SD 2026 Verordening SD okt
Tekst van het document
Doelgroep: Domus-huis:
personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. is een beschermde woonvorm voor dak- en thuisloze inwoners die vanwege persoonlijke problematiek niet in staat zijn om in een trajecthuis te wonen.
DUO:
Dienst Uitvoering Onderwijs.
Eigen kracht:
Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.
Eigen vervoermiddel:
een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of dat zij kan gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel zoals een deel-, leen- of lease-auto.
Gebruikelijke hulp:
de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gedrag(en):
het geheel van acties en reacties van een persoon.
Gemeente:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray.
Gezinsmigranten en overige migranten:
Deze inwoners zijn als migranten naar Nederland gekomen omdat zij een Nederlandse partner hebben of omdat zij ouders of kinderen in Nederland hebben wonen. Zij zijn inburgeringsplichtig en hebben een reguliere verblijfsvergunning in Nederland voor bepaalde tijd.
Grijs wonen:
tijdelijk onderdak geboden aan dakloze inwoner via familie of vrienden. Er wordt professionele begeleiding op maat geboden om er voor te zorgen dat de dakloze inwoner binnen 3 maanden weer een eigen plek heeft.
Hulp:
• ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ; • bijstand als bedoeld in artikel 7 Participatiewet; • een uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ; • inkomensondersteuning op grond van de artikelen 108, eerste lid, en 147, eerste lid, Gemeentewet; • maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo;
64
Begrippenlijst
• jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; • schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs; of • een vervoersvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 6 (vervoer naar school); • ondersteuning bij de inburgeringsplicht en maatschappelijke begeleiding als bedoeld in artikel 6 en 13 van de Wet Inburgering 2021. Hulp in natura:
hulp of zorg die de gemeente voor de inwoner inzet.
Hulp-op-maat:
een op de inwoner afgestemde voorziening: • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening (in natura of als pgb). • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling die speciaal op de inwoner is afgestemd of bijzondere bijstand. • Als het gaat om schuldhulpverlening in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of haar ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.
Hulpvraag:
de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.
Inburgeringsplichtige:
de inburgeringsplichtige, uit artikel 3 van de Wet Inburgering 2021. De inburgeringsplicht is bedoeld voor inwoners die vreemdeling zijn in Nederland en op basis van artikel 8, onderdelen a en c, van de Vreemdelingenwet een rechtmatig verblijf in Nederland hebben. Zij zijn ouder dan 18 jaar, maar hebben de pensioenleeftijd nog niet bereikt.
Inkomen:
het inkomen, uit artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6) dan wordt onder inkomen verstaan: inkomensgegevens als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het inkomen wordt dan gemeten over het peiljaar (artikel 4, 7e lid, van de Wet op het primair onderwijs).
Inspraak:
inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen.
Instelling(en):
een organisatie die bedrijfsmatig zorg of hulp verleent. Interne werkbegeleiding: dagelijkse werkbegeleiding bij de werkgever door een medewerker in dienst van de werkgever, omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren en waarbij sprake is van meer dan gebruikelijke begeleiding van de werknemer op de werkplek.
Inwoner(s):
de persoon die haar woonplaats heeft binnen de gemeente Venray volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om: • Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente Venray als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente Venray meldt voor maatschappelijke opvang of hulp bij het (zelfstandig) wonen; • jeugdhulp, dan betreft het de jeugdige die haar woonplaats in de gemeente Venray heeft op grond van artikel 1.1 Jeugdwet;
65
Verordening SD
• schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente Venray als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente heeft gehad maar haar woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente. IOAW:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: Jobcoaching:
hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan inwoners met een arbeidsbeperking, gericht op het vinden en behouden van werk.
Jongere(n):
Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Als het om werk en inkomen gaat: personen die jonger zijn dan 27 jaar.
Kind(eren):
de minderjarige (0-18 jaar).
Jongerenwerk:
draait om het verbinden en versterken van de wereld van jongeren met de samenleving. Jongerenwerkers helpen bij het proces van zelforganisatie door jongeren, ouders, vrijwilligers, maatschappelijke partners en ondernemers. De jongerenwerkers werken nauw samen met politie, BOA’s, scholen en hulpverleners.
Leefzorgplan of plan van aanpak:
een document waarin de ondersteuningsbehoefte van jeugdige en/of haar ouders is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en haar sociale netwerk hieraan kunnen leveren.
Levensonderhoud:
de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Leerlingenvervoer/Llv:
de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dat wil zeggen de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op de expertisecentra.
