TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Motivering Bijlage 6 Soortgericht onderzoek
Tekst van het document
Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray
Status van het document:
Definitief Datum:
06-06-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Documentnummer
Handelsregister 30129769 Aanvullend onderzoek 51027594-001 Gemeente Venray Maikel Sieben Marissa Arts Sebastiaan Slange 06-06-2025 51027594-001
2/27
Inhoudsopgave 1 2
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................... 7
3 4
Resultaten voorgaand onderzoek ................................................................................. 8 Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 9 4.1 Broedvogels ........................................................................................................ 9 4.1.1 Huismus ................................................................................................. 9 4.1.2 Roofvogels (boomvalk, havik, torenvalk en wespendief) en grote gele kwikstaart..................................................................................................... 9 4.1.3 Uilen ..................................................................................................... 10 4.1.4 Huis- en boerenzwaluw ....................................................................... 10 4.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 10 4.3 Waterspitsmuis .................................................................................................. 11 4.4 Das .................................................................................................................... 11 4.5 Steenmarter....................................................................................................... 12
5
Onderzoeksresultaten ................................................................................................. 13 5.1 Huismus ............................................................................................................ 13 5.2 Roofvogels (boomvalk, havik, torenvalk en wespendief) en grote gele kwikstaart ..................................................................................................................... 14 5.3 Uilen .................................................................................................................. 14 5.3.1 Op de onderzoekslocatie ..................................................................... 14 5.3.2 Buiten de onderzoekslocatie................................................................ 14 5.4 Huis- en boerenzwaluw ..................................................................................... 16 5.5 Overige beschermde vogels (Limburg categorie 4) .......................................... 16 5.6 Vleermuizen ...................................................................................................... 16 5.7 Waterspitsmuis .................................................................................................. 18 5.8 Das ....................................................................................................................
18 5.9 Steenmarter....................................................................................................... 20
6
Toetsing aan wet- en regelgeving ............................................................................... 21 6.1 Huismus ............................................................................................................ 21 6.2 Uilen .................................................................................................................. 21 6.3 Grote gele kwikstaart ........................................................................................ 21 6.4 Buizerd .............................................................................................................. 21 6.5 Vleermuizen ...................................................................................................... 22 6.6 Das .................................................................................................................... 22
7
Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 23
Bijlage Geraadpleegde bronnen ............................................................................................. 25 Verklarende woordenlijst ............................................................................................. 26
3/27
1
Inleiding
Sweco heeft van gemeente Venray opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend onderzoek aan de Smakterheide te Venray.
Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie (realisatie bedrijventerrein) en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurwaarden (5584.014, d.d. 4 december 2024) waarvan Econsultancy Part of Sweco in april 2024 het veldbezoek heeft uitgevoerd. In 2019 is reeds een aanvullend onderzoek uitgevoerd (5585.002, d.d. 06-02-2019). Aangezien voor een vergunningsaanvraag aanvullend onderzoek maximaal drie jaar geldig is zijn de onderzoeken geactualiseerd. Het voornemen is om de vergunningvoor flora- en fauna-activiteit in 2025 aan te vragen.
Sweco is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
4/27
2
Gebiedsbeschrijving
2.1
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 44 ha) betreft de Spurkt e.o. (Smakterheide), circa 3 kilometer ten noorden van de kern van Venray (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1
Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood vlak).
De onderzoekslocatie bestaat thans uit agrarische percelen, weilanden, vijf woningen en bedrijven, bosschages en houtopstanden. De waterloop “Venrayse Spurkt” loopt door de onderzoekslocatie en de waterloop “Smakterveld” ligt aan de oostgrens van de onderzoekslocatie. Bovendien doorkruisen enkele sloten (zonder naam) de onderzoekslocatie. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich een natuurgebied bestaande uit hoog- en laagveenbos (N14.02) en rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01). Ten oosten van de onderzoekslocatie bevinden zich enkele agrarische percelen met daarachter de A73. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevinden zich de bebouwde kom van Venray, enkele weilanden en een bedrijventerrein. Ten westen van de onderzoekslocatie bevinden zich agrarische percelen. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek van de quickscan natuurwaarden of het aanvullend onderzoek.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
5/27
Venrayse Spurkt
afleidingskanaal
Figuur 2.2 aangegeven.
Luchtfoto onderzoekslocatie (wit omlijnd) en directe omgeving. Tevens zijn de relevante watergangen (blauw)
Figuur 2.3 Noordwesten van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.4 De Spurkt 5 c.
Figuur 2.5 Zuiden van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.6 de watergang Venrayse Spurkt.
Figuur 2.7 De Spurkt 5 b.
