CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende verordening Ozb 2024

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Verordeningen gemeentelijke heffingen 20241.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening van de gemeenteraad van Venray houdende regels voor de heffi ng en invordering van on roerende -zaakbelasti ngen 2024 De raad van Venray,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3l oktober 2O23; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; mede gezien het advies van de commissie Werken en Besturen van 20 november 2023;

besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING VAN DE GEMEENTERAAD VAN VENRAY HOUDENDE RECELS VOOR DE HEFFING EN INVORDERINC VAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN (Ve rorde n i n g o n roe rend e-zaakbelasti

n ge

2 02 4

n 20241.

Art¡kel I Belastbaar feit en belastingplicht

l. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen'worden

voor binnen de gemeente gelegen

onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot won¡ng dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebru ikt, verder te noemen : gebruikersbelasting ; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenaren belasting.

2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat déel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;;

b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zairk ter beschikking is gesteld. 3. Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 Voonrerp van de belasting I . Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk lll van de Wet

waardering onroerende zaken.

3. Een onroerende zaak dient ¡n hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk lV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak

kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 3 Maatstaf van heffing I

. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk lV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld ¡n artikel L

2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk lV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17,18, en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Vrijstellingen I

. ln afuijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek ofteelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;

c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst ofvoor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het

Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met u¡tzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

e. natuurterre¡nen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

g. .waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,

instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning. h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afualwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van , de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van ondenvijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

L plantsoenen, parken en waterpartÜen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning en met uitzondering van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria die zijn bestemd voor de lijkbezorging van dieren. 2. De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. ln aftvijking in zoverre van art¡kel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5 Belastingtar¡even

l. Het tariefvan de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

a. de gebruikersbelasting 0,2544 % b. de eigenarenbelasting l voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1 156 % 2. voor onroerende zaken d¡e niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3204%

Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven

Artikel 7 Termijnen van betaling I . ln añrvijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termUnen telkens een maand later. 2. ln añruijking van het bepaalde in het eerste lid moeten, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden geïnd, de aanslagen worden voldaan in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. lndien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal niet kunnen worden geïncasseerd vervalt de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de

betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

4. De Algemene Termijnenwet is n¡et van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Inwerkingtred¡ng

L De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023' van de gemeente Venray van I 3 december 2022,wordt ingetrokken met ¡ngang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan 2. Dèze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is I januari 2024.

Artikel 9 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als'Verorden¡ng onroerende-zaakbelastingen 2024'

Aldus besloten in de openbare vergadering van I 2 december 2023

De voorzitter,

M.C. Uitdehaag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13616121/1