CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering

Gemeenteraad 14 april 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Oude Heerweg 23, Blitterswijck24.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

125 alinea's met “omgevingsplan”: 1 3 16 31 37 45 50 58 61 62 67 68 71 88 90 92 93 97 108 111 115 117 125 132 141 144 155 167 174 178 190 195 200 202 206 208 210 213 222 230 …

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck

Titel: gemeente Venray

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck,

Codering:

NL.IMRO.0984.TAM25015-ON01

Ontwerp:

4 november 2025

Definitief:

© 2025 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het

is vervaardigd en met inachtneming van de

rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

Pagina | 2

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 AANLEIDING EN DOEL 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Het plangebied Het omgevingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE 2.1 2.1.1 2.1.2

Ruimtelijke en functionele structuur Ruimtelijke structuur Functionele structuur

Hoofdstuk 3 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

5 5 5 6 9

10 10 10 10

14

Initiatief Stedenbouwkundig Privacy en bezonning Duurzaamheid Groen- en watervoorzieningen Klimaatadaptatie

14 14 15 15 16 16

Hoofdstuk 4 BELEID EN REGELGEVING

18

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5 4.5.6

Rijksbeleid en Rijksregels Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk Ladder duurzame verstedelijking Beleidsregels Grote Rivieren Conclusie Provinciaal beleid en provinciale regels Provinciale omgevingsvisie Instructieregels provincie (omgevingsverordening) Conclusie Regionaal beleid Beleid Waterschap Waterbeheerprogramma (WBP) Waterschapsverordening Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop' Omgevingsvisie Venray Omgevingsprogramma Wonen: Verder bouwen aan de toekomst van Venray Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling Energiestrategie 2030 Conclusie

Hoofdstuk 5 OMGEVINGSASPECTEN 5.1 5.1.1

Beschermen van de gezondheid Wettelijk kader

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

18 18 18 20 20 21 21 21 24 26 26 27 28 28 29 29 30 32 33 34 35

36 36 36

Pagina | 3

5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.7 5.7.1 5.7.2 5.7.3 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9 5.9.1 5.9.2 5.9.3 5.10 5.10.1 5.10.2 5.10.3 5.11 5.11.1 5.11.2 5.11.3 5.12 5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.12.4

Geiten Endotoxinen Zoönose Spuitzones Gezondheidseffect project Conclusie Geluid Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Conclusie Kwaliteit van de buitenlucht Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Geur Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Parkeren en verkeer (Wettelijk) kader Onderzoek Conclusie Omgevingsveiligheid Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Natuur Wettelijk kader Conclusie Water en watersystemen (Wettelijk) kader Onderzoek Conclusie Cultureel erfgoed en archeologie Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijfsmatige activiteiten Zonering Onderzoek Conclusie Toetsing Besluit m.e.r./m.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Project-mer-beoordeling Onderzoek

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

36 37 38 40 41 41 41 42 43 43 43 45 45 45 45 46 47 47 47 48 51 51 51 51 54 54 54 55 55 55 56 60 60 61 62 63 63 63 63 64 65 65 65 65 66 66 66 67 67

Pagina | 4

5.12.5 5.13

Conclusie Onontplofte oorlogsresten

Hoofdstuk 6 BEPERKINGENGEBIEDEN 6.1

Beperkingengebieden

Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 7.1 7.1.1 7.1.2 7.2 7.2.1 7.2.2 7.3

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Conclusie beleid Conclusie omgevingsaspecten Wijzigen omgevingsplan Inleiding Opzet regels Toepassing en handhaving van het plan

Hoofdstuk 8 UITVOERBAARHEID 8.1 8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.2 8.2.1 8.2.2 8.2.3

Economische uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Bestuurlijk vooroverleg Vaststellingsprocedure

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Akoestisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Aanvullend bodemonderzoek Plan van Aanpak sanering Aeriusberekening Ecologisch onderzoek Nader vleermuisonderzoek Archeologisch onderzoek Verslag omgevingsdialoog Vooroverlegreactie Provincie Limburg Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Limburg-Noord Vooroverlegreactie Waterschap Limburg

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

67 67

69 69

70 70 70 70 70 70 71 73

75 75 75 75 75 75 75 76 77

Pagina | 5

Motivering Hoofdstuk 1 AANLEIDING EN DOEL 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer heeft het voornemen om de bestaande bebouwing van het voormalige garagebedrijf aan de Oude Heerweg 23 te Blitterswijck, kadastraal bekend als gemeente Wanssum sectie E nummer 576, te slopen en hier 6 nieuwe woningen te realiseren. De gemeente Venray wil aan deze ruimtelijke ontwikkeling in beginsel en onder voorwaarden medewerking verlenen, omdat het ruimtelijk gezien een wenselijke en acceptabele ontwikkeling is. Wel zullen er onderzoeken plaats moeten vinden om onder andere de bodemkwaliteit vast te stellen, verkeerslawaai te beschouwen en het schadelijke gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uit te sluiten. Om ook de omliggende agrarische gronden een passende aanduiding 'spuitvrije zone' te kunnen geven, dient voor deze ontwikkeling een wijziging van het omgevingsplan te worden vastgesteld.

