CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Naslag: uitgangspuntennotitie ‘Gemeenschapshuis en wijkcentrum pijler van levendige dorpen en wijken - van gemeenschapshuis naar huis van de gemeenschap’ van november 2013, blz. 11 t/m 22.

Commissie Leven 27 februari 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Evaluatie Schoon door de Poort5.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesnota aan gemeenteraad Onderwerp Uitgangspunten gemeenschapsaccommodatiebeleid Datum

11 december 2013

Kenmerk Afdeling

Bestuurszaken

Naam steller

Germy Thielen/Wilco van der Bas

Afdelingsmanager

Dorien van der Giessen

Coördinator

Toos Leijsten

Voorstel 1. Kennis te nemen van de notitie Gemeenschapshuis en wijkcentrum pijler van levendige dorpen en wijken; 2. In te stemmen met het algemeen uitgangspunt dat de dorps- of wijkgemeenschap zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de gemeenschapsaccommodatie; 3. De actiepunten zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2014 – 2018 als vertrekpunt te nemen voor nadere voorstellen aan de raad. Aanleiding In december 2010 is door de gemeenteraad de Kadernota Accommodatiebeleid vastgesteld. In deze nota is aangegeven dat voor de gemeenschapsaccommodaties aanvullend beleid zou worden opgesteld. De verwachtingen bij de gemeenschapsaccommodaties waren hooggespannen, met name voor wat betreft de financieringsmogelijkheden, doch het aanvullend beleid bleef uit en zette de relatie tussen gemeenschapshuizen (vertegenwoordigd in het Gemeenschapshuizenoverleg GHO) en de gemeente onder druk. In een intensief traject is vanaf het voorjaar 2012 gewerkt aan herstel van vertrouwen en het opstellen van beleidsuitgangspunten. Zo is aan de hand van gesprekken met 17 individuele besturen een inventarisatie gemaakt van de bestaande situatie. Hieruit werd duidelijk dat, naast de diversiteit van de accommodaties, sprake is van realiteitszin en een grote mate van verantwoordelijkheidsbesef bij de besturen.

De staat van de accommodaties levert geen acute knelpunten op maar vraagt waarschijnlijk om aanpassingen voor het toekomstig gebruik. In het najaar van 2012 is een werkgroep samengesteld, bestaande uit een vertegenwoordiging van het GHO en de gemeente, in een later stadium aangevuld met een vertegenwoordiging van de wijkcentra. Al snel in het traject werd duidelijk dat een uniform beleid voor alle gemeenschapsaccommodaties niet wenselijk is. De verschillen in de gemeenschapsaccommodaties vormen een afspiegeling van de verschillen in gemeenschappen en worden door eenieder als acceptabel aanvaard. De vraag om een uniform beleid op beheer en exploitatie was daardoor niet langer aan de orde en de focus werd gelegd op een gezamenlijk geformuleerde uitgangspuntennotitie. De voorliggende notitie is het resultaat van de samenwerking en opgesteld door de werkgroep. Het algemeen uitgangspunt, dat elke dorps- of wijkgemeenschap zelf verantwoordelijk is voor de gemeenschapsaccommodatie, vormt de basis voor nadere invulling. Het toepassen van dit uitgangspunt vergt van beide partijen een inspanning. De gemeenschapsaccommodaties zullen binnen hun eigen gemeenschap de omvang en reikwijdte van het draagvlak, en daarmee hun bestaansrecht, op moeten halen.

Van de gemeente wordt onder meer verlangd dat zij, in haar regels en beleid die een zelfstandige exploitatie in de weg kunnen staan, voldoende ruimte biedt. Om de accommodaties in de gelegenheid te stellen hun exploitatie duurzaam in te richten wordt in de periode tot 2018 de gelegenheid geboden om een ondernemingsplan op te stellen. Ook hiervoor heeft de werkgroep huiswerk gemaakt: in de bijlage is een concept ondernemingsplan als hulpdocument voor alle gemeenschapsaccommodaties opgenomen. Voor ondersteuning bij het opstellen van het ondernemingsplan en eventuele te treffen maatregelen om de duurzame exploitatie mogelijk te

Pagina 1 van 4

Adviesnota aan gemeenteraad maken, kan de gemeenschapsaccommodatie een beroep doen op de gemeente (‘schoon door de poort’). Voor de periode van 2014 tot 2018 is in de notitie een uitvoeringsprogramma opgenomen. Het uitvoeringsprogramma geeft aan waar gemeente en gemeenschapsaccommodaties de komende jaren in gezamenlijkheid mee verder gaan. Het uitvoeringsprogramma is een dynamisch document dat gedurende de verdere samenwerking op onderdelen kan worden aangepast en/of aangevuld. Beoogd resultaat Vaststellen van het algemeen uitgangspunt voor gemeenschapsaccommodaties op basis waarvan verdere samenwerking wordt vormgegeven. Argumenten 1.1 Uitgangspuntennotitie is uitwerking van de Kadernota Accommodatiebeleid In de Kadernota Accommodatiebeleid is de nadere uitwerking van het gemeenschapshuizenbeleid toegezegd. Met de notitie Gemeenschapshuis en wijkcentrum pijler van levendige dorpen en wijken wordt uitvoering gegeven aan deze toezegging. 1.2 Uitgangspuntennotitie is in samenwerking met gemeenschapsaccommodaties opgesteld De notitie vormt het resultaat van een intensieve samenwerking tussen gemeente en gemeenschapsaccommodaties. Met deze notitie laten de gemeenschapsaccommodaties zien dat zij vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en realiteitszin de toekomst van de accommodaties willen zekerstellen. De eigen bijdrage aan het traject om te komen tot deze notitie getuigt hiervan.