Figuur 2.8 Het oosten van de onderzoekslocatie.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
6/27
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
De initiatiefnemer is voornemens om op de onderzoekslocatie een bedrijventerrein te realiseren. Ten behoeve van deze voornemens zullen de agrarische percelen en weilanden verdwijnen, de aanwezige gebouwen gesloopt worden, profielen van de waterwegen worden aangepast en bomen kunnen verdwijnen. Hieronder is een ontwerpschets weergeven in figuur 2.9.
Figuur 2.9
Ontwerpschets van de voorgenomen plannen (greenport Venlo, 2024).
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
7/27
3
Resultaten voorgaand onderzoek
Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Omgevingswet, er op sommige punten meer informatie is benodigd. Hieronder volgt de conclusie uit de quickscan natuurwaarden (rapport 5584.014, d.d. 4 december 2024). Conclusie Op basis van onderhavige quickscan dient voor uitvoering van de plannen middels nader onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen, jaarrond beschermde broedvogels, das, steenmarter, eekhoorn en waterspitsmuis. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door het verwijderen van nesten buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het verwijderen van nesten niet buiten het broedseizoen kan worden gedaan, is een broedvogelinspectie voorafgaand aan de start van de werkzaamheden benodigd. Geadviseerd wordt om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor de bever geldt dat gedurende de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met het voorkomen van de soort binnen de onderzoekslocatie. De maatregelen die hiervoor benodigd zijn dienen vastgelegd te worden in een ecologisch werkprotocol. Tevens dient er na de werkzaamheden rekening gehouden te worden met verlichting richting de watergangen, dit wordt opgenomen in een lichtplan.
Het kan niet uitgesloten worden dat incidenteel een levendbarende hagedis zich op de onderzoekslocatie ophoudt. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor incidenteel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Tevens geldt er in Limburg een vrijstellingsperiode deze loopt van 15 augustus tot 15 oktober. Maatregelen zullen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol om negatieve effecten op voorhand te voorkomen. Voor de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker en boomkikker is de watergang “Venrayse Spurkt” geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Wanneer er geen verstoring/vernietiging is van de betreffende watergang is er met aanvullende maatregelen geen vergunningsplicht noodzakelijk. Indien er toch verstoring/vernietiging optreedt van de “Venrayse Spurkt” dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de bovenstaande soorten. Tevens dient de kwaliteit van het nabij gelegen Natuurnetwerk gebied “Elzenbroeknos” gehandhaafd te worden. Geadviseerd wordt om deze maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Voor beekrombout is de watergang “Venrayse Spurkt” geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie.
Wanneer er geen verstoring/vernietiging is van de betreffende watergang is er met aanvullende maatregelen geen vergunningsplicht noodzakelijk. Indien er toch verstoring/vernietiging optreedt van de “Venrayse Spurkt” dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de beekrombout. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. De te kappen bomen op de onderzoekslocatie vallen onder in Artikel 11.111 (Bal), waardoor een meldingsplicht geldt voorafgaand aan de kap Artikel 11.126 (Bal). Tevens draagt de rechthebbende zorg voor de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. De herbeplanting dient op dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand gerealiseerd te worden. Geadviseerd wordt om hierover in overleg te treden met bevoegd gezag (provincie Limburg). Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd te worden. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
8/27
4
Onderzoeksmethodiek
4.1
Broedvogels
4.1.1
Huismus
Voor het onderzoek naar huismus zijn tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd (zie tabel 4.1). Tussen de zaten minimaal 10 dagen. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (in de ochtenduren) vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Deze onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie februari 2023).
Tabel 4.1 Overzicht omstandigheden onderzoek naar de huismus.
4.1.2
datum
tijd
weer
23-04-2024
09:10 – 10:15
5 °C, 1 Bft, droog en zonnig
06-05-2024
10:25 – 11:25
15 °C, 2 Bft, droog en half bewolkt
Roofvogels (boomvalk, havik, torenvalk en wespendief) en grote gele kwikstaart
Voor het onderzoek naar de roofvogels en grote gele kwikstaart zijn tussen 15 februari en eind augustus vijf veldbezoeken uitgevoerd (zie tabel 4.2). Deze veldbezoeken zijn minimaal 10 dagen uit elkaar uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken is er gezocht worden naar nesten, aanwezige individuen (met o.a. baltsgedrag) en broedende individuen van deze vogelsoorten, door zicht- en geluidwaarnemingen. Tevens is er gelet worden op sporen van roofvogels zoals prooiresten, braakballen en veren. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de buizerd (BIJ12, versie juli 2017) en de telrichtlijnen van SOVON.