1.2

Het plangebied

Het te ontwikkelen deel van het plangebied aan de Oude Heerweg 23 te Blitterswijck, kadastraal bekend als gemeente Wanssum sectie E nummer576, heeft een oppervlakte van circa 2190 m². Voorzover er ten zuiden van het plangebied gronden binnen 50 m vanuit de nieuwe woonfunctie liggen welke gronden een agrarische functie hebben, worden deze gronden meegenomen in onderhavige omgevingsplanwijziging, zodat op deze gronden de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' kan worden gelegd. Op onderstaande luchtfoto en omgevingskaart is de projectlocatie waar de nieuwe woningen zullen worden gerealiseerd, weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 6

Luchtfoto

Omgevingskaart

1.3

Het omgevingsplan

Voor de delen van het plangebied vigeren de volgende (tijdelijke delen van het) omgevingsplan: Naam omgevingsplan

Functie en aanduidingen

Vaststelling Raad

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 7

Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck

- Bedrijf - Waarde - Archeologie 2 en 4

30 maart 2021

Blitterswijck

- Wonen - Agrarisch - Waarde - Arceologie 2

27 juni 2019

Buitengebied Oost geneemte Venray

- Agrarisch met waarden- Waarde Archeologie 2 - Waarde - Esgronden - reconstructiewetzone verwevingsgebied

18 juni 2013

Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk Kwaliteitskader

31 oktober 2023

TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels statische opslag Landelijk Gebied

15 april 2025

TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels toeristisch-recreatief nachtverblijf

14 juli 2025

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 8

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 9

Uitsnede vigerende omgevingsplannen

Binnen de functie Bedrijf is het realiseren van woningen niet toegestaan. Het vigerende omgevingsplan kent hiertoe wel een wijzigingsbevoegdhied ten behoeve van de realisatie van 6 woningen, echter vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan hiervan geen gebruik meer worden gemaakt. Ook om op de omliggende agrarische gronden een spuitvrije zone te kunnen leggen, dient voor deze ontwikkeling een wijziging van het omgevingsplan te worden vastgesteld.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteiten en functies die mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk- functionele situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 gaat in op de vraag of er sprake is van een beperkingengebied. In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde, waarna de conclusie in hoofdstuk 8 volgt.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 10

Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE 2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

2.1.1

Ruimtelijke structuur

De ruimtelijke hoofdstructuur van Blitterswijck wordt in het algemeen gevormd door:  de historische linten;  de kasteelmuren;  de Maas. Het dorpscentrum wordt gevormd door het Plein voor de Onze Lieve Vrouwenkerk. De woningbouw in Blitterswijck heeft in eerste instanties plaatsgevonden aan de linten. Latere uitbreidingen hebben voornamelijk plaatsgevonden ten noordwesten en voor een deel ook ten zuiden en zuidwesten van het dorp. De historische linten spelen nog steeds een grote rol in Blitterswijck. Belangrijke historische linten zijn te herkennen in de Oude Heerweg en de Ooijenseweg. De belangrijkste assen van het dorp zijn de doorgaande wegen vanuit het dorp richting Wanssum (Oude Heerweg), Well (Langstraat) en Broekhuizenvorst (Ooijenseweg). Andere beeldbepalende elementen in het dorp zijn vooral de open plekken die her en der verspreid door het dorp liggen. Deze open plekken zijn vaak in gebruik als agrarische grond of grasland. De overgang van de kern Blitterswijck naar het buitengebied is divers. Aan de oostkant van het dorp bestaat de begrenzing uit een aantal percelen met fruitbomen en houtwallen, die gedeeltelijk geplant zijn op de oude structuren van het kasteel. Aan de noordzijde van Blitterswijck is het dorp begrensd door een aantal landbouwbedrijven.

Aan de west- en noordwestzijde van het dorp is Blitterswijck begrensd door de achterkanten van tuinen en een aantal agrarische bedrijven. Aan de zuidwestzijde is Blitterswijck begrensd door een aantal tuinen, met daarachter een houtwal of bosgebied. Aan de zuidzijde van het dorp wordt Blitterswijck begrensd door het recent ontwikkelde woongebiedje 'Beeteterrein'. De bebouwing in de omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woonbebouwing in de vorm grondgebonden vrijstaande, halfvrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen met twee bouwlagen en een kap.

