Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Omschrijving
Bedragen x € 1
Investering 2025
2026
2027
Exploitatielasten 2028
2025
2026
2027
DP31
Stimuleringsregeling centrumontwikkeling
50.000
50.000
50.000
DP31
Omgevingsprogramma economie
37.500
37.500
37.500
DP31
50.330
52.595
54.646
DP32
Integraal beleid Internationale werknemers 20242030 Verkeer en mobiliteit
-18.428
-21.583
DP32
Gladheidssteunpunt
PD32
Verkeer en mobiliteit
PD32
Openbare verlichting 2027 en 2028
PD32
Gladheidssteunpunt
Totalen
2028 37.500
2.554
-446
111.300
55.753
256.000
92.807
-185.018 427.000
435.000
427.000
435.000
2.100.000 1.914.982
119.402
118.512
45
Totaaloverzicht van baten en lasten In de volgende tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 vorig jaar 2025 2026 2027 2028 2024
Programma 3 Werken DP31 Economische ontwikkeling
2.258
2.551
2.176
2.102
2.165
2.107
DP32 Mobiliteit en infrastructuur
13.207
13.642
14.772
15.971
17.340
18.291
Totaal Lasten excl. reserves
15.465
16.193
16.948
18.073
19.505
20.399
DP31 Economische ontwikkeling
402
585
0
0
0
0
DP32 Mobiliteit en infrastructuur
32
0
0
0
0
0
434
585
0
0
0
0
15.899
16.778
16.948
18.073
19.505
20.399
372
567
188
189
190
191
Totaal Lasten reserves Totaal Lasten DP31 Economische ontwikkeling DP32 Mobiliteit en infrastructuur
6.008
5.950
6.153
6.259
6.358
6.459
Totaal Baten excl. reserves
6.380
6.516
6.341
6.448
6.548
6.650
DP31 Economische ontwikkeling
893
875
428
347
357
367
DP32 Mobiliteit en infrastructuur
518
446
331
331
331
331
1.411
1.320
759
678
688
698
Totaal Baten reserves Totaal Baten
7.791
7.837
7.100
7.126
7.236
7.348
Totaal Programma 3 Werken
-8.108
-8.942
-9.848
-10.947
-12.269
-13.051
Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 vorig jaar 2025 2026 2027 2028 2024
Programma DP31 Economische ontwikkeling
1.886
1.984
1.988
1.913
1.976
1.917
DP32 Mobiliteit en infrastructuur
7.199
7.693
8.619
9.711
10.981
11.832
Totaal Saldo excl. reserves
9.085
9.677
10.607
11.625
12.957
13.749
DP31 Economische ontwikkeling
-491
-289
-428
-347
-357
-367
DP32 Mobiliteit en infrastructuur
-487
-446
-331
-331
-331
-331
Totaal Saldo reserves
-977
-735
-759
-678
-688
-698
Totaal Programma
8.108
8.942
9.848
10.947
12.269
13.051
De analyse betreffende de afwijking begroting na wijziging ten opzichte van de realisatie is opgenomen in de jaarrekening onder paragraaf 2.3 Recapitulatie baten en lasten.
46
Programma 4 BESTUREN Onze algemene ambitie Besturen In contact met onze inwoners, onze lokale en regionale partners, gebruiken wij een open en transparante bestuursstijl. Samen komen we verder: Inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. Zeker met het oog op alle ontwikkelingen die we hiervoor beschreven. Waar nodig nemen wij, als tweede stedelijke kern in Noord-Limburg, het voortouw. Het verbeteren van de dienstverlening naar onze inwoners is een van de uitdagingen voor de komende jaren. Ook willen we de kwaliteit van onze ambtelijke organisatie behouden. Dit met het oog op de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Deelprogramma 4.1 BESTUUR Wat willen we bereiken? Bestuursstijl We willen bouwen aan het vertrouwen van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, verenigingen en andere partners. Het gaat in onze bestuursstijl om houding en gedrag. We handelen integer, transparant en zijn bereikbaar en aanspreekbaar. We doen wat we afgesproken hebben, daarmee zijn we betrouwbaar. Dat is een continu proces van ontwikkeling waaraan we dagelijks invulling proberen te geven. We zetten de in de afgelopen periode ingezette cultuur van samenwerking met de raad voort. Het is ook een aandachtspunt voor ons functioneren als college richting raad en samenleving. De nieuwe bestuursstijl is er een van scherpte en reflectie en staat voor het algemeen belang.
Naast het in de dagelijkse praktijk toepassen werken we aan een kader voor inwonersparticipatie en overheidsparticipatie. We onderzoeken de mogelijke meerwaarde van het ‘Uitdaagrecht’, waarbij inwoners taken van de gemeente over mogen nemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper te kunnen doen. Inwonersparticipatie/zelfsturing/vitale gemeenschappen Wij geloven in de kracht van de gemeenschap, het blijvend met elkaar in gesprek zijn en samen werken aan goed wonen, werken en leven in Venray. Daarom passen we participatie toe in het lokale samenspel en versterken we de participatieve houding en gedrag van onze organisatie. We zijn helder over de zeggenschap die onze inwoners hebben en hoe we hun invloed meewegen in onze plannen en besluitvorming. We sluiten aan bij wat onze inwoners beweegt en faciliteren vitale gemeenschappen waar inwoners zelf initiatief nemen. Onze rolinvulling daarbij is flexibel en maatwerk en afhankelijk van het vraagstuk. Participatie en rolinvulling zijn tevens in het kader van de Omgevingswet onderwerp van gesprek tussen raad en college. Ook zien we een directe relatie met onze bestuursstijl. We vinden het belangrijk oog te hebben voor de diversiteit van onze inwoners en hun meningen en voor wat verschillende groepen, buurten, wijken en dorpen nodig hebben om mee te doen. Zo bouwen we aan vertrouwen.
Regionale samenwerking Vanwege de grote opgaves wordt de regioschaal steeds belangrijker. In de regio nemen we een stevige positie in op die thema’s die voor ons belangrijk zijn. Dit geldt voor het sociaal, ruimtelijk-fysiek en economisch domein. Wij zien een goede regionale samenwerking als een belangrijke voorwaarde om het beste te bereiken voor onze inwoners. Immers, ook Venray is de regio. De opgave is steeds bepalend voor het partnerschap dat we aangaan. Dat kan zijn met (gemeenten binnen) de regio Noord-Limburg, maar als dat nodig is zoeken we ook actief de verbinding met buurgemeenten over regio-, provincie- en landsgrenzen heen. Wanneer de opgave is volbracht, het doel van een partnerschap niet meer actueel is of de samenwerking niet meer effectief is, dan kijken we kritisch naar de vraag of de samenwerking moet voortbestaan. Daarmee geven we uitvoering aan de kaders uit de nota Vizier op Samenwerking. We streven naar een stevige bestuurskrachtige regio Noord Limburg en een sterk regionaal netwerk voor Venray. Daarmee zijn we een belangrijke partner voor provincie en rijk als het gaat om de complexe opgaven waar onze regio voor staat of komt te staan. Zo dienen we het belang van onze inwoners, ondernemers en overige partners het beste. Regionale samenwerking is ook een middel bij Strategisch Personeelsmanagement.
De samenwerking met Horst aan de Maas op het gebied van bedrijfsvoering is hiervan een goed voorbeeld. Niet alleen werken we efficiënter en leren we van elkaar, maar ook creëren we voor medewerkers een meer gevarieerde en uitdagender werkomgeving. De grote opgaven waar wij als regio voor staan zullen ook gepaard gaan met de nodige uitvoeringskracht. Samenwerking maakt
47
ons als werkgever aantrekkelijker en vergroot de mogelijkheden om in een krapper wordende arbeidsmarkt de juiste medewerkers met de door ons gewenste kwaliteiten te vinden en te binden. Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan de vastgestelde doelstellingen van dit deelprogramma.
