CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Woningbouw Vlakwater II Bijlagen bij toelichting Bijlage 10 Vleermuisonderzoek

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Vlakwater II Venray2.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie van bevindingen van vleermuisonderzoek in het kader van de Natuurwetgeving Vlakwater II, Venray

Colofon Het onderzoek en de rapportage vonden plaats onder beheer van De Rooy; Landschappelijk. Tekst, foto’s en samenstelling door B.J.C. de Rooy in opdracht van Kragten BV. Te citeren als: De Rooy, B.J.C. (2023). Notitie van bevindingen van vleermuisonderzoek in het kader van de natuurwetgeving. Vlakwater II, Venray. De Rooy; Landschappelijk,Elsloo Alle rechten uitdrukkelijk voorbehouden. Het copyright ligt bij de uitvoerder. Voor meer informatie kunt u een e-mail sturen aan bjcderooy@gmail.com Rapportnummer: R2023011V2 Status rapport: 15 november 2023, definitief Totaal aantal pagina’s: 12

2

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ......................................................................................................................................... 4

1.2

Plangebied ....................................................................................................................................... 4

1.3

Doelen .............................................................................................................................................. 5

2

Onderzoeksvragen .................................................................................................................................... 5

3

Werkwijze .................................................................................................................................................. 5

4

5

6

7

3.1

Veldonderzoek .................................................................................................................................. 5

3.2

Verrichte veldbezoeken .................................................................................................................... 6

3.3

Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 6

Ingreep en wettelijk kader ......................................................................................................................... 7 4.1

Ingreep ............................................................................................................................................. 7

4.2

Wettelijk kader .................................................................................................................................. 7

Resultaten ................................................................................................................................................. 7 5.1

Deelgebied 1 .................................................................................................................................... 7

5.2

Deelgebied 2 .................................................................................................................................... 8

Conclusies ............................................................................................................................................... 10 6.1

Zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en vliegroutes ............................................................ 10

6.2

Vervolgmaatregelen ....................................................................................................................... 10

Bronvermelding ........................................................................................................................................ 11 7.1

Literatuur ......................................................................................................................................... 11

7.2

Websites ......................................................................................................................................... 12

3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het voornemen bestaat om te komen tot de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Vlakwater II, in combinatie met een overkluizing van de Venrayse Vlakwater ten zuiden van de locatie. Daarnaast bestaat het voornemen om de bedrijfswoningen op de locatie Handrik 3 en 5 te bestemmen als reguliere woningen, in combinatie met de sloop van stallen. Uit een ecologische potentie-inschatting d.d. 24 juni 20221 is gebleken dat de aanwezigheid van vliegroutes, zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen van vleermuizen niet kan worden uitgesloten. Nationale en internationale wet- en regelgeving verplicht de initiatiefnemer om onderzoek te doen naar de functies van het plangebied voor vleermuizen. Daartoe dient te worden bepaald of de gunstige staat van instandhouding op populatieniveau in het geding kan komen. Tevens heeft de initiatiefnemer de plicht om te (laten) bepalen of de ingreep een verslechtering van de ecologische functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen tot gevolg heeft. Deze notitie beschrijft de bevindingen van het vleermuisonderzoek naar aanleiding van het verrichte veldwerk en de daarbij verkregen gegevens. Er wordt gebruik gemaakt van zowel de gegevens van het batdetectoronderzoek als de eigen visuele bevindingen in het veld.

Dit document gaat eveneens nader in op de gevolgen van de vastgestelde functies voor de voortzetting van de ingreep.

1.2 Plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden (zie Afbeelding 1). De twee deelgebieden liggen op circa 300 meter afstand van elkaar. Het plangebied bevindt zich ten oosten van de kern Merselo en ten westen van de kern Venray in de provincie Limburg.

Afbeelding 1. Ligging van de twee deelgebieden ten opzichte van elkaar. De rode nummers geven de nummers van de deelgebieden weer.

1

De Rooy (2022). Vlakwater II. Verkennend flora- en faunaonderzoek. Kragten, Herten/Roermond.

