Rekenkamerrapport onderzoek grondbeleid; gemeenteraad van 1 november 2022.
Tekst van het document
3.3. Doelrealisatie 3.3.1. Analyse De daadwerkelijke bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen is op dit moment lastig zichtbaar te maken. Er wordt beperkt gerapporteerd over de wijze waarop een project specifiek bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen, zowel aan de start van een exploitatie in het bestemmingsplan als bij de verantwoording in de planning en controlcyclus.
23 / 36
Zo wordt in het exploitatieplan van De Spurkt geen verwijzing gemaakt naar de gemeentelijke doelstellingen waaraan de exploitatie bij zou moeten dragen.53 Ook in de beleidsstukken voor de Smakt wordt geen verwijzing gemaakt naar de beleidsdoelen die de gemeente nastreeft. Hierin is alleen opgenomen dat er ruimte bestaat voor zeven kavels in het gebied.54 In het bestemmingsplan voor Brabander aan den Heuvel wordt wel kort gerefereerd aan de gemeentelijke doelstellingen rond woningbouw, maar dit is een bestemmingsplan voor de gehele kern van Venray. Er wordt geen specifiek verband gelegd tussen de gemeentelijke doelstellingen en het exploitatieproject Brabander aan den Heuvel.55 Aan de andere kant is in het bestemmingsplan voor Castenray wel opgenomen dat het project bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen, namelijk het passend maken van het aanbod, aangezien de gemeente verwacht dat de vraag naar grote, vrijstaande kavels zal afnemen. Uit interviews komt echter het beeld naar voren dat de link tussen projecten en gemeentelijke doelstellingen beperkt expliciet wordt gelegd. In de rapportages over de exploitaties komt ook beperkt terug hoe het project daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen. De rapportage is hierbij vooral gericht op (financieel) technische zaken, zoals het aantal woningen dat is gebouwd of het aantal kavels dat is verkocht.
Dit zou voor het inzicht van de raad goed gekoppeld kunnen worden aan de bovenliggende woningbouwdoelstellingen, maar dit gebeurt niet expliciet. Er wordt in de begroting en jaarstukken dan ook beperkt ingegaan aan welke gemeentelijke doelstellingen een project bijdraagt en in welke mate dat gebeurt.56 57 In de jaarstukken wordt aangegeven dat de grondexploitatie winstgevend afgesloten zal worden.58 De gemeente verwacht in de meest recente prognose de exploitaties Oirlo, Heide en Blitterswijck verliesgevend af te sluiten, maar voor alle exploitaties gezamenlijk geldt dat winst wordt voorzien, zowel wat betreft woningbouw als bedrijventerreinen. Uit interviews komt naar voren dat de gemeente, wanneer zij actieve grondexploitaties uitvoert, ’ en ’ . Hierdoor is de kans klein dat een exploitatie niet wordt gerealiseerd binnen de financiële kaders. Al komt dit ook door de huidige situatie op de woningmarkt. De realisatie binnen de financiële kaders is ook terug te zien in de jaarstukken waaruit naar voren komt dat de risicoreserve voldoet aan de norm die gesteld is.59 Om doeltreffend te kunnen zijn bij passief grondbeleid is het van belang dat de ruimtelijke kaders voldoende op orde zijn. Deze kaders kunnen als basis dienen voor afspraken die worden gemaakt in anterieure overeenkomsten.
Dit kan bijvoorbeeld middels verplichte voorschriften of eisen aan de soort bouw die plaats vindt op een kavel. Ook kunnen kaders direct doorwerken in omgevingsplannen die worden vastgesteld waaraan ontwikkelaars hebben te voldoen. De kaders zijn in Venray de laatste jaren op orde gebracht, bijvoorbeeld met de omgevingsvisie en het nieuwe omgevingsprogramma Wonen, waarin verdeelsleutels zijn opgenomen voor betaalbaardere woningen.60 Ook in het nieuwe duurzaamheidsprogramma is het doel opgenomen om afspraken te maken over klimaatbestendigheid van woningen, zoals het opleveren van een groene tuin voor nieuwe bewoners of natuur inclusief bouwen.61 Hiermee is een belangrijke randvoorwaarde ingevuld om doeltreffend te kunnen zijn wanneer er vooral gewerkt wordt met anterieure overeenkomsten.
