Getekende verordening waterverblijfsbelasting 2024
Tekst van het document
Verordening van de gemeenteraad van Venray houdende regels voor de heffi ng en invordering van wate rverbl ijfs be lasti n g 2024 de raad van Venray, Celezen,het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3l oktober 2023; gelet op artikel 224 van de Cemeentewet: mede gezien het advies van de commissie Werken en Besturen van 20 november 2023;
besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING VAN DE GEMEENTERAAD VAN VENRAY HOUDENDE REGEIS VOOR DE HEFFING EN I NVORDERI NG VAN WATERVERBLU FSBEI.ASTI NC 2 02 4 (Verordeni n g waterverbl ijfs belasti ng 2024)
Art¡kel I Definities In deze verordening wordt verstaan onder: . etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; . lengte: de lengte over alles; o maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; o particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; r particulier verhuurde ligplaats of vaartuig: een ligplaats die of vaartuig dat door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf tegen een vergoeding in welke vorm dan ook;
. . . .
schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; seizoen: het tijdvak van [datum tot en met datum]; vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere .
recreatieve doeleinden ; vaste ligplaats; een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van
verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de
basisregistratie personen zijn ingeschreven;
Artikel 3 Belastingpl¡cht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig: - de schipper,
- de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of - degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartu¡g.
Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1, door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van
gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d, een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid. van de Vreemdelinqenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c. d, f, o, h. van voornoemde wet èn voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
Artikel 5 Maatstaf van helf¡ng De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Ter zake van vaartuigen welke zijn gelegen op ligplaatsen bedoeld voor passanten of vaartuigen welke zijn gelegen in het aangewezen gebied, wordt het werkelijk aantal personen aan boord en
het werkelijk aantal etmalen verblijf door deze personen gesteld op het aantal personen en het aantal etmalen per vaaftuig, Voor de toepassing van dit artikel wordt gen gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend,
Artikel 6 Forfaitaire berekeningswfze maatstaf van heff¡ng Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a, het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op: 2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4 meter.
b, het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:. 26
Artikel 7 Opteren voor n¡et-forfaitaire maatstaf van heff¡ng In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verþlijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal'
Artikel 8 Belastingtarief Het tarief bedraagt per verblijf € 1,35
Artikel 9 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.
Artikel I 0 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel t I Voorlopige aanslag 1. Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. 2. Een voorlopige aanslag kan met inachtneming van het in het eerste lid bepaalde, door een of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld. 3. De voorlopige aanslagen worden met de aanslag verrekend.
Artikel l2 Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien.het aantal etmalen d¡rr geresenheid àt verbrijf is of wordt gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen.
Artikel l3 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand, die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede twee maanden later.
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel l4 Aanmeldingsplicht en aangifte 1. De belastingpliçhtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerst maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de gemeentewet'
2. De belastingplichtige die niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifre of aan wie niet binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar een
aanslag is opgelegd, is gehouden binnen 14 dagen na afloop van die periode aan de door het college vari burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede
lid, aanhef en onder b en c, van de Gemeentewet, een verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. 3. De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de heffingsambtenaar middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen daartoe gedaan.
4. Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
Artikel I 5 Kwijtschelding Bij de invordering van watertoer¡stenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend
Artikel I 6 lnwerkingtred¡ng 1. De'Verordening waterverblijfsbelasting 2023'van 13 december 2022, wordt.ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat
zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking
Artikel l7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening waterverblijfsbelastin g 2024'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 december 2023 De voorzitter,
M.C.
De