2.1.2

Functionele strcutuur

Het te ontwikkelen deel van het plangebied betreft de huidige vakgarage WeJeBe. In de omgeving van het plangebied is de woonfunctie veruit dominant. Daarnaast zijn er een aantal kleinschalige of aan huis verbonden bedrijven gevestigd in de vorm van bijvoorbeeld een kapsalon en ICTadviesbureau. Tenslotte bevindt zich aan de zuidzijde van het plangebied een maatschappelijkreligieuze voorziening in de vorm van de Sint Annakapel. Onderstaand is het huidige beeld van het plangebied weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 11

Zicht vanuit de Beeteweg

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 12

Zicht vanuit de Oude Heerweg

De omgeving laat zich als volgt schetsen:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 13

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 14

Hoofdstuk 3 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 3.1

Initiatief

Initiatiefnemer heeft het voornemen om de bestaande bebouwing van het voormalige garagebedrijf aan de Oude Heerweg 23 te Blitterswijck, kadastraal bekend als gemeente Wanssum sectie E nummer 576, te slopen en hier 6 nieuwe woningen te realiseren. In het principebesluit tot medewerking aan dit initiatief is de voorwaarde opgenomen dat de woningen qua goot- en bouwhoogte en bouwmassa dienen aan te sluiten op de bebouwing in de directe omgeving, waardoor de 3 woningen aan de Oude Heerweg hoger kunnen worden dan de woningen aan de Beeteweg. Aan de Oude Heerweg zullen 3 eensgezinswoningen, waarvan 1 vrijstaand en een tweekapper worden gerealiseerd, welke geschikt zijn voor de doelgroep 'jonge gezinnen'. Aan de Beeteweg worden 3 levensloopbestendige woningen gerealiseerd, waarvan 1 vrijstaand. Deze zijn dus primair bedoeld voor de wat oudere stellen waarvan de kinderen het huis verlaten hebben (60+). Afhankelijk van de bouwkosten worden er eventueel éen of meerdere betaalbare woningen gerealiseerd.

3.2

Stedenbouwkundig

Afgezien van een footprint van de gewenste bebouwing, welke onderstaand is weergegeven, zijn er nog geen tekeningen voor handen van de plattegronden en gevels. Wel duidelijk is dat de bouwmassa's zoveel mogelijk aansluiten op de woningen in de directe omgeving. Dit betekent dat aan de zijde van de Oude Heerweg een goothoogte van 6,5 m maximaal is en aan de zijde van de Beeteweg is een maximale goothoogte van 4,5 m opgenomen op de verbeelding. Het bouwvlak bevindt zich tussen de voorgevellijnen van de woningen aan de Oude Heerweg en de Beeteweg.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 15

Footprint gewenste bebouwing

3.3

Privacy en bezonning

Voor een onaanvaardbare aantasting van privacy bij belendende percelen hoeft niet gevreesd te worden. De situering van de te bouwen woningen ten opzichte van de bestaande woningen is zodanig dat onaanvaardbare inkijk in tuinen niet aannemelijk is. Door aanplant van leibomen kan op een natuurlijke wijze worden voorkomen dat ter plaatse van eventuele op hoogte aangebrachte raampartijen in de nieuwe woningen over en weer onbelemmerd zicht is op belendende percelen en zou er in alle redelijkheid geen sprake hoeven zijn van 'onaanvaardbare schending van privacy'. Evenmin is er sprake van onaanvaardbare vermindering van zonlicht, danwel dat als gevolg van de nieuwe woningen de lichtinval in omliggende woningen te beperkt wordt. Er zijn verder geen dakvlakken van bestaande woningen die substantiële uren van de dag (met name in het vroege voorjaar en late najaar) in de schaduw zullen liggen, waardoor eventuele zonnepanelen of collectoren een verminderde opbrengst zouden kunnen ondervinden.

3.4

Duurzaamheid | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 16

De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030 (zie voor de inhoud van deze strategie paragraaf 4.5.5). De binnen het projectgebied te realiseren woningen zullen in ieder geval voldoen aan 'BENG'. In de omgevingsvergunningaanvraag zullen de volgende duurzaamheidsmaatregelen worden meegenomen:  de woningen worden niet aangesloten op gas (elektrisch koken);  de woningen zullen worden aangesloten op een warmtepomp ter verwarming en koeling van de woning;  in de woningen wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie);  de woningen zullen een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen.  de woningen worden zeer goed geïsoleerd en hebben een zeer lage warmtevraag;  hergebruik bouwmaterialen van elders en van circulaire isolatiematerialen.

3.5

Groen- en watervoorzieningen

Het plangebied zal als zes reguliere woonpercelen worden ingericht. Hoe de tuinen/erven worden ingericht, is op voorhand nog niet bekend. Doordat de verplichting tot het infiltreren van hemelwater is geborgd in artikel 12.2 van de planregels, wordt gestimuleerd om het verhard afvoerend oppervlak zo klein mogelijk te houden, hetgeen betekent dat eigenaren bewogen worden om te kiezen voor minder erfverharding en meer natuurlijk groen. Natuurlijk groen heeft tot gevolg dat enerzijds het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren, maar ook dat hittestress beperkt wordt. Verstening heeft meer hittestress tot gevolg en natuurlijk groen zorgt voor verkoeling van de woning en schaduwplekken in de tuin. Voor de bewoners betekent dit dat er een prettiger leefklimaat bereikt kan worden door vergroening van het erf. In de planregels is een koppeling gemaakt naar het beleid 'Natuurinclusief bouwen' waardoor vergroening ook afdwingbaar wordt.