4

Deelgebied 1 bestaat uit een complex van agrarische gebouwen, waaronder veestallen en mestvaalten. Deelgebied 2 bestaat uit een droge greppel met een houtwal die van west naar oost verloopt.

1.3 Doelen Deze rapportage bespreekt de resultaten van het uitgevoerde vleermuisonderzoek in het plangebied. Het maakt duidelijk óf ecologische functies van vleermuissoorten aanwezig zijn en waar deze zich bevinden. Daarnaast wordt duidelijk of de gunstige staat van instandhouding van aanwezige vleermuispopulaties in het geding is door de voorgenomen ingreep. Ten slotte heeft dit rapport als doel om te bepalen of de voorgenomen ingreep een ontheffing van de Wet Natuurbescherming vereist ten aanzien van onderhavige soorten en/of kan worden volstaan met aangepast werken.

2 Onderzoeksvragen Middels het vleermuisonderzoek worden de volgende vragen beantwoord: • Welke soorten vleermuizen komen voor in de deelgebieden?; • Welke functies hebben de deelgebieden voor de aanwezige soorten vleermuizen? (Het onderzoek richt zich specifiek op de aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en paarverblijfplaatsen); • Is door de ingreep sprake van een negatief effect op aanwezige zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en paarverblijfplaatsen van vleermuizen?; • Is door de ingreep sprake van een overtreding van de Wet Natuurbescherming?; • Is een ontheffing van de Wet Natuurbescherming noodzakelijk alvorens de ingreep uit te kunnen voeren? Kan worden volstaan met aangepast werken?

3 Werkwijze 3.1 Veldonderzoek Het belangrijkste doel van het onderzoek naar vleermuizen in het plangebied was het vaststellen of uitsluiten van zomerverblijven, vliegroutes en paarverblijven. Daarbij is de meest recente versie van het Vleermuisprotocol2 voor de te volgen onderzoeksmethodiek en -periodiciteit gebruikt. Voor uitgebreide richtlijnen verwijzen wij daar uitdrukkelijk naar. In het kader van deze notitie wordt de methodiek bij de opdrachtgever als bekend verondersteld. Het plangebied is geïnventariseerd door een ecoloog met ruime ervaring met vleermuisonderzoek. In het veld is primair gewerkt met een batdetector van het type Pettersson D240x met een hoofdtelefoon. Ter ondersteuning is een opnameapparaat van het type Tascam DR-05 gehanteerd, en een tweede batdetector van het type Anabat Scout. Deze laatste is in staat om automatisch opnamen te maken van vleermuisgeluiden en deze als .WAV-bestand op te slaan op een geheugenkaart inclusief geografische coördinaten (‘geo-tag’) en tijdstip(pen). Tevens kan een spraaknotitie worden ingesproken die eveneens wordt voorzien van een geo-tag. De door de Anabat Scout gemaakte .WAV-bestanden kunnen door middel van speciale software (‘Anabat Insight’) in een sonogram worden gevisualiseerd. Op grond van dit sonogram

2

Het protocol voor vleermuisinventarisaties’, Gegevensautoriteit Natuur, Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, d.d. 1 januari 2021. Bron: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

5

en de feitelijke opnamen zijn de geluiden definitief te determineren. In het veld zijn waarnemingen conform onderstaande parameters beschreven: • soort • foeragerend (inclusief connectiviteit met object, bv. boom, weiland of water) • vliegroute (inclusief richting) • paarverblijf (inclusief type object, hoogte en vastgesteld aantal in/uitvliegers) • sociale roep (inclusief type object en hoogte).

3.2 Verrichte veldbezoeken Het vleermuisonderzoek in het plangebied is uitgevoerd in acht dagdelen. Deelgebied 1 is onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en paarverblijfplaatsen, hetgeen vier veldbezoeken betrof. Deelgebied 2 is onderzocht op de aanwezigheid van vliegroutes, zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen, hetgeen in totaliteit eveneens vier veldbezoeken betrof. Ieder veldbezoek duurde twee uren. In deelgebied 2 is het onderzoek naar de aanwezigheid van vliegroutes gecombineerd met het onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen. In onderstaande tabel 1 zijn de onderzoekdatums, het tijdstip en de weersomstandigheden weergegeven.