Maatschappelijke opvang: Mantelzorger(s):
voorzieningen zoals omschreven in de Wmo 2015, artikel 1.1.1 onder opvang. langdurige, vrijwillige en onbetaalde zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden.
MAP:
de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021.
66
Begrippenlijst
Medewerker(s):
de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt.
Melding(en):
het kenbaar maken van een hulpvraag aan de gemeente.
Misbruik en oneigenlijk gebruik:
het als gevolg van het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens of informatie, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens, onterecht een uitkering of voorziening ontvangen. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen.
Normale dagelijkse activiteiten:
noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo.
NUG-ers:
niet-uitkeringsgerechtigden inwoners, jonger dan de Aow-gerechtigde leeftijd, die geen hulp (of een uitkering) kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers.
Onderwijssoort:
Het soort onderwijs dat het kind nodig heeft gelet op haar lichamelijke en geestelijke situatie.
Openbaar vervoer:
openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Daaronder valt ook een buurtbus.
Opstapplaats:
plaats die is aangewezen door de gemeente, vanaf waar het kind (de leerling) gebruik kan maken van het vervoer naar school.
Opvang:
onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met
risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en
niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Ouders:
ouders, voogden of verzorgers van de jongere.
Participatie:
meedoen in de samenleving.
Participatienetwerk:
een samenwerkingsverband tussen gemeente, verschillende maatschappelijke organisaties en overheden. Dit samenwerkingsverband is het eerste aanspreekpunt voor complexe hulpvragen rondom participatie en werk.
Peiljaar:
het 2e kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, waarvoor een vervoersvoorziening voor leerlingenvervoer wordt aangevraagd.
Persoonlijke ondersteuning bij werk:
ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de Participatiewet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de Participatiewet.
Persoonlijk plan:
een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.
67
Verordening SD
Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP):
het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie wordt opgesteld op basis van de brede intake. Hierin staat welke leerroute de inburgeringsplichtige gaat volgen. Welke begeleiding en ondersteuning zij daarbij gaat krijgen. De intensiteit van het participatieverklaringstraject (zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wet inburgering 2021).en de MAP wordt in het PIP beschreven. Wanneer de inwoner een kind heeft dat nog niet naar de basisschool gaat worden er afspraken gemaakt over deelname aan de voorschoolse educatie.
Persoonlijke situatie:
alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.
Pgb:
persoonsgebonden budget.
Pgb-plan:
een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die zij nodig heeft en die zij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.
Positieve gezondheid:
het vermogen om je aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.
PW:
Participatiewet.
Re-integratietraject:
het totaal van activiteiten en voorzieningen voor ontwikkelingsgerichte participatie of vinden of behouden van werk wat geschikt is voor de inwoner.
Reistijd:
de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd mag maximaal 10 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 10 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor openbaar vervoer of aangepast vervoer.
Richting:
godsdienstige of levensbeschouwelijke visie.
Samenwerkingsverband:
1.
voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, 2e en 15e lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
2. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, 2e en 16e lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. 3. Bij het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) Noord-Limburg met samenwerkingsverband PO en VO staat leerlingenvervoer als vast agendapunt op de agenda: a. Spreiding onderwijsaanbod b. Vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien c. Beheersen van vervoerskosten binnen gezamenlijke verantwoordelijkheid Samenwonenden:
degenen die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
School:
basisschool, speciale school voor basisonderwijs, of school waar speciaal of voortgezet onderwijs wordt gegeven.
68
Begrippenlijst
Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ):
Dat is het beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland.
Sociale omgeving:
de sociale omgeving bestaat uit 3 onderling nauw verbonden pijlers: de inwoners zelf, hun netwerken en de meer formele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. De sociale omgeving heeft een belangrijke preventieve functie, verkleint de behoefte aan zwaardere (zorg)voorzieningen en raakt aan alle aspecten van het dagelijks leven. Zoals ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. Alles bij elkaar vormt de sociale omgeving een vangnet voor hulp en steun. De sociale omgeving is zichtbaar en laagdrempelig, iedereen kan er gebruik van maken.
Speciaalonderwijs:
onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
Statushouder:
deze inwoner is als vluchteling in Nederland gekomen en heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze inwoner is verplicht om inburgering te volgen.
Trajecthuis:
is een mini-opvang voor maximaal 3 personen waar daklozen onder intensieve begeleiding leren om zelfstandig te wonen.