- Euregio Rijn-Maas-Noord Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt.
Activiteit uit het collegeprogramma 2022 2026
Gereed Toelichting in
Inwonersparticip, zelfsturing, vitale gemeens. Opstellen visie op duurzame 2025 samenwerking met gemeenschapsaccommodaties
Binnen realistische financiële 2025 kaders dorpen en wijken zelf verantwoordelijk maken voor beheer en onderhoud van gemeenschapsaccommodaties (Schoon door de poort)
Verder invoeren van het ‘instrument’ gebiedsagenda voor dorpen en wijken
2025
Opstellen van een kader voor inwonersparticipatie / zelfsturing
2025
Deze activiteit heeft een sterke relatie met het programma Schoon door de Poort (gemeenschapsaccommodaties). In 2024 zal de visie op duurzame samenwerking worden meegenomen in de evaluatie en het vervolgprogramma Schoon door de Poort n.a.v. motie Toekomstperspectief Schoon door de Poort (volgnummer 0738). Het projectplan MFC De Schól in Heide en het ondernemingsplan MFC Wanssum werden in 2023 beoordeeld. De raad heeft besloten bedragen te reserveren voor beide plannen en deze zijn meegenomen in de besluitvorming op de kadernota 2024. Daarmee komt het totaal op 9 gerealiseerde/nog te realiseren duurzame gemeenschapsaccommodaties. Op 5 juli is een motie (volgnummer 0738) aangenomen om de resultaten (zowel qua gebouwen als financieel) van het aflopende programma Schoon door de Poort te evalueren en op basis hiervan een voorstel te doen over een eventueel vervolgprogramma op Schoon door de Poort. Op 19 december 2023 is de raad geïnformeerd via een raadsinformatiebrief over het proces, de termijnen en op welke manier wordt omgegaan met lopende initiatieven. Met een voorbereidende werkgroep, bestaande uit twee besturen vanuit de dorps- en wijkaccommodaties, is een enquête opgesteld t.b.v. de evaluatie die na de zomervakantie wordt uitgedaan. Verwachting is de resultaten daarvan eind 2024 aan te bieden aan de raad.
We zijn bezig met het opbouwen van een dashboard en het voeren van inhoudelijke afstemming over welke kwantitatieve data gebruikt kunnen worden en welke ook daadwerkelijk beschikbaar is. We verwachten dat dit Q4 2024 klaar is. Hierna volgt afstemming met partners en inwoners en wordt in 2025 uitvoering gegeven aan drie gebiedsagenda's in drie verschillende gebieden. De opdracht is het opstellen van een beleidskader overheids- en inwoners participatie, inclusief een concrete leidraad voor intern en extern gebruik. Participatie blijkt en breed onderwerp met raakvlakken op meerdere terreinen: beleid zelfsturing, evaluatie gebiedsgericht werken, communicatievisie, leidraad burgerparticipatie, omgevingsdialoog in het kader van de Omgevingswet, kadernota sociaal domein/vernieuwing inwoner- en cliëntenparticipatie, bestuurscultuur en het ‘uitdaagrecht’. Op basis van in- en externe input is een eerste opzet voor een visie opgesteld. Er is externe expertise ingehuurd om dit concept te verrijken met de laatste participatie inzichten. Dit leidt ook tot een concrete leidraad voor participatie voor alle medewerkers van gemeente Venray en een nieuwe participatieverordening waarin ook het uitdaagrecht een plek krijgt. Deze zaken worden ook besproken met een externe klankbordgroep, wijk- en dorpsraden en de werkgroep Burgercontacten alvorens eea ter besluitvorming wordt voorgelegd.
48
Regionale samenwerking Tijdens elke collegeContinu Er wordt jaarlijks verantwoording afgelegd in de P&C-documenten door /raadsperiode worden, aan de bij de Verbonden Partijen de ontwikkelingen aan te geven voor de hand van de nota Vizier op betreffende samenwerking. In principe liggen de uitgangspunten van samenwerking, de de nota Vizier op samenwerking daaraan ten grondslag. In het kader samenwerkingsverbanden van de nog uit te werken opdracht ‘Actualiseren beleid Verbonden waaraan Venray deelneemt partijen’ willen we indien nodig nadere afspraken maken over de geëvalueerd evaluatie van samenwerkingsverbanden. Afronden van de Investeringsagenda
2026
Opstellen en uitvoeren van de 2028 Regiodeal
De looptijd voor het indienen van projecten voor de investeringsagenda is formeel geëindigd in december 2023. De totale investeringsruimte van 40 miljoen (20 miljoen Provincie en 20 miljoen Regio) was op dat moment nog niet benut. Met het nieuwe college van GS is afgesproken om in 2024 nog te werken aan een zesde envelop. Hiervoor heeft GS een beperkt budget beschikbaar gesteld (nieuw geld). Mochten projecten passen binnen bestaande beleidskaders en budgetten dan kan ook hier een beroep op worden gedaan en is dit aanvullend op het beschikbaar gestelde budget. De looptijd van de uitvoering van projecten in het kader van de investeringsagenda is tot en met 2025. De looptijd voor projecten uit de zesde envelop zal één jaar opschuiven naar december 2026. De regio Noord Limburg heeft met het Rijk en de Provincie een regiodeal gesloten in het kader van de 5e tranche. Volgens het principe van co-financiering investeren we gezamenlijk in de verdere ontwikkeling van brede welvaart in de regio. Ook zetten we in op een zo maximaal mogelijke co-financiering van maatschappelijke partners/bedrijfsleven. We richten ons in deze regiodeal op 4 thema's die alle vier rechtstreeks verbonden zijn met de visie van de regio Noord Limburg 'De gezondste regio'.
Deze thema's zijn: 1) Doorontwikkelen kennisecosysteem en duurzaam ondernemen; 2) Talent aantrekken, behouden en ontwikkelen; 3) Vitale gemeenschappen en positieve gezondheid; 4) Veiligheid. Op deze thema's zullen concrete projectvoorstellen worden geformuleerd die de komende vier jaar gerealiseerd zullen gaan worden.
Deelprogramma 4.2 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING Wat willen we bereiken? Dienstverlening Het streven is om het huidige niveau van onze dienstverlening in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Daarbij benutten we de digitale mogelijkheden in onze dienstverlening. Het waarborgen van de privacy van onze inwoners blijft daarbij belangrijk. Dit alles in lijn met de in 2023, gezamenlijk met de gemeente Horst aan de Maas, opgestelde visie op dienstverlening. Er moet altijd aandacht zijn voor de menselijke maat. We zijn een communicatieve organisatie die in verbinding staat met onze inwoners. We weten wat er speelt in de gemeente en reageren alert op nieuwe ontwikkelingen en de betekenis daarvan voor onze inwoners en ondernemers/partners. We zijn in staat om de behoeften van inwoners te vertalen naar inrichtingsprincipes. Op basis van de behoeften van inwoners ontwikkelen we de dienstverlening. Bestuur en medewerkers zijn communicatief vaardig en schrijven in begrijpelijke taal. Daarmee verkleinen we de kloof tussen onze inwoners en de gemeentelijke organisatie, het college van B&W en de gemeenteraad. Als gemeente Venray gaan we mee in de wereld van steeds verdergaande digitalisering en datagedreven werken. Hierin blijven we investeren via de opdracht digitale transformatie.