Tabel 4.2 Overzicht omstandigheden onderzoek naar roofvogels en grote gele kwikstaart. datum
tijd
weer
soorten
23-04-2024
10:15 – 14:15
7 °C, 1 Bft, droog en zonnig
Havik en torenvalk
13-05-2024
10:00 – 14:30
19 °C, 2 Bft, droog en bewolkt
boomvalk, havik, torenvalk en grote gele kwikstaart
06-06-2024
09:00 – 14:00
15 °C, 1 Bft, droog en bewolkt
boomvalk, havik, torenvalk, grote gele kwikstaart en wespendief
25-06-2024
10:00 – 14:00
23 °C, 2 Bft, droog en zonnig
boomvalk, havik, torenvalk, en wespendief
17-07-2024
13:30 – 16:30
19 °C,1 Bft droog en bewolkt
boomvalk, havik, torenvalk, en wespendief
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
9/27
4.1.3
Uilen
Voor het onderzoek naar steenuil en kerkuil zijn in de periode half februari tot half april 2025 een drietal veldbezoeken uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van geluidsnabootsing voor de steenuil. De kerkuil reageert in tegenstelling tot de steenuil niet op het afspelen van de baltsroep op een geluidsrecorder. De inventarisatiemethode is overeenkomstig met de methode die opgesteld is door Steenuilenoverleg Nederland (STONE). Hierbij is tevens de directie omgeving geïnspecteerd waarbij eventueel aanwezige steenuilterritoria in kaart zijn gebracht. Voor het onderzoek naar kerkuil zijn middels drie gerichte veldbezoeken geïnventariseerd op activiteit tussen begin februari en half oktober. De inventarisatie heeft tijdens goede weersomstandigheden plaatsgevonden gedurende de avond- en nachturen (zie tabel 4.3). De onderzoeken naar de steenuil en de kerkuil zijn gecombineerd uitgevoerd. Bovendien zijn de benodigde interne inspectie voor steenuil en kerkuil gecombineerd uitgevoerd met de interne inspectie voor de steenmarter..
Tabel 4.3 Overzicht omstandigheden onderzoek naar kerkuil en steenuil. datum
tijd
weer
soorten
24-02-2025
18:40 – 20:40
10 °C, 3 Bft, droog en bewolkt
steenuil en kerkuil
17-03-2025
19:45 – 21:45
4 °C, 2 Bft, droog en helder
steenuil en kerkuil
26-03-2025
20:00 – 22:00
7 °C, 2 Bft, droog en bewolkt
steenuil en kerkuil
4.1.4
Huis- en boerenzwaluw
Huiszwaluwen bouwen komvormige nesten van klei en zand tegen rotswanden, huizen van baksteen en beton. SOVON schrijft voor deze soort een onderzoeksperiode voor van half juni tot half augustus met minimaal 2 inspecties. Boerenzwaluwen bouwen nesten bij voorkeur in boerenschuren, loodsen en dergelijke waar ze in en uit kunnen vliegen. De onderzoeksperiode voor boerenzwaluwen loopt van 20 mei t/m 30 juni met minimaal 2 inspecties. Daarom zijn voor deze soorten drie inspecties van de bebouwing uitgevoerd in de periode van mei tot en met half augustus. De interne inspectie naar boerenzwaluw is gecombineerd met de interne inspecties voor steenmarter, kerkuil en steenuil.
Tabel 4.4 Overzicht omstandigheden onderzoek naar huis- en boerenzwaluw. datum
tijd
weer
soorten
06-06-2024
09:00 – 14:00
15 °C, 1 Bft, droog en bewolkt
boerenzwaluw
19-06-2024
11:00 – 12:30
18 °C, 3 Bft, droog en half bewolkt
boerenzwaluw en huiszwaluw
17-07-2024
13:30 – 16:30
19 °C, 2 Bft, droog en bewolkt
huiszwaluw
4.2
Vleermuizen
Soorten die mogelijk verblijfplaatsen in gebouwen op de onderzoekslocatie hebben zijn: gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone en grijze grootoorvleermuis en baardvleermuis. Soorten die mogelijk gebruik maken van de vliegroute op de onderzoekslocatie zijn: gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone en grijze grootoorvleermuis, rosse vleermuis, franjestaart, baardvleermuis en watervleermuis. Voor het onderzoek naar gebouwbewonende vleermuissoorten en vliegroute zijn in de periode half mei tot en met half september 2024 vijf veldbezoeken uitgevoerd (zie tabel 4.5). In de zomer- en kraamperiode zijn
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
10/27
de onderzoeken uitgevoerd met 8 personen (6 personen voor gebouwbewonende vleermuissoorten en 2 voor de vliegroute); in de baltsperiode is het onderzoek uitgevoerd met 4 personen. Het onderzoek naar vleermuizen is gericht op alle bebouwing en de potentiële vliegroutes op de onderzoekslocatie. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureau's en de Zoogdiervereniging (tabel 4.5). De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats, paarverblijfplaats/baltsplaats en vliegroute. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functie noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Voor het onderzoek is er gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x en Elekon Batlogger M). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.
Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound of Batexplorer.
Tabel 4.5 Overzicht omstandigheden onderzoek naar vleermuizen.
4.3
datum
tijd
weer
omschrijving
30-05-2024
2:25 – 5:25
9 °C, 1 Bft, droog en licht bewolkt
ochtendronde
06-06-2024
21:49 – 00:19
15 °C, 1 Bft, droog en half bewolkt
1e avondronde kraam/zomer + vliegroute
27-06-2024
21:57 – 00:27
22 °C, 3 Bft, droog en licht bewolkt
2e avondronde kraam/zomer
19-08-2024
21:56 – 00:26
19 °C, 1 Bft, droog en half bewolkt
1e paarronde + vliegroute
12-09-2024
22:00 – 00:00
16 °C, 2 Bft, droog en half bewolkt
2e paarronde
Waterspitsmuis
Het onderzoek naar waterspitsmuis is met behulp van eDNA onderzocht, om zo de aanwezigheid vast te stellen dan wel uit te sluiten. Hiervoor zijn tijdens een veldbezoek bodemmonsters genomen van de oevers binnen de onderzoekslocatie. Vervolgens zijn de bodemmonsters door een extern laboratorium geanalyseerd. De meest geschikte periode voor het onderzoek naar waterspitsmuis is in het najaar net na de voorplantingsperiode. Op 21 november 2024 zijn de bodemmonsters genomen.
4.4
Das
Gebaseerd op de leefwijze van de das zijn er vier veldbezoeken (zie tabel 4.6) uitgevoerd door het jaar heen, conform het Kennisdocument Das (BIJ12, 2017). Hierbij is gelet op sporen zoals wissels, snuitputjes, haren, latrines en eventueel nieuw gegraven holen. Tevens is er gekeken naar de pijpen en mogelijke burchten op en in de omgeving van de onderzoekslocatie. De burchten in de directe omgeving zijn tevens onderzocht in het voorjaar met camera’s om te bepalen of het een kraamburcht betreft. Tabel 4.6 Overzicht omstandigheden onderzoek naar das. datum
tijd
weer
omschrijving
05-04-2024
14:00 – 16:30
14 °C, 2 Bft, droog en zwaar bewolkt
plaatsen camera’s en eerste veldbezoek das
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
11/27
4.5
22-05-2024
13:30 – 17:00
18 °C, 2 Bft, droog en zwaar bewolkt
batterijen vervangen camera’s
12-06-2024
13:30 – 15:30
11 °C, 2 Bft, droog en licht bewolkt
camera’s ophalen en tweede veldbezoek das
20-09-2024
8:15 – 12:30
18 °C, 2 Bft, droog en zonnig
derde veldbezoek das
11-12-2024
8:30 – 12:30
3 °C, 1 Bft, droog en licht bewolkt
vierde veldbezoek das
Steenmarter
Voor het onderzoek naar steenmarter is voorgesteld om een éénmalige intensieve inspectie uit te voeren, De inpandige inspectie van de steenmarter is op 6 juni 2024 gecombineerd met de inspectie voor boerenzwaluw, kerkuil en steenuil uitgevoerd. Tevens is er tijdens het vleermuisonderzoek gelet op de aanwezigheid van steenmarter.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
12/27
5
Onderzoeksresultaten
5.1
Huismus
Tijdens de veldbezoeken zijn er in totaal 12 huismusnestlcoaties waargenomen (zie figuur 5.1). Het betreft het volgende aantal huismussen per gebouw: • • • •
De Spurkt 5C, vier huismus nestlocaties De Spurkt 5, drie huismus nestlocaties De Spurkt 3, vier huismus nestlocaties De Spurkt 5A, één huismus nestlocatie
Figuur 5.1
Verspreiding van de huismus op basis van inventarisatie in het seizoen 2024.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
13/27
5.2
Roofvogels (boomvalk, havik, torenvalk en wespendief) en grote gele kwikstaart
Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen gedaan van roofvogels van de bovenstaande soorten. Tevens zijn er geen sporen zoals ruiveren waargenomen die duiden op het gebruik van de locatie door deze soorten Gedurende één van de veldbezoeken zijn ter plekke van het afleidingskanaal twee individuen van de grote gele kwikstaart waargenomen. Onder de bruggen leken de nestkasten niet in gebruik en er zijn veder langs de oever geen nesten waargenomen van de grote gele kwikstaart. Het gaat om uitsluitend foeragerende individuen.