3.6

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en dat proces gaat de komende jaren door. Klimaatverandering heeft effect op de leefomgeving, bijvoorbeeld door de toename van hittestress en de toename van de kans op overstromingen. Er worden verschillende maatregelen genomen om verdere klimaatverandering te voorkomen (mitigatie) of aanpassing om de negatieve gevolgen ervan te beperken (adaptatie). Mitigatie overstijgt het niveau van onderhavig project. Echter, de meest eenvoudige maatregel voor klimaatadaptatie is het aanleggen van meer groen zoals bomen en planten. Positieve effecten hiervan zijn meer schaduw en daardoor verkoeling en een hogere waardering van de leefomgeving. Ook infiltratie van hemelwater in het plangebied is een maatregel van klimaatadaptatie; hierdoor verdroogt de bodem minder en blijft het water in het gebied. De gemeente Venray bereidt beleid voor inzake 'natuurinclusief bouwen'. Ieder nieuw bouwproject moet een bijdrage leveren aan biodiversiteitsherstel, een klimaatadaptieve-, gezonde en groene leefomgeving voor zowel mensen, dieren als planten. Natuurinclusief bouwen wil zeggen dat er rekening gehouden wordt met de natuur bij het bouwen en verbouwen van gebouwen. De combinatie van minder verharding (voor het infiltreren van hemelwater) en het toevoegen van beplanting (voor het kunnen verdampen van water op warme momenten) zorgt voor meer balans in de temperatuur.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 17

Omdat het principe van natuurinclusiefbouwen toegankelijk te maken, is gekozen om concrete maatregelen aan te bieden. Concreet betekent dit dat dit beleid in de vergunningvoorschriften of planregels geborgd wordt. Natuurinclusief bouwen en het in stand houden van de toegepaste maatregelen worden geïmplementeerd in de onderbouwing bij vergunningaanvragen van nieuwe (ver)bouw projecten. Binnen het plangebied zal voorzien worden in hemelwaterinfiltratie en in de aanplant van bomen en struiken; enerzijds als klimaatadatieve maatregel en anderzijds ten behoeve van de kwaliteit van de leefomgeving. In de planregels is tevens een koppeling gemaakt naar dit beleidsdocument waardoor maatregelen ten aanzien van natuurinclusief bouwen ook afdwingbaar worden.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 18

Hoofdstuk 4 BELEID EN REGELGEVING 4.1

Rijksbeleid en Rijksregels

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:  een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;  over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;  een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio's  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In hoofdstuk 4, 5 en 6 van onderhavige motivering worden deze aspecten, voorzover in casu relevant, uitgebreid aan de orde gesteld. Er kan worden gesteld dat onderhavig project dusdanig gering van omvang en impact is dat de rijksbelangen niet in het geding zijn.

4.1.2

Instuctieregels Rijk

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit activiteiten leefomgeving , het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 19

4.1.2.1

Omgevingsbesluit

Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. 4.1.2.2

Besluit activiteiten leefomgeving

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatswerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. 4.1.2.3

Besluit bouwwerken leefomgeving

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. 4.1.2.4

Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat regels ter bescherming van de nationale belangen aan de hand van instructieregels, waaronder:  waarborgen van veiligheid (uit paragraaf 5.7 van de motivering volgt dat omgevingsveiligheid niet in het geding is)  beschermen van waterbelangen (in paragraaf 5.9 is uitgelegd dat hemelwater op eigen terrein zal worden geborgen en uit paragraaf 4.4 blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen waterlopen liggen die van invloed zijn op het project en vice versa)  beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (deze aspecten komen uitgebreid terug in paragraaf 5.3, 5.2, 5.4 en 5.5 van deze motivering; deze aspecten staan niet aan het plan in de weg met dien verstande dat ten aanzien van het aspect 'bodem' een sanering dient plaats te vinden);  beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 4.1.3 zal ingaan op de laddertoets en uit paragraaf 5.8 en 5.10 blijkt dat landschappelijke en archeologische waarden niet in het geding zijn.

het initiatief is stedenbouwkundig getoetst en ambtelijk passend geacht binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur);  het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (onderhavig initiatief zorgt op geen enkele wijze voor toekomstige beperkingen voor andere functies);

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 20

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën. (onderhavig initiatief heeft op geen enkele wijze nadelige gevolgen voor toekomstige activiteiten die zien op het algemeen belang)

In Hoofdstuk 5 van deze motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving uitgebreid behandeld. Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in Hoofdstuk 5 bij het betreffende aspect behandeld. In het bijzonder zijn verder op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving de volgende gebiedsaanwijzingen van toepassing:  gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren;  uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra. Echter, met de realisatie van de 6 grondgebonden woningen wordt niet voorzien in de realisatie van windturbines dan wel hyperscale datacentra. Het betreft uitsluitend de realisatie van woningen met een beperkte bouwhoogte. Gezien de beperkte goothoogte van maximaal 6,5 meter vindt er geen verstoring van het radarbeeld plaats.

