CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028

Gemeenteraad 5 november 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Programmabegroting 2025-202842.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

15 alinea's met “financiën”: 161 223 225 1042 1051 1102 1128 1162 1189 1224 1256 2122 2284 2754 2822

2025

2026

2027

2028

2,20%

2,20%

2,20%

2,20%

berekend tarief

1,38

1,41

1,44

1,47

1,51

werkelijk tarief

1,35

1,40

1,40

1,45

1,50

Parkeerbelasting Parkeerbelastingen geldt voor de afgesloten terreinen Blekersveld, Raadhuisstraat en de parkeergarage. Dit in de vorm van parkeergelden en abonnementen. Daarnaast zijn in bepaalde straten ontheffingen blauwe zone en parkeervergunningen mogelijk. Voorgesteld wordt om de tarieven te handhaven. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2025 worden in de raadsvergadering van december 2024 voor vaststelling aangeboden. Reclamebelasting De reclamebelasting is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Venray. De belasting wordt geheven ter zake van openbare aankondigingen (reclame-uitingen) zichtbaar vanaf de openbare weg. De gemeente int deze belasting en maakt deze vervolgens onder inhouding van de inningskosten ad € 4.000 over naar de ondernemersvereniging Venray Centraal. Naar verwachting zullen de tarieven na 2025 geïndexeerd gaan worden. De definitieve vaststelling van deze tarieven vindt plaats tijdens de najaarsvergadering van de Ondernemersvereniging Venray Centraal. Bedragen x €1

2024

2025

voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²:

475

475

voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²:

600

600

voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²:

675

675

voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² tot 10 m²:

750

750

voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²:

825

825

BIZ-Smakterheide OOp grond van de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid en ruimtelijke kwaliteit binnen het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten ad € 3.500, uit aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. Naar verwachting zullen de tarieven de komende jaren gelijk blijven. De definitieve vaststelling van deze tarieven vindt plaats tijdens de najaarsvergadering van de ondernemersvereniging Smakterheide (BIZ). 67

Bedragen x €1

2024

2025

WOZ-waarde lager dan € 250.000

250

250

WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000

500

500

WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000

1000

1000

WOZ-waarde vanaf € 5.000.000

1500

1500

5. Kwijtscheldingenbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Daarnaast is conform het raadsbesluit van 31 januari 2023, met terugwerkende kracht, de maximale verruiming van de kwijtschelding vermogensnorm doorgevoerd. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft.

Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken daalde de afgelopen jaren licht. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. 2024 [1]

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken

894

1085

1041

1018

1005

1137

979

964

967

1019

Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)

410

415

488

505

465

450

482

487

637

731

Beroepschriften (klanten)

63

81

40

47

52

25

26

16

4

0

1. Stand per juli 2024. Dit zijn dus voorlopige aantallen. Aantallen zijn per verzoek.

68

Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. Het risicobeleid werd op 31 oktober 2023 door de raad vastgesteld. Vanaf najaar 2024 wordt het nieuwe beleid in de organisatie geïmplementeerd. In de begroting 2025 gaan we uit van de normeringen die in het nieuwe beleid zijn vastgelegd. Bij de risico-inventarisatie wordt nog de uitgegaan van de oude methodiek: dit wil zeggen dat de risico’s in de kadernota 2025 de basis vormen. Nieuwe risico’s worden toegevoegd en risico’s die zich niet meer voordoen, komen te vervallen. Deze paragraaf geeft inzicht in: • Weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Risico’s: Een kans op optreden van een gebeurtenis met een bepaald effect op het behalen van de doelen. Het effect kan onder andere zijn dat het gewenste doel niet of later wordt gerealiseerd. Mogelijk kan het effect ook leiden tot het eerder realiseren van een doel. • Weerstandsvermogen: De mate waarin de gemeente in staat is om negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen, zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen en in te grijpen op de normale bedrijfsvoering.

• Financiële kengetallen: conform de BBV is een basis set financiële kengetallen opgenomen. 1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s, het gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen en het eventueel bewust nemen van geringe risico's. Met de implementatie van het nieuwe risicobeleid wordt dit door middel van een risicodialoog en een structurele aanpak vorm gegeven. Hoewel het risicobewustzijn in de afgelopen jaren is gegroeid, mag het nog beter structureel geborgd worden in de organisatie. Met een structurele aanpak om het bewustzijn in de organisatie te vergroten en het voeren van het juiste gesprek willen we het nieuwe beleid implementeren en borgen. Daarnaast blijft het een voortdurend aandachtspunt om te zoeken naar een juiste afweging van de (effecten van) risico’s en de te maken kosten voor het elimineren van deze risico’s. Het is een utopie om voor alle risico’s adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen. 2. Weerstandscapaciteit Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve (vrij)

29.409

29.240

29.070

28.901

28.731

Risicoreserve grondbedrijf

7.702

7.283

6.945

6.598

6.240

Weerstandscapaciteit

37.111

36.523

36.015

35.499

34.971

Streefwaarde weerstandscapaciteit

17.096

16.967

17.025

17.457

17.829

Tekort/overschot streefwaarde

20.015

19.556

18.990

18.042

17.142

De netto weerstandscapaciteit neemt gedurende de planperiode af met 2,1 mln. De streefwaarde van 10% van de jaarexploitatie wordt echter nog ruim gehaald. Hierna volgt een nadere specificatie en toelichting op de ontwikkeling van de twee onderdelen. Algemene reserve Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve (adm) stand 31-12-2023

30.855

29.409

29.240

29.070

28.901

Geraamde stortingen

13.785

25

25

25

25

Geraamde onttrekkingen

-15.230

-194

-194

-194

-194

Algemene reserve (vrij)

29.409

29.240

29.070

28.901

28.731

69

In de kadernota 2025 hebben we de gerealiseerde mutaties gepresenteerd die met de vaststelling van de jaarrekening 2023 definitief zijn opgenomen in de Algemene Reserve. Tevens hebben we deze mutaties/verwachtingen doorgerekend voor de volgende jaren om zodoende inzicht te hebben in de vrij besteedbare algemene reserve. Voor de begroting 2025 presenteren we over de boekjaren 2024 t/m 2028 de geraamde stand van de algemene reserve en de geraamde mutaties voor de komende jaren. Hierin zijn de bedragen van de MUIP 2025 meegenomen. De mutaties in de 2e berap 2024 die van invloed zijn op de algemene reserve konden nog niet meegenomen worden, omdat deze ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend waren. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Saldo per 1-1

