SD 2026 Verordening SD okt
Tekst van het document
het organiseren van jobcoaching via
werknemer af op welke manier de ondersteuning wordt geboden, ook voor hoelang en tot wanneer.
subsidie
De gemeente legt dit binnen 8 weken na ontvangst
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
van de aanvraag vast in een beschikking.
1. De gemeente kan een subsidie geven aan de werkgever voor het organiseren van jobcoaching. De
3.4.6.2 Persoonlijke ondersteuning bij werk
werkgever kan daar een aanvraag voor doen.
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching
1. De gemeente kan een inwoner persoonlijke
kan op basis van artikel 3.4.6.3 worden verleend.
ondersteuning bij werk aanbieden in de vorm van:
Daarnaast als:
a. Jobcoaching in natura;
a. er een coachingsplan is vastgesteld. Daarin
b. Jobcoaching door een externe jobcoach (vanuit
staat beschreven welke activiteiten een jobcoach
het regionaal afgestemd inkoopbeleid);
uitvoert, de voortgang van de jobcoaching en hoe
c. Interne werkbegeleiding door een interne
de evaluatie plaatsvindt;
werkbegeleider;
b. de hoeveelheid en de kwaliteit van de
2. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij
georganiseerde jobcoaching aansluit bij de
werk inzetten bij:
werknemer;
a. Werkervaringsplaats;
c. de werknemer voor wie de subsidie wordt
b. Werkstage;
gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk
c. Proefplaatsing;
laat weten het eens te zijn met het organiseren
d. Werk met dienstverband. 24
Werken en meedoen
van jobcoaching door de werkgever. 3. De maximumbedragen die voor subsidie in aanmerking komen zijn gebaseerd op het regionaal afgestemd inkoopbeleid. 3.4.6.5 Persoonlijke ondersteuning bij werk voor interne werkbegeleiding via subsidie [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1. De gemeente kan een subsidie geven aan de werkgever voor meer begeleiding aan medewerkers op de werkvloer dan normaal gebruikelijk. De subsidie is bedoeld voor de aangetoonde meerkosten die gemaakt zijn voor het organiseren van de interne werkbegeleiding van een medewerker. 2. De gemeente kan voor werkgevers een training
het aantal uren dat kinderopvang noodzakelijk is
verzorgen in het bieden van interne werkbegeleiding
gedurende de voorziening en kan na afloop van de
aan medewerkers.
voorziening tot maximaal 1 jaar worden voortgezet. Dit ter voorkoming van de armoedeval.
3.4.7 Faciliterende voorziening 3.4.7.1 Kinderopvang
3.4.7.2 Reiskosten
[PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang]
1. De gemeente kan aan een inwoner in het kader
1. De gemeente kan een bijdrage verstrekken voor de
van een voorziening een bijdrage verstrekken in
kosten van kinderopvang als:
gemaakte of te maken reiskosten.
a. de inwoner meedoet aan een activiteit die nodig
2. Onder directe kosten kunnen onder de onderstaande
is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om
voorwaarden reiskosten in het kader van toeleiding
aan het werk te gaan, en
naar werk, scholing of inburgering worden verstaan,
b. kinderopvang niet mogelijk is binnen het sociale
waarbij geldt dat:
netwerk van de inwoner.
a. de gemeente de reiskosten vergoedt als de
2. De bijdrage bedraagt ten hoogste de kosten van
reisafstand voor de inwoner 10 km -of meer-
kinderopvang die de inwoner zelf zal moeten
is en er binnen 10 km geen andere passende
betalen. De inwoner moet voldoen aan de volgende
voorziening is. Binnen 10 km wordt van de
voorwaarden:
inwoner verwacht dat deze te voet gaat of met
a. De kinderopvangtoeslag wordt zoveel mogelijk
de fiets. b. de vergoeding gelijk is aan de kosten van
benut; en
openbaar vervoer zoals berekend op 9292.nl;
b. De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een
c. bij eigen vervoer de vergoeding conform de
gastouderbureau; en
onbelaste vergoeding zoals vastgesteld door de
c. De inwoner heeft een bijstandsuitkering of een
Belastingdienst bedraagt;
Anw-uitkering; en
d. als de inwoner meer kosten maakt, zij
d. Er is sprake van een van onderstaande
vervoersbewijzen dient te overleggen en de
voorzieningen:
gemeente volgens de daadwerkelijk gemaakte
i. De kinderopvang is nodig om mee te kunnen
reiskosten op basis van openbaar vervoer
doen aan een activiteit van de gemeente die
vergoedt.
de inwoner dichter bij werk brengt; of 3.4.7.3 Een meeneembare voorziening en/of bij
ii. De kinderopvang is nodig om een
een motorische beperking
inburgeringscursus te volgen bij een
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
gecertificeerde instelling; of iii. De inwoner volgt voltijds mbo-, hbo- of
1. De gemeente kan een inwoner een meeneembare
universitair onderwijs, voortgezet onderwijs
voorziening toekennen, als dit nodig is voor de
of vavo-onderwijs.
inwoner om te kunnen werken.
3. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald door
2. Er is geen lijst van voorzieningen. In principe kan
25
Verordening SD
elk product als een meeneembare voorziening
verminderde loonwaarde voor het ontvangen van
worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde
wettelijke loonkostensubsidie. Hiervoor gelden
op het werk aan te tonen is. Ondersteuning bij een
vanuit artikel 10c en 10d van de participatiewet
motorische beperking betreft hulp of ondersteuning
specifieke voorwaarden.
voor taken die een inwoner bij het werken niet goed
2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te
zelf kan doen. Dat dit niet lukt komt door problemen
stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in
met bewegen.
dienst te nemen en productieverlies te vergoeden.
3. De meeneembare voorziening wordt in principe in
3. De gemeente stelt binnen 6 maanden na het begin
bruikleen gegeven. In bijzondere gevallen kan de
van het (1e) dienstverband vast of het gaat om
gemeente besluiten dat de inwoner de voorziening
een inwoner die niet in staat is om het wettelijk
krijgt. De inwoner wordt dan dus eigenaar van de
minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe
voorziening.
productief de inwoner op de werkplek is (welke loonwaarde zij heeft), past de gemeente een
3.4.7.4 Een vervoersvoorziening
erkende methode toe. Dit kan vastgesteld worden
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
aan het begin van het dienstverband en opnieuw
1. De gemeente kan een inwoner een vervoers-
tijdens het dienstverband. Hierbij is het belangrijk
voorziening toekennen, als de inwoner door haar
om te weten dat er geen sprake is van de no-
structurele beperking niet zelfstandig naar haar
riskpolis voor datum loonwaardemeting én dat er
werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen.
geen sprake meer is van een loonkostenvoordeel.
Deze vervoersvoorziening kan als product of dienst
Dit laatste kan enkel als de datum loonwaarde
worden gegeven of in de vorm van een vergoeding
meting vóór datum indiensttreding ligt.
in geld.
