CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie Huisvesting

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Startnotitie AZC + Startnotitie huisvesting7.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Huisvesting Portefeuillehouder: Erik van Daal

Beslispunten: 1. Kennis te nemen van de opiniërende startnotitie Huisvesting en deze opiniërend te behandelen; 2. Een voorkeursscenario betreffende flexwonen uit te spreken: a.

de opdracht uitvoeren zoals geformuleerd (1);

b.

het stoppen en intrekken van de opdracht om flexwonen te realiseren (2);

c.

óf het aanpassen van de opdracht flexwonen op basis van uit te spreken uitgangspunten uit de startnotitie (3).

3. Het college van B&W de opdracht te geven om het uitgesproken voorkeursscenario flexwonen uit te werken (m.u.v. scenario 2) tot een definitief plan van aanpak en deze ter vaststelling aan te bieden aan de raad.

Beoogd resultaat Tijdens de raadsvergadering van 27 juni 2024 is er door de gemeenteraad aan het college van B&W opgedragen om een startnotitie met scenario’s voor te bereiden. Door de gemeenteraad de ‘startnotitie huisvesting’ opiniërend aan te bieden en scenario’s voor flexwonen* voor te leggen, wordt de raad in positie gebracht om kaders te bepalen en de koers aan te geven. Door de startnotitie opiniërend te behandelen kan de gemeenteraad ook een voorkeursscenario uitspreken. Het college van B&W verwerkt het uitgesproken voorkeursscenario vervolgens tot een definitief plan van aanpak huisvesting. De oorspronkelijke opdracht is immers op 27 juni 2023 via een amendement aan het college van B&W verstrekt en de uitwerking hiervan tijdens de raadsvergadering van december 2023 bekrachtigd. Het beoogd resultaat is dan ook als volgt: De startnotitie huisvesting als kaderstellend document voor te leggen aan de gemeenteraad tijdens de raadsvergadering van 24 september, zodat op basis van de kennis en inzichten de gemeenteraad een voorkeursscenario kan uitspreken. De bespreking van de startnotitie op 24 september leidt er teneinde toe dat er een definitief plan van aanpak huisvesting wordt voorbereid (met uitgesproken voorkeursscenario) en ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden.

2

Inhoudsopgave Beslispunten: .......................................................................................... 2 Beoogd resultaat ..................................................................................... 2 Leeswijzer .............................................................................................. 3 1 Aanleiding Flexwonen .......................................................................... 4 (Voorkeur)scenario en regie flexwonen ................................................... 5 2 Voor- en nadelen en kansen en risico’s flexwonen .................................... 7 3 Mogelijke scenario’s flexwonen: wat vinden we belangrijk en waar zetten we op in? .................................................................................................. 11 3.1

Scenario 1: de opdracht flexwonen uitvoeren zoals geformuleerd ...... 12

3.2

Scenario 2: de opdracht flexwonen intrekken en stopzetten .............. 14

3.3 Scenario 3: de opdracht flexwonen aanpassen op basis van nieuwe kaders en inzichten ............................................................................. 15 4 Vervolgproces................................................................................... 20

Leeswijzer Deze startnotitie is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken en bijlages. In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding voor deze startnotitie geschetst. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de vooren nadelen van flexwonen en de kansen en risico’s. In hoofdstuk 3 worden de scenario’s gepresenteerd en de keuzemogelijkheden die de gemeenteraad heeft om de opdracht al dan niet voort te zetten, te stoppen of aan te passen. Bij de startnotitie zijn ook een aantal bijlages toegevoegd. Bijlage 1 schetst het tot dusver doorlopen proces. Bijlage 2 schetst de grondslag van flexwonen in de gemeente Venray. De stand van zaken van het Omgevingsprogramma Wonen (versnelling en huisvesting doelgroepen) wordt in bijlage 3 weergegeven. Ondanks het feit dat asielzoekers geen onderdeel zijn van de huisvesting in het kader van het Omgevingsprogramma Wonen, wordt ook van deze doelgroep de stand van zaken weergegeven in dit document. In bijlage 1, 2 en 3 wordt tevens duidelijk dat er sprake is van veel verschillende soorten begrippen en het feit dat begrippen door elkaar heen worden gebruikt. Om die reden is er een begrippenkader opgesteld (bijlage 5). Het is voor de potentiële uitvoering van de opdracht namelijk van belang dat dezelfde taal wordt gesproken. Neem bijvoorbeeld de begrippen statushouders*, asielzoekers* en vluchtelingen*.

Drie verschillende doelgroepen die om andere huisvesting (kunnen) vragen. Dit geldt ook voor de vormen van huisvesting met termen als flexwonen*, tijdelijke woningen*, modulaire woningen*, prefab woningen* enzovoorts. Woorden aangeduid met een * achter het woord, zijn opgenomen in het begrippenkader.

3

1

Aanleiding Flexwonen

Het afgelopen 1,5 jaar heeft de gemeenteraad meermaals gesproken over de huisvesting van asielzoekers en andere doelgroepen. Op verschillende momenten is de gemeenteraad om instemming gevraagd, geïnformeerd over de stand van zaken en heeft de raad zelf een amendement en motie aangenomen. Doelstelling van het college van B&W is te allen tijde geweest om de huisvestingsopgave voor iedereen te versnellen. Onderstaande tijdlijn geeft het proces weer:

Op 27 juni 2023 heeft de gemeenteraad van Venray een voorstel aangeboden gekregen om maximaal 250 flexwoningen* te ontwikkelen voor een brede doelgroep van ontheemden* en lokale woningzoekenden*. Het voorstel bedroeg de ontwikkeling hiervan op een drietal locaties. Dit voorstel is destijds door de gemeenteraad geamendeerd. De raad heeft het college van B&W de opdracht gegeven om eind 2023 een totaalplan aan de gemeenteraad voor te leggen, met inachtneming van de genoemde kaders in het amendement. Op 12 december 2023 is een totaalplan voorgelegd aan de gemeenteraad en aangenomen. Een van de opdrachten uit het voorstel van 12 december 2023 betrof de realisatie van flexwonen. Voor de deelopdracht om één AZC te realiseren is een separate startnotitie AZC opgesteld om nadrukkelijker onderscheid te maken in de onderwerpen. De gemeenteraad heeft sindsdien december 2023 een aantal RIB’s met informatie ontvangen en is er voor juni 2024 een raadsvoorstel voorbereid geweest. Het college van B&W adviseerde de raad echter deze niet te behandelen. Tijdens de behandeling van de RIB en de memo op 27 juni 2024 heeft de gemeenteraad een nieuwe motie aangenomen waarin deze het college van B&W opdraagt:

4

Vóór de raadsvergadering van 24 september een startnotitie voor te bereiden met mogelijke scenario’s om uitvoering te geven aan de bestaande opdracht zoals verwoord in het raadsbesluit van 12 december 2023. Tijdens de behandeling van de RIB, memo en de motie is uitgesproken dat de startnotitie een aantal scenario’s dient te bevatten. Met de voorliggende opiniërende startnotitie huisvesting wordt voldaan aan de opdracht uit de motie. Voor een uitgebreide terugblik op het proces wordt verwezen naar bijlage 1.

