CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting v2026-05-05

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck20.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck TAM-omgevingsplan - gemeente Venray

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Iden�fica�enummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Bliterswijck NL.IMRO.0984.TAM24002-va01 Defini�ef 5 mei 2026 36.20.02

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Michels Advies b.v.

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres ves�ging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. T. Vete Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

2

Inhoudsopgave Toelich�ng Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 Hoofdstuk 8 8.1

Inleiding Aanleiding voor het ini�a�ef Ligging plangebied Leeswijzer Planbeschrijving Huidige situa�e Toekoms�ge situa�e Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid Regionaal beleid Waterschapsbeleid Gemeentelijk beleid Veilige en gezonde leefomgeving Weging van het waterbelang Ac�viteiten en milieuzonering Bodem Luchtkwaliteit Geur Geluid Omgevingsveiligheid Trilling M.e.r.-beoordeling Explosieven Gewasbeschermingsmiddelen Goede omgevingskwaliteit Zorgvuldig ruimtegebruik Archeologie, cultuurhistorie en landschap Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaatadapta�e Conclusie Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Par�cipa�e Kostenverhaal Zienswijzen Toelich�ng op de regels Algemeen

5

6 6 6 6 7 7 7 10 10 11 13 13 14 21 21 22 23 23 24 29 30 32 32 32 33 36 36 36 38 39 40 41 42 42 42 42 43 43

Bijlagen bij de toelich�ng

45

Regels

55

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Hoofdstuk 1 Ar�kel 1 Ar�kel 2 3

Verkennend bodemonderzoek Akoes�sch onderzoek Berekening geurbelas�ng AERIUS-berekening (sloop) AERIUS-berekening (aanleg) AERIUS-berekening (gebruik) Quickscan Flora en Fauna Verslag omgevingsdialoog Eindrapport zienswijzen en (ambtshalve) aanpassingen

Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen

46 47 48 49 50 51 52 53 54

56 56 56

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

Ar�kel 3 Hoofdstuk 2 Ar�kel 4 Ar�kel 5 Ar�kel 6 Hoofdstuk 3 Ar�kel 7 Ar�kel 8 Ar�kel 9 Ar�kel 10 Ar�kel 11 Hoofdstuk 4 Ar�kel 12

Meet- en rekenbepalingen Func�eregels Agrarisch Wonen Waarde – Archeologie -2 Algemene regels An�-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemeen gebruiksverbod Aanvraagvereisten Overige regels Overgangsregels Overgangsrecht

59 61 61 62 65 67 67 67 67 67 67 68 68

Bijlagen bij de regels

69

Verbeelding

72

Bijlage 1 Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan Sloopkaart

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

70 71

4

Toelich�ng

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1

Aanleiding voor het ini�a�ef

1.2

Ligging plangebied

Ini�a�efnemer is voornemens om ter plaatse van de Antoniusstraat te Bliterswijck de twee feitelijk (en kadastraal) bestaande bedrijfswoningen nummers 32 en 34 om te zeten naar burgerwoningen, én de woning Antoniusstraat 32 te splitsen in twee woningen. Deze woningsplitsing is feitelijk en (kadastraal) al in de jaren tach�g van de vorige eeuw gerealiseerd maar deze is echter nooit planologisch geregeld. Aan deze woning is wel al het huisnummer 32A toegekend. Aan de noordwestzijde van de woning Antoniusstraat 34 wil men een vrijstaande woning toevoegen. Alles bij elkaar ontstaat dan een situa�e met 4 burgerwoningen. De ter plaatse aanwezige glasopstanden en de bedrijfsruimten van het glastuinbouwbedrijf worden geheel gesloopt en wegbestemd. Omdat deze ontwikkeling niet past in het omgevingsplan van de gemeente Venray dat sinds de invoering van de Omgevingswet per 01-01-2024 van kracht is (voorheen: het bestemmingsplan), maar dit ini�a�ef wel wenselijk is, wordt middels voorliggende wijziging omgevingsplan (middels TAM-IMRO) medewerking verleend aan de voorgenomen ac�viteit. In dit document wordt toegelicht waarom er sprake is van een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es conform de Omgevingswet.

Het plangebied is gelegen aan de Antoniusstraat 32-32A-34 aan de rand van de kern Bliterswijck. Onderstaande a�eelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Ligging plangebied in omgeving (bron: OpenStreetMap)

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het ini�a�ef beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op een goede omgevingskwaliteit. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van overleg en zienswijzen zijn opgenomen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

6

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt het ini�a�ef beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situa�e van het plangebied en de rela�e met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde ini�a�ef.

2.1

Huidige situa�e

Het plangebied is gelegen aan de Antoniusstraat 32-32A-34 in Bliterswijck. De loca�e bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Venray, op de rand van de kern Bliterswijck. Aan de Antoniusstraat bevinden zich verschillende func�es. Dit betre� onder meer woningen (voornamelijk twee-onder-een-kap) en (agrarische) bedrijvigheid. Ten noorden van het plangebied stroomt de Maas. Het gebied tussen de Maas en de planloca�e is vooral in gebruik ten behoeve van de akkerbouw. Het plangebied kan grofweg worden beschouwd als 2 deelloca�es: Antoniusstraat 32-32A (deelloca�e 1) en Antoniusstraat 34 (deelloca�e 2). Aan de Antoniusstraat 32-32A bevinden zich 2 door burgers bewoonde bedrijfswoningen met tuinen en parkeervoorzieningen. Aan de Antoniusstraat 34 bevindt zich een glastuinbouwbedrijf met een bedrijfswoning. Op de loca�e bevinden zich glasopstanden (glazen kassen) en aangrenzend gelegen bedrijfsruimten. Ten zuidwesten van de bedrijfsruimten bevindt zich een kleine berging. De rond de glasopstanden gelegen gronden zijn in gebruik als gras- en akkerland. Navolgende a�eelding gee� de situa�e weer.