Hierbij hoort ook het invulling geven aan de Wet open overheid en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Organisatie We werken aan een continue doorontwikkeling van onze organisatie. Het doel van de organisatieontwikkeling is om, naast de flexibiliteit in ons optreden en de positieve ruimte die we elkaar geven, ook een opgavegerichte zakelijkheid te stimuleren, waarin de doelen en kaders helderder zijn en we elkaar beter durven aanspreken op prestaties, resultaten en persoonlijk functioneren.
49
Aspecten die daarbij bijzondere aandacht vragen zijn: Strategisch personeelsmanagement (SPM): wat is toekomstgericht nodig om de kwaliteit van de organisatie te behouden en te verbeteren. De krapte op de arbeidsmarkt raakt ook onze gemeente. Met een verbetering van onze arbeidsmarktcommunicatie en een breed (bij-)scholingsaanbod willen we nieuwe mensen vinden, maar ook vasthouden (binden en boeien) voor onze organisatie. Met de vastgestelde werkwijze van Programmeren en Prioriteren bewaken en monitoren we proactief of de haalbaarheid van de gestelde doelen en ambities in het collegeprogramma nog in balans is met de beschikbare capaciteit. Wanneer ambities vragen om bijstelling, wordt waar nodig de raad via de P&C cyclus hierin tijdig meegenomen. Door nieuwe wettelijke voorschriften en ontwikkelingen op diverse gebieden worden gemeenten steeds vaker geconfronteerd met ook andere dan financiële risico's: denk hierbij aan informatieveiligheid, privacy, juridisering, krapte op de arbeidsmarkt en de snelle media. Het streven is om in control te blijven en nog bewuster om te gaan met risico's door het risicomanagement steviger te verankeren in de organisatie. Verbonden partijen Voor dit deelprogramma zijn er geen verbonden partijen die een bijdrage leveren aan dit deelprogramma.
Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt.
Activiteit uit het collegeprogramma 2022 2026
Gereed Toelichting in
Dienstverlening Duiden en inrichten van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
2025
Implementeren fase 1 visie doorontwikkeling op dienstverlening
2025
Op 1-1-2025 treedt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) in werking. Voor burgers en bedrijven moet het mogelijk zijn alle berichten van officiële aard digitaal aan de gemeente te versturen. In 2023 is onderzoek uitgevoerd naar de impact van de Wmebv op de gemeente Venray. Hierbij is gekeken in hoeverre de gemeente Venray reeds voldoet aan de Wmebv en welke stappen en nog genomen moeten worden. 2024 Staat in het teken van de implementatie. Alle berichten van officiële aard die aan de gemeente verstuurd worden, moeten digitaal kunnen binnenkomen. In 2023 is een gezamenlijke visie op dienstverlening opgesteld door de gemeenten Venray en Horst aan de Maas gezamenlijk (opgave uit collegeprogramma 2022-2026). De visie uit 2023 richt zich vooral op de directe dienstverlening vanuit het team Burgerzaken. Dienstverlening is echter van ons allemaal. Ook vanuit andere teams is er behoefte aan een koers voor de ontwikkeling van onze dienstverlening: wat voor soort dienstverlener willen wij zijn als gehele organisatie? Met name vanuit de digitale transformatie is op dit moment behoefte aan een dergelijke visie omdat dit bepalend is voor onder meer de prioritering en de inrichting van systemen en processen. In de tweede helft van 2024 wordt dit verder opgepakt. Er ligt in concept een opdracht A4 klaar.
50
Duiden en inrichten van de Wet open overheid
2030
De Wet open overheid (Woo) verplicht overheden om open te zijn: handelingen en besluiten moeten transparant en te reconstrueren zijn. Daarvoor moet informatie vindbaar zijn, zonder twijfels over juistheid of echtheid. Daarnaast moet deze worden verstrekt binnen wettelijke kaders en termijnen. We moeten burgers en organisaties na verzoeken EN proactief inzicht geven in het handelen en de besluiten van ons als gemeente. In 2023 is het speelveld bepaald omtrent de Wet open overheid. Dit speelveld reikt verder dan alleen de actieve openbaarmaking van 11 informatie categorieën, maar richt zich ook op de reactieve openbaarmaking (Woo verzoeken). Op basis van dit speelveld en eerder besproken ambitieniveau transparantie is een Project aanpak Woo opgesteld dat in 2024 is gestart. Binnen dit "paraplu traject" zijn meerdere deelprojecten opgesteld welke samenhangen met elkaar. In 2025 werken we verder aan de actieve openbaarmaking van de resterende informatie categorieën. Daarnaast richten we ons op het gecoördineerd en eenduidig afhandelen van Woo-verzoeken.
Organisatie Verder doorontwikkelen van Continu De doorontwikkeling van control heeft continu onze aandacht. Een sturing en beheersing (control) verdere uitwerking van onze visie op control en de leidende principes binnen de gemeentelijke zijn uitgewerkt. De richting/sturing van de organisatie pakken we op organisatie vanuit de verschillende opdrachten en speerpunten uit het collegeprogramma. Daarbij is, naast bedrijfsvoerings-technische aspecten (procesoptimalisatie), aandacht voor de inventarisatie van risico's en het nemen van beheersmaatregelen. De implementatie van het nieuwe risicobeleid is in 2024 opgepakt en zal in 2025 een verder vervolg krijgen. Daarbij hebben we ook aandacht voor het benutten van kansen en het verder verbeteren van onze processen. We hanteren de "organisatie-ontwikkel-cyclus" om op de diverse thema’s en opdrachten te werken aan onze organisatie, met als doel om beter in control te komen en te blijven en uiteindelijk onze resultaten te behalen. Middels de methodiek van ‘programmeren en prioriteren’ vindt reguliere monitoring plaats in de voortgang van de speerpunten: deze methodiek zullen we in 2025 verder optimaliseren. Kortom: voor de resterende periode van het collegeprogramma nog voldoende ontwikkelingen en kansen om deze doorontwikkeling in control verder handen en voeten te geven.
Samenwerking bedrijfsvoering Continu In het collegeprogramma is de samenwerking met gemeente Horst aan Horst aan de Maas en Venray de Maas op het gebied van bedrijfsvoering benoemd als kans op het gebied van strategisch personeelsmanagement, en een kans om efficiënter te werken en van elkaar te leren. In 2025 ligt de focus op het verder harmoniseren, synchroniseren en waar mogelijk en wenselijk integreren van systemen, processen en werkwijzen voor de teams Informatievoorziening, Hrm en Financiën.
51
Digitale transformatie in uitvoering
Continu Met de digitale transformatie zijn we inwoners en bedrijven beter van dienst, benutten we digitale kansen, verwachtingen én de noodzaak van de toenemende digitalisering. Het is een continue verandering van de hele organisatie, gedreven en ondersteund door het toenemende gebruik van digitale technologieën. Met de digitale transformatie werken we aan vijf doelen: - Excellente dienstverlening - Open, transparant en veilig - Ons werk optimaliseren - Samen digitaal - Digitale cultuur Excellente dienstverlening, zodat we onze inwoners en bedrijven steeds beter van dienst zijn. Daarvoor realiseren we nieuwe tools. Bijvoorbeeld het vernieuwen van de telefonie centrale, voor een betere bereikbaarheid. Of het implementeren van een generiek zaaksysteem waarmee we aanvragen van klanten (bv subsidies of informatieverzoeken) efficiënter kunnen afhandelen. Open transparant en veilig zijn. Bijna al het werk van de gemeente is digitaal. Met onze vijfjaarlijkse vervangingscyclus hebben we onze computersystemen extra goed beveiligd, zodat de kans op cyberaanvallen klein is. Open en transparant betekent dat we informatie (on)gevraagd openbaar maken. Stap voor stap maken we dit mogelijk. Samen met de collega’s werken we ook aan grip op informatie, zodat we snel de juiste informatie terugvinden. We optimaliseren ons werk met innovaties. Een robot die WOZ bezwaren automatisch inboekt.