4. Als het dienstverband al is gestart bij de aanvraag,
2. Als er een vervoersvoorziening van de werkgever
kan de gemeente de werkgever maximaal 6
mogelijk is, maakt de medewerker daar
maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie
gebruik van. De gemeente brengt een eventuele
toekennen van 50% van het wettelijk minimumloon, in afwachting van vaststelling van de loonwaarde. 5. De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde. Er wordt maximaal 70% vergoed aan loonkostensubsidie (ook bij een loonwaarde lager dan 30%). Dit is inclusief werkgeverslasten én vakantiegeld. Er wordt geen loonkostensubsidie verstrekt voor overwerk. 6. De gemeente stelt binnen 13 weken na ontvangst
reiskostenvergoeding vanuit de werkgever in
van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij lid 4 van
mindering op de vergoeding door de gemeente.
toepassing is.
3. De gemeente kan een vervoersvoorziening aanbieden als aan de volgende voorwaarden wordt
3.4.8.2 Opstapsubsidie
voldaan:
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
a. de inwoner kan door haar beperking niet
1. De gemeente kan een werkgever die een inwoner in
zelfstandig reizen of gebruikmaken van het
dienst neemt voor een korte periode opstapsubsidie
openbaar vervoer; en
geven. Dit doet de gemeente alleen in het kader
b. kan niet carpoolen; en
van maatwerk en dit naar het oordeel van de
c. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
gemeente noodzakelijk is. Opstapsubsidie is niet
De gemeente beoordeelt het nut en de noodzaak
mogelijk als de werkgever voor deze inwoner
van de specifieke vervoersvoorziening.
wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen (zie artikel
4. Dit artikel is niet van toepassing op NUG-ers.
3.4.8.1) en niet in aanmerking komt voor andere vergoedingen voor het in dienst nemen van de
3.4.8 Financiële compensatie
inwoner.
3.4.8.1 Wettelijke loonkostensubsidie
2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
stimuleren inwoners die moeilijk aan het werk
1. De gemeente en/of de inwoner kan een verzoek
komen in dienst te nemen. Extra kosten die
doen om vast te stellen of er sprake is van een
werkgevers maken voor het begeleiden van deze
26
Werken en meedoen
inwoners worden hiermee vergoed.
worden ter beoordeling van een indicatie
3. De opstapsubsidie is maximaal 50% van het
banenafspraak of een indicatie beschut werk.
Wettelijk minimumloon naar rato van de omvang van het dienstverband. De opstapsubsidie duurt
3.7 Tegenprestatie
maximaal 6 maanden.
[PW, IOAW, IOAZ] 3.7.1 Doel van de tegenprestatie
3.5 Andere voorzieningen en vergoedingen
1. De gemeente kan een inwoner met een bijstandsuitkering een tegenprestatie opleggen,
[PW, IOAW, IOAZ]
als de gemeente dit een passende manier voor
1. De gemeente kan andere voorzieningen,
de inwoner vindt om iets terug te doen voor de
waaronder ook de voorzieningen in de artikelen
samenleving.
3.4.6.1 tot en met 3.4.6.5, inzetten als dat
2. De gemeente kan maatschappelijk nuttige
nodig is om de kans op werk te vergroten en/
activiteiten voor de samenleving inzetten als
of de belastbaarheid te verhogen. Deze andere
tegenprestatie.
voorzieningen worden ingezet voor maximaal
3. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner
6 maanden met de mogelijkheid om zo nodig te
zich voor het ontvangen van een bijstandsuitkering
verlengen met 2 periodes van maximaal 6 maanden.
inzet voor de samenleving en/of de persoonlijke
Onderlinge afspraken over doelen, aanwezigheid,
ontwikkeling, zonder dat deze is gericht op
periode en inzet worden vastgelegd en bevestigd.
toeleiding tot de arbeidsmarkt of als onderdeel
2. De gemeente kan de kosten vergoeden die de
binnen een re-integratietraject.
inwoner moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. Dit
3.7.2 Voorwaarden tegenprestatie
kan de gemeente alleen doen, als de inwoner die
1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de
kosten niet op een andere manier vergoed kan
gemeente rekening met:
krijgen.
a. de persoonlijke ideeën, voorstellen en omstandigheden van de inwoner, zoals de
3. De gemeente kan op aanvraag inkomsten uit deeltijdwerk gedeeltelijk vrijlaten voor de
gezinssituatie, zorgtaken zoals mantelzorg,
bijstandsuitkering.
de duur van de werkloosheid en eventuele beperkingen;
4. De gemeente kan een uitstroompremie verstrekken ter bevordering van duurzame uitstroom en
b. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen
compensatie van een eventuele armoedeval.
worden verricht door de inwoner;
5. Voor inwoners die als zelfstandig ondernemer gaan
c. maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk
starten, is er een bijzondere regeling: het Besluit
dat door de inwoner al wordt gedaan.
bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). De
2. Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk
gemeente kan de inwoner financieel ondersteunen,
nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan
onder bepaalde voorwaarden.
worden gevraagd door de inwoner of de organisatie waar de tegenprestatie wordt uitgevoerd.
3.6 Ontheffing van arbeidsverplichtingen
3.7.3 Duur en omvang tegenprestatie
1. De gemeente kan besluiten om een inwoner tijdelijk
1. De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner
te ontheffen van de arbeidsverplichtingen.
verwacht, duurt maximaal 6 maanden en maximaal
2. Aanvullend op de wettelijke mogelijkheden om een
8 uur per week. Dit is om de volgende redenen:
ontheffing te verlenen, kan scholing zoals bedoeld
a. De tegenprestatie mag het vinden van betaald
in artikel 3.4.5.1 aanleiding zijn voor een tijdelijke
werk niet in de weg zitten;
ontheffing.
b. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie.
3. Alvorens over te gaan tot beoordeling van het tijdelijk ontheffen van de arbeidsverplichtingen, kan
2. Als de maatschappelijke activiteit bijdraagt aan
de gemeente de inwoner ook een traject aanbieden
sociale activering en/of verkorten van de afstand tot
ter bevordering van diens belastbaarheid.
de arbeidsmarkt, kan de activiteit na afloop van de
4. Voor de beoordeling van een tijdelijke ontheffing van
tegenprestatie als zodanig worden voorgezet. Dit na
de arbeidsverplichtingen, kan de gemeente advies
instemming van de inwoner en de gemeente.
inwinnen bij derden, ook kan het UWV ingeschakeld
27
Verordening SD
3.8 Meedoen in de samenleving
inwoner. Dat wil zeggen dat het herstel ermee wordt
[Wmo, Jeugdwet, PW]
tegengewerkt.
1. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners
5. Als de herstelgerichte ondersteuning eerder wordt
meedoen aan activiteiten in de samenleving. Door
beëindigd, ontvangt de gemeente een afrondende
te werken doen inwoners mee aan de samenleving.
rapportage van de deskundige.
Maar inwoners kunnen ook op andere manieren
6. Als herstelgerichte ondersteuning is ingezet als
meedoen. Daarom zijn er in de gemeente:
goedkoopst passende voorziening (zie artikel
a. plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten,
2.3.2 lid 3) en een inwoner maakt hier zonder
zoals verenigingen;
gegronde reden geen gebruik van, dan kan de
b. activiteiten die voor alle inwoners worden
inwoner geen andere hulp-op-maat krijgen voor de
georganiseerd;
ondersteuningsbehoefte waarvoor die voorziening is
c. mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen; en
ingezet. De voorziening wordt daarmee beschouwd
d. maatschappelijke organisaties waar inwoners
als voorliggende voorziening ten opzichte van
terecht kunnen.
hulp-op-maat. Gegronde reden wil zeggen dat uit
2. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf
het advies van de deskundige blijkt dat er redenen
verantwoordelijk om mee te doen. Een inwoner
zijn waardoor deelname niet mogelijk is.
kan daar hulp bij nodig hebben, vanwege een beperking of een langdurig psychisch of
3.8.2 Individuele ondersteuning (hulp-op-maat)
psychosociaal probleem. Die inwoner kan aan de
[Wmo]
gemeente hulp vragen, als de inwoner zelf geen
Wmo-Ondersteuning is gericht op inwoners vanaf
oplossing kan vinden voor haar problemen. De hulp
18 jaar met een beperking of met (chronische)
kan verschillende vormen hebben. Gaat het om
psychische of psychosociale problemen. De Wmo-
hulp-op-maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden.
ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de
Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet
eigen leefomgeving van de inwoner. Voorliggende
daarnaast langdurig nodig zijn. Hieronder staat
voorzieningen en ondersteuning in de sociale
welke hulp-op-maat door de gemeente kan worden
omgeving zijn voor deze inwoner (nog) niet voldoende
ingezet.
passend. Wmo-ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie
3.8.1 Herstelgerichte ondersteuning
van de inwoner. Deze Wmo-ondersteuning heeft als
[Wmo, PW, jeugdwet]
doel om bijvoorbeeld praktische vaardigheden te
1. Om te voorkomen dat inwoners minder zelfstandig
stimuleren die nodig zijn in het dagelijks leven. Maar
worden, richt de gemeente zich ook op andere
ook om de eigen regie en zelfredzaamheid van de
vormen van ondersteunen van inwoners. Er is
inwoner te vergroten en de inwoner maatschappelijk te
aandacht voor de verbetering van zelfstandigheid
laten meedoen. De verschillende vormen van Wmo-
van inwoners in hun eigen leefomgeving. De
ondersteuning zijn bedoeld om de eigen kracht en
ondersteuning is gericht op verbetering van de
mogelijkheden van de inwoner te vergroten.
situatie van de inwoner in plaats van het inzetten van een voorziening of ondersteuning waarbij
3.8.3 Vervoer in de eigen omgeving
zaken worden overgenomen. Herstelgerichte
[Wmo]
ondersteuning kan een passende oplossing zijn voor
1. De inwoner kan in aanmerking komen voor een
een hulpvraag.
vervoersvoorziening, als zij door een beperking in
2. Een inwoner kan in aanmerking komen voor
de mobiliteit onvoldoende contact met anderen kan
herstelgerichte ondersteuning, als uit deskundig
hebben of noodzakelijke activiteiten niet kan doen.
advies blijkt dat herstelgerichte ondersteuning een
De inwoner wordt dan geholpen bij het vervoer
passende voorziening is.
dichtbij huis.
3. Herstelgerichte ondersteuning kan op zichzelf staand
2. Het moet gaan om het:
worden geïndiceerd, maar kan ook gecombineerd
a. zich verplaatsen rondom de woning en/of
worden met andere hulp-op-maat, als uit het
b. zich verplaatsen over ten hoogste 20 kilometer
deskundig advies hiervoor de noodzaak blijkt.
van de woning met een omvang van maximaal
4. Andere hulp-op-maat wordt niet ingezet wanneer
1500 kilometer tot 2000 kilometer per jaar en/of
uit het advies van de deskundige blijkt dat die
c. vervoer specifiek bedoeld naar een locatie in
voorziening(en) anti-revaliderend werken voor de
verband met Wmo-ondersteuning.
28
Werken en meedoen
3.9 Inburgeren
3. De gemeente wil graag dat collectief taxivervoer beschikbaar en betaalbaar blijft voor inwoners die
[Wet inburgering 2021]
dat nodig hebben. Daarom kijkt de gemeente eerst
3.9.1 Kernpunten van het inburgeringstraject
of een vervoersprobleem opgelost kan worden met
De gemeente heeft een centrale rol in de begeleiding
collectief taxivervoer. Zo ja, dan kan de inwoner
en ondersteuning van de inburgeringsplichtigen.
gebruik maken van collectief taxivervoer via
Hierbij gelden de volgende kernpunten:
Omnibuzz.
a. De gemeente zorgt ervoor dat de
4. De inwoner betaalt een eigen bijdrage per zone, als
inburgeringsplichtige zo snel mogelijk kan starten
de inwoner gebruikt maakt van Omnibuzz.
met het inburgeringstraject (tijdigheid); b. De inburgeringsplichtige rondt het
3.8.4 Rolstoel
inburgeringstraject in beginsel binnen de termijn van
De inwoner die zich niet kan verplaatsen in en om de
3 jaar af. De gemeente let erop dat het traject niet
woning, kan in aanmerking komen voor een rolstoel als
langer duurt dan nodig is (snelheid);
deze noodzakelijk is voor dagelijks zittend gebruik.
c. De gemeente zorgt ervoor dat iedere inburgeringsplichtige een passend traject kan volgen
3.8.5 Sportvoorziening
(maatwerk);
1. De inwoner die door een beperking niet kan
d. De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk
sporten zonder een aangepaste sportvoorziening,
activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse
kan eens in de 3 jaar in aanmerking komen voor
taal met activiteiten gericht op meedoen aan de
een financiële tegemoetkoming als bijdrage in de
maatschappij (dualiteit);
aanschaf en het onderhoud van de aangepaste
e. De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van het
sportvoorziening.
aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de
2. Deze bijdrage wordt 1 keer per 3 jaar verstrekt en
continuïteit gewaarborgd is (kwaliteit).
bedraagt maximaal €2.500. 3.8.6 Aanpassing of vervanging voorziening Als een vervoermiddel of een rolstoel aangepast of vervangen moet worden, dan doet de gemeente dit alleen, als de: a. normale afschrijvingstermijn is afgelopen; of b. voorziening onbruikbaar is geworden en dat niet veroorzaakt is door de inwoner; of c. voorziening geen oplossing meer is voor de hulpvraag van de inwoner.
29
Verordening SD
4 Gezond en veilig opgroeien Jongeren moeten zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders, de jongeren en van hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk geboden. Zo kan het beroep op gespecialiseerde hulp worden beperkt. Bij het geven van hulp staat de eigen kracht van ouders en jongeren voorop. De hulp sluit hierbij aan en vergroot het probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. Bij het bieden van hulp houdt de gemeente rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jongere en de ouders. Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar, en in bepaalde situaties tot 23 jaar.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
4.1 Vrij toegankelijke hulp [Jeugdwet] 1. De gemeente zet zich ervoor in dat jongeren
3. Beschikbare vrij toegankelijke voorzieningen zijn
zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen
in ieder geval
opgroeien. Om dat te bereiken biedt de gemeente
a) Jeugd- en jongerenwerk;
hulp aan die vrij toegankelijk is. De inwoner kan
b) Peuterspeelzalen;
van die hulp gebruik maken, zonder besluit van de
c) Lichte opvoedondersteuning en opvoedadvies;
gemeente. Ook heeft de inwoner geen verwijzing
d) Trainingen ter vergroting van de sociale
nodig van een huisarts, een medisch specialist of
weerbaarheid/zelfredzaamheid;
een jeugdarts.
e) Huiswerkbegeleiding;
2. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over opgroei-
f) Gezinscoaches;
en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden
g) Wijkteams;
opgevangen en dat daarbij ook zo vroeg mogelijk
h) Veilig thuis;
hulp wordt geboden.
