CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

separate bijlage Quickscan F & F Ooijenseweg Blitterswijck

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Veerweg 16 Blitterswijck e.a.’8.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

AANVRAGER

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE Horst

LOCATIE

Kadastraal perceel: Kad. Gem. Wessem, sectie E, nummer 1335

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING Initiatieflocatie:

Kad. Gem. Wessem, sectie E, nummer 1335

Initiatiefnemer:

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE Horst Tel: 077-2086099 e-mail: contact@bureauleefomgeving.nl

Datum:

25-10-2022

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Opsteller F. Heslenfeld tel. 0653-330180 frans.heslenfeld@forfarmers.eu

1

Inhoudsopgave

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

INHOUDSOPGAVE ................................................................................................ 1 INLEIDING ........................................................................................................... 2 PLANGEBIED EN VOORNEMEN .............................................................................. 3 WIJZE VAN ONDERZOEK ...................................................................................... 7 RESULTATEN: A. BUREAU-ONDERZOEK ................................................................ 8 RESULTATEN: B. LOCATIEONDERZOEK; 1. FAUNA ................................................ 9 VOGELS ..............................................................................................................10 VLEERMUIZEN ....................................................................................................16 OVERIGE ZOOGDIEREN .......................................................................................17 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN .....................................................................18 ONGEWERVELDEN ..............................................................................................19 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN .......................................................................20 RESULTATEN: B. LOCATIEONDERZOEK; 2.

FLORA ...............................................21 VAATPLANTEN ....................................................................................................22 BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING ........................................................23 WETTELIJK KADER ..............................................................................................24 CONCLUSIES.......................................................................................................26 GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................27 BIJLAGE 1 ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB...............................................28 BIJLAGE 2 STROOMSCHEMA WNB, BESCHERMING SOORTEN ................................30 BIJLAGE 3 CATEGORIEËN VOGELS .......................................................................31 BIJLAGE 4 SITUATIETEKENING INRICHTING TERREIN ..........................................32 BIJLAGE 5 BUREAUSTUDIE ..................................................................................33

1

Inleiding FarmConsult heeft van Bureau Leefomgeving B.V., Schoolstraat 7, 5961 EE Horst opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van bescherming soorten. Deze quickscan is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijzing op de locatie kadastraal aangeduid: Gemeente Wessem, sectie E, nummer 1335; de driehoek tussen de Ooijenseweg, Galgenberg en de Veerweg te Blitterswijck. Dit perceel wordt heringericht: Op een gedeelte wordt een opstelplaats voor vrachtauto's voorzien en een fietspad aangelegd. Ten behoeve van deze wijziging wordt een oud schuurtje opgeruimd. Deze quickscan heeft als doel om te toetsen of vooraf uit te sluiten is dat door het project natuurwaarden ten aanzien van soorten conform de Wet natuurbescherming aangetast kunnen worden.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Op basis van deze quickscan kan uitsluitsel worden gegeven of de gemeente bij het wijzigen van de bestemming een ontheffing dient aan te vragen bij de provincie.

2

Plangebied en voornemen Huidig gebruik Het plangebied is gelegen op het perceel tussen de Ooijenseweg, Galgenberg en Veerweg te Blitterswijck, in de gemeente Venraij. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door een open agrarisch landschap met veehouderij en akkerbouw; tevens zijn er ten NO een industrieterrein en ten ZW een recreatiegebied gelegen. De Ooijenseweg, zuidelijk van de planlocatie is omzoomd met een aantal bomen; langs de Galgenberg en de Veerweg ter plaatse is geen begroeiing in de vorm van struiken en / of bomen aanwezig. De locatie is gelegen op een afstand van: -

Ca. 1100 m ten ZO van de bebouwde kom van Blitterswijck, de dichtstbij gelegen bebouwde kom Ca. 2000 m ten NO van de bebouwde kom van Meerlo Ca. 1600 m ten ZW van de bebouwde kom van Wellerlooi Ca. 300 mtr ten NW van een bosgebied (‘Kortenbos’, naast een afgesloten rivierarm, tevens vallend onder ‘Natuurnetwerk’ Limburg Ca. 840 mtr ten ZW van de rivier de Maas Ca. 160 m ten NO van een watergang A (Bolt) Ca. 1470 mtr ten W van Natura 2000 gebied Maasduinen Ca. 170 mtr ten W van een aantal watervijvers, onderdeel van een forellenkwekerij

Figuur 1. Luchtfoto met ligging in regio (rode aanduiding). De locatie is enkel bebouwd volledig in elkaar gevallen schuur. Het voornemen betreft het opruimen van de restanten van deze schuur en het herinrichten met een opstelplaats voor vrachtauto’s, een fietspad en meerdere en diverse groene elementyen.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Het bestaande en goedgekeurde grondgebruik van de locatie betreft agrarisch gebruik.

3

Daarnaast is de locatie, het gehele perceel in gebruik voor opslag van ruwvoer; zowel in de vorm van foliepakken alsook ruwvoerkuilen, zie onderstaande locatiefoto 1.