53
Exploitatieplan de Spurkt, d.d. 15 oktober 2020
54
A
55
B
‘ f
m
56
Begroting 2022
57
Jaarstukken 2020
58
Jaarstukken 2020
59
Jaarstukken 2020
60
Om
61
U
mm
‘V
V
z
m
’, . . 9 j
201
z
m
V
’
’, . . 19 september 2017
‘ mm ‘Klimaatadaptatie 2021-2025. V
’
24 / 36
Hierbij moet worden opgemerkt dat dit, mede ingegeven door de komst van de Omgevingswet, een meer recente ontwikkeling is. In de stukken rond de anterieure overeenkomst voor De Spurkt – uit november 2020 – zijn bijvoorbeeld geen afspraken te zien over natuur in het gebied of klimaatadaptatie.62 In algemene zin, zien wij gemeenten de laatste jaren steeds vaker kiezen voor een actieve rol bij bepaalde onderdelen van hun ruimtelijke ambities. Dit is dan vooral ingegeven door de grote transities en complexe opgaven die op gemeente afkomen. Hierbij kan gedacht worden aan ambities rond bijvoorbeeld zonne-energie of windenergie. Uit interviews komt naar voren dat op dit punt – aan de voorkant van dergelijke transities en opgaven – beperkt het gesprek plaats vindt tussen raad en college over een mogelijke rol voor het grondbeleid. In het grondbeleid is hier wel ruimte voor, zeker gelet op de afwegingen rond de kwantitatieve behoefte en het bestuurlijk gewicht. In het grondbeleid is opgenomen dat afgewogen moet worden of een actieve rol nodig is om aan de behoefte te kunnen voldoen en de doelstellingen te kunnen realiseren. In onze ogen zijn in het grondbeleid de belangrijkste aspecten benoemd die dienen te worden meegewogen, met name de nadruk die wordt gelegd op het bestuurlijke gewicht.
Om dit gewicht te kunnen duiden is daarvoor vroegtijdig, aan het begin van nieuwe opgaven en initiatieven, expliciet het gesprek nodig tussen raad en college om gezamenlijk tot een afweging te komen. Dit gesprek vindt op dit moment beperkt (vroegtijdig) plaats. Daardoor worden er wellicht kansen gemist om ontwikkelingen waar de markt het initiatief niet of beperkt toe neemt en die van belang zijn om de doelstellingen te realiseren, op te pakken en uit te voeren.
3.3.2. Toetsing aan het normenkader - doelrealisatie Groen: aan de norm is geheel voldaan Oranje: aan de norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de norm is niet voldaan Aspect
Norm
Resultaten van het
1.
De doelrealisatie van het grondbeleid draagt bij aan het realiseren van de gemeentelijke doelen.
grondbeleid
2.
De doelstellingen van het grondbeleid worden binnen de financiële kaders gerealiseerd.
Er wordt beperkt inzichtelijk gemaakt hoe en in welke mate het grondbeleid bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen. De informatie is vooral (financieel) technisch van aard en er wordt weinig expliciet gemaakt of en hoe die gebiedsontwikkeling bijdraagt aan de bovenliggende ruimtelijke doelstellingen. Dit expliciet maken zou de beleidsmatige betekenis van het grondbeleid duidelijker maken voor de raad. Hiermee is aan de eerste norm gedeeltelijk voldaan. De jaarstukken laten zien dat er in zijn geheel winst wordt gemaakt op de grondexploitaties en er wordt voldaan aan de norm voor de risicoreserve. Hiermee is aan de tweede norm geheel voldaan.
62
A
c
‘A
m
D
’, d.d. 2 november 2020.
