Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
139.002
95.803
234.805
0
31.321
31.321
13%
2.3-2.6 Omgevingsvergunning
503.405
437.362
940.768
0
979.247
979.247
104%
2.7 Wijziging omgevingsvergunning agv wijziging project
0
0
0
0
0
0
0%
2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
0
0
0
0
0
0
0%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 3.1 Horeca
76.085
78.733
154.818
0
15.565
15.565
10%
3.2 Evenementen
85.221
84.339
169.560
0
7.622
7.622
4%
0
0
0
0
0
0
0%
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
0
0
0
0
0
0
0%
3.3 (Markt) Standplaatsen 3.4 Huisvestingswet 3.5 Sexbedrijven 3.6 Open vuur 3.7 Brandbeveiliging 3.8 Muziekvergunning 3.9 Kinderopvang 3.10 Overige TOTAAL
0
0
0
0
0
0
0%
12.224
11.914
24.138
0
9.449
9.449
39%
0
0
0
0
0
0
0%
5.031
677
5.709
0
4.414
4.414
77%
0
0
0
0
0
0
0%
0 1.872.183
1.872.183
55%
2.038.514 1.379.625 3.418.139
Kruissubsidiëring vindt plaats binnen en tussen de diverse titels. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit/Een overdekking binnen de ene groep diensten wordt gebruikt voor onderdekking van een andere groep diensten. Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2023 stijgen met het inflatiepercentage van 3,9%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2024 worden in de raadsvergadering van december 2023 vastgesteld. Havengelden Elk schip dat de industriehaven van Wanssum aandoet (liggen of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. De hoogte van dit havengeld is afhankelijk van de omvang van het schip (tonnen laadvermogen of aantal standaard containers). Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. Deze verordening wordt elk jaar geactualiseerd. Met de opbrengst van het havengeld worden de voorzieningen in de haven beheerd en onderhouden.
De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar uit concurrentie overwegingen zijn ze dat nu niet. Om het tekort te dekken wordt gebruik gemaakt van de voorziening egalisatie industriehaven. In het onlangs vastgestelde havenbeheerplan wordt voor de periode 2022-2025 een verhoging van de havengelden voorzien van 2%. In de raadsvergadering van december 2023 worden de definitieve tarieven voor 2024 vastgesteld.
71
Berekening kostendekkendheid havengelden
Bedragen x € 1,-
Kosten incl. (omslag)rente
-349.957
Inkomsten excl.heffingen
0
Mutatie voorziening egalisatie industriehaven
0
Netto kosten
-349.957
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
-29.738
BTW
0
Totale kosten
-379.695
Opbrengst heffingen
200.294
Dekking
53%
Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2024 stijgen met het inflatiepercentage van 3,9%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2024 worden in de raadsvergadering van december 2023 vastgesteld. Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld.
In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan. Lasten Leges verordening (x € 1 ) taakvelden Begraafplaatsen
183.380
Overhead 13.607
Totale lasten 196.987
Andere inkomsten 0
Leges 16.518
KostenTotale baten dekkendheid 16.518
8%
4b. Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. De definitieve tarieven OZB voor het belastingjaar 2024 worden in de raadsvergadering van december 2023 vastgesteld. lnflatiecorrectie OZB In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. In de begroting 2024 tot en met 2027 is het inflatiepercentage toegepast zoals vermeld in tabel van de bijlage 2, hoofdstuk 2.1. van de kadernota. In de begroting 2023 – 2027 is voor 2023 een inflatiepercentage van 2,20% opgenomen. Voor de begroting 2024 hanteren we 3,90% en voor de jaren 2025 t/m 2027 bedraagt het percentage 1,60%. Voorlopige belastingdruk 2024 (=OZB+afval+riool) 72
Op basis van de geldende uitgangspunten bedraagt de voorlopige gemiddelde lastendruk (voor een huishouden van twee of meer personen, die eigenaar en gebruiker zijn van een woning) voor 2024 € 875.66 Dit betekent dat de lastendruk 2024 (=OZB+afval+riool) stijgt ten op van 2023 met 2,5%. 2023 2024 (verwachte 2023 (waarde (geprognotiseerde % waarde oktober per juni 2023) waarde) 2022) WOZ-waarde [1]
€ 301.700,00
€ 305.300,00
€ 303.850,00 -0,5%
OZB [2]
€ 347,26
€ 351,40
€ 365,10
3,9%
Rioolheffing [3]
€ 244,70
€ 244,70
€ 253,84
3,7%
Afvalstoffenheffing [4]
€ 258,48
€ 258,48
€ 256,72 -0,7%
Totale belastingdruk
€ 850,44
€ 854,58
€ 875,66
2,5%
[1] De gemiddelde prognose WOZ-waarde van de woningen. De herwaardering/marktanalyse 2024, naar de waardepeildatum 1 januari 2023 wordt in januari 2024 geheel afgerond. [2] De WOZ-waarden worden d.m.v. een WOZ-beschikking begin 2024 definitief bekendgemaakt. [3] Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden en het pand is niet afgekoppeld van het gemeentelijk rioleringsstelsel. [4] Voor 2023 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 5 containers 140 liter restafval en voor 2024 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 4 containers 140 liter restafval
(Water)verblijfsbelasting Belast is een overnachting in vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, vaste standplaatsen en logiesverblijven. De aanslag verblijfsbelasting wordt opgelegd aan de hotelier, pensionhouder, campinghouder etc., maar ook op locaties waar buitenlandse werknemers verblijven. De toeristen zelf ontvangen geen aanslag, maar zien het bedrag meestal wel op de rekening. De stijging van het tarief wordt pas doorgevoerd, zodra het tarief afgerond kan worden op 5 cent. Uit onderstaande tabel blijkt dat het tarief voor de verblijfsbelasting 2024 wordt verhoogd naar een bedrag van € 1,35. 2023 inflatiepercentage berekend tarief werkelijk tarief
1,30 1,30
2024
2025
2026
2027
2028
3,90%
1,60%
1,60%
1,60%
1,60%
1,35 1,35
1,37 1,35
1,39 1,35
1,42 1,40
1,44 1,40
Parkeerbelasting Parkeerbelastingen geldt voor de afgesloten terreinen Blekersveld, Raadhuisstraat en de parkeergarage. Dit in de vorm van parkeergelden en abonnementen. Daarnaast zijn in bepaalde straten ontheffingen blauwe zone en parkeervergunningen mogelijk. Voorgesteld wordt om de tarieven te handhaven. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2024 worden in de raadsvergadering van december 2023 voor vaststelling aangeboden. Reclamebelasting De reclamebelasting is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Venray. De belasting wordt geheven ter zake van openbare aankondigingen (reclame-uitingen) zichtbaar vanaf de openbare weg. De gemeente int deze belasting en maakt deze vervolgens onder inhouding van de inningskosten ad € 4000 over naar de ondernemersvereniging Venray Centraal. Naar verwachting zullen de tarieven de komende jaren gelijk blijven. De definitieve vaststelling van deze tarieven moet echter nog plaatsvinden tijdens de najaarsvergadering van de ondernemersvereniging Venray Centraal. Bedragen x €1
2023
2024
voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²: voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²:
475 600
475 600
voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²:
675
675 73
voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² tot 10 m²:
750
750
voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²:
825
825
BIZ-Smakterheide Op grond van de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid en ruimtelijke kwaliteit binnen het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten ad € 3500 , uit aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. Naar verwachting zullen de tarieven de komende jaren gelijk blijven. De definitieve vaststelling van deze tarieven moet echter nog plaatsvinden tijdens de najaarsvergadering van de ondernemersvereniging Smakterheide (BIZ). Bedragen x €1 WOZ-waarde lager dan € 250.000
2023 250
2024 250
WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000 WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000
500 1000
500 1000
WOZ-waarde vanaf € 5.000.000
1500
1500
5. Kwijtscheldingenbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Daarnaast wordt ook de maximaal mogelijke vermogensnorm toegepast. De gehanteerde normbedragen zijn de maximale bedragen die gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft.
Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken daalde de afgelopen jaren licht. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022[1]
Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken
894
1085
1041
1018
1005
1137
959
837
Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)
410
415
488
505
465
450
483
485
Beroepschriften (klanten)
63
81
40
47
52
25
20
0
[1] Stand per mei juni 2022. Dit zijn dus voorlopige aantallen.
74
75
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. In oude risicobeleid dateert van 2017 en werd in 2023 geactualiseerd. Het nieuwe beleid wordt op 31 oktober in de raad besproken en vastgesteld. Vanaf het najaar 2023 wordt het nieuwe beleid in de organisatie geïmplementeerd. In de begroting 2024 gaan we uit van de normeringen die in het nieuwe beleid zijn vastgelegd. Bij de risico-inventarisatie wordt nog de uitgegaan van de oude methodiek: dit wil zeggen dat de risico’s in de kadernota 2024 de basis vormen. Nieuwe risico’s worden toegevoegd en risico’s die zich niet meer voordoen, komen te vervallen. Deze paragraaf geeft inzicht in: • Weerstandsvermogen: De mate waarin de gemeente in staat is om negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen, zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen en in te grijpen op de normale bedrijfsvoering. • Risico’s: Een kans op optreden van een gebeurtenis met een bepaald effect op het behalen van de doelen. Het effect kan onder andere zijn dat het gewenste doel niet of later wordt gerealiseerd. Mogelijk kan het effect ook leiden tot het eerder realiseren van een doel.
• Weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Financiële kengetallen: conform de BBV is een basis set financiële kengetallen opgenomen. 1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s en gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen. Met de implementatie van het nieuwe risicobeleid wordt dit door middel van een risicodialoog en een structurele aanpak vorm gegeven. Hoewel het risicobewustzijn in de afgelopen jaren is gegroeid, mag het nog beter structureel geborgd worden in de organisatie. Met een structurele aanpak om het bewustzijn in de organisatie te vergroten en het voeren van het juiste gesprek willen we het nieuwe beleid implementeren en borgen. Daarnaast blijft het een voortdurend aandachtspunt om te zoeken naar een juiste afweging van de (effecten van) risico’s en de te maken kosten voor het elimineren van deze risico’s. Het is een utopie om voor alle risico’s adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen. 2. Weerstandsvermogen Het (nieuwe) beleid gaat uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Dit is niet gewijzigd t.o.v.
het oude beleid. Een ratio van 1,0 wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit gaan we met ingang van 2024 uit van 10% van de jaarexploitatie. Dit betekent dat er op basis van de meerjarenbegroting de weerstandscapaciteit jaarlijks kan verschillen, omdat de jaarexploitatie niet elk jaar gelijk is. In het oude beleid werd jaarlijks uitgegaan van € 12 milj. Dit was gebaseerd op een jaarexploitatie van 10% in 2017. Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemene reserve Risicoreserve grondbedrijf Weerstandscapaciteit Algemene risico's Risico's grondbedrijf Risico's Vrije ruimte - Algemeen - Grondbedrijf Weerstandsvermogen (ratio)
2023 31.829 7.642 39.471 2.794 569 3.363 36.108 29.035 7.073
2024 24.482 7.430 31.912 3.610 575 4.185 27.727 20.872 6.855
2025 24.482 7.103 31.585 4.529 582 5.111 26.474 19.953 6.521
2026 24.482 6.765 31.247 5.620 589 6.209 25.038 18.862 6.176
2027 24.482 6.418 30.900 5.659 589 6.248 24.652 18.823 5.829
11,74
7,63
6,18
5,03
4,95
Vrije ruimte: verschil tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s.
76
Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode af van 11,74 naar 4,95 en blijft daarmee ruim boven de minimale grens van 1,0. De weerstandscapaciteit blijft gedurende de gehele planperiode ruim boven de minimale streefwaarde van 10% van de jaarexploitatie. De vrije ruimte daalt gedurende de planperiode tot ca. € 24,7 milj. in 2027. 3. Risico's Zoals in de inleiding aangegeven gaan we voor de inventarisatie van de risico’s in deze begroting uit van risico’s in de kadernota 2024. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. In de risicomatrix zijn de risico’s geplaatst in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader omschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen beschreven. Sinds juli 2023 hebben we een demissionair kabinet: dit wil zeggen dat er op sommige beleidsterreinen geen uitsluitsel komt over voorliggende wetsvoorstellen en beleidsregels. In hoeverre dat deze situatie voor onze gemeente leidt tot extra risico’s is moeilijk in te schatten. De besluitvorming over de definitieve lijst van controversioneel verklaarde onderwerpen moet nog plaatsvinden. In elk geval is wel duidelijk geworden dat er voorlopig geen besluiten genomen worden over de financiering van decentrale overheden en de nieuwe financieringssystematiek.
