1. (RVE) Aanbiedingsbrief regionaal programma U16 20210525.pdf
Tekst van het document
De Colleges van burgemeester en wethouders van de U16gemeenten
DATUM NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLAGE
25 mei 2021 82264FF0 --regionaal programma wonen en werken U16
TEAM REFERENTIE DOORKIESNUMMER E-MAILADRES ONDERWERP
SLO/SRO I. Schartman 06 2112 4619 ineke.schartman@provincie-utrecht.nl instemming regionaal programma wonen en werken
Geacht college, Sinds vorige zomer hebben de U16gemeenten en provincie samengewerkt aan een regionaal programma voor wonen en werken. Op de bestuurstafels U16 op 23 maart (EP) en 25 maart jl. (GWL) is geconcludeerd dat we op hoofdlijnen overeenstemming hebben over het regionale programma. De eindconcepten zijn met de laatste wijzigingen op de bestuurstafels van 14 april jl. ter informatie aangeboden. Hierbij bieden wij u het regionale programma ter instemming aan. Collegebesluit Wij achten instemming door de gemeenten en provincie van belang om daarmee onze gezamenlijke inspanning op het gebied van woningbouw en de ontwikkeling van bedrijventerreinen te onderstrepen. Via het proces van regionale programmering blijven we continu met elkaar in gesprek over deze maatschappelijke opgaven. Adaptiviteit is daarin belangrijk: op basis van ontwikkelingen en kansen die zich voordoen wordt het programma periodiek (ca. jaarlijks) aangepast. Samenwerking De hiervoor genoemde opgaven ten aanzien van woningbouw en bedrijventerreinen kunnen niet door een enkele partij alleen worden opgepakt. Samenwerking is noodzakelijk, ieder vanuit z’n eigen rol, verantwoordelijkheid en instrumentarium. Met en binnen de U16 wordt al veel samengewerkt, onder andere samen met ons als provincie en het Rijk in het programma U Ned, en als gemeenten gezamenlijk in U16verband aan REP/IRP.
Ontwikkelingskeuzes worden door de provincie vastgelegd in haar omgevingsbeleid. In de Omgevingsvisie provincie Utrecht (OpU), die op 1 april jongstleden van kracht is geworden, zijn de ontwikkelrichtingen uit Utrecht Nabij verwerkt. Er is geen concreet verstedelijkingsprogramma opgenomen in de Omgevingsvisie, dat geschiedt door vaststelling van het provinciaal programma wonen en werken (PPWW). Het provinciaal programma bevat de essentie van de drie regionale programma’s wonen en werken voor de regio’s Amersfoort, Foodvalley en U16, die we samen met gemeenten hebben opgesteld. In de Interim Omgevingsverordening is opgenomen, dat bestemmingsplannen voor nieuwe woningbouw- en bedrijventerreinontwikkeling moeten passen binnen dit provinciaal programma.
College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111
Proces regionale programmering Tijdens het bestuurlijk overleg in de regio is ons gebleken dat er nog sprake is van enige onduidelijkheid over het doorlopen proces in de afgelopen maanden en het vervolgproces, en de rol van de provincie daarin. Alvorens daarop in te gaan, hechten wij eraan te vermelden dat dit ook voor ons als provincie een geheel nieuwe werkwijze is, waarin we al doende aan het uitvinden zijn hoe dit invulling te geven. Wij zijn dan ook voornemens om in het najaar het proces van deze eerste cyclus te evalueren, waarbij we uiteraard ook u zullen betrekken. Mede op basis daarvan willen we het toekomstige (cyclische) proces met u goed uitlijnen. Hieronder schetsen we kort de wijze van totstandkoming van dit programma. Voorafgaand aan het opstellen van de regionale programma’s hebben Provinciale Staten kaders meegegeven. Hierin wordt andere aangegeven hoeveel woningen en hectares bedrijventerreinen er geprogrammeerd kunnen worden, en wordt ook aandacht gevraagd voor kwalitatieve aspecten. Voldoende ruimte voor wonen en werken is belangrijk, tegelijkertijd streeft de provincie (en ook gemeenten) ook naar woningen van goede kwaliteit en efficiënt gebruik van bestaande bedrijventerreinen. In het regionale programma voor de U16 is voor zowel wonen en werken een onderscheid gemaakt in een deel realisatie en een deel pijplijn.