5.3
Uilen
5.3.1
Op de onderzoekslocatie
Tijdens de interne inspectie zijn er twee kerkuilkasten waargenomen in de loods ter plekke van de Spurkt 5C (zie figuur 5.2). In de betreffende loods en voornamelijk rond de kasten zijn uitwerpselen en grote aantallen braakballen aangetroffen van de kerkuil (zie figuur 5.3). Met de veldbezoeken in de avond voor zowel vleermuis als steenuil zijn er verschillende malen waarnemingen gedaan van kerkuilen rond en in de nestkasten. Het gaat om twee exemplaren die gebruik maken van de nestkasten in de loods ter plekke van de Spurkt 5C, waarschijnlijk een paartje. Er kan gesteld worden dat een van de kerkuilnestkasten gebruikt wordt als nestlocatie door kerkuilen. Tijdens de interne inspectie zijn geen sporen aangetroffen die erop wijzen dat de onderzoekslocatie gebruikt wordt door steenuil. Gedurende de avondbezoeken voor de inventarisatie van de steenuil zijn er op 17 maart 2025 op de onderzoekslocatie twee steenuilen waargenomen. Waarvan één van de steenuilen reageerde op de afgespeelde roep. De andere twee avonden zijn er op de onderzoekslocatie geen waarnemingen gedaan van steenuilen. Aangezien het activiteitsgebied van steenuilen zich slechts enkele meters rondom hun nestlocatie kan er gesteld worden dat op de onderzoekslocatie een steenuil territorium aanwezig is en hoogstwaarschijnlijk tevens een steenuilnestlocatie
5.3.2
Buiten de onderzoekslocatie
Ten westen van de onderzoekslocatie zijn tijdens meerdere steenuil waarnemingen gedaan (zie figuur 5.4). Er zijn op basis van de waarnemingen drie territoria van steenuilen aanwezig rond de onderzoekslocatie.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
14/27
Figuur 5.2 Eén van de twee kerkuil kasten op de onderzoekslocatie.
Figuur 5.3 Gevonden uitwerpselen en braakballen rondom de kerkuilkasten.
Figuur 5.4 Verspreiding van uilen op basis van inventarisatie in het seizoen 2024.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
15/27
5.4
Huis- en boerenzwaluw
Tijdens de interne inspectie zijn geen nesten van huis- en/of boerenzwaluw aangetroffen op de onderzoekslocatie. Hierbij zijn de bekende nestlocaties uit het hiervoor uitgevoerde aanvullend onderzoek (5585.002, d.d. 06-02-2019) tevens bekeken, deze waren niet meer aanwezig. Wel zijn er foeragerend verschillende individuen van de boerenzwaluw waargenomen, deze hadden geen binding met structuren op de onderzoekslocatie.
5.5
Overige beschermde vogels (Limburg categorie 4)
Tijdens de veldbezoeken is meerdere malen is er een buizerd waargenomen foeragerend op de onderzoekslocatie. Het is echter niet geheel duidelijk waar de nestlocatie zich bevond, wel kan uitgesloten worden dat deze zich op de onderzoekslocatie bevindt. Op basis van de richting waar de buizerd heen bewoog en het vorig aanvullend onderzoek (5585.002, d.d. 06-02-2019) ligt de nestlocatie waarschijnlijk op enkele honderden meters ten noorden van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie maakt deel uit van het foerageergebied van de desbetreffende buizerd.
5.6
Vleermuizen
Tijdens de veldbezoeken zijn er in totaal vijf verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen (zie figuur 5.5). Het betreft het de volgende verblijfplaatsen en locaties: • •
De Spurkt 5C, twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één zomerverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis De Spurkt 8, één kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.
Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie aanwezig, zie figuur 5.6. De lijnvormige elementen op de onderzoekslocaties vormen voornamelijk vliegverbindingen tussen oost west en noord en zuid. Voornamelijk aan de oostzijde van de onderzoekslocatie zijn lijnvormige elementen aanwezig waar veel gewone dwergvleermuizen en enkele laatvlieger langsop vliegen om vanuit het zuiden richting het noorden te bewegen. De oostelijke lijnvormige elementen kunnen ook als vliegroute dienen voor boombewonende vleermuissoorten als ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis, deze zijn niet tijdens het onderzoek waargenomen. De lijnvormige elementen aan de westzijde en aan de zuidzijde worden voornamelijk gebruikt als vliegroute door de laatvlieger en gewone dwergvleermuis.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
16/27
Figuur 5.5
Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2024.