Locatiefoto 2 Luchtfoto huidige situatie

Natura 2000

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, in heel directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is het gebied Maasduinen op een afstand van ca. 1470 meter.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Ligging ten opzichte van beschermde gebieden

4

Figuur 3. Ligging ten opzichte van aanduidingen Natuur Netwerk Limburg

Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens de oude schuur op de locatie te slopen.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Figuur 2. Ligging ten opzichte van dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied Ligging ten opzichte van gebieden met aanduidingen Natuurnetwerk Limburg. In figuur 3 is deze ligging aangegeven.

5

Locatiefoto 2 Luchtfoto huidige situatie te slopen schuur (bron slagboom en Peeters; foto 19-04-2022)

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Na de sloop van de schuur is de inrichting van een opstelplaats voor vrachtauto’s en een fietspad op het perceel gepland met daartussen en daaromheen beplanting, zie situatietekening in bijlage 4 met daarop de gehele beoogde nieuwe inrichting van het terrein en beplanting aangegeven.

6

Wijze van onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd door het uitvoeren van een en een bureauonderzoek en een locatiebezoek. Het bureauonderzoek (zie bijlage 4) richt zich op gegevens die van belang zijn voor het voorkomen van beschermde flora- en fauna op en rond de planlocatie. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, websites op internet en de Nationale Databank Flora en Fauna(NDFF). Daarin zijn alle waarnemingen in het onderzoeksgebied van de afgelopen 5 jaar opgenomen en beoordeeld. Tijdens het locatieonderzoek is het plangebied, alsmede de directe omgeving ter plekke beoordeeld (veldbezoek). Er is zoveel mogelijk informatie verzameld om aan-of afwezigheid van beschermde soorten te kunnen vaststellen. Hiervoor is gekeken of er visuele waarnemingen konden worden gedaan of dat geluiden van soorten konden worden waargenomen. Tijdens het bezoek is gekeken naar aanwezigheid, nesten, pootafdrukken, krabsporen, uitwerpselen en dergelijke. Op de luchtfoto’s was al te zien dat het schuurtje gedeeltelijk was ingestort. In afwijking van die luchtfoto’s bleek tijdens het locatieonderzoek dat het schuurtje geheel is ingestort. Naar verluid is de oorzaak daarvan het nog niet zolang geleden leegruimen van het nog staande gedeelte. Daarmee is met een machine tegen een staander aangereden.

Waargenomen is dat er al meerdere houten delen van de constructie verrot of half verrot waren. Op het perceel komen af en toe katten uit de buurt. Op basis van het het bureau onderzoek en het locatieonderzoek samen kan een goede inschatting worden gemaakt welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. De quickscan is echter geen volwaardig (soorten) onderzoek of ecologische inventarisatie maar slechts een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie.

Datum Tijdstip Weersbeeld Temperatuur

: 19 oktober 2022 : ochtend : open blauwe lucht met nevel bewolking : 14-15°C

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Er heeft 1 locatiebezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden.

7

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Resultaten: a. Bureau-onderzoek Zie bijlage 5

8

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Resultaten: b. Locatieonderzoek; 1. Fauna

9

Vogels Tijdens het locatiebezoek zijn de volgende vogels en sporen van vogels in het plangebied of de omgeving daarvan aangetroffen. aantal 2

Houtduif

2

Steenuil ? Meeuw ?

uitwerpselen 1 veertje

Huismus

gehoord

Torenvalk

1

… Gans Vink

Meerdere gehoord

Foto 1 Zwarte kraaien overvliegend

plaats Overvliegend, ca. 300 mtr ZO van de planlocatie Overvliegend, ca. 100 mtr W van de planlocatie In / onder ingestorte schuurtje Op perceel, ca. 50 mtr van schuurtje

Onderstaande foto’s 1

In haag en bomen bij woning Ooijenseweg 22, ca. 20 mtr Z van schuurtje Foeragerend (biddend) boven perceel akkerland , ca. 100 mtr N van schuurtje en later rustend op lantaarn ca. 175 mtr. NO van schuurtje Overviegend op ca 200 mtr. van schuurtje In tuin bij woonhuis Ooijenseweg op ca. 60 mtr. van schuurtje.

6

2 3, 4 5

7, 8 en 9

10 -

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Soort Zwarte kraai

10

Foto 2 Houtduiven overvliegend

Foto 5 Veertje van waarschijnlijk meeuw

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Foto 3 en 4 uitwerpselen van waarschijnlijk steenuil

11

Foto 7 Torenvalk biddend

Foto 8 Torenvalk biddend, meer ingezoomd

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Foto 6 Haag en bomen waarin huismussen gehoord zijn

12

Foto 10 … ganzen overvliegend Bespreking: Huismussen: Tijdens het bezoek zijn enkele huismussen gehoord in de haag en boompjes in de voortuin van het woonhuis aan de Ooijenweg op een afstand vanaf ca. 20 meter ten zuiden van de planlocatie. De planlocatie en het gehele perceel is geen direct leefgebied voor deze soort vanwege het ontbreken van enige opgaande begroeiing zoals struiken en hagen. Ook zijn er geen foerageer mogelijkheden

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Foto 9 Torenvalk rustend op lantaarn

13

omdat er geen opslag van bijv. mais plaatsvind op het perceel. Enkel in de vorm van zg. foliepakken vindt er opslag van droog voordroog-gras plaats aan de oostzijde van het perceel. Ten behoeve van aan- en afvoer van de foliepakken rijdt er regelmatig een wiellader over het perceel. Het te slopen schuurtje is in de afgelopen periode in elkaar gevallen tijdens opruimwerkzaamheden (uitruimen van de laatste aanwezige pakken hooi, zie foto 11) maar bevatte ook geen ‘dubbele’ constructiedelen zoals bijv. een beschoten kap, waardoor ook vóór het invallen van het schuurtje er geen geschikte nestgelegenheid aanwezig was.

