Toelichting Bijlage 7 Geuronderzoek
Tekst van het document
Pouderoyen BV St. Stevenskerkhof 2 6500 AD Nijmegen (T) 024 – 322 45 79 (F) 024 – 324 12 40 info@pouderoyen.nl www.pouderoyen.nl
MEMO Aan T.a.v. Van
: Arcadis Nederland BV : Gabe van Wijk : Koen Albers, Henk Ullenbroeck
Datum Betreft Project
: 14 januari 2020 : Geuronderzoek bedrijventerrein Klaver 15, De Spurkt in Venray : P199107
Aanleiding Het ontwikkelbedrijf Greenport Venlo ontwikkeld een bedrijventerrein (Klaver 15) op het grondgebied van de gemeente Venray. Het bedrijventerrein wordt ontwikkeld in het gebied Spurkt, ten noorden van de kern Venray, aansluitend aan het bedrijventerrein Smakterheide. Het bedrijventerrein is bedoeld voor regionaal gebonden bedrijven die actief zijn in de maakindustrie, agrofood en in de logistieke sector. Om het ontwikkelen van het bedrijventerrein planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een bestemmingsplan opgesteld. Voor het bestemmingsplan moet een milieueffectrapport (MER) opgesteld worden vanwege de op voorhand niet uit te sluiten significante effecten op Natura 2000-gebieden. In de omgeving van het beoogde plangebied liggen een aantal veehouderijen welke mogelijk een beperking op kunnen leveren vanwege de geurbelasting (t.g.v. het houden van vee) op het gebied. Aan Pouderoyen Compagnons is gevraagd om ten behoeve van het bestemmingsplan en het MER de situatie voor wat betreft agrarische geurhinder uit de stallen van de omliggende veehouderijen in beeld te brengen en eventuele knelpunten te signaleren.
Wettelijk kader Bij het verlenen van vergunningen voor veehouderijen en bij het opstellen van bestemmingsplannen of andere besluiten op het gebied van de ruimtelijke ordening moet rekening worden gehouden met de geurbelasting uit stallen van veehouderijen. De op 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt voor de vergunningverlening hiervoor het beoordelingskader. Deze wet geeft aan hoe bij een aanvraag voor een milieuvergunning de geuremissies uit stallen van veehouderijen en de geurbelasting op geurgevoelige objecten moet worden meegenomen. Ook heeft de wet consequenties voor de wijze waarop in ruimtelijke plannen het aspect geurbelasting door veehouderijen moet worden betrokken.
IBAN NL 29 RABO 0154 8198 75 BIC RABONL2U handelsregister nijmegen nr. 14066614 b.t.w. nr. NL 81 04 81 996 B 01 Op alle transacties zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. U kunt deze ter inzage aanvragen.
P199107.003/, pagina 2 van 8
In de Wgv is een onderscheid gemaakt in de geurbelasting in gebieden met veel veehouderijen (concentratiegebieden) en de overige gebieden, de niet-concentratiegebieden. De concentratiegebieden zijn aangegeven in de Meststoffenwet en bestaat uit delen van de provincies Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht en Overijssel. De gemeente Venray ligt in het concentratiegebied. Een belangrijk uitgangspunt van de Wgv is dat in gebieden met veel veehouderijen (de concentratiegebieden) mensen minder snel geur als hinderlijk ervaren dan mensen in de niet-concentratiegebieden. In de Wgv is de systematiek vastgelegd hoe de geurhinder uit stallen van veehouderijen beoordeeld moet worden. Voor diercategorieën, waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (zoals voor varkens en pluimvee), wordt de toetsingswaarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. De geurbelasting wordt uitgedrukt in aantallen Europese odeur units in een volume-eenheid lucht (Ou/m³: odeur units per kubieke meter lucht). Eerst wordt de geuremissie berekend door het aantal dieren te vermenigvuldigen met de betreffende geuremissiefactor.