1.3 Uitgangspuntennotitie biedt ruimte voor maatwerk Een uniform beleid voor beheer en exploitatie van de gemeenschapshuizen is niet haalbaar en niet gewenst. Elke gemeenschapsaccommodatie vormt de afspiegeling van de betreffende gemeenschap. Dit betekent dat wordt volstaan met het vaststellen van uitgangspunten. Op deze wijze is in de uitvoering maatwerk mogelijk dat recht doet aan de verschillen in de gemeenschappen en accommodaties. 2.1 Gemeenschapsaccommodatie is niet van de gemeente Lange tijd is uitgegaan van de gedachte dat de gemeente zorg draagt voor een gemeenschapsvoorziening in elke kern en wijk. Deze gedachte werd versterkt door de financiële bijdrage die de gemeente zowel structureel als incidenteel aan een deel van de gemeenschapsaccommodaties verstrekt. Vanuit de veranderende en terugtredende rol van de overheid is dit gedachtegoed niet langer van toepassing. De gemeenschappen pakken vanuit een eigen draagvlak de exploitatie van hun gemeenschapsaccommodatie op. 2.2 Gemeenschappen bepalen zelf welke accommodatie bij hen past Door het gesprek in de eigen gemeenschap zelf aan te gaan, wordt de behoefte aan een gemeenschapsaccommodatie duidelijk. Verenigingen en andere (potentiële) gebruikers bepalen zelf het bestaansrecht van de accommodatie en geven daarmee invulling aan de wijze waarop exploitatie en beheer worden ingevuld.

2.3 Samenhang met overige voorzieningen in de gemeenschap vormt inbreng discussie De vraag naar de behoefte van een gemeenschapsaccommodatie binnen een gemeenschap roept al snel dezelfde vraag op voor wat betreft eventuele andere aanwezige voorzieningen. Niet alleen voor wat betreft de samenhang met ander maatschappelijk vastgoed, maar ook een aanwezige (commerciële) horecavoorziening maakt onderdeel uit van een totaaloverzicht. Samenwerkingsmogelijkheden bieden kansen voor synergie.

Pagina 2 van 4

Adviesnota aan gemeenteraad 3.1. Samenwerking voortzetten De notitie is het resultaat van een proces waarin de samenwerking tussen besturen van de gemeenschapsaccommodaties en gemeente tot stand is gebracht. De gemaakte afspraken en de geformuleerde aandachtspunten vragen om een verdere uitwerking. Ook hier wordt gezamenlijk aan gewerkt, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. 3.2. Dynamisch document Het uitvoeringsdocument is een dynamisch document. Gedurende de komende jaren zullen als gevolg van diverse ontwikkelingen nieuwe aandachtspunten kunnen ontstaan. In gezamenlijkheid wordt het uitvoeringsprogramma hierop aangepast. Integraliteit/Relatie met andere beleidsvelden De notitie Gemeenschapshuis en wijkcentrum pijler levendige dorpen en wijken is onderdeel van het accommodatiebeleid. Daarnaast bestaat een relatie met alle beleidsterreinen die het beheer en exploitatie van de accommodatie beïnvloeden, zoals subsidiebeleid, horecabeleid, WMO-beleid, SROI, Participatiewet, bestemmingsplannen, vastgoedbeleid en gemeentelijke heffingen.

Vanuit het GHO is nadrukkelijk het verzoek gedaan aan de gemeente om integraal om te gaan met verzoeken voor aan-/ver/-nieuwbouw van maatschappelijk vastgoed voor wat betreft maatschappelijke functies die ook heel goed in gemeenschapsaccommodaties geïntegreerd kunnen worden en dus hierover de desbetreffende gemeenschapsaccommodatie vroegtijdig te informeren. Hiermee wordt een efficiënter gebruik van aanwezige accommodaties bereikt. Kanttekeningen/risico's Met het proces zoals in deze nota beschreven is een samenwerkingsrelatie met de besturen van gemeenschapshuizen tot stand gekomen. Over en weer vraagt het opgebouwde vertrouwen om verdere aandacht in de samenwerking. (Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.) In de gemeentelijke organisatie zal de continuïteit van de samenwerking, de nakoming van gemaakte afspraken en het behoud van het vertrouwen geborgd moeten worden. Daarnaast is in het bijzonder aandacht nodig voor de haalbaarheid van voorstellen/maatregelen. De totale omvang zal hoogstwaarschijnlijk dwingen tot prioritering, terwijl de verwachtingen kunnen zijn dat alles ineens kan worden gerealiseerd. Dit vergt een goede communicatie. Communicatie Door Dagelijks Bestuur GHO en gemeente in een gezamenlijk persbericht. Via gemeentelijke website en gemeentepagina.

Financiële gevolgen Met de voorliggende besluitvorming wordt het gezamenlijke uitgangspunt en de afspraken vastgelegd. Het ‘schoon door de poort’ principe vraagt in de komende tijd om ondersteuning vanuit de gemeente. Waar nodig zal een beroep op de gemeente worden gedaan om investeringen die de duurzame exploitatie mogelijk maken. De omvang van deze financiële behoefte is op dit moment niet bekend. Gelet op de aanwezige realiteitszin en het verantwoordelijkheidsbesef bij de besturen van de gemeenschapsaccommodaties als ook de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten (gemeenschap is verantwoordelijk voor instandhouding) mag een reële inschatting van de investeringsbehoefte worden verwacht. Door de relatie die zij leggen met overige accommodaties binnen de gemeenschap zullen kostenbesparingen niet ondenkbaar zijn. Als eerste actiepunt in het uitvoeringsprogramma is dan ook het maken van een inschatting van de eventuele extra behoefte genoemd. Hierin wordt ook de

Pagina 3 van 4

Adviesnota aan gemeenteraad benodigde gemeentelijke ondersteuning in beeld gebracht. Aan de hand van deze indicatie zal een nader voorstel volgen over omvang en vorm van het noodzakelijke investeringsbudget. Personele/organisatorische gevolgen De vervolgwerkzaamheden voor het gemeenschapsaccommodatiebeleid vragen met name in de periode van 2014 tot 2018 ondersteuning in het (externe) proces om tot opzet en beoordeling van de ondernemingsplannen te komen. De aard en omvang van deze vervolgwerkzaamheden en hoe deze ingebed worden in de gemeentelijke organisatie, is de eerste interne vraag die wordt meegenomen in het opvolgende raadsvoorstel waarin het investeringsbudget in beeld wordt gebracht. Juridische gevolgen/rechtmatigheid N.v.t. Fatale termijnen N.v.t.