Foto 11 Ingevallen schuurtje met rechts het enkele pannendak zonder onder-beplanking.

Naar verluid en ook blijkens het bureau-onderzoek zijn er meerdere waarnemingen van deze soort geregistreerd bij en rond de planlocatie. Vanwege het invallen tijdens de opruimingswerkzaamheden (meerdere delen van de constructie bleken ook al verrot) is de planlocatie geen geschikt leefgebied meer. Onderzoek ter plekke zijn wel resten van uitwerpselen (zie foto 3 en 4), maar geen mogelijk te verwachten sporen van nesten gevonden. Zie foto’s 12, 13, 14 en 15.

Foto 12 en 13 reeds langer verrotte constructie-delen

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Uilen: Steenuil:

14

Foto 14 en 15 reeds langer verrotte constructie-delen Torenvalk: Tijdens het locatiebezoek is op een afstand van ca. 100 m. ten noorden van het ingevallen schuurtje een foeragerende, dwz. biddende Torenvalk waargenomen, boven het aldaar gelegen akkerland met een tussengewas. En later nog eens rustend op een lantaarnpaal langs de Veerweg, op een afstand van ca. 175 mtr. Op de planlocatie en het perceel worden geen gewassen geteeld, waardoor het een aantrekkelijk leefgebied zou kunnen zijn voor prooidieren voor deze soort. De omgeving van het perceel waarop de planlocatie is gelegen is geschikt voor prooidieren voor deze soort. Deze omgeving blijft in stand. Overige vogelsoorten: Tijdens het locatiebezoek zijn meerdere overige soorten waargenomen, alle op een afstand van de planlocatie zoal overvliegend of in de tuinen bij het aldaar aanwezige woonhuis aan de Ooijenseweg. Na uitvoeren van het voornemen blijft het bedrijf en de directe omgeving geschikt als leefgebied voor diverse vogelsoorten cq. wordt geschikter door de aan te leggen beplanting langs en rondom de parkeervakken / opstelplaatsen en langs het aan te leggen fietspad. Wens is om na de werkzaamheden in overleg met de betreffende werkgroep uilen te bezien waar en hoe er het beste een nestgelegenheid voor deze soort geboden kan worden. Gedacht wordt o.a.

aan een uilenkast in een van de grotere bomen langs de weg in de tuin ZO van de planlocatie.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

De voorgenomen activiteiten leiden niet tot aantasting van verblijfplaatsen, het foerageer gebied of vliegroutes. Door de her-aanplant na sloop is er tevens sprake van uitbreiding van begroeiing welke het stimuleren van voorkomen van o.a. vogels zal ondersteunen.

15

Vleermuizen Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar (potentiële) verblijfsplaatsen, sporen en vliegroutes van vleermuizen. De planlocatie, het te slopen schuurtje, was voor het invallen een laag gebouw en had geen en ‘dubbele’ wand- of dak- constructies die mogelijkheden zouden kunnen bieden voor deze soort. Bespreking: Er zijn geen waarnemingen van vleermuizen of sporen van deze soort aangetroffen. De omstandigheden zijn niet dusdanig dat ze als verblijfplaats voor deze soort kunnen dienen.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

De voorgenomen activiteiten leiden niet tot aantasting van verblijfplaatsen, het fourageergebied of vliegroutes. Effecten voor vleermuizen zijn uitgesloten.

16

Overige zoogdieren Tijdens het locatiebezoek zijn alleen een hol van een huisspitsmuis aangetroffen naast een greppeltje op een afstand van ca. 55 mtr ten oosten van het ingevallen schuurtje, zie foto 16 .

Foto 16 hol huisspitsmuis Bespreking: De planlocatie, en de directe omgeving, biedt enkele algemene zoogdiersoorten mogelijk een geschikt leefgebied. Hierbij moet met als eerste gedacht worden aan soorten als: Ware muizen, woelmuizen, spitsmuizen, bruine rat, mol en egel. Gezien de toestand van het schuurtje en het niet voorkomen van voer of dergelijke is de planlocatie geen (aantrekkelijk) leefgebied voor deze soorten.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Er zijn naast het hol geen tekenen van aanwezigheid gevonden. Na uitvoeren van het voornemen blijft de omgeving even geschikt voor genoemde soorten, zo niet verbeterd door de geplande begroeiing .

17

Amfibieën, vissen en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen soorten amfibieën, vissen of reptielen of tekenen daarvan aangetroffen. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen waterpartijen of drasland. Langs het perceel is op een afstand van ca. 60 mtr ten noord-oosten van het schuurtje en op het perceel op een afstand van ca. 50 mtr ten oosten van het schuurtje zijn 2 ondiepe greppeltjes aanwezig. Deze staan naar verluid altijd droog en zijn ook droog aangetroffen tijdens het locatiebezoek. Gezien de hoeveelheid en aard van de begroeiing in deze greppeltjes is te zien dat deze inderdaad geen waterberging betreffen. Zie foto’s 17 en 18.