2

Temperatuur (* Celsius)

Deelgebied 1

Ronde

Datum

Tijdstip

Windkracht (Beaufort)

Bewolkingsgraad

Neerslag

S1

25-5-2023

21:30 - 23:30

1

19

licht bewolkt

droog

S2

13-6-2023

03:30 - 05:30

2

23

helder

droog

P1

22-8-2023

01:15 - 03:15

1

15

licht bewolkt

droog

P2

27-9-2023

23:30 - 01:30

1

14

zwaar bewolkt

droog

S1

26-5-2023

03:30 - 05:30

1

17

licht bewolkt

droog

S2

12-6-2023

21:45 - 23:45

2

26

licht bewolkt

droog

P1

21-8-2023

23:00 - 01:00

0

18

licht bewolkt

droog

P2

28-9-2023

01:45 - 03:45

1

12

licht bewolkt

droog

Tabel 1. Weersomstandigheden ten tijde van de veldbezoeken. ‘S1’ betekent de eerste onderzoekronde naar zomerverblijven. ‘P1’ betekent de eerste onderzoekronde naar paarverblijven.

3.3 Bureauonderzoek De waarnemingen van het vleermuisonderzoek zijn in het veld digitaal vastgelegd in zowel een mobiel GIS3 als op de geheugenkaart van de Anabat Scout.

3

Geografisch Informatiesysteem

6

De gegevens van het vleermuisonderzoek zijn na het veldwerk geconverteerd naar GIS-bestand ter visualisatie en analyse van de resultaten. De resultaten zijn daaropvolgend aangewend om de effecten van de voorgenomen ingre(e)p(en) te toetsen aan de relevante wetsartikelen van de Wet Natuurbescherming.

4 Ingreep en wettelijk kader 4.1 Ingreep De initiatiefnemer is voornemens om sloop-, graaf- en bouwwerkzaamheden te verrichten aan oude veestallen en langs een greppel.

4.2 Wettelijk kader Indien door sloop-, graaf- en bouwwerkzaamheden verstoring optreedt van de functionaliteit van het plangebied als zomerverblijf, paarverblijf en vliegroute(s) van vleermuizen, dan is sprake van overtreding van artikel 3.5, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De leden van dit wetsartikel luiden als volgt: Artikel 3.5 Lid 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn4, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. De sloop-/bouwwerkzaamheden in deelgebied 1 kunnen tot gevolg hebben dat zomer- en/of paarverblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd. Eveneens kan de ingreep leiden tot de dood, verwonding en/of verstoring van individuele dieren. De sloop-, graaf- en bouwwerkzaamheden in deelgebied 2 kunnen een verstorend effect hebben op bestaande vliegroutes van vleermuizen. Tevens kunnen in deelgebied 2 door de ingreep paarverblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en kunnen individuele dieren worden gedood, verwond en/of verstoord.

5 Resultaten 5.1 Deelgebied 1 Tijdens het onderzoek naar de aanwezigheid van zomerverblijven zijn in deelgebied 1 uitsluitend enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) direct buiten het deelgebied waargenomen (zie Afbeelding 2). In het deelgebied zijn gedurende deze fase van het onderzoek geen foeragerende vleermuizen waargenomen. De buiten het deelgebied foeragerende gewone dwergvleermuizen foerageerden uitsluitend direct ten zuiden van het deelgebied, rondom enkele bomen en boven een gazon. Bij nader onderzoek bleek het te gaan om uitsluitend twee exemplaren die circa 20 minuten na 4

Alle Nederlandse vleermuissoorten worden uitdrukkelijk vermeld in de Habitatrichtlijn.