2

1

Luch�oto plangebied (bron: kaartenbak Venray)

2.2

7

Toekoms�ge situa�e

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

Navolgend wordt het ini�a�ef toegelicht aan de hand van de te onderscheiden deelloca�es: Antoniusstraat 32-32A (deellocatie 1) Het ini�a�ef voorziet in het planologisch vastleggen van de reeds gesplitste en als zodanig in gebruik zijnde burgerwoningen aan de Antoniusstraat 32 en 32A. Zoals in paragraaf 2.1 beschreven, zijn de woningen in de huidige situa�e reeds als 2 aparte woningen te onderscheiden. Ten aanzien van de splitsing zijn geen ruimtelijke- of bouwkundige wijzigingen benodigd. Antoniusstraat 34 (deellocatie 2) Het ini�a�ef voorziet in de sloop van de glasopstanden en de bedrijfsruimten. De berging en verhardingen aan de zuidwestkant zullen eveneens worden verwijderd, net als de a�ang bij de woning. De sloop van de glasopstanden en de bedrijfsruimten wordt ingezet voor één van de sloopregelingen uit het �jdelijk deel van het omgevingsplan (zie paragraaf 3.5.11). De waardering die toegekend wordt aan glasopstanden is lager dan de waardering die toegekend wordt aan agrarische ('stenen') bedrijfsbebouwing. Voor het inzeten van glasopstanden voor 'de sloopregeling' wordt derhalve een verdeelsleutel van 50% gehanteerd. Het is op dit moment nog niet bekend waar en waarvoor het sloopvolume ingezet gaat worden. Mogelijk wordt dit deels ingezet voor de toe te voegen vrijstaande woning, het merendeel van het sloopvolume wordt sowieso ingezet voor plannen elders.

De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Daarnaast wordt op de loca�e aan de Antoniusstraat 34 een vrijstaande burgerwoning toegevoegd. Deze bevindt zich ten noordwesten van de bestaande bedrijfswoning op deze loca�e. De toe te voegen vrijstaande woning sluit qua ligging en oriënta�e aan bij de kenmerken van de stedenbouwkundige context.

A�eelding van de beoogde inrich�ng van het plangebied (bron: Landschappelijke inpassing 'Antoniusstraat 32-32A/34’)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

8

Ontsluiting en parkeren De toe te voegen vrijstaande woning wordt ontsloten via een aan de zuidoostkant van het perceel gelegen inrit en oprit. Ter hoogte van de te slopen a�ang van de woning met huisnummer 34 zal een oprit voor deze woning worden gerealiseerd. Per woning is te voorzien in twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Bij de bestaande woningen (waaronder de gesplitste woning Antoniusstraat 32-32A) wordt hier al in voorzien. Deze situa�e wordt gehandhaafd. Overig Als gevolg van de ontwikkeling verdwijnt het agrarisch bouwvlak op de loca�e. Het uitoefenen van een agrarisch bedrijf is daarmee binnen het plangebied niet meer mogelijk. Daarnaast wordt regenwater opgevangen in infiltra�egreppels aan de noordkant van de tuinzone. De tuinzone zal worden omzoomd door een bij het landschap passende geschoren haag. De overgang van de kernrand naar het open bouwland wordt gekleurd door losse bomenrijen.

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het ini�a�ef getoetst aan beleid en regelgeving. Er wordt ingegaan op geldend beleid en regelgeving op Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt het beoogde ini�a�ef daaraan getoetst.

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1 Na�onale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Na�onale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspec�ef op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI gee� het kabinet rich�ng aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende der�g jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk na�onale belangen, gee� het rich�ng op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt deze omgevingsvisie ook als de Na�onale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van na�onaal ruimtelijk belang.

Het betre� de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekoms�ge uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. 3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instruc�eregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en hee� geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es in een Omgevingsplan of bij het vergunnen van een Buitenplanse Omgevingsplanac�viteit moeten de verschillende instruc�eregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden. Het gaat hierbij over de instruc�eregels met het oog op: 1. Een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es; 2. Het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed; 3. Natuurbescherming. Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden 4. Veiligheid primaire waterkeringen; 5. Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk; 6. Kwaliteit van de buitenlucht; 7. Waterkwaliteit; 8. Kwaliteit van de zwemloca�e.

Ar�kel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking hee� op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substan�eel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in rela�e met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substan�eel is. Ar�kel 5.129g Bkl gee� geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplich�g is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. 3.1.3

Toetsing van het ini�a�ef aan het rijksbeleid

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

10

Op 1 april 2024 is het Besluit ac�viteiten leefomgeving in werking getreden. Hierin hee� Rijkswaterstaat de beperkingengebieden vastgelegd. Het doel van de beperkingengebied is het behouden van de func�es van een weg of waterstaatswerk en het voorkomen van schade. Binnen het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen mogen alleen ac�viteiten plaats vinden die ten dienst staan van het waterstaatswerk. Onderstaande figuur bevat de uitsnede van de kaart van het Besluit ac�viteiten leefomgeving. Uit de kaart blijkt dat het plangebied niet in een beperkingengebied ligt. Het ini�a�ef ligt daarnaast niet binnen een ander beschermd gebied met een na�onaal ruimtelijk belang. Gelet op de aard van de ontwikkeling, is de Ladder duurzame verstedelijking niet van toepassing. Dit is nader gemo�veerd in paragraaf 5.1. De toetsing aan de eventueel van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4. Het ini�a�ef is hiermee passend binnen het rijksbeleid.