Dit betekent dat een oplossing voor ‘het ravijnjaar’ nog langer op zich laat wachten. Risicomatrix
financieel
5. desastreus
€ 800.000 <X
4. groot
€ 400.000 <X< €800.000
3.
gevolg gemiddeld
€ 160.000 <X< € 400.000
2. laag
€ 80.000 <X< € 160.000
1. verwaarloosbaar
X< € 80.000
10% 1. zeer laag
30% 2. laag
50% 3. gemiddeld
70% 4. hoog
90% 5. zeer hoog
kans Risicotoelichting In navolgend overzicht: -Kolomnr. verwijst naar het nummer in de risicomatrix. -Kolom potentiële risicogebeurtenis: de gebeurtenis voorafgegaan door het nummer van het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Enkele risico's hebben betrekking op meerdere deelprogramma's, die zijn algemeen genoemd. -Kolom (status) beheermaatregelen: per risico zijn beheermaatregelen beschreven. De voortgang/status is 'cursief' gedrukt. 77
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
1
Breed Sociaal Domein
Er is een uitvoeringsprogramma sociaal domein vastgesteld met diverse deelopdrachten die gekoppeld zijn aan de bouwstenen uit de Kadernota SD (zie hieronder)
Bouwsteen Omgeving De omgeving wordt onvoldoende versterkt waardoor de beweging van “vangnet” naar “omgeving” niet of onvoldoende gemaakt wordt.
Indexering volgt niet de markt
Inzet van gebiedsgericht werken (aansluiting zoeken bij de specifieke behoefte van een wijk of dorp). Inzet van ondersteunende maatregelen zoals subsidies, accommodaties, etc. -
Gebiedsgericht werken is ingezet.
-
Subsidiebeleid en accommodatiebeleid is geactualiseerd.
-
Het versterken van de omgeving is een hoofdopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Overzicht van voorliggende voorzieningen is gemaakt, er heeft een analyse plaatsgevonden en er zijn een aantal kansen geformuleerd. Aan een deel van die kansen wordt op dit moment al uitvoering gegeven (zie enkele van de specifieke initiatieven hieronder). Daarnaast loopt een traject met partners waarin zij ook meedenken en meedoen aan het versterken van de omgeving.
-
Er lopen specifieke initiatieven om de omgeving te versterken: JSP, BSO+, SOJ, buurtgezinnen, jeugdhulp en opvoedondersteuning, Roger That Inspiratielab, Ik Begin en inzet ervaringsdeskundigen.
-
De inzet van ervaringsdeskundigheid is voor langere termijn geborgd door afspraken over de inzet en de financiering.
-
Een nieuwe toekomstbestendige bibliotheekvisie wordt opgesteld met aandacht voor de maatschappelijke rol van de bibliotheek binnen de omgeving.
-
Een preventiematrix wordt opgesteld.
-
De overschotten binnen de vangnetvoorzieningen daadwerkelijk inzetten voor het op peil houden van de sociale basis.
-
Indexering begroting 2024: In 2024 wordt een OVA-index van 4,94% gehanteerd. We blijven de ontwikkelingen van de budgetten van onze partners in de sociale basis monitoren.
Bouwsteen Vangnet De afschaling van voorzieningen komt onvoldoende tot stand.
Versterken van de omgeving. Anders organiseren van de toegang.
Openeinderegelingen: Toename van het
Herijken van onze inkoopmethodiek.
78
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
aantal maatwerkvoorzieningen als gevolg van veranderende omstandigheden (economische, demografische, wetgeving, rijksbeleid)
Duurzaam partnerschap met aanbieders en gesubsidieerde instellingen. Afspraken maken met andere verwijzers.
Sturing en inkoop
Bouwsteen Gedrag en Houding De gewenste gedragsverandering bij medewerkers komt onvoldoende tot stand. De gemeentelijke visie wordt niet onderschreven door de aanbieders.
-
In 2024 werken we verder aan de toegang voor het sociaal domein, samen met partners. Het is onderdeel van het uitvoeringsprogramma sociaal domein waarin ook zijn opgenomen de trajecten Houding & Gedrag en Versterken omgeving. De nieuwe toegang is niet meer gedefinieerd als een ‘fysieke plek waarin we met partners samenwerken’ maar is vooral een manier van werken. Dat dit in de toekomst leidt tot een gedeelde (fysieke) toegang is een mogelijke uitkomst van het proces maar geen definitief einddoel.
-
Accountgesprekken met aanbieders worden gevoerd en de MGR levert periodieke rapportages aan over de stand van zaken op de verschillende inkooponderdelen.
-
De middelen sociaal domein komen steeds meer onder druk te staan (bijv. hervormingsagenda jeugd, maatschappelijke opvang, beschermd wonen). Hier worden gerichte interventies op ingezet.
Opstellen ontwikkelplan voor medewerkers gericht op het gesprek met de inwoner, de integraliteit en het aansluiten bij de omgeving. Meerjarige afspraken maken met aanbieders waarbij zij het vertrouwen krijgen om te investeren in innovatie. −
− Bouwsteen Communicatie De boodschap komt onvoldoende over.
Houding en gedrag vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Een herijking van de opdracht vindt plaats zodat deze aansluit bij de uitkomsten van de deelopdracht toegang en omgeving. Meerjarige afspraken: zie ook project sturing en inkoop.
Opstellen communicatiestrategie en instrumenten. − Communicatie vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Centraal staat daar het meer in gesprek zijn met inwoners. Opdrachtformulering deelopdracht communicatie opgesteld. Verbreding van instrumenten is een continu proces. Een herijking van de opdracht vindt plaats zodat deze aansluit bij de uitkomsten van de deelopdracht toegang en omgeving.
79
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Bouwsteen Financiën De gerealiseerde uitgaven van het Sociaal Domein Breed overstijgen de begroting.
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
Monitoren uitgaven SD-breed versus begroting, waarbij de indeling “vangnet” en “omgeving” wordt gehanteerd. Oplevering van de halfjaarrapportage Sociaal Domein. − Monitoring uitgaven en ontwikkeling voorzieningen vindt maandelijks plaats. − Halfjaarlijks wordt aan de raad gerapporteerd over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. − Doorontwikkeling van dashboards is geborgd in de organisatie. Inzet wordt gepleegd op competenties medewerkers. − Raadsmonitor sociaal domein sluit aan op de P&C-cyclus.
2
Grondbedrijf Afzet van gronden blijft achter ten opzichte van de planning.
-
3
Privacy en Informatiebeveiliging - Vertrouwelijke/gevoelige informatie is beschikbaar bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie)
- Onverantwoordelijk gebruik en uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners. - De kans dat informatiebeveiligingsincidenten de bedrijfsvoering raken neemt toe.