i) Crisisdienst voor spoedeisende jeugdhulp;
30
Gezond en veilig opgroeien
j) Kindertelefoon;
ii
k) Clientondersteuning;
iii Ambulante hulp c;
l) Vertrouwenspersoon.
iv S-ggz -; v
4.2 Hulp-op-maat
Ambulante hulp b;
Consultatie psychiater en medicatiecontrole – GGZ;
[Jeugdwet]
vi Diagnostiek – dyslexie;
1. Als vrij toegankelijke hulp niet voldoende is, kan
vii Behandeling – dyslexie;
de gemeente hulp-op-maat aanbieden. Deze hulp
viii Jeugdhulp binnen de school A;
is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor
ix Jeugdhulp binnen de school B;
een besluit van de gemeente nodig of een verwijzing
x
door een jeugdarts, een huisarts, een medisch
xi Brede Analyse HBO;
specialist, of een gecertificeerde instelling.
xii Brede Analyse WO;
2. De gemeente kan in ieder geval de volgende
Onderwijs – zorg-groep;
xiii Brede Analyse S-GGZ.
voorzieningen aanbieden, als het nodig is:
e. Vervoer;
a. Ambulant en verblijf met behandeling;
f. Gedwongen kader:
b. Wonen: i. Pleegzorg; ii
Deeltijd Pleegzorg;
Jeugdbescherming;
ii
Jeugdreclassering.
g. Jeugdzorgplus; h. Beschermd wonen (17+);
iii Gezinshuis;
3. De gemeente zorgt voor de inzet van jeugdhulp
iv Kleinschalige woonleefgroep ; v
i
Zelfstandig wonen training;
die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig
vi Logeren licht midden etmaal;
vindt om een kinderbeschermingsmaatregel of
vii Logeren licht midden dagdeel;
jeugdreclasseringsmaatregel te kunnen uitvoeren.
viii Logeren zwaar etmaal;
4.3 Overgang van 18- naar 18+
ix Logeren zwaar dagdeel.
[Jeugwet]
c. Dagbesteding en dagbehandeling:
1. De gemeente zorgt ervoor dat jongeren die
i. Respijtzorg; ii
jeugdhulp krijgen, ondersteund blijven worden als
Naschools ondersteunend;
iii Naschools versterkend;
ze 18 jaar worden, en die ondersteuning nodig blijft.
iv Onderwijstoeleindende dagbesteding;
Dat wil zeggen dat de gemeente zorgt voor een plan
v
Onderwijstoeleindende dagbehandeling;
voor de jongere op alle belangrijke leefgebieden.
vi Dagbehandeling;
2. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de
vii Ontwikkelgroep;
volgende onderwerpen:
viii Ernstig meervoudige beperking.
•
Scholing, werk of participatie;
•
Wonen;
•
Inkomen;
d. Ambulante hulp: i. Ambulante hulp A;
31
Verordening SD
•
Zorg en ondersteuning;
•
Vrije tijd;
•
Het netwerk van de jongere.
c. en/of voor alle partijen (inclusief de jongere) duidelijk is dat de jongere andere passende hulp nodig heeft en die hulp ook beschikbaar is;
3. Jeugdhulp kan in bepaalde gevallen worden
d. en/of de jongere voldoet aan de criteria van de
verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de
Wlz.
jongere 23 jaar wordt. Er is een aantal voorwaarden
Als voorwaarde wordt gesteld dat in overleg tussen
voor verlengde jeugdhulp. Deze hulp kan alleen
gemeente, jongere, gezinshuisouder(s) en indien
worden ingezet als:
betrokken, de behandelverantwoordelijke, een
a. de jongere al voor haar 18e levensjaar jeugdhulp
perspectief voor de toekomst is vastgesteld.
kreeg, er geen andere wet is die voorliggend is
4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
en de gemeente voortzetting noodzakelijk vindt; b. na beëindiging van de jeugdhulp (die was begonnen voor het 18e levensjaar) binnen een
[Jeugdwet]
half jaar de gemeente vaststelt dat hervatting
De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij
van de jeugdhulp noodzakelijk is;
andere vormen van hulp die aan de jongere of haar ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken kan
c. voor de leeftijd van 18 jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is;
de gemeente afspraken maken met hulpverleners,
d. de jeugdhulp wordt ingezet in het kader van een
instellingen, onderwijs, zorgverzekeraars en andere
strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering.
personen of organisaties. Die afspraken kunnen onder
4. Pleegzorg wordt ingezet tot de dag dat de jongere
andere gaan over:
21 jaar wordt als:
•
procedures die gelden bij doorverwijzing naar
•
communicatie met andere organisaties;
b. de pleegzorg die was begonnen vóór het bereiken
•
afbakening van taken en verantwoordelijkheden;
van de leeftijd van 18 jaar binnen een termijn
•
een goede aansluiting tussen vrij toegankelijke
a. de pleegzorg was begonnen vóór het bereiken
hulp;
van de leeftijd van 18 jaar; of
hulp en hulp-op-maat.
van een half jaar na beëindiging wordt hervat. c. De pleegzorg is na 18 jaar vrijwillig en stopt
De afspraken kunnen worden vastgelegd in een plan of
wanneer de jongere heeft aangegeven hiervan
in een andere geschikte vorm
geen gebruik te willen maken. 5. Verblijf in een gezinshuis wordt ingezet tot de dag dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij: a. de jongere dat zelf niet wil; b. en/of de gezinshuisouder(s) niet instemmen;
32
Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking of langdurige psychische of psychosociale problematiek kunnen problemen hebben bij het gebruik van hun woning of bij het voeren van het huishouden. Als inwoners zulke problemen niet zelf kunnen oplossen, kan de gemeente hen helpen. Welke hulp dat kan zijn, wordt in dit hoofdstuk uitgelegd. De gemeente kan ook helpen, als inwoners met een beperking niet goed voor zichzelf kunnen zorgen en als inwoners opvang of hulp bij het (zelfstandig) wonen nodig hebben. Ten slotte speelt de gemeente een rol bij het ondersteunen van mantelzorgers. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente op grond van de Wmo aan al deze inwoners kan geven.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
Gemeente Venray zet in op vitale inwoners en een sterke omgeving.
Inwoners worden zoveel mogelijk thuis en in hun eigen wijk geholpen.
33
Verordening SD
5.1 Hulp-op-maat
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
[Wmo]
Voor de inwoner die voldoet aan de voorwaarden
1. Het is belangrijk dat inwoners zo lang mogelijk
uit artikel 5.1 zijn in bepaalde gevallen de volgende
zelfstandig kunnen wonen, de normale dagelijkse
voorzieningen beschikbaar: Geschikte woning
activiteiten kunnen doen en een huishouden
(woonvoorziening) voor inwoners met een aantoonbare
kunnen voeren. Dat is in de eerste plaats een
beperking.
verantwoordelijkheid van de inwoner zelf. Het kan
1. De inwoner met een aantoonbare beperking
zijn dat een inwoner hulp nodig heeft, vanwege een
kan in aanmerking komen voor een verbouwing,
beperking of door een langdurig psychisch of een
een (tijdelijke) woonunit of een hulpmiddel om de
psychosociaal probleem. Die inwoner kan aan de
woning goed te kunnen gebruiken, als:
gemeente hulp vragen als zij zelf geen oplossing
a. het normale gebruik van de woning niet mogelijk
kan vinden voor haar problemen. De hulp kan
is door de beperking van de inwoner; en
verschillende vormen hebben. Gaat het om hulp-op-
b. verhuizing naar een geschikte woning niet
maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn
mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of
te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet daarnaast
het hulpmiddel.
langdurig nodig zijn. Als de inwoner hulp bij het
c. De woning wordt voor de inwoner bereikbaar,
(zelfstandig) wonen of opvang nodig heeft, dan
toegankelijk en bruikbaar gemaakt.
moet de hulp van de gemeente eraan bijdragen
2. Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in
dat de inwoner zichzelf zo snel mogelijk weer kan
aanmerking komen voor een geldbedrag voor de
redden in de samenleving.
verhuizing en inrichting van een geschikte woning.