Uitsnede kaart Besluit Ac�viteiten leefomgeving per 01-01-2024 (bron: htps://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. In de omgevingsvisie Limburg is de lange termijn visie van de provincie Limburg beschreven. In de visie staat beschreven hoe de provincie rich�ng wil geven aan toekomstbestendige ontwikkeling en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benuten van de fysieke leefomgeving. De provincie gee� met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 - 2050. De omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interac�ef proces met overheden, semi - overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisa�es en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal: • Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 1. in stedelijk c.q. bebouwd gebied 2. in landelijk gebied • Een toekomstbestendige, innova�eve en duurzame economie; inclusief landbouw transi�e; • Klimaatadapta�e en energie transi�e. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector. Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambi�e de provincie hee� met deze sector en

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector 'land- en tuinbouw' is op deze manier beschreven welke rich�ng de provincie de komende jaren op wil. Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026 Van 26 mei tot en met 7 juli 2025 lag het Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026 ter inzage. Het document vormt de actualisa�e van de POVI 2021, aangepast aan de eisen en structuur van de Omgevingswet en geïntegreerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Waar de POVI 2021 vooral beleidsma�g was, koppelt de het nieuwe beleid de doelen direct aan juridisch bindende regels in de omgevingsverordening. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg 2021 is in werking getreden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt daarmee de Omgevingsverordening Limburg 2014. De Omgevingsverordening Limburg 2021 voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wetelijke verplich�ngen.

3.2.3 Toetsing van het ini�a�ef aan het provinciale beleid Op grond van de provinciale Omgevingsverordening ligt onderhavig plangebied in ‘landelijke kernen’. Daarmee zijn de instruc�eregels van ar�kel 12.1 uit de verordening van toepassing. In het kader daarvan dient rekening gehouden te worden met hoofdstuk 3 en 5 uit de Omgevingsvisie. De provincie Limburg staat het toevoegen van woningen op basis van de Omgevingsvisie in beginsel enkel toe binnen bestaand stedelijk gebied. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk, waar het bijvoorbeeld gaat om een lokale en kleinschalige woonbehoe�e. Uit de plankaart van de Omgevingsverordening blijkt dat de twee toe te voegen woningen binnen ‘landelijke kernen’ liggen.

Uitsnede kaart Omgevingsverordening Limburg (bron: htps://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)

Voor de regio Noord-Limburg geldt dat een ruimtelijk plan niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen, alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat het plan hierbinnen passend is. Daarnaast dient te worden beschreven (Ar�kel 12.1 lid e van de Omgevingsverordening Limburg, ‘Instruc�eregels nieuwe planvoorraad wonen’) hoe en wanneer

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

12

de mogelijkheid tot realisa�e van de woning komt te vervallen als de woning niet binnen 5 jaar na vaststelling is gerealiseerd. De gemeente Venray hee� de werkwijze dat dit in de anterieure overeenkomst wordt geborgd. De ac�viteit past binnen het beleid en de regels van de provincie Limburg.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 Opgenomen in de verordening is dat onderhavig plangebied gelegen is in de regio Noord-Limburg. Voor deze regio geldt dat een ruimtelijke plan niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen, alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. De Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 gee� rich�ng aan het woonbeleid van de regio voor de komende vier jaar. Uitgangspunt daarbij is dat de huidige samenwerking en afstemming tussen verschillende par�jen, waaronder corpora�es, ontwikkelaars, zorginstellingen etc., wordt voortgezet. Op basis van een analyse over de huishoudensontwikkeling, de link tussen de (toekoms�ge) bevolkingssamenstelling en de bestaande woningvoorraad en enkele trends en ontwikkelingen zijn er in de visie enkele opgaven geformuleerd die als volgt zijn samen te vaten: • Mismatch woningbehoe�e en woningvoorraad - Zowel met betrekking tot de bestaande- en nieuwe woningvoorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekoms�ge woningbehoe�e. Hierbij wordt er nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalita�eve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt.

• Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt - De druk op de sociale huursector neemt toe. Niet alleen in aantallen, ook door een concentra�e van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt de druk op de lee�aarheid met zich mee. 3.3.2 Toetsing van het ini�a�ef aan het regionale beleid Voorliggend plan leidt middels het toevoegen van twee burgerwoningen tot een vergro�ng van het woningaanbod in de regio in kwan�ta�eve zin. Het omzeten van twee bedrijfswoningen in een burgerwoning en het planologisch vastleggen van die burgerwoningen leiden ertoe dat deze woningen door een bredere doelgroep in gebruik genomen kunnen worden. Ook dit levert een bijdrage aan het woonaanbod. Het plan sluit daarmee aan op onder andere de opgave uit de woonvisie om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Het ini�a�ef is passend binnen het regionale beleid.

3.4

Waterschapsbeleid

3.4.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Limburg. Het waterschap hanteert het volgende beleid: Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg Op 8 december 2021 hee� het algemeen bestuur het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. In het programma staat onder meer beschreven hoe het waterschap zorgt voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. Het programma sluit aan bij het landelijk beleid en het provinciaal waterbeleid. Hoe invulling gegeven wordt aan het programma is vastgelegd in het Bestuursakkoord. Waterschapsverordening In de Waterschapsverordening staan regels over wat wel en niet mag in en nabij water, dijken en stuwen. De werkingsgebieden bij de Waterschapsverordening laten de zones zien waarop de regels uit Waterschapsverordening van toepassing zijn. 3.4.2 Toetsing van het ini�a�ef aan het waterschapsbeleid Voor het waterschap Limburg is het niet mogelijk via hetwateradvies.nl een digitale watertoets uit te voeren. Het ini�a�ef wordt daarom direct aan het waterschap voorgelegd. In paragraaf 4.1 is bij de weging van het waterbelang 13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

het beleid van het waterschap in acht genomen. Daarmee wordt geconcludeerd dat het ini�a�ef passend is binnen het waterschapsbeleid.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' vastgesteld. In deze visie hee� de gemeente Venray haar ambi�es opgesteld voor de ontwikkeling van de gemeente tot 2030. Deze visie vervangt de Strategische visie 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie gee� de gemeente een koers voor het omgaan met nieuwe trends en ontwikkelingen in de gemeente, zowel binnen de gemeenschap van Venray als in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige strategische visie worden doorgezet in deze visie. 'Venray loopt voorop' hee� aandacht voor burgerpar�cipa�e, de rol van de overheid, en regionale samenwerking, met name op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Hiermee speelt de toekomstvisie in op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalita�eve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. De uitdaging daarbij is om de ruimtelijke kwaliteit zowel in de stad, op het plateland als in de natuur op een hoog niveau te houden. De gemeente Venray hee� voor de komende �en jaar de volgende vijf ambi�es geformuleerd.