Overleg gevoerd met Extern Gemeenschapshuizenoverleg (GHO) en wijkaccommodaties Dorpsradenoverleg en Wijkradenoverleg zijn door de werkgroep geïnformeerd over de inhoud van de notitie. Intern Projectteam Accommodaties; team Beleid MD; team Vastgoedbeheer; team GGW (inclusief aspirant contactfunctionarissen); Henny Oudenhoven (stedenbouwkundige); Henry Gruijters (medewerker openbare orde); Patrick Schoenmakers (procesbegeleider MFC Leunen); Peter de Vet (projectleider MFC Wanssum); Margo van der Meer (senior beleidsadviseur grondzaken); Hanny van Dinther (beleidsmedewerker milieu); Suzanne van der Beele (jurist RO); Nancy Pronk (planoloog dorpen); Peter Huijs (senior beleidsmedewerker WW); Monique Janssen (medewerker openbare orde en veiligheid); Anne de Wit (senior adviseur financiën); Bert Albers (communicatieadviseur); Hans Killaars (afdelingsmanager MD); Paul de Mulder (coördinator MD); Karin Bruggeman (afdelingsmanager OR); Marco van de Voort (coördinator OR); Dorien van der Giessen (afdelingsmanager BZ, ambtelijk opdrachtgever); Lucien Peeters (portefeuillehouder). Vervolgtraject besluitvorming Nadere uitwerking in vervolg raadsvoorstel. Evaluatie N.v.t. Bijlagen  Notitie Gemeenschapshuis en wijkcentrum pijler van levendige dorpen en wijken (november 2013), incl. bijlagen;  Brief van het college aan de besturen van de gemeenschapsaccommodaties, d.d. 19-12-2013.

Naslagwerk Kadernota Accommodatiebeleid (14 december 2010)

Pagina 4 van 4

Voorinformatie Ondernemingsplan (Bijlage II) Voor u ligt een basisformat voor een bedrijfsplan, dit format is ontstaan uit de werkgroep accommodatie (GHO afgevaardigde en afgevaardigde gemeente Venray) Dit ondernemingsplan is geen ondernemingsplan wat helemaal ingevuld is, het geeft tips of richting aan het invullen van een ondernemingsplan, de kans is heel groot dat elke individuele accommodatie reeds heel veel informatie heeft wat in een ondernemingsplan gegoten kan worden. Het kan natuurlijk ook zijn dat een accommodatie al een ondernemingsplan heeft, gebruik dit dan ook gewoon, maar bekijk of er eventueel handige onderwerpen of tips in staan waar het bestaande ondernemingsplan aangepast kan worden. Het is niet de bedoeling geweest van de werkgroep om een voorgekauwd stuk op te stellen of te bepalen dat alle ondernemingsplannen aan dit format moet voldoen, of dat er geen eigen plannen gebruikt kan worden. Maar het is wel bedoelt om het besef te krijgen dat als men in 2018 schoon door de poort moet (op eigen benen staan dus) men een visie nodig heeft van de accommodatie wat verwoord is een document. In dit document moeten dus ook een aantal basis onderwerpen staan waarop of waarmee de visie onderbouwd wordt, dit is precies de bedoeling geweest van de werkgroep om een basis aan te leveren waarin deze onderwerpen weergegeven zijn. Het is een hulp document.

Nu zijn er natuurlijk een aantal verschillende benamingen voor ondernemingsplannen, vanuit de werkgroep is geprobeerd om hier een beetje duidelijkheid in te scheppen middels een schemaatje:

Ondernemingsplan: Omschrijving visie (tot 2023 bijvoorbeeld)

MeerJarenOnderhoudsBegroting (MJOB): Maakt als bijlage onderdeel uit van Ondernemingsplan. Weergave van de onderhoudspunten van de accommodatie weggezet in de tijd

Bijlagen Ondernemingsplan: Schema bezettingsgraad Jaarstukken accountant Schema …………… ?

Projectplan: Vanuit de visie (Ondernemingsplan) komt voort waar of welke investeringen benodigd zijn. Hiervoor een apart projectplan opstellen.

Ondernemingsplan Basis tbv GHO

Datum: 27 november 2013

Opgesteld door: G.H.O.

Versie Definitief

Inhoud: Hoofdstuk:

Pagina:

1. Geschiedenis Gemeenschapshuis/ wijkcentrum/ enz 2. Organisatie (gemeenschapshuis/ wijkcentrum/ enz) 3. Gebruikers/ bezettingsgraad 4. Financieel (overzicht) 5. Toekomst visie (waar wil ik zijn in 2023) 6. Risico(s) 7. Conclusie 8. Bijlage (MeerJarenOnderhoudsBegroting, jaarstukken, schema’s enz)

1.0

Geschiedenis Gemeenschapshuis/ DorpsServiceCentrum/ Wijkcentra enz: Hier een korte omschrijving geven van de geschiedenis van het desbetreffende gemeenschapshuis/ wijkcentrum/ dorpsServiceCentrum enz is. Ook weergeven wat de oprichting statuten zijn. Eventueel aangeven welke doelgroepen nu gebruikmaken van de het gebouw. Aanvullen met relevante informatie van de desbetreffende accommodatie, dit dient door ieder bestuur afzonderlijk ingevuld te worden. Door de grote verscheidenheid aan karakters, eigendomschap, dorpen is het moeilijk hier een standaard invulling voor te creëren.

2.0

2.1 2.2

2.2

Organisatie (gemeenschapshuis/ wijkcentrum/ enz): Schematisch weergeven hoe het bestuur is samengesteld, hoe de accommodatie is georganiseerd. Eventueel ook aangeven of er een aparte BV is. Geef de taken aan van de eventuele verschillende stichtingen, BV: (indien er een structuur van BV + Stichting zijn, dan zou hierbij ook de “taak”-verdeling bij moeten (bv. Stichting zorgt voor accommodatie en verhuur, de BV zorgt voor exploitatie). Maak het visueel met schema: Bestuur

Beheerder

Stichting

B.V.