Vervolgens wordt de geuremissie vanuit de gezamenlijke dierenverblijven - samen met andere variabelen zoals de afstand tot de dichtstbij gelegen geurgevoelig objecten - ingevoerd in een (wettelijk voorgeschreven) model waarmee de verspreiding van de geur in de omgeving wordt berekend. De uitkomst hiervan is de geurbelasting op basis van de vergunde dierplaatsen op voor geurhinder gevoelige objecten. Voor bedrijven zonder geuremissiefactor, zoals melkveebedrijven en paardenhouderijen, gelden vaste afstanden van 100 en 50 meter voor respectievelijk objecten binnen en buiten de bebouwde kom. Gemeenten kunnen op grond van de Wet geurhinder en veehouderij binnen een bepaalde bandbreedte variëren met de bescherming van geurgevoelige objecten. Als een gemeente geen gebruik maakt van deze bevoegdheid of besluit geen eigen, afwijkende waarde vast te stellen gelden vaste wettelijke waarden (geurnormen en vaste afstanden). In de actuele geurverordening van de gemeente Venray voor bedrijventerrein een individuele geurnorm (voorgrondbelasting, de maximale geurbelasting van 1 veehouderij) van 8 Ou/m³ vastgesteld. In een daarbij behorende beleidsregel is aangegeven dat de cumulatieve geurbelasting (de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen) voor bedrijventerreinen in Venray maximaal 20 Ou/m³ mag bedragen om de geurbelasting als aanvaardbaar aan te merken.
P199107.003/, pagina 3 van 8
Veehouderijen in de omgeving van het plangebied In onderstaand kaart zijn de veehouderijbedrijven en de agrarische bouwvlakken van de veehouderijen in de omgeving van het plangebied weergegeven. Met name ten oosten van het plangebied zijn enkele grote varkenshouderijen aanwezig, welke geurhinder kunnen veroorzaken. In het plangebied ligt nu nog één veehouderij (paardenfokkerij). Deze wordt t.b.v. de ontwikkeling van het plangebied bedrijventerrein aangekocht en beëindigd, evenals de nu nog in het plangebied aanwezige woningen en overige bebouwing.
Figuur 1: Veehouderijen in de omgeving van het plangebied (bron: gemeente Venray, BVB registratie provincie Limburg
Achtergrondbelasting Op onderstaand kaartje is achtergrondbelasting geurhinder in het plangebied weergegeven. Dat is de cumulatieve geurbelasting ui de stallen van alle veehouderijen in de omgeving te samen. Hierbij is ook de achtergrondbelasting van de veehouderijen op een grotere afstand van het plangebied betrokken, op basis van gegevens uit de provinciale registratie van veehouderijen van de provincie Limburg. Pouderoyen Compagnons heeft in 2019 dit bestand namens de provincie en gemeenten (waaronder Venray) geactualiseerd en op basis van die gegevens de geurbelasting uit stallen van veehouderijen in Noord- en Midden in kaart gebracht. In de berekening van de achtergrondbelasting is rekening gehouden met de aanpassing van de geuremissiefactoren van luchtwassers in 2018, waardoor de berekende geurbelasting hoger is dan de geurbelasting zoals die werd berekend voor die aanpassing.
P199107.003/, pagina 4 van 8
De achtergrondbelasting in het plangebied bedraagt maximaal 5,8 Ou, op het dichtst bij de veehouderij gelegen aan Spurkt 12 gelegen punt (het varkensbedrijf gelegen ten oosten van het plangebied). Dit is ruim beneden de norm voor de achtergrondbelasting van 20 Ou voor een aanvaardbaar woon-, werk- en leefklimaat, welke door de gemeente Venray gehanteerd word voor bedrijventerreinen. Ook als de achtergrondbelasting wordt beoordeeld op basis van de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij 2007, die in opdracht van het rijk is opgesteld t.b.v. de inwerkingtreding van de Wet geurhinder en veehouderij, is er binnen het plangebied sprake van een zeer goed tot goed leefklimaat (zie figuur 2) en vormt de achtergrondbelasting geen belemmering voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein
Figuur 2: Beoordeling leefklimaat op basis van de achtergrondbelasting t.a.v. geurhinder
P199107.003/, pagina 5 van 8
Voorgrondbelasting Uit onderzoek dat ten grondslag ligt aan de Wet geurhinder en veehouderij, Wgv (PRA 2001) is gebleken dat de geurhinder als gevolg van de geurbelasting van één veehouderij anders is dan als gevolg van de totale geurbelasting van meerdere veehouderijen, de achtergrondbelasting. Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting maatgevend is indien die tenminste de helft bedraagt van de cumulatieve geurbelasting, dus de achtergrondbelasting (bron: handreiking Wgv, bijlage 6 en 7, 2007). De grootste bijdrage aan de geurbelasting op het plangebied geleverd door de varkenshouderij op Spurkt 12, het eerste bedrijf ten oosten van het plangebied. Op onderstaand kaartje is de maximale voorgrondbelasting weergegeven, wederom beoordeeld op basis van de Handreiking Wgv. Ook voor wat betreft de voorgrondbelasting wordt het leefklimaat in het gehele plangebied als zeer goed tot goed beoordeeld. De maximale voorgrondbelasting bedraagt 3,5 Ou en ligt ruim onder de voorgrondnorm voor bedrijventerreinen in Venray (maximaal 8 Ou).