In het Venray van 2030: • zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; • woon je groen en sociaal; • zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; • stroomt kennis, crea�viteit en vernieuwing; • is iedereen mobiel. Planspecifiek Als een gevolg van voorliggend plan verdwijnt de mogelijkheid om een agrarisch bedrijf uit te oefenen aan de rand van de kern Bliterswijck, waar zich reeds woningen bevinden. Hiermee levert het plan een bijdrage aan het verbeteren van de woonkwaliteit ten aanzien van deze woningen. Door het toevoegen van twee woningen wordt bijgedragen aan de ambi�e op een groene loca�e in het buitengebied van de gemeente te wonen. De omze�ng van de twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen, als ook het planologisch vastleggen van feitelijk reeds bestaande burgerwoningen, past hier eveneens in. Het ini�a�ef past binnen de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop'. 3.5.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 hee� de gemeente Venray de 'Omgevingsvisie Venray' vastgesteld. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente in op de grote uitdagingen van de aankomende �jd en gee� de gemeente aan waar het naar toe wil in de toekomst. De Omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'.

De Omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, ondernemers en verenigingen uit de gemeente Venray. De volgende vijf ambi�es zijn geformuleerd: 1. Groen wonen voor iedereen. 2. Een gezond Venray hee� de toekomst. 3. Venray bloeit, bruist en boeit. 4. Natuurlijk Venray! 5. Ambi�es in regionaal perspec�ef. Verder gee� de gemeente aan dat het de belangrijkste waarden (Erfgoed, Landschap, Natuur en Groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader) wil beschermen en versterken. Daarbij wordt er rekening gehouden met klimaatverandering, de energietransi�e en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Planspecifiek Als gevolg van het plan komen de twee bedrijfswoningen beschikbaar voor een bredere doelgroep. Dit levert een bijdrage aan de ambi�e groen wonen voor iedereen beschikbaar te laten zijn. Het toevoegen van twee woningen draagt bij aan de vermindering van het woningtekort. Het plan is daarmee passend binnen de Omgevingsvisie Venray. 3.5.3

Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

14

Op 20 december 2011 hee� de gemeente Venray de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verbeteren. Het doel daarbij is om bestaande (groene) kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te verbeteren, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Limburgs Kwaliteitsmenu Onderdeel van onderhavige structuurvisie is ook de implementa�e van het Limburgse Kwaliteitsmenu. Het Limburgs kwaliteitsmenu (verder te noemen LKM) is door Gedeputeerde Staten op 12 januari 2010 vastgesteld. Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM. Grondprincipe van dit kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit te versterken. Bijdrage RO solitaire woningbouw Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van solitaire woningbouw ini�a�even aan de ruimtelijke kwaliteit maakt de gemeente een onderscheid tussen het buitengebied en het stedelijk gebied.

Binnen deze twee gebieden zijn deelgebieden aangewezen: • P P1 = Ecologische Hoofdstructuur (EHS); • P P2 = Provinciale Ontwikkelingszone Groen; • P P3 = ruimte voor veerkrach�ge watersystemen; • P P4 = overige gebieden binnen het buitengebied en stedelijk gebied. Voor solitaire woningbouwontwikkelingen in het buitengebied geldt dat deze binnen P1 en P2 gebieden op voorhand niet zijn toegestaan. Voor de overige gebieden in het buitengebied komt de financiële bijdrage neer op €100,- per m² kavel of €125,- per m² bvo appartement. Deze bedragen komen ten gunste van het fonds buitengebied. Voor het stedelijk gebied geldt dat nieuwe solitaire woningbouwontwikkelingen binnen P2 op voorhand niet zijn toegestaan. Voor ontwikkelingen binnen P3 komt de bijdrage neer op €100,- per m² kavel of €125,- per m² bvo appartement. Voor ontwikkelingen binnen de overige stedelijke gebieden bedraagt de afdracht uit € 2.500,- per kavel of appartement. Deze bedragen komen ten gunste van het fonds stedelijk gebied. Planspecifiek Het plangebied maakt onderdeel uit van 'landelijke kernen'. Zie 3.2.3. Voor het toevoegen van de twee burgerwoningen is de inzet van een ruimte-voor-ruimte bouw�tel daarmee niet nodig. Een financiële bijdrage ruimtelijke ontwikkeling aan het fonds buitengebied is daarmee niet nodig.

Wel is een financiële bijdrage (ar�kel 4.9 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet en Structuurvisie) van €2.500 per toe te voegen woning van toepassing. Met het wegbestemmen van een agrarisch bedrijf ter plaatse van het plangebied verdwijnt een milieubelastende func�e in het buitengebied van Venray. Onderhavige ontwikkeling leidt daarmee tot een verbetering van de omgevingskwaliteit. Het plan voorziet niet in het toevoegen van func�es die kunnen leiden tot een verlies aan omgevingskwaliteit. Het geheel wordt landschappelijk ingepast met het oog op de omgevingskwaliteit. Zie daarvoor ook paragraaf 2.2. Het plan past binnen de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011'. 3.5.4 Omgevingsprogramma Wonen In het Omgevingsprogramma Wonen 'Verder bouwen aan de toekomst van Venray' staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Het Omgevingsprogramma vervangt de 'Woonvisie Venray 2017'. Op hoofdlijnen gee� de gemeente rich�ng aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. De gemeente richt zich op vijf thema's: 1. Snel voldoende woningen bouwen; 2. Een gevarieerd aanbod; 3. Duurzame woningvoorraad; 4. Wonen, gezondheid en zorg; 5. Vitale wijken en dorpen. In het Omgevingsprogramma wordt beschreven dat vooral ook passende woningen voor senioren en starters nodig zijn.

