1. (RVE) BIJLAGE 2 - Samenvatting IRP.pdf
Tekst van het document
Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen: Het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) Een samenvatting
De regio Utrecht is een populaire regio. Hierdoor moeten we slim omgaan met de ruimte die we hebben. Het moet een fijne plek blijven waar mensen kunnen wonen, werken en recreëren, en er ruimte is voor het groen en duurzame initiatieven. Maar hoe willen we dat de regio er in 2040 uitziet? En wat betekent dit voor alle inwoners? Een integraal vraagstuk waarbij gezondheid en leefbaarheid altijd centraal blijven staan en met behoud van karakter. We moeten dit vraagstuk aanpakken als regio, maar altijd met oog voor de identiteit van de verschillende gemeenten. De diversiteit aan woonmilieus, werkgebieden en landschappen is immers een van de geheimen van het succes van onze regio. Van daaruit spreken we over een eensgezinde en duidelijke ambitie waarmee we laten zien waar we voor staan en waar we samen naartoe werken. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is de wegwijzer naar de toekomst voor: De omgang met groen, landschap en water; Goede bereikbaarheid van dorpen en steden in de regio, vooral op een duurzame wijze; Zorgen voor voldoende en passende woningen en banen voor iedereen; Ruimte voor economie door voldoende en complementaire werklocaties; Gezonde en vitale leefomgevingen voor iedereen Voorbereid zijn op klimaatveranderingen en werken aan deze veranderingen te remmen door o.a. de energietransitie; Soms zijn de wensen groter dan de ruimte die we hebben.
Door goed met elkaar af te stemmen, door het onderzoeken van mogelijkheden van o.a. meervoudig ruimtegebruik en door innovatie, kunnen we de ruimte slim verdelen en de beste keuzes maken voor gemeenten en regio. Zo werken we met zijn allen aan een gezonde, duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Met het IRP ligt er een goed en samenhangend ruimtelijk perspectief op de toekomst van de regio Utrecht. Samen geven de 16 gemeenten invulling aan de regionale opgaven. Het perspectief is adaptief, dus de inhoud wordt in de toekomst geconcretiseerd, waar nodig aangepast aan de (lokale) omstandigheden en periodiek geactualiseerd. We weten nu wat we willen, maar de volgende stap is om dit te realiseren. jaar. Gemeenten en allianties werken op gebieds-, programma- en projectniveau de opgaven uit. Dit vergt een vooruitstrevende omgang met ruimtelijke planning, investeringen en samenwerking met publiek-private partners: integraal, adaptief en door de schaalniveaus heen. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de kern van wat onze regio de komende jaren te doen staat.
Groen, landschap en water In 2040 wonen de inwoners van onze regio in een groene omgeving die uitdaagt om gezond te leven. Groen begint bij de voordeur en is verbonden met de grote en kleinere landschappen die onze regio rijk is. Van plantsoen tot groene oever, van Heuvelrug tot veenweidegebied, van Lekdijk tot waterlinie en alles ertussenin. Als regio kiezen we ervoor om ook te groeien in kwaliteit en niet alleen in kwantiteit. Als de regio groeit, groeien de gebieden voor natuur en recreatie mee. Onze woonomgeving nodigt uit om te wandelen, fietsen, spelen en sporten en de auto vaker te laten staan. Om dat mogelijk te maken kiezen we voor een ambitieus programma voor landschap, water en groen dat meegroeit met de regio. Dit betekent dat we de kwaliteit van, en de ruimte voor het landschap willen versterken, inclusief de natuurwaarden en cultuurhistorie. We willen meer dan 4.000 hectare aan extra natuur- en recreatiegebied aanleggen. Dit wordt afgestemd met het provinciale programma 'groen groeit mee'. De koppeling van landschappelijke opgaven aan stedelijke opgaven en gezamenlijk uitvoeren in gebiedsontwikkelingen is hierbij basis. Groene scheggen zorgen voor de verbinding tussen stad en landschap en voor groene, goed toegankelijke kwaliteiten dicht bij de stad. De groene scheggen zijn landschappen van elk tientallen vierkante kilometers groot.