(Voorkeur)scenario en regie flexwonen De context en historie (bijlage 1) leidt er uiteindelijk toe dat de raad graag scenario’s voor de uitvoering van de opdracht uit december 2023 wenst te zien. Het college van B&W was echter zelf ook voornemens om de stand van zaken met betrekking tot flexwonen met de raad te bespreken (zie memo 27 juni 2024). Het college van B&W heeft te allen tijde de doelstelling nagestreefd om de huisvestingsopgave te versnellen voor iedereen. Flexwonen is hierin een middel en instrument om – bij voldoende voordelen – de opgave te versnellen voor eenieder. Voor de exacte grondslagen en doelstelling wordt verwezen naar bijlage 2. Ten aanzien van de doelstelling (het versnellen van de huisvestingsopgave voor iedereen) staat het college van B&W nog steeds pal achter deze doelstelling (zie memo 27 juni 2024). Het college van B&W heeft met de memo op 27 juni 2024 aangegeven hier op een zorgvuldige manier mee te willen omgaan en voorgesteld om deze deelopdracht op zijn minst tot na de zomer te bevriezen. Om vervolgens met de gemeenteraad te kijken wat de stand van zaken is en hoe invulling wordt gegeven aan de doelstelling . Gezien de voor- en nadelen in deze startnotitie huisvesting is het college van B&W van mening dat voorkeursscenario 2 (stoppen en intrekken van de opdracht) met betrekking tot flexwonen de voorkeur geniet.

Temeer vanwege de reden die in memo van 27 juni 2024 ook is aangegeven: de inzet van ambtelijke capaciteit en de doelstelling de huisvestingsopgave te versnellen voor iedereen. Het college van B&W is van mening dat flexwonen maatwerk moet zijn als zich kansen voortdoen1 en zodoende als instrument ingezet kan worden om de huisvestingsopgave in Venray te versnellen voor iedereen. Het is daarmee geen doel op zich meer om flexwonen te realiseren, maar net als andere acties uit het Omgevingsprogramma Wonen, een middel om de doelstelling (het versnellen van de huisvestingsopgave voor iedereen) te bereiken. Het vereist dan ook geen separate opdracht. Wanneer zich kansen voordoen kan er uiteraard – zoals vastgelegd in het grondbeleid – alsnog situationeel gebruikt gemaakt worden van bijvoorbeeld het grondbeleid2. Daarnaast is de doelstelling – conform Omgevingsprogramma Wonen – om versnelling te realiseren in de huisvesting voor iedereen, en niet voor specifieke doelgroepen zoals de deelopdracht behelst. De regie van de opdracht ligt echter bij de gemeenteraad en deze dient dan ook een voorkeur uit te spreken. Immers de gemeenteraad heeft de opdracht aan het college van B&W verstrekt. Mocht

Hiermee wordt bedoelt dat op het moment dat er leegstaande gebouwen wordt gesignaleerd of grond wordt aangeboden, flexwonen tot een van de mogelijkheden behoort. Het doel is namelijk te versnellen in de huisvestingsopgave voor iedereen. Flexwonen kan hierin dan het instrument zijn en leiden tot maatwerk, dat leidt dan tot realisatie van de doelstelling. Er zijn echter ook andere middelen die mogelijk inzetbaar zijn op dat moment: versnellen van procedures, ambtelijke capaciteit prioriteren etc. 2 Het betreft echter geen proactieve houding van de gemeente op voorhand. 1

5

deze bijgesteld moeten worden, dan is hiervoor een nieuw voorstel, een motie of het eensgezind uitspreken van een scenario noodzakelijk. Voorliggende startnotitie huisvesting is dan ook opiniërend van aard en geeft een aantal mogelijke scenario’s weer. Deze scenario’s kunnen leiden tot voorzetting van de huidige opdracht, een formulering van een nieuwe opdracht of mogelijk zelfs tot beëindiging van de opdracht. Naar aanleiding van het opiniërend behandelen van de scenario’s kan het college van B&W een vervolgstap en voorstel voorbereiden: een definitief plan van aanpak huisvesting. Constatering op basis van het gelopen proces is dat heldere afbakening bij voortzetting of aanpassing noodzakelijk is.

6

2

Voor- en nadelen en kansen en risico’s flexwonen

Voordat de scenario’s voor flexwonen uiteengezet worden is het waardevol inzicht te generen in de voordelen/kansen en nadelen/risico’s van flexwonen. Het Ministerie van BZK heeft in 2019 twee doelen geformuleerd voor flexwonen: flexwonen als oplossing voor mensen die snel huisvesting nodig hebben als ‘tussenlanding’ (1) en het inspelen op groei en krimp door middel van flexwonen als flexibele schil (2). Vanwege het relatief snelle karakter van het bouwen van tijdelijke woningen, worden ze gezien als onderdeel van de oplossing naar het oplopende woningtekort. Aan het realiseren van tijdelijke woningen kleven – naast de voordelen/kansen – ook nadelen/risico’s. De Tweede kamer heeft onderzoek laten doen naar deze voordelen/kansen en nadelen/risico’s (Dienst Analyse en Onderzoek, 2023). Deze voordelen/kansen en nadelen/risico zijn generiek van invloed op de scenario’s die voorliggen. De onderstaande tabel toont deze voordelen/kansen en nadelen/risico’s van flexwonen. Thema:

Realisatietempo

Voordelen / kansen flexwonen

Nadelen / risico’s flexwonen

Tijdelijke woningen kunnen relatief sneller gerealiseerd worden dan reguliere woningen dankzij de modulaire* productiewijze. De bouwtijd van de woningen is sneller. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet konden tijdelijke woningen ook planologisch sneller gerealiseerd worden doordat bepaalde procedures korter waren. Onder de Omgevingswet is er meer ruimte voor tijdelijke woningen. Zie ook thema businesscase.

In de praktijk duurt de planvorming vaak (veel) langer dan de formele proceduretermijnen. Volgens het rapport (2023) en een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft dit met name te maken met weerstand bij omwonenden en de invloed daarvan op de politieke besluitvorming. Vanuit de omwonenden kan echter gesteld worden dat kortere procedures voor minder inspraak zorgen en de factor tijd juist noodzakelijk is voor draagvlak. Andere oorzaken voor vertraging zijn vaak de wachttijd voor aansluiting op nutsvoorzieningen en de onrendabele businesscase.