2. De gemeente geeft alleen hulp-op-maat als dat
Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is
nodig en passend is. De inwoner kan daarom in elk
maximaal € 2.500.
geval geen hulp krijgen, als:
3. De inwoner kan geen woonvoorziening, (tijdelijke)
a. de inwoner haar problemen zelf of met behulp
unit of hulpmiddel krijgen in de volgende situaties:
van haar omgeving kan oplossen of verminderen
a. De belemmeringen die de inwoner in de woning
door haar dagelijks leven anders te organiseren
ervaart, zijn het gevolg van de materialen die in
en of gebruik te maken van algemene
de woning zijn gebruikt;
(gebruikelijke) voorzieningen.
b. De woonvoorziening is bedoeld voor aanpassing
b. het gaat om vervanging van een voorziening
van een gemeenschappelijke ruimte in een
die door de gemeente is verstrekt, en de normale
wooncomplex; c. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw
afschrijvingstermijn is nog niet verstreken. Een vervangende voorziening is wel mogelijk, als: •
of renovatie zonder veel meerkosten
de eerder afgegeven voorziening onbruikbaar
meegenomen kunnen worden;
is geworden, en dat komt niet door toedoen
d. De inwoner is verhuisd vanuit een woonruimte
van de inwoner, of
waar de inwoner geen problemen had bij het
•
de inwoner geheel of gedeeltelijk
normale gebruik van de woning en er was geen
•
Als de eerder verstrekte voorziening niet
tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten of
belangrijke reden voor de verhuizing; e. De inwoner is verhuisd naar een woning die niet
langer de oplossing biedt voor de inwoner.
de meest geschikte woning is om de beperkingen
c. de voorziening niet noodzakelijk was geweest
van de inwoner te verminderen of weg te nemen,
wanneer de inwoner rekening had gehouden
tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft
met de aard, omvang en ontwikkeling van haar
gegeven;
beperkingen.
f. De belemmeringen die de inwoner ervaart,
d. De inwoner geen ondersteuning accepteert en/
zijn het gevolg van de bouwkundige of
of weigert mee te werken aan een (medisch)
woontechnische staat van de woning. Daaronder
onderzoek.
valt ook de toegankelijkheid van de woning;
e. De inwoner zich niet houdt aan de voorwaarden die
g. De noodzaak voor een woonvoorziening is het
samenhangen met de afgifte van het briefadres en
gevolg van achterstallig onderhoud aan de
het Grijs wonen-traject.
woning; h. De gevraagde voorziening is alleen maar gericht op renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd;
34
Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5.4 Hulp bij het (zelfstandig) wonen
i. De inwoner heeft haar hoofdverblijf niet of zal zijn hoofdverblijf niet hebben in de woning
1. De inwoner kan in aanmerking komen voor
waarvoor de woonvoorziening wordt gevraagd.
hulp bij het (zelfstandig) wonen, als de inwoner
j. De gevraagde voorziening betrekking heeft op
psychische en/ of psychosociale problemen heeft.
een woongebouw dat specifiek is bedoeld voor
Haar behandeling is afgerond of staat niet (meer)
inwoners met een beperking. Waarvan het
op de voorgrond. Het gaat niet om problematiek
‘normaal’ is dat het woongebouw voldoet aan de
die voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarin
eisen om deze groep inwoners goed en adequaat
de gemeente nog geen noodzaak voor hulp bij
te laten wonen.
het (zelfstandig) wonen kan vaststellen. Daarvoor is de voorziening maatschappelijke opvang
5.3 Een schone en leefbare woning
beschikbaar (zie artikel 5.5).
1. De inwoner met een beperking die haar woning
2. De inwoner kan in aanmerking komen voor hulp
niet schoon en leefbaar kan houden, kan in
bij het (zelfstandig) wonen, als andere vormen van hulp-op-maat onvoldoende passend zijn.
aanmerking komen voor hulp bij het huishouden. 2. Als er in het huishouden van de inwoner
3. Hulp bij het (zelfstandig) wonen is trajectbegeleiding
minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp ook
in de thuissituatie van de inwoner die zelfstandig
bestaan uit het voor een korte periode overnemen
woont, gericht op het bevorderen, behouden
van de hulp die kinderen normaal gesproken moeten
of compenseren van de zelfredzaamheid en
bieden (gebruikelijke hulp). Deze hulp is vooral
meedoen. Beschermd Wonen biedt de inwoner
bedoeld om de periode tot er andere hulp is te
de mogelijkheid om 24 uur per dag hulp in te
overbruggen, of totdat de kinderen in staat zijn de
schakelen in een woning van een gecontracteerde
gebruikelijke hulp (weer) te leveren.
zorgaanbieder.
3. De hulp bij het huishouden zorgt voor het
4. De inwoner kan geen hulp-op-maat in de vorm
schoonmaken van het huis. Op basis van maatwerk
van Beschermd Wonen krijgen als de inwoner in
kan de gemeente besluiten dat de schoonmaakhulp
staat is om zelfstandig te wonen met ambulante
meer doet, zoals het klaarzetten van maaltijden of
ondersteuning. In dat geval is:
het helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt
a. de inwoner in staat om zelf, of met hulp van haar
die hulp ook bij het organiseren van het huishouden.
sociale netwerk, tijdig de signalen te herkennen
Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat
van het afnemen van haar psychische stabiliteit en/of een hulpvraag te signaleren, en;
helpt de inwoner om het huishouden zelfstandig uit
b. de inwoner in staat zichzelf en haar gedrag
te voeren.
dusdanig te begrenzen en te stabiliseren dat haar gedrag niet leidt tot overlast, agressie of schade aan het welzijn van de inwoner zelf en haar omgeving, maar heeft ondersteuning nodig om haar gedrag te reguleren, en; c. de inwoner in staat om zelf een hulpvraag te signaleren en uit te stellen naar de volgende dag en dan ondersteuning af te roepen als de inwoner dat wenst.
35
Verordening SD
5.5 Maatschappelijke opvang
5.6.1 Ondersteuning mantelzorger
1. Maatschappelijke opvang bestaat uit ‘grijs’
1. De inwoner die mantelzorg ontvangt kan in
wonen of opvang in een trajecthuis of een verblijf
aanmerking komen voor respijtzorg als deze niet
in het Domus-huis. De inwoner kan in aanmerking
vanuit een voorliggende voorziening of andere
komen voor tijdelijke (maatschappelijke) opvang,
wetgeving wordt verstrekt. Respijtzorg is het
als:
logeren in een accommodatie van een instelling of
a. de inwoner dakloos is en opvang nodig heeft,
in een logeergezin (maximaal 104 etmalen per jaar).
omdat zij zich niet op eigen kracht kan redden
Respijtzorg heeft als doel het tijdelijk ontlasten
in de samenleving. Dat komt door psychische of
van de mantelzorger of diens omgeving, of om
psychosociale problemen; of
ontsporing van de situatie te voorkomen.
b. er sprake is van huiselijk geweld.