Daarnaast is een passend aanbod van betaalbare huur- en koopwoningen voor lage en middeninkomens nodig. Planspecifiek 15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

Onderhavig ini�a�ef voorziet in de mogelijkheden tot het realiseren van twee extra woningen aan de rand van Bliterswijck. Dit sluit aan bij de ambi�e om snel voldoende woningen te bouwen. De nieuwbouw van de twee extra woningen en het omzeten van de twee bedrijfswoningen in een burgerwoning zorgt voor een verduurzaming van de woningvoorraad. Hiermee is het ini�a�ef passend binnen het Woonprogramma. 3.5.5 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 hee� de gemeenteraad van Venray de 'Visie veehouderij Venray 2018' vastgesteld. In de visie is het beleid van de gemeente Venray uiteengezet dat moet bijdragen aan een balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderijen en de bescherming van een goed woon- en lee�limaat voor de inwoners. In delen van het buitengebied en in enkele dorpskernen wordt door inwoners van de gemeente hinder ervaren door veehouderijen uit de omgeving. De hinder hee� voornamelijk betrekking op geuroverlast maar ook transport, vliegen en geluid dragen bij aan de hinder. In het gemeentelijke beleidsstuk ''Veehouderij en gezondheid omwonenden'' uit 2015 is er ook extra aandacht voor de gezondheid van inwoners. De gemeente wil dat de emissies (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) voldoende snel afnemen en het aantal overlastloca�es snel daalt.

Dat betekent dat nieuwe overlast moet worden voorkomen en dat ontwikkeling gepaard moet gaan met een verbetering. Planspecifiek Voorliggend plan zet een planologisch agrarische bedrijfsloca�e om naar een woonloca�e. In de toekoms�ge situa�e is het bedrijfsma�g uitoefenen van een agrarisch bedrijf niet meer toegestaan. Van nadelige milieuhinder op de omgeving is dan ook geen sprake meer. Daarmee komt het plan tegemoet aan de doelstellingen uit de Visie Veehouderij Venray 2018. 3.5.6 Toetssteen Openbare Ruimte De Toetssteen Openbare Ruimte, hee� betrekking op de (toekoms�ge) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de beheerders van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Venray. De Toetssteen Openbare Ruimte hee� als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-func�onele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. De Toetssteen beschrij� de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verscha� de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp.

Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoe�en van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen. Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Aanleveren Toetssteen. 2. Controle op toepassing Toetssteen in de plannen. Planspecifiek Voorliggend ini�a�ef voorziet enkel in ontwikkelingen binnen privaat terrein, waardoor de Toetssteen Openbare Ruimte met betrekking tot dit plan alleen voor het onderdeel 'Verkeer' relevant is. In paragraaf 5.4 is gemo�veerd dat binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in lijn met de parkeernormen uit de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. Daarmee is geborgd dat parkeren als gevolg van het toekoms�g gebruik van het plangebied binnen eigen terrein dient plaats te vinden en de parkeerdruk op de openbare ruimte door dit ini�a�ef niet toeneemt. Hiermee is voldaan aan de Toetssteen Openbare Ruimte van de gemeente Venray. 3.5.7 Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 In februari 2022 hee� de gemeenteraad van Venray het Omgevingsprogramma Wonen en de Uitvoeringsagenda Wonen 2022 vastgesteld.

In het Omgevingsprogramma is een aantal juridische instrumenten benoemd die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Omgevingsprogramma. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 (vastgesteld op 13 december 2022) is een van die instrumenten. In het Omgevingsprogramma Wonen is vastgelegd dat van de 1.500 woningen die de komende 10 jaar gerealiseerd worden voor minimaal 50% in het betaalbare segment gerealiseerd worden. Met de doelgroepenverordening TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

16

wordt via een verdeelsleutel publiekrechtelijk geregeld dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. Tevens wordt geregeld dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. Met de doelgroepenverordening neemt de gemeente meer regie op de bouw en het beschikbaar houden van woningen in het sociale en betaalbare segment. De doelgroepenverordening regelt niet de toewijzing van woningen. Planspecifiek De verdeelsleutel uit de doelgroepenverordening is, gelet op de omvang van het ini�a�ef (het toevoegen van twee burgerwoningen en het omzeten van twee bedrijfswoningen in burgerwoningen), niet van toepassing op het plan. Op grond van de verordening geldt een verplich�ng voor de instandhouding van woningen in het betaalbare segment. De nieuw te bouwen vrijstaande woning valt in het dure segment, waarmee dit onderdeel niet van toepassing is. Het ini�a�ef is daarmee niet in strijd met de uitgangspunten van de doelgroepenverordening. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 staat het plan niet in de weg. 3.5.8 Ruimtelijk KwaliteitsKader In november 2021 is de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat bij de uitvoering en monitoring opgenomen dat een Ruimtelijk KwaliteitsKader voor het hele gemeentelijke grondgebied opgesteld wordt.

In de Omgevingsvisie wordt ook een beschrijving van de waarden gegeven. Het betre� de waarden: • Erfgoed, • Landschap, • Natuur en groen, • Water en bodem en • Stedenbouwkundig kader (alleen voor de kern Venray) Deze waarden vormen gezamenlijk de basis voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Door de ruimtelijke kwaliteit van Venray te beschermen en te versterken wordt aangesloten bij het moto van de Omgevingswet 'Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit'. Het opgestelde Ruimtelijk KwaliteitsKader geldt zowel voor het landelijk als voor het stedelijk gebied. Hierin wordt de ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de vorm van kenmerken en stree�eelden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst aan het Ruimtelijk KwaliteitsKader waarin wordt vastgelegd welke kwaliteiten belangrijk zijn om te behouden en welke ontwikkelingen waar gewenst zijn. Het Ruimtelijk KwaliteitsKader vormt ook een inspira�edocument voor ini�a�efnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een ini�a�ef zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden. Onderdeel van het Ruimtelijk KwaliteitsKader is de nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray, 2e herziening 2018’. Hier wordt in paragraaf 3.5.9 verder op ingegaan. Planspecifiek Het plangebied bevindt zich binnen het deelgebied 'Oude ontginningsgronden', op de rand met het deelgebied 'Bliterswijck'.