Figuur 5.6. aanwezige vliegroutes op de onderzoekslocatie.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
17/27
5.7
Waterspitsmuis
Op basis van de resultaten van het eDNA onderzoek naar waterspitsmuis is de doelsoort niet gedetecteerd. De rapportage van het laboratoriumonderzoek uitgevoerd door Datura Environmental Solutions wordt bij de onderhavige rapportage bijgevoegd.
5.8
Das
In totaal zijn er minstens drie actieve dassenburchten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie waargenomen (zie figuur 5.9). Hiervan dienen burchten 1 en 3 tevens als burchten met een kraamfunctie. Tijdens het cameraonderzoek dat in het voorjaar is uitgevoerd zijn bij zowel burcht 1 als 3 twee dassenjongen waargenomen (zie figuur 5.10). Burcht 4 is waarschijnlijk ook in gebruik maar was volledig omheind waardoor het niet goed onderzocht kon worden, er waren wel actieve wissels aanwezig wat hoogstwaarschijnlijk duidt op gebruik van de burcht. Op de onderzoekslocatie zelf zijn geen burchten aangetroffen. Wel is er één actieve vluchtpijp waargenomen (zie figuur 5.9). Tevens zijn er veel sporen gevonden die duiden dat de onderzoekslocatie gebruikt wordt als foerageergebied van de das (zie figuur 5.8). Er zijn dan ook tijdens het steenuilenonderzoek met de nachtcamera verschillende dassen foeragerend waargenomen op de onderzoekslocatie (zie figuur 5.7).
Figuur 5.7 Das (rode pijl) waargenomen foeragerend op de onderzoekslocatie met een warmtebeeldcamera.
Figuur 5.8 Pootafdrukken van een das op de onderzoekslocatie.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
18/27
Figuur 5.9 Verspreiding van dassen op basis van inventarisatie in het seizoen 2024.
Figuur 5.10 Volwassen das (rechts) met twee jongen (links).
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
19/27
5.9
Steenmarter
Tijdens de interne inspectie van de gebouwen op de onderzoekslocatie zijn geen sporen aangetroffen die wijzen op gebruik van de onderzoekslocatie door de steenmarter.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
20/27
6
Toetsing aan wet- en regelgeving
6.1
Huismus
De huismus valt onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn ondergebracht in paragraaf 11.2.2 (Bal). Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Als gevolg van de sloop van de bebouwing is overtreding van artikel 11.37, lid 1 (Bal) van de Omgevingswet ten aanzien van de huismus niet te voorkomen. Er zijn maatregelen benodigd om de functionaliteit voor de huismus te allen tijde te behouden. Er dienen maatregelen genomen te worden zoals het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen, het ongeschikt maken van de bebouwing in de minst kwetsbare periode en het treffen van permanente voorzieningen in de bebouwing/de nieuwbouw. De maatregelen dienen uitgewerkt te worden in een ecologisch activiteitenplan en ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag via het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.
6.2
Uilen
De steenuil en kerkuil vallen onder het beschermingsregime van artikel 11.37 van de Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Conform artikel 11.37 lid 1b, is het verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Artikel 11.37 lid d betreft het verbod op opzettelijk storen van vogels, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Bovendien zijn nesten van steenuilen en kerkuilen jaarrond beschermd (categorie 1). Op de onderzoekslocatie zijn één nestlocatie van de kerkuil en één territorium van de steenuil vastgesteld. Als gevolg van de voorgenomen plannen zullen één nestlocatie van de kerkuil en één territorium van de steenuil verdwijnen. Aangezien steenuilen maximaal 300 meter vanaf hun verblijfplaats foerageren is het verwijderen van foerageergebied van invloed op de gunstige staat van instandhouding van de steenuil. Voor kerkuil geldt dat hun foerageergebied tussen de 60 en 1200 hectare kan zijn. Aangezien er zo’n 44 ha wordt herontwikkeld is er mogelijk ook negatieve invloed om de staat van instandhouding van de kerkuil. Voor de voorgenomen ingreep zullen mitigerende en compenserende maatregelen voor de steenuil en kerkuil genomen moeten worden.
De benodigde maatregelen worden omschreven in het activiteitenplan en worden middels een vergunningsaanvraag voor een flora- en fauna-activiteit voorgelegd bij de provincie Limburg.