3.0

Gebruikers/ bezettingsgraad

3.1 3.2 3.3

Welke instantie, verenigingen, clubs, koren, bandjes gebruik maken van het gebouw. Eventueel hier aangeven hoe de bezettingsgraad is van de verschillende huurders. Ook aangeven wat er waar plaats vindt. (bij de BV of de Stichting)

Vereniging Carnavals club KBO Biljarters

Ochtend 0 3 2

Middag 5 2 2

Avond 5 2 0

4.0

4.1

Financieel (overzicht): Vanuit het jaarverslag overnemen van de conclusie, eventueel aanvullen met een aanvullende conclusie van het eigen bestuur. Maak visueel middels een begroting wat de inkomsten, uitgaven, reserveringen (onderhoud) en eventuele de winsten of verliezen.(van de eventuele BV en Stichting)

Onderwerp

4.2

4.3 4.4

Inkomsten

Uitgaven

Maak inzichtelijk wat hoe de huur berekend is of wordt, en maak inzichtelijk of het bestuur een onrendabel deel op zich neemt om een acceptabele huur te krijgen voor de gemeenschap. Maak inzichtelijk wat het percentage is van bezettingsgraad naar (on) rendabel financiële bedrijfsvoering. Geef de (pro) actieve beheer aspecten aan van het heden of verleden, denk aan renovaties, onderhoud, inrichting/ inventaris vernieuwing enz.

5.0

Toekomst visie (waar wil ik zijn in 2023):

5.1 5.2

Omschrijf hier wat je als bestuur voor ogen hebt voor de komende 10 jaar. Geef eventueel in een begroting aan wat de toekomst visie betekend in investeringen (maak deze investeringen inzichtelijk in A/ begroting bij punt 4, en B/ in een MeerJarenOnderhoudsBegroting) Maak inzichtelijk hoe je eventueel met de gemeenschap naar een hogere bezettingsgraad wil, welke initiatieven of welke acties wil je ondernemen. (maak een koppeling naar het zogenaamde draagvlak van de gemeenschap) Maak inzichtelijk hoe je het draagvlak wil vergroten van de gemeenschap t.o.v. de accommodatie. Omschrijf waarom je eventueel een BV wil oprichten, waarom je bijvoorbeeld wil gaan werken met een vaste beheerder(ser)enzevoorts.

5.3

5.4 5.5

6.0

Risico:

6.1 6.2 6.3 6.4

Omschrijf welke risico’s er nu zijn Omschrijf welke risco’s er zijn vanuit de toekomst visie Maak inzichtelijk hoe je dit wil organiseren of al hebt georganiseerd.

7.0

Conclusie:

7.1 7.2

Maak hier een samenvatting van wat je hierboven hebt weergegeven. Geef in de tijd aan wanneer welk besluit nodig is, wanneer welke vergadering ingepland staat (draagvlak, Dorpsraad, verenigingen enz) of wanneer men contracten af wil sluiten. Maak inzichtelijk wanneer de uitvoering gaat starten maar ook wanneer het gereed is.

7.3

8.0

Bijlagen:

november 2013

GEMEENSCHAPSHUIS EN WIJKCENTRUM PIJLER VAN LEVENDIGE DORPEN EN WIJKEN Van gemeenschapshuis naar huis van de gemeenschap

G

.H.O. Gemeenschapshuizenoverleg gemeente Venray

1

Gemeenschapshuizenoverleg

Gemeente Venray

p/a secretaris L. Lenssen

Postbus 500

pl.lenssen@ziggo.nl

5800 AM Venray

Samengesteld door Werkgroep Versterking Gemeenschapshuizen: Peter van der Markt (De Brink Leunen) Sjaak Sluiters (Gemeenschapshuis Blitterswijck) Sjaak Smits (De Zandhoek Wanssum) Joris Roth (D'n Oesterham Oostrum) Ben van Eck (De Wis Castenray) Judith Cornelissen (Op 't Nipperke Smakterheide) Erik Zijlstra ('t Schöpke Veltum) Wilco van der Bas (gemeente Venray) Germy Thielen (gemeente Venray)

Vastgesteld door GHO d.d. 27 november 2013 Aangeboden aan de gemeenteraad ter bespreking in haar vergadering van 28 januari 2014

2

INHOUDSOPGAVE

pagina 1.

2.

Inleiding

4

1.1.

Aanleiding

4

1.2.

Eerste resultaten

5

Uitgangspunten van beleid

6

2.1.

Algemeen uitgangspunt

6

2.1.1.

Gevolgen algemeen uitgangspunt

7

2.2.

Schoon door de poort: naar een zelfstandige exploitatie in 2018

9

2.3.

Aandachtspunten van beleid

11

BIJLAGE I

UITVOERINGSPROGRAMMA 2014 – 2018

BIJLAGE II

ONDERNEMINGSPLAN

3

1 INLEIDING Ruim een jaar geleden, op woensdagavond 14 november 2012, is een werkgroep in het leven geroepen met als hoofddoelstelling om in 2018 sterke(re) Venrayse gemeenschapsaccommodaties te hebben en te behouden. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van: 

het dagelijks bestuur van het Gemeenschapshuizenoverleg Venray (GHO);

een dwarsdoorsnede van de dorps(gemeenschap)huizen;

de gemeente Venray en

sinds augustus 2013 ook een dwarsdoorsnede van de wijkcentra (D’n Hoender, Op ’t Nipperke, ’t Stekske, De Kiosk en ’t Schöpke).

Deze notitie is het product van een intensief samenwerkingstraject van het GHO en de gemeente, dat voorjaar 2012 is opgestart. De maanden daarvoor stonden alle seinen op rood; het GHO voelde zich al langere tijd niet serieus genomen door de gemeente, binnen de gemeente was onvoldoende aandacht voor de lastige positie van het dagelijks bestuur van het GHO en ook werd er onvoldoende inzet gepleegd op het dossier gemeenschapsaccommodaties. 1.1. AANLEIDING In december 2010 is door de gemeenteraad de Kadernota Accommodatiebeleid vastgesteld. Aan de totstandkoming van deze nota is een langdurig traject vooraf gegaan waarin, in samenspraak met de besturen van de verschillende accommodaties in Venray, is getracht om tot een algemeen accommodatiebeleid te komen. Ook de gemeenschapsaccommodaties, gekenmerkt door de onderlinge verschillen in afspraken en gebruik, zijn meegenomen in dit proces. De Kadernota Accommodatiebeleid bevat een aantal concrete uitspraken. Voor wat betreft de gemeenschapsaccommodaties is in de nota specifiek aangegeven dat hiervoor aanvullend beleid wordt opgesteld. Hiermee werd in december 2010 de verwachtte en gewenste duidelijkheid nog steeds niet gegeven aan de besturen van de gemeenschapshuizen en wijkcentra. Met de gemeentelijke herindeling in 2010 zijn ook de accommodaties in Wanssum, Blitterswijck en Geijsteren toegevoegd.