Kunstmatige intelligentie die nieuwe bouwwerken signaleert op luchtfoto’s. Microsoft 365 waarmee we beter met elkaar kunnen samenwerken, altijd onze informatie beschikbaar en digitaal overleggen. De samenleving is steeds meer gewend aan digitaal zaken doen. Van deze kracht maken we gebruik. In het sociaal domein regelen inwoners veel uitkeringszaken zelf en digitaal. Dat scheelt ons veel werk en is voor onze inwoners een stuk makkelijker. We zoeken naar een participatieplatform waarmee we makkelijk contact en samenwerking met onze inwoners kunnen vinden. Wij als organisatie volgen de digitaal vaardige samenleving met onze digitale cultuur. Misschien wel ons belangrijkste doel. Zien en pakken we technologische kansen? Zijn we allemaal digitaal vakman binnen de gemeente? Zo gaan we anders werken en houden we tijd over voor echt belangrijke zaken. Namelijk onze inwoners en bedrijven. Onze digitale cultuur is het vliegwiel voor de vier andere doelen. Met het project Innovatie in het Hart geven we vorm aan het verbeteren van onze digitale cultuur. Op dit moment werken we aan onze volgende roadmap met projectactiviteiten waarmee we invulling geven aan de doelen van de digitale transformatie.
Inzetten op ontwikkelingen als Continu Dit programma wordt samengevoegd met het programma 'Digitale digitalisering en datagedreven Transformatie' als opvolging van het nieuwe Informatiebeleidsplan. De werken kern van het programma Digitale Transformatie is namelijk invulling geven aan de verdere digitalisering van de gemeentelijke dienstverlening en onderliggende bedrijfsprocessen en benodigde kennis- en vaardigheden. Uitvoering project ‘Organisatie Continu Binnen deze opdracht is de afgelopen jaren gewerkt aan betere balans ontwikkeling’ tussen flexibiliteit en zakelijkheid binnen onze organisatie. Aangezien de wereld om ons heen niet stilstaat (transformaties binnen de overheid, positie van de samenleving ten opzichte van de overheid, krapte op de arbeidsmarkt, digitale transformatie) is de opdracht voor organisatieontwikkeling in 2024 verder aangescherpt. Het accent is daarbij tevens komen te liggen op het beter toerusten van de organisatie, om in de digitale netwerksamenleving effectief, efficiënt en veilig inwoners te bedienen met een menselijke maat. Hiertoe werd een aantal pijlers benoemd die verder worden uitgewerkt.
52
Strategisch Personeelsmanagement (SPM)
Continu SPM is een van de deelopdrachten in het kader van de verdere doorontwikkeling van de organisatie. SPM gaat over de vraag is hoe we kwalitatief en kwantitatief voldoende personeel houden om nu én in de toekomst onze opgaves te kunnen realiseren. De komende jaren is gekozen voor twee speerpunten "aandacht voor het vinden, binden en boeien van medewerkers" en "ruimte voor ontwikkeling van medewerkers" Deze zijn verder vormgegeven d.m.v. diverse deelopdrachten, te weten Medewerkerspeiling, Talentmanagement, Arbeidsmarkt communicatie, SPM op teamniveau en SPM kwantiteit.
Deelprogramma 4.3 FINANCIËN Wat willen we bereiken? Financieel is onze gemeente Venray gezond. Dit komt door het solide financiële beleid dat als uitgangspunt in het collegeprogramma is opgenomen. De volgende algemene financiële uitgangspunten worden gehanteerd: • Wij streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarbij de structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. • Wij handhaven het uitgangspunt dat de weerstandsratio minimaal 1 moet zijn. • Dat de weerstandscapaciteit minimaal 10% van de exploitatie moet zijn. • Waar mogelijk vergroten wij onze reservepositie nog verder. • Het maximaal dekken van incidentele kosten uit de reguliere begroting. • Waar mogelijk de solvabiliteit verbeteren. Voor de belastingen en retributies worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Als uitgangspunt maximaal de inflatiecorrectie jaarlijks toepassen; • Het hanteren van kostendekkende tarieven voor diensten; • Dat wij een relatief ‘goedkope’ gemeente qua belastingdruk blijven. Wat we in elk geval nodig hebben om een solide financieel beleid te blijven voeren, zijn actuele kaders waaraan we kunnen toetsen. Daartoe worden een aantal beleidsnota's in deze collegeperiode geactualiseerd. Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan de vastgestelde doelstellingen van dit deelprogramma.
- NV Bank Nederlandse Gemeenten - CSV Amsterdam BV - Publiek Belang Electriciteitsproductie BV Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt.
53
Activiteit uit het collegeprogramma 2022 – 2026
Gereed Toelichting in
Financieel beleid Actieplan sluitende begroting
2025
Bij de raadsbehandeling van de programmabegroting 2024 heeft de raad de motie Meerjarenbegroting-actieplan op weg naar het ravijnjaar aangenomen. Daarin riep de raad het college op om voor de kadernota 2025 een actieplan "sluitende begroting' op te stellen. Dit actieplan is voorgelegd middels een RIB. In het kader van dit actieplan worden de benoemde uitvoeringspunten in kaart gebracht: * Verhogen van inkomsten * Verlaging van kosten * Begrotingsprincipes wijzigen Het doel is om in het 2e kwartaal 2025 een sluitende kadernota 2026 aan te leveren.
54
Programma 4 Wat mag het kosten? Opgenomen bedragen vanuit het Meerjaren Uitgaven- en Investeringsplan: In onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van alle aanvragen via het MUIP. De voorstellen zijn inhoudelijk en financieel verwerkt in de voorliggende begroting, zie ook bijlage 2 totaaloverzicht MUIP. Het bijbehorende deelprogramma is weergegeven met DP in de tabel. Als sprake is van een investering dan staat deze vermeld als PD (project deelprogramma) gevolgd door het betreffende deelprogramma nummer. Dit komt door de automatische koppeling tussen het boekwerk van de begroting en het financieel systeem waarbij een verschil is gemaakt tussen de exploitatielasten en de investeringen. Leven
Omschrijving
Bedragen x € 1 DP41
Regiodeal 5e tranche
DP42
Vervanging contanten automaat
DP42
Integraal beleid Internationale werknemers 20242030
Totalen
Investering 2025
2026
2027
Exploitatielasten 2028
2025
2026
2027
2028
194.000
194.000
194.000
3.729
3.686
3.643
226.097
50.630
52.604
54.656
420.097
248.359
250.290
252.299
194.000
55
Totaaloverzicht van baten en lasten In de volgende tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 vorig jaar 2025 2026 2027 2028 2024
Programma 4 Besturen DP41 Bestuur
4.397
10.786
4.382
4.506
4.589
4.730
DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering DP43 Financiën
22.770
26.809
26.765
27.612
28.665
29.035
20.205
3.142
796
928
862
798
Totaal Lasten excl. reserves
47.372
40.737
31.943
33.046
34.116
34.563
78
0
0
0
0
0
DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering DP43 Financiën
690
542
424
421
419
416
Totaal Lasten reserves
768
542
424
421
419
416 34.980
Totaal Lasten
48.140
41.279
32.367
33.467
34.535
DP41 Bestuur
30
0
0
0
0
0
DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering
978
921
1.065
1.251
1.340
1.160
DP43 Financiën
107.410
111.884
117.004
114.565
118.729
122.941
Totaal Baten excl. reserves
108.417
112.805
118.069
115.816
120.069
124.101
657
6.736
364
372
330
194
DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering
1.541
1.744
493
465
438
161
DP43 Financiën
1.126
746
22
22
22
22
DP41 Bestuur
Totaal Baten reserves Totaal Baten Totaal Programma 4 Besturen Bedragen x € 1.000
3.324
9.226
879
860
791
378
111.742
122.030
118.948
116.676
120.860
124.479
63.602
80.751
86.582
83.209
86.325
89.499
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 vorig jaar 2025 2026 2027 2028 2024
Programma DP41 Bestuur
4.368
10.786
4.382
4.506
4.589
4.730
DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering DP43 Financiën
21.792
25.888
25.700
26.361
27.325
27.875
-87.205
-108.742
-116.208
-113.637
-117.867
-122.143
Totaal Saldo excl. reserves
-61.045
-72.068
-86.126
-82.770
-85.953
-89.538
-657
-6.736
-364
-372
-330
-194
-1.463
-1.744
-493
-465
-438
-161 394
DP41 Bestuur DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering DP43 Financiën Totaal Saldo reserves Totaal Programma
-437
-204
401
399
396
-2.556
-8.683
-456
-439
-372
39
-63.602
-80.751
-86.582
-83.209
-86.325
-89.499
De analyse betreffende de afwijking begroting na wijziging ten opzichte van de realisatie is opgenomen in de jaarrekening onder paragraaf 2.3 Recapitulatie baten en lasten.
