T Bijlage 3 Flora en Fauna (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Flora-
en
fauna-inspectie Haalakker
te Oirlo
In
opdracht van: Familie (geanonimiseerd) 21
juni 2022
ing (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Faunaconsult Tegelseweg 5951 GK
3
Belfeld
Tel: 077-4642999
www. faunaconsult.nl
Flora-
en
fauna-inspectie
Cpdrachtgever:
Familie
Cpstellers/controle:
Veldwerk:
Faunaconsult
B.V.
daarmee
de
Haalakker
te Oirlo
(geanonimiseerd) EM
(geanonimiseerd) ing NN ng (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd. aan
werkt
Haalakkerte Oirlo
Faunaconsult
1
Inhoud 1 2 3
Inleiding. De Wet natuurbescherming Werkwijze 3. 1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden 3. 2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie 4 Aanwezige beschermde planten en dieren. 4. 1 Beschrijving plangebied Mogelijke effecten 5 6 Conclusies Literatuur Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime
3 4 5 5 5 6 6 9 10 11 12
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .
. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .
. .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .
. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
Haalakker te Oirlo
2
1
Inleiding
In opdracht van de familie BM (geanonimiseerd) begeleidt Arvalis de sloopwerkzaamheden aan de Haalakker te Oirlo. De voorgenomen ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven voor deze inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het
leefgebieden
van
diverse beschermde
inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader als gevolg van het project.
van
natuurwetgeving
Het doel
gebouw
van
weg staat. diersoorten
deel uitmaakt
van
en
soorten.
-beleid
en
Dit document
mogelijke
geeft
effecten
dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde
De
geplande verbouwing in de natuurwaarden (plant- en Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om
bijbehorende leefgebieden). noodzakelijk zijn om te voldoen aan natuurbescherming (Wnb). Daarnaast worden significant negatieve effecten op voorhand natuurwetgeving. en
Faunaconsult
te
voorkomen
en
daarmee
aan
de
Haalakkerte Oirlo
3
te
voldoen
2
De Wet natuurbescherming
In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de Flora- en faunawet. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. ,
De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime) : -
Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3. 1 van de Wnb) Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; .
-
-
Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn Bonn (paragraaf 3. 2 van de Wnb) ;
en
de verdragen
van
Bern en
Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3. 2 vallen (paragraaf 3. 3 van de Wnb) Hieronder vallen ondermeer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd) .
.
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft de ‘Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014’ opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd. Verder geldt dat vogelsoorten waarvan het nest onder de Flora- en faunawet jaarrond werd beschermd in de Provincie Limburg ook onder de Wet Natuurbescherming als zodanig wordt gehandhaafd. .
Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1. 11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Haalakker te Oirlo
4
3
Werkwijze
3. 1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
Het plan is om de garage te slopen en vervolgens een woning te bouwen. 3. 2
Werkwijze flora- en fauna-inspectie
Op 9 juni 2022 heeft Faunaconsult B. V. de onderzoeklocatie en de directe omgeving bezocht. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermd planten en dieren. De locatie werd geïnspecteerd op de aanwezigheid van beschermde planten en dieren en tevens op aanwezigheid van rust- en verblijfplaatsen van beschermde dieren. De te slopen garage is van binnen en buiten geïnspecteerd met behulp van een ladder, zaklamp en RIDGID SeeSnake. Daarnaast is aan de hand van relevante literatuur vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voor kunnen komen.
Haalakker te Oirlo
5
4
Aanwezige beschermde planten
4. 1
Beschrijving plangebied
en
dieren
Het plangebied bevindt zich in de kern Oirlo, ten noorden van de weg Haalakker en ten oosten van de Hoofdstraat (zie figuur 4. 1) Het terrein bestaat uit een tuin en een garage met verharde oprit. Naast de garage, aan de oostzijde is een gazon aanwezig en een coniferenhaag. .
Figuur 4. 1. De locatie van het plangebied rood omlijnd.
Haalakker te Oirlo
6
4. 2
Bevindingen
Zoogdieren en vogels De garage heeft enkele wanden en een dak van golfplaten die aan de onderzijde zijn afwerkt met vogelschroot (zie figuren 4. 2. 1 en 4. 2. 2) de nok en de zijkanten zijn afgewerkt met naadloos op de gevel aansluitende aluminium (zie figuur 4. 2. 3) Hierdoor is er geen toegang mogelijk voor vleermuizen en/of vogels. Er zijn tevens geen vogelnesten, nestmateriaal of uitwerpselen van beschermde soorten aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn vogelsoorten als spreeuw, huismus, merel en groenling waargenomen. ,
.