Kenmerken en waarden van de Oude ontginningsgronden betreffen onder meer: Kenmerken: • Lintbeplan�ng aan diverse wegen en een deel van het spoor. Nog een enkele verkaveling omzoomd door singels; • Oud bouwland hee� een mozaïekstructuur van diverse kavelgrooten in diverse rich�ngen en diverse openheid. Afwisseling in open en gesloten gebieden met een redelijk hoge bebouwingsdichtheid; • Grote diversiteit aan bedrijvigheid. De oude clusters bestaan uit agrarische bedrijvigheid en gemengd wonen. Waarden: • Afwisseling tussen open en gesloten gebieden door varia�e aan groenstructuren op erfranden en perceelsgrenzen; • Laanbeplan�ng langs wegen; • Mozaïekstructuur en diversiteit in kavelgroote; • Bebouwing veelal gelegen in linten of bebouwingsclusters De toe te voegen vrijstaande woning sluit aan bij deze kenmerken en waarden doordat met (een ruim opgezete kavel) een afronding van het bebouwingslint ontstaat. 17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

De nokrich�ng van de woning is evenwijdig aan de straat waarmee wordt aangesloten bij de ruimtelijke opzet van de straat waarbij de nokrich�ng van alle hoofgebouwen eveneens evenwijdig aan de straat is. Onderhavig plan wordt landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing voorziet in een er�eplan�ng met hagen, en losse bomenrijen op erfranden en perceelsgrenzen. Met een voorwaardelijke verplich�ng in de regels is de uitvoering van het inpassingsplan geborgd. Daarmee is het plan passend binnen het Ruimtelijk KwaliteitsKader. 3.5.9 Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray, 2e herziening 2018 In de nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray, 2e herziening 2018' (welke onderdeel is van het Ruimtelijk KwaliteitsKader, zie 3.5.8) ) past de gemeente Venray een differen�a�e in welstandstoezicht toe. Het welstandsbeleid wordt in de eerste plaats gedifferen�eerd naar de specifieke situa�e in wijken, buurten of gebieden en naar de plaats van een bouwwerk op het erf. Dit betekent dat minder beeldbepalende gebieden (waaronder grote delen van Venray, de kerkdorpen en bedrijventerreinen) preven�ef worden getoetst door een ambtenaar.

Voor nieuwe hoofdgebouwen, monumenten en plannen die niet passend zijn binnen de vigerende planologische situa�e wordt de toetsing uitgevoerd door de welstandscommissie (in Venray het Adviesbureau OmgevingsKwaliteit (AOK). Planspecifiek Voorliggend ini�a�ef voorziet in het toevoegen van twee woningen en omzeten van twee bedrijfswoningen in burgerwoningen in het buitengebied van de gemeente Venray. Het AOK (Adviesbureau OmgevingsKwaliteit) zal het ini�a�ef daarom niet toetsen aan de welstandsnota. Wel wordt het plan ambtelijk getoetst. De nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray' staat het ini�a�ef niet in de weg. 3.5.10 Venray Vergroent De gemeente Venray hee� een belangrijke rol om problemen als klimaatverandering, luchtkwaliteit, hevige buien en afnemende biodiversiteit het hoofd te bieden. Venray Vergroent is een programma waarin de gemeente samen met inwoners op een slagvaardige, integrale en ambi�euze wijze werkt aan deze opgaven. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: 1. Energietransi�e; 2. Klimaatadapta�e; 3. Circulaire economie. Energietransi�e De gemeente Venray wil energie gaan besparen door de totale energievraag dras�sch te verminderen. Desondanks zal er ook in de toekomst energie nodig zijn. Deze energie zal duurzaam worden opgewekt.

Par�culieren kunnen dit doen door gebruik te maken van zonne-energie en nieuwe woningen niet meer aan te sluiten op het gasnetwerk maar anderszins te verwarmen. Bijvoorbeeld via warmtepompinstalla�es. Klimaatadapta�e Er zijn vier gemeentelijke speerpunten rondom dit onderwerp: wateroverlast, hite, droogte en biodiversiteit. Door overtollig hemelwater af te koppelen en op eigen terrein van par�culieren te borgen wordt het riool ontlast. Huiseigenaren kunnen hun tuinen bewuster inrichten door stenen zoveel als mogelijk te verwijderen en extra groen aan te leggen. Groen biedt meer ruimte om hemelwater in de bodem te infiltreren en zorgt daarnaast voor een verkoelend effect �jdens warme dagen. Een varia�e aan bomen en struiken (bloem-/besdragend) komt daarnaast ten goede aan het herstellen van de biodiversiteit. Naast duurzaamheid en energie kan er aandacht worden besteed aan natuur inclusief bouwen. Hierbij kan gedacht worden aan ingebouwde nestkastjes of het realiseren van parkeergelegenheid met grasbeton tegels. Op plate daken kan gebruik gemaakt worden van groen-/sedumdaken. Dit is naast wateropvang goed als isolerende maatregel bij extreme temperaturen. Ook in combina�e met zonnepanelen is dit een goede op�e, hierdoor hebben zonnepanelen een hoger rendement. Ook overstekken op de juiste plaats kunnen bijdragen bij aan minder zoninstraling in het gebouw bij hete zomers.

Circulaire economie De gemeente formuleert meerdere speerpunten rondom het onderwerp 'circulaire economie': bewustwording, inkopen, samenwerking, verdienmodellen en meten is weten. Er zijn daarnaast verschillende niveaus waarop bijgedragen kan worden aan de circulaire economie. Deze niveaus zijn inzichtelijk gemaakt in de 'Venrayse

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

18

circulaire ladder'. Het hoogste niveau verdient de voorkeur. Daar worden de meeste grondstoffen bespaard en is dit daarmee de meest efficiënte interven�e. Er kan worden gekeken naar biobased bouwen en toepassing van circulaire isola�e materialen ( houtvezel, hennep etc. ) het voordeel hiervan is dat deze materialen het lee�limaat bevorderen (natuurlijke materialen) en langdurig CO2 opslaan op deze wijze. Maar ook duurzame bouwmethoden kunnen gebruikt worden.