Figuur 3:Beoordeling leefklimaat op basis van de maximale voorgrondbelasting t.a.v. geurhinder
P199107.003/, pagina 6 van 8
Geurnormen en omgekeerde werking Op onderstaand kaartje zijn de vigerende geurnormen in het plangebied en omgeving weergegeven. Deze zijn vastgesteld in de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray 2011. Op dit moment is de geurnorm in het plangebied 14 Ou, de norm voor buitengebied. In dit onderzoek is er uitgegaan dat, indien de geurverordening geactualiseerd zou worden, er getoetst moet worden aan norm voor bedrijventerreinen in de gemeente Venray, van 8 Ou.
Figuur 4: Vigerende geurnormen omgeving plangebied
Zoals hiervoor aangegeven wordt de meeste geurhinder veroorzaakt door de varkenshouderij gelegen aan Spurkt 12. Voor deze veehouderij zijn daarom de geurhindercontouren berekend, welke zijn weergegeven op onderstaande kaart. Zowel de 14 Ou als de 8 Ou contour overlappen niet met het plangebied. In het kader van de zogenaamde “omgekeerde werking” heeft een veehouderij, voor zover niet beperkt door bestaande objecten of andere factoren, recht om emissiepunten te verplaatsen binnen het bouwblok. Dat betekent dat de maximale contour waarmee rekening gehouden dient te worden groter is. Deze maximale geurhindercontouren, de contouren rondom het agrarisch bouwblok, zijn eveneens weergegeven op de kaart.
P199107.003/, pagina 7 van 8
De 14 Ou contour rondom het bouwblok van de veehouderij Spurkt 12 ligt op ruime afstand van het plangebied. Dat betekent dat er vanuit het oogpunt van omgekeerde werking geen problemen te verwachten zijn. Ook de 8 Ou contour rondom het bouwblok blijft nog op afstand van het plangebied. Een eventuele wijziging van de geurnorm van het gebied naar 8 Ou zou daarmee ook geen problemen opleveren. De 3 Ou contouren (de voorgrondbelasting voor bestaande woonkernen) overlappen wel met het plangebied, maar die norm is niet van toepassing voor dit plangebied en het ligt niet in de rede dat een dergelijke norm voor dit plangebied binnen afzienbare tijd wordt vastgesteld door de gemeente Venray. De ontwikkeling van het bedrijventerrein leidt v.w.b. geurhinder uit stallen van de nabijgelegen veehouderij dus niet tot een beperking van de rechten van de omliggende veehouderijen. Ook de omgekeerde werking vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Figuur 5: Geurhindercontouren veehouderij Spurkt 12
P199107.003/, pagina 8 van 8
Ontwikkeling van de geurbelasting Een toename van de geurbelasting vanwege uitbreiding van de veehouderij gelegen ten oosten van het plangebied is v.w.b. de Wgv en de gemeentelijke geurnormen is niet uitgesloten. Bestaande woningen in het buitengebied (geurnorm 14) en bestaande geurgevoelige objecten op het bestaande bedrijventerrein zijn v.w.b. dit aspect maatgevend. Dat een eventuele uitbreiding leidt tot een toename van de voorgrondbelasting boven de 8 Ou en/of de achtergrondbelasting boven de 20 Ou is zeer onwaarschijnlijk. De gemeente kan een eventuele ongewenste uitbreiding van de geurbelasting tegengaan via een het nemen van een voorbereidingsbesluit (op basis van de Wgv) Op basis van de wet- en regelgeving op het gebied van stikstof en de bescherming van Natura2000 gebieden, in combinatie met de gemeentelijke afwegingsruimte op het gebied van de ruimtelijke ordening (ook bij uitbreiding van bouwvlakken van veehouderijen), de Wet geurhinder en veehouderij en straks de Omgevingswet, wordt in Noord- en Midden Limburg op termijn een daling van de emissies van ammoniak en geur en daarmee ook van de geurbelasting verwacht. Onderzoek dat Pouderoyen Compagnons momenteel (januari 2020) uitvoert in opdracht van de provincie Limburg, bevestigd deze verwachting.