Het voordeel van een snel realisatietempo draagt bij aan de ambitie om snel in voldoende huisvesting in Venray te voorzien.

Kwaliteit woningen

Businesscase

De afgelopen jaren zijn de tijdelijke woningen doorontwikkeld en geïnnoveerd. Ondanks de lagere eisen zijn de woningen steeds meer vergelijkbaar met de kwaliteit van reguliere woningen. De kans die hier ontstaat is om de tijdelijke woning te toetsen aan de kwaliteit van een reguliere woning, zodat de vervolgexploitatie verbetert.

Aan de tijdelijke woningen worden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen: Bouwbesluit) lagere eisen gesteld dan aan permanente woningen. Dit helpt om de bouwkosten te beperken, maar is van invloed op uitstraling.

De kosten van tijdelijke woningen zijn vaak lager vanwege de fabrieksmatige bouwwijze, beperkte oppervlakte en soms lagere kwaliteitseisen. Er is echter nog weinig bekend over de exacte bouw- en stichtingskosten. De conclusie van het rapport en van

De investeringen in flexwonen verdienen zich vaak niet terug, met name door de onzekerheid na de eerste exploitatieperiode. De businesscase kan worden verbeterd doordat gemeenten grond aankopen, gratis beschikbaar

het Planbureau voor de Leefomgeving is dat flexwonen niet per definitie goedkoper is dan permanente woningen.

stellen of het project subsidiëren. Onder de Omgevingswet is het echter mogelijk om voor een langere periode dan 10 jaar af te wijken. Dit kan de exploitatie en businesscase ten goede komen en biedt kansen (zie: ‘Flexwonen onder de omgevingswet’). Daarnaast zijn de mutatiekosten en de kosten voor reparatieonderhoud vaak hoger. Een financiële investering van de gemeente Venray is dan vrijwel zeker noodzakelijk voor een rendabel project. Nadeel is dat de gemeente Venray weinig gronden bezit. Hiervoor is dus eerst actie op nodig en dat kán ten koste gaan van de snelheid. Ook financieringsstromen zijn een risico: de doelgroep Oekraïne is van tijdelijke aard, waardoor de financiering vanuit het Rijk ook tijdelijk is. Het is tevens van belang te weten dat de gemeente Venray een subsidie toegekend heeft gekregen om flexwoningen te realiseren voor bepaalde doelgroepen. Wanneer er voor 1 december 2025 geen onomkeerbare stappen zijn gezet, moet de subsidie van ongeveer €1.500.000.- worden terugbetaald.

Tijdelijke huurcontracten

Verdringing reguliere woningmarkt

3

Een nadeel van flexwonen (vanuit het bewonersperspectief) is dat er vaak wordt gewerkt met tijdelijke huurcontracten. De Wet Vaste Huurcontracten is echter pasgeleden inwerking getreden en de exacte uitwerking is nog onduidelijk. Het is echter bekend dat er niet meer zondermeer een tijdelijk huurcontract mag worden aangeboden. Uitzondering hierop zijn de urgenten binnen de aandachtsgroepen in de wet versterking regie volkshuisvesting3. Dit levert voor de huurders onzekerheid op: na het huurcontract moet de huurder een andere woning hebben gevonden. De nuance is echter op zijn plaats dat het ook mogelijk is om het huurcontract af te sluiten met dezelfde tijdsperiode als de mogelijke vergunning voor de tijdelijke woningen (o.b.v. Leegstandswet). Dit gaat echter in tegen de bedoeling om doorstroming te bevorderen binnen flexwonen (tijdelijke overbrugging / buffer). Ook is de tijdelijkheid van het contract vaak nog beter als het alternatief om géén woning te hebben. De tijdelijkheid van het huurcontract is zodoende een kans en voor anderen een risico. Het Economische Instituut voor Bouw (2022) heeft onderzoek gedaan of flexwonen de reguliere woningbouw verdringt. Zij constateert dat de bouw van tijdelijke woningen gedurende de exploitatietermijn de reguliere woningen verdringt.

Driekwart van de onderzochte projecten (175 flexwonen, waarvan 59 met tijdelijke woningen) zijn gerealiseerd op locaties die geschikt zijn voor permanente woningbouw. Het rapport is echter niet duidelijk over hoe de locaties zijn beoordeeld. Het rapport van Dienst Analyse en Onderzoek (2023) vindt daarmee die conclusie van het Economisch Instituut voor Bouw onvoldoende onderbouwd. Het is hiermee een potentieel risico.

Wet Vaste Huurcontracten: Staatsblad 2024, 152 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

8

Daarentegen kan het plaatsen van tijdelijke woningen op een toekomstige permanente locatie voor woningbouw echter ook als vliegwiel en dus als potentiële kans fungeren. De omliggende omgeving kan bekend raken met het beeld van permanente woningbouw, wat eventuele procedures kan verminderen bij een definitieve wijziging van de bestemming.

Ruimtelijke kwaliteit en vliegwiel

Vastgelegde afspraken Venray

Tijdelijke woningen kunnen dienen als pauzelandschappen. Een plek waar de functie is verdwenen, maar waar nog geen nieuwe bestemming is gevonden. Hiermee kan in potentie de ruimtelijke kwaliteit vooruitgaan. Daarnaast passen tijdelijke woningen bij de stapsgewijze groei van een wijk, die pas op den duur de definitieve bestemming krijgt. Waarbij het dus ook weer als vliegwiel kan dienen.

Voldoet aan de gemaakte afspraken Omgevingsprogramma Wonen en Samenwerkingsafspraken met Wonen Limburg. Wonen Limburg is in de gemeente Venray ‘preferred supplier’ en dit is van positieve invloed op het realisatietempo en het maken van afspraken.

Publieke debat

Leidt af van de andere samenwerkingsafspraken en de uitvoering hiervan: bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, duurzaamheid, of het toevoegen van permanente sociale huurwoningen. De ambtelijke capaciteit moet verdeeld worden. Met andere partijen dan Wonen Limburg moet de gemeente nadere afspraken maken voor de realisatie van (sociale) flexwoningen, wat een nadeel is voor het realisatietempo. Ambtelijke capaciteit verschuift van permanente woningbouw naar tijdelijke woningbouw en is daarmee geen duurzame oplossing voor het realiseren van de 2.000 woningen voor 2035. Immers kunnen conceptverzoeken voor permanente woningbouw vertraging oplopen door beperkte ambtelijke capaciteit die beschikbaar is, aangezien Venray al veel projecten kent.