7

zonsondergang kwamen foerageren. Het is daarmee zeer onwaarschijnlijk dat deze dieren een verblijfplaats hebben in het deelgebied. In deelgebied 1 zijn geen uitvliegende, zwermende of invliegende vleermuizen waargenomen in, aan of rondom de stallen en bijgebouwen. Zomerverblijven van vleermuizen zijn daarmee redelijkerwijs niet aanwezig in deelgebied 1. Gedurende het onderzoek naar de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen zijn in deelgebied 1 uitsluitend enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen aan de zuidelijke grens van het deelgebied (zie Afbeelding 2). Het betroffen incidentele gevallen aangezien de dieren geen continue connectiviteit met de aanwezige begroeiing aan de dag legden. Gedurende het veldbezoek kon worden ingeschat dat het slechts twee exemplaren betrof. Tijdens dit onderzoek zijn geen roepende dieren waargenomen, waarmee de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van vleermuizen in deelgebied 1 redelijkerwijs kan worden uitgesloten.

Afbeelding 2. Resultaten van het vleermuisonderzoek in deelgebied 1. Gedurende het onderzoek zijn uitsluitend foeragerende exemplaren van de gewone dwergvleermuis waargenomen.

Gedurende beide onderzoeken zijn geen omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot de bevestiging van de aanwezigheid van (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen. Daarmee is de aanwezigheid van (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen in deelgebied 1 redelijkerwijs uitgesloten.

5.2 Deelgebied 2 Tijdens het onderzoek naar de aanwezigheid van zomerverblijven en vliegroutes zijn in deelgebied 2 uitsluitend foeragerende gewone dwergvleermuizen en rosse vleermuizen (Nyctalus noctula) waargenomen (zie Afbeelding 3). Tijdens de tweede ronde op 12 juni 2023 werden twee rosse vleermuizen waargenomen die boven het open grasland, ten noorden van deelgebied 2, aan het foerageren waren. Deze dieren hadden geen connectiviteit met de bomenrij in deelgebied 2. Gedurende beide rondes in bovenvermelde periode werden foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen die enige connectiviteit met de bomenrij hadden. Gedurende de eerste ronde betrof het slechts één dier. Dit dier verdween ruim een half uur voor zonsopgang weer uit het onderzoeksgebied. Daarmee heeft dit dier geen verblijfplaats in dit deelgebied. Tijdens de tweede ronde zijn drie gewone

8

dwergvleermuizen foeragerend waargenomen nabij de bomenrij. Deze dieren werden circa vijftien minuten na zonsondergang waargenomen. Het is daarmee zeer onwaarschijnlijk dat deze dieren een verblijfplaats hebben in het deelgebied. In deelgebied 2 zijn geen uitvliegende, zwermende of invliegende vleermuizen waargenomen in, aan of rondom aanwezige bomen. Zomerverblijven van vleermuizen zijn daarmee redelijkerwijs niet aanwezig in deelgebied 2.

Afbeelding 3. Resultaten van het onderzoek in deelgebied 2. Gedurende het onderzoek zijn uitsluitend foeragerende exemplaren van gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen.

Gedurende het onderzoek naar de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen zijn in deelgebied 2 slechts enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen (circa 3 exemplaren) waargenomen aan de zuidelijke grens van het deelgebied (zie Afbeelding 3). Tevens is een exemplaar van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) waargenomen, hetgeen slechts een incidentele, eenmalige waarneming betrof. De gewone dwergvleermuizen hadden enige connectiviteit met de aanwezige begroeiing. De ruige dwergvleermuis had geen connectiviteit met de begroeiing en foerageerde op het open grasland ten noorden van het deelgebied. Tijdens dit onderzoek zijn geen roepende dieren waargenomen, waarmee de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van vleermuizen in deelgebied 2 redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Gedurende beide onderzoeken zijn geen omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot de bevestiging van de aanwezigheid van (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen. Daarmee is de aanwezigheid van (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen in deelgebied 1 redelijkerwijs uitgesloten.