7.835

7.702

7.283

6.945

6.598

Winstnemingen

515

0

0

0

0

Onttrekkingen Saldo per 31-12

-648

-419

-338

-347

-358

7.702

7.283

6.945

6.598

6.240

De winstnemingen zijn het totaal aan winstnemingen van gronden in exploitatie en winst uit verkoop van restkavels (afgesloten exploitaties). Bij gronden in exploitatie is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op de POC methode die is voorgeschreven door de commissie BBV. Voor een specificatie van de verwachte winstnemingen per grondexploitatie zie paragraaf G. De onttrekkingen zijn onder andere de afboeking van niet door te berekenen algemene kosten van het Grondbedrijf. 3. Risico's Zoals in de inleiding aangegeven gaan we voor de inventarisatie van de risico’s in deze begroting uit van risico’s in de kadernota 2025. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. In de risicomatrix zijn de risico’s geplaatst in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader omschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen beschreven. Risicomatrix

Risicotoelichting Onderstaand staan de voornaamste risico's beschreven zoals opgenomen in de kadernota 2025 als ook de beheersmaatregelen die daarop worden getroffen.

70

1. Risico’s sociaal domein Het sociaal domein is omvangrijk en wordt beïnvloed door tal van factoren. Dat maakt dat het aantal risico’s en de te nemen maatregelen ook veelomvattend zijn. Volstaan wordt met een omschrijving van de belangrijkste risico’s die we zien gekoppeld aan onze kadernota sociaal domein. Verschuiving van vangnet naar omgeving komt niet of onvoldoende tot stand Er is een nieuwe opdracht ‘versterken omgeving’ opgesteld. In deze nieuwe opdracht pakken we deze plannen en ontwikkelingen in samenhang op vanuit de overkoepelende paraplu en de beweging van het versterken van de omgeving én in samenwerking met inwoners en onze partners uit het sociaal domein. De omslag vergt echter tijd en is niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Financiën en budgetten die beschikbaar zijn voor preventie, gezondheid en het versterken van de omgeving zijn vaak tijdelijke middelen en dat maakt de borging van de inzet die we plegen kwetsbaar. We monitoren op verschillende fronten de ontwikkelingen binnen het sociaal domein en rapporteren periodiek aan de raad. Het aantal cliënten en voorzieningen in het vangnet neemt toe Door demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen neemt het aantal cliënten en het beroep op voorzieningen toe. Door meer te investeren in de omgeving proberen we een groter beroep op onze voorzieningen te voorkomen.

Maar ook door het opnieuw inrichten van de toegang voor het sociaal domein, samen met partners. Hiermee willen we bereiken dat er een grotere focus ontstaat op de omgeving met meer duurzame oplossingen tot gevolg naast het eventueel tijdelijk inzetten van een maatwerkvoorziening. Daarnaast blijven we de ontwikkeling monitoren door verdere inzet op data-analyse. De kosten stijgen Als gemeenten zijn we gehouden aan de Amvb’s reële kostprijzen en contractstandaarden. Dat betekent dat de mogelijkheid om op de kostprijs te sturen beperkt is. Het merendeel van de huidige contracten binnen de regionale inkoop wordt vanaf 2026 verlengd waarbij de aandachts- en verbeterpunten uit de evaluatie worden meegenomen in de verlenging. Daarnaast starten we op een beperkt aantal segmenten/producten een nieuwe aanbesteding die ook vanaf 2026 moet gelden. Onderdeel van zowel de verlengingen alsook de nieuwe aanbestedingen vormt onder meer het verder vormgeven van de transformatie bij onze aanbieders. De inkomsten wijzigen Hoewel een aantal jaren geleden veel budgetten in het sociaal domein fasegewijs zijn opgegaan in het gemeentefonds is er binnen het sociaal domein nog vaak sprake van specifieke uitkeringen. Het nieuwe kabinet wil deze ook overhevelen naar het gemeentefonds weliswaar met een korting.

Hoewel dit zorgt voor meer stabiliteit voor gemeenten is er wel de uitdaging in hoeverre de budgetten dan (nog) toereikend zijn. Daarnaast is er ook een erkenning van disbalans tussen taken en middelen. Voor de Wmo is al aangekondigd dat een deel van de middelen wordt afgezonderd en geïndexeerd met een ander percentage dat meer rekening houdt met de demografische ontwikkelingen. We zullen deze ontwikkelingen volgen en waar nodig bijsturen. Specifieke risico’s Naast bovengenoemde algemene risico’s is het goed om nog een aantal specifiek onderwerpen te benoemen: De benodigde besparingen in het kader van de hervormingsagenda jeugd komen niet of onvoldoende tot stand: om de hervormingsagenda jeugd uit te voeren wordt binnen regionaal verband samengewerkt en is een actieplan opgesteld. Ook lokaal zetten we in op vernieuwende aanpakken om het doel van de hervormingsagenda te realiseren. Zorgcontinuïteit komt onder druk: enerzijds door de financiële positie van aanbieders anderzijds door het gebrek aan arbeidskrachten. Via onze uitvoeringsorganisatie MGR (contractmanagement) monitoren we de financiële positie van onze aanbieders. Daarnaast wordt via het arbeidsmarktbeleid ingezet op projecten om mensen te bewegen te kiezen voor een beroep in de zorg. 2. Grondbedrijf De lopende grondexploitaties, Smakt en Castenray, worden eind 2024 afgesloten.

De risico’s in die exploitaties zijn minimaal en voor zover mogelijk ingecalculeerd. Er zijn twee grondexploitaties in

71

voorbereiding. In de conceptgrondexploitaties worden met zoveel mogelijk bekende risico’s rekening gehouden in de calculaties. 3. Privacy en informatiebeveiliging Om ervoor te zorgen dat informatie beschikbaar, correct en afgeschermd is, is het nodig om risicogebaseerd informatiebeveiligingsmaatregelen te nemen en deze risico’s en maatregelen constant te beheren. De grootste risico’s zijn dat: -

Vertrouwelijke/gevoelige informatie beschikbaar is bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie) Uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners op een onverantwoordelijke manier gebeurt De kans dat informatiebeveiligings-incidenten de bedrijfsvoering raken toeneemt (zowel intern als binnen de keten van overheden en andere organisaties).

Algemene maatregelen: Maximale samenwerking door de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer) Met de onafhankelijke rol van privacy en informatiebeveiliging zorgen we voor een objectieve advisering van maatregelen Jaarlijkse verplichte verantwoording over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) Privacy en Informatiebeveiliging maken standaard onderdeel uit bij projecttoetsing. Door maatregelen te nemen worden risico’s gemitigeerd of tot een geaccepteerd niveau gebracht Met het uitvoeren van DPIA's (Data Protection Impact Assessments) brengen we risico’s in beeld en maken we als organisatie bewuste keuzes Vergroten bewustzijn bij medewerkers door het uitvoeren van Privacy en Security awareness trainingen 4.