4.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

Bij het wijzigen van het omgevingsplan wordt het beoordelingskader gevormd door de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele andere instructies. Aan al deze aspecten genoemd in de instructieregels zal getoetst worden in hoofdstuk 5 van onderhavige motivering. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient toetsing aan de ladder plaats te vinden (regionale behoefte, mogelijkheid realisatie in bestaand stedelijk gebied, multimodale ontsluitingsmogelijkheden). Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. In casu is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, omdat er slechts zes woningen worden gerealiseerd. Om deze reden hoeft de ontwikkeling dus ook niet getoetst te worden aan de ladder van duurzame verstedelijking.

4.1.4

Beleidsregels Grote Rivieren

Het doel van de beleidsregels grote rivieren is om de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteitvan het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming onmogelijk maken.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 21

Figuur: uitsnede kaart Beleidsregels Grote Rivieren

Onderhavig plangebied (aangeduid met de zwarte pijl) is niet gelegen binnen een gebied waarop de Beleidslijn en de Beleidsregels grote rivieren zien.

4.1.5

Conclusie

Het planvoornemen ziet op de herontwikkeling van de bedrijfslocatie van het voorheen hier gevestigde garagebedrijf. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied van Blitterswijck. Met de herontwikkeling van het terrein wordt invulling gegeven aan de woningbouwopgave op een wenselijke wijze (stedelijke inbreiding). Hiermee wordt aangesloten op het principe van duurzame ruimtelijke ontwikkeling en het zorgdragen voor een goede leefomgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling speelt daarmee in op de geformuleerde belangen uit de NOVI. Verder zijn er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding als gevolg van deze ontwikkeling, met name gezien de kleinschaligheid en aard van het plan.

4.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

4.2.1

Provinciale omgevingsvisie

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Provinciale Staten hebben op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld welke op 25 oktober 2021 in werking is getreden. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 22

Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie. Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt.

Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptie en energietransitie. Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.

Limburgse principes en algemene zonering Bij (nieuwe) ontwikkelingen kiest de provincie voor maatwerk en daarbij wordt rekening gehouden met het karakter en de mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. De afweging vindt plaats op basis van de onderstaande Limburgse principes:  een inclusieve, gezonde en veilige samenleving;  de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal;  meer stad, meer land  zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden; boven- én ondergronds. Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering (landelijke gebieden, bebouwde gebieden en infrastructuren). Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: A. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 23

B. Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. A. Thema Wonen en leefomgeving De Omgevingsvisie Limburg houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd.

Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied.

Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. B. Zonering Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zijn verankerd in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogd in de betreffende zonering, geprojecteerd

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 24

zijn. Ook komt het voor dat de begrenzing van zones, bijvoorbeeld bufferzones rondom beken, dwars over percelen geprojecteerd zijn. Het precieze begrenzen van alle gebruiksfuncties hoort thuis op het niveau van de gemeentelijke omgevingsplannen. Voor de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet: omgevingsplannen) heeft de Omgevingsvisie geen directe gevolgen. De daarin vastgelegde bestemmingen blijven staan zolang er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen. Planspecifiek In lijn met de Limburgse principes zijn de woningen zodanig gesitueerd en ontsloten dat het mogelijkheden biedt voor mensen om elkaar te ontmoeten, met name aan de zuidzijde van het plangebied, bij het kapelletje. Met het bouwen van de nieuwe woningen vindt er herstructurering plaats van een voormalige autogarage in de bestaande bebouwde kom van Bllitterswijck. Bij de planuitwerking is rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en stedenbouwkundige structuren. De beoogde ontwikkeling omvat in lijn met de omgevingsvisie drie levensloopbestendige woningen. De woningen worden duurzaam en energiezuinig gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. Het verharde oppervlak van en rondom de woningen wordt afgekoppeld zodat al het hemelwater op eigen terrein kan infiltreren.

Uiteraard worden de woningen gasloos uitgevoerd en er zal daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lage temperatuur verwarming, een warmtepomp en worden er zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. Er is hiermee sprake van een duurzame verstedelijking, zie ook paragraaf 4.1.3. Daarmee past het voornemen binnen de Provinciale Omgevingsvisie.

4.2.2

Instructieregels provincie (omgevingsverordening)

Provinciale Staten kunnen bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening opgesteld die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Ten aanzien van de functie wonen is in artikel 12.1 van de omgevingsverordening bepaald dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.