Ambtelijke capaciteit

Kennis en inzicht flexwonen

“Niets is zo permanent als tijdelijke woningbouw”. Wanneer een tijdelijke locatie overgaat tot permanente bestemming, is het risico om weggezet te worden als onbetrouwbare overheid aanwezig. Aan de voorkant is transparantie daarom van belang. Aan de andere kant kan de aanwezigheid van de woningen door de tijd heen door omwonenden ook als ‘gewoon’ ervaren worden en ‘slechts’ naar verloop van tijd een andere status krijgen.

Er is veel informatie bekend door het tot nu toe doorlopen en gevoerde proces in Venray.

Wet- en regelgeving verandert. De nieuwe Omgevingswet zorgt voor nieuwe procedures. Er is een bepaald stigma over de term flexwonen ontstaan door het publieke en politiek debat. De maatschappelijkeen politieke onrust kan leiden tot langere procedures. 9

Inspraakprocedures

Wet- en regelgeving en het kabinet

Door beperkte inspraakprocedures voorziet het in theorie in snellere procedures en realisatie.

Door de snellere procedures zijn er mogelijk minder inspraakmogelijkheden voor inwoners.

Wanneer flexwonen doorgang vindt, voldoet Venray aan de gestelde doelen van het ministerie. Een versnelde bijdrage aan de huisvesting voor aandachtsgroepen en mogelijke (geringe) afname van de druk op sociale huur. Flexwonen biedt daardoor ook meer kansen voor regulier woningzoekenden in permanente sociale huurwoningen. Flexwonen voorziet in de buffer voor tijdelijke pieken in de woonbehoefte.

In verhouding wordt met de versnelling voor aandachtsgroepen veel ingezet (ambtelijke capaciteit, tijd, middelen) op een relatief kleine groep ten opzichte van de reguliere woningzoekende. Daarnaast zorgt de buffer maar voor beperkte ‘lucht’ op de woningmarkt. Ook is de koers van het huidige kabinet onduidelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor de voorrangsregel voor statushouders. Dit kan zowel als voordeel/kans als nadeel/risico uitgelegd worden.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat het dan een bijdrage moet leveren aan alle aandachtsgroepen vanuit het concept wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting. De behoefte van alle doelgroepen moet immers in beeld worden gebracht en wordt wetmatig verplicht gesteld (bijlage 3). Ook wanneer er geen behoefte is.

Huisvestingsverordening

Flexwonen onder de Omgevingswet

Een risico is dat aan de voorkant (nog) geen harde afspraken gemaakt kunnen worden over de toewijzing van de woningen. Hiervoor is de Huisvestingsverordening noodzakelijk als juridische grondslag (vaststelling rond Q1 2025). Wanneer Wonen Limburg de tijdelijke woningen realiseert, dan is Wonen Limburg aan zet om de toewijzing te verzorgen. Concreet betekent dit feitelijk dat er net als bij Roekenbosch een ruime omschrijving van doelgroepen dient te zijn, op het moment dat de woningen er voor de vaststelling van de Huisvestingsverordening staan. Voorheen kon er voor een bepaalde periode worden afgeweken van de bestemming voor tijdelijke woningen, met een tijdelijke omgevingsvergunning. De maximale tijdsperiode om af te wijken bedroeg maximaal 10 jaar met de reguliere procedure. Met toepassing van de uitgebreide procedure kon voor een langere termijn worden afgeweken van het bestemmingsplan. Beide procedures waren een bevoegdheid van het college van B&W. Ook kon het bestemmingsplan worden gewijzigd. De bevoegdheid daarvan lag bij gemeenteraad. Onder de omgevingswet is dit komen te vervallen en zijn er twee opties mogelijk die zowel kansen als risico’s bieden. Meer informatie is terug te lezen in bijlage 3.

10

3 Mogelijke scenario’s flexwonen: wat vinden we belangrijk en waar zetten we op in? De gemeenteraad is op twee momenten besluitvormend aan zet geweest: in juni 2023 en in december 2023. Tijdens het eerste moment heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen met een aangepaste opdracht. In december 2023 heeft het college van B&W de uitwerking van die opdracht voorgelegd en hiermee is ingestemd. Er is vastgesteld dat de opdracht het realiseren van één AZC (1) en flexwonen (2) twee aparte opdrachten zijn. Deze startnotitie gaat specifiek in op de tweede deelopdracht: flexwonen. Er zijn een drietal scenario’s denkbaar voor het realiseren van flexwonen, waarbij in het laatste scenario een aantal kaders en uitgangspunten aangebracht kunnen worden: -

De opdracht uitvoeren zoals geformuleerd (1)

-

De opdracht intrekken en stopzetten (2);

-

De opdracht aanpassen op basis van uit te spreken uitgangspunten (3);

Het realiseren van flexwonen

S1: Uitvoeren

De doelgroepen

S2: Stoppen & intrekken

Aantal woning óf o.b.v. behoefte

S3: Aanpassen op basis van:

Actieve of passieve rol van de gemeente Herformuleren uitgangspunten als tijdelijk / spreiding etc.

Participatie

3.1 Scenario 1: de opdracht flexwonen uitvoeren zoals geformuleerd Het eerste scenario betreft de opdracht zoals vastgesteld in december 2023. Dit betekent dat er flexwoningen gebouwd worden voor starters, statushouders en woonurgenten. Ook wordt er dan een lagere prioriteit gegeven aan de huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne. Qua aantallen wordt als vertrekpunt het amendement uit juni 2023 gebruikt, waarbij actuele prognoses en regionale afspraken aanleiding kunnen geven voor bijstelling. De raad wordt dan ook conform het beschreven proces meegenomen. Wanneer de opdracht niet aangepast of stopgezet wordt – en dus de doelgroepen en aantallen (op basis van) overeind blijven – is het echter wel noodzakelijk om met elkaar de opdracht te verduidelijken. Uit bijlage 1, 2 en 3 blijkt namelijk dat er onduidelijkheden zijn over definities van bijvoorbeeld doelgroepen als starters, spoedzoekers, vluchtelingen et cetera. Om aan het juiste verwachtingsmanagement te voldoen is een gesprek tussen het college van B&W en de gemeenteraad aanbevolen.