2. De mantelzorger kan voor (specialistische) vragen
2. De opvang is erop gericht, dat de inwoner zich weer
op het gebied van mantelzorg terecht bij het
kan redden in de samenleving. De opvang wordt
Steunpunt mantelzorg.
pas aangeboden, als andere voorzieningen niet
3. De gemeente kan naast bovengenoemde vormen
geschikt zijn om dat doel te bereiken.
van ondersteuning besluiten ook andere vormen van ondersteuning te bieden aan mantelzorgers.
5.6 Mantelzorg Inwoners die ziek zijn of een beperking hebben,
5.6.2 Mantelzorgwaardering
worden vaak geholpen door familieleden, vrienden
De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers.
of kennissen. Deze hulp wordt mantelzorg genoemd
De inwoner (hulpvrager) kan jaarlijks éénmalig
als de hulp langdurig en onbetaald wordt gegeven en
een mantelzorgwaardering aanvragen. De
verder gaat dan wat gebruikelijk is tussen mensen.
mantelzorgwaardering bedraagt minimaal €130,00
Degene die deze hulp geeft is de mantelzorger.
(een geldbedrag) of maximaal €150,00 (in de
Mantelzorg is maatschappelijk van groot belang voor
vorm van een horeca- en winkelwaardebon).
een leefbare samenleving en sociale samenhang. De
De mantelzorgwaardering is bedoeld voor de
gemeente wil zorgen voor huidige en toekomstige
mantelzorger(s) van de inwoner (hulpvrager) die in de
mantelzorgers in Venray en hen passende
gemeente woont.
ondersteuning bieden. 5.6.3 Mantelzorgwoning De gemeente kan inwoners die een mantelzorgwoning willen realiseren, ondersteunen. Een mantelzorgwoning is tijdelijke woonruimte op het erf van een inwoner, die is bedoeld om goede mantelzorg mogelijk te maken. De mantelzorgwoning kan bewoond worden door de mantelzorger of door de inwoner die mantelzorg ontvangt. De ondersteuning houdt in dat beoordeeld wordt of er sprake is van een mantelzorgsituatie waardoor een inwoner in aanmerking komt voor het vergunningsvrij plaatsen van een mantelzorgwoning.
36
Vervoer naar school
6 Vervoer naar school Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school te groot, meer dan 6 kilometer. Mogelijk sluit een school in de buurt onvoldoende aan bij de levensovertuiging van ouders of kan het kind wegens haar beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan in bepaalde gevallen een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk staat beschreven hoe ouders door de gemeente ondersteunt worden bij het vervoer van hun kind naar school.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
6.1 Hulp-op-maat
6.2 Onderzoek
[Llv]
1. De gemeente onderzoekt of ouders in aanmerking
1. Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat hun
komen voor een vervoersvoorziening. Als dat zo
kinderen naar school gaan. Ouders kunnen bij de
is gaat de gemeente na welke voorziening er
gemeente een aanvraag doen voor hulp bij het
nodig is. De gemeente onderzoekt dan met welk
vervoer van hun kind van de woning naar school.
vervoersmiddel het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor het kind
2. De hulp van de gemeente heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om
is. Ook gaat de gemeente na of er begeleiding nodig
vergoeding voor reiskosten of om aangepast
is bij het reizen.
vervoer dat wordt geregeld door de gemeente,
2. Voor het bepalen van de route naar school maakt
zoals een taxibusje. Het kan zijn dat ouders van
de gemeente gebruik van een professionele
kinderen op de basisschool een deel van de kosten
routeplanner. De gemeente berekent wat de kortste afstand is van de woning van het kind naar school.
zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage en
3. Gaat het kind naar een basisschool, dan
wordt toegelicht in artikel 6.5.1. 3. Als ouders een vervoervoorziening krijgen en het
onderzoekt de gemeente in bepaalde gevallen ook
kind wordt meerderjarig en is handelingsbekwaam,
hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is
dan wordt de vervoersvoorziening niet langer
nodig om te bepalen of ouders een eigen bijdrage
aan ouders verstrekt. Het kind kan dan zelf in
moeten betalen.
aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, als zij aan de voorwaarden voldoet.
37
Verordening SD
6.3 Voorwaarden
4. Ouders krijgen geen vergoeding voor het vervoer
1. De gemeente verstrekt een vervoersvoorziening
van hun kind, als het kind meereist met een andere
aan ouders voor hun kind dat in de gemeente
ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt
Venray verblijft, en;
voor het vervoer van haar eigen kind.
a. Minimaal 4 jaar oud is, dat speciaal onderwijs
5. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding
volgt; en
voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind
b. Naar de basisschool of een speciale school voor
begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school
basisonderwijs gaat, of speciaal onderwijs of
en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening
voortgezet onderwijs volgt; en
krijgen. De ouders moeten wel overtuigend hebben
c. Vanwege een langdurige beperking niet
aangetoond, dat het kind niet zonder begeleiding
zelfstandig met het openbaar vervoer (OV)
met het OV of de fiets kan reizen. Ouders zijn
of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of
verantwoordelijk voor de begeleiding van het kind.
aangepast vervoer nodig heeft.
Indien zij dit niet zelf kunnen, dienen zij zelf te
2. Gaat het kind niet naar de dichtstbijzijnde school
zorgen voor een alternatief.
van dezelfde onderwijssoort, dan komen ouders 6.3.1 Bijzondere regeling voor weekend- en
alleen voor een vervoersvoorziening naar de verder
vakantievervoer
weg gelegen school in aanmerking als: a. De dichtstbijzijnde school vol is, of als
De gemeente verstrekt ouders van een kind dat
b. De ouders in een brief aangeven dat ze ernstig
speciaal onderwijs volgt en daarom in een internaat of
bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs
pleeggezin verblijft, een vervoersvoorziening voor:
of de richting van de dichter bij gelegen
a. Het weekendvervoer van hun kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de
bijzondere school. 3. Met toegankelijke school wordt in dit hoofdstuk
ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in
bedoeld:
een schoolvakantie.
a. Een school die het soort onderwijs geeft dat het
b. Het vakantievervoer van hun kind van het internaat
kind nodig heeft, vanwege haar lichamelijke of
of pleeggezin naar de woning van de ouders en
psychische situatie, en
terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of
b. Van de gewenste levensbeschouwelijke of
meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van
godsdienstige richting is, of het openbaar
de school worden genoemd.
onderwijs, en c. Waar plaats is voor het kind.
38
Vervoer naar school
6.4 Zelfstandigheid/zelfredzaamheid
b. Een andere speciale school voor basisonderwijs in
1. Om een aanvraag goed te kunnen beoordelen
dat samenwerkingsverband, als het vervoer naar
wordt er rekening gehouden met de zelfstandigheid
die school voor de gemeente minder zou kosten
en zelfredzaamheid van een kind en ouders.
dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde speciale
2. Wanneer een kind de leeftijd van 9 jaar bereikt, kan
school voor basisonderwijs.
de gemeente in overleg met ouders en het kind en
3. De gemeente betrekt bij de beoordeling van
in samenhang met het ontwikkelingsperspectief
een aanvraag voor een vervoersvoorziening de
een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) zoals is
opstellen. Hierin staan de mogelijkheden beschreven
vastgesteld door het samenwerkingsverband.
om te werken naar zelfstandig reizen naar school.
