreekt; · Regels waarop de begrenzing van het te overdragen areaal gebaseerd is zijn niet genoemd; · Het uitgangspunt betreffende de verdeling via de kosten van de kunstwerken leidt tot een oneerlijke verdeling waarbij gemeenten of te kort komen of te veel ontvangen. Daarnaast heeft de gemeente tijd nodig zich voor te bereiden op de nieuwe beheersituatie. De vraag voor de beoordeling van de verkenning: · Zit alles erin? Is het een complete weergave? De inventarisatie van het waterschap is in Obsurv is voldoende voor de overdracht. De kwaliteitsgegevens en de bijbehorende onderhoudsmaatregelen zijn onvolledig. Het benodigde budget om het areaal te kunnen onderhouden is nog niet helder voor de komende 10 jaar.