Algemene garantstelling De gemeente staat garant voor een aantal financiële risico’s van derden. Deze worden periodiek gevolgd en hierover wordt gerapporteerd in de jaarrekening. De kapitalisatie van de risico’s wordt meegenomen in de bereiking van de weerstandsratio. De meest risicovolle garantstelling is die voor Glasweb Venray. Het risico daar is dat het klantenbestand achterblijft bij het benodigde aantal en dat zij hierdoor onvoldoende liquide middelen zouden hebben om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Dit risico houden we in grip door het, samen met de BNG, periodiek monitoren van de ontwikkeling van hun klantenbestand en financiële positie. Doordat KPN fase 2 heeft aangelegd en de afspraken die daarover zijn gemaakt, is het financiële risico ook verminderd.

5.

Algemeen samenwerken / verbonden partijen Door met of via andere partijen samen te werken, geven we een deel van onze taken en de beheersing daarvan (gedeeltelijk) uit handen. Dit doen we echter binnen de kaders van Vizier op Samenwerking waarbij we periodiek bekijken of ze nog altijd doen wat we beogen. Ook nemen de doelen, risico’s en beheersmaatregelen door. De meest risicovolle verbonden partijen zijn de Veiligheidsregio Limburg Noord en Noord Limburg West (NLW). Zowel ambtelijk als bestuurlijk bepalen we mede de richting en volgen we de ontwikkelingen bij beide partijen intensief. Daar waar risico’s ontstaan, nemen we passende beheersmaatregelen en waar nodig rapporteren we die tussentijds aan de gemeenteraad.

6.

Algemeen bestuurders: pensioen / wachtgeld / nabestaande pensioen en arbeidsongeschiktheid Voor het opvangen van eventuele verplichtingen wanneer (oud-)bestuurders arbeidsongeschikt raken, komen te overlijden of aanspraak (gaan) maken op de wachtgeldregeling, hebben we een voorziening getroffen. De fluctuerende marktrente maakt dat hiervoor nog een extra risico bestaat. Dit risico komt te vervallen wanneer we dit zouden kunnen overbrengen naar het ABP. De verwachting is dat dit waarschijnlijk per 1 januari 2028 zal gaan gebeuren.

7.

Algemene Rijksinkomsten De gemeentefondsuitkering is de grootste inkomstenpost die de gemeente ontvangt van het rijk. De uitkering heeft als basis de ontwikkelingen in het bruto binnenlands product, het btwcompensatiefonds en een zestigtal parameters zoals de inwoneraantallen, lage inkomens, 72

oppervlakte van de gemeente en WOZ-waarden. Deze gegevens zijn voortdurend onderhevig aan landelijke en lokale veranderingen met grote invloed op de hoogte van de uitkering en betekent dit automatisch een risico. Resultaten van landelijke onderzoeken voortvloeiend uit de herverdeling gemeentefonds zijn vertraagd en volgen waarschijnlijk pas eind 2024 of begin 2025. Op dit moment zijn de taken en middelen van gemeenten niet in balans. Speerpunt van de VNG en de gemeenten is om samen met het kabinet tot een akkoord te komen waarin de taken en middelen van gemeenten wel in balans zijn. De raad wordt periodiek via raadsinformatiebrieven op de hoogte gesteld van ontwikkelingen in het gemeentefonds. Risico-ontwikkeling In het risicobeleid is aangegeven dat niet alle risico’s een financieel gevolg hoeven te hebben. Risico’s kunnen ook imagoschade en negatieve effecten hebben op het realiseren van (maatschappelijke) doelstellingen. De financieel gecalculeerde risico’s hebben zich als volgt ontwikkeld: Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemeen Grondbedrijf Totaal

2024

2025

3.283

2026

4.153

2027

6.186

2028

5.671

5.589

314

317

320

323

323

3.597

4.470

6.506

5.994

5.912

We verwachten gedurende de gehele planperiode een stijging van de risico’s. Dit wordt veroorzaakt door de algemene risico's (zie tabel hieronder). Algemene dienst 2024

2025

2026

2027

2028

3.172 612 544 900

3.186 580 544 900

2.984 483 544 900

3.079 387 544 900

3.079 293 544 900

pm 259

pm 259

pm 259

pm 259

pm 259

Totaal algemene risico's

5.488

5.470

5.170

5.169

5.075

Correcties cf risicobeleid: Risico's doen zich niet in 1 jaar voor Niet geïdentificeerde risico's Opvangen risico's in exploitatie

-1.372 1.710 -2.543

-1.367 1.697 -1.647

-1.293 1.703 606

-1.292 1.746 49

-1.269 1.783 0

Totaal algemene risico's na correctie

3.283

4.153

6.186

5.671

5.589

Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Sociaal domein Garanties Verbonden partijen Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders Ontwikkelingen Algemene Uitkering Diversen

Voor het sociaal domein krijgen we steeds beter inzicht en grip op de indicatiestellingen en dus het realiteitsgehalte van de budgetten. We zijn ook beter in staat om adequate maatregelen te treffen bij dreigende overschrijdingen. Daardoor blijven de risico’s beter beheersbaar. Na 2025 worden de risico’s minder opgevangen door exploitatie-overschotten omdat voor de periode 2025-2028 wordt uitgegaan van sluitende begrotingen. Hierdoor neemt het totaalbedrag van de risico’s vanaf 2026 toe. Grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Projectspecifieke risico's/ramingsonzekerheden Marktrisico Totaal risico's

2024

2025

2026

2027

2028

254

257

259

262

262

60

60

61

61

61

314

317

320

323

323

73

Het risico voor het grondbedrijf bestaat uit een cumulatie van de risico's per project. In de bovenstaande tabel is zichtbaar dat in de jaren 2024 t/m 2028 het risico minimaal stijgt. 4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen (of weerstandsratio) geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen, zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen en in te grijpen op de normale bedrijfsvoering. Weerstandsvermogen =

Weerstandscapaciteit ----------------------------Gekwantificeerde risico’s

Het beleid gaat uit van een weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Dit wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit gaan we in het nieuwe beleid (dus met ingang van 2024) uit van 10% van de jaarexploitatie. Dit betekent dat er op basis van de meerjarenbegroting de weerstandscapaciteit jaarlijks kan verschillen. Tabel weerstandsvermogen Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve

29.409

29.240

29.070

28.901

28.731

Risicoreserve grondbedrijf

7.702

7.283

6.945

6.598

6.240

Weerstandscapaciteit

37.111

36.523

36.015

35.499

34.971

Algemene risico's

3.283

4.153

6.186

5.671

5.589

314

317

320

323

323

3.597

4.470

6.506

5.994

5.912

Vrije ruimte

33.515

32.053

29.509

29.504

29.059

- Algemeen

26.127

25.087

22.884

23.229

23.142

- Grondbedrijf

7.388

6.966

6.625

6.275

5.917

Weerstandsvermogen (ratio)

10,32

8,17

5,54

5,92

5,92

Risico’s grondbedrijf Risico's

Vrije ruimte: verschil tussen weerstandscapaciteit en risico's

Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode af van 10,32 naar 5,92 en blijft daarmee ruim boven de minimale grens van 1,0. De weerstandscapaciteit blijft gedurende de gehele planperiode ruim boven de minimale streefwaarde van 10% van de jaarexploitatie. De vrije ruimte daalt gedurende de planperiode tot ca. € 29 milj. in 2028. 5. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en ook het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en in de begroting. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie.

74

Een afzonderlijk kengetal moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met de andere kengetallen, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om beter inzicht te krijgen in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Ter vergelijking zijn de signaleringswaarden opgenomen die de provincie Limburg hanteert. Deze signaleringswaarden zijn gebaseerd op het ‘Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020’ gemeenten. Tevens zijn de landelijke gemiddelden opgenomen voor gemeenten met 35.000 – 45.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘Data Financiën Decentrale Overheden’. Omdat de begrotingen 2025 – 2028 nog niet bekend zijn, is de jaarschijf 2025 uit de begroting 2024 – 2027 gehanteerd. Verloop kengetallen

Financiele kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Begroting 2025 - 2028

Gemeenten Begroting 2025 35.000 - 45.000 Venray t.o.v. inwoners o.b.v. signaleringsbegroting 2024 waarde jaarschijf provincies ** 2025***

Jaarreke ning 2023

Begroting 2024*

2025

2026

2027

2028

43%

65%

80%

100%

106%

112%

Cat. A

68%

34% 42%

57% 34%

72% 30%

92% 25%

99% 23%

107% 22%

Cat. A Cat. B

62% 35%

8% 0% 90%

0% 0% 88%

1% 0% 89%

-3% 0% 89%

-3% 0% 89%

-4% 0% 89%

Cat. A Cat. A Cat. A

4% 8% 97%

* Geactualiseerde begroting 2024 ** Cat. A = minst risicovol; Cat. B = neutraal; Cat. C = meest risicovol *** Volgens de site Findo.nl (Data Financien Decentrale Overheden). Gebaseerd op de begroting 2024 jaarschijf 2025.

Netto schuldquote Geeft inzicht in het niveau van de schulden van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld als de schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van Venray bevindt zich met 80% voor 2025 in categorie A van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. Dit betekent het minst risicovolle risicoprofiel. Meerjarig is een stijging van de schuldquote waarneembaar. Dit wordt (cijfermatig) veroorzaakt door de verwachte investeringen en het hiermee gepaard gaand aantrekken van benodigde financiering. Zie voor nadere toelichtingen op de voorgenomen investeringen de paragraaf Investeringen en majeure projecten. Gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners ramen gemiddeld een schuldquote van 68%. Let wel dit is gebaseerd op de jaarschijf 2025 uit de begrotingen 2024 - 2027. Zoals gezegd betreft dit een gemiddelde van gemeenten. Zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) is het niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden.

Terugkijkend naar de jaarrekeningen van voorgaande jaren is waar te nemen dat over het algemeen de ratio’s in de realisatie beter zijn dan in de begrotingen werd verwacht. Dit komt

75

vooral doordat de uitvoering van de investeringen in de realisatie achterblijft bij de ramingen en daarom ook geen financiering aangetrokken hoeft te worden. In zijn algemeenheid hoeft een hoge netto schuldquote op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Zie hieronder. Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote inclusief verstrekte leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen bevind zich voor het jaar 2025 met 72% in de categorie A.

Solvabiliteit Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). De solvabiliteitsratio van Venray bevindt zich voor het jaar 2025 op 30% en daarmee binnen de neutrale categorie volgens de signaleringswaarde van de provincie Limburg (cat. B: 20 - 50% neutraal) . Vanaf 2026 is een daling zichtbaar. Dit komt vooral omdat vanaf dat jaar een groot negatief begrotingsresultaat wordt verwacht. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ . In 2026 is namelijk een sterke terugval in de baten zichtbaar. Gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners hebben gemiddeld een ratio van 35%. Zoals voorgaand opgemerkt is het zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden. Deze ratio dient in samenhang met de andere ratio’s beoordeeld te worden. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen goed te noemen is. Ook bij deze ratio zijn de ratio’s in de realisatie bij de betreffende jaarrekeningen beter dan verwacht bij de begrotingen.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Voor het jaar 2025 wordt een ratio van 1% verwacht en is sprake van de categorie A minst risicovol (Cat. A: > 0% minst risicovol). Vanaf 2026 is zichtbaar dat sprake is van negatieve percentages. Dit komt omdat vanaf dat jaar een groot negatief begrotingsresultaat wordt verwacht. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’. In 2026 is een sterke terugval in de structurele baten zichtbaar. Grondexploitatie Deze ratio geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten. Het kengetal grondexploitatie van Venray bevindt zich met 0% ruim in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg.

De grondpositie vormt dan ook een zeer gering deel van de totale baten en is dan ook als goed te beschouwen.

76

Belastingcapaciteit Geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar. Het kengetal belastingcapaciteit van Venray bevindt zich in 2025 met 89% in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. Gebaseerd op deze ratio betekent dit dat Venray, indien geconfronteerd met grote financiële tegenvallers, theoretisch de ruimte heeft om ten opzichte van een landelijk gemiddelde de belastingen te verhogen. Conclusie financiële kengetallen Gebaseerd op de signaleringswaarde van de provincie Limburg (gemeenschappelijk toezichtkader) bevinden de ratio’s zich, met uitzondering van de ratio solvabiliteit, in de categorie A minst risicovol. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat er sprake is van een goed weerstandsvermogen. De weerstandsnorm bevindt zich in 2025 en alle opvolgende jaren ruim boven de 2. Meerjarig gezien is een verslechtering van de ratio's zichtbaar. Dit wordt vooral veroorzaakt door een afname van de gemeentefondsuitkering vanaf het jaar 2026 (ravijnjaar).

Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoud- c.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.