In 2014 heeft de Provincie Limburg de kilometerhokken waarin het plangebied ligt (onvolledig) onderzocht op het voorkomen van beschermde vogels. Er zijn destijds geen beschermde soorten aangetroffen en geen roofvogel en/of uilennesten in het kilometerhok geregistreerd. Planten Er groeien alleen algemene plantensoorten in het plangebied zoals es, paardenbloem, heermoes, kaal knopkruid, varkensgras, madeliefje, zachte ooievaarsbek, grote weegbree en Canadese fijnstraal. In 2003 heeft de Provincie Limburg de kilometerhokken waarin het plangebied ligt (onvolledig) onderzocht op het voorkomen van beschermde of bijzonder planten. Er zijn destijds geen beschermde of bijzondere plantensoorten geregistreerd. Overige soorten Overige rust- en voortplantingsplaatsen van internationaal beschermde soorten zijn afwezig. Algemene amfibieën zoals de bruine kikker kunnen delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. Wateren die als voortplantingswater voor amfibieën en/of overige beschermde soorten kunnen dienen zijn in en nabij het plangebied afwezig. Tabel 4. 2 geeft een overzicht van de beschermde voortplantingsplaatsen in het plangebied hebben.
soorten
die
(mogelijk)
rust-
en
Tabel 4. 2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.
Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo)
met jaarrond beschermd nest
Internationaal beschermde
Overige beschermde
soorten
soorten
X X X X X
Haalakker te Oirlo
7
Figuur 4. 2. 1. Binnenkant van de garage met zicht op de enkele wanden.
Figuur 4. 2. 2. De garage met golfplaten dak inclusief vogelschroot aan de onderkant.
Figuur 4. 2. 3. Het dak van de garage met aluminium dakafwerking.
Haalakker te Oirlo
8
Mogelijke effecten
5
Bij de werkzaamheden is het mogelijk dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen beschermde diersoorten worden aangetast of individuen worden verwond of gedood.
van
algemene
Als de vegetatie tijdens het broedseizoen worden verwijderd, kunnen broedende vogels als heggenmus worden verstoord of gedood. Ook kan het leiden tot verlies van eieren en sterfte van jonge vogels. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5. 1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.
Soort
Beschermingsregime Wnb
Algemene in het plangebied broedende vogels Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën
Vogels
Art. 3. 1 lid 1 X
Art. 3. 1 lid 2 X
een
Art. Art. Art. Art. Art. 3. 5 3. 5 3. 5 3. 5 3. 10 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1
Overige soorten
X
Artikel 3. 1 (m. b. t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3. 5 (m. b. t. Internationaal beschermde soorten) : - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3. 10 lid 1 (m. b. t. A-soorten) : het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3. 10 lid 3 Wnb) .
Haalakker te Oirlo
9
6
Conclusies
Ter plaatse van het plangebied kunnen mogelijk diersoorten voorkomen die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten) waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Provincie Limburg, 2016) Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1. 11 Wnb) ; deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. ,
.
In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.
Haalakker te Oirlo 10
Literatuur • • • • • • •
BIJ12. 2017a. Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1. 0. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017b. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1. 0. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017c. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1. 0. BIJ12, Utrecht. Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1. 3. Provincie Limburg. 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene en Zoogdiervereniging. 2021. Bureaus en Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www. netwerkgroenebureaus. nl www. zoogdiervereniging. nl.
Haalakker te Oirlo 11
Bijlage 1: Toelichting
per
beschermingsregime
Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3. 1 tot en met 3. 4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3. 1 en 3. 2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3. 1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3. 1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3. 1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3. 1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3. 2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.
2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3. 4 lid 1 Wnb) .
Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.
Dit betekent dat er: geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Haalakker te Oirlo 12
Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3. 6 lid 2 Wnb) .
Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3. 8 lid 2 en 3. 9 lid 2 Wnb) Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3. 8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets) ; • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt
gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. .
Haalakker te Oirlo 13
Overige beschermde soorten Algemeen Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’) Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’) Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. .
.
Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3. 10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3. 10 lid 3 Wnb) Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. .
Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3. 8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets) ; • • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden
mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3. 8 lid 2) : in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
Haalakker te Oirlo 14
-
-
-
-
-
ter voorkoming
schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang. van
Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)
Haalakker te Oirlo 15