Technische vragen T Zegers (D66) - Janslust 11
Tekst van het document
-Venray Vragen aan het College in vervolg op de oplegnotitie ‘Janslust 11’ 10 april 2021
*1 Is het zonder meer mogelijk om een gerechtelijke uitspraak met betrekking tot de inrichting en het gebruik van deze locatie middels een wijziging van het bestemmingsplan te overrulen?
*2 De omgevingsdialoog die gepresenteerd wordt door de initiatiefnemer is vooral gebaseerd op historische indrukken/gegevens, op eigen indrukken cq beleving en de vertaling daarvan richting planopzet. Er is geen daadwerkelijke verslaglegging voorhanden (al of niet neutraal opgesteld) en dus ook niet bekend op welke wijze die omgeving is geïnformeerd en wat hun reacties/inbreng geweest is. Is het College dat daarmee voldoende invulling gegeven wordt aan een goede omgevingsdialoog en de resultaten daarvan overtuigend gepresenteerd zijn? Zo ja; is een dergelijke aanpak en uitwerking dan ok als voldoende te bestempelen bij andere initiatieven waarbij een omgevingsdialoog nodig zal zijn? Zo nee; op welke wijze wordt een goede dialoog en uitwerking daarvan dan wenselijk geacht?
*3 Momenteel staan een tweetal eenvoudige bouwwerken en een overkapping op deze locatie. Opzet is om deze bouwwerken te legaliseren binnen het bestemmingsplan. Is het College van mening dat de huidige bouwwerken een zodanig kwaliteit hebben dat zij zonder meer gelegaliseerd kunnen worden? Zo ja; voldoen deze bouwwerken aan het bouwbesluit die op hun functie vcan toepassing is? Zo nee; welke voorwaarden worden verbonden aan de eventuele legalisatie van bouwwerken op deze locatie?
*4 De reeds bestaande erfverharding/parkeerruimte wil men legaliseren. Opzet is om deze binnen het bouwblok op te nemen. Is het gebruikelijk en noodzakelijk om een dergelijke voorziening binnen een bouwblok te bestemmen? Zo nee; waarom is dit hier toe te passen, er rekening mee houdend dat aan een bestemd bouwblok op een later tijdstip rechten ontleend kunnen worden?
*5 Is het College van mening dat de bij instemming van het plan toegestane ‘nevenactiviteiten’ (waaronder verzorging overledenen/opbaring, concerten, tentoonstellingen) op deze locatie wenselijk zijn, met alle gevolgen daarvan voor intensiever gebruik, verkeersbewegingen en
daarmee samenhangende activiteiten, ondanks dat deze activiteiten op andere locaties als deze zeer goed mogelijk zijn? Zo ja; -zijn de in de aanvraag opgenomen beoordelingen van verkeer, parkeren en bezoekersaantallen daarmee nog wel juist? -hoe verhoudt de ontwikkeling van deze activiteiten zich tot de positie van andere culturele instellingen in Venray? Zo nee; waarom is hiervoor geen afwijzende opmerking in het voorstel opgenomen en op welke wijze wordt het ontplooien van die activiteiten voorkomen cq tegen gegaan?
*6 Is het College zich er van bewust welke toename van economische waarde de locatie krijgt ten gevolge van de instemming met de vaststelling van dit bestemmingsplan? Zo ja; op welke wijze wordt door de initiatiefnemer hiervoor een bijdrage aan de verbetering / versterking van de omgeving geleverd, zoals dat in andere gevallen ook gebruikelijk is? Zo nee; waarom is dat niet onderzocht cq uitgewerkt?
*7 In de toelichting van de initiatiefnemer wordt de legalisering van de bouwwerken en de parkeerruimte als ‘geen nieuwe activiteiten’ benoemd (4.1.1). Daarom zou er geen noodzaak tot enige vorm van MER-procedure zijn. Is het College het er mee eens dat gebouwen, nadat ze illegaal gerealiseerd zijn, niet tot dergelijke procedures aanleiding geven? Zo ja; is dit geen vrijbrief om eerst illegaal te bouwen en daarmee de normaliter noodzakelijke procedures te ontwijken? Zo nee; is voor de legalisering van de ‘nieuwe’ activiteiten geen andere procedure noodzakelijke als de nu voorliggende bestemmingsplanwijziging?
*8 In paragraaf 4.6.2 wordt voorgesorteerd op een mogelijke uitbreiding in de toekomst. Dit is in tegenstelling met de elders gedane bewering dat uitbreiding tot 90 m2 bebouwing de eindsituatie zal zijn. De ruim genomen afmetingen van het bouwblok stellen ons in dit verband niet echt gerust. Is het College van mening dat, bij vaststelling van dit bestemmingsplan, er ruimte moe zijn om in de toekomst tot verdere uitbreiding te komen? Zo ja; tot welke grootte en met welke activiteiten is op deze locatie rekening te houden? Zo nee; hoe kan de wel gewenste begrenzing van deze activiteiten in het buitengebied vastgelegd worden?
Theo Zegers, D66-Venray