Onderhoud van en investeringen in kapitaalgoederen worden integraal uitgevoerd door alle disciplines binnen de openbare ruimte, om te zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en de overlast van de burgers tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast worden de bewoners, dorps- en wijkraden en gebruikers betrokken bij het maken van het ontwerp en wordt zelfwerkzaamheid meegenomen in de uitvoering. Op deze manier van werken wordt uitvoering gegeven aan zelfsturing en wordt de betrokkenheid bij de openbare ruimte vergroot. Deze werkwijze zorgt er ook voor dat de planning uit de individuele beheersplannen wordt aangepast om meer synergie te behalen en/of integrale uitvoering mogelijk te maken. Hierdoor kunnen plannen naar voren of achteren schuiven of prioriteiten worden aangepast, zodat onderhoud niet of anders wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft invulling aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. De investeringen zijn opgenomen in paragraaf H. De omvang van de kapitaalgoederen wordt geïllustreerd weergegeven in onderstaande tabel door de volgende cijfers: Omschrijving Oppervlakte van de gemeente Venray (ha) Verharde en onverharde wegen (m2) Aantal lichtmasten Aantal kolken Aantal pompen en gemalen Vrijverval riool (km) Persleiding (km) Bos. incl.

natuurterreinen (ha) Openbaar groen en water, binnen de kom (m2) Openbaar groen en water, buiten de kom (m2)

Hoeveelheid 16.500 3.817.352 10.194 20.053 750 397 195 1.385 1.942.371 2.247.249

77

Artikel 12 van het BBV schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen moet worden aangegeven: - Het beleidskader; - De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; - De vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Wij zullen nader ingaan op de volgende onderdelen: • Onderhoud wegen. • Onderhoud riolering. • Onderhoud haven. • Onderhoud openbaar groen. • Onderhoud bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen. • Onderhoud openbare verlichting. • Onderhoud gebouwen. Beheerplan Vastgesteld Looptijd t/m Financiële vertaling Achterstallig in in begroting onderhoud Wegen

2023

2027 Ja

Ja

GRP

2021

2025 Gesloten systeem

Nee

Havenbeheerplan

2022

2025 Ja

Nee

Groenbeheerplan

2019

2025 Ja

Nee

Beheerplan onkruid op verharding

2017 Geen Ja einddatum

Nee

Bossen

2022

2031 Via reserve

Nee

Openbare Verlichting

2021

2026 Ja

Nee

Gebouwen

2021

2030 Deels

Nee

Speelruimteplan

2017

2026 Ja

Nee

Beheerplan civiele kunstwerken

2023

2027 Ja

Nee

1. Onderhoud wegen (programma 3) Doel Instandhouding van het verharde wegennet, zodanig dat de mobiliteit van de gebruikers gewaarborgd en van voldoende comfort blijft. De streefkwaliteit voor wegen is B. Voor fietspaden en het centrumgebied wordt A nagestreefd. Het minimale onderhoudsniveau mag bij voorkeur niet lager worden dan niveau C. Waar dit door uitstel van een project toch gebeurt moet de weg in ieder geval veilig gehouden worden. Beleidskader In Venray wordt de strategie toegepast dat het juiste onderhoud op het juiste tijdstip wordt uitgevoerd, om een zo rendabel mogelijk beheer van de verhardingen te realiseren. In het huidige beleidsplan, is aangegeven dat veel gebruikte verhardingen een hoger kwaliteitscijfer mogen hebben dan minder of niet gebruikte verhardingen. Er is gekozen voor gedifferentieerde kwaliteit, waarbij extra aandacht besteed zal worden aan de verhardingen in de centra van Venray en kerkdorpen en verhardingen ten behoeve van de voet- en fietspaden. Eind 2023 is een nieuw wegenbeleidsplan vastgesteld, dit is een jaar later dan eerder aangegeven doordat prijzen eind 2022 opnieuw berekend moesten worden in verband met grote onzekerheden en inflatie. Door eerdere bezuinigingen is de kwaliteit van het wegennet achteruit gegaan, zodat er sprake is van achterstallig onderhoud. De komende jaren wordt een inhaalslag gemaakt.

Op die manier wordt voorkomen dat onacceptabele en onveilige situaties ontstaan en wordt het achterstallig onderhoud weggewerkt. Bij werkzaamheden wordt telkens gekozen voor een zo integraal mogelijke aanpak van alle werkzaamheden, waaronder riolering, verkeer, groen en openbare verlichting. Bij totale vervanging van de wegverharding worden aparte kredieten aangevraagd, vaak in combinatie met rioolvervanging en aanleg verkeersmaatregelen. Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspecties en periodieke schouwen door de weginspecteurs en eigen waarnemingen van beheerders en toezichthouders. De resterende noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd n.a.v. klachten en meldingen van derden.

78

Bijzonderheden Voor 2025 staat weer een aantal reconstructies op de planning. Grote projecten die in 2025 gaan of blijven lopen, Henri Dunant viaduct A73, Oostsingel en rotonde Zuidsingel Sportlaan. Dit is tevens een uitgelezen moment om met deze werkzaamheden een infiltratieriool aan te leggen. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast af. Niet alleen in de straten waar de werkzaamheden plaatsvinden, maar ook daarbuiten. Binnen het asfaltonderhoud zullen we, net als in 2024, ook in 2025 een aantal verkeerskundige maatregelen meenemen, op een aantal wegen in Venray. Hiermee kunnen we voldoen aan de vastgestelde netwerknota. Deze maatregelen bestaan uit het realiseren van plateaus, rode fietsstroken en getrapte fietsoversteken ter plaatse van kruisingen. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in wegen en verkeersmaatregelen zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten wegen en verkeer

5.246

5.393

5.632

5.715

2. Onderhoud riolering (programma 3) Doel Het doel is een goede onderhoudstoestand van het rioolstelsel. Bestaande riolen worden gerepareerd, versleten riolen vervangen of gerelined. Maatregelen worden getroffen om de gevolgen van de klimaatveranderingen te voorkomen of beperken. Hierdoor is het rioolstelsel ook op lange termijn geschikt voor het afvoeren van afvalwater en hemelwater. Beleidskader Het beleidskader is vastgelegd in het GRP 2022-2025. In het GRP is aangegeven waar het onderhoud uit bestaat en welke middelen daar voor noodzakelijk zijn. Bij onderhoud kan worden gedacht aan het verhelpen van storingen bij gemalen of verstoppingen in rioolhuisaansluitingen. Maar ook het periodiek schoonmaken van kolken en rioolleidingen. Bijzonderheden In 2025 worden zoals gebruikelijk weer een aantal nieuwe projecten opgestart: - De vervanging van een deel van de 700 drukrioolgemaaltjes; - De renovatie van een aantal (hoofd)gemalen - De uitvoering van de reconstructie van de Albionstraat. Verder wordt in 2025 de laatste hand gelegd aan de rioolberekening van Venray en starten we met het opstellen van een nieuw GRP. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in riolering zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten riolering