Uitkeringsnorm:
de maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Vaderschapsactie:
een procedure die de biologische moeder van een kind instelt tegen een (vermoedelijke) vader, als een kind buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt geboren, en de biologische vader het kind niet heeft erkend. Deze procedure dient om alimentatie van de vader te kunnen ontvangen en schept geen familierechtelijke band tussen de vader en het kind.
Vavo-onderwijs:
voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
Vergoeding(en):
vergoeding van kosten. In het kader van hoofdstuk 6 (vervoer naar school): de gehele of gedeeltelijke bekostiging van reiskosten, bedoeld in artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 8.28 Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4 van de Wet op de expertisecentra.
Vermogen:
de waarde van geld en bezittingen min eventuele schulden. Veelal gaat het om vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
Verordening:
bundeling van regels die door de gemeenteraad van Venray zijn vastgesteld.
Vertegenwoordiger:
iedereen die omdat zij benoemd is vanuit de wet bevoegd is of door de inwoner is aangewezen om de belangen van die inwoner te behartigen.
Voorliggende voorziening(en):
een voorziening op grond van een andere regeling of van een andere organisatie. Gaat het om bijstand, dan wordt ermee bedoeld een voorziening als bedoeld in artikel 5 onderdeel e van de Participatiewet.
Voortgezet onderwijs:
onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020.
69
Verordening SD
Voorziening(en):
hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag, of een combinatie daarvan.
Werkgever:
degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in haar organisatie. Voor de Wet sociale werkvoorziening-doelgroep kan de inlener gezien worden als werkgever.
Werknemer:
persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever of aan wie de werkgever van plan is een dienstverband aan te bieden.
Wet:
de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet kinderopvang, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet Inburgering 2021.
Wettelijk minimumloon:
het wettelijk minimumloon, bedoeld in de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag. Voor personen jonger dan 21 jaar: het leeftijdsgebonden minimumloon op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Winteropvang:
een algemeen toegankelijke opvangvoorziening welke wordt opengesteld door de opvanginstelling zodra de koude en/of winterregeling van kracht wordt.
Wgs:
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Wi:
Wet inburgering 2021.
Wlz-instelling:
een instelling die zorg verleent op grond van de Wet langdurige zorg.
Wmo:
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wmo-hulp:
de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Woning:
de woonruimte waar de inwoner haar hoofdverblijf heeft. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6), dan is de woning de plaats waar het kind structureel (over een langere periode) en feitelijk verblijft.
Wsw:
Wet sociale werkvoorziening.
Wvggz:
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
Zelfredzaamheid:
in staat zijn tot het uitvoeren van de normale dagelijkse activiteiten en het voeren van een gestructureerd huishouden, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
70
Van oud naar nieuw
14 Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. In dit hoofdstuk staat ook dat de gemeente uitvoeringsregels kan vaststellen, en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit nodig is.
14.1 Uitvoeringsregels
14.4 Overgangsrecht
[Gemeentewet]
1. Een periodieke voorziening of uitkering die is
De gemeente kan uitvoeringsregels maken over
verstrekt over een periode die doorloopt na
de onderwerpen die in deze verordening zijn
1 januari 2026 blijft onder dezelfde voorwaarden doorlopen, totdat de gemeente een nieuw besluit
geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een besluit nadere
over die voorziening of uitkering heeft genomen.
regels. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente
2. Op een aanvraag die de inwoner heeft ingediend
met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een
na 1 januari 2026 en voor de datum van
besluit nadere regels.worden bepaalde regels van de
bekendmaking, zijn de bepalingen van deze
verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om
verordening van toepassing tenzij de toepassing van
deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door
de bepalingen van de bij artikel 14.3 ingetrokken
de wet.
verordening gunstiger is. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ
14.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
die is ingediend vóór 1 januari 2026 geldt iets
De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze
volgens de ingetrokken verordening. Maar als een
verordening. Dit kan als toepassing van die bepaling
besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger
volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft
uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze
anders. De gemeente behandelt deze aanvraag
voor de inwoner of voor een ander die direct bij het
verordening toe.
besluit betrokken is.
3. Op bezwaarschriften, waarbij de bezwaartermijn afloopt in 2026, tegen een besluit dat op grond van
14.3 Intrekken oude verordeningen
de Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente
De volgende verordening wordt ingetrokken:
Venray genomen is, wordt beslist op basis van de
- Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Venray.
Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray.
14.5 Ingangsdatum en naam 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
71
Verordening SD
Ondertekening Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Venray in zijn openbare vergadering gehouden op 9 december 2025,
de griffier,
de voorzitter,
72
www.venray.nl