56
1.2 Paragrafen Inleiding Paragrafen In afzonderlijke paragrafen worden beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot een aantal overstijgende thema’s. Een zevental paragraaf zijn verplicht gesteld, namelijk: A. Lokale heffingen; B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; C. Onderhoud van kapitaalgoederen; D. Financiering; E. Bedrijfsvoering; F. Verbonden partijen; G. Grondbeleid. Daarnaast zijn een aantal andere onderwerpen ook als paragraaf toegevoegd, namelijk: H. Investeringen; I. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid. De specifieke paragrafen betreffen een dwarsdoorsnede van de diverse programma's Leven, Wonen, Werken en Besturen en hun bijbehorende deelprogramma's zoals vermeld in onderdeel 1.1 van de beleidsbegroting 2025.
Paragraaf A. Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf bevat informatie over het rijks- en gemeentelijk beleid met betrekking tot de gemeentelijke belastingen. Ook wordt ingegaan op de consequenties van dit beleid voor de inwoners. In deze paragraaf is een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Ook de mate van kostendekkendheid en de beleidsuitgangspunten worden vermeld. In deze paragraaf gaan we niet nader in op de totstandkoming van de verschillende heffingen. Hiervoor dienen immers de verordeningen. Tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn daarin integraal opgenomen. Voor het belastingjaar 2024 zal daarvoor nog een afzonderlijk raadsvoorstel worden voorgelegd. Deze paragraaf dient ertoe om een betrouwbaar inzicht te bieden op een aantal onderdelen. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op de navolgende onderdelen: 1. Algemeen 2. De geraamde inkomsten. 3. Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen. 4. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen (belastingen, leges en rechten). 5. Kwijtscheldingsbeleid. 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente Venray. Belangrijk omdat wij deze heffingen zelf opleggen aan onze burgers.
Bij de lokale heffingen maken we onderscheid in heffingen die vallen onder de algemene dekkingsmiddelen en heffingen die daar niet onder vallen. Bij de eerste groep moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting. Bij de tweede groep moet gedacht worden aan de rioolheffingen en afvalstoffenheffing die slechts maximaal kostendekkend mogen worden opgelegd. De lokale heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. Ze raken tenslotte de burger direct in de portemonnee. Dat is ook vaak de reden dat de burger “waar voor zijn geld” wil zien. De lokale heffingen zijn en blijven dan ook sterk in de (politieke) belangstelling staan. Bij de gemeentelijke belastingen zijn drie typen belastingen te onderscheiden: • algemene belastingen • bestemmingsbelastingen • retributies (rechten en leges)
57
Algemene belastingen De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Onder de algemene belastingen vallen bijvoorbeeld de onroerendezaakbelastingen en de (water)verblijfsbelasting. Bestemmingsbelastingen Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Retributies Retributies worden geheven van de persoon, aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent, die een individueel voordeel hiervan heeft. De belangrijkste retributies zijn de leges: vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn. Keuzevrijheid De gemeenteraad maakt de keuze welke belastingen een gemeente wel heft en welke niet.
Deze keuzevrijheid houdt tegelijkertijd in dat de gemeenteraad bepaalt welke belastingen er worden ingezet, hoe de belastingen over burgers en bedrijven worden verdeeld en hoe groot de gewenste belastingopbrengst uit een belasting is. Het geheel aan gemaakte keuzes aan te heffen belastingen en de hoogte daarvan noemt men ook wel de belastingmix. Bij de invulling van de belastingmix moet de gemeenteraad een aantal keuzes maken: • afweging over de verdeling: op wie moet de belasting drukken: burgers of bedrijven, de hele gemeente of alleen de kostenveroorzakers? • zetten we een belasting in om niet-fiscale beleidsdoelen te realiseren? Wellicht het bekendste voorbeeld daarvan zijn de parkeerbelastingen die het gemeentelijk beleid rond parkeerdruk ondersteunen; • de hoogte van de uitvoeringskosten van een belasting: een weegsysteem bij de afvalstoffenheffing vraagt bijvoorbeeld meer administratie en is dus duurder dan een vast bedrag per huishouden. 2. Geraamde inkomsten Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale inkomsten uit gemeentelijke heffingen over diverse jaren. In het verlengde hiervan wordt in hoofdlijnen een toelichting gegeven op de ontwikkelingen. Samenstelling en geraamde inkomsten gemeentelijke heffingen: Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
16.187
17.002
17.517
18.011
18.524
19.049
- opbrengst gebruikers niet woning
3.794
4.010
4.156
4.276
4.399
4.525
- opbrengst eigenaren niet woning
5.428
5.660
5.819
5.982
6.150
6.322
- opbrengst eigenaren woning
6.965
7.335
7.544
7.755
7.977
8.203
-1
-1
-1
-2
-2
-2
Afvalstoffenheffing
4.883
5.221
5.303
5.345
5.480
5.600
- Afvalstoffenheffing opbrengst
5.078
5.372
5.466
5.521
5.671
5.806
- Kwijtscheldingen
-196
-151
-163
-176
-190
-205
Rioolheffing
4.737
4.802
4.934
5.017
5.103
5.189
- Rioolheffing opbrengst
4.805
4.881
5.014
5.099
5.186
5.274
-68
-79
-81
-82
-83
-85
Onroerende zaakbelastingen
- Kwijtscheldingen
- Kwijtscheldingen
58
Rioolaansluitrecht
99
36
36
36
36
36
741
707
707
707
734
734
2.112
2.353
2.051
2.259
2.372
2.216
344
403
403
403
403
403
Marktgelden
21
32
32
33
34
34
Lijkbezorgingsrechten
73
59
55
55
55
55
194
200
222
235
240
245
BIZ Smakterheide
98
92
92
92
92
92
Reclamebelasting
114
126
126
126
126
126
29.602
31.035
31.478
32.321
33.199
33.781
Water-/toeristenbelasting Leges Parkeerbelasting
Havengelden
Totaal
3. Het beleid t.a.v. de lokale heffingen 3a. Rijksbeleid Hoofdlijnenakkoord – 2024 en 2028 nieuw kabinet - lokale belastingen In het hoofdlijnenakkoord zoals door de verschillende formerende politieke partijen is gepresenteerd, zijn ook een aantal maatregelen opgenomen die zien op lokale belastingen. Planbatenheffing of vergelijkbaar systeem Ten behoeve van de aanpak van de volkshuisvesting en woningnood wordt erop ingezet dat gemeenten een planbatenheffing kunnen gaan invoeren. De planbatenheffing ziet op een belasting voor onbebouwde grond met een woningfunctie. Hierbij wordt waarschijnlijk de bestemmingsplanwijziging belast voor de eigenaar, waarbij de gemeente een gemaximeerde mogelijkheid krijgt om hiertoe planbatenheffing te innen. De opbrengsten van deze heffing zijn beklemd en dienen volledig te worden aangewend voor de bereikbaarheid van de wijk en het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen. Hoewel de exacte kaders voor deze heffing nog niet bekend zijn, is een aandachtspunt dat gemeenten die een dergelijke planbatenheffing gaan invoeren moeten bezien hoe de baten en toerekening van lasten van de grondexploitatie verloopt. Hierdoor kunnen mogelijk optimalisaties worden gerealiseerd voor de Vennootschapsbelasting.