Stimuleringsmaatregelen verkoop kavels (promotie via website en woontafel) Geen betaling waarborgsom is mogelijk
Maximale samenwerking door de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer); De onafhankelijke rol van privacy en informatiebeveiliging zorgt voor een objectieve advisering van maatregelen; Jaarlijkse verantwoording over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit); Privacy en Informatiebeveiliging (P&IB) maken standaard onderdeel uit van projecttoetsing. Door maatregelen te nemen worden risico’s geminimaliseerd; Met het uitvoeren van DPIA's (Data Protection Impact Assessments) brengen we risico’s in beeld en maken we bewuste keuzes welke risico’s we accepteren/mitigeren; De verantwoordelijkheid voor P&IB bij de proceseigenaren borgen; Vergroten bewustzijn bij medewerkers en uitvoeren Privacy en Security awareness trainingen;
- Bij een verstoring is de bedrijfscontinuïteit onvoldoende geborgd.
Het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan zorgt dat we beter zijn voorbereid op informatiebeveiligingsincidenten en verstoringen;
80
Nr.
4
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
- Niet voldoen aan de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de WPG (Wet Politiegegevens).
Verbetermaatregelen t.a.v. WPG doorvoeren.
Alg. Garantstelling Gemeente wordt aangesproken op inlossen van een garantstelling.
Meest risicovolle garantstelling: Glasweb: - Er wordt niet voldaan aan regels voor staatssteun en financieringsconstructies.
-
5
Door achterblijvende groei van het klantenbestand kan de businesscase in het gedrang komen. Hierdoor zouden dan de liquide middelen ontbreken om af te lossen.
Alg. Samenwerken/Verbonden Partijen Resultaten van samenwerkingspartners wijken af van lokale doelstellingen.
Garantstellingsbeleid actualiseren. Actualisering van het beleid staat gepland - risico's explicieter opnemen in besluitvorming toelichten waarom risico's al dan niet worden meegewogen. - Bewustwording wordt meegenomen in overlegstructuren en krijgt daarmee meer aandacht. - periodieke rapportage over ontwikkeling risicovolste garantstellingen. Informatieverstrekking vindt per dossier plaats. Glasweb: Aanvullende informatie inwinnen: Deze informatie geeft geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen. Voor de garantstelling van het ‘witte gebied’ is melding gedaan bij de Europese Commissie. De melding heeft niet geleid tot nader onderzoek. -
Periodieke rapportage 4 maandelijkse voortgangsrapportage (majeure projecten).
-
In gezamenlijkheid en afstemming worden de financiële ontwikkelingen voor GlasWeb Venray (GWV) door gemeente en BNG gevolgd. Met de aanleg van een glasvezelnetwerk door KPN in de wijken van Venray blijft een verdere uitrol van het netwerk door GWV achterwege. De financiële consequenties hiervan, in relatie tot de afspraken die hierover door GWV met KPN zijn gemaakt, worden nauwlettend gevolgd.
Beleid op samenwerking en verbonden partijen opstellen (incl. timing en niveau van informatievoorziening) Nota vizier op samenwerking is vastgesteld. We zijn kritisch of de aangegane samenwerkingsverbanden nog altijd doen wat we beogen. Algemene beleidskader (de Nota vizier op samenwerking) is daarbij een leidraad. - Per bestaande VP doelen en risico's inventariseren en maatregelen treffen. - Bij het deelnemen in nieuwe VP-eisen stellen aan informatievoorziening.
Meest risicovolle Verbonden Partijen in financieel perspectief:
- Onder de noemer "grip op samenwerking" vindt uniforme sturing plaats op de vijf grote gemeenschappelijke regelingen.
81
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
Veiligheidsregio: onverwachte gebeurtenissen leiden tot extra budgetaanvraag
Veiligheidsregio: -Regionale overleggen financieel adviseurs en adviseurs openbare orde en veiligheid per 2 maanden. -Oppakken adviezen rekenkameronderzoek -Invullen van afspraken uit RIB “Grip op samenwerken”. Venray is adoptiegemeente. Ambtenaren betrokken in voortraject beleidsontwikkeling en opstellen P&C-producten. -Maken van beheersplannen (o.a. Natuurbrand Managementplan).
Noord Limburg West (NLW): (Bedrijfsvoerings)kosten worden onvoldoende in lijn gebracht met de (korting op de) rijkssubsidie.
NLW: De in 2020 vastgestelde strategische koers is niet uitvoerbaar gebleken. In 2023 zijn wij geconfronteerd met aanvullende tekorten voor de NV. De verwachting is dat ook voor 2024 een aanvullende bijdrage noodzakelijk zal zijn. Als vervolg op de koers zijn door de gemeenten twee nieuwe opdrachten geformuleerd. Enerzijds gericht op de lange termijn waarbij de focus ligt op het participatiebeleid van de drie gemeenten en anderzijds de korte termijn waarbij de focus ligt op continuering van de bedrijfsvoering van de NLW in afwachting van de uitkomst van de lange termijn opdracht. De oude financiële afspraken met de NLW worden in afwachting van de uitwerking van de opdracht Participatie hersteld. Dat betekent in 2024 een maximale aanvullende bijdrage in het tekort van de NV van € 1,9 mln voor de drie gemeenten samen. De drie gemeenten houden hiermee rekening in hun begroting 2024. Voor de NLW is het uitgangspunt om binnen dit financieel kader te opereren.
Begrote opbrengsten worden onvoldoende gerealiseerd (dalende Wswinkomsten en afnemende tewerkstelling van medewerkers)
6
Alg. Bestuurders: pensioen/wachtgeld/ nabestaande pensioen en arbeidsongeschiktheid Door fluctuerende marktrente en actualisatie sterftetabel moeten extra stortingen in de pensioenvoorziening worden gedaan om deze op niveau te houden.
Bestuurders stappen voortijdig op en maken aanspraak op wachtgeld Bestuurders komen te overlijden of raken arbeidsongeschikt
Onderbrengen bij pensioenfonds De aangekondigde komst van een landelijk fonds voor de dekking van pensioenen voor bestuurders zal, gezien de recente (economische en financiële) ontwikkelingen, nog langere tijd op zich laat wachten. Het is nog onduidelijk wanneer een dergelijk fonds daadwerkelijk tot stand zal komen. Aanbieden outplacementtraject om wachtgeldperiode te bekorten. Risico’s verzekeren Voor het financiële risico van overlijden van een (wachtgeld) wethouder vóór de pensioengerechtigde leeftijd is een verzekering afgesloten (zgn. kortleven-risico). Daarnaast is het risico van arbeidsongeschiktheid voor (wachtgeld-) bestuurders afgedekt middels een collectieve Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
82
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
7
Alg. Rijksinkomsten: algemene uitkering De afhankelijkheid van de rijksbijdrage is per definitie een risicofactor. De bezuinigingen op het gemeentefonds veroorzaken vanaf 2026 een grote terugval in de gemeentefondsuitkering. Dit kan grote gevolgen hebben voor de uitvoering van de gemeentelijke taken.