Deze scheggen herbergen diverse functies, van landbouw tot natuur, recreatie en cultuurhistorie. Groenblauwe verbindingen zijn groene verbindingen langs de hoofdstromen en -structuren van de regio zoals de Vecht, de Hollandse waterlinie en de Utrechtse Heuvelrug, de landschappelijke kwaliteitsdragers van de regio. Deze dienen om grote landschappen voor recreanten te ontsluiten (over land en water) en om ecologische verbindingen te maken. Ambitie is om deze groenblauwe verbindingen te versterken en nieuwe verbindingen toe te voegen ten behoeve van recreatie, natuur en een aantrekkelijke en klimaat robuuste leefomgeving. Daarnaast wordt de transitie gestimuleerd van reguliere landbouw naar economisch rendabele kringlooplandbouw met nadrukkelijk aandacht voor natuur inclusiviteit. De ruimtelijke keuzes voor groen, landschap en water staan niet op zichzelf. De keuze om groen voorop te zetten betekent ook een keuze om zo min mogelijk (grootschalige) uitleglocaties te ontwikkelen en om die, als ze toch nodig zijn, in te zetten voor de verbetering van het omliggende landschap
Nabijheid en bereikbaarheid De regio Utrecht ligt als een spin in het web van het Nederlandse auto- en spoorwegennet. Er komt veel verkeer doorheen wat de regio niet als eindbestemming heeft. De goede verbondenheid is een kracht van de regio, maar levert ook de nodige problemen op. We zorgen ervoor dat in 2040 het kiezen voor duurzame mobiliteit voor de hand ligt. Op plekken die goed bereikbaar zijn met de fiets en het OV, voegen we wonen, werken en benodigde voorzieningen toe. De groei van het aantal inwoners en banen vindt voor een belangrijk deel plaats rond deze OV-knooppunten en de stad Utrecht. Deze plekken gaan we intensiever gebruiken dan we tot nu toe gewend zijn. We creëren daarmee een woon-werkmilieu dat stedelijker en meer gemixt is dan nu. We vullen dit per knooppunt in op een manier die lokaal passend is. Nabijheid is het uitgangspunt voor de toekomst, het moet voor zo veel mogelijk mensen zo gemakkelijk mogelijk worden gemaakt zich op een duurzame manier door de regio te bewegen. De hele regio moet goed verbonden zijn door het OV en wordt bij alle knooppunten aangesloten op verbeterde en nieuwe fietsroutes. Zo ontstaat een regionaal netwerk dat zorgt voor een goede bereikbaarheid via duurzame mobiliteit. Op die manier proberen we autoverkeer met bestemming Utrecht in de spits zoveel mogelijk te beperken. Dit regionale OV-systeem lijkt op een ‘wiel met spaken’.
Het wiel met spaken bestaat uit bestaande en nieuwe OV-verbindingen, zoals de bestaande spoor- en tramlijnen, maar ook nieuwe lijnen die niet op het centrum van Utrecht gericht zijn. Door deze nieuwe hoogwaardige en frequente OV-verbindingen worden Utrecht en de regio directer met elkaar verbonden. Hiermee wordt het bouwen van veel woningen op een aantal locaties binnen en aan de rand van de stad Utrecht mogelijk, zoals de A12-zone, Papendorp, USP/Rijnsweerd en Lunetten-Koningsweg.
Landschap en mobiliteit zijn voorwaardelijk voor de ontwikkeling van de regio. In de prioritering van locaties voor wonen en werken staan locaties in het groen (uitleglocaties) dan ook onderaan de lijst. Of en hoeveel van deze locaties voor woningbouw nodig zijn hangt af van de behoefte die er overblijft als de locaties in de steden zijn ingevuld. Door het OV in de regio naar het wiel met spaken te verbeteren dringen we automobiliteit verder terug. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden van gedragsbeïnvloeding om gezonde mobiliteit gebruik te stimuleren.