Temeer ook om met elkaar te bespreken welke rol de gemeente Venray zelf bekleedt in het proces: is het ook grondverwerver en exploitant of alleen faciliterend met marktpartijen? Daarnaast is het goed om zich te realiseren dat bij handhaving van de opdracht ook vastgehouden wordt aan het punt: “de huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne een lagere prioriteit te geven”. De stand van zaken over de doelgroepen in bijlage 3 toont echter aan dat de opgave voor deze doelgroep niet gehaald wordt en hier de opgave om de personen van Servaashof te herhuisvesten er nog bij komt. Aan de andere kant heeft de raad echter ook besloten om aantallen bij te stellen op basis van actuele prognoses. De vraag is dan ook of dat ook geldt voor de doelgroep Oekraïne. Het is raadzaam dat de raad zich hierover uitspreekt, zodat de opgave voor de toekomst helder is. Het is hierbij belangrijk om op te merken dat het college van B&W uitvoering dient te geven aan opgaven vanuit wet- en regelgeving (zie ‘grondslag’ in bijlage 2). De raad kan echter kaders aangeven. Tot slot geldt voor dit scenario, wanneer het als voorkeursscenario wordt uitgesproken, dat het college van B&W voornemens is (en conform het besluit uit 2023) deze opdracht (het realiseren van flexwonen) volledig los te koppelen van het voorkeursscenario AZC.

Met het aanbieden van twee separate startnotities is hiertoe al een eerste stap gezet. De raad zal in het vervolg aparte besluitvormingstrajecten voor de deelopdrachten voorgelegd krijgen. Zo wordt voorkomen dat de discussie vertroebelt en beide opdrachten mogelijk ten onrechte aan elkaar worden verbonden. En dat is niet juist. Het gaat namelijk huisvesting (wonen) en opvang en daarnaast zijn asielzoekers geen onderdeel van het Omgevingsprogramma Wonen4. Enkele voor- en nadelen betreffende dit scenario: Voordelen Er wordt voldaan aan de reeds eerder vastgestelde visie en het proces.

Nadelen Er blijft mogelijk maatschappelijke en politieke onrust.

Huisvesting voor asielzoekers is een verantwoordelijkheid voor het COA en betreft opvang. Ook de financieringsstromen zijn anders. Bij flexwonen gaat het niet om opvang, maar om zelfstandige wooneenheden. Daarnaast zijn de doelgroepen ‘definitief’ in Nederland, terwijl de asielzoeker nog in procedure zit om überhaupt een verblijfsvergunning te krijgen. 4

12

Samenwerkingsafspraken met Wonen Limburg worden gecontinueerd en er wordt uitvoering gegeven aan het Omgevingsprogramma Wonen.

Voldoet aan de wens van de raad om flexwonen te realiseren.

Venray levert een actieve bijdrage aan de huisvesting van enkele aandachtsgroepen. De verwachting is dat de druk op sociale huur daarmee mogelijk af kan nemen.

De ambtelijke capaciteit moet verdeeld worden: het realiseren van flexwonen, het realiseren van de noodopvang en potentieel het voorkeursscenario voor het AZC. Gevolg is dat medewerkers bij verschillende trajecten betrokken zijn en minder progressie boeken op een van de drie terreinen, dan wanneer de focus ligt op één of twee onderwerpen. De verschillende trajecten zullen mogelijk trager verlopen, waarbij de realisatie van de 2000 woningen ook onder druk kan komen te staan. Ontstaan van twee trajecten (permanente én flexwoningen) in het realiseren van de ambitie in het Omgevingsprogramma Wonen: 2000 woningen tot en met 2035. Gaat mogelijk ten koste van de integraliteit. Venray levert geen - versnelde – bijdrage aan de huisvesting van alle aandachtsgroepen in flexwonen. Definities en kaders zijn niet allemaal even duidelijk Vasthouden aan de opdracht - zonder dat de raad zich specifiek uitspreekt over Oekraïne - betekent ook een lagere prioriteit geven aan de opvang van de doelgroep Oekraïne en doet daarmee afbreuk van de morele verantwoordelijkheid.

13

3.2

Scenario 2: de opdracht flexwonen intrekken en stopzetten

Het tweede scenario voor flexwonen is een vrij helder scenario: het stopzetten van de opdracht om flexwonen te realiseren. Hiervoor geldt dat het noodzakelijk is dat de gemeenteraad zijn wens hiertoe kenbaar maakt via een besluit. Temeer omdat het onderzoeken van flexwonen niet alleen door de raad is vastgesteld in juni en december 2023, maar ook is opgenomen in het Omgevingsprogramma Wonen en de Samenwerkingsafspraken met Wonen Limburg. De kanttekening bij dit scenario is dat het te allen tijde kan voorkomen dat een particuliere initiatiefnemer flexwonen wenst te realiseren en hiertoe een conceptverzoek indient. Op dat moment wordt de ruimtelijke ordeningsprocedure net als bij ieder ander plan, doorlopen. Op het moment dat een verzoek wordt ingediend, wordt vanuit het Omgevingsprogramma Wonen bekeken welke doelgroep het beste gehuisvest kan worden op die locatie. Dit kan tot gevolg hebben dat er flexwonen wordt gerealiseerd, maar niet vanuit een actieve rol van de gemeente. Het stoppen van de opdracht betekent dan ook: geen actieve rol van de gemeente in het zoeken naar, of verwerven van locaties of het aansporen van grondeigenaren, ontwikkelaars of de woningcorporatie. Het is echter mogelijk dat zich op basis van maatwerk of situationeel kansen voordoen.

Het stoppen van flexwonen betekent een stop om een buffer te creëren om doelgroepen tijdelijk te huisvesten door een actieve rol van de gemeente. Ook hier heeft dat gevolgen voor het uitgangspunt “de huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne een lagere prioriteit te geven”. Wanneer de opdracht wordt ingetrokken, wordt ook dit uitgangspunt ingetrokken. Zoals eerder aangegeven is het college van B&W verantwoordelijk voor uitvoering conform de genoemde grondslagen voor Oekraïne (bijlage 3). Wanneer de opdracht voor flexwonen wordt stopgezet, dan geldt de fictieve opgave van 315 personen en toekomstig mogelijk 385 personen gezien de wettelijke grondslag en fictieve opgave. Venray zal dan voor deze doelgroep huisvesting realiseren conform de afspraken, ondanks dat de opdracht flexwonen wordt stopgezet. Tenzij de raad andere kaders stelt. Enkele voor- en nadelen betreffende dit scenario: Voordelen Een helder besluit: maatschappelijke- en politieke onrust verdwijnt. Ambtelijke capaciteit komt beschikbaar voor andere projecten en prioriteiten.

Met het stopzetten van de opdracht wordt de afspraak uit de samenwerkingsafspraken met Wonen Limburg en de inzet vanuit het Omgevingsprogramma afgedaan. Volledige focus op het realiseren van de ambitie in het Omgevingsprogramma Wonen: 2000 woningen tot en met 2035.