25 / 36
3.4. Rol van de raad 3.4.1. Analyse De informatievoorziening aan de raad volgt de nota projectmatig werken. De raad wordt hierbij op verschillende momenten betrokken. Echter is de mate waarin deze informatie ook sturingsmogelijkheden biedt aan de raad, niet optimaal. Zo wordt de raad beperkt betrokken bij de afweging rond het voeren van passief of actief grondbeleid. Deze keuze is al gemaakt op het moment dat de raad bij de grondexploitatie/het exploitatieplan of bestemmingsplan wordt betrokken. Daarnaast bieden de plannen beperkt keuzemogelijkheden voor de raad. De raad kan hierdoor beperkt een geïnformeerde afweging maken tussen actief en passief grondbeleid. Door niet inzichtelijk te maken welke voordelen en nadelen verschillende wijze van grondpolitiek hebben, kan de raad ook beperkt bewust een afweging maken tussen ’ . Het zou namelijk zo kunnen zijn dat een actief grondexploitatie ’ meebrengt, maar dat met passief grondbeleid de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen beperkter is. De raad zou in staat moeten worden gesteld om hier de afweging tussen te maken. In dat geval zou de praktijk van de informatievoorziening en betrokkenheid van de raad ook beter aansluiten op het situationele grondbeleid dat in het grondbeleid mogelijk is gemaakt. Situationeel beleid dat vraagt om vroegtijdige en nauwe betrokkenheid van de raad.
De rapportages die plaatsvinden via de P&C-cyclus zijn daarnaast sterk gefocust op financiën. Hierdoor krijgt de raad weinig inzicht in de mate waarin de doelen die werden gesteld behaald zijn. Een – bijvoorbeeld jaarlijks – overzicht van de voortgang van projecten en de doelrealisatie is niet beschikbaar. Doordat de raad beperkt wordt meegenomen in de rapportages en weinig keuzemogelijkheden krijgt, vindt het gesprek in de raad over grondbeleid ook beperkt plaats. Dit kan tot gevolg hebben dat het grondbeleid als mogelijke versneller van doelrealisatie niet wordt gezien. Dit beeld wordt ook bevestigd in de verscheidene interviews. Het kan hierdoor zijn dat de raad kansen mist om haar doelen te realiseren. Dit kan vooral opspelen op het moment dat een actieve rol nodig is om de doelen te realiseren, maar dit initiatief – door de terughoudende houding – niet wordt genomen door de organisatie. De raad kan in dat geval optreden als aanjager van een project – bijvoorbeeld met een motie –, maar daarvoor is het wel van belang dat de raad voldoende inzicht heeft in de mogelijkheden van het grondbeleid voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen. De informatievoorziening zoals deze op dit moment is ingericht is tijdig en begrijpelijk, maar biedt de raad niet de volledige mogelijkheid om haar kaderstellende en controlerende rol in te vullen.
Om deze rollen wel in te kunnen vullen is het nodig dat de raad voldoende inbreng kan bieden aan de voorkant van een project – met informatie over de beleidsdoelen die worden nagestreefd, keuzemogelijkheden en inbreng op de strategische rolbepaling – en aan de achterkant van een project – met voldoende informatie over doelrealisatie van beleidsdoelen. Dit is op dit moment niet het geval, waardoor de raad wordt beperkt in haar kaderstellende en controlerende rol. De informatievoorziening biedt dus de essentiële informatie, maar is niet optimaal ingericht. De raad heeft tot op heden niet gevraagd om een optimalisering van de informatievoorziening.
26 / 36
3.4.2. Toetsing aan het normenkader – rol van de raad Groen: aan de norm is geheel voldaan Oranje: aan de norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de norm is niet voldaan Aspect
Norm
Rol van de raad
1.
De informatievoorziening aan de raad is volledig en begrijpelijk.
2.
De informatie is zodanig tijdig dat vroegtijdig kan worden bijgestuurd op de uitvoering van het grondbeleid en grondexploitaties.
3.
De raad vraagt en krijgt de informatie die zij nodig heeft om haar kaderstellende en controlerende rol in te kunnen vullen.
De informatievoorziening aan de raad is begrijpelijk en tijdig volgens de gemaakte afspraken, al wordt er nog beperkt inzichtelijk gemaakt in welke mate de projecten bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Ook heeft de raad beperkt de mogelijkheid om aan de voorkant keuzes te maken, vooral als het gaat om de strategische rol van de gemeente. Hiermee is aan de eerste norm gedeeltelijk voldaan. De informatievoorziening voldoet qua tijdigheid aan de gemaakte afspraken, maar aangezien de informatievoorziening – los van de majeure projecten – alleen plaatsvindt bij de begroting en jaarstukken kan de raad beperkt tijdig bijsturen. Dit wordt versterkt door de vooral financiële rapportages die de raad ontvangt, omdat deze rapportages beperkt inzicht bieden in de kwaliteit van een project en de bijdrage aan de doelstellingen. Hiermee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. Uit interviews komt wel naar voren dat de raad beperkt vraagt om extra informatie en dat de raad in beginsel al weinig spreekt over het grondbeleid. Hoewel de raad dus weinig vraagt om meer informatie, is het wel noodzakelijk om te rapporteren over de gemeentelijke doelstellingen en de raad voldoende inzicht te bieden in de keuzemogelijkheden die zij heeft voorafgaand aan een project.