Voor de gemeenschapshuizen in deze kernen is, in afwachting van het nader te formuleren beleid, het beleid en bijbehorende financieringsstructuur van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum gehandhaafd.

4

Ondanks de toezegging in de Kadernota Accommodatiebeleid bleef ook na 2010 duidelijkheid uit. De verwachtingen bij de besturen van de gemeenschapsaccommodaties bleven echter bestaan. De vraag om duidelijkheid werd versterkt door ontwikkelingen op onder meer het stimuleringskader Gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing. Voor de op te stellen plannen in dit kader hadden verschillende dorpen en wijken de gemeenschapsaccommodatie als belangrijkste aandachtspunt benoemd. Ook recentere ontwikkelingen zoals de Decentralisatie AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) – WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), de bezuinigingsopgave voor de (gemeentelijke) overheid en de wijzigende inzichten in de rol van de overheid versterken de behoefte van gemeenschapsaccommodaties én gemeente aan een duidelijk kader. 1.2. EERSTE RESULTATEN In het najaar van 2012 heeft dit geresulteerd in de samenstelling van een gezamenlijke werkgroep die hiermee aan de slag is gegaan. De voorliggende notitie is het eerste resultaat hiervan. De notitie bevat een algemeen uitgangspunt en aanvullende aandachtspunten aan de hand waarvan in de komende jaren samen verder gewerkt wordt. Vanuit de gedachte dat de gemeenschapsaccommodatie gedragen dient te worden door de gemeenschap zelf ligt de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de accommodatie vanaf 2018 volledig bij de gemeenschap.

Dit vraagt in de komende jaren van de gemeenschappen en de besturen van de accommodaties een forse inspanning om de exploitatie duurzaam en toekomstbestendig in te richten. Van de gemeente wordt nadrukkelijk gevraagd om de ruimte die hiervoor noodzakelijk is te bieden. De notitie bevat twee bijlagen die daaraan een bijdrage leveren: 

een uitvoeringsprogramma dat door de verschillende betrokken partijen in de komende tijd verder wordt uitgewerkt;

een format Ondernemingsplan waarin elke gemeenschapsaccommodatie nadere invulling geeft aan de eigen verantwoordelijkheid voor de exploitatie.

5

2 UITGANGSPUNTEN VAN BELEID Doel van de samenwerking tussen GHO, wijkcentra en gemeente is, zoals vermeld in het vorige hoofdstuk, een inventarisatie van de uitgangspunten voor het toekomstig beleid voor gemeenschapsaccommodaties op basis van de actuele ontwikkelingen en analyse van de bestaande situatie rondom de verschillende accommodaties. 2.1 ALGEMEEN UITGANGSPUNT De gemeenschapsaccommodatie functioneert bij voorkeur als het centrale hart van de gemeenschap. De sociaal-culturele voorziening vormt de ontmoetingsplek voor jong en oud binnen de gemeenschap en biedt ruimte voor ontmoeting en diverse (welzijns-)activiteiten. In de Kadernota Accommodatiebeleid (2010) is de ambitie opgenomen dat elk dorp/wijk beschikt over een eigen ontmoetingsplek. Daarbij is aangegeven dat de gemeentelijke verantwoordelijkheid aanvullend is op het particulier initiatief. De ontwikkeling en/of instandhouding van een gemeenschapsaccommodatie vraagt om draagvlak van de gemeenschap c.q. de bewoners. Bij de bewoners dient voldoende bereidheid te bestaan om van de accommodatie gebruik te maken en hiervoor (bestuurlijke) verantwoordelijkheid te dragen. Gemeentelijke bemoeienis met beheer en exploitatie van de gemeenschapsaccommodatie holt de eigen verantwoordelijkheid uit. Duidelijkheid in de verantwoordelijkheidsverdeling en het consequent handelen daarnaar geldt als algemene basisgedachte.

De gemeenschapsaccommodaties in de gemeente Venray vormen een afspiegeling van het sociale klimaat in dorpen en wijken (verenigingsleven en vrijwilligerswerk). Voor elke gemeenschap geldt dat zij zich onderscheidt in omvang, identiteit, samenstelling, samenhang en cultuur. Die verschillen zijn ook zichtbaar aanwezig in de wijze waarop de gemeenschapsaccommodaties worden beheerd. Grofweg zijn in het dagelijks beheer drie vormen te onderscheiden: -

door vrijwilligers

-

door betaalde krachten en

-

beheer door een horecaondernemer.

Het opstellen van een uniform gemeenschapshuizenbeleid voor alle accommodaties, waarin de elementen die voor beheer en exploitatie voor eenieder op gelijke wijze worden uitgewerkt en vastgesteld, vormen een bedreiging voor het bestaande draagvlak. De verschillen zijn voor eenieder acceptabel en mogen (blijven) bestaan. Voor het op te stellen beleid betekent dit dat zoveel mogelijk maatwerk wordt nagestreefd. BESLISPUNT: De dorps- of wijkgemeenschap draagt zelf de verantwoordelijkheid voor een gemeenschapsaccommodatie.