Foto 17 en 18 droge greppeltjes.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Bespreking: De voorgenomen ingreep vindt op het land plaats. De planlocatie is zeer matig geschikt voor reptielen. Effecten op deze soortgroep kunnen op voorhand worden uitgesloten.

18

Ongewervelden Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar potentiele verblijfsplaatsen en vliegroutes. Het plangebied is in potentie zeer matig geschikt voor dagvlinders en libellen. Er zijn nagenoeg geen bloeiende bloemen en geen waterpartijen in het plangebied. Het perceel is begroeid met grassen en kweek.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Bespreking: Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Het gebied is zeer matig geschikt voor deze soorten. Het voorkomen van beschermde soorten zoals bijvoorbeeld libellen kunnen worden uitgesloten.

19

Overige beschermde soorten (Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.) Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar aanwezigheid van deze soorten in het plangebied. Er is een waarneming van een vlieg op een enkele paardenbloem op een afstand van ca. 30 mtr ten NO van het ingevallen schuurtje, zie foto 19. En op de dakpannen van het ingevallen schuurtje enkele korstmossen (zie foto 20).

Foto 20 Witte en gele korstmossen Bespreking: Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Het gebied is ook zeer matig geschikt voor deze soorten. Het voorkomen van beschermde soorten uit deze groep kan worden uitgesloten. Na uitvoeren van het voornemen blijft de omgeving in gelijke mate geschikt voor genoemde soorten.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Foto 19 Vlieg op paardenbloem

20

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Resultaten: b. Locatieonderzoek; 2. Flora

21

Vaatplanten Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar aanwezigheid van beschermde flora. Deze zijn niet aangetroffen. Bespreking: Het plangebied bestaat uit bebouwing en erfverharding. Er zijn geen beschermde flora aangetroffen. Effecten van de voorgenomen ingreep kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Overige soorten Op het perceel van enkele zwammen, waarschijnlijk de Stompe Franjehoed (zie foto 20)

Bespreking: Het plangebied bestaat het ingevallen schuurtje en omliggende perceel. Er zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Effecten van de voorgenomen ingreep kunnen op voorhand worden uitgesloten.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Foto 21 Stompe Franjehoed

22

Beoordeling Wet natuurbescherming Vogels Gezien de plaatsen en afstanden van waarnemingen tot de planlocatie zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten. Wens van initiatiefnemer is het bevorderen van omstandigheden voor soorten. Deels door de inrichting met groenstroken, struiken en dergelijke. Daarnaast is het plan om na uitvoering van de werkzaamheden in overleg met de betreffende werkgroep uilen te bezien welke nestgelegenheden voor o.a. deze soort geboden kunnen gaan worden. Vooralsnog is te concluderen dat het plangebied, incl. de eerdere bebouwing, niet geschikt is als leefgebied voor beschermde soorten. In het verleden zijn er weliswaar meerdere waarnemingen geweest van steenuilen, maar met het nog niet zolang geleden leegruimen van het, deels reeds vervallen schuurtje, is dat schuurtje helaas geheel ingestort. Diverse staanders en andere houten constructieve delen waren ook al flink aan het rotten.

Vleermuizen Gezien de potentie voor deze soort zijn effecten voor deze soort op voorhand uit te sluiten.

Overige soorten Voor de overige soorten flora en fauna in het plangebied geldt dat die niet/ zeer beperkt aanwezig waren en niet beschermd; daarmee is er geen ontheffing aan de orde. Tijdens de uitvoering van het project dient rekening gehouden te worden met de soorten zodat er zo min mogelijk verstoring is.

De planlocatie is op een afstand van 1470 mtr ten W van Natura 2000 gebied Maasduinen gelegen. De geplande activiteiten kunnen gezien de aard en deze afstand geen mogelijke effecten hebben op factoren welke van belang zijn voor de instandhouding van het gebied.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Ligging ten opzichte van een Natura 2000 gebied

23

Wettelijk kader WET NATUURBESCHERMING Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er twee onderdelen aan de orde: Gebiedsbescherming: Dit wordt separaat getoetst in de aan de orde zijnde procedures. Soortenbescherming: Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.

Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2. Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3).

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna. Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend.

24

Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime.

Art. 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art. 3.1. lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Categorie 2 (§3.2) Art. 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Categorie 3 (§3.3) Art. 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art. 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art. 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Art. 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art. 3.10 lid 1c Het is vrboden plantensoorten in hun natuurlijke verspridingsgebied te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Categorie 1(§3.1) Art. 3.1. lid 1 Het is verboden in het wild levende vogls opzettelijk te doden of te vangen

25

Conclusies De beoogde bestemmingswijziging kan zonder effecten op broedvogels of overige beschermde soorten uitgevoerd worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. In onderstaande tabel zijn de mogelijke effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag (Gemeente Venray) te laten bevestigen. Het rapport kan ter beoordeling worden voorgelegd aan de provincie Limburg, maar dit is geen wettelijke verplichting. In dit geval is de noodzaak daartoe zeer klein omdat er effecten zijn uitgesloten en geen bijzondere mitigerende maatregelen in het rapport zijn voorgeschreven. Bovendien is het plan dat er na uitvoering van de werkzaamheden voorzieningen ter bevordering van enkele soorten worden aangebracht. Ingreep verstorend