6.3
Grote gele kwikstaart
De grote gele kwikstaart valt onder het beschermingsregime van artikel 11.37 van de Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Conform artikel 11.37 lid 1b, is het verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Artikel 11.37 lid d betreft het verbod op opzettelijk storen van vogels, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Bovendien zijn nesten grote gele kwikstaart jaarrond beschermd (categorie 2). Op basis van de waarnemingen dient het afleidingkanaal op de aangrenzend aan de onderzoekslocatie als foerageergebied voor de grote gele kwikstaart. Op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn verder geen broedlocaties van de grote gele kwikstaart waargenomen. Indien er geen werkzaamheden aan het afleidingskanaal plaatsvinden vinden er geen overtredingen plaats van de Omgevingswet.
6.4
Buizerd
Aangezien de nestlocatie van de waargenomen buizerd zich minstens enkele honderden meters buiten de onderzoekslocatie bevindt, valt deze buiten de verstoringsafstand. Wel maakt de onderzoekslocatie deel uit van het foerageergebied van de buizerd, echter bestaat het jachtterritorium van de buizerd uit enkele
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
21/27
kilometers rondom zijn nestlocatie waardoor er geen sprake is van een wezenlijke afname van het foerageergebied van de buizerd. Ten aanzien van de buizerd worden geen overtredingen van de Omgevingswet voorzien.
6.5
Vleermuizen
Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Omgevingswet ondergebracht in paragraaf 11.2.3 (Bal). De schadelijke handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Op basis van de onderzoeksresultaten gaan er bij de voorgenomen plannen twee zomerverblijfplaatsen, één paarverblijfplaats, één kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en één zomerverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis verloren. Bij de sloop van de bebouwing is het niet te voorkomen dat wegnemen, vernielen of beschadigen optreedt, waardoor artikel 11.46, lid 1 (Bal) wordt overtreden. Door het treffen van maatregelen kan de functionaliteit voor de soort behouden blijven. Hiermee wordt overtreding van de Omgevingswet echter niet voorkomen en is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Gedurende de veldbezoeken is vastgesteld dat elementen (bomenrijen en watergangen) op de onderzoekslocatie dienst doen als vliegroute voor de in de omgeving verblijvende vleermuizen en met name de gewone dwergvleermuis en laatvlieger, het gaat hierbij om essentieële vliegroutes.
Een vliegroute is essentieel indien er bijvoorbeeld geen alternatieve vliegroute aanwezig is om vanuit de verblijfplaats geschikt foerageergebied te bereiken of indien er geen andere elementen voldoende beschutting geven bij slechte weersomstandigheden. In de huidige situatie is de onderzoekslocatie tijdens de veldbezoeken door minstens de gewone dwergvleermuis en laatvlieger gebruikt als vliegroute. Bij het verstoren of vernietigen van deze vliegroute treedt er overtreding op van de omgevinsgwet. De initiatiefnemer is voornemens de lijnvormige elementen op de onderzoekslocatie zoveel mogelijk te behouden. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal mogelijk wel een toename zijn in verlichting op deze elementen, waardoor er mogelijk verstorting optreedt. Om te voorkomen dat de lijnvormige elementen de functie van vliegroute en foerageerfunctie verliezen wordt geadviseerd om de bomenrijen te versterken en uitstralende verlichting te beperken. De mitigerende maatregelen dienen te worden vastgelegd in het activiteitenplan.
6.6
Das
De das is beschermd conform artikel 11.54 lid a uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de verblijfplaatsen mogen niet worden weggenomen. Op de onderzoekslocatie is één actieve vluchtpijp van de das aanwezig. Bij de voorgenomen plannen zal deze vluchtpijp verloren gaan, wat een overtreding betreft van het bovenstaande artikel. Voor de voorgenomen ingreep zal een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit met daarbij behorende maatregelen voor de das aangevraagd moeten worden bij provincie Limburg. Buiten de onderzoekslocatie zijn vier actieve dassenburchten aanwezig waarvan twee een kraamfunctie hebben. Een van de burchten ligt binnen de verstoringsafstand van de voorgenomen werkzaamheden. Er dienen maatregelen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol om verstoring te voorkomen. De dassenfamilies in deze burchten maken tevens gebruik van de onderzoekslocatie als foerageergebied. Om te bepalen of als gevolg van de voorgenomen plannen de functionaliteit van de aanwezige voortplantingslocatie achteruitgaat, dient ten behoeve van een activiteitenplan eerst een gebiedsanalyse uitgevoerd te worden. Hieruit kan bepaald worden in hoeverre preferent en secundair leefgebied van de das verloren gaat als gevolg van de voorgenomen plannen.