9

6 Conclusies 6.1 Zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en vliegroutes Aangezien geen in- of uitvliegende dieren en zwermende dieren zijn waargenomen in deelgebied 1 en 2, kan worden geconcludeerd dat zich in beide deelgebieden redelijkerwijs geen zomerverblijfplaatsen bevinden. Evenmin zijn roepende vleermuizen waargenomen in beide deelgebieden, waarmee paarverblijfplaatsen in beide deelgebieden redelijkerwijs afwezig zijn. Naar aanleiding van de veldbezoeken is eveneens vast komen te staan dat zich geen vliegroutes van vleermuizen in het plangebied of de directe nabijheid daarvan bevinden. Op grond van de oppervlakgrootte van beide deelgebieden is het redelijkerwijs uitgesloten dat deze essentieel foerageergebied vormen voor vleermuizen. De geringe aantallen aangetroffen, foeragerende dieren bevestigen dat beide deelgebieden geen voornaam foerageergebied betreffen. Bovendien is voldoende alternatief foerageergebied in de directe nabijheid aanwezig waar meer prooidieren (geleedpotigen) voorhanden zijn. Het uitvoeren van de ingreep levert daarmee voor gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis geen overtreding van de Wet Natuurbescherming op. Op grond van de weersomstandigheden ten tijde van de veldbezoeken, kunnen de conclusies van dit onderzoek redelijkerwijs als bestendig worden beschouwd.

6.2 Vervolgmaatregelen De conclusies geven geen aanleiding om vervolgmaatregelen te treffen ten aanzien van zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en vliegroutes. Voor foeragerende dieren is voldoende alternatief gebied in de directe nabijheid van de deelgebieden voorhanden. De aanvraag van een ontheffing van de Wet Natuurbescherming is hiermee niet noodzakelijk. Op grond van de afwezigheid van vliegroutes en het geringe belang van de deelgebieden als foerageergebied voor vleermuizen, wordt een aangepaste werkmethode eveneens niet noodzakelijk geacht.

10

7 Bronvermelding 7.1 Literatuur Barataud, M, Y. Tupinier & H. Limpens (2020). Acoustic ecology of European Bats. Species identification, Study of their habitats and foraging behaviour. Inventaires & biodiversité series; Biotope – Muséum national d’Histoire naturelle (second edition) BIJ12 (2017). Juridisch kader kennisdocumenten. BIJ12, Utrecht (versie 1.0) BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12, Utrecht (versie 1.0) BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. BIJ12, Utrecht (versie 1.0) Broekhuizen, S. et al. (1992). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland – Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden De Waard, R. & B. Oortwijn (2016). Hoofdlijnen omgevingsrecht. Berghauser Pont Publishing, Amsterdam (2e druk) Dienst Landelijk Gebied (2014). Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Zwolle Dienst Landelijk Gebied (2014). Soortenstandaard Ruige dwergvleermuis. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Zwolle Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill (2011). Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Uitgevers, Baarn Dietz, C. & A.

Kiefer (2017). Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist Herder, P. et al. (2017). Handboek Natuurbeschermingsrecht. Berghauser Pont Publishing, Amsterdam (eerste druk) Huizinga, N. et al. (2010). Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg (SNL), Natuurhistorisch Genootschap in Limburg, Maastricht (eerste druk) Lange, R. et al (1994). Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging/VZZ Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman (2011). Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.

11

Middleton, N. et al. (2020). Social calls of the bats of Britain and Ireland. Pelagic publishing, Exeter (3 e druk) Ministerie van EL&I, 2010. Buiten aan het Werk. Houd tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure. [http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2010/03/01/buiten-aan-hetwerk-houd-tijdig-rekening-met-beschermde-dieren-en-planten.html (15-01-2016)]. Peeters, H. & K. Wheeler (2008). Vogels en de Wet.nl. Vereniging Politie Dieren- en Milieubescherming Punt, A., P.J.H. van Bree, J. de Vlas & G.J. Wiersema (1974). De Nederlandse vleermuizen. Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Hoogwoud Runkel, V. et al. (2021). The handbook of acoustic bat detection. Pelagic publishing, Exeter. Schober, W. & E. Grimmberger (2001). Gids van de Vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische Eilanden. Tirion Uitgevers, Baarn Van Diepenbeek, A. (2015). Veldgids Diersporen. KNNV Uitgeverij, Zeist

7.2 Websites https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01 https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wetnatuurbescherming/ https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol www.waarneming.nl

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14238011/1