Wnbontheffing noodzakelijk Nee

Bijzonderheden/opmerkingen

Nee

Nader onderzoek noodzakelijk Nee

Vogels

Broedvogels

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

-

Verblijfplaatsen Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

-

Nee

Nee

Nee

-

Overige zoogdieren

Nee

Nee

Nee

-

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

-

Reptielen

Nee

Nee

Nee

-

Vissen

Nee

Nee

Nee

-

Libellen en vlinders

Nee

Nee

Nee

-

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

-

Vleermuizen

De activiteiten van sloop / opruimen worden buiten het broed- seizoen uitgevoerd.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Soortgroep

26

Geraadpleegde bronnen

www.ndff.nl www.sovonatlas.nl www.natuurloket.nl www.waarneming.nl www.zoogdierenatlas.nl www.soortenbank.nl

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

-

27

Bijlage 1 Algemene verbodsbepalingen Wnb § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

28

c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen,

spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.

29

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Bijlage 2 Stroomschema Wnb, bescherming soorten

30

Bijlage 3 Categorieën vogels

Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

31

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Bijlage 4 Situatietekening inrichting terrein

32

K

K K

K

K

K lichtmast

K

Galgenberg

K G

K

lichtmast

K

4.94

6.06

K

K

g r e b n e alg

ACE

K

K

ACE

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

ACE X

K

X

X

X X X X

X

K W

O

X X

X

K

X X

X

K

X

X

X

K

N

3.50

K

ACE

K

K

lichtmast

K

K

K

4.00

3.00 3.00 5.50

K

X

X

X

X

Z

X

K

X X X X X

X X

K

K

X

X

X

X X X

ACE

X

K

X X

X

K

X X

X

X X

X

X

X X

X X X

X X

X

X

K

X

X

X X

X

K

K

X

2.99

K

K

X

X

X

SJ

X

X

K

SJ

ACE

X

X

X

K

X

X

X

X

X

X

K

X

X

ACE

X

X

X

Qr

X

X

X

X

K

X X

X

X

K

ACE

X

X

K

X

X

Veerwe g

X

ew eg

X

kolk

K

X

X

ns

X

ije

K

X

Oo 22

SJ X

kolk

X

K

Aan te brengen gemengde dubbele haag 4 st in de rij Sortiment: Crataegus monogyna 60-80 35 % 375 st meidoorn Acer campestre 80-100 35 % 375 st veldesdoorn Amelanchier canadensis 80-100 15 % 160 st krentenboompje Viburnum opulus 60-80 7 % 75 st gelderse roos Rosa rubiginosa 3-tak 3 % 32 st eglantier Ligustrum ovalifolium 80-100 5 % 54 st Liguster

X

X X

X

X

X

X X

K

X

X

X

ACE

X

X

K

X

kolk

Bestaande laanbeplanting van eikenbomen

X

X

X X

X

X

X X

X

K

A

X

22

K

X

K

K

Nieuw aan te planten bomen: ACE Acer campestre Elsrijk 12-14 9 st veldesdoorn SJ Sophora japonica 14-16 3 st honingboom Qr Quercus robur 20-24 1 st inlandse eik (compensatie)

SJ

X

24

kolk

K

24 A

K

Aan te brengen weide c.q. plukweidemengsel X

X

Aan te brengen weideafrastering

Te kappen boom

K

K

K

K

kolk

Terrein Galgenberg-VeerwegOoijenseweg

Landschappelijke inpassing

Walkro B.V.

K

Projectnr: 22 VNR 041 Tekeningnr: 22240 L-A1-250

Schaal: 250 Datum: 20-10-2022

Advies- en Ontwerpbureau Peperstraat 7 5975 BS Sevenum T 077 4672865

M 06 13315080 info@geertjanssenontwerp.com

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING

Bijlage 5 Bureaustudie

33

Bureaustudie voor de locatie t.o. Ooijenseweg 22 in Blitterswijk

Rapport: 2022-595 Datum: 11 oktober 2022 Versie: 1.0

Bureaustudie voor de locatie t.o. Ooijenseweg 22 in Blitterswijk

Colofon © 2022

Tekst, samenstelling:

Fopma NatuurAdvies

Opdrachtgever:

Wijze van citeren:

Fopma NatuurAdvies, A, 2022. Bureaustudie voor de locatie t.o. Ooijenseweg 22 in Blitterswijk; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2022-595, Wapse.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. 2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ............................................................................................................................................................ 4

2

INVENTARISATIE NATUURWAARDEN NDFF EN ANDERE BRONNEN ..................................................................... 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

VOGELS (WNB § 3.1) ............................................................................................................................................... 6 VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) ....................................................................................................................................... 8 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ..................................................................................................................... 9 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN ................................................................................................................................ 9 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN .................................................................................................................. 10 VAATPLANTEN ....................................................................................................................................................... 10 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN............................................................................................................................... 10

BIJLAGE 1

JAARROND BESCHERMDE VOGELS LIMBURG ...................................................................................... 11

BIJLAGE 2

SAMENVATTING NDFF (1-1-2017 TOT 11-10-2022) ............................................................................. 16

BIJLAGE 3

OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG ............................................................................................... 17

3

1

Inleiding

Op de locatie t.o. Ooijenseweg 22 in Blitterswijk wordt een vervallen stal (zie figuur 2) gesloopt. Ten behoeve van een QuickScan is deze bureaustudie uitgevoerd.