De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 25

d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 3 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Tevens ligt het plangebied bnnen het gebied waar een gemiddelde kans op overstroming is. De omgevingswaarde voor de overstromingskans is op 1:100 per jaar. Op het waterschap rust de inspanningsverplichting dat uiterlijk in 2035 deze waarde kan worden gehaald zodat de kans op overstroming tot 1 keer per 100 jaar is teruggedrongen. Afweging provinciale instructieregel (artikel 12.1 OL) Ad a: De ontwikkeling ligt op de kaart bij de Verordening geheel binnen de zonering 'landelijke kern'. Het toevoegen van een stedelijke functie in een kern, omgeven door woonbestemmingen die aan drie zijden geheel of nagenoeg aan het plangebied grenzen, heeft geen wezenlijk effect en de intensivering van de woonfunctie is niet strijdig met de algemene zonering die de provincie Limburg hanteert.

Kaart Provinciale Omgevingsverordening

Ad b en c: De omgevingsvisie bepaalt dat bij planvorming voor uitbreiding van de woningvoorraad de ladder voor duurzame verstedelijking en de voorkeur voor gebruik van leegstaand vastgoed consequent wordt gehanteerd. Toevoegingen aan de Limburgse woningmarkt moeten niet alleen van de juiste soort zijn (voldoen aan de specifieke lokale woningbehoefte) en op de juiste locatie

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 26

zijn, maar moeten in veel gevallen ook gepaard gaan met sloop, zodat de kwantitatieve verhouding in balans blijft. Onderhavig project betreft een herontwikkelingslocatie binnen de kern. De vraag naar nieuwe woningen is onverkort groot. Door de ligging binnen de kern is er sprake van een juiste locatie. Omdat er sprake is van een herontwikkelingslocatie gelegen binnen het bebouwd gebied (ook in de feitelijke bebouwde kom), er al sprake is van een stedelijke functie (Bedrijf) binnen een bestaande woonwijk én sprake is van een aantoonbare behoefte, wordt voldaan aan de ladder duurzame verstedelijking zoals beschreven in paragraaf 4.1.2. Zoals ook in paragraaf 4.3 van onderhavige onderbouwing aan de orde zal komen, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte en worden woningen toegevoegd waaraan blijkens de meest recente prognoses zoals vermeld in de paragraaf Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2023 ook daadwerkelijk behoefte is. Ad d: Onderhavig project is (nog) niet opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg.

Ad e: In de anterieure overeenkomst welke tussen het bevoegd gezag en initiatiefnemer is afgesloten, is een bepaling opgenomen dat realisatie in ieder geval binnen 5 jaar zijn beslag dient te krijgen; indien realisatie dan niet heeft plaatsgevonden kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor de bouw van de niet gerealiseerde woningen intrekken en de woonfunctie herbestemmen naar een andere functie. Voor het plangebied zijn er verder geen beperking opgenomen. Het project is, hoewel het nog niet is opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor, niet strijdig met de doelstellingen op het gebied van woningbouw van de Omgevingsverordening Limburg.

4.2.3

Conclusie

Onderhavig verzoek past binnen die ambities van de provincie Limburg, doordat de zes wooneenheden worden toegevoegd binnen bestaand bebouwd gebied waarvan er 3 levensloopbestendig zullen worden gerealiseerd naar de wens en de specifieke behoeften van onder andere de oudere bewoners uit (de omgeving van) Blitterswijck die willen doorschuiven op de woningmarkt en (jonge) gezinnen. Het woongebied wordt gerealiseerd met oog voor duurzaamheid en klimaatadaptatie waardoor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving wordt geïnitieerd waar de bewoners in harmonie bij elkaar kunnen wonen. Het saneren van een bedrijfslocatie in de woonwijk zorgt voor een toename van het gevoel van sociale veiligheid.

4.3

Regionaal beleid

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 27

Op 22 september 2020 heeft de gemeente Venray de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor in ieder geval 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen' is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.

Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in:  Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets.  Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen.

Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee. Planspecifiek: De geplande woningen midden in deze kleine woonkern zijn geschikt voor het huisvesten van doelgroepen welke op zoek zijn naar een woning in een (qua prijs) gemiddeld doch kwalitatief heel mooi segment. Voor de starters/doorstromers op de Blitterswijckse woningmarkt biedt dit mogelijkheden om in het dorp te blijven wonen, maar ook senioren kunnen hier een plekje vinden. Het project is derhalve passend in de gedachtegang zoals verwoord in de regionale Woonvisie Noord-Limburg.