6

2.1.1. GEVOLGEN ALGEMEEN UITGANGSPUNT In de Venrayse dorpen zijn de gemeenschapshuizen van oudsher het resultaat van initiatieven vanuit de gemeenschap. Ook het beheer wordt sinds jaar en dag uitgevoerd door de inwoners zelf. In enkele Venrayse wijken is de ontwikkeling en historie van het wijkcentrum vergelijkbaar met die van het gemeenschapshuis in de dorpen. In andere wijken hebben maatschappelijke instellingen of de gemeente nadrukkelijk een rol gespeeld. In de lijn van de landelijke trend van verzorgingsstaat naar ‘participatiesamenleving’ trekken maatschappelijke instellingen en gemeente zich terug uit de ontwikkeling en het beheer van gemeenschapsaccommodaties. Het motto luidt nu: Geen draagvlak, geen accommodatie Door uitdrukkelijk de verantwoordelijkheid voor een gemeenschapsaccommodatie bij de gemeenschap zelf te leggen, draagt de gemeenschap zelf zorg voor de instandhouding van de accommodatie. Het draagvlak hiervoor komt onder meer tot uiting in voldoende bereidheid om van het gemeenschapshuis gebruik te maken, om bestuurlijke verantwoordelijkheid op zich te nemen, de beheer- en exploitatietaken uit te voeren en zorg te dragen voor onderhoud. De gemeente draagt vanaf 2018 niet (meer) bij in exploitatie van de accommodatie.

Voor wat betreft noodzakelijke investeringen vanaf 2018 heeft de gemeente de intentie om bij te dragen in nieuwe initiatieven die leiden tot bijvoorbeeld een hogere bezettingsgraad, verbeteringen op het gebied van duurzaamheid of wettelijke verplichtingen. Consequentie hiervan is, dat ingeval het draagvlak onvoldoende is, de gemeente die verantwoordelijkheid niet naar zich toe zal trekken en de gemeenschapsaccommodatie niet blijft bestaan. Dit alles uiteraard in goed overleg tussen het betreffende bestuur, de wijk-/dorpsraad, gemeente en mogelijke andere partijen, waarbij gezamenlijk de alternatieven zijn verkend. Ruimte bieden voor een duurzame exploitatie De eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap voor haar eigen accommodatie betekent dat de gemeente zich terughoudend op moet stellen. Dit geldt niet alleen in financiële zin, zoals hierboven aangegeven, maar ook voor de beperkingen en de belemmeringen door beleidskeuzes en regelgeving waarmee de gemeente een duurzame exploitatie in gevaar brengt. Heroverweging dan wel aanpassing, binnen de mogelijkheden van hogere regelgeving, zijn dan aan de orde. Beperkingen in met name regelgeving komen op verschillende terreinen voor. Een eerste inventarisatie levert de volgende aandachtspunten op: -

Paracommercie

Veel gemeenschapsaccommodaties geven aan dat een gezonde en duurzame exploitatie gebaat is bij verruiming van de regels rond paracommercie. In de huidige situatie bestaat niet of nauwelijks de mogelijkheid tot verhuur van de accommodatie aan een commerciële partij. Juist deze, vaak incidentele verhuur, blijkt in de praktijk in positieve zin bij te dragen in een gezonde exploitatie. Ook de activiteiten van persoonlijke aard (voor bijvoorbeeld eigen inwoners en vrijwilligers) zijn in veel gevallen uitgesloten via de vergunning op basis van de Drank- en

7

Horecawet. In een aantal gemeenschappen wordt samengewerkt met de plaatselijke horeca en zijn onderlinge afspraken gemaakt voor dergelijke activiteiten. Juist deze samenwerking blijkt in de praktijk tot een win-win situatie te leiden. Gemeenschapsaccommodaties en de lokale horeca leveren ieder een bijdrage aan vitale gemeenschappen. Ruimte voor samenwerking tussen gemeenschapsaccommodaties en de lokale horeca zal gestimuleerd worden waarbij onder meer aandacht is voor verruiming van de mogelijkheden van paracommercie van de gemeenschapsaccommodaties. ACTIEPUNT GEMEENTE: VERRUIMING REGELS PARACOMMERCIE -

Subsidieregelingen

Enkele gemeenschapsaccommodaties ontvangen nu (nog) een financiële bijdrage van de gemeente in de vorm van een exploitatievergoeding of een verzelfstandigingsvergoeding. Met het hanteren van het eerder genoemde algemene uitgangspunt, is een financiële bijdrage in het gebouw of de exploitatie niet meer aan de orde. De belangrijkste inkomsten voor een accommodatie worden gevormd door de inkomsten uit gebruik door eigen verenigingen voor zaalhuur en de buffetomzet. Aangezien de gemeenschapsaccommodatie overwegend voor maatschappelijke activiteiten openstaat is de hoogte van de zaalhuur in sterke mate bepalend voor het gebruik. De meestal gesubsidieerde gebruikers die niet langer in staat zijn de noodzakelijke zaalhuur te betalen, haken af of zoeken naar andere oplossingen. Hoewel het uitgangspunt van de gemeente is om niet meer bij te dragen in de exploitatie van gemeenschapsaccommodaties, zal in de gemeentelijke subsidieverstrekking ten behoeve van maatschappelijke activiteiten nadrukkelijk aandacht moeten zijn voor de kosten die gemoeid zijn met het huren van een geschikte ruimte voor de betreffende activiteit. Met name op het terrein van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) kunnen de Venrayse gemeenschapsaccommodaties een mooie rol vervullen.

In samenwerking met dorpsen wijkraden, verenigingen, scholen en initiatiefgroepen kunnen nog meer dan nu al gebeurt, de accommodaties opengezet worden voor activiteiten en voorzieningen voor kwetsbare groepen of groepen met een geringe bestedingsruimte (jeugd en ouderen). Denk hierbij aan dagvoorzieningen, eetpunten, klussendiensten, repair-cafés en leestafels. ACTIEPUNT GEMEENTE EN GEMEENSCHAPSHUIZEN: STIMULEREN EN ONDERSTEUNEN VAN INITIATIEVEN IN GEMEENSCHAPSACCOMMODATIES -

Verlaging gemeentelijke heffingen

Onderdeel van de exploitatie vormen de jaarlijks terugkerende gemeentelijke heffingen. Met name de Onroerend Zaak Belasting (OZB) wordt door gemeenschapsaccommodaties als demotiverend ervaren. Gedeeltelijke kwijtschelding of ontheffing van deze aanslagen betekent een jaarlijks terugkerende financiële ruimte in de exploitatie.