1.977

2.020

2.018

2.048

3. Onderhoud haven (programma 3) Doel Om de haven in een goede conditie te houden moet er regelmatig onderhoud plaatsvinden. Bijvoorbeeld moet de haven op de goede diepte worden gehouden. Kades moeten indien nodig worden gerepareerd of vervangen. Beleidskader Het kader voor het onderhoud en vervangen wordt gevormd door het havenbeheerplan. In het voorjaar van 2022 is het nieuwe havenbeheerplan 2022-2025 vastgesteld. In dit plan worden de onderhoudsmaatregelen en de investeringen op een rij gezet, en wordt het havengeld voor de komende jaren bepaald. Omdat het een nieuwe haven betreft zijn er voor 2025 geen grote werkzaamheden gepland. Bijzonderheden Geen bijzonderheden.

79

Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in de haven zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten industriehaven en jachthaven

87

98

742

79

4. Onderhoud openbaar groen (programma 2) Doel Het in stand houden en verbeteren van de openbare groenvoorzieningen, om een comfortabel leefklimaat te handhaven. Hierbij worden, met gericht beheer en onderhoud de verschillende functies van het openbaar groen, zoals aankleding, verhogen biodiversiteit, tegengaan negatieve gevolgen klimaatverandering, afscherming en verkeersgeleiding gewaarborgd. Beleidskader Het openbaar groen maakt integraal deel uit van het algeheel stedelijk woon- en leefklimaat. Om zowel de visueel/ruimtelijke, gebruiks- als ecologische functies te kunnen waarborgen moet het groen zo goed en efficiënt mogelijk beheert en onderhouden worden. Binnen de beschikbare middelen wordt gezocht naar efficiënter en effectiever onderhoud. Het groenstructuurplan dient als uitgangspunt voor het beheer van de openbare ruimte. Deze meerjarenvisie gaat, na herziening, ook een rol in de omgevingsvisie spelen. In het beheerplan groen & reiniging wordt het onderhoud op beeldkwaliteitsniveau ingedeeld. Uitgangspunt hierbij is dat het groen op minimaal basisniveau wordt onderhouden, om verwaarlozing en daardoor vroegtijdige groenrenovaties te voorkomen. Deze beeldkwaliteitsniveaus zijn verwerkt in de onderhoudsbestekken. Om de technische staat van de plantsoenen te kunnen waarborgen worden jaarlijks groenstroken gerenoveerd en bomen vervangen.

Door jaarlijks een deel te vervangen ontstaat een meer gelijkmatigere leeftijdsopbouw van groenvoorzieningen en wordt een noodzakelijke forse investering in de toekomst voorkomen (inhaalslag). Daarnaast kan het groenareaal en bomenbestand in stand worden gehouden zodat de aanwezigheid van ‘voldoende’ groen gewaarborgd blijft en het groenareaal/bomenbestand niet afneemt. Als onderdeel van het beheerplan groen & reiniging is het vergroten van de biodiversiteit binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen. Bij herinrichtingen/vervangen van groenstroken/bomen wordt hier door bijvoorbeeld soortkeuze rekening mee gehouden. In de afgelopen jaren is intensief beheerd gras omgevormd naar schraal/bloemrijk gras om de biodiversiteit te vergroten. De komende jaren wordt gestreefd om dit verder uit te breiden. Het beheerregime zal hier op aangepast worden zodat de soortenrijkdom van flora en fauna op deze stukken kan toenemen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van groenaanleg in sterk stenige omgevingen om het plaatselijke (leef)klimaat te verbeteren. Mogelijke investeringen zijn niet standaard opgenomen in de begroting maar zullen separaat in MUIP aanvragen worden voorgelegd. Het beheerplan groen & reiniging is van toepassing op stedelijk groen en beperkt zich daarom tot het groen binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen.

In de uitvoeringsnota bomen staan richtlijnen hoe om te gaan met het gemeentelijke bomenbestand, monumentale/waardevolle bomen en bomen in aandachtsgebieden. De gemeente wil de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen en inspelen op het veranderende klimaat. De omgang met gemeentelijke, maar ook particuliere bomen is daarbij van groot belang. De gemeente vervult hierin een sturende rol. Deze uitvoeringsnota geeft duidelijke richtlijnen met betrekking tot de bescherming van bomen, compensatieregeling bij het kappen van bomen en een bijdrageregeling voor monumentale en waardevolle bomen op particulier grondgebied. Bijzonderheden Door de sterk wisselende weers-/klimaatomstandigheden (extreme) droogte en regenval en hoge temperaturen van de afgelopen jaren op het openbaar groen betekent dat er meer uitval is dan gemiddeld. Door de klimaatomstandigheden zullen ook de onderhoudskosten toenemen. Door de extremen is er meer uitval dan voorzien waardoor het beschikbare budget onder druk komt te staan. 80

Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in openbaar groen zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten openbaar groen

2.598

2.661

2.727

2.798

5. Onderhoud speelvoorzieningen (programma 3) Doel Het voorzien in een aantrekkelijke en toegankelijke speelbare openbare ruimte, waarbij wordt aangesloten op de wensen van gebruikers. De voorzieningen dragen bij aan het stimuleren van beweging, sport en spel waarmee positieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid worden behaald. Beleidskader Met het speelruimteplan wordt gestreefd naar een betere spreiding van speelvoorzieningen en ontmoeting wordt gestimuleerd. Bij de vervanging van voorzieningen wordt gekeken naar de behoefte van gebruikers om zodoende beter aansluiting te vinden bij de doelgroep. Waar mogelijk zal de groene omgeving beter benut gaan worden om jongeren meer uit te dagen en de creatieve geest te stimuleren. Om de speelvoorzieningen aan te laten sluiten bij de ontwikkeling van de bevolkingsopbouw (minder jongeren) wordt gestreefd naar een afname van 10% van het totaal aan voorzieningen en/of vervangingswaarde daarvan ten opzichte van 2016. Jaarlijks worden, op basis van inspecties, onderhoudswerkzaamheden verricht om de veiligheid van speelvoorzieningen te kunnen garanderen. Ook wordt ieder jaar een vervangingsplan opgesteld voor voorzieningen die aan vervanging toe zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met de afname van het totaal aan voorzieningen.