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
Actuele ontwikkelingen in het Gemeentefonds bijhouden. Onder meer via de VNG druk op het rijk uitoefenen om het rijksbeleid te beïnvloeden, zodat de taken en middelen van gemeenten vanaf 2026 structureel in balans gebracht kunnen worden.
Daarnaast zal in 2027 een nieuwe financieringssystematiek in werking treden. De exacte invulling van die financieringssystematiek moet echter nog verder worden uitgewerkt. Het verdeelmodel dat per 1.1.2023 is ingegaan, zal in 2025 geëvalueerd worden. Hervormingsagenda Jeugd: vanaf 2026 is nog onduidelijk of de extra middelen voor jeugdzorg gecontinueerd worden.
Financiering combinatie-functionarissen is vanaf 2027 onzeker.
Compensatie lagere inkomsten bouwleges door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.
Bijhouden van informatie omtrent de Jeugdzorgmiddelen: In de Hervormingsagenda Jeugd staan maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en de kosten te verlagen. In april 2023 is er een principeakkoord bereikt: de besparingsopgave tot en met 2025 wordt bevroren. Dit neemt niet weg dat wij als gemeente al met enkele maatregelen aan de slag zijn gegaan, zoals de inzet van een Specialist Ondersteuner Jeugd (SOJ) bij de huisartsen normaliseren. In juni 2023 hebben gemeenten ingestemd met de Hervormingsagenda Jeugd, met als voorwaarde dat er meer zekerheid komt over de bijdrage na 2026. De “brede specifieke uitkering 2023-2026” vervangt de Brede Regeling Combinatiefuncties. De financiering vanaf 2027 is daardoor onzeker. We monitoren de ontwikkelingen ten aanzien van de deze specifieke uitkering. - Via de VNG als gemeente in gesprek blijven met het kabinet over de ontoereikendheid van rijksmiddelen voor de uitvoering van taken als invoering Omgevingswet en de Wkb. - Alternatieve inkomstenbronnen overwegen. Tegenover de minder inkomsten uit de bouwleges staan nieuwe inkomsten uit de milieuleges die we mogen heffen. De raad heeft op 15 februari 2022 in het ‘Koersdocument implementatie Omgevingswet gemeente Venray’ al aangegeven hier gebruik van te willen maken.
Majeure projecten Naar hun aard hebben majeure projecten in beginsel grote risico’s in zich. Voor deze projecten zijn beheersmaatregelen getroffen, waardoor de risico’s (voor zover hierboven niet expliciet opgenomen) afdoende zijn afgedekt.
83
Risico-ontwikkeling In het risicobeleid is aangegeven dat niet alle risico’s een financieel gevolg hoeven te hebben. Risico’s kunnen ook imagoschade en negatieve effecten hebben op het realiseren van (maatschappelijke) doelstellingen. De financieel gecalculeerde risico’s hebben zich als volgt ontwikkeld: Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemeen Grondbedrijf Totaal
2023 2.794 569
2024 3.610 575
2025 4.529 582
2026 5.620 589
2027 5.659 589
3.363
4.185
5.111
6.209
6.248
We verwachten gedurende de gehele planperiode een stijging van de risico’s. Dit wordt veroorzaakt door de algemene risico's (zie tabel hieronder). Algemene dienst Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
Sociaal domein Kunstencentrum Jeruzalem Garanties Verbonden partijen Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders Ontwikkelingen Algemene Uitkering Diversen
2.688
2.839
2.926
2.984
3.079
652 544 900 pm 259
634 544 900 pm 259
620 544 900 pm 259
586 544 900 pm 259
488 544 900 pm 259
Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid: Risico's doen zich niet in 1 jaar voor Niet geïdentificeerde risico's Opvangen risico's in exploitatie Totaal algemene risico's na correctie
5.043
5.177
5.249
5.273
5.270
-1.261 1.200 -2.189 2.794
-1.294 1.664 -1.937 3.610
-1.312 1.633 -1.041 4.529
-1.318 1.665 0 5.620
-1.318 1.707 0 5.659
Voor het sociaal domein krijgen we steeds beter inzicht en grip op de indicatiestellingen en dus het realiteitsgehalte van de budgetten. We zijn ook beter in staat om adequate maatregelen te treffen bij dreigende overschrijdingen. Daardoor blijven de risico’s beter beheersbaar. Vanaf 2025 worden de risico’s minder opgevangen door exploitatie-overschotten omdat voor de periode 2024-2027 wordt uitgegaan van sluitende begrotingen. Hierdoor neemt het totaalbedrag van de risico’s vanaf 2025 toe. Grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Projectspecifieke risico's/ramingsonzekerheden Marktrisico Totaal risico's
2023 488 81 569
2024 493 82 575
2025 499 83 582
2026 505 84 589
2027 505 84 589
Het risico voor het grondbedrijf bestaat uit een cumulatie van de risico's per project. In de bovenstaande tabel is zichtbaar dat in de jaren 2023 t/m 2027 het risico minimaal (met € 20.000) stijgt.
84
4. Weerstandscapaciteit Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemene reserve (vrij) Risicoreserve grondbedrijf Weerstandscapaciteit Streefwaarde weerstandscapaciteit Tekort/overschot streefwaarde
2023 31.829 7.642 39.471 12.000 27.471
2024 24.482 7.430 31.912 16.642 15.270
2025 24.482 7.103 31.585 16.334 15.251
2026 24.482 6.765 31.247 16.648 14.599
2027 24.482 6.418 30.900 17.065 13.835
De netto weerstandscapaciteit neemt gedurende de planperiode af met 8,6 mln. De streefwaarde van 10% van de jaarexploitatie wordt echter nog ruim gehaald. Hierna volgt een nadere specificatie en toelichting op de ontwikkeling van de twee onderdelen. Algemene reserve Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemene reserve (adm) stand 31-12-2022 Geraamde stortingen Geraamde onttrekkingen Algemene reserve (vrij)
2023
2024
2025
2026
2027
35.951 885 -5.007 31.829
31.829 0 -7.347 24.482
24.482 0 0 24.482
24.482 0 0 24.482
24.482 0 0 24.482
In de kadernota 2024 hebben we de gerealiseerde mutaties gepresenteerd die met de vaststelling van de jaarrekening 2022 definitief zijn opgenomen in de Algemene Reserve. Tevens hebben we deze mutaties/verwachtingen doorgerekend voor de volgende jaren om zodoende inzicht te hebben in de vrij besteedbare algemene reserve. Voor de begroting 2024 presenteren we over de boekjaren 2023 t/m 2027 de geraamde stand van de algemene reserve en de geraamde mutaties voor de komende jaren. Hierin zijn de bedragen van de MUIP 2024 meegenomen. De mutaties in de 2e berap 2023 die van invloed zijn op de algemene reserve konden nog niet meegenomen worden, omdat deze ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend waren. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Saldo per 1-1 Winstnemingen Onttrekkingen Saldo per 31-12
2023
2024
2025
2026
2027
7.829 399 -586 7.642
7.642 151 -363 7.430
7.430 0 -327 7.103
7.103 0 -338 6.765
6.765 0 -347 6.418
De winstnemingen zijn het totaal aan winstnemingen van gronden in exploitatie en winst uit verkoop van restkavels (afgesloten exploitaties). Bij gronden in exploitatie is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op de POC methode die is voorgeschreven door de commissie BBV. Voor een specificatie van de verwachte winstnemingen per grondexploitatie zie paragraaf G. De onttrekkingen zijn onder andere de afboeking van niet door te berekenen algemene kosten van het Grondbedrijf.