Maximering OZB In het overzicht van de maatregelen ten behoeve van koopwoningen hebben de formerende partijen als maatregel opgenomen om de OZB te maximeren. Deze maximering wordt vastgesteld in overleg met gemeenten. In het hoofdlijnenakkoord is nog niet concreet aangegeven hoe deze maximering wordt vormgegeven. Verlaging aanmanings- en incassokosten Er komt een recht op vergissen. Een enkele fout kan niet langer een burger diep in de problemen duwen. Aanmanings- en incassokosten van de overheid gaan fors omlaag. Voorlopig geen oplossing voor toepassing lager ozb-tarief Gemeenten maken op dit moment geen gebruik van de regeling om een lager ozb-tarief te gebruiken voor instellingen die het sociaal belang behartigen (artikel 220f lid 2 Gemeentewet). In de wet is niet beschreven welke instellingen dat precies zijn. Het is oorspronkelijk bedoeld voor instellingen als sportaccommodaties, dorpshuizen en lokale muziekverenigingen, maar in theorie kunnen dat ook ziekenhuizen en cafés zijn. Het is niet de bedoeling dat zij beroep op deze regeling doen. De conclusie was dat een wetswijziging noodzakelijk is om dit goed te regelen. Opnieuw vond in 2021 een gesprek plaats tussen BZK, gemeenten en de VNG. Daaruit volgde dat gemeenten geen behoefte hebben aan aanvullende maatregelen.
Ze zijn tevreden over instrumenten als subsidieverstrekking of ozb-vrijstelling om instellingen van sociaal belang tegemoet te komen. In 2022 gaf de toenmalige minister van BZK opdracht tot een extern onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de onderzochte aanpassingen van/of alternatieven voor de regeling leidt tot een volledig bevredigende oplossing voor de uitvoerings- en toepassingsvraagstukken. De minister van BZK laat weten in een brief aan de tweede kamer (22 december 2023) dat het onderwerp
59
controversieel is verklaard, waardoor hij niet ingaat op de conclusies van het onderzoek. De Tweede Kamer is nu aan zet. 3b. Gemeentelijk beleid Algemeen beleid ten aanzien van de gemeentelijke heffingen De gemeenteraad stelt jaarlijks de belastingverordeningen vast. Voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn daarin de tarieven integraal opgenomen. Hiervoor zullen afzonderlijke raadsvoorstellen worden gedaan, die in de reguliere raadsvergadering december 2024 voor behandeling worden voorgelegd. Uitbreiding digitaal belastingportaal E-loket Om de dienstverlening voor de burgers en ondernemers te optimaliseren maakt de gemeente Venray sinds 2020 gebruik van een digitaal belastingportaal voor het regelen van gemeentelijke belasting zaken. De klant kan via het E-loket belangrijke informatie raadplegen zoals de aanslag, openstaand saldo, kopie aanslagbiljet en een taxatieverslag downloaden. De gemeente Venray wil deze dienstverlening verder uitbouwen in de toekomst. In dit kader is in 2023 er de mogelijkheid bijgekomen om digitaal een bezwaarschrift in te dienen. In 2024 zal het belastingportaal verder worden uitgebreid met onder andere de mogelijkheid om digitaal een kwijtscheldingsverzoek in te dienen.
Oproep tot invoering kosteloze betalingsherinnering De staatssecretaris van BZK roept gemeenten op om kosteloze betalingsherinneringen te versturen, als ze dat nog niet doen. Zij stelt voor om dit op te nemen in het invorderingsproces als de eerste betalingstermijn is verstreken. Gemeenten moeten in ieder geval onderzoeken wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Uit het onderzoek van BZK blijkt dat het versturen van een kosteloze betalingsherinnering voor veel overheidsorganisaties al de praktijk is. Veelal om invulling te geven aan de wens om maatschappelijk verantwoord in te vorderen. Organisaties doen dat ook door bijvoorbeeld persoonlijk contact op te nemen en mogelijkheden voor regelingen aan te bieden. Werkwijze gemeente Venray Ook de gemeente Venray streeft ernaar om maatschappelijk verantwoord in te vorderen. Daarom wordt er reeds sinds vele jaren een kosteloze betalingsherinnering verstuurd voordat er invorderingskosten in rekening worden gebracht. 4. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen 4a. Kostendekkende leges en rechten In het BBV is opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om, in hun begroting, per categorie van producten en diensten inzichtelijk te maken en welke kosten en opbrengsten aan de tarieven ten grondslag liggen. Ook moeten de gemeenten daarbij toelichten welke beleidskeuzes er bij de tarifering van de producten en diensten zijn gemaakt.
Bijvoorbeeld of er kruissubsidiëring is tussen of binnen product categorieën. Dit geldt voor de volgende leges, heffingen en rechten: afvalstoffenheffing, rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgelden, havengelden en lijkbezorgingsrechten. De overige belastingen, OZB, (water)verblijfsbelasting, reclamebelasting, BIZ Smakterheide en parkeerbelasting zijn algemene belastingen en gaan naar de algemene middelen van de gemeente en kunnen door de gemeente vrij besteed worden. De voorwaarden m.b.t. kostendekkendheid gelden hiervoor niet. Afvalstoffenheffing De gemiddelde afvalstoffenheffing voor een huishouden (basistarief + variabel tarief) stijgt in 2025 met €8,39, oftewel 3,3%. Zie de tabel bij ‘Tarieven afvalstoffenheffing’. Met deze lichte stijging blijft de afvalstoffenheffing stabiel. Er zijn enkele veranderingen die opvallen en opmerkingen te maken bij de afvalbegroting. Verhoging afvalstoffenheffing in lijn met indexering Onze inzamelaar Remondis mag de prijzen indexeren op basis van het 2e kwartaal van de CBS indexcijfers voor de categorie Goederenvervoer. Deze is nog niet bekend op het moment van schrijven, maar we schatten de indexering op 3,5% voor deze categorie. Dit verklaart het overgrote deel van de verhoging van de afvalstoffenheffing.
Vergoeding Verpact voor PMD nog onzeker De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft bij Verpact aangegeven de Ketenovereenkomst 60
Verpakkingen niet te willen verlengen. Dit omdat bepaalde afspraken achterblijven bij de verwachtingen. De Ketenovereenkomst voorziet onder meer in de vergoeding die gemeenten krijgen voor ingezamelde verpakkingen. In 2024 ontvangt de gemeente Venray naar schatting zo’n €375.000 voor het ingezamelde PMD (€60.000 hoger dan begroot). De VNG is samen met branchevereniging NVRD (Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten) in onderhandeling met Verpact over een nieuwe overeenkomst per 1 januari 2025. Het is nog onbekend wat dit betekent voor de vergoedingen die wij als gemeente ontvangen vanuit Verpact. Meest opvallende veranderingen Er is in 2023 meer GFT+E ingezameld dan voorgaande jaren, waardoor we voor komend jaar €80.000 extra begroten aan verwerkingskosten. De oud papier inzameling gaat ook zo’n €90.000 omhoog ten opzichte van de begroting voor 2024. Dit komt door een hogere vergoeding voor verenigingen, indexering van inzamelaar Van Munster en een lager begroot bedrag voor de vergoeding van papier ten opzichte van vorig jaar (papierprijs). Een mooie meevaller is onder meer dat we €30.000 besparen op de PMD-inzameling doordat de overslaglocatie naar Venray is gehaald. Voorheen moest alle PMD namelijk naar Venlo worden gebracht. Tarieven afvalstoffenheffing Basis voor de afvalstoffenheffing zijn de kostendekkende tarieven.