Venrayse circulaire ladder (bron: Uitvoeringsagenda Circulaire Economie Venray)

Planspecifiek In deze paragraaf alsmede paragraaf 5.5 is uiteengezet op welke wijze het thema duurzaamheid is geïntegreerd in voorliggend plan. De toe te voegen vrijstaande woning krijgt geen aanslui�ng op het gasnetwerk en voldoet aan de huidige eisen voor duurzaamheid en energie (BENG/ENG eisen). Voor de opwek van warmte en energie wordt voorzien in een warmtepomp respec�evelijk zonnepanelen. Met de sloop van de glasopstanden en de bedrijfsruimten neemt het verhard oppervlak aanzienlijk af en ontstaat er zo meer ruimte om overtollig regenwater te kunnen infiltreren in de bodem. De vier burgerwoningen die met dit plan ontstaan worden landschappelijk ingepast. De toename van bomen en struiken zorgt voor een verkoelend effect en draagt bij aan het herstel van de biodiversiteit. Voorliggend ini�a�ef sluit aan op 'Venray Vergroent'. 3.5.11 Geldende plannen De gemeente Venray beschikt nog niet over een omgevingsplan dat is opgesteld op grond van de Omgevingswet. Daarom is voorliggend ini�a�ef getoetst aan het geldende, �jdelijke deel van het omgevingsplan.

Het �jdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen �jdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (ar�kel 38, Monumentenwet 1988), geurverordening (ar�kel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (ar�kel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (ar�kel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (ar�kel 14, Besluit externe veiligheid inrich�ngen)) en de bruidsschat. Hiermee wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Om te bepalen of het ini�a�ef past binnen het omgevingsplan, wordt getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan dat één op één is overgenomen in het �jdelijk deel van het omgevingsplan. Het �jdelijk deel van het omgevingsplan omvat onder meer de door de gemeente Venray vastgestelde bestemmingsplannen 'Buitengebied - Oost gemeente Venray' (vastgesteld op 18 juni 2013) en 'Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk Kwaliteitskader' (vastgesteld op 31 oktober 2023). Navolgende a�eelding gee� de vigerende planologische situa�e weer.

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

Uitsnede verbeelding vigerende planologische situa�e (bron: htps://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden. Ter plaatse van het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch'. Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen met daarop de func�eaanduiding 'glastuinbouw'. Ter plaatse van deze aanduiding is de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf toegestaan. Tevens is aan de zuidkant van het plangebied twee keer de func�eaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Binnen het plangebied zijn de bestemmingsvlakken 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde Archeologie 3' van toepassing. Tevens geldt het bestemmingsvlak 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed'. Het plangebied is daarnaast gelegen in gebieden die zijn aangeduid als 'agrarisch gemengd' en 'reconstruc�ewetzone verwevingsgebied'. Strijdigheden ini�a�ef in rela�e tot omgevingsplan. Het vigerende omgevingsplan voorziet niet in de mogelijkheid om bedrijfswoningen om te zeten in burgerwoningen of om burgerwoningen toe te voegen. Het omzeten van twee bedrijfswoningen in burgerwoningen en het toevoegen van twee burgerwoningen is daarmee strijdig met de vigerende planologische situa�e. Middels onderhavig plan worden de ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het bestemmingsvlak 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed'. Ter plaatse van deze aanduiding is bouwen in beginsel niet toegestaan.

Echter, op 1 april 2024 is het Besluit ac�viteiten leefomgeving in werking getreden. Hierin hee� Rijkswaterstaat het beperkingengebied van onderhavige loca�e geschrapt. Formeel geldt het omgevingsplan nog steeds zolang de wijziging niet is verwerkt in het omgevingsplan. Met dit plan kan het bestemmingsvlak ‘Waterstaat -Stroomvoerend deel rivierbed’ worden geschrapt en levert die aanduiding geen belemmeringen meer op. De ac�viteit past verder binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente. De ac�viteit is echter in strijd met de regels van het omgevingsplan. Daarom wordt het omgevingsplan gewijzigd waarvoor onderhavige onderbouwing is opgesteld.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

20

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze aangetoond wordt dat met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde leefomgeving ontstaat en behouden blij� voor nu en in de toekomst.

4.1

Weging van het waterbelang

Het wetelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wetelijk kader is a�ankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Ar�kel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opva�ngen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, betrokken.

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld: • Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en (4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow); • Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van (1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en (2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow); • Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project moeten worden getroffen.

Over het ini�a�ef wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder. Gemeentelijk rioleringsplan In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025, vastgesteld op 14 december 2021, is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2022 tot en met 2025 vastgelegd. Het plan wordt door de gemeente gebruikt om nu en in de toekomst aan de gemeentelijke zorgplichten te kunnen voldoen en als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de indeling van het GRP is rekening gehouden met de nieuwe Omgevingswet (Ow). Het veranderende klimaat en de verstedelijking brengen grote uitdagingen met zich mee. Regenbuien worden steeds extremer en komen vaker voor, met veel overlast en schade tot gevolg. Ook het vasthouden van het gewenste grondwaterpeil wordt moeilijker �jdens extreem lange droge of nate perioden. Omdat het aantal warme dagen toeneemt wordt hitestress ook een probleem, vooral in een gebouwde omgeving met weinig groen en veel verharding. Het besef groeit dat wateroverlast niet langer is op te lossen door alleen maar het aanpassen van de riolering. Om extreme buien doelma�g te verwerken moet de gehele buitenruimte beter worden benut. Bijvoorbeeld via de aanleg van meer groene voorzieningen, bergingsbassins en oppervlaktewater. Maar ook het vergroenen van daken en tuinen en het opwaarderen van bestaande sloten draagt daar aan bij.