Conclusie Vanuit het oogpunt van geurhinder uit stallen van veehouderijen zijn er op dit moment geen belemmeringen voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Klaver 15 en worden deze ook in de toekomst niet verwacht.
MEMO Aan:
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo
T.a.v. :
Robert-Jan Brunnekreeft
Kopie:
Nick Bergman (Arcadis)
Van:
Henk Ullenbroeck
Datum:
30 september 2020
Betreft:
Bestemmingsplan De Spurkt in Venray
Project:
P199107.001 vervolg geuronderzoek De Spurkt
Aanleiding voor deze memo Burgemeester en wethouders van de gemeente Venray hebben op 25 juni 2020 het ontwerp bestemmingsplan en milieueffectrapport voor het bedrijventerrein De Spurkt ter inzage gelegd. Met het bestemmingsplan wordt de planologische basis gelegd voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein met een netto-oppervlakte van circa 30 ha. Dit bedrijventerrein is bedoeld voor doorgroeiende regionaal gebonden bedrijven uit Venray. Het bedrijventerrein richt zich op middelgrote (Venrayse) bedrijven vanaf circa 1,5 tot 2 hectare die actief zijn in de maakindustrie, agrofood en logistieke sector. Tevens wordt ingezet op grootschalige bedrijven. Er worden geen bedrijven toegestaan met een milieucategorie hoger dan 4.2 volgens de richtafstandenlijst 'bedrijven en milieuzonering' van de VNG. Ten behoeve van het ontwerp bestemmingsplan is er door Pouderoyen in opdracht van Arcadis een onderzoek gedaan naar de geurbelasting t.g.v. de geuremissie uit stallen van veehouderijen. In de omgeving van het beoogde plangebied liggen een aantal veehouderijen welke mogelijk een beperking op kunnen leveren vanwege de geurbelasting.
De conclusie van dit onderzoek (vastgelegd in onze memo van 14 januari 2020) is dat er, vanuit het oogpunt van geurhinder uit stallen van veehouderijen, geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van bedrijventerrein zijn vanwege de zogenaamde omgekeerde werking (mogelijke aantasting van rechten van de nabijgelegen veehouderijen). Ook zijn er geen belemmeringen m.b.t. de toets of er sprake is – en blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat i.r.t de geurbelasting door veehouderijen ter plaatse van het te ontwikkelen bedrijventerrein. De cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting genoemd) t.g.v. emissies van geur uit stallen van veehouderijen ligt ver onder de norm voor de achtergrondbelasting van deze vorm van geur, welke door de gemeente Venray gehanteerd word voor bedrijventerreinen. Ook als de achtergrondbelasting wordt beoordeeld op basis van de Handreiking Wet geurhinder en
Pouderoyen BV
P199107.001.003/HUL, pagina 2 van 10
veehouderij, die in opdracht van het rijk is opgesteld t.b.v. de inwerkingtreding van de Wet geurhinder en veehouderij, is er binnen het plangebied sprake van een zeer goed tot goed leefklimaat en vormt de actuele achtergrondbelasting geen belemmering voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in het ontwerpt bestemmingsplan en het milieueffectrapport. In augustus 2020 heeft de commissie m.e.r. het milieueffectrapport beoordeeld. De commissie heeft het geadviseerd het onderzoek v.w.b. het aspect geur uit te breiden door onderzoek te doen naar de mogelijke geurhinder op omliggende woningen door geprojecteerde activiteiten in het plangebied. De commissie merkt op dat het ontwerp bestemmingsplan agrofood activiteiten mogelijk maakt, waarbij het aspect geur relevant kan zijn. De commissie adviseert daarom de mogelijke geurhinder, door de vestiging van bedrijven die geur emitteren, voor woningen in de omgeving te onderzoeken en geeft in overweging hierbij gebruik te maken van kentallen of contouren. Daarnaast vraagt de commissie in te gaan op mogelijke mitigerende maatregelen. In deze memo is op verzoek van het ontwikkelbedrijf Greenport Venlo nader ingegaan op dit aspect. Geurbelasting en hinder Geur is de eigenschap van organische stoffen die met behulp van zintuigen in de neus kan worden waargenomen.