Zonder deze informatie wordt de raad beperkt in haar mogelijkheden om haar kaderstellende en controlerende rol in te vullen. Daarmee is aan de derde norm gedeeltelijk voldaan.
3.5. Lessen uit het vorige rekenkameronderzoek Uit het rekenkamerrapport van 2008 komen een aantal aanbevelingen naar voren voor het verbeteren van het grondbeleid van de gemeente. 63 Dit zijn aanbevelingen rond een aantal onderwerpen, zoals kaderstelling, uitvoering en verantwoording. Hieronder is per aanbeveling aangegeven in welke mate uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen. Kaderstelling Maak een helder beleidskader met doelen dat overzichtelijk is en up to date
•
Het beleidskader en de doelstellingen zijn herijkt. De doelstellingen zijn gericht op het faciliteren van de gemeentelijke doelstellingen, waardoor deze overzichtelijk en up to date blijft. Wel is het van belang dat het grondbeleid geactualiseerd blijft voor de geldende strategische visie. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd.
63
‘
x
V
’, c
c
, . .m
2008
27 / 36
•
Maak keuzes duidelijk in de formulering van het grondbeleid, met duidelijke prioriteiten en duidelijke operationalisering
De gemeente heeft ervoor gekozen om het grondbeleid zonder inhoudelijke doelen te formuleren. Daarmee worden de prioriteiten en operationalisering bij de ruimtelijke kaders gelegd. Daarmee is de keuze gemaakt om dit ruimtelijke beleid leidend te laten zijn voor het grondbeleid. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd. •
Bezin over de langere termijn, met een visie gekoppeld aan een uitvoeringsprogramma
Er is een nieuwe strategische visie tot 2030
.H
’
’ . ’
’
.
’
ijn
(2022 voor het programma wonen en tot 2025 voor het programma klimaatadaptatie). Deze aanbeveling is hiermee gedeeltelijk uitgevoerd. •
Maak een kader voor publiek-private samenwerkingen
De gemeente heeft besloten om het grondbeleid in te richten met een voorkeur voor passief grondbeleid. Hierbij is ook vastgelegd in welke situaties actief grondbeleid nog wel mogelijk is. ook zijn er kaders opgesteld voor strategische verwervingen van grond. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd. •
Ontwikkel selectiebeleid
In het grondbeleid zijn verschillende modellen voor samenwerking en selectie opgenomen. Zo zijn er in de economische visie uitgiftecriteria opgenomen voor bedrijven. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd. Uitvoering •
Ontwikkel een andere methode voor het berekenen van het weerstandsvermogen
De gemeente heeft bij externe bureaus advies ingewonnen over het veranderen van de methode voor het bepalen van het weerstandsvermogen.64 Het advies luidde dat de gemeente haar huidige methode het beste kon hanteren, in plaats ’ . Vanaf 2016 wordt er wel gewerkt met een nieuw ’ .O
is hiervan wordt de benodigde risicoreserve bepaald. Deze
aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd. Verantwoording •
Betrek de raad bij planontwikkeling en biedt hierbij keuzemogelijkheden door criteria op te stellen voor de afweging van winst en kwaliteit
De raad wordt in de bestudeerde stukken beperkt betrokken bij de planontwikkeling, los van majeure projecten of projecten die worden onderzocht op initiatief van de raad (via een motie). Daarnaast bieden de plannen beperkt vooren nadelen van de gekozen rolbepaling. In het grondbeleid zijn daarnaast geen criteria opgenomen voor winst of kwaliteit waaraan kan worden getoetst. Deze aanbeveling is hiermee niet uitgevoerd. •
Neem een paragraaf grondbeleid op in de begroting en het jaarverslag
In de begroting en het jaarverslag is een paragraaf grondbeleid opgenomen die voldoet aan de criteria die gesteld zijn in de BBV. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd.