Het realisatiedeel betreft het eigenlijke programma; de plannen die daarin zijn opgenomen zijn openbaar. Voor het pijplijndeel worden alleen de totalen per (sub)regio opgenomen. Hierin zitten nog deels vertrouwelijke plannen en minder concrete plannen. Voor plannen die zijn opgenomen in het realisatiedeel willen we in gezamenlijkheid via ondersteuning, monitoring en eventuele bijstelling sturen op realisatie. Regionale programmering is een cyclisch proces: jaarlijks vindt actualisatie plaats. Op dat moment kunnen nieuwe plannen (vanuit het deel ‘pijplijn’) aan het realisatiedeel worden toegevoegd. Voor de kwalitatieve aspecten zijn gezamenlijke ambities en afspraken geformuleerd. Deze gaan voor wat betreft wonen over de integrale stedelijke kwaliteit, de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningbouw, de evenwichtige ontwikkeling van rood en groen en de verduurzaming. Voor bedrijventerreinen wordt een relatie gelegd met de verduurzaming en intensivering van het ruimtegebruik op bestaande terreinen. Voor het regionale programma wonen gebruiken we de planmonitor wonen1 als basis. Deze planmonitor wordt door gemeenten gevoed en geactualiseerd. Onderling is besproken welke plannen daaruit worden opgenomen in het realisatiedeel.
Voor werklocaties hebben we de al eerder planologisch aanvaardbare locaties in beeld gebracht, en deze zijn nagenoeg allemaal opgenomen in het regionale programma. Voor zowel wonen als werken hebben gemeenten nieuwe plannen aangemeld voor het realisatiedeel. Nieuwe (uitbreidings)plannen in het realisatiedeel, die nog niet eerder door de provincie beoordeeld zijn, worden beoordeeld aan de hand van het provinciaal beleid en regels en voorzien van een eerste ambtelijk opvatting. De uitkomsten daarvan zijn overgenomen in het regionale programma. Het eerste programma dat nu voorligt focust op de korte/middellange termijn. Bij volgende actualisaties zal dit verder worden aangevuld. Op basis van de drie regionale programma’s stellen wij het provinciale programma wonen en werken op. Dit bestaat voor wat betreft het kwantitatieve deel uit het opgenomen aantal binnenstedelijke woningen / hectares bedrijventerrein per gemeente en specifiek de uitleglocaties. Doordat voor binnenstedelijke plannen alleen volumes en geen locaties worden opgenomen, is er ook flexibiliteit mogelijk ten aanzien van de realisering. Over het opnemen van nieuwe locaties die eerder als ‘niet kansrijk’ zijn beoordeeld zullen wij per locatie bezien of en in hoeverre dit wordt overgenomen in het provinciaal programma. Uiteindelijke beoordeling zal plaatsvinden op basis van het desbetreffende bestemmingsplan.
In het provinciaal programma zullen we de programma’s ook relateren aan de benodigde plancapaciteit en het provinciaal beleid zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie. Omdat dit provinciale programma richtinggevende uitspraken bevat, is het opstellen van een planMER verplicht. Wij hebben eind mei het Ontwerp provinciale programma en de planMER vastgesteld. Deze stukken liggen
1 Deze monitor wordt op het moment vernieuwd en zal overgaan in een ‘registratiesysteem
woningbouwplannen’
2
gedurende zes weken ter inzage (juni – medio juli), zodat eenieder de mogelijkheid heeft om zienswijzen in te dienen. Definitieve vaststelling door ons geschiedt zo snel mogelijk na het zomerreces. Daarbij betrekken we de zienswijzen en de besluiten van gemeenten. In de loop van het jaar zal de uitvoering van het programma worden gemonitord en geëvalueerd. Daartoe zal periodiek overleg gemeenten en provincie (in U16verband) worden ingepland. Vervolg Wij willen in het voorjaar van 2022 aan Provinciale Staten een geactualiseerd kader voor de regionale programmering voorleggen. Daarbij kunnen eventuele bevindingen vanuit de evaluatie worden betrokken. In het najaar 2022 zouden wij met u overeenstemming willen bereiken over een bijgesteld (dat wil zeggen: aangevuld) regionaal programma. Daarin kunnen uiteraard ook eventuele uitkomsten vanuit de gebiedsonderzoeken U Ned, of het IRP worden ingebracht. Enkele gemeenten hebben ook gevraagd om een eerste, tussentijdse beoordeling van pijplijnlocaties. Indien daar behoefte aan is, kunnen we ook tussentijds, dus vooruitlopend op de actualisatie van het regionale programma plannen beoordelen, maar gezien de interne organisatie die daarvoor nodig is, willen we dat zo mogelijk beperkt houden tot enkele momenten. Het is altijd mogelijk om ambtelijk overleg te hebben over nieuwe of bestaande locaties voor wonen en werken.
Dat kan bijvoorbeeld via de provinciale contactpersoon voor ruimtelijke plannen. Vanuit het programma Versnelling Woningbouw is er de mogelijkheid om de realisering van in het programma opgenomen woningbouwplannen te ondersteunen.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen:
H.P. van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Omgevingswet, Energietransitie en Klimaat
3