Deze zijn vastgesteld op basis van begrote kosten voor het inzamelen van afval en de begrote kosten en opbrengsten voor het verwerken van afval. De hieronder weergeven tarieven zijn concepttarieven. De definitieve tarieven voor 2025 worden tijdens de raadsvergadering van december 2024 voor vaststelling aangeboden en kunnen daarom afwijken van de concepttarieven. Afvalstoffenheffing Vast tarief
2024
2025 % daling/stijging
€ 215,40
€ 222,96
3,51%
container van 40 ltr.
€ 2,95
€ 3,01
2%
container van 60 ltr.
€ 4,43
€ 4,52
2%
container van 80 ltr.
€ 5,91
€ 6,02
2%
container van 140 ltr.
€ 10,33
€ 10,54
2%
container van 240 ltr.
€ 17,72
€ 18,07
2%
volume van 60 ltr ondergronds
€ 4,43
€ 4,52
2%
€ 256,72
€ 265,12
3,3%
Restafval
Gemiddelde afvalstoffenheffing1
1In 2024 basistarief + 4 x lediging 140 liter restafval. (Gemiddeld aantal ledigingen per huishouden in 2023) In 2025 basistarief + 4 x lediging 140 liter restafval. (Gemiddeld aantal ledigingen per huishouden in 2023)
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten incl. (omslag)rente excl. kwijtscheldingen Kosten kwijtscheldingen Kosten uitvoering kwijtscheldingen Inkomsten excl. heffingen Mutatie voorziening egalisatie afvalstoffenheffing Netto kosten Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
Bedragen x € 1,-5.023.628 -163.110 -30.197 862.177 7.000 -4.347.758 -420.758 -745.228 -5.513.745
Opbrengst heffingen: vastrecht Opbrengst heffingen: variabel recht
4.232.577 1.281.168
Netto opbrengst heffingen
5.513.745
Onttrekking voorziening egalisatie afvalstoffenheffing (verrekend als korting op vastrecht) Totale opbrengst heffingen Dekking
0 5.513.745 100%
61
Rioolheffing en riolering In het Gemeentelijk RioleringsPlan 2022-2025 is het beleid voor de riolering vastgelegd. Ook is opgenomen hoe dit beleid en de daaruit volgende werkzaamheden worden gefinancierd. Er is een voorzet gedaan met betrekking tot de hoogte van de rioolheffing. In het GRP wordt gesteld dat het tarief met 1% moet stijgen. Hier bovenop wordt gerekend met een inflatiepercentage van 1,7%. Het tarief voor 2025 is dan 2,7% hoger dan in 2024. Het GRP is in de raadsvergadering van december 2021 vastgesteld. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2025 worden in de raadsvergadering van december 2024 vastgesteld. Tarieven Rioolheffing en riolering
(Bedragen x €1)
eigenaar niet niet afgekoppeld afgekoppeld / gebruik afgekoppeld afgekoppeld 2024
2025
2024
%
2025
basisheffing vastrecht rioolheffing
Eig.
€ 101,54
€ 104,30
€ 101,54
€ 104,30 2,7%
afvoerrecht afvalwater méérpersoonshuishouden (woning)
Gebr.
€ 137,07
€ 140,81
€ 137,07
€ 140,81 2,7%
afvoerrecht afvalwater éénpersoonshuishouden (woning)
Gebr.
€ 68,54
€ 70,40
€ 68,54
€ 70,40 2,7%
afvoerrecht afvalwater per eenheid van 250 m³ (niet Gebr. woning)
€ 137,07
€ 140,81
€ 137,07
€ 140,81 2,7%
afvoer hemelwater woningen
Eig.
€ 15,23
€ 15,65
€ 0,00
€ 0,00 2,7%
afvoer hemelwater nietwoning per eenheid van 200 m²
Eig.
€ 15,23
€ 15,65
€ 0,00
€ 0,00 2,7%
[1] Tarieven confrom GRP 2022_2025
De gemeente Venray heeft een rioolheffing om de kosten van de riolering, gedefinieerd in de drie zorgplichten (hemelwater, grondwater en afvalwater), te kunnen betalen. Uit deze rioolheffing moeten alle kosten voor de riolering kunnen worden betaald, zonder een bijdrage van de algemene middelen aan het product riolering. Eventuele tekorten of overschotten worden door middel van de voorziening egalisatie riolering over de jaren uit gemiddeld. Voor 2025 kan de volgende tabel voor de totale inkomsten en uitgaven worden opgesteld.
62
Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten incl. (omslag)rente exclusief kwijtscheldingen Kosten kwijtscheldingen
Bedragen x € 1,-3.221.151 -80.517
Kosten uitvoering kwijtscheldingen
-28.219
Inkomsten excl.heffingen
22.589
Mutatie voorziening egalisatie riolering Netto kosten
-778.508 -4.085.806
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
-478.099 -450.173 -5.014.078 Eigenaar
Gebruiker
49%
51%
Totale kosten gesplitst
-5.014.078
-2.452.248 -2.561.830
Opbrengst heffingen
5.014.078
2.452.248
2.561.830
100%
100%
100%
Dekking
Rioolaansluitrecht De kosten voor het maken van een rioolaansluiting zijn afhankelijk van onder andere de diameter, de lengte van de leiding en of het onder vrijverval of via drukriolering kan worden geloosd. Deze kosten worden volgens een vaste verrekening (verordening rioolaansluitrecht) doorberekend aan de aanvrager van de aansluiting. Voor de begroting 2025 wordt gerekend met een verhoging van de tarieven uit 2024 met 1,7%. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar zijn dat nu niet. Dit wordt veroorzaakt door onder andere de BTW. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2025 worden in de raadsvergadering van december 2024 vastgesteld. 2024
2025
%
Aansluiting op gemengd stelsel onder vrijverval (diameter maximaal 125 mm en max. lengte 6 meter).
713,54
725,67
1,7%
Aansluiting op gescheiden stelsel onder vrijverval (diameter maximaal 125 mm en max. lengte 6 meter).