64
Handboek Grondexploitaties
28 / 36
•
Neem de bestemmingsreserve bovenwijkse werken op in de jaarrekening, en pas het beleid aan op de Grondexploitatiewet
De bestemmingsreserve bovenwijkse werken is opgenomen in de jaarrekening en dit beleid is aangepast op de Grondexploitatiewet door de wettelijke criteria mee te nemen. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd. •
Rapporteer duidelijker over gronden die nog niet in exploitatie zijn en over het langetermijnperspectief voor het grondbedrijf, en rapporteer duidelijker over resultaten van PPS-exploitaties in de begroting en jaarrekening
In de begroting en jaarrekening zijn paragrafen opgenomen over de gronden die in de toekomst in exploitatie komen. Daarnaast is in de begroting en jaarrekening ook de resultaten van PPS-exploitaties opgenomen, gespecificeerd voor het aandeel van Venray. Deze aanbeveling is hiermee geheel uitgevoerd.
3.5.1. Toetsing aan het normenkader – lessen uit het eerdere rekenkameronderzoek Groen: aan de norm is geheel voldaan Oranje: aan de norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de norm is niet voldaan Aspect
Norm
Doelstellingen van het
1.
De aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek van 2008 zijn aantoonbaar geïmplementeerd.
grondbeleid
Het overgrote deel van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek zijn geïmplementeerd. Eén van de aanbevelingen is nog niet geïmplementeerd. Dit is ‘betrek de raad bij planontwikkeling en biedt hierbij keuzemogelijkheden door criteria op te stellen voor de afweging van winst en kwaliteit’. Deze aanbevelingen is voor de bestudeerde documenten beperkt doorgevoerd. Zo wordt de raad relatief laat betrokken bij de planontwikkeling – zowel voor actieve grondexploitaties als voor anterieure overeenkomsten. Ook zijn er geen criteria over winst en kwaliteit ontwikkelt waarmee de raad eventuele keuzemogelijkheden zou kunnen toetsen. In de bestudeerde cases zijn deze keuzemogelijkheden überhaupt beperkt gepresenteerd. Ten slotte is de aanbeveling rond de langetermijnvisie niet volledig ï . ’ voor de strategische ruimtelijke doelen zijn voor een korte termijn geformuleerd, waarmee beperkt een doorkijk kan worden gegeven naar de toekomst en de rol van het grondbeleid in het realiseren van de doelstellingen.
29 / 36
4. Conclusies en aanbevelingen 4.1. Conclusies In dit onderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal:
Stelt de huidige vormgeving van het grondbeleid van de gemeente Venray de raad in staat om haar kaderstellende en controlerende taken te vervullen?
Beantwoording van de hoofdvraag De uitvoering van het grondbeleid stelt de raad niet optimaal in staat om haar kaderstellende en controlerende rol in te vullen. Dit is vooral het gevolg van de beperkte rol van de raad bij de strategische rolbepaling en het beperkte inzicht in de bijdrage van het grondbeleid aan de gemeentelijke doelstellingen. De opzet van het huidige grondbeleid is voor de rest toereikend. Wel is het beleid toe aan een actualisatie zodat bijvoorbeeld de grondprijs(methodiek) beter aansluit op de actuele marktomstandigheden en beter wordt aangesloten op de nu geldende ruimtelijke kaders. Deze ruimtelijke kaders, zoals de omgevingsvisie, zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en bevatten actuele opgaven en ambities waaraan het grondbeleid kan bijdragen. Deze hoofdconclusie baseren wij op de volgende deelconclusies per onderzoeksaspect: Doelstellingen • De doelstellingen van het grondbeleid sluiten aantoonbaar aan op de gemeentelijke beleidsdoelen. De doelstellingen van het grondbeleid zijn nog niet geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe omgevingsvisie. H ’ ’ . Dit is logisch omdat het grondbeleid op het punt staat geactualiseerd te worden. • Het grondbeleid sluit voldoende aan op de wettelijke kaders die hiervoor zijn gesteld. • De financiële kaders zijn overwegend duidelijk geformuleerd.