Op deze manier blijft een kwalitatief goed speelvoorzieningenbestand met voldoende aanbod behouden voor nu en de toekomst. Bijzonderheden Geen bijzonderheden. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in speelvoorzieningen zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten speelvoorzieningen

189

165

169

172

6. Onderhoud bossen, natuurgebieden enz. (programma 3) Doel Het in standhouden van bossen, natuurterreinen en landschappelijke elementen. Daarnaast het versterken van natuurontwikkeling en landschapskwaliteit en het verhogen van recreatiemogelijkheden in het buitengebied. Beleidskader Gemeentelijke bossen en natuurterreinen worden beheerd door de gemeente Venray. Samen met andere betrokkenen worden wensen en behoeftes op het gebied van recreatie en natuurbeleving afgestemd op de ontwikkeling van de landschappelijke-ecologische kwaliteit. Oftewel de natuur is leidend wat er op het gebied van recreatie mogelijk is. In 2022 is het nieuwe bosbeheerplan 20222031 vastgesteld, waarbij aansluiting gezocht is bij de Nationale bossenstrategie. De verzuring en verdroging zijn erg zorgelijk. Hierop zal worden ingespeeld voor zover er iets aan te doen is. De kleinere natuurterreinen en landschapselementen worden door de gemeente beheerd. Door het wegvallen van het IKL zijn de natuureducatie en burgerparticipatie stil komen te liggen binnen de natuur. De provincie is doende om een alternatief te realiseren. Zodra dit er is, wordt er aansluiting gezocht. In 2022 zijn er nieuwe jachtcontracten afgesloten met de drie wildbeheereenheden. Deze lopen door tot en met 2028.

Bijzonderheden Door de wisselende weersomstandigheden zoals extreme droogte en regenval, maar ook door de verzuring hebben een aantal boomsoorten in de gemeentelijke bossen het zichtbaar moeilijk. De uitval onder bomen is meer dan normaal. Er is nog onvoldoende inzicht of herstel middels het reguliere beheer en financiële middelen kan worden opgevangen. De gevolgen voor bos en natuurterreinen bij aanhoudende extremen, maar ook van andere aspecten zoals stikstofdepositie

81

beginnen merkbaar te worden. Als dit doorzet geeft dit grote schade aan onze bossen. Er wordt bekeken wat er aan bodemherstel kan worden gedaan (om de zuurgraad te verbeteren), voordat er verjongd kan worden. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in natuurbeheer zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten natuurbeheer

437

475

486

498

7. Onderhoud openbare verlichting (programma 3) Doel Het verlichten van de openbare ruimte en het in standhouden van de openbare verlichting. Beleidskader Een goede openbare verlichting is noodzakelijk voor een veilige openbare ruimte, zowel op sociaal als verkeersveilig gebied. Hiervoor dient de openbare verlichting te voldoen aan verlichtingsnormen en zou het areaal met 5% per jaar uitgebreid moeten worden. De vervangingskosten voor het huidige areaal bedragen de komende jaren ca. € 385.000 per jaar. Door extreme prijsstijgingen voor staal, elektronica en de aansluitkosten van Enexis, variërend van 15 tot 25% en mogelijk nog hoger, zullen de budgetten aangepast moeten worden. De komende jaren zal dit bedrag door middel van investeringsaanvragen beschikbaar gesteld moeten worden. De energiekosten gaan in 2025 waarschijnlijk niet stijgen. In het laatste beleidsplan is vastgesteld dat bij vervanging uitsluitend LED verlichting toegepast zal worden. Ook zullen alle nieuwe armaturen uitgerust worden met slim energie management. Hiermee willen we de gestelde doelen uit het Energieakkoord 2013 halen. Dit houdt in: • 20% energiebesparing in 2020 en 50% energiebesparing in 2030 t.o.v. 2013. • 40% toepassing van energie-efficiënte verlichting. • 40% toepassing van slim schakelen / energiemanagement.

Door een behoorlijke areaal uitbreiding, sinds 2013, is het een enorme uitdaging geworden om dit te gaan halen. We zijn nog steeds op de goede weg. Sinds 2013 hebben we namelijk een uitbreiding van bijna 1700 masten, toch hebben we t.o.v. 2013 een energiebesparing gehaald van 35%. Wat betreft het toepassen van energie-efficiënte verlichting en slim schakelen hebben we onze doelen nu al gehaald. Het huidige beleidsplan openbare verlichting is vastgesteld in 2021 en loopt tot 2026. Bijzonderheden In 2025 gaan we verder met het vervangen van conventionele verlichting voor LED-verlichting. Op alle nieuw te plaatsen armaturen worden dimmers geplaatst om extra energiebesparing te realiseren. Daar waar mogelijk zal dynamische verlichting toegepast worden. Om duurzamer te werken bekijken we of we niet het hele armatuur hoeven te vervangen en dan alleen het binnenwerk vernieuwen en de buitenzijde behouden. Uit te voeren werken voor 2025: • Voor 2025 zal een vervangingsplan gemaakt worden om alles te verlichten volgens de nieuwe normen. De exacte locaties zijn nu nog niet bekend, maar het zal gaan om ongeveer 500 armaturen. Met het vervangingsplan 2025 kunnen we hier een besparing uit halen van +/- 30.000 kWh, wat neer komt op een vermindering van ruim 12 ton CO2. • Aan het einde van 2025 zal ongeveer 85% van de openbare verlichting uitgevoerd zijn met LED.

• Als het budget het toe laat zal één project uitgevoerd worden in het kader van bijzondere verlichting. • Bij alle grote civiele projecten wordt ook de conventionele verlichting vervangen voor LED Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in openbare verlichting zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten openbare verlichting

725

741

758

774

82

8. Onderhoud gebouwen (programma 1) Doel Het in stand houden en beheren van het gemeentelijke vastgoed. Het vastgoedbeheer van gebouwen valt onder uitvoering van team vastgoedbeheer en heeft betrekking op het (bouw- en installatietechnisch) in standhouden, in werking hebben en beheren van gemeentelijke gebouwen, accommodaties en kunstwerken die in eigendom zijn. Beleidskader Vastgoedcontractenbeheer Afspraken met betrekking tot het gebruik, onderhoud en beheer van gemeentelijk vastgoed is vastgelegd in overeenkomsten en zijn daarmee kort of langdurig belegd. Vastgoedbeheer beheert deze huur- exploitatiecontracten en anticipeert daarbij op maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het beheer en exploitatie en vastgoedportefeuille. Beleidskader buitensport & jeugdaccommodaties Met de inwerkingtreding van het accommodatiebeleid buitensport en jeugd zijn per 1 januari 2024 nieuwe overeenkomsten gesloten met alle beheerstichtingen en/of verenigingen omtrent de instandhouding en exploitatie van de sportparken. De vergoedingen welke hiertoe worden verstrekt zijn herijkt op basis van nieuw opgestelde onderhoudsinzichten per sportpark en onderdeel gemaakt van de overeenkomsten. Exploitatie en beheer van gebouwen door de gemeente De meeste vastgoedobjecten zijn verhuurd aan verenigingen of stichtingen.