4. Als aan de voorwaarden is voldaan, stemt de
3. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan de
gemeente de vervoersvoorziening af op de
gemeente ondersteuning bieden om zelfstandigheid
goedkoopste manier van reizen.
en zelfredzaamheid van het kind te bevorderen.
a. Als het kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan krijgen de ouders een
6.5 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening
vergoeding voor het gebruik van een fiets. b. Kan het kind niet fietsen naar school, ook niet
1. De gemeente bepaalt de vervoersvoorziening
met begeleiding, dan kunnen de ouders een
aan de hand van de afstand tussen de woning
vergoeding krijgen voor het OV.
of de opstapplaats en de dichtstbijzijnde
c. Als het kind in aanmerking komt voor
toegankelijke school. De afstand tussen woning
aangepast vervoer, dan kunnen ouders daarvan
of opstapplaats en de dichtstbijzijnde toegankelijke
gebruikmaken voor het vervoer van hun kind.
school bedraagt meer dan 6 kilometer.
d. Ouders kunnen het kind ook zelf vervoeren, als
2. Gaat het om een speciale school voor
de gemeente toestemming geeft.
basisonderwijs, dan wordt de vervoersvoorziening
5. Het kind komt in aanmerking voor aangepast
vastgesteld over de afstand tussen de woning van
vervoer, in de volgende gevallen:
het kind en
a. Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd met aangepast vervoer
a. De dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het
van teruggebracht worden tot 50% van de
samenwerkingsverband van de school waar
reistijd met het OV.
het kind vandaan komt, of;
b. OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). c. Het kind kan niet begeleid worden door de ouders of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk. d. Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor zij niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding). e. Het kind is op 1 augustus van het lopende schooljaar (de peildatum) jonger dan 10 jaar. 6. Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan vergoedt de gemeente de reiskosten van 1 begeleider. 7. Bestaat de vervoersvoorziening uit een vergoeding voor de reiskosten, dan is de hoogte van die vergoeding afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke school. De reisafstand wordt bepaald via de kortste route op basis van een professionele routeplanner. 8. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoersmiddel wordt berekend
39
Verordening SD
op basis van een kilometervergoeding voor dat
Inkomen
vervoersmiddel, afgeleid van de laatst bekende
(schooljaar 2025-2026)
reisregeling binnenland. 9. Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de laatste bekende reisregeling binnenland. 10.De gemeente houdt bij het vaststellen van de vervoersvoorziening rekening met andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten die ouders voor het kind ontvangen. Die andere vergoedingen trekt de gemeente af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast
Eigen bijdrage
€ 0 tot € 42.000
Niets
€ 42.000 tot € 50.000
€ 185
€ 50.000 tot € 58.000
€ 820
€ 58.000 tot € 65.000
€ 1.520
€ 65.000 tot € 74.500
€ 2.230
€ 74.500 tot € 81.500
€ 2.990
€ 81.500 – voor elke € 5.000 erbij
€ 715
vervoer brengt de gemeente dan een bedrag bij de ouders is rekening. 11.De gemeente kan bij het verstrekken van een
2. Jaarlijks, met ingang van 1 januari van het nieuwe
vervoersvoorziening een opstapplaats aanwijzen
jaar, worden de inkomensbedragen en de hoogte
van waaruit het kind gebruikt maakt van de
van de eigen bijdrage aangepast aan de wijziging
vervoersvoorziening. De ouders dragen er zorg voor
die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ten opzichte van
dat de leerling naar en bij de opstapplaats begeleid wordt.
1 januari van het voorgaande jaar. Rekenkundig
12.De opstapplaats bevindt zich op een veilige en
wordt dit afgerond op een veelvoud van €500,-
beschutte locatie en op een redelijke loopafstand
3. De gemeente stopt de vervoersvoorziening als
van de woning van het kind. Een reistijd naar de
ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan
opstapplaats van dertig minuten wordt als redelijk
de gemeente.
geacht.
4. Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige
13.Er wordt door de gemeente geen opstapplaats
beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen
aangewezen als door ouders wordt aangetoond dat
reizen geldt de regeling in deze paragraaf niet. Zij
begeleiding van het kind door henzelf of anderen
betalen geen eigen bijdrage.
tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en 6.5.2 Drempelbedrag
andere oplossingen niet mogelijk zijn. 14.De gemeente wijst geen opstapplaats aan als
1. Voor ouders van een kind in het basisonderwijs
het gebruik hiervan leidt tot hogere kosten dan
en speciaal basisonderwijs geldt boven een
aangepast vervoer vanaf de woning van het kind.
vastgestelde inkomensgrens een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is het drempelbedrag.
6.5.1 Bijzondere regeling vervoer naar
2. Het drempelbedrag is een bedrag per kind.
basisschool
3. Het drempelbedrag is niet van toepassing op
1. Is de reisafstand naar de dichtstbijzijnde
kinderen met een langdurige beperking.
toegankelijke basisschool meer dan 20 kilometer, of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente
6.6 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening
zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders
Een vervoersvoorziening gaat in op de datum die de
de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op
ouders aangeven. Deze datum mag niet liggen vóór
een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de
de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft
eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die
ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de
de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van
vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van
de eigen bijdrage wordt per gezin per schooljaar
de gemeente ingaat.
dan betalen ouders de reiskosten voor een deel zelf
berekend en hangt af van het inkomen van de ouders in het peiljaar.
40
Lage inkomens en geldzorgen
7 Lage inkomens en geldzorgen De gemeente heeft een financieel vangnet voor inwoners die te weinig inkomen en vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Deze inwoners en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en tegemoetkomingen aanvragen. In dit hoofdstuk worden belangrijke extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Inwoners die in een vergelijkbare financiële situatie zitten als inwoners met een inkomen onder de inkomensgrens, kunnen vaak ook geholpen worden. Dat beoordeelt de gemeente per situatie. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de hulp die de gemeente kan bieden bij geldzorgen en/of financiële problemen.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
7.1 Armoedebeleid [PW, Wgs, Gemeentewet] De gemeente heeft als taak om armoede en schulden tegen te gaan. In deze paragraaf staat waar de gemeente rekening mee houdt bij het uitvoeren van die taak.
7.2 Wat wil de gemeente? 1. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners met een laag inkomen en laag vermogen hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen in de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie).
41
Verordening SD
7.3 Voorzieningen voor lage inkomens
2. De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm
[PW]
voldoende ondersteund worden, dat betaald werk
De gemeente kent verschillende voorzieningen voor
krijgen niet leidt tot een armoedeval en dat inwoners
lage inkomens, waaronder in ieder geval:
blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen.
a. Bijzondere bijstand
3. De gemeente wil inwoners graag helpen om
b. Tegemoetkoming eigen risico zorgverzekering
zelf een oplossing voor hun geldzorgen en/of
c. Meedoenbudget
financiële problemen te vinden. Als hulp nodig is,
d. Studietoeslag
kan de inwoner in eerste instantie terecht bij de
e. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
verschillende organisaties binnen het netwerk
f. Individuele inkomenstoeslag
Armoede. Als meer hulp nodig is, kan de gemeente
Voor zover in dit hoofdstuk geen regels hierover zijn
meer doen.
opgenomen, zijn in beleidsregels de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt.
4. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties, die vertegenwoordigd zijn
7.4 Individuele inkomenstoeslag
in het netwerk Armoede. De gemeente stimuleert
[PW]
initiatieven van inwoners om armoede te bestrijden
Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een
en schulden tegen te gaan.
laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering
5. De gemeente zorgt ervoor, dat voorzieningen
van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag
voor lage inkomens op een eenvoudige manier
bedoeld. Dat is een extraatje waarmee het inkomen
aangevraagd kunnen worden, en waar mogelijk
wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke
automatisch worden toegekend.
inwoners de individuele inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
42
Lage inkomens en geldzorgen
7.4.1 Doelgroep voor individuele inkomenstoeslag
7.5 Schulddienstverlening
De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor
[Wgs]
de inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan
De gemeente heeft de taak om inwoners met
de Aow-leeftijd die voldoet aan de voorwaarden
geldzorgen en/of schulden te helpen. Inwoners kunnen
van artikel 36 van de Participatiewet en op de
daarom de gemeente om hulp vragen. De gemeente
aanvraagdatum:
helpt bij het vinden van een oplossing voor hun
a. een ononderbroken periode van 36 maanden:
geldzorgen en/of financiële problemen zoals schulden.
1. een inkomen heeft gehad dat lager is dan 110%
Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de
van de bijstandsnorm;
gemeente voor het geven van hulp.
2. geen vermogen hoger dan de vermogensgrens 7.5.1 Samenwerking en toegang
uit de Participatiewet heeft gehad; en b. geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische
7.4.2 Hoogte van de toeslag
schulden krijgen.
1. De hoogte van de toeslag kan gevonden
2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een
worden op www.venray.nl, wanneer u zoekt op
eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij
inkomenstoeslag. De inkomenstoeslag wordt per
geldzorgen, het vinden van een oplossing voor
jaar in 1 bedrag uitbetaald en bedraagt:
schulden of ter voorkoming hiervan.
a. voor een alleenstaande: € 500,00 per jaar.
3. De gemeente informeert inwoners over de hulp
b. voor een alleenstaande ouder: € 640,00 per jaar.
die zij kan aanbieden en zorgt dat die hulp echt
c. voor gehuwden: € 710,00 per jaar.
beschikbaar is.
2. Voor gehuwden en samenwonenden geldt dat als
4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat
1 van de partners op de aanvraagdatum geen recht
uit van hulp. Een uitzondering op deze regel is de
op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag van
inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.
een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. Het
5. De gemeente benadert inwoners actief, zodra andere
gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is
organisaties schulden melden bij de gemeente.
van de individuele inkomenstoeslag op grond van 7.5.2 Schulddienstverlening
artikel 11 en 13, eerste lid, van de Participatiewet. 3. De bedragen in lid 1 zijn de bedragen uit basisjaar
1. De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die hulp
2024 en worden jaarlijks aangepast. Ze volgen
kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp
de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex
zo snel mogelijk krijgt.
volgens het Bureau voor de Statistiek en worden
2. De hulp die de gemeente geeft, past bij het
naar boven afgerond op vijf euro's.
financiële probleem van de inwoner. Eén van de mogelijkheden die de gemeente kan aanbieden is hulp bij het regelen van de inkomsten en uitgaven (budgetbeheer). Budgetbeheer is erop gericht dat de inwoner orde krijgt in de financiële huishouding en daardoor haar uitgaven kan betalen. De mogelijkheden die er zijn op het gebied van schulddienstverlening worden beschreven in beleidsregels. 3. De gemeente zet hierbij in op duurzame resultaten en zal bij ingezette trajecten nazorg leveren om herhaling te voorkomen.
43
Verordening SD
8 De vorm van de hulp Als inwoners hulp kunnen krijgen van de gemeente, moet de gemeente ook bepalen in welke vorm die hulp dan wordt gegeven. De hulp van de gemeente kan in de vorm van geld zijn, of ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet (een dienst of een product). Gaat het om Wmo-hulp of jeugdhulp, dan kan de inwoner ook kiezen voor een pgb, als aan de voorwaarden is voldaan. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de hulp wordt ingezet en welke regels daarbij horen. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen op grond van de Wmo.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
8.1 Financiële hulp [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Awb]
4. De gemeente kan het geld verrekenen met
1. De inwoner die hulp van de gemeente ontvangt,
een vordering op de inwoner, als dit volgens de
krijgt die hulp in de vorm van geld, als dat in de wet
wettelijke regels mogelijk is. Het moet gaan om een
of in deze verordening zo is geregeld. Financiële
vordering op grond van een van de wetten waarop
hulp kan een lening zijn of een bedrag dat niet
deze verordening is gebaseerd.
terugbetaald hoeft te worden (‘om niet’).
5. De gemeente kan een betalingsbesluit nemen,
2. De gemeente betaalt de inwoner binnen 6 weken
zonder de inwoner daar met een brief over te
nadat een betalingsbesluit is genomen. Dat is de
informeren. De gemeente stelt de inwoner dan wel
wettelijk vastgestelde termijn. De gemeente kan
op een andere geschikte manier op de hoogte van
een andere termijn vaststellen, als er niet binnen 6
het betalingsbesluit.
weken betaald kan worden.
8.2 Een product of een dienst
3. De gemeente betaalt op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven en op naam van
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,
de inwoner staat. De gemeente kan het bedrag
Gemeentewet]
op een andere manier, in een andere vorm of aan
1. De inwoner die hulp van de gemeente ontvangt,
een andere persoon betalen en is dit in sommige
krijgt die hulp in natura (een dienst of een
gevallen verplicht. De gemeente kan dat doen,
product), tenzij in de wet of in deze verordening
als het doel van de hulp alleen op die manier kan
iets anders is geregeld. Gaat het om een product,
worden bereikt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een
dan wordt dit in bruikleen, huur of eigendom
betaling aan een hulpverlener of een schuldeiser van
verstrekt.
de inwoner.
44
De vorm van de hulp
2. De gemeente zet zich ervoor in dat de aanbieder
b. het voeren van een pgb-administratie;
van een dienst of een product:
c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van
a. de wettelijke regels over garantie naleeft; en
een pgb-administratie; en
b. de inwoner informeert over alles wat belangrijk is
d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de
om te weten over de dienst of het product.
hulpverlener(s);
In hoofdstuk 12 is daarover meer geregeld.
e. reiskosten van de zorgverlener. f. kosten voor het deelnemen aan overleggen in
8.3 Persoonsgebonden budget (pgb)
het kader van afstemmen en samenwerken met
[Jeugdwet, Wmo]
andere hulpverleners.
8.3.1 Voorwaarden – algemeen
g. uitkering in geval van overlijden budgethouder
1. De inwoner kan kiezen voor een pgb, als zij in
4. De gemeente staat het niet toe dat een pgb als
aanmerking komt voor hulp-op-maat op grond van
maandloon wordt uitbetaald.
de Wmo of Jeugdwet. De gemeente moet er wel van overtuigd zijn, dat de inwoner voldoet aan de