Nog niet duidelijk is in het beleid geëxpliciteerd wat wordt verstaan onder ‘ ’. • De grondprijzen zijn sinds 2011 niet aangepast. Hiervoor is tot nu toe bewust gekozen in de nota grondprijzen die jaarlijks door het college wordt vastgesteld en ter informatie wordt voorgelegd aan de raad. Zeker gelet op de actuele marktontwikkelingen is het raadzaam deze keuze als raad expliciet te heroverwegen. Uitvoering • In de praktijk is het grondbeleid vooral als passief te typeren. Op papier biedt het grondbeleid wel mogelijkheden om afhankelijk van de situatie actiever te handelen, door bijvoorbeeld als gemeente zelf gronden te verwerven en te ontwikkelen. De strategische afweging om wel of niet actiever te handelen, moet vroegtijdig aan het begin van initiatieven en projecten worden gemaakt. De rol van de raad bij deze strategische afweging is beperkt expliciet geregeld.
30 / 36
•
•
Bij passief grondbeleid worden afspraken gemaakt met initiatiefnemers in anterieure overeenkomsten. Onder andere de nieuwe omgevingsvisie, maar ook de visie Venray Vergroent, bieden de mogelijkheid om als raad invloed uit te oefenen op de afspraken die worden gemaakt met initiatiefnemers. In dergelijke beleidskaders geeft de raad namelijk aan wat ze gerealiseerd en geborgd willen zien in de fysieke leefomgeving. Deze beleidskaders zijn daarmee richtinggevend voor de afspraken die door de gemeente worden gemaakt in anterieure overeenkomsten. Voor de raad is wel van belang te (laten) controleren of voor alle relevante beleidsvelden een dergelijk kader is vastgesteld. Het exploitatieproces is voldoende helder vormgegeven, en het handboek en de organisatie stellen de gemeente voldoende in staat om bij te dragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen.
Doelrealisatie • Het is beperkt inzichtelijk in welke mate het grondbeleid bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijk beleidsdoelen. Dit wordt beperkt expliciet gemaakt in de informatievoorziening. • Het gesprek tussen het college en de raad over de bijdrage van het grondbeleid aan bredere maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie en klimaatadaptatie vindt beperkt plaats. • Uit de jaarstukken komt naar voren dat de doelrealisatie plaatsvindt binnen de financiële kaders en dat er wordt voldaan aan de norm voor de risicoreserve. Rol van de raad • De informatievoorziening aan de raad vindt plaats volgens de gemaakte afspraken rond tijdigheid, maar er wordt nog beperkt inzichtelijk gemaakt in welke mate projecten bijdragen aan de gemeentelijk doelstellingen. • De raad heeft met de huidige informatievoorziening beperkt de mogelijkheid om voorafgaand aan een exploitaties keuzes te maken rond de strategische rol van de gemeente. Hierdoor wordt de raad beperkt in positie gebracht om haar kaderstellende en controlerende rol in te vullen. • Het gesprek in de raad over de strategische rol en de doelrealisatie vindt nog beperkt plaats.
31 / 36
4.2. Aanbevelingen Op basis van de conclusies hebben we de volgende aanbevelingen. • Stel als raad een geactualiseerd grondbeleid vast. - Laat daarbij het grondbeleid aansluiten op ’ het grondbeleid een bijdrage zou moeten leveren. - Voer daarbij het gesprek over de gewenste rolbepaling (actief, passief, situationeel) per opgave in de fysieke leefomgeving en de bijdrage die het grondbeleid kan leveren aan opgaven als klimaatadaptatie of de energietransitie. - Weeg in dat kader af of wordt vastgehouden aan het uitgangspunt ‘ ’. Indien daaraan wordt vastgehouden, maak in het beleid expliciet wat je daaronder verstaat en hoe je om wilt gaan met eventuele uitzonderingen. - Weeg in het kader van het nieuwe grondbeleid af of vastgehouden blijft worden aan het structureel niet aanpassen van de grondprijzen. • Vraag als raad aan het college inzichtelijk te maken of voor alle relevante beleidsvelden actuele beleidskaders zijn vastgesteld of wanneer deze beleidskaders vastgesteld gaan worden. • Betrek als college de raad actief en vroegtijdig bij de strategische afweging welke rol de gemeente gaat innemen bij een initiatief of project. • Informeer de raad expliciet en periodiek over de bijdrage van het grondbeleid aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen en opgaven in de fysieke leefomgeving.