85
5. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en ook het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en in de begroting. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. Een afzonderlijk kengetal moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met de andere kengetallen, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte).
De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om beter inzicht te krijgen in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Ter vergelijking zijn de signaleringswaarden opgenomen die de provincie Limburg hanteert. Deze signaleringswaarden zijn gebaseerd op het ‘Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020’ gemeenten. Tevens zijn de landelijke gemiddelden opgenomen voor gemeenten met 35.000 – 45.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘Data Financiën Decentrale Overheden’. Omdat de begrotingen 2023 – 2026 nog niet bekend zijn, is de jaarschijf 2023 uit de begroting 2022 – 2025 gehanteerd. Verloop kengetallen
Financiele kengetallen
Jaarrekening 2022
Begroting 2023*
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
48%
64%
82%
85%
92%
87%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
38%
54%
73%
77%
85%
80%
Solvabiliteitsratio
38%
36%
27%
26%
22%
22%
Structurele exploitatieruimte
7%
3%
0%
1%
-4%
-5%
Grondexploitatie
-1%
0%
0%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
90%
90%
89%
90%
90%
90%
Begroting 2024 - 2027
Begroting 2024 Gemeenten 35.000 Venray t.o.v. - 45.000 inwoners signaleringso.b.v. begroting waarde 2023 jaarschijf provincies ** 2024*** Cat. A
70%
Cat. A
63%
Cat. B
34%
Cat. B
3%
Cat. A
7%
Cat. A
97%
* Geactualiseerde begroting 2023 ** Cat. A = minst risicovol; Cat. B = neutraal; Cat. C = meest risicovol *** Volgens de site Findo.nl (Data Financien Decentrale Overheden). Gebaseerd op de begroting 2023.
Netto schuldquote Geeft inzicht in het niveau van de schulden van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld als de schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter.
86
De netto schuldquote van Venray bevindt zich met 82% voor 2024 in categorie A van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. Dit betekent het minst risicovolle risicoprofiel. Meerjarig is een stijging van de schuldquote waarneembaar. Dit wordt (cijfermatig) veroorzaakt door de verwachte investeringen en het hiermee gepaard gaand aantrekken van financiering. Zie voor nadere toelichtingen op de voorgenomen investeringen de paragraaf Investeringen en majeure projecten. Gemeenten in de grootteklasse 35.00 – 45.000 inwoners ramen gemiddeld een schuldquote van 70%. Let wel dit is gebaseerd op de jaarschijf 2024 uit de begrotingen 2023 - 2026. Zoals gezegd betreft dit een gemiddelde van gemeenten. Zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) is het niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden. Terugkijkend naar de jaarrekeningen van voorgaande jaren is waar te nemen dat over het algemeen de ratio’s in de realisatie beter zijn dan in de begrotingen werd verwacht. Dit komt vooral de uitvoering van de investeringen in de realisatie achterblijft bij de ramingen en daarom ook geen financiering aangetrokken hoeft te worden. In zijn algemeenheid hoeft een hoge netto schuldquote op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren.
Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote inclusief verstrekte leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen bevind zich voor het jaar 2024 met 73% in de categorie A. Solvabiliteit Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves).
De solvabiliteitsratio van Venray bevindt zich voor het jaar 2024 op 27% en daarmee binnen de neutrale categorie volgens de signaleringswaarde van de provincie Limburg (cat. B: 20 - 50% neutraal) . Vanaf 2026 is een daling zichtbaar. Dit komt vooral omdat vanaf dat jaar een groot negatief begrotingsresultaat wordt verwacht. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026. In 2026 is namelijk een sterke terugval in de baten gemeentefondsuitkering zichtbaar. Gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners hebben gemiddeld een ratio van 34%. Zoals voorgaand opgemerkt is het zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden. Deze ratio dient in samenhang met de andere ratio’s beoordeeld te worden. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen goed te noemen is. Ook bij deze ratio zijn de ratio’s in de realisatie bij de betreffende jaarrekening beter dan verwacht bij de begrotingen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.
87
Voor het jaar 2024 wordt een ratio van 0% verwacht en is sprake van de categorie B neutrale risicocategorie (Cat. B: = 0% neutraal). Vanaf 2026 is zichtbaar dat sprake is van negatieve percentages. Dit komt omdat vanaf dat jaar een groot negatief begrotingsresultaat wordt verwacht. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026. In 2026 is een sterke terugval in de structurele baten gemeentefondsuitkering zichtbaar. Grondexploitatie Deze ratio geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten. Het kengetal grondexploitatie van Venray bevindt zich met 0% ruim in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. De grondpositie vormt dan ook een zeer gering deel van de totale baten en is dan ook als goed te beschouwen. Belastingcapaciteit Geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar. Het kengetal belastingcapaciteit van Venray bevindt zich in 2024 met 89% in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg.
Gebaseerd op deze ratio betekent dit dat Venray, indien geconfronteerd met grote financiële tegenvallers, theoretisch de ruimte heeft om ten opzichte van een landelijk gemiddelde de belastingen te verhogen. Conclusie financiële kengetallen Ten opzichte van de signaleringswaarde van de provincie Limburg (gemeenschappelijk toezichtkader) bevinden zich het merendeel van de ratio’s in de categorie A minst risicovol. Dit met uitzondering van de ratio solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat er sprake is van een goed weerstandsvermogen. De weerstandsnorm bevindt zich in 2024 en alle opvolgende jaren ruim boven de 2. Meerjarig gezien is een negatieve verwachte structurele exploitatieruimte zichtbaar en een daling van de solvabiliteitsratio. Dit wordt vooral veroorzaakt door een afname van de gemeentefondsuitkering vanaf het jaar 2026 (ravijnjaar).