8

ACTIEPUNT GEMEENTE: MOGELIJKHEDEN VAN (GEDEELTELIJK) BEPERKEN VAN HEFFINGEN BEZIEN 2.2 SCHOON DOOR DE POORT: NAAR EEN ZELFSTANDIGE EXPLOITATIE IN 2018 Een betrouwbare overheid vraagt om een gemeente die haar terugtredende rol als hierboven omschreven zorgvuldig invult. Voor de gemeenschapsaccommodatie die momenteel nog een financiële bijdrage ontvangt, betekent dit concreet dat de financiële ondersteuning uiterlijk met ingang van 1 januari 2018 komt te vervallen. Bij de afbouw van de bestaande bijdrage worden de vereiste overgangsbepalingen in acht genomen. Voor alle gemeenschapsaccommodaties geldt dat, ingegeven door de gang van zaken als beschreven in Hoofdstuk 1, verwachtingen zijn ontstaan over een mogelijke (hogere) bijdrage in investeringen en exploitatie. Investeringen en (achterstallig) onderhoud zijn tot een minimum beperkt in afwachting van duidelijkheid over de verwachtte bijdrage van de gemeente. De zorgvuldigheid vereist dat in gezamenlijkheid met de gemeente de gemeenschapsaccommodaties in staat worden gesteld om de eigen verantwoordelijkheid voor een duurzame exploitatie ook daadwerkelijk waar te maken. Elke gemeenschapsaccommodatie zal zich vanuit de huidige situatie nog meer moeten gaan bezinnen op haar eigen verantwoordelijkheid.

Zo is bijvoorbeeld een verkenning van de omvang en reikwijdte van het, vaak als vanzelfsprekend aanwezig geachte draagvlak, samen met de gemeenschap aan de orde. Ook zaken als de onderhoudstoestand van het gebouw, gebruiksmogelijkheden, de wijze van beheer en (energie-)besparingsmogelijkheden zijn van invloed op de exploitatie en vragen nader onderzoek. Wat zijn de effecten van de demografische ontwikkelingen (ontgroening, vergrijzing of zelfs krimp) op de wensen en behoeften aan activiteiten en voorzieningen? Welke en hoeveel accommodaties heb je als dorp of buurt nodig voor die veranderende wensen en behoeften en hoe verhoudt dit zich tot de al aanwezige accommodaties? Meer dan ooit te voren hebben besturen van gemeenschapsaccommodaties te maken met een veranderende populatie en verschuivingen in het maatschappelijk vastgoed. Voor dit onderzoek wordt tot en met 2017 de gelegenheid en tijd gegeven. Onder het motto: ‘schoon door de poort’ zal gedurende deze periode vanuit de gemeente waar nodig de totstandkoming van een duurzame exploitatie worden gefaciliteerd. Dit kan zowel door inzet c.q. inhuur van expertise als een bijdrage in een noodzakelijke investering. Een voorbeeld van een dergelijke investering zou een tegemoetkoming in maatregelen voor verduurzaming van het gebouw kunnen betekenen. Dergelijke investeringen komen ten goede aan de jaarlijkse exploitatielasten.

Om aan te kunnen tonen wat de wensen en behoeften van elk van de gemeenschapsaccommodaties voor deze overgangssituatie zijn, stelt elke accommodatie haar eigen ondernemersplan op. In bijlage I is een format opgenomen van een dergelijk ondernemingsplan. In dit plan komen de verschillende facetten die een bijdrage leveren aan een duurzame exploitatie aan de orde en worden deze toegelicht.

9

Het algemene uitgangspunt dat er sprake is van een zelfstandige exploitatie, zoals onder 2.1 bedoeld, vormt de basis voor het ondernemingsplan. Voor accommodaties in het algemeen en gemeenschapsaccommodaties in het bijzonder, zijn aanvullend nog andere zaken op te noemen. Deze hoeven niet als uitgangspunt te worden geformuleerd: zij vormen als vanzelfsprekend aandachtspunten in het ondernemingsplan. Invulling van deze zaken draagt namelijk bij aan een zo groot mogelijk gebruik van de accommodatie en daarmee aan een gezonde exploitatie. ACTIEPUNT GEMEENSCHAPSACCOMMODATIES: OPSTELLEN ONDERNEMINGSPLAN VÓÓR 2018 Het ondernemingsplan geeft inzicht in de duurzame exploitatie vanaf uiterlijk 2018. De exploitatie kent geen financiële bijdrage van de gemeente. Tot uiterlijk 1 januari 2018 kunnen de gemeenschapsaccommodaties een aanvraag indienen bij de gemeente voor een bijdrage aan noodzakelijke investeringen die leiden tot een duurzame exploitatie. De maximale gemeentelijke bijdrage aan investeringen in accommodaties, zoals vastgelegd in de Kadernota Accommodatiebeleid, geldt daarbij als randvoorwaarde. Dit betekent dat de financiële bijdrage door de gemeente aan noodzakelijke investeringen ten behoeve van de gemeenschapsfunctie maximaal 2/3 deel van de investering bedraagt. Een aanvraag voor een financiële bijdrage wordt in de vorm van een projectplan aangeleverd.

De aanvragen worden meegenomen in de gemeentelijke begrotingscyclus. De doorlooptijd van dergelijke aanvragen tot aan de eventuele betaalbaarstelling bedraagt al gauw 1,5 tot 2 jaar. Het is dus zaak voor de gemeenschapshuizen om voortvarend aan de slag te gaan met hun ondernemingsplan. In de komende periode wordt een format voor het projectplan opgesteld aan de hand van de te hanteren beoordelingscriteria. Het format voor het projectplan en de beoordelingscriteria worden door gemeente en gemeenschapsaccommodaties samen opgesteld. ACTIEPUNT GEMEENTE EN GEMEENSCHAPSACCOMMODATIES: OPSTELLEN FORMAT PROJECTPLAN EN NADER UITWERKEN BEOORDELINGSCRITERIA Vanaf 2018 is daarmee de (financiële) positie van elk van de gemeenschapsaccommodaties bekend. Bijdragen van de zijde van de gemeente in de exploitatie zijn dan niet langer aan de orde. Ook investeringsbijdragen in het gebouw, bijvoorbeeld voor achterstallig onderhoud, zijn dan niet meer mogelijk. Ingeval investeringen vanaf 2018 aansluiten op ontwikkelingen op landelijk en/of gemeentelijk beleid kan een bijdrage in de noodzakelijk geachte investering binnen de opvattingen van dat moment worden beoordeeld. Ook hiervoor geldt de maximale bijdrage conform de Kadernota Accommodatiebeleid als leidraad.