Figuur 1.

4

Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).

Figuur 2.

5

Foto’s planlocatie.

2

Inventarisatie natuurwaarden NDFF en andere bronnen

2.1

Vogels (Wnb § 3.1)

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn 2.146 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 132 vogelsoorten. Hierbij zijn 15 soorten uit de “Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Limburg”1 (zie bijlage 1) en een aantal soorten waarvan getoetst moet worden of het leefgebied wordt aangetast. In bijlage 1 zit ook een overzicht van soorten waarvan beoordeeld moet worden of de gunstige staat van instandhouding van de soort in het geding komt. Tabel 1.

Waargenomen soorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2017 tot 11-10-2022 in het NDFF. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde nesten en met * soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft (zie bijlage 1) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Aalscholver Heggenmus Roodborst Appelvink Holenduif Roodborsttapuit Bergeend Houtduif Scholekster Blauwborst Houtsnip Sijs Blauwe kiekendief Huismus Smient Blauwe reiger* Huiszwaluw Soepeend Boerenzwaluw Ijsvogel* Soepgans Bonte vliegenvanger Indische gans Sperwer* Boomklever Kauw Spotvogel* Boomkruiper Kerkuil Spreeuw Boompieper Kievit Sprinkhaanzanger Boomvalk Kleine bonte specht Staartmees Bosrietzanger Kleine karekiet Steenuil Bosuil Kleine plevier Stormmeeuw Brandgans Kleine rietgans Tafeleend Bruine kiekendief Kleine zilverreiger Tapuit Buizerd* Kneu Tjiftjaf Casarca Knobbelzwaan Toendrarietgans Dodaars Koekoek Torenvalk Ekster Kokmeeuw Tuinfluiter Fazant Kolgans Tureluur Fitis Koolmees Veldleeuwerik Fuut Koperwiek Vink Gaai Krakeend Visarend Geelgors Kramsvogel* Vuurgoudhaan Gekraagde roodstaart Kuifeend Waterhoen Gierzwaluw Kuifmees Waterpieper Glanskop Lepelaar Waterral Goudhaan Matkop Watersnip Goudvink Meerkoet Wespendief Grasmus Merel Wielewaal Graspieper Nijlgans Wilde eend Grauwe gans Oeverloper Winterkoning Grauwe vliegenvanger Oeverzwaluw* Wintertaling Groene specht Ooievaar Witgat

1 Bron: Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in

Limburg. 6

Groenling Groenpootruiter Grote bonte specht Grote Canadese gans Grote gele kwikstaart Grote lijster Grote zilverreiger Grutto* Havik

Paapje* Patrijs Pimpelmees Purperreiger Putter Raaf Ransuil Rietgors Rode wouw

Witte kwikstaart Zanglijster Zomertaling Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht* Zwartkop

Tabel 2.

Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Boerenzwaluw 17 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Boomvalk 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Bosuil 3 2022 Losse waarneming op de “Kortenbos” ter hoogte van de afgesloten rivierarm op > 400 meter ten ZW van de planlocatie. . Havik 5 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Huismus 18 2020 Losse waarneming op de “Kortenbos” op > 200 meter ten ZW van de planlocatie. . Huiszwaluw 3 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Kerkuil 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Ooievaar 30 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Raaf 6 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Ransuil 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Rode wouw 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Steenuil 56 2021 Eén waarneming met broedindicatie op de Kortenbos ter hoogte van de Forellenkwekerij (Kortenbos 15) op ca. 200 meter ten ZW van de planlocatie. Torenvalk 21 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Wespendief 5 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. De data in het NDFF is redelijk volledig.

Figuur 3.

7

Waarnemingen van vogels in de directe nabijheid van de te slopen stallen. (Kleine groene stippen zijn waarnemingen van Steenuil, de gele stip met groene kern betreft een Torenvalk).

Tabel 3.

Waargenomen vogelsoorten in de periode 1-1-2017 tot 11-10-2022 binnen het plangebied of binnen een afstand van ca. 50 meter van de te slopen stal. (Wrn = aantal waarnemingen, GVSI = staat wel/niet op “Lijst met vogels en de schaal waarop de staat van instandhouding getoetst wordt” in bijlage 1). De nummers in de 1e kolom verwijzen naar figuur 3. Soort Jaar GSVI Locatie t.o.v. plangebied Steenuil (alle groene 2019 WEL Betreft 19 waarnemingen, waarvan 3 in 2022 van stippen) t/m 1 of 2 steenuilen op de planlocatie. Ondanks dat er 2022 geen waarnemingen zijn met broedindicatie is het aannemelijk dat de soort hier broedt. Er is in ieder geval sprake van een vaste rust- of verblijfplaats. Torenvalk (gele stip met 2021 NIET Losse waarneming. Het is niet aannemelijk dat de groene kern) soort hier broedt.

2.2

Vleermuizen (Wnb § 3.2)

Zoogdiervereniging; cursusmap Vleermuizen en planologie Beoordeling van te verwachten soorten in dit deel van het land op basis van de landelijke verspreiding van vleermuizen (Bron: Zoogdiervereniging) • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Bosvleermuis (rand verspreidingsgebied) • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Grijze grootoorvleermuis (rand verspreidingsgebied) • Watervleermuis • Meervleermuis (rand verspreidingsgebied) • Franjestaart • Ingekorven vleermuis (rand verspreidingsgebied) • Brandt‘s vleermuis (rand verspreidingsgebied) • Baardvleermuis Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 4.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 11-10-2022.

Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

Tabel 5.

Wet natuurbescherming Wnb § 3.2 Wnb § 3.2

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Gewone 44 2 2018 Losse waarnemingen op de dwergvleermuis “Kortenbos” ter hoogte van de afgesloten rivierarm. Dichtstbijzijnde op > 350 meter ten ZW van de planlocatie. Laatvlieger 5 1 2018 Losse waarnemingen op de “Kortenbos” ter hoogte van de afgesloten rivierarm. Dichtstbijzijnde op > 400 meter ten ZW van de planlocatie.

8

2.3

Overige grondgebonden zoogdieren

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 6.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 11-10-2022.

Soort Bever Beverrat Bruine rat

Wet natuurbescherming Wnb § 3.2 Onbeschermd Onbeschermd

Das Haas Konijn Muskusrat

Wnb § 3.3 Wnb § 3.32 Wnb § 3.32 Onbeschermd

Ree

Wnb § 3.32

Tabel 7.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Bever 4 1 2817, 2018 Waarnemingen in oude rivierarm op > 400 meter ten WZW van de planlocatie. Das 1 2 2021 Waarneming in bosstrook op > 400 meter ten W van de planlocatie. De data in het NDFF is redelijk volledig.

2.4

Amfibieën, vissen en reptielen

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 8.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 11-10-2022.

Soort Groene kikker (Onb.) De data in het NDFF is onvolledig.

Wet natuurbescherming Wnb § 3.33

2 Vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen op basis van de Omgevingsverordening Limburg zie bijlage 3 Vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen op basis van de Omgevingsverordening Limburg zie bijlage

9

2.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 9.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 11-10-2022.

Dagvlinders

Status

Atalanta Onbeschermd Bont zandoogje Onbeschermd Boomblauwtje Onbeschermd Bruin blauwtje Onbeschermd Bruin zandoogje Onbeschermd Citroenvlinder Onbeschermd Dagpauwoog Onbeschermd Distelvlinder Onbeschermd Gehakkelde aurelia Onbeschermd Groot dikkopje Onbeschermd Groot koolwitje Onbeschermd Grote vos Wnb § 3.3 Hooibeestje Onbeschermd Icarusblauwtje Onbeschermd Klein geaderd witje Onbeschermd Klein koolwitje Onbeschermd Kleine vos Onbeschermd Kleine vuurvlinder Onbeschermd Koevinkje Onbeschermd Landkaartje Onbeschermd Oranje zandoogje Onbeschermd Oranjetipje Onbeschermd De data in het NDFF is redelijk volledig. Tabel 10. Soort Grote vos

2.6

Libellen Beekoeverlibel Blauwe breedscheenjuffer Bloedrode heidelibel Bruine korenbout Bruinrode heidelibel Gewone oeverlibel Grote keizerlibel Grote roodoogjuffer Kleine roodoogjuffer Lantaarntje Paardenbijter Platbuik Tengere grasjuffer Viervlek Vuurlibel Weidebeekjuffer

Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied 2 1 2020 Bosrand bosgebied Galgenberg op > 800 meter ten ZO van de planlocatie.

Vaatplanten

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn 552 waarnemingen van 170 onbeschermde soorten geregistreerd.

2.7

Overige beschermde soorten

(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.) Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.

10

BIJLAGE 1

Jaarrond beschermde vogels Limburg

Bijlage 3 bij de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg Tabel 1, Lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Wet natuurbescherming Vogels die sinds 1973 voorkomen als broedvogel in Limburg Categorie vaste nesten Boerenzwaluw 2 Boomvalk 3 Bosuil 2 Gierzwaluw 2 Grote gele kwikstaart 2 Havik 3 Huismus 2 Huiszwaluw 2 Kerkuil 1 Oehoe 1 Ooievaar 2 Ransuil 3 Raaf 3 Rode wouw 3 Roek 1 Slechtvalk 2 Steenuil 1 Torenvalk 3 Wespendief 3 Zwarte wouw 3

Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats Categorie 2: zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar Categorie 3: plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen . Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.

11

Tabel 2, soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Blauwe reiger Buizerd Draaihals IJsvogel Oeverzwaluw Sperwer Zwarte specht grauwe klauwier Grutto Kramsvogel Kwartelkoning Paapje Roerdomp Visdief Zomertortel Bijeneter Wulp Spotvogel Ringmus

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Categorie 4 zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.