Nadelen Eerder vastgestelde visie wordt tenietgedaan. Onrust kan mogelijk ontstaan als een particuliere initiatiefnemer alsnog bij de gemeente of particulieren aanklopt voor locaties. Particuliere initiatieven kunnen te allen tijde worden ingediend en worden beoordeeld. Afspraken uit het Omgevingsprogramma en Samenwerkingsafspraken zijn afgedaan, maar leiden niet tot uitvoering. Venray levert geen (actieve)– versnelde – bijdrage meer aan de huisvesting van aandachtsgroepen. De verwachting is dat de druk op sociale huur daarmee toeneemt en wachttijden langer worden.

14

3.3 Scenario 3: de opdracht flexwonen aanpassen op basis van nieuwe kaders en inzichten De oorspronkelijke opdracht om flexwonen te realiseren kan aangepast worden door uitgangspunten en kaders te verduidelijken, aan te passen, te verbreden en te herformuleren. Dit is mogelijk op verschillende punten die één voor één behandeld worden. 1. Doelgroepen en definities De oorspronkelijke opdracht uit juni 2023 betrof het realiseren van maximaal 250 flexwoningen. In een later stadium van het proces wordt gesproken over tijdelijke woningen. Er is echter onderscheid te maken in ‘flexwonen’ en ‘tijdelijke woningen’. Tijdelijke woningen zijn een onderdeel binnen het begrip flexwonen (bijlage 5: begrippenkader). Het moge duidelijk zijn dat de brede term van flexwonen meer mogelijkheden biedt. Er wordt daarom uitgegaan van flexwonen: dit betekent dat niet alleen naar tijdelijke nieuwe locaties gekeken wordt, maar dat ook bijvoorbeeld leegstaande kantoorpanden in aanmerking komen in combinatie met bijvoorbeeld tijdelijke huurcontracten. Daarmee wordt het uitgangspunt om tijdelijke woningen te realiseren verbreed. Opgemerkt moet worden dat in de Samenwerkingsafspraken met Wonen Limburg ook aandacht wordt geschonken aan leegstaande gebouwen. Daarnaast heeft de gemeente Venray conform de definitie flexwonen, al flexwoningen gerealiseerd: Schuttersveld.

In Schuttersveld is namelijk sprake van tijdelijke huurcontracten en op de locatie rust een vergunning van tijdelijk van aard. De vergunning (voor de bewoning van +/- 300 personen) loopt tot en met 2028. Dit betekent een opgave voor de toekomst die samen met Wonen Limburg wordt opgepakt, waarbij mogelijk een verlenging van de vergunning mogelijk is. De oorspronkelijke opdracht betrof het realiseren van flexwoningen voor een beperkt aantal doelgroepen. In bijlage 3 is de stand van zaken geschetst van het Omgevingsprogramma Wonen en de huisvesting van doelgroepen. Wanneer wordt vastgehouden aan de oorspronkelijk opdracht heeft dat tot gevolg dat er maar een aantal van de benoemde doelgroepen wordt bediend. Het is mogelijk om de keuze te maken en de genoemde doelgroepen uit de oorspronkelijke opdracht te verbreden naar alle doelgroepen, zodat deze ‘matchen’ met de omgeving en de locatie/het pand. Het is daarom voorstelbaar om op voorhand niet expliciet in te gaan op de doelgroepen, maar te streven naar het bedienen van een zo breed mogelijke doelgroep. Dit heeft tot gevolg dat op het moment dat er een locatie of pand beschikbaar is, de juiste doelgroep op die betreffende locatie kan worden gehuisvest. Vasthouden aan de eerder geformuleerde doelgroepen kan namelijk leiden tot een clustering van kwetsbare doelgroepen in een ogenschijnlijk al kwetsbare wijk of geografische omgeving.

Ook moet opgemerkt worden dat prognoses en behoeftes momentopnames zijn. Met name de taakstelling statushouders en de opgave Oekraïners zijn erg aan externe factoren onderhevig. Wanneer expliciet wordt uitgesproken om huisvesting te realiseren voor een beperkt aantal doelgroepen, kan niet worden ingespeeld op mogelijke externe factoren als massale instroom of een verhoogde taakstelling.

15

Tot slot geldt dat het in- of uitsluiten van doelgroepen tot concurrentie kan leiden. Alle doelgroepen huisvesten vraagt om ruimte. Wanneer bijvoorbeeld de doelgroep internationale werknemers buiten de opdracht wordt gehouden, neemt dat niet weg dat er voor internationale werknemers een beleidskader is vastgesteld dat uitgaat van de ambitie om 1500 plekken te realiseren. Deze 1500 plekken vragen, net als de dan geldende opdracht om ruimte voor huisvesting. Dit kan dan echter niet op dezelfde locatie plaatsvinden, waardoor er concurrentie kan ontstaan wanneer een locatie geschikt is voor beide doelgroepen / ambities. Opgave Oekraïne Zoals geschetst staat Venray voor de opgave om 315 Oekraïners te huisvesten. Momenteel zijn er 210 Oekraïners gehuisvest. Echter loopt op 1-7-2025 het contract af voor de huisvesting op Servaashof. Dit heeft tot gevolg dat 130 personen geherhuisvest dienen te worden. Het is mogelijk om hier op de eerste plaats prioriteit aan te verlenen via een separaat proces. De beschreven kans op concurrentie is dan echter van toepassing. De herhuisvesting kan ook beoogd worden binnen de mogelijke (aangepaste) opdracht flexwonen. Op de tweede plaats – nadat de 130 personen zijn geherhuisvest – kan vervolgens prioriteit worden gelegd op de overige opgave om te huisvesten (105 personen).

Enkele voor- en nadelen betreffende het eerste uitgangspunt / kader van een mogelijk scenario: Voordelen De definitie flexwonen biedt meer ruimte dan de definitie tijdelijke woningen. Alle doelgroepen worden – conform Omgevingsprogramma – bediend. Doelgroepen afstemmen op locatie zorgt voor voldoende draagkracht in de wijk/omgeving. Alle doelgroepen bedienen leidt tot beter inspelen op behoefte en prognoses. Alle doelgroepen bedienen, vermijdt concurrentie.

Nadelen De definitie tijdelijke woningen is onderdeel van flexwonen en biedt daarmee minder mogelijkheden. Vasthouden aan de oorspronkelijke opdracht leidt tot huisvesting voor beperkte (aandacht)groepen. Doelgroepen specificeren kan leiden tot clustering van doelgroepen in kwetsbare wijken/omgeving. Doelgroepen specificeren betekent dat er op basis van behoeftes en prognoses als nog opgaves kunnen blijven bestaan, omdat deze doelgroepen niet bediend worden. Doelgroepen specificeren betekent dat er concurrentie kan optreden.

