CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

NMF brief als reactie op brief college B&W dd 21-1-2-21 De Spurkt

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Ontwikkelingen bedrijventerrein De Spurkt699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Venray T.a.v. leden van de gemeenteraad

Roermond: 26 januari 2021 Betreft: Reactie op brief van het college van B&W dd 21-1-2021 over De Spurkt Van: G. Lenstra Kenmerk: / GL / 292.14.8.26

Geachte leden van de gemeenteraad, De Natuur- en Milieufederatie Limburg (NMFL) reageert hierbij op een aantal punten genoemd in de brief d.d. 21 januari 2021 die het college van B&W aan de gemeenteraadsleden heeft gestuurd over industrieterrein De Spurkt. . Aantasting Bronsgroene landschapszone Het plangebied ligt voor het grootste deel in Bronsgroene landschapszone. In de Omgevingsverordening Limburg worden de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone beschreven. Dit zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en aardkundige waarden en reliëf. In bijlage 10 van het Ontwerpbestemmingsplan ‘Hoofdstuk 8. Onderzoek milieuaspecten’ (Arcadis 2020) wordt beschreven dat de realisatie van het bedrijventerrein een negatief effect heeft op al deze kernkwaliteiten (behalve op aardkundige waarden en reliëf, omdat de percelen ten behoeve van de landbouw al zijn geëgaliseerd). Het college van B&W geeft in haar brief aan dat de inrichting van het plan voorziet in een versterking van de aanwezige groene waarden door de bestaande groene structuren te behouden en te versterken. Met de brede doorkijk onder de hoogspanningsleidingen wordt een open beeld gecreëerd en met de inrichting een gevoel van openheid dat aansluit op het beekdal. Hiermee wordt dan het groene en visueel-landschappelijke karakter op een juiste manier gecompenseerd.

Zo ziet het er onder de hoogspanningsleidingen nu uit:

1

Hier staan straks allerlei bedrijfshallen: hoe kun je dan beweren dat het groene, visueel-ruimtelijke karakter van dit gebied behouden blijft? Als je onderstaande afbeeldingen vergelijkt, is goed te zien dat er van het groene, visueel-ruimtelijke karakter niets overblijft (llinks is blauw omlijnd het plangebied te zien hoe het er nu bij ligt en rechts is een verbeelding van het industrieterrein te zien; paars zijn bedrijven, groen is natuur/groen).

Natuurcompensatieplan is zwaar ondermaats Als conclusie wordt in de bijlage Onderzoek milieuaspecten van het Ontwerpbestemmingsplan gesteld dat er sprake is van (zeer) ernstige aantasting of verlies van leefgebieden van zwaar beschermde (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) soorten. Er zal daarom aan de oostzijde van het plangebied een natuurzone van 3,4 ha worden ingericht voor de doelsoorten boerenzwaluw, huismus, steenuil,

2

vleermuizen en das. Voor het mitigeren1 van het verlies van nestlocaties en verblijfplaatsen, zal een opstal gebouwd worden waar soorten als boerenzwaluw, huismus, steenuil en vleermuizen gebruik van kunnen maken. Het college van B&W geeft in haar brief aan dat het compensatieplan is goedgekeurd door de provincie Limburg. Er loopt echter nog een bezwaarprocedure tegen deze goedkeuring. Hierin is o.a. aangegeven dat het voorgestelde compensatiegebied geen leefgebied is voor alle hierboven genoemde doelsoorten, zo komen huismussen – de naam zegt het al – met name voor in de nabijheid van huizen. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat er huismussen in de aangeboden vervangende nesten gaan nestelen. Ook is in het bezwaarschrift aangegeven dat de compensatiestal die bedoeld is voor én vleermuizen én steenuilen én boerenzwaluwen én huismussen niet gaat werken. Het is bijvoorbeeld bekend dat (steen)uilen niet samengaan met mussen en boerenzwaluwen; zij eten namelijk de jongen. Daarbij heeft Das&Boom uitgerekend dat er volgens het Kennisdocument das voor de das circa 25 ha foerageergebied gecompenseerd zou moeten worden, wat in schril contrast staat met de voorgestelde compensatie van 3,4 ha. Ten slotte geeft het college aan dat algemene soorten als konijn, vink en merel vooral afhankelijk zijn van de bestaande groene structuren in het gebied.

Doordat deze worden versterkt, zou er juist meer leefgebied voor deze soorten komen. Konijnen leven echter bij voorkeur in gras- en weilanden die omgeven zijn door bossen en hagen; de gras- en weilanden worden nu vervangen door bedrijfshallen. En ook voor merels en vinken gaat het er niet op vooruit: merels komen voor waar grasvelden met bomen en stuiken zijn en het leefgebied van de vink bestaat uit halfopen cultuurlandschap met bomen.

Hoogachtend, Grietje Lenstra namens de Stichting Natuur en Milieufederatie Limburg,

Hier is geen sprake van mitigeren (verzachten van tijdelijk – niet significant- negatieve effecten van een ingreep, maar van compensatie (het goedmaken van verlies van bepaalde natuurwaarden). 1

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9678347/1