Geur wordt uitgedrukt in geurbelasting (Europese odourunits, OUe) en in geurhinder (percentage gehinderden). Geurhinder treedt op als de herhaaldelijk waargenomen geur als onaangenaam wordt beoordeeld en het welbevinden daardoor negatief wordt beïnvloed. Bij hogere concentraties geur kan er sprake zijn van gezondheidseffecten die verbonden zijn aan de waarneming van de geur: (ernstige) hinder, verstoring van gedrag en activiteiten, en mogelijk stress-gerelateerde gezondheidsklachten, zoals hoofdpijn, benauwdheid en misselijkheid. Naast de geurbelasting (concentratie van geurstoffen die wordt ervaren) is er een groot aantal persoonsgebonden factoren en omgevingsfactoren die deze relatie beïnvloedt, zodat lokaal zowel minder als meer hinder op kan treden dan verwacht. Hoe hinderlijk mensen een geur vinden hangt onder andere af van de aangenaamheid, duur, frequentie en intensiteit van de geur. Ook de gewenning, het tijdstip en de vermijdbaarheid van de blootstelling spelen een belangrijke rol. Of de hinder ook tot gezondheidsklachten leidt, is persoonsgebonden en afhankelijk van de persoonlijke stress er erki g . In de GGD-richtlijn Geur en gezondheid wordt ervan uitgegaan, dat er voor de geurstoffen geen toxicologische advieswaarden worden overschreden, omdat deze stoffen een geurdrempel hebben die veel lager is dan deze advieswaarden.
Van de gezondheidseffecten van geur is er alleen voor (ernstige) hinder een kwantitatieve dosis-responsrelatie met de geurbelasting. Elke geur kan boven de geurdrempel waargenomen worden en als hinderlijk of ernstig hinderlijk ervaren worden. Hoe hoger de geurbelasting wordt, hoe meer kans dat mensen gehinderd zijn en hoe hoger het
P199107.001.003/HUL, pagina 3 van 10
percentage dat gehinderd of ernstig gehinderd is. Het is echter niet eenvoudig te zeggen hoeveel geurhinder gezondheidskundig gezien aanvaardbaar is. Voor haar advisering met betrekking tot het percentage (ernstige) hinder sluit de GGD aan een richtwaarde van maximaal 12% kans op hinder (0-3% ernstige hinder) en een bovenwaarde van maximaal 20% kans op hinder (tot 10% ernstige hinder). Geuroverlast kan afkomstig zijn van diverse bronnen, bijvoorbeeld houtkachels, allesbranders, barbecue, verkeer, het riool, aanwending van mest, een veehouderij of een industriële toepassing. Grenswaarden m.b.t. de maximale geurbelasting Het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat algemene milieuregels voor bedrijven, maar regelt niet het voorkómen van geurhinder. Gemeenten en provincies kunnen zelf regels opstellen voor wat betreft geuroverlast door industriële bedrijven. De gemeente Venray geen eigen normen vastgelegd met betrekking tot geurbelasting van individuele industriële bedrijven of de cumulatie van geur vanwege meerdere industriële bedrijven samen. Datzelfde geldt voor de provincie Limburg. Ook de uitvoeringsregeling van de Omgevingswet bevat weinig regels algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten over geur (in het Besluit activiteiten leefomgeving). Bij een klein aantal activiteiten zijn wel algemene maatregelen opgenomen om de geuremissie te beperken.