12

Bijlage 4, lijst met de regionale te toetsen soorten (uit de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg) Tabel 1. Toetsing van de gunstige staat van instandhouding (GSVI)van beschermde soorten op regionaal niveau. Lijst met vogels en de schaal waarop de staat van instandhouding getoetst wordt Soort GSVI Boerenzwaluw regionaal Boomleeuwerik regionaal Boomvalk regionaal Gele kwikstaart regionaal Graspieper regionaal Grauwe vliegenvanger regionaal Groene specht regionaal Grutto regionaal Huismus regionaal Huiszwaluw regionaal IJsvogel regionaal Kerkuil regionaal Kneu regionaal Koekoek regionaal Kortsnavelboomkruiper regionaal Kramsvogel regionaal Kwartelkoning regionaal Matkop regionaal Nachtegaal regionaal Nachtzwaluw regionaal Oeverloper regionaal Paapje regionaal Patrijs regionaal Pijlstaart regionaal Porseleinhoen regionaal Raaf regionaal Ransuil regionaal Ringmus regionaal Scholekster regionaal Slechtvalk regionaal Slobeend regionaal Snor regionaal Spotvogel regionaal Steenuil regionaal Tapuit regionaal Tureluur regionaal 13

Veldleeuwerik Velduil Watersnip Wielewaal Wintertaling Wulp Zomertaling Zomertortel

regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal

Lijst met zoogdieren en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Soort verbodsbepaling wet natuurbescherming GSVI Baardvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Bever art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Franjestaart art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Gewone dwergvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Gewone grootoorvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Ruige dwergvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Watervleermuis art 3.5 lid 1-5 Regionaal Bunzing art 3.10 lid 1 a&b regionaal Egel art 3.10 lid 1 a&b regionaal Hermelijn art 3.10 lid 1 a&b regionaal Konijn (niet gedomesticeerd) art 3.10 lid 1 a&b regionaal Molmuis art 3.10 lid 1 a&b regionaal Rosse woelmuis art 3.10 lid 1 a&b regionaal Wezel art 3.10 lid 1 a&b regionaal Aardmuis art. 3.10 lid 1 a regionaal Bosmuis art. 3.10 lid 1 a regionaal Damhert art. 3.10 lid 1 a regionaal Das art. 3.10 lid 1a regionaal Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos 14

art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a

regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal

Wild zwijn Woelrat

art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a

regionaal regionaal

Lijst met amfibieën en reptielen en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Soort Adder

Verbodsbepaling wet Natuurbescherming GSVI art. 3.10 lid 1 a regionaal

Alpenwatersalamander art. 3.10 lid 1 a Bruine kikker art. 3.10 lid 1 a Gewone pad art. 3.10 lid 1 a Hazelworm art. 3.10 lid 1 a Kleine watersalamander art. 3.10 lid 1 a

regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal

Levendbarende hagedis art. 3.10 lid 1 a Meerkikker art. 3.10 lid 1 a Middelste groene kikker art. 3.10 lid 1 a Ringslang art. 3.10 lid 1 a Vinpootsalamander art. 3.10 lid 1 a Dikkopschildpad art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Heikikker art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Poelkikker art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Rugstreeppad art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Zandhagedis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2

regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal

Planten en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Geel schorpioenmos art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 regionaal Liggende raket art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 regionaal Tonghaarmuts art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 regionaal Overige soorten en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Vissen en kreeft Soort verbodsbepaling wet nb GSVI Beekdonderpad art 3.10 lid 1 a&b regionaal Europese rivierkreeft art 3.10 lid 1 a&b regionaal Gestippelde alver art 3.10 lid 1 a&b regionaal Grote modderkruiper art 3.10 lid 1 a&b regionaal

15

BIJLAGE 2

Samenvatting NDFF (1-1-2017 tot 11-10-2022)

Wnb - Vogelrichtlijn Aalscholver Blauwborst Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Bosrietzanger Bosuil Buizerd Fitis Geelgors Gekraagde roodstaart Glanskop Goudhaan Goudvink Grasmus Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote bonte specht

Grote Canadese gans Grote zilverreiger Heggenmus Houtduif Houtsnip Huismus Kievit Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Knobbelzwaan Koekoek Koolmees Krakeend Kuifeend Kuifmees Meerkoet Merel Pimpelmees Putter Roodborst

Roodborsttapuit Sijs Spotvogel Sprinkhaanzanger Steenuil Tjiftjaf Tuinfluiter Vink Waterhoen Wielewaal Wilde eend Winterkoning Wintertaling Witgat Zanglijster Zomertaling Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwartkop

Wnb - Habitatrichtlijn Bever

Gewone dwergvleermuis

Laatvlieger

Wnb - andere soorten Das Groene kikker (Onb.)

Grote vos Haas

Konijn Ree

(Alleen vogels met broedindicatie in deze tabel, overige vogels zie tabel 1)

16

BIJLAGE 3

OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG

Bijlage III bij paragraaf 3.8: Vrijstelling dieren bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud Nederlandse Naam periode bruine kikker gehele jaar gewone pad gehele jaar kleine watersalamander gehele jaar meerkikker gehele jaar middelste groene kikker gehele jaar hazelworm juli, augustus en september levendbarende hagedis 15 augustus tot en met 15 oktober aardmuis gehele jaar bosmuis gehele jaar bunzing gehele jaar dwergmuis gehele jaar dwergspitsmuis gehele jaar eekhoorn maart- april en juli tot en met november egel gehele jaar gewone bosspitsmuis gehele jaar haas gehele jaar hermelijn gehele jaar huisspitsmuis gehele jaar konijn gehele jaar molmuis gehele jaar ondergrondse woelmuis gehele jaar ree gehele jaar rosse woelmuis gehele jaar steenmarter van 15 augustus tot en met februari tweekleurige bosspitsmuis gehele jaar veldmuis gehele jaar vos gehele jaar wezel gehele jaar woelrat gehele jaar molmuis gehele jaar

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13212081/1