32 / 36
Bijlage: kort achtergrondschets van de cases Castenray De exploitatie van Castenray betreft een herverkaveling van een bestaand gebied. Het gaat hier om het herverkavelen van het gebied van 4 grote kavels naar 6 kleinere kavels. Deze herverkaveling zou ervoor moeten zorgen dat het kavelaanbod beter past bij de behoefte van de inwoner. Het bestemmingsplan wijst erop dat de vergrijzing in Venray maakt dat de vraag naar grote vrijstaande woningen (waar de vier grote kavels zich goed voor lenen) zal afnemen, maar dat de vraag naar kleinere, twee-onder-een-kap woningen (waar zes kleinere kavels zich goed voor lenen) zal toenemen. Er is daarom besloten om het gebied te herverkavelen middels een nieuw bestemmingsplan, dat in februari 2021 is aangenomen door de raad.
Brabander aan den Heuvel Aan den Heuvel is een deelgebied in de wijk Brabander. De exploitatie van Aan den Heuvel is opgedeeld in twee delen, deel A en deel B. Beide delen zijn opgedeeld in twee clusters. Bij de jaarrekening van 2020 zijn er twee clusters afgerond. Ten tijde van de jaarrekening 2020 werden de laatste kavels bouwrijp gemaakt en verkocht. Naar verwachting kon deel A in 2021/2022 worden afgerond en kon deel B in 2024 worden afgerond.
De Smakt In september 2013 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college de opdracht wordt gegeven om onderzoek te doen naar mogelijkheden voor woningbouw in De Smakt. Het zou hierbij gaan om 9 tot 15 woningen in een gebied dat voorafgaand – vanwege geurregelgeving – niet zou kunnen worden bebouwd. De raad stelt hierbij dat lokaal maatwerk rond de geurregelgeving bebouwing wel mogelijk zou kunnen maken, waardoor voldaan zou kunnen worden aan de behoefte in het gebied. Het ’ voor een eigen exploitatie door de gemeente. Hierbij kan gedacht worden aan een strakke uitgifte, waardoor één onverkochte kavel ervoor zorgt dat de exploitatie negatief wordt, en aan extra gronden die zouden moeten worden aangekocht voor aanrijroutes voor de brandweer en het risico op planschade. De gemeenteraad heeft besloten dat ’ x ocht. Er is uiteindelijk in 2015 wel grond aangekocht65 en de ambtelijke organisatie geeft aan dat de procedure om te komen tot een bestemmingsplan nu loopt.
De Spurkt Als onderdeel van het aandeelhouderschap van Venray in Greenport Venlo is besloten om 30 hectare bedrijventerrein te ontwikkelen in Venray. Dit bedrijventerrein zou bij moeten dragen aan de werkgelegenheid in Venray. Uit interviews komt naar voren dat de raad is betrokken bij het project middels raadsbijeenkomsten en -werkgroepen. De raad heeft echter besloten om het exploitatie- en bestemmingsplan niet aan te nemen. Uit interviews komt naar voren dat dit ‘ ’ . omdat het beoogde bedrijventerrein grenst aan een natuurgebied. Greenport Venlo had op het moment van het no go-besluit al wel gronden aangekocht. Dit betekent financiële schade voor Greenport Venlo en mogelijke schadeclaims
65
Jaarstukken 2020
33 / 36
die kunnen worden verhaald op de gemeente. De gemeente heeft nu een behoefteonderzoek laten uitvoeren naar meer bedrijventerreinen, maar de besluitvorming hierover in de gemeenteraad moet nog plaatsvinden.
34 / 36
Bijlage: overzicht van geïnterviewde personen Evert Voorn
Gemeentesecretaris
Jan Jenneskens
Wethouder Grondzaken
Joost Smits
Concerncontroller
Mirjam van den Hoogen Margo van der Meer
Beleidsmedewerker grondbedrijf Beleidsmedewerker grondbedrijf
Sonja van Griethuysen
Beleidsmedewerker stedelijke ontwikkelingen
Veronique Nabben
Manager grondbedrijf
35 / 36
TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en h m ’
z
j .D
h
,
,
,
mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programm ’
.I
c ë
j
waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.
Bijlage: Bestuurlijke reactie college van gemeente Venray