Uitgangspunt van de Omgevingswet is dat de overheid voor alle activiteiten maatwerk voor geur kan stellen. Zij kan bijvoorbeeld met een maatwerkvoorschrift een geuronderzoek vragen of geurmaatregelen vaststellen. Zo kan een gemeente bij de vergunningverlening in een maatwerkvoorschrift aanvullende eisen stellen aan het beperken van geuremissie vanuit een installatie. Zoals het maatregelen m.b.t. het productieproces (afdekken, gesloten ruimtes, minder of andere stoffen gebruiken die geur emitteren), het gebruik van nageschakelde technieken om de geuremissie te beperken en de inzet van technieken en maatregelen om de concentratie van geur nabij woningen en andere geurgevoelige functies te beperken (meer verdunnen of vergroten afstand). Zie voor een uitgebreider overzicht de Handleiding geur industrie: https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/geur/handleiding-geur/ Voor geur vanuit veehouderijen gelden wel rijksregels. Gemeenten mogen zowel op basis van de huidige wetgeving als op basis van de Omgevingswet eigen normen vastleggen. De gemeente Venray heeft normen vastgesteld m.b.t. de maximale individuele geurbelasting door een veehouderijen en de cumulatieve geurbelasting door meerdere veehouderijen samen. Zie daarvoor onze memo van 14 januari 2020.
P199107.001.003/HUL, pagina 4 van 10
Vanwege het ontbreken van landelijke, provinciale of gemeentelijke normen m.b.t. geur uit industriële activiteiten, zijn in beginsel de planologische mogelijkheden, de aard en omvang van de bedrijven en de activiteiten maatgevend is voor de mogelijke geurbelasting voor de omgeving. Wel heeft de gemeente bij de vergunningverlening (mits bedrijven of activiteiten vergunningplichtig zijn) beleidsruimte m.b.t. de beoordeling van de aanvaardbaarheid van geurhinder. En heeft ze dus de mogelijkheid maatwerkvoorschriften op te nemen in vergunningen. Vanwege het ontbreken van landelijke, provinciale en gemeentelijke geurnormen is in dit onderzoek aangesloten bij de richtafstanden en milieu categorieën uit de uitgave 'bedrijven en milieuzonering' van de VNG, de gemeentelijke geurnormen voor veehouderijen en de beleidsregel industriële geur, zoals die is opgesteld door de provincie Noord-Brabant (26 april 2018). Mogelijke geurhinder op basis van richtafstanden In het ontwerp bestemmingsplan is gebruik gemaakt van milieuzonering van de bestemming die vestiging en uitbreiding van bedrijven mogelijk maakt. Dit is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming van de leefkwaliteit. Vanwege dit ruimtelijk structurerend karakter kan een zonering in het bestemmingsplan juridisch worden vastgelegd.
Zonering is vooral preventief van aard. In de VNG-uitga e edrij e e ilieuzo eri g zijn richtafstanden voor geur opgenomen voor de verschillende milieu categorieën. Op basis van de milieu categorieën die zijn opgenomen in de regeling van het ontwerp bestemmingsplan, zijn deze contouren rondom delen van de edrij e terrei et de este i g edrijf geproje teerd, op basis van de maximale milieucategorie. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Hieronder zijn de richtafstanden opgenomen voor het aspect geur Milieucategorie
Richtafstand geur Rustige woonwijk
Richtafstand geur Gemengd gebied
2 3.1 3.2
30 meter 50 meter 100 meter
10 meter 30 meter 50 meter
4.1
200 meter
100 meter
4.2
300 meter
200 meter
In onderstaande kaarten zijn de richtafstanden voor beide typen gebieden geprojecteerd rondom de bedrijfsbestemmingen, volgens de milieucategorie die daarbij is aangegeven.