88
Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoudc.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.
Onderhoud van en investeringen in kapitaalgoederen worden integraal uitgevoerd door alle disciplines binnen de openbare ruimte, om te zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en de overlast van de burgers tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast worden de bewoners, dorps- en wijkraden en gebruikers betrokken bij het maken van het ontwerp en wordt zelfwerkzaamheid meegenomen in de uitvoering. Op deze manier van werken wordt uitvoering gegeven aan zelfsturing en wordt de betrokkenheid bij de openbare ruimte vergroot. Deze werkwijze zorgt er ook voor dat de planning uit de individuele beheersplannen wordt aangepast om meer synergie te behalen en/of integrale uitvoering mogelijk te maken. Hierdoor kunnen plannen naar voren of achteren schuiven of prioriteiten worden aangepast, zodat onderhoud niet of anders wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft invulling aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. De investeringen zijn opgenomen in paragraaf H. De omvang van de kapitaalgoederen wordt geïllustreerd weergegeven in onderstaande tabel door de volgende cijfers: Omschrijving
Hoeveelheid
Oppervlakte van de gemeente Venray (ha) Verharde en onverharde wegen (m2) Aantal lichtmasten Aantal kolken Aantal pompen en gemalen Vrijverval riool (km) Persleiding (km) Bos. incl. natuurterreinen (ha) Beplanting/openbaar groen (m2) Gras/openbaar groen, excl. bermen buitengebied (m2)
16.500 3.982.522 9.535 19.130 737 386 196 1.385 558.651 1.380.110
Artikel 12 van het BBV schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen moet worden aangegeven: - Het beleidskader; - De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; - De vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Wij zullen nader ingaan op de volgende onderdelen: • Onderhoud wegen. • Onderhoud riolering. • Onderhoud haven. • Onderhoud openbaar groen. • Onderhoud bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen. • Onderhoud openbare verlichting. • Onderhoud gebouwen. 89
Beheerplan
Vastgesteld in
Looptijd t/m
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
Wegen
Verwacht eind 2023
2027
Ja
Ja
GRP
2021
2025
Gesloten systeem
Nee
Havenbeheerplan
2022
2025
Ja
Nee
Groenbeheerplan
2020
2025
Ja
Nee
Beheerplan onkruid op verharding 2017
Geen einddatum
Ja
Nee
Bossen
2022
2031
Gesloten systeem
Nee
Openbare Verlichting
2021
2026
Ja
Nee
Gebouwen
2021
2030
Deels
Nee
2024-2027
Ja
Ja
Beheerplan Civiele Kusntwerken Verwacht eind 2023
1. Onderhoud wegen (programma 3) Doel Instandhouding van het verharde wegennet, zodanig dat de mobiliteit van de gebruikers gewaarborgd en van voldoende comfort blijft. De streefkwaliteit voor wegen is B. Voor fietspaden en het centrumgebied wordt A nagestreefd. Het minimale onderhoudsniveau mag bij voorkeur niet lager worden dan niveau C. Waar dit door uitstel van een project toch gebeurt moet de weg in ieder geval veilig gehouden worden. Beleidskader In Venray wordt de strategie toegepast dat het juiste onderhoud op het juiste tijdstip wordt uitgevoerd, om een zo rendabel mogelijk beheer van de verhardingen te realiseren. In het huidige beleidsplan, is aangegeven dat veel gebruikte verhardingen een hoger kwaliteitscijfer mogen hebben dan minder of niet gebruikte verhardingen. Er is gekozen voor gedifferentieerde kwaliteit, waarbij extra aandacht besteed zal worden aan de verhardingen in de centra van Venray en kerkdorpen en verhardingen ten behoeve van de voet- en fietspaden. Eind 2023 wordt een nieuw wegenbeleidsplan vastgesteld, dit is een jaar later dan eerder aangegeven doordat prijzen eind 2022 opnieuw berekend moesten worden in verband met grote onzekerheden en inflatie. Door eerdere bezuinigingen is de kwaliteit van het wegennet achteruit gegaan, zodat er sprake is van achterstallig onderhoud. De komende jaren wordt een inhaalslag gemaakt.
Op die manier wordt voorkomen dat onacceptabele en onveilige situaties ontstaan en wordt het achterstallig onderhoud weggewerkt. Bij werkzaamheden wordt telkens gekozen voor een zo integraal mogelijke aanpak van alle werkzaamheden, waaronder riolering, verkeer, groen en openbare verlichting. Bij totale vervanging van de wegverharding worden aparte kredieten aangevraagd, vaak in combinatie met rioolvervanging en aanleg verkeersmaatregelen. Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspecties en periodieke schouwen door de weginspecteurs en eigen waarnemingen van beheerders en toezichthouders. De resterende noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd n.a.v. klachten en meldingen van derden. Bijzonderheden Voor 2024 staat weer een aantal reconstructies op de planning. Grote projecten die in 2024 gaan of blijven lopen, zijn de Stationsweg, herinrichting Blitterswijckseweg en het Henri Dunant viaduct A73. Dit is tevens een uitgelezen moment om met deze werkzaamheden een infiltratieriool aan te leggen. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast af. Niet alleen in de straten waar de werkzaamheden plaatsvinden, maar ook daarbuiten. Binnen het asfaltonderhoud zullen we, net als in 2023, ook in 2024 een aantal verkeerskundige maatregelen meenemen, op een aantal wegen in Venray. Hiermee kunnen we voldoen aan de vastgestelde netwerknota.
Deze maatregelen bestaan uit het realiseren van plateaus, rode fietsstroken en getrapte fietsoversteken ter plaatse van kruisingen. 90
Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in wegen en verkeersmaatregelen zijn in 2024 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Lasten wegen en verkeer
5.106
5.322
5.670
5.998
2. Onderhoud riolering (programma 3) Doel Het doel is een goede onderhoudstoestand van het rioolstelsel. Bestaande riolen worden gerepareerd, versleten riolen vervangen of gerelined. Maatregelen worden getroffen om de gevolgen van de klimaatveranderingen te voorkomen of beperken. Hierdoor is het rioolstelsel ook op lange termijn geschikt voor het afvoeren van afvalwater en hemelwater. Beleidskader Het beleidskader is vastgelegd in het GRP 2022-2025. In het GRP is aangegeven waar het onderhoud uit bestaat en welke middelen daar voor noodzakelijk zijn. Bij onderhoud kan worden gedacht aan het verhelpen van storingen bij gemalen of verstoppingen in rioolhuisaansluitingen. Maar ook het periodiek schoonmaken van kolken en rioolleidingen. Bijzonderheden Een aantal grotere projecten opgestart in 2023 lopen door in 2024. Zoals bijvoorbeeld de herinrichting van Oude Heerweg en de reconstructie van de Stationsweg in Venray. Daarnaast wordt in 2024 een aantal nieuwe projecten opgestart: - De vervanging van een deel van de 700 drukrioolgemaaltjes - De aanleg van infiltratieriolering in o.a. het Brukske en in de Pavanestraat in het kader van de bestrijding van wateroverlast. - De reconstructie van de Albionstraat is een goed moment om hier een infiltratieriool aan te leggen.