4.4

Beleid Waterschap

Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. In het waterbeheerprogramma (WBP) en Keur van het Waterschap Limburg staan de regels van het Waterschap Limburg.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 28

4.4.1

Waterbeheerprogramma (WBP)

Met het waterbeheerprogramma (WBP) geeft Waterschap Limburg richting aan het waterbeheer in de periode 2022 - 2027:  Programma Waterveiligheid: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas. Het afgekoppelde regenwater zorgt voor minder vervuilende riooloverstorten. Het verbetert de doorstroming en daarmee de kwaliteit van stadswateren. Doordat een groot deel van het water lokaal infiltreert in groenstroken en tuinen, wordt voorkomen dat oppervlakkig afstromend regenwater onderweg vervuild raakt en zo het ontvangende oppervlaktewater belast.  Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden. Zo zorgt bijvoorbeeld verdamping in de stad voor minder hittestress. Daarmee zijn de sponswerking van de gebouwde omgeving en de kwaliteit van het oppervlaktewater vergroot. Ook op dit gebied moet samengewerkt worden om werk met werk te kunnen maken (efficiency), om instrumenten van derden te benutten teneinde onze eigen opgave te realiseren (zoals omgevingsplannen) en voor de inpassing in de omgeving.  Waterkwaliteit en ecologie: het water binnen de gemeente moet schoon zijn en wateren zijn natuurlijk ingericht.  We maken een stevig begin met de (bron)aanpak van de problemen met medicijnresten en opkomende stoffen (zoals PFAS en microplastics) in het oppervlaktewater.  Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken.

Voor het plangebied is vooral klimaatadaptatie van belang. Om de klimaatverandering een stap voor te blijven, is nu het moment om de plannen gereed te hebben en te starten met de uitvoering. Daarom is klimaat adaptief denken en handelen de basis van al het werk van het Waterschap en dat verwacht zij ook van haar partners. De speerpunten zijn:  Samen klimaat adaptief inrichten van stad en land;  Aanpakken grootste wateroverlastknelpunten;  Risico gestuurd peilbeheer en onderhoud;  Elke druppel vasthouden en pas afvoeren als het moet. Bij nieuwbouw is het afkoppelen van regenwater inmiddels vanzelfsprekend. De voorkeursvolgorde bij afkoppelen is vasthouden - bergen - afvoeren, waarbij infiltreren in de bodem voorgaat op lozen op oppervlaktewater. Ook opvangen en gebruiken voor huis en tuin is een duurzame oplossing. Vanzelfsprekend geldt bij afkoppelen en infiltreren dat dit geen overlast elders mag veroorzaken. Ook belangrijk is de kwaliteit van het afgekoppelde regenwater. Alleen met het doorlopen van de trits schoon houden - scheiden - zuiveren is lozen op de bodem of op watergangen acceptabel. In paragraaf 5.9 van deze motivering komt aan de orde op welke wijze het water binnen het plangebied zal worden vastgehouden en kan infiltreren.

4.4.2

Waterschapsverordening

De Waterschapsverordening is de opvolger van de Keur. De Keur is een verordening met de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende gemalen, stuwen, sluizen, enz. Nu de Omgevingswet in werking is getreden zijn alle regels die het waterschap binnen haar beheergebied stelt over de fysieke leefomgeving, opgenomen in de Waterschapsverordening.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 29

Op onderstaande uitsnede uit de legger is te zien welke waterlopen op ruime afstand van het plangebied liggen:

Uitsnede legger

De dichtstbijzijnde watergang (Wolterskamp) is circa 480 meter ten noordoosten van het plangebied gelegen. De onderhavige ontwikkeling heeft geen effect op deze watergang.

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'

In het coalitieakkoord 2018-2022 'Een gezonde toekomst voor Venray' is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 30

De toekomstvisie geeft richting om de koers te bepalen waarlangs we de gevolgen van de trends en ontwikkelingen laten landen in de gemeente, binnen de gemeenschap van Venray én in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige (herijkte) strategische visie 'Tweede stad in de Peel' lopen door naar deze visie. 'Venray loopt voorop' geeft een eigentijdse vertaling van zelfsturing met een herijking van participatie en de rol van de overheid. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. Ook is samenwerking nader geduid als het gaat om de regio, met onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Speciale aandacht verdient de komst van de Omgevingswet. De toekomstvisie 2030 is een belangrijke 'eerste stap' (identiteit, kwaliteiten, doelen) voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. In dat traject zal de verdieping plaatsvinden op de toekomstvisie, meer specifiek in de ruimtelijke vertaling. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf concrete ambities geformuleerd: "In het Venray van 2030: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; 2. woon je groen en sociaal; 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; 5.

is iedereen mobiel." In de toekomstvisie worden weinig directe beleidsuitspraken gedaan over woningbouwontwikkelingen in de gemeente Venray. Venray stelt zich tot doel dat er voor de diverse doelgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn. Planspecifiek: De herinvulling van het voormalige WeJeBe-terrein met 6 woningen (2 tweekappers en 2 vrijstaand) in de categorie levensloopbestendige woning (3x) en gezinswoning (3x) waarbij duidelijk aandacht is voor een duurzame uitvoering, past goed in het stedenbouwkundige beeld van de woonbebouwing in de omgeving en past bij de woonwensen/-behoeften in deze kern. Hierdoor is het plan in overeenstemming met de toekomstvisie. Hiermee is het plan in overeenstemming met de toekomstvisie.