Hemelwater dient zo lokaal mogelijk te worden verwerkt en kan worden benut voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving. In het GRP gee� de gemeente aan dat inwoners hemelwater zoveel mogelijk op eigen perceel dienen te infiltreren. Bij nieuwe ruimtelijke par�culiere ontwikkelingen is het streven om hemelwater bij voorkeur bovengronds te infiltreren in de bodem. De gemeente hanteert daarbij de volgende voorwaarden: 1. de infiltra�evoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken*; 2. de infiltra�evoorziening dient een leegloop�jd te hebben van 24 uur of minder; 3. de aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. 21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

* De norm van 60 mm geldt alleen als er geen verbinding is tussen de infiltra�evoorziening en oppervlaktewater. Als de infiltra�evoorziening loost op een oppervlaktewater gelden de normen van het Waterschap. Deze stelt dat de infiltra�evoorziening minimaal 100 mm groot moet zijn. Pas daarna mag een eventueel overschot worden geloosd op het oppervlaktewater. Het waterschap adviseert overigens om al�jd, dus ook als er geen verbinding is tussen infiltra�evoorziening en oppervlaktewater, 100 mm aan te houden. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Limburg. Voor dit waterschap is het niet mogelijk een digitale watertoets uit te voeren. Het waterschap zal daarom via het wetelijk vooroverleg op de hoogte worden gebracht van voorliggend ini�a�ef. Hemelwater/afvalwater Uitgangspunt van het ini�a�ef is dat hemelwater geborgen en geïnfiltreerd wordt op eigen terrein. Met de beoogde ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak ter plaatse (sloop glasopstanden) af. Hiermee verbetert de huishoudkundige situa�e in het plangebied. Tevens voorziet het plan in het toevoegen van infiltra�egreppels aan de noordoostkant van de tuinzone. De exacte benodigde capaciteit hiervoor zal worden onderbouwd bij het aanvragen van de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Gelet op de omvang van de ontwikkeling, alsmede de beschikbare ruimte binnen het plangebied, kan gesteld worden dat voor het aanbrengen van waterbergende voorzieningen voldoende ruimte is. Afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater. Het afvalwater wordt afgevoerd via het bestaande rioolnetwerk (vrij verval riool). Hiervoor is voldoende capaciteit beschikbaar.

4.2

Ac�viteiten en milieuzonering

Bedrijven (die ac�viteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige func�e, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemo�veerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige func�es ter bescherming of vergro�ng van de lee�waliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publica�e “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurispruden�e, een goed houvast hierbij. De in deze publica�e genoemde richtafstanden gelden voor gemiddelde situa�es. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden. Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publica�e uitgegeven: Ac�viteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publica�e is om de toela�ng van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. In de nieuwe systema�ek wordt de toela�ng van ac�viteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsac�viteiten met milieucategorieën.

Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende ac�viteiten/ func�es nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publica�e 'Bedrijven en milieuzonering'. Planspecifiek Aan de Antoniusstraat zijn verschillende bedrijven gelegen. Omdat met het ini�a�ef nieuwe milieugevoelige gebouwen mogelijk worden gemaakt, is voor het toevoegen van de vrijstaande woning ten noordwesten van de woning Antoniusstraat 34 en het splitsen van de woningen Antoniusstraat 32/32A het woon- en lee�limaat beoordeeld aan de hand van de VNG-richtafstanden. De andere woningen zijn reeds bestaand en daarmee zijn nega�eve effecten als gevolg van het plan op voorhand uit te sluiten. Aan de Langstraat 30 - Antoniusstraat 38 is een transportbedrijf gelegen. Voor dit bedrijf is milieucategorie 2 met een bijbehorende grootste richtafstand van 30 m van toepassing. De afstand van het perceel bij de extra woning tot de (bestemmings)grens van dit bedrijf bedraagt meer dan 50 meter, waarmee ruimschoots aan de richtafstand voldaan wordt. Daarnaast is aan de Antoniusstraat 24 een intensieve veehouderij gelegen. Voor dit bedrijf is milieucategorie 3.2 met een bijbehorende grootste richtafstand van 100 m voor geur, 30 m voor stof en 30 m voor geluid van toepassing.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Antoniusstraat 32-32A-34, Blitterswijck

22

Het milieuaspect geur als gevolg van veehouderij op deze loca�e is behandeld in paragraaf 4.5. Hier is toegelicht dat het aspect geur geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkeling. Daarnaast bevinden de toe te voegen vrijstaande woning en de te splitsen woning zich op meer dan 35 m afstand van de (grens van de) veehouderij om hinder als gevolg van andere milieuaspecten uit te kunnen sluiten. Het optreden van milieuhinder door andere bedrijven/instellingen is, vanwege het ontbreken daarvan in de directe omgeving, op voorhand uit te sluiten. Aangezien voldaan wordt aan de richtafstanden, kan geconcludeerd worden dat het ini�a�ef niet tot belemmeringen leidt ten aanzien van de in de omgeving gelegen bedrijven. Het aspect milieuzonering levert daarmee geen belemmeringen op ten aanzien van de ontwikkeling.

4.3

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instruc�eregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de func�onele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigen en aantas�ngen; • evenwich�g func�es toe te delen aan loca�es, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • de resterende historische verontreinigingen en aantas�ngen duurzaam en doelma�g te beheren. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het defini�eve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunc�e verschillen. Bij wijzigingen van ac�viteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Planspecifiek Voor onderhavig ini�a�ef is een verkennend onderzoek bodem uitgevoerd, zie bijlage 1. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied enkel lichte verontreinigingen in de bovengrond zijn aangetoond.

In het grondwater en in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. De aangetroffen verontreinigingen zijn vermoedelijk veroorzaakt door de voormalige bedrijfsac�viteiten, maar vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn zowel zintuiglijk als analy�sch in de bodem geen asbesthoudende materialen aangetroffen/aangetoond. De resultaten bieden daarmee geen aanleiding tot het verrichten van nader bodemonderzoek.

4.4

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instruc�eregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instruc�eregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de 'omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit' opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende s�kstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een ac�viteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplich�ng; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Na�onaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. Niet in betekende mate (NIBM) Voor een ac�viteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor s�kstofdioxide en fijnstof nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974952/1