10

2.3 AANDACHTSPUNTEN VAN BELEID -

Multifunctionaliteit

De gemeenschapsaccommodatie is de afspiegeling van de lokale gemeenschap. Daarmee biedt de accommodatie ruimte voor ontmoeting en activiteiten van alle groeperingen uit de lokale samenleving. Een accommodatie die uitsluitend ruimte biedt aan bijvoorbeeld ouderen en/of alleen maar aan jongeren kan niet worden gezien als gemeenschapsaccommodatie. Extra multifunctionaliteit kan worden ingebracht door naast sociaal culturele diensten en activiteiten ook open te staan voor ander gebruik, zoals een steunpunt voor thuiszorg, spreekuur voor maatschappelijk werk of een woningcorporatie. De bouw en inrichting van een gebouw bepalen de multifunctionaliteit. In het ondernemingsplan zal het gebruik van ruimtes door meerdere gebruikers meegenomen worden. Een goede bezetting van de verschillende ruimtes draagt immers bij aan een gezonde exploitatie. -

Toegankelijkheid/bereikbaarheid

Toegankelijkheid van het gebouw manifesteert zich op verschillende manieren. In de eerste plaats is uiteraard de fysieke toegankelijkheid voor de minder valide bezoeker van belang. Hierbij speelt ook de centrale ligging van het gebouw een rol. De toegankelijkheid van de accommodatie hangt ook af van de openingstijden. Het zoveel mogelijk afstemmen van de openingstijden op de behoefte van de mogelijke gebruikers vergroot de toegankelijkheid. Tenslotte is er sprake van toegankelijkheid in financiële zin. De hoogte van de zaalhuur, al dan niet in relatie met de hoogte van de horecaprijzen, mag geen drempel zijn om gebruik te maken van de accommodatie. Dit neemt niet weg dat een reële huurprijs verlangd mag worden. Waar dit voor de sociaal culturele activiteiten een beperking opwerpt, zal met het oog op het belang van de betreffende activiteit van gemeentewege een subsidie overwogen kunnen worden. -

Horecafunctie

Uit de analyse van de huidige situatie blijkt dat de horecafunctie in de gemeenschapsaccommodatie een belangrijke bron van inkomsten vormt. Met verenigingen en gebruikers zullen duidelijke afspraken gemaakt moeten worden. Binnen een gemeenschapsaccommodatie is de centrale (ontmoetings-)plek binnen de accommodatie van belang. Dit betekent voor de meeste accommodaties dat de horecafunctie centraal wordt geregeld. Eigen horecavoorzieningen voor individuele gebruikers van het gebouw is, ook vanuit het oogpunt van multifunctionaliteit, zeer ongewenst. -

Draagvlak en samenwerking

Al eerder is aangegeven dat voor de instandhouding van een gemeenschapsaccommodatie draagvlak binnen de gemeenschap onontbeerlijk is. Om dit draagvlak te verkrijgen, te vergroten en vooral te behouden, zal de exploitatie en beheer van de accommodatie alleen binnen een goede samenwerking met diezelfde gemeenschap tot stand kunnen komen. Deze samenwerking beperkt zich niet slechts tot de gebruikers, maar ook de dorps- en wijkraden, de plaatselijke verenigingen, horeca en middenstand en eventuele andere lokale partijen en maatschappelijk vastgoed.

11

BIJLAGE I

UITVOERINGSPROGRAMMA 2014 – 2018 (dynamisch document)

WANNEER

WAT

WIE

2014

Eerste inschatting noodzakelijke investering tot

Besturen accommodaties

en met 2018 per gemeenschapsaccommodatie

afzonderlijk

2014

Raadsvoorstel financiering Schoon door de Poort

Gemeente

2014

Nadere uitwerking format projectplan incl.

Besturen

toetsingscriteria

accommodaties/gemeente

Ruimte zoeken voor paracommercie

Besturen

2014

accommodaties/gemeente 2014

Mogelijkheden (gedeeltelijk) beperken

Gemeente

gemeentelijke heffingen bezien 2014 e.v.

Opstellen vastgoedbeleid op beheer

Gemeente

2014 e.v.

Herijking subsidieregelingen

Gemeente

2014 e.v.

Draagvlak verkrijgen binnen eigen gemeenschap

Besturen accommodaties afzonderlijk in samenwerking met dorps/wijkraad e.a. partijen

2014 e.v. 2014-2017 2014-2017

Stimuleren en ondersteunen van initiatieven in

Gemeente/besturen

gemeenschapsaccommodaties

accommodaties

Opstellen ondernemingsplan (normaliter eens in

Besturen accommodaties

de 3 jaar)

afzonderlijk

Opstellen projectplan

Besturen accommodaties afzonderlijk in samenwerking met dorps/wijkraad e.a. partijen

12

Besluit van de raad Gemeenteblad 2014, nummer

Onderwerp

Datum

28 januari 2014

Uitgangspunten gemeenschapsaccommodatiebeleid

Pagina

1 van 1

De raad van Venray,

gelezen het advies van B en W, gelezen het advies van de commissie Welzijn van 9 januari 2014, besluit: 1. Kennis te nemen van de notitie Gemeenschapshuis en wijkcentrum pijler van levendige dorpen en wijken; 2. In te stemmen met het algemeen uitgangspunt dat de dorps- of wijkgemeenschap zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de gemeenschapsaccommodatie; 3. De actiepunten zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2014 – 2018 als vertrekpunt te nemen voor nadere voorstellen aan de raad. Aldus besloten in de openbare vergadering van 28 januari 2014

, voorzitter

[

CORSA7.1.Document ID]

, raadsgriffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://venray.raadsinformatie.nl/document/1077017/1/document