2. Het benoemen van aantallen woningen of inspelen op behoefte De oorspronkelijke opdracht van juni 2023 ging uit van het realiseren van 250 woningen. In december 2023 is echter vastgesteld dat ingespeeld wordt op prognoses en behoefte. De keuze is mogelijk om op voorhand helderheid te scheppen en een ambitie vast te leggen om een X aantal woningen te realiseren. Conform de definitie flexwonen kan dat ook in leegstanden panden of anderszins. Het vastleggen van een minimaal en/of maximaal aantal te realiseren woningen kan tot gevolg hebben dat het aantal niet past bij de behoeftes en opgaves die geschetst zijn in de bijlage. De doelgroepen en opgaves die zijn benoemd in bijlage 3 gaan veelal uit van een gemiddelde van één jaar. Wanneer deze aantallen bij elkaar opgeteld worden en dit aantal vastgelegd wordt, dan realiseert men echter maar een buffer voor één jaar. Het daaropvolgende jaar is de opgave voor deze doelgroepen er immers weer. Dit betekent in feite er maar een oplossing gerealiseerd wordt voor één jaar. De vraag hierbij is hoe duurzaam deze oplossing dan is.

16

Platform31 (Aan de slag met Flexwonen, 2019) beveelt daarom aan om de behoefte in beeld te brengen van de doelgroepen en deze te prognosticeren voor bijvoorbeeld 5 jaar. Het tekort aan huisvesting voor deze doelgroepen kan dan gerealiseerd worden binnen flexwonen. Hiermee wordt een ruimere buffer gecreëerd voor 5 jaar. Kanttekening is echter dat de woningnood niet oplosbaar is binnen nu en 5 jaar. Wanneer de behoeftes uit deze startnotitie van bijvoorbeeld alleen de urgenten5 wordt bekeken, bedraagt het benodigde aantal woningen voor één jaar: ongeveer 149 reguliere woningen. Uiteraard stromen deze urgenten ook uit op de reguliere woningmarkt door bemiddeling met Wonen Limburg. Stel echter dat 30% geen geschikte woning vindt of dat er de wens is om de druk op de (sociale) woningmarkt te ‘verlichten’, dan betreft dit een van aantal 50 woningen voor één jaar. Wanneer een buffer gecreëerd dient te worden – conform aanbeveling Platform31 - voor 5 jaar, komt dit neer op een te realiseren aantal van 250 woningen binnen de definitie flexwonen. Hierin is de opgave voor Oekraïners en starters nog niet meegenomen, net als de ambitie voor internationale werknemers of anderszins. Het is zodoende aanbevelenswaardig om nader onderzoek te doen in de te realiseren aantal woningen binnen flexwonen en de te creëren buffer, wanneer wordt gekozen om de opdracht (aangepast) voort te zetten.

Enkele voor- en nadelen betreffende het tweede uitgangspunt / kader van een mogelijk scenario: Voordelen Aan de voorkant is helder om welk aantal het gaat, waardoor er duidelijkheid gecreëerd wordt. Aan de voorkant kan bepaald worden hoe groot de buffer moeten zijn (hoeveel jaar conform Platform31).

Nadelen Het vastzetten van een maximaal aantal woningen kan ertoe leiden dat niet aangesloten wordt bij de behoefte en prognoses. Met als gevolg dat het geen duurzame oplossing is. Het vastzetten van een maximaal aantal woningen kan ertoe leiden dat met het aantal de businesscase niet rendabel is. De woningnood is niet opgelost in nu en 5 jaar. De buffer zal groot genoeg moeten zijn.

3. Een actieve- of passieve rol van de gemeente In de opdrachten uit juni en december 2023 is duidelijk geworden dat de gemeente Venray zelf op zoek gaat naar locaties om flexwonen te realiseren. Dit betreft een actieve houding van de gemeente Venray om locaties te ontwikkelen. Het is ook mogelijk om niet zelf naar locaties te zoeken, maar dit over te laten aan de ‘markt’. Wanneer initiatiefnemers of grondeigenaren dan zelfstandig naar de gemeente Venray stappen, kan hierop ingesprongen worden door faciliterend mee te denken of door het initiatief via de normale procedure te behandelen. Dit betreft een minder actieve houding in het zoeken naar locaties. Hierin is dus een keuze mogelijk. Als het gaat om actief of passief ontwikkelen is het ook van belang dat wordt nagedacht over het feit of de gemeente Venray zelf gronden wenst te verwerven om flexwonen te realiseren of dat het aan initiatiefnemers zelf is om een locatie te ontwikkelen. Ervaring leert dat bij het actief verwerven ten behoeve van flexwonen er financiële middelen noodzakelijk zijn om de ontwikkeling mogelijk te maken. In veel gevallen leidt dit tot een negatieve exploitatie en businesscase. Wanneer besloten wordt zelf een actieve rol te bekleden, dan heeft dat tot gevolg dat hier financiële middelen voor nodig zijn en het dus geld gaat kosten. De hoeveelheid middelen die

De groep binnen de aandachtsgroepen. Niet meegenomen zijn dan ook: arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, studenten, ouderen, asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen en (lokale) starters. Voor een aantal doelgroepen is de behoefte nog onduidelijk: bijvoorbeeld mantelzorgverleners- en ontvangers. 5

17

noodzakelijk is, is van meerdere actoren afhankelijk. Zoals de tijdsperiode van bijvoorbeeld de exploitatie en mogelijk het uitzicht op al dan niet permanente woningbouw. Enkele voor- en nadelen betreffende het derde uitgangspunt / kader van een mogelijk scenario: Voordelen Een actieve rol zorgt voor het voeren van eigen regie en proces Een passieve rol zorgt voor dat ambtelijke capaciteit ingezet wordt op reguliere woningbouw

Nadelen Nadelig bij een actieve rol is dat het tot gevolg heeft dat er ambtelijke capaciteit mee gepaard gaat ten koste van reguliere projecten en dat er mogelijke financiële middelen nodig zijn voor verwerving Nadelig bij een passieve rol en het overlaten aan de markt, is dat er minder eigen regie gevoerd wordt over het proces en flexwonen minder van de grond komt wegens onrendabele businesscases.

4. Herformuleren van uitgangspunten als tijdelijkheid, spreiding, haalbaarheid enzovoort. De gemeenteraad heeft in juni in het amendement ook een aantal uitgangspunten vastgesteld voor het verdere proces. Gezien de mogelijke heroverweging en scenario’s, is het voorstelbaar deze uitgangspunten onder de loep te nemen. Zo kan er opnieuw een keuze gemaakt worden in bijvoorbeeld: -

het spreiden over meerdere locaties of voor bijvoorbeeld een vast aantal locaties. Dit heeft uiteraard te maken met de keuze voor het aantal.