1075,07
1093,35
1,7%
Aansluiting op drukriolering ten tijde van aanleg gemeentelijk riool ter plaatse
8557,70
8703,18
1,7%
De genoemde bedragen worden verhoogd met het openbreken en herstellen van bovenliggende verharding:
0,00
Tegelbestrating per m²
61,28
62,32
1,7%
Klinkerbestrating per m²
60,15
61,17
1,7%
Asfaltverharding per m²
345,98
351,86
1,7%
63
Bedragen x € 1,-
Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrecht Kosten incl. (omslag)rente Inkomsten excl.heffingen
-39.322 0
Netto kosten
-39.322
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
0
BTW Totale kosten
-8.258 -47.580
Opbrengst heffingen
36.223
Dekking
76%
Leges Leges zijn verschuldigd voor verstrekte diensten en worden geheven om de verschillende taken te bekostigen. Bijvoorbeeld het in behandeling nemen van een aanvraag voor een paspoort of rijbewijs. Ook zijn er leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning, een evenementenvergunning of een drank- en horecavergunning. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Per hoofdstuk/titel van de legesverordening worden de lasten (directe lasten + overhead + btw) en de totale inkomsten weergegeven. Ook de mate van kostendekkendheid (in %) is opgenomen. Leges verordening (x € 1 )
Lasten taakvelden
Andere Totale lasten inkomsten
Overhead
Totale baten
Leges
*Kostendekkendheid
Titel 1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke Stand
178.061
129.699
307.761
0
47.036
47.036
15%
1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
645.487
228.915
874.401
0
710.167
710.167
81%
1.3 Rijbewijzen
164.515
103.987
268.502
0
138.754
138.754
52%
1.4 GBA
210.529
176.494
387.022
0
15.943
15.943
4%
1.5 Naturalisatie
87.953
23.796
111.749
0
38.703
38.703
35%
1.6 Wet bescherming persoonsgegevens
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1.7 Bestuursstukken
0
0
0
0
0
0
0%
1.8 Vastgoedinformatie 1.9 Overige publiekszaken
0
0
0
0
0
0
0%
112.888
73.147
186.036
0
15.332
15.332
8%
0
0
0
0
0
0
0%
1.11 Huisvestingswet
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
n.v.t.
1.12 Leegstandwet
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
n.v.t.
1.13 Gemeentegarantie
0
0
0
0
0
0
0%
1.14 Winkeltijdenwet
0
0
0
0
0
0
0%
1.15 Kansspelen
0
0
0
0
0
0
0%
1.10 Reproductiekosten
1.16 Telecommunicatie
0
0
0
0
0
0
0%
1.17 Verkeer en vervoer
1.509
1.446
2.955
0
1.712
1.712
58%
0
0
0
0
0
0
0%
1.18 Diversen
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
2.2 Vooroverleg/beoordelen concept omgevingsvergunningaanvraag 2.3-2.6 Omgevingsvergunning
141.250
99.802
241.051
0
32.009
32.009
13%
507.599
455.618
963.218
0
1.000.791
1.000.791
104%
64
2.7 Wijziging omgevingsvergunning agv wijziging project 2.8 Bestemmings-wijzigingen zonder activiteiten
0
0
0
0
0
0
0%
0
0
0
0
0
0
0%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 3.1 Horeca
81.678
82.019
163.697
0
15.907
15.907
10%
3.2 Evenementen
90.770
87.859
178.629
0
7.790
7.790
4%
0
0
0
0
0
0
0%
3.3 (Markt) Standplaatsen
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
3.5 Sexbedrijven
0
0
0
0
0
0
0%
3.6 Open vuur
0
0
0
0
0
0
0%
12.829
12.411
25.240
0
9.657
9.657
38%
0
0
0
0
0
0
0%
5.031
706
5.737
0
4.414
4.414
77%
0
0
0
0
0
0
0%
2.240.099 1.475.900
3.715.998
0 2.038.215 2.038.215
55%
3.4 Huisvestingswet
3.7 Brandbeveiliging 3.8 Muziekvergunning 3.9 Kinderopvang 3.10 Overige TOTAAL
*Kruissubsidiëring vindt plaats binnen en tussen de diverse titels. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit/Een overdekking binnen de ene groep diensten wordt gebruikt voor onderdekking van een andere groep diensten. Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2024 stijgen met het inflatiepercentage van 2,2%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2025 worden in de raadsvergadering van december 2024 vastgesteld. Havengelden Elk schip dat de industriehaven van Wanssum aandoet (liggen of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. De hoogte van dit havengeld is afhankelijk van de omvang van het schip (tonnen laadvermogen of aantal standaard containers). Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. Deze verordening wordt elk jaar geactualiseerd. Met de opbrengst van het havengeld worden de voorzieningen in de haven beheerd en onderhouden.
De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar uit concurrentie overwegingen zijn ze dat nu niet. Om het tekort te dekken wordt gebruik gemaakt van de voorziening egalisatie industriehaven. In het onlangs vastgestelde havenbeheerplan wordt voor de periode 2022-2025 een verhoging van de havengelden voorzien van 2%. In de raadsvergadering van december 2024 worden de definitieve tarieven voor 2025 vastgesteld. Berekening kostendekkendheid havengelden Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente
-360.594
Inkomsten excl.heffingen
0
Mutatie voorziening egalisatie industriehaven
0
Netto kosten
-360.594
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW
-30.980 0
Totale kosten
-391.574
Opbrengst heffingen
221.609
Dekking
57%
65
Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2025 stijgen met het inflatiepercentage van 2,2%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2025 worden in de raadsvergadering van december 2024 vastgesteld. Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld.
In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan.
Leges verordening (x € 1 ) Begraafplaatsen
Lasten taakvelden
Overhead
€ 187.266
€ 11.064
Andere Totale lasten inkomsten € 198.330
€-
Leges € 16.518
Totale baten € 16.518
Kostendekkendheid 8%
4b. Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. De definitieve tarieven OZB voor het belastingjaar 2025 worden in de raadsvergadering van december 2024 vastgesteld. lnflatiecorrectie OZB In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. In de begroting 2025 tot en met 2028 is het inflatiepercentage toegepast zoals vermeld in tabel van de bijlage 2, hoofdstuk 2.1. van de kadernota. In de begroting 2024 – 2028 is voor 2024 een inflatiepercentage van 3,90% opgenomen. Voor de begroting 2025 hanteren we 2,20%voor de jaren 2025 t/m 2028. Voorlopige belastingdruk 2025 (=OZB+afval+riool) Op basis van de geldende uitgangspunten bedraagt de voorlopige gemiddelde lastendruk (voor een huishouden van twee of meer personen, die eigenaar en gebruiker zijn van een woning) voor 2025 € 900,49 Dit betekent dat de lastendruk 2025 (=OZB+afval+riool) stijgt ten op van 2024 met 2,7%. 2024 (verwachte 2025 2024 (waarde per waarde oktober (geprognotiseerde % juni 2024) 2023) waarde) WOZ-waarde [1]
€ 315.092,00
€ 318.458,99
€ 332.152,73
4,3%
OZB [2]
€ 364,25
€ 366,55
€ 374,61
2,2%
Rioolheffing [3]
€ 253,84
€ 253,84
€ 260,76
2,7%
Afvalstoffenheffing [4]
€ 256,72
€ 256,72
€ 265,12
3,3%
Totale belastingdruk
€ 874,81
€ 877,11
€ 900,49
2,7%
[1] De prognose is dat de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen met ongeveer 4,3% daalt.
66
De herwaardering 2025, naar de waardepeildatum 1 januari 2024 wordt in januari 2025 geheel afgerond. [2] De WOZ-waarden worden d.m.v. een WOZ-beschikking begin 2025 definitief bekendgemaakt. [3] Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden en het pand is niet afgekoppeld van het gemeentelijk rioleringsstelsel. [4] Voor 2025 en 2024 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 4 containers 140 liter restafval
(Water)verblijfsbelasting Belast is een overnachting in vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, vaste standplaatsen en logiesverblijven. De aanslag verblijfsbelasting wordt opgelegd aan de hotelier, pensionhouder, campinghouder etc., maar ook op locaties waar buitenlandse werknemers verblijven. De toeristen zelf ontvangen geen aanslag, maar zien het bedrag meestal wel op de rekening. De stijging van het tarief wordt pas doorgevoerd, zodra het tarief afgerond kan worden op 5 cent. Uit onderstaande tabel blijkt dat het tarief voor de verblijfsbelasting 2025 wordt verhoogd naar een bedrag van € 1,40. 2024 inflatiepercentage