4.5.2

Omgevingsvisie Venray

De gemeenteraad van Venray heeft op 21 december 2023 de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De omgevingsvisie van geeft aan wat belangrijk wordt gevonden in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit isvan de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleid en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. De onderdelen van deze leefomgeving waar de gemeente trots op is, moeten worden beschermd en verbeterd. Daarnaast zet de gemeente in op nieuwe doelen die zijn beschreven in 5 hoofdambities. Dit betreffen:  Groen wonen voor iedereen  Een gezond Venray heeft de toekomst  Venray bloeit, bruist en boeit  Natuurlijk Venray!  Ambities in regionaal perspectief

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 31

Voor wat betreft het projectgebied is er sprake van 'woongebied'.

Afbeelding: Uitsnede uit Omgevingsvisie Venray

Met betrekking tot de 'woongebieden' zegt de omgevingsvisie het volgende: Venray en de dorpen kennen een fijn woonklimaat. Tegelijkertijd kent de gemeente een woningtekort. Zowel voor jongeren als voor ouderen. De gemeente wil bouwen voor behoefte en sturen op meer kwaliteit van woningen. Oplossingen ziet de gemeente in het bouwen van woningen die meer aansluiten bij het toekomstperspectief. Een vooruitblik in de toekomst laat ons zien dat: er voldoende groen en ruimte is waar Venraynaren elkaar dicht bij huis kunnen ontmoeten en er passende woningen zijn voor jong en oud. Venray gaat hierbij voor woongebieden die over een aantal jaar veranderd zijn in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen. Dit alles in een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. De mens staat centraal en inwoners hebben de kansen en keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. Ambities: Binnen de woongebieden wordt/worden: | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s Oude Heerweg 23 Blitterswijck | status: ontwerp |

Pagina | 32

        

gestuurd op woningkwaliteit het aantal zorgvoorzieningen afgestemd op de doelgroepen voorzieningen gerealiseerd om te bewegen en te ontmoeten ingezet op meer ruimte voor groen in alle woongebieden ingezet op behoud en toegankelijkheid van voorzieningen aandacht besteed aan de fysieke en sociale veiligheid overlast van houtstook beperkt huisvesting van internationale werknemers bevorderd duurzame mobiliteit gestimuleerd

Planspecifiek: Onderhavig plan betreft het opheffen van een bedrijfslocatie midden in de woonkern Blitterswijck en het op deze locatie toevoegen van 6 woningen aan deze woonkern. De woningen worden deels levensloopbestendig vormgegeven (3 stuks), zijn van hoge kwaliteit en afwerkingsniveau en zijn gesitueerd op een duidelijke inbreidingslocatie. Hiermee wordt, op een schaal welke passend is bij de kern Blitterswijck, een impuls gegeven aan de woningbouwopgave van de gemeente Venray. Door deze herontwikkeling van de voormalige bedrijfslocatie neemt deveiligheid toe; een bedrijfslocatie is immers na werktijd gesloten, waarbij er kans is op ongewenst gebruik van de niet omheinde buitenruimte. De zuidelijke 3 woningen kijken uit over het landelijk gebied; de percelen zijn dusdanig groot dat er ook voldoende ruimte is voor vergroening van de eigen percelen. Er zal veel aandacht zijn voor de duurzaamheidsaspecten als gasloos, afkoppeling van hemelwater, aanbrengen van bijvoorbeeld zonnepanelen, zonnecollectoren of een warmteterugwininstallatie. Gelet hierop past de ontwikkeling binnen het planologische beleid, zoals neergelegd in de Omgevingsvisie Venray.

4.5.3

Omgevingsprogramma Wonen: Verder bouwen aan de toekomst van Venray

In het gemeentelijke programma Koers op Wonen zijn de ambities en uitgangspunten voor met name de kwantitatieve bouwopgave vastgelegd. De kwalitatieve opgave is in het op 15 februari 2022 vastgestelde Omgevingsprogramma Wonen verder uitgewerkt. Zo zijn de eerdere vier actielijnen (versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen) aangevuld en vertaald naar vijf centrale thema's: 1. Snel voldoende woning bouwen  een bouwproductie van minimaal 2.000 woningen tot 2035;  waarvan minimaal 1.500 woningen in de komende 10 jaar (gemiddeld ca. 150 per jaar);  een inhaalslag in de eerste jaren (minimaal 200 woningen per jaar);  woningen bouwen in iedere kern. 2. Gevarieerd aanbod  een goede differentiatie van de nieuwbouw, passend bij de behoefte nu en in de toekomst;  focus op betaalbaarheid in koop en huur;  niet meer van hetzelfde, maar meer variatie in vorm, techniek en doelgroepen;  meer sturing en regie op type en prijsklassen van nieuwe woningen, passend bij behoefte en opgaven;  een daarbij passend stelsel van maatregelen, afspraken en instrumenten;  focus op aanpassing bestaande woningvoorraad (levensloopbestendig maken). 3. Duurzame woningvoorraad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16773772/1