De gemeente heeft echter ook gebouwen in eigen beheer, zoals het gemeentehuis en het gebouw Jerusalem. Het gebouw Jerusalem is nu enige jaren in beheer van de gemeente zelf. De Gemeente beschikt over meerjarenonderhoudsplannen (looptijd 2020-2029) voor de vastgoedobjecten welke in eigendom zijn. In 2024 zijn deze Meerjarenonderhoudsplannen geactualiseerd. Dit geeft een actueel inzicht in de ingestelde financiële voorzieningen welke zijn aangelegd om deze onderhoudsactiviteiten te bekostigen. Deze plannen en voorzieningen zijn ingesteld t/m 2029. Ook zijn er voor gebouwen, waar de instandhoudingsopgave bij de gebruiker of vereniging is neergelegd via de huurovereenkomst, meerjarenonderhoudsplannen aanwezig. Deze dienen ter ondersteuning voor het volgen van het onderhoud door de gebruikende stichting of vereniging. Anderzijds worden deze inzichten gebruikt om de hoogte van de verzelfstandigings-/exploitatievergoeding te kunnen berekenen. Leegstand Voor een aantal gebouwen wordt gedeeltelijke of algehele leegstand voorzien. Ten tijde van het begrotingsproces voor 2025 kan er nog geen exact inzicht worden gegeven in de (duur van de) leegstand binnen objecten. Objecten welke in 2025 geheel of gedeeltelijke leegstand zullen kennen, zijn o.a. Toverbal, voormalige Bibliotheek. Deze leegstand is afhankelijk van nieuwe ontwikkelvisies voor deze locaties.

Verduurzaming gebouwen De gemeente onderneemt acties in verduurzaming van de gebouwen die zij zelf beheert. Daarnaast ontplooien beheerders/gebruikers van gemeentelijk vastgoed (die zijn geprivatiseerd) ook acties in verduurzaming (bijv. middels aanschaf zonnepanelen, aanbrengen ledverlichting) of door toepassing van duurzame materialen die minder milieu belastend zijn, minder onderhoud behoeven en/of ook nog eens langer meegaan. Voor een aantal gebouwen zijn zgn. duurzame maatwerkadviezen opgesteld als aanvulling op de bestaande onderhoudsplannen. Hierin is voor die gebouwen beschreven wat er nodig is om deze panden eerst te laten voldoen aan energielabel C en vervolgens aan energielabel A. Momenteel worden deze inzichten gebruikt en toegepast bij vervangingsinvesteringen binnen gebouwen welke langdurig in gebruik zijn vergeven of verhuurd. Afhankelijk van beleidsdoelstellingen en de kwaliteit van een aantal objecten lijkt het niet meer zinvol om over te gaan tot verduurzaming. Hier lijkt afstoten of herontwikkeling van het vastgoed een logischere keuze. Verduurzaming schoolgebouwen Het beheer en exploitatie van schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen. In het Integraal HuisvestingsPlan voor schoolgebouwen 2019-2039 is duurzaamheid benoemd als 1 van de 5 bouwstenen. Het IHP streeft, bij nieuwbouw, naar het realiseren van energie neutrale gebouwen.

Het IHP is in 2024 geactualiseerd. Bijzonderheden

83

Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in onderhoud gebouwen zijn in 2025 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Lasten gebouwen in eigen beheer Gemeentehuis

376

548

641

575

Sport- welzijn en overige gebouwen

808

629

648

725

1.184

1.177

1.289

1.300

Onderwijs Binnensport

1.000 1.997

802 1.524

846 1.202

842 1.231

Zwemmen

314

321

328

336

Buitensport

Lasten gebouwen in beheer van derden

1.166

1.191

1.217

1.243

Musea / monumenten

22

22

23

23

Parkeren

351

358

366

374

Wijk- en dorpscentra

130

133

136

139

Sociaal-cultureel werk

202

206

211

216

5.182

4.558

4.330

4.403

Paragraaf D. Financiering Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de uitvoering van de financieringsfunctie. De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende liquide middelen aanwezig zijn, zodat aan alle financiële verplichtingen kan worden voldaan. Hiervoor zet Venray haar eigen middelen in, maar worden indien nodig ook kort- en langlopende leningen aangetrokken. De rente die we hierover betalen, brengen we zowel intern als extern in rekening. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en het beheersen van kredietrisico’s. Het wettelijk kader ligt vast in nationale maar ook in de internationale wetgeving. Op nationaal niveau liggen de kaders vast in: •

De wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Deze wet biedt een kader voor de beheersing van de risico’s die uit deze functie voortvloeien. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat een gemeente prudent moet omgaan met publieke middelen. • De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) • Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) • De Gemeentewet De wettelijke kaders en de interne kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening artikel 212 GW. In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van een liquiditeitstekort of overschot worden tijdelijk of langdurig middelen aangetrokken. Het uitgangspunt bij het aantrekken van middelen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt door zoveel mogelijk kort vermogen aan te trekken rekening houdend met marktontwikkelingen. In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn drie wettelijke normen opgenomen waaraan de gemeente moet voldoen. Zo moeten overtollige middelen boven een vastgestelde drempel in de schatkist aangehouden worden. Bij het aantrekken van korte leningen (met een looptijd tot 1 jaar) mag het gemiddelde saldo per kwartaal de kasgeldlimiet niet overschrijden.

Het saldo aan aflossingen en renteherzieningen op de bestaande leningenportefeuille (looptijd 1 jaar of langer) mag in enig jaar niet hoger zijn dan de renterisiconorm. Daarnaast wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan risicobeheersing (met name rente- en kredietrisico). De berekeningen van de leenbehoefte en rentekosten kunnen in de praktijk afwijken. Zo is het werkelijk investeringstempo van grote invloed. Nieuwe beleidskeuzes (met name bij investeringen) gedurende het jaar hebben effect op de berekeningen. Ook verschillen in de begrote inkomsten (bijvoorbeeld grondverkoop, rijksbijdragen) hebben effect. 84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14534918/2