Wonen De bevolking ziet er in 2040 anders uit dan vandaag. We bouwen nu om in 2040 de woningmarkt in balans te hebben. Voor een groot deel betekent dit dat we bouwen voor de doorstroming. Door een betere balans in de woningvoorraad en meer doorstroming komen meer mensen terecht in de woning die bij ze past. Een groot deel van de voorraad van eengezinswoningen kent in 2040 andere bewoners, waarbij de vergrijzing van nu in de toekomst leidt tot meer beschikbare gezinswoningen. Volgens de samen met de Provincie opgesteld prognoses zijn tot 2040 circa 104.000 tot 125.000 extra woningen nodig. De regio maakt afspraken over de woningbouwprogrammering, waardoor ook de verantwoordelijkheid voor sociale en kwetsbare doelgroepen door de regio-gemeenten wordt gedeeld. Volgens onderzoek moeten we sterker inzetten op het realiseren van stedelijke woonmilieus. Binnen de al stedelijke gebieden in de regio betekent dit centrumstedelijke en hoogstedelijke milieus, met een menging van wonen en werken, voorzieningen in de woonomgeving en een mobiliteitsprofiel dat op het ov en fietsen is gericht. In deze gebieden is eveneens een behoefte aan groenstedelijke milieus, waarvoor aan de randen van deze stedelijke gebieden ruimte moet worden gevonden. Buiten deze stedelijke gebieden is de behoefte op het gebied van woonmilieus lokaal erg specifiek.
In deze gebieden, kleinere en middelgrote kernen, is een gedeelde behoefte dat er voldoende ruimte is voor doelgroepen die gewenst zijn met het oog op doorstroming en vitaliteit.
Werken De kracht van de regio zit niet alleen in de kwaliteit van leven, maar ook in de kracht van de economie. We maken ruimte voor de vier grootste uitdagingen voor de economie in de regio: Voldoende werkgelegenheid voor iedereen; circa 80.000 nieuwe arbeidsplaatsen zijn nodig tot 2040; Behouden en versterken van het economische profiel van de regio; Transitie naar een circulaire economie; Behouden en versterken van bestaande (toekomstbestendige) werklocaties Hiervoor gaan we meer werken in gemengde stedelijke gebieden waar wonen, werken en voorzieningen bij elkaar komen. In de ontwikkeling van de werklocaties van de toekomst is het, net zoals bij woonlocaties, steeds meer van belang dat de omgeving van hoge kwaliteit is. Bereikbaarheid per OV en fiets, toegankelijkheid van groen, ontmoeting en toegang tot voorzieningen zijn belangrijk. Daarnaast bieden werklocaties ook kansen voor een koppeling met andere opgaven, zoals klimaatadaptatie en energie. Voor de ontwikkeling van werklocaties zijn keuzes nodig die een ruimtelijke uitwerking hebben. Het versterken van de economische profielen in de regio draagt bij aan het versterken van de economie als geheel. Complementariteit van werklocaties moet daarbij het uitgangspunt zijn.
Zo komen we tot een gezond economisch systeem waarbij ieder bedrijf op de juiste plek zit en we zo goed mogelijk inspelen op de huisvestingswensen van bedrijven.
Zo zijn niet alle bedrijfsactiviteiten goed te mengen met met wonen of andere voorzieningen. Bijvoorbeeld omdat ze hinder opleveren voor de omgeving. Daarom reserveren we ook voldoende ruimte voor dit soort bedrijven. De vraag naar bedrijventerreinen wordt opgelost door een combinatie van uitbreiding, mengen en efficiënter gebruik van bestaande terreinen (intensiveren). Centraal staat de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. Dit betekent dat er voldoende ruimte is voor de groei van bedrijventerreinen en we werknemers een aantrekkelijke en gezonde werkomgeving (klimaatadaptief) bieden met duurzame, gezonde gebouwen en optimale en multimodale bereikbaarheid. Samen creëren we op de verschillende type werklocaties genoeg arbeidsplaatsen voor alle opleidingsniveaus voor de groeiende bevolking in de regio.
Vitale kernen Voor het perspectief van de regio als geheel is het belangrijk dat alle kernen in de regio een vitaal toekomstperspectief hebben. In vitaliteit voor kleine en middelgrote kernen spelen bevolkingsopbouw, woningvoorraad, economie, voorzieningenaanbod, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid een rol. De vitale kernen voegen ieder op een eigen manier karakter toe aan de regio en zijn daarmee aanvullend op de meer stedelijke woon- en werkmilieus in de regio. De vitale kernen zijn de kernen die niet direct zijn aangesloten op het Wiel met Spaken. De ontwikkeling van deze kernen is veel meer gericht op het behoud en de verbetering van de leefbaarheid in de kernen, die door demografische ontwikkelingen onder druk staan. Per kern worden afspraken gemaakt over het bijbouwen van woningen voor de eigen woningbehoefte. Belangrijke thema’s zijn het creëren van ruimte voor doorstroming in de lokale woningmarkt (met name voor senioren en jongeren) en het ondersteunen van bestaande voorzieningen en werkgelegenheid. De ontwikkeling van deze kernen wordt gekoppeld aan andere opgaven, zoals het verbeteren van groen, landschap, water, energie en werken.