Op basis van deze gebiedsanalyse kunnen de benodigde mitigerende en/of compenserende maatregelen bepaald worden. De functionaliteit van de voortplantingsplaats van de das moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende dan wel compenserende maatregelen.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
22/27
7
Conclusies en aanbevelingen
Sweco heeft in opdracht van gemeente Venray een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Smakterheide e.o. te Venray. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. In 2019 is reeds een aanvullend onderzoek uitgevoerd (5585.002, d.d. 06-02-2019). Aangezien voor een vergunningsaanvraag aanvullend onderzoek maximaal drie jaar geldig is zijn de onderzoeken geactualiseerd. Het voornemen is om de vergunningvoor flora- en fauna-activiteit in 2025 aan te vragen. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens om op de onderzoekslocatie een bedrijventerrein te realiseren. Ten behoeve van deze voornemens zullen de agrarische percelen en weilanden verdwijnen, de aanwezige gebouwen gesloopt worden, profielen van de waterwegen worden mogelijk aangepast en bomen kunnen verdwijnen. Conclusie aanvullend onderzoek en quickscan natuurwaarden Op basis van het aanvullend onderzoek zijn op de onderzoekslocatie functies aanwezig van huismus, steenuil, kerkuil, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en das aanwezig. Voor deze soorten zullen de benodigde maatregelen omschreven dienen te worden in een activiteitenplan ten behoeve van een vergunningsaanvraag op Omgevingswet.
Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door het verwijderen van nesten buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het verwijderen van nesten niet buiten het broedseizoen kan worden gedaan, is een broedvogelinspectie voorafgaand aan de start van de werkzaamheden benodigd. Geadviseerd wordt om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor de bever geldt dat gedurende de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met het voorkomen van de soort binnen de onderzoekslocatie. De maatregelen die hiervoor benodigd zijn dienen vastgelegd te worden in een ecologisch werkprotocol. Tevens dient er na de werkzaamheden rekening gehouden te worden met verlichting richting de watergangen, dit wordt opgenomen in een lichtplan. Het kan niet uitgesloten worden dat incidenteel een levendbarende hagedis zich op de onderzoekslocatie ophoudt. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor incidenteel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Tevens geldt er in Limburg een vrijstellingsperiode deze loopt van 15 augustus tot 15 oktober. Maatregelen zullen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol om negatieve effecten op voorhand te voorkomen.
Voor de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker en boomkikker is de watergang “Venrayse Spurkt” geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Wanneer er geen verstoring/vernietiging is van de betreffende watergang is er met aanvullende maatregelen geen vergunningsplicht noodzakelijk. Indien er toch verstoring/vernietiging optreedt van de “Venrayse Spurkt” dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de bovenstaande soorten. Tevens dient de kwaliteit van het nabij gelegen Natuurnetwerk gebied “Elzenbroekbos” gehandhaafd te worden. Geadviseerd wordt om deze maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Voor beekrombout is de watergang “Venrayse Spurkt” geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Wanneer er geen verstoring/vernietiging is van de betreffende watergang is er met aanvullende maatregelen geen vergunningsplicht noodzakelijk. Indien er toch verstoring/vernietiging optreedt van de “Venrayse Spurkt” dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de beekrombout. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
23/27
vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. De te kappen bomen op de onderzoekslocatie vallen onder in Artikel 11.111 (Bal), waardoor een meldingsplicht geldt voorafgaand aan de kap Artikel 11.126 (Bal). Tevens draagt de rechthebbende zorg voor de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. De herbeplanting dient op dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand gerealiseerd te worden. Geadviseerd wordt om hierover in overleg te treden met bevoegd gezag (provincie Limburg). Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd te worden. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer 51027594-001 Datum 06-06-2025 Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
24/27
Bijlage Geraadpleegde bronnen BIJ12 (2023a). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/02/Kennisdocument -Huismus-versie-2.1-februari-2023.pdf BIJ12 (2024). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2024/04/Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-versie-2.0.pdf Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol. BIJ12 (2017). Kennisdocument steenuil. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/11/Kennisdocument-Steenuil.pdf BIJ12 (2017). Kennisdocument das. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/11/KennisdocumentDas.pdf. BIJ12 (2017). Kennisdocument buizerd. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/11/Kennisdocument-Buizerd.pdf. BIJ12 (2017). Kennisdocument kerkuil. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-kerkuil/. BIJ12 (2024). Kennisdocument ruige dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2024/09/Kennisdocument-ruige-dwergvleermuis-versie-2.0-1.pdf.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer N/A Datum 06-06-2025
Versie
Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningssaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.
Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september.
Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.
Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied).
Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.
Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.
Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen.
Kraamverblijfplaats
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer N/A Datum 06-06-2025
Versie
Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1
Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren.
Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.
Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.
Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
Sweco | Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide, Venray Projectnummer N/A Datum 06-06-2025
Versie
Documentreferentie Rapport aanvullend onderzoek Smakterheide Venray D1