P199107.001.003/HUL, pagina 5 van 10
Richtafstanden geur geprojecteerd rondom bestemming bedrijf, gebiedstypering rustige woonwijk (regulier)
Richtafstanden geur geprojecteerd rondom bestemming bedrijf, gebiedstypering gemengd gebied (verkleinde afstanden)
P199107.001.003/HUL, pagina 6 van 10
Uit deze kaart blijkt dat er op basis van deze richtafstanden vooral sprake kan zijn van mogelijke geurhi der oor zoge aa de er lijfso je te gelege op het edrij e terrein Smakterheide en enkele (bedrijfs)woningen ten zuiden van het beoogde bedrijventerreinen. Er is geen sprake van overlap van de contouren met woningen of andere voor geurhinder gevoelige functies in het overige deel van het buitengebied of woongebieden binnen de kern Venray. De overlap met de geurcontouren op basis de milieu categorieën en VNG-afstanden betreft vooral er lijfso je te i e de este i ge edrijf , edrijf , edrijf e edrijf , zoals deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan Smakterheide (vastgesteld 18 juni 2013). Woningen zijn binnen deze bedrijfsbestemmingen niet toegestaan. Bedrijfswoningen alleen daar waar dat is aangeduid en die aanduidingen vallen niet samen met de afstandscontouren. De verblijfsobjecten die wel toegestaan zijn volgens het bestemmingsplan zijn bedrijven, kantooractiviteiten ten dienste van de bedrijvigheid en detailhandel, voor zover dat beperkt is toegestaan. In het westelijk deel van het bedrijventerrein Smakterheide is de bestemming wonen opgenomen voor een verblijfsobject binnen de contour op basis van de gebiedstypering rustige woonwijk voor milieucategorie 4.1. en 4.2.
Dat geldt ook voor de woningen gelegen direct ten zuiden van het plangebied van het beoogde bedrijventerrein De Spurkt. Een bedrijfswoning ten westen van het plangebied ligt binnen de 300 meter contour rondom de bestemming bedrijf met milieucategorie 4.2 . Wanneer wordt uitgegaan van de verkleinde afstanden voor een gemengd gebied, is die overlap er niet. Op basis van de reguliere richtafstanden is hinder voor bewoners van enkele woningen, bedrijfswoningen en de mensen die verblijven/werken in de bedrijven en daaraan gerelateerde functies als kantoren op bedrijventerrein Smakterheide niet uit te sluiten. Hierbij dient wel in acht worden genomen dat er in bovenstaande kaart is gezoneerd vanaf de randen van de bestemming. Activiteiten die geur veroorzaken zullen normaliter niet op de rand van de bedrijfskavels gesitueerd worden. Daarnaast zal vestiging van bedrijven met activiteiten die geur veroorzaken beperkt worden door de restricties die om andere redenen zijn opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan, te weten het uitsluiten van stikstof emitterende bedrijvigheid (artikel 4.5.2 lid e van de planregels) en het niet toestaan van nieuwe m.e.r-plichtige en m.e.r-beoordelingsplichtige activiteiten of uitbreiding van activiteiten (artikel 4.5.1). Mogelijke hinder voor bedrijven op het beoogde bedrijfsterrein De Spurkt is ook mogelijk.
Binnen de este i g edrijf a dit o t erp este i gspla zij edrijfs o i ge iet toegestaa . Mogelijke hinder zal dus kunnen bestaan uit mensen die verblijven binnen de naastgelegen bedrijven, inclusief kantooractiviteiten ten dienste van de bedrijvigheid.
P199107.001.003/HUL, pagina 7 van 10
Mogelijkheden om extra bescherming tegen geurhinder te borgen De gemeente kan het vast te stellen bestemmingsplan deze kans op hinder (uitgaande van richtafstanden en de maximale contouren) beperken door:
De zonering van de milieu categorieën binnen de bestemming bedrijf aan te passen, zodat er ook voor de woningen en bedrijfswoninge die gelege zij i e de axi ale o tour zoals eergege e i o e staa de kaart, ordt oldaa aa de afsta dseise .
In het bestemmingsplan voor de Spurkt geurbelastingsnormen op te nemen voor geurgevoelige functies in de omgeving van het bedrijventerrein, zoals woningen en bedrijfswoningen. Dit om het voorkomen van geuroverlast voor geurgevoelige functies in de omgeving van het bedrijventerrein, naast een sturing via de milieuzonering, op te nemen
In het bestemmingsplan voor de Spurkt regels op te nemen m.b.t. de maximale geurbelasting op de randen van de eigen bedrijfskavels. Die geurnorm geldt dan niet voor de gevel van een ander gevoelige gebouw, maar voor een referentiepunt, zoals de grens van de eigen inrichting / eigen bedrijfskavel of een vaste afstand ten opzichte van de eigen inrichting. Dit om overlast voor werknemers en bezoekers van andere bedrijven op het bedrijventerreinen De Spurkt te voorkomen.