-

het uitgangspunt dat locaties reëel haalbaar moeten zijn. Wanneer is de locatie reëel haalbaar? Is een locatie bijvoorbeeld reëel haalbaar als de exploitatie negatief uitvalt? Is de opdracht reëel haalbaar wanneer qua capaciteit net zoveel inzet noodzakelijk is als voor een regulier woningbouwproject? Nadere afbakening en keuzes zijn hierin aanbevolen.

-

passende locaties: is het juist wel of niet wenselijk om te bouwen op locaties waar permanente woningbouw is voorzien? Bijvoorbeeld locaties waar over 7 jaar de schop in de grond gaat voor reguliere woningbouw, zouden zich kunnen lenen voor flexwonen. Immers de infrastructuur en nutsvoorzieningen zijn ook hiervoor noodzakelijk. Dit heeft echter tot gevolg dat de woningen op enige moment ten behoeve van woningbouw verplaatst moeten worden. Het kan echter ook toekomstige bezwaren voorkomen: immers men ‘went’ aan de huisvesting en de drempel naar permanent wonen minder ‘zwaar’.

-

de tijdsduur: nu is het uitgangspunt 15 jaar. Hierin is de keuze mogelijk (met name wegens de aanpassing onder de Omgevingswet) om de tijdsperiode te verkorten of te verlengen of open te houden en afhankelijk te laten zijn van de locatie. Dit heeft voor- en nadelen. Verlenging betekent dat de businesscase verbetert. Nadeel is dat de woningen mogelijk een té permanent karakter krijgen en dit het doel voorbijschiet.

-

Prijssegmenten: nu is het uitgangspunt geweest om de flexwoningen in de sociale huur te realiseren. In de praktijk betekent dit dat de aandachtsgroepen vrijwel allemaal gehuisvest kunnen worden, omdat zij afhankelijk zijn van de sociale huur. Daarentegen worden de middeninkomens niet meegenomen, omdat zij niet binnen de doelgroep van sociale huur vallen6. Een starter met een middeninkomen komt met de huidige opdracht dan ook niet in aanmerking voor een flexwoning. Het is dan ook voorstelbaar om de opdracht uit te breiden naar bijvoorbeeld middenhuur.

6

De DAEB-inkomensgrenzen voor woningtoewijzing in 2024 zijn: Inkomensgrens eenpersoonshuishouden: € 47.699 (2023: € 44.035) Inkomensgrens meerpersoonshuishoudens: € 52.671 (2023: € 48.625)

18

Enkele voor- en nadelen betreffende het vierde uitgangspunt / kader van een mogelijk scenario: Voordelen Het spreiden over meerdere locaties is dat heel de gemeente de lusten en lasten draagt Het vooraf besluiten voor een X aantal locaties zorgt voor mogelijk snellere realisatie Voordeel van bouwen op locaties waar permanente woningbouw gepland is, is dat de nutsvoorzieningen en infrastructuur toch al aangelegd moet worden Voordeel van bouwen op locaties waar permanente woningbouw gepland is, is dat de omgeving alvast ‘went’ aan de nieuwe situatie Het voordeel van de tijdelijkheid zelf bepalen, is dat er meer ruimte is voor verbetering van de businesscase.

Nadelen Het spreiden over meerdere locaties zorgt voor kleinere aantallen op één locatie, met als gevolg dat de businesscase onder druk komt te staan; Het nadeel van het vooraf bepalen van een X aantal locaties, zorgt mogelijk voor maatschappelijke onrust en minder inspraakmogelijkheden Nadeel van bouwen op locaties waar permanente woningbouw is gepland, is dat na een korte periode de woningen herplaatst moeten worden

Het nadeel van de tijdelijkheid op een té lange termijn zetten, is dat het een té permanente karakter krijgt.

5. De manier van participatie Het doel van flexwonen is om relatief snel in huisvesting te voorzien. Tot dusver is steeds een proces doorlopen waarbinnen participatie een van de zwaartepunten was. De manier waarop inwoners uit de gemeente Venray inspraak en ideeën kunnen leveren voor de opdracht, heeft invloed op de snelheid van de uitvoering van de opdracht. Het is zodoende voorstelbaar om opnieuw naar de aanpak van de participatie te kijken en ook de manier van participatie vast te leggen. Waarover kan participatie plaatsvinden, wat staat al vast en wat is bespreekbaar? Wanneer gekozen wordt voor bepaalde doelgroepen, aantallen en een actieve rol in het zoeken naar locaties, is het dan voorstelbaar om inwoners alleen te laten participeren in de ruimtelijke inrichting van de locatie? Het is echter ook een keuze om de inwoners juist op voorhand te betrekken bij het zoeken naar locaties en het afwegen van locaties (zoals dat nu het geval was). Het is vooraf noodzaak om met elkaar op één lijn te komen over hoeveel ruimte er voor participatie is. Het niveau van participatie hangt echter vaak van de context af en is zodoende vaak maatwerk. Voor het vervolg is het daarom raadzaam om hierover afspraken te maken en deze zullen dan ook onderdeel zijn van een mogelijk vervolg Plan van Aanpak, waarbij het uitgangspunt de normale procedure van de omgevingsdialoog is.

Net als de voor- en nadelen hiervan.

19

4

Vervolgproces

Met het uitspreken van een voorkeursscenario voor een flexwonen, gaat het college van B&W een definitief Plan van Aanpak huisvesting voorbereiden. Dit plan van aanpak huisvesting wordt vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Er wordt dan ook nader ingegaan op financiële consequenties die het mogelijk realiseren van flexwonen met zich meebrengt. Wanneer de raad besluit om de opdracht voort te zetten, leidt dat er vrijwel altijd toe dat financiële middelen noodzakelijk zijn. Het is echter afhankelijk van bepaalde keuzes uit de uitgangspunten hoe het financiële plaatje eruit komt te zien. Het voorleggen van een plan van aanpak voor het realiseren van flexwonen is afhankelijk van welk scenario gekozen wordt. Wanneer de opdracht wordt ingetrokken dan is een plan van aanpak niet per definitie noodzakelijk. Wanneer overgegaan wordt tot realisatie van flexwonen met aan actieve rol van de gemeente, dan heeft de voorbereiding enkele maanden nodig. Temeer omdat ook het onderdeel participatie, communicatie en de financiële consequenties goed uitgewerkt moeten worden. Het is hierbij niet uitgesloten dat er een externe adviseur voor wordt ingeschakeld. Daarnaast is aanbevolen om bij het doorzetten van de opdracht óf het aanpassen van de opdracht een gesprek te organiseren tussen college van B&W en de gemeenteraad.

Ook dit is van invloed op het plan van aanpak en het uiteindelijke tijdspad.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14438639/1