Vervolgvraag en antwoord L Wisgerhof (VL) - Budget woningbouw
Tekst van het document
De vraag over het wonen is toch niet helemaal naar tevredenheid beantwoord. Ik ben echt op zoek naar welke posten in de begroting bijdragen aan de realisatie van de betaalbare woningbouw. Dus ook als het secundair is: bijvoorbeeld posten om grond aan te kopen etc. Uit de beantwoording lijkt alsof er alleen gekeken is naar geld om te ontwikkelen, maar uiteraard is ons bekend dat de gemeente niet zelf als ontwikkelaar aan de slag gaat. Zou je dat met die kennis nog eens terug willen leggen? De vraag achter de vraag is: we willen de betaalbare woningbouw versnellen (waarmee kunnen we het ontwikkelaars ook aantrekkelijker maken om te bouwen etc) —> welke posten moeten we verhogen om daar meer ruimte voor te maken? Gaat om deze vraag: “Technische vraag VL (blz.27): Hoeveel betaalbare woningen zijn er specifiek gepland in 2025 binnen de doelstelling van het omgevingsprogramma wonen?” Wat is de gedetailleerde budgetallocatie voor betaalbare woningbouw Antwoord: De verwachting is dat in 2025 ongeveer 170 woningen worden toegevoegd. De betaalbaarheidsgrens ligt op €390.000.- en onder de €1157.- huur. De verwachting is dat in 2025 81 betaalbare koopwoningen worden opgeleverd en 51 huurwoningen onder de betaalbaarheidsgrens.
Vanuit de gemeente wordt geen budgetten toegekend aan woningbouwplannen in de kernen, aangezien een veelvoud aan plannen van particuliere of ontwikkelaars afkomen.” Antwoord op vervolgvraag: “Het klopt dat in eerste instantie alleen is gekeken naar posten voor de ontwikkeling van woningen. Indirect zijn er enkele posten die bijdragen aan woningbouw in zijn algemeenheid (niet specifiek aan alleen de betaalbare categorieën). Het gaat dan om de extra ambtelijke capaciteit die de afgelopen jaren is opgeschaald. Dit is echter niet direct toerekenbaar aan alleen woningbouw, immers zijn deze collega’s met meerdere ruimtelijke procedures bezig. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld het grondbedrijf. Venray kent een situationeel grondbeleid. Bij het vaststellen van de nota grondbeleid in 2023 heeft het college de bevoegdheid gekregen om gronden te verwerven tot één miljoen euro per aankoop. Die aankopen kunnen plaatsvinden ter realisatie van meerdere doelen, zoals bijv. woningbouw, bedrijventerrein, natuur. Deze toestemming geldt dus niet specifiek voor alleen woningbouw. Andere (in)directe middelen die bijdragen aan de realisatie van betaalbare woningen zijn er niet binnen de begroting. Een ontwikkelende partij heeft echter wel indirecte kosten als het gaat om de realisatie van betaalbare woningen, die de inkomstenkant van de gemeente raken.
Bijvoorbeeld de grondprijs, het verplichte kostenverhaal, de financiële bijdrage, kosten van procedures enzovoorts. Deze kosten bepalen mede de stichtingskosten van een woning. Dit zijn echter kosten voor de ontwikkelende partij, maar inkomsten voor de gemeente. Per 1 januari 2024 heeft het college gedifferentieerde grondprijzen ingevoerd voor gronden voor betaalbare woningen. Wanneer verdere verlaging wordt toegestaan voor bijvoorbeeld de realisatie van betaalbare
woningen, heeft dat tot gevolg dat de gemeente minder inkomsten ontvangt en daarmee kosten niet kan dekken. Het wettelijke kostenverhaal is verplicht; hier kan de gemeente geen korting toepassen. Wat wel een mogelijkheid is om minder of geen financiële bijdrage te vragen van een initiatiefnemer indien deze leidt, naar objectieve maatstaven, tot een verliesgevende exploitatie. Dat is tot op heden niet aan de orde geweest. Het is echter aan de gemeenteraad om zelf budget te oormerken voor bijvoorbeeld het versnellen van de woningbouw. Het Omgevingsprogramma Wonen heeft vooralsnog geen extra middelen (meer) begroot voor versnelling, temeer omdat er volgend jaar gewerkt gaat worden aan een volkshuisvestingsprogramma (na afloop van het behoefteonderzoek). Het is echter niet ondenkbaar om de ambtelijke capaciteit uit te breiden t.b.v. van bijvoorbeeld een ‘woningbouwversneller’.”