Door in de vergunningverlening voor de bedrijven voorschriften op te nemen m.b.t. het beperken van geuremissies en de geurbelasting.
P199107.001.003/HUL, pagina 8 van 10
Voorbeeld van het opnemen van geurnormen in bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte en omgevingsplannen (Omgevingswet) voor bedrijventerreinen. Bron: VNG, milieuzonering nieuwe stijl, 2019
Mogelijke geurnormen in het bestemmingsplan De Spurkt In onderstaande kaart is op basis van een aanduiding van mogelijke voor geurhinder gevoelige functies in de omgeving van het plangebied, een indicatie gegeven van de geuremissieruimte voor industriële bedrijven. Uitgaande van individuele geurimmissienormen voor nieuwe activiteiten. Hierbij is voor bedrijfswoningen, woningen in het buitengebied en bedrijfsgebouwen waar mensen verblijven een norm gehanteerd van maximaal 1 Ou en voor woningen in de kern Venray een normen van maximaal 0,5 Ou. Hierbij is aangesloten bij de geurnormen (richtwaarden) voor nieuwe activiteiten uit de Beleidsregel industriële geur Noord-Brabant 2018 voor de omgevingscategorieën Wonen (richtwaarde 0,5 Ou, 98-percentiel) en Gemengd (richtwaarde 1,0 Ou, 98-percentiel) De zo bepaalde indicatieve geuremissieruimte is in het noordelijk deel van het plangebied het grootst (circa 10.000 OU) en in het zuidelijk deel van het plangebied het kleinst.
P199107.001.003/HUL, pagina 9 van 10
Indicatie emissieruimte geur bij geurnormen zoals vastgelegd door de provincie Noord-Brabant voor nieuwe industriële activiteiten
In bovenstaand voorbeeld zijn geurgevoelige functies zoals bedrijven en kantoren op het bedrijventerrein Smakterheide met een zelfde norm beschermd als een individuele woning in het buitengebied of een bedrijfswoning van een agrarisch bedrijf. De gemeente kan er voor kiezen om voor geurgevoelige objecten die onderdeel zijn van een (ander) bedrijf, een lagere geurnorm te kiezen, zoals 8 Ou (geurnorm veehouderij voor een bedrijventerrein in Venray) of 10 Ou (gre s aarde oor de ategorie o erig i de Bra a tse beleidsregel voor industriële geurhinder). De gebruikte richtwaarden (te beschouwen als voorkeurswaarden; de grenswaarden in de Brabantse beleidsregel zijn hoger, te weten 1,0 en 2,0u voor de categorie Wonen en Gemengd) zijn aanzienlijk strenger dan de normen die gelden voor veehouderijen in Venray. Ter illustratie is de geuremissieruimte op basis van de normen die gelden voor de veehouderij in onderstaande afbeelding weergegeven. De strengere geurnormen voor industriële bedrijven zorgen ervoor dat de bijdrage van die bedrijven aan de cumulatieve geurbelasting (geur van verschillende bronnen, zoals meerdere industriële bedrijven die geur veroorzaken of andere bronnen van geurhinder) beperkt blijven.
P199107.001.003/HUL, pagina 10 van 10
Voorbeeldberekening emissieruimte geur bij geurnormen zoals vastgelegd in de gemeente verordening geurhinder en veehouderij.
Voorbeeld van het opnemen van geurnormen (98-percentiel waarde) in het bestemmingsplan O Maximaal 0,5 OuE/m3 voor geurgevoelige objecten in de woongebieden die onderdeel zijn van de bebouwde kom, zoals aangeduid in de gemeentelijke geurverordening O Maximaal 2 OuE/m3 voor de woningen gelegen in het buitengebied en op bedrijventerreinen, (zoals aangeduid in de gemeentelijke geurverordening), zelfstandige kantoren en zelfstandige winkels alsmede objecten die met bovengenoemde geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, O Maximaal 5 OuE/m3 op overige voor geurhinder gevoelig objecten, zoals bedrijfswoningen, bedrijven en ondersteunende kantoren op een bedrijventerrein 0 Maximaal 8 OuE/m3 op de rand van de eigen inrichting / het bedrijfskavel Zie voor een nadere duiding van deze normen de beleidsregel industriële geur, zoals die is opgesteld door de provincie Noord-Brabant (26 april 2018).