Dit is een belangrijke stap om de kern Leunen beter te beschermen tegen de zwaardere regenbuien die in de toekomst gaan vallen (klimaatadaptatie). Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in riolering zijn in 2024 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Lasten riolering
1.928
1.960
2.006
2.001
3. Onderhoud haven (programma 3) Doel Om de haven in een goede conditie te houden moet er regelmatig onderhoud plaatsvinden. Bijvoorbeeld moet de haven op de goede diepte worden gehouden. Kades moeten indien nodig worden gerepareerd of vervangen. Beleidskader Het kader voor het onderhoud en vervangen wordt gevormd door het havenbeheerplan. In het voorjaar van 2022 is het nieuwe havenbeheerplan 2022-2025 vastgesteld. In dit plan worden de onderhoudsmaatregelen en de investeringen op een rij gezet, en wordt het havengeld voor de komende jaren bepaald. Omdat het een nieuwe haven betreft zijn er voor 2024 geen grote werkzaamheden gepland. Bijzonderheden Een aantal grotere projecten opgestart in 2023 lopen door in 2024. Zoals bijvoorbeeld de herinrichting van Oude Heerweg en de reconstructie van de Stationsweg in Venray. Daarnaast wordt in 2024 een aantal nieuwe projecten opgestart: - De vervanging van een deel van de 700 drukrioolgemaaltjes - De aanleg van infiltratieriolering in o.a. het Brukske en in de Pavanestraat in het kader van de bestrijding van wateroverlast. - De reconstructie van de Albionstraat is een goed moment om hier een infiltratieriool aan te leggen. Dit is een belangrijke stap om de kern Leunen beter te beschermen tegen de zwaardere regenbuien die in de toekomst gaan vallen (klimaatadaptatie). Financiële consequenties
91
Voor de uitvoering van het onderhoud in de haven zijn in 2024 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Lasten industriehaven en jachthaven
79
86
98
742
4. Onderhoud openbaar groen (programma 2) Doel Het in stand houden en verbeteren van de openbare groenvoorzieningen, om een comfortabel leefklimaat te handhaven. Hierbij worden, met gericht beheer en onderhoud de verschillende functies van het openbaar groen, zoals aankleding, afscherming en verkeersgeleiding gewaarborgd. Beleidskader Het openbaar groen maakt integraal deel uit van het algeheel stedelijk woon- en leefklimaat. Om zowel de visueel/ruimtelijke, gebruiks- als ecologische functies te kunnen waarborgen moet het groen zo goed en efficiënt mogelijk beheert en onderhouden worden. Binnen de beschikbare middelen wordt gezocht naar efficiënter en effectiever onderhoud. Het groenstructuurplan dient als uitgangspunt voor het beheer van de openbare ruimte. Deze meerjarenvisie gaat, na herziening, ook een rol in de omgevingsvisie spelen. In het beheerplan groen & reiniging wordt het onderhoud op beeldkwaliteitsniveau ingedeeld. Uitgangspunt hierbij is dat het groen op minimaal basisniveau wordt onderhouden, om verwaarlozing en daardoor vroegtijdige groenrenovaties te voorkomen. Deze beeldkwaliteitsniveaus zijn verwerkt in de onderhoudsbestekken. Om de technische staat van de plantsoenen te kunnen waarborgen worden jaarlijks groenstroken gerenoveerd en bomen vervangen.
Door jaarlijks een deel te vervangen ontstaat een meer gelijkmatigere leeftijdsopbouw van groenvoorzieningen en wordt een noodzakelijke forse investering in de toekomst voorkomen (inhaalslag). Daarnaast kan het groenareaal en bomenbestand in stand worden gehouden zodat de aanwezigheid van ‘voldoende’ groen gewaarborgd blijft en het groenareaal/bomenbestand niet afneemt. Onderdeel van het beheerplan groen & reiniging is het vergroten van de biodiversiteit binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen. Bij herinrichtingen/vervangen van groenstroken/bomen wordt hier door bijvoorbeeld soortkeuze rekening mee gehouden. In de afgelopen jaren is intensief beheerd gras omgevormd naar schraal/bloemrijk gras om de biodiversiteit te vergroten. De komende jaren wordt gestreefd om dit verder uit te breiden. Het beheerregime zal hier op aangepast worden zodat de soortenrijkdom van flora en fauna op deze stukken kan toenemen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van groenaanleg in sterk stenige omgevingen om het plaatselijke (leef)klimaat te verbeteren. Mogelijke investeringen zijn niet standaard opgenomen in de begroting maar zullen separaat in MUIP aanvragen worden voorgelegd. Het beheerplan groen & reiniging is van toepassing op stedelijk groen en beperkt zich daarom tot het groen binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen.
In de uitvoeringsnota bomen staan richtlijnen hoe om te gaan met het gemeentelijke bomenbestand, monumentale/waardevolle bomen en bomen in aandachtsgebieden. De gemeente wil de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen en inspelen op het veranderende klimaat. De omgang met gemeentelijke, maar ook particuliere bomen is daarbij van groot belang. De gemeente vervult hierin een sturende rol. Deze uitvoeringsnota geeft duidelijke richtlijnen met betrekking tot de bescherming van bomen, compensatieregeling bij het kappen van bomen en een bijdrageregeling voor monumentale en waardevolle bomen op particulier grondgebied. Bijzonderheden Door de (extreme) droogte en hoge temperaturen van de afgelopen jaren op het openbaar groen betekent dat er meer uitval is dan gemiddeld. Na extreem droge jaren zijn de gevolgen al zichtbaar worden. Dit heeft ervoor gezorgd dat er in 2023/2024 meer uitval is dan voorzien waardoor het beschikbare budget onder druk komt te staan. Ook kan de droogte betekenen dat de levensduur van bomen / plantsoenen wordt verkort en eerder aan vervanging toe zijn. Financiële consequenties 92