Energie Als U16-gemeenten werken we met de provincie Utrecht en de waterschappen in de Regionale Energiestrategie U16 (RES U16) samen aan de energietransitie. In de U16 willen we in 2030 als bijdrage aan de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen ambities 1,8 TWh duurzame opwekking realiseren (landelijk 35TWh). Dat is een zesde van onze verwachte elektriciteitsbehoefte in 2050. We mikken op zoveel mogelijk zonnepanelen op daken, maar dat is niet genoeg voor de opgave. We maken daarom ook ruimte voor zonnevelden en windturbines. Onderzoeksgebieden zijn o.a. langs snelwegen, bij bedrijventerreinen en in het landelijk gebied. Ook na 2030 is er een substantiële opgave om duurzame opwekking ruimtelijk in te passen.
Klimaatadaptieve Regio Het klimaat verandert. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Welke invloed dit precies heeft op onze regio is nog niet met zekerheid te stellen, maar het is belangrijk om nu de keuzes te maken die ons ook na 2040 goed positioneren voor een veranderend klimaat. In 2040 willen we onze samenleving en leefomgeving hebben aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering en de zeespiegelstijging. Klimaat- en waterrobuust inrichten is dan ook een vanzelfsprekend onderdeel van onze plannen. Zo zorgen we ervoor dat nieuwbouw en herstructurering in 2040 klimaatadaptief gebeurt. Dit betekent met voldoende ruimte voor water, minder stenen en het juiste groen. Groenblauwe daken, groene gevels en boomrijke straten en pleinen zorgen voor koele woningen en aangename ontmoetingsplekken in de zomer, zonder hittestress. Hevige regenval zorgt niet voor overstortende rioolsystemen, maar wordt opgevangen in wadi’s en waterpleinen. En het robuust aangelegde watersysteem met voldoende verversing zorgt ook bij hogere temperaturen voor een goede waterkwaliteit met volop leven en levendigheid in en langs het water. We versterken het klimaatbewustzijn en handelingsperspectief van bewoners en bedrijven. Op die manier werken we samen aan een gezonde en leefbare regio.
Het IRP Een gezamenlijke visie leidt aantoonbaar tot duidelijke en scherpe keuzes die lokale, regionale én nationale opgaven met elkaar verbinden. Op deze wijze kan er slim en (multi-)functioneel gebruik gemaakt worden van ruimte én is er voldoende slagkracht om de plannen te realiseren. De regio wil elkaar ook hierin vast blijven houden en schouder aan schouder staan om de grote regionale, en tegelijkertijd nationale, opgaven het hoofd te kunnen bieden in de toekomst. Wilt u meer weten over het IRP of deze geheel lezen? Ga dan naar www.utrecht10.nl.
Groen en Landschap - 4.000 ha nieuwe natuuren recreatiegebied - 400 kilometer nieuwe recreatieve en ecologische verbindingen - transitie naar circulaire, natuur inclusieve en economisch rendabele landbouw - kwaliteit, kwantiteit en toegankelijkheid van natuur verbeteren
Vitale kernen
- ruimte voor doorstroming - ondersteunen van bestaande voorzieningen - ondersteunen werkgelegenheid
Energie
- opwekken duurzame elektriciteit, ten minste 1,8 TWh in 2030 - 95% CO₂-reductie voor 2050
Nabijheid en bereikbaarheid
Wonen
- focus op duurzame mobiliteit - verdichten rond OVknooppunten - wiel met spaken
- bouwen voor doorstroming - toegankelijke woningmarkt voor iedereen - 125.000 woningen erbij
Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen
Werken - transitie naar circulaire economie - werkgelegenheid voor iedereen, 80.000 nieuwe arbeidsplaatsen - behouden en versterken economische profiel van de regio - ruimte voor hoogwaardige nieuwe bedrijventerreinen