Getekende verordening Afvalstoffenheffing 2024 (incl tarieventabel)
Tekst van het document
Verordening van de gemeenteraad van Venray houdende regels voor de heffi ng en invordering van afvalstoffe n heffi ng 2024 De raad van Venray,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3l oktober 2023; gelet op artikel I 5.33 van de Wet milieubeheer; mede gezien het advies van de commissie Werken en Besturen van 20 november 2023;
besluit: vast te stellen de volgende verordening VERORDENING VAN DE GEMEENTERAAD VAN VENRAY HOUDENDE REGEI-S VOOR DE HEFFING EN I NVORDERING VAN AFVAISTOFFEN H EFFI NG 2 024. (Verord en i n g afvalstoffen h ef f ing 2O2 4l
ert¡kel I Definities Voor de toepassing van de verordening,wordt verstaan onder: 1, Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats, ten behoeve van meerdere huishoudens; 2. Container: een door of vanwege de gemeente verstrekte ophaalbak van verschillende volumes; 3. Verzamelcontainer: een door of vanwege de gemeente geplaatste container ten behoeve van collectieve inzameling van afualstoffen; 4, Gft+E-afual: groente, fruit- en tuinafual; 5. Restafval: Fijn afual afkomstig uit huishoudens dat overblijft na scheiding in andere afvalstoffen dan genoemd in artikel 7,lid 2 van de Afvalstoffenverordening Venray; 6. Ondergrondse voorziening voor restafual: een door of vanwege de gemeente geplaatste inzamelvoorziening voor restafval waartoe men toegang verkrijgt door gebruik te maken van een door of vanwege de gemeente verstrekte afualpas; 7, Grof huishoudelijk afual: huishoudelijke afualstoffen die groot en te zwaar zijn om als restafval aan te bieden in de door de gemeente beschikbaar gestelde restafvalcontainer; 8. Lediging: het aanhangen van een rest- of gft+E-afvalcontainer aan de inzamelwagen dan wel gebruik van ondergrondse voorziening, Indien de rest- dan wel gft+E-afvalcontainer bij het ledigen niet volledig wordt leeggemaakt door het vastvriezen, te vast aanduwen van
het afual of het te vol aanbieden van de container, wordt dit ook als een lediging aangemerkt; 9, Milieustation: De bemenste inzamelvoorziening ingevolge artikel 10.22 van de Wet milieubeheer gelegen aan de Metaalweg 1d te Venray waar huishoudelijke afualstoffen kunnen worden achtergelaten ; 10. Afualpas: Een door of vanwege de gemeente verstrekte pas welke perceelsgebonden is ten behoeve van het registeren en legitimeren van en bij het storten van (grof) huishoudelijke afualstoffen op het milieustation en in een door of vanwege de gemeente geplaatste ondergrondse inzamelvoorziening voor restafual; 11. Gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar fe¡t
1. Onder de naam "Afualstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2. De afualstoffenheffing als bedoeld in deze verorden¡ng en de daarbij behorende tarieventabel (bijlage 1 bij deze verordening) wordt nâar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waaryan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen
van huishoudelijke atualstoffen geldt.
Artikel 3 Voonryerp van de belasting
1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroeren de zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel,
Artikel 4 Belastingpl¡cht
1. De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
2. De belastingen als bedoeld in Hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
3. De belasting als bedoeld in Hoofdstuk 1.4 van de tarieventabel wordt geheven van de aanvrager van een vervangende afualpas.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van dit artikel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Belastinqjaar
1. Met betrekk¡ng tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikef 7 Wijze van heff¡ng
1. De belasting zoals bedoeld in hoofdstuk]-.l,t.2, 1.3 artikel 1'3.2, 1'3'3, 1'3.4, 1.35, L.3.6, L.3.7 en hoofdstuk 1.4 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een aanslag.
2. De belastingen zoals bedoeld in Hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel kan ook worden geheven doòr middel van een mondelinge dan wel schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kehnisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt'
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar t¡idsgelang
1. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2, Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de belastingen - als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de Tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 4. Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid, in de loop van het belastingtijdvak eindigt" bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting - als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de Tarieventabel - voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5. Indien de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 6. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maaK. 7.
De belasting bedoeld in hoofdstukl.2 en in hoofdstuk 1.3 van detarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen als bedoeld in Hoofdstuk !.L,1.2, Hoofdstuk 1.3 artikelen 1.3.2 toten met 1.3.7 en hoofdstuk 1.4 van de tarieventabel worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later..
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moeten, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden geïnd, de aanslagen worden voldaan in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste da9 van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal niet kunnen worden geTncasseerd vervalt de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. Indien de termijnen van het eerste lid
zijn verstreken dient het bedrag in één termijn te worden voldaan binnen tien dagen.
4. De belasting bedoeld in Hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel moeten worden betaald indien aÉikel 7 lid 2 van toepassing is:
a. ingeval bij mondelinge kennisgeving of schriftelijke uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de mondelinge kennisgeving dan wel schriftelijke uitreiking van de kennisgeving;
b. ingeval van toezending van de schriftelijke kennisgeving: binnen 30 dagen na de dagtekening.
5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel I 0 Kwijtschelding
1. Bij de'invordering van de afualstoffenheffing kan, op grond van artikel 255, tweede lid, van de Gemeentewet, in combinatie met artikel 26 invorderingswet 1990, kwijtschelding
worden verleend voor de belastingbedragen als bedoeld in hoofdstuk 1.1 onderdeel 1.1.1 van de tarieventabel behorende bij de "Verordening op de heffing en de invordering van atual stoffen h effing 2024" ( bel asti n g per pe rceel/het vastrecht) ;
2. Bij de invordering van de afualstoffenheffing kan per belastingjaar, op grond van artikel 255, tweede lid, van de Gemeentewet, in combinatie met artikel 26 Invorderingswet 1990, kwijtschelding worden verleend voor de belastingbedragen gebaseerd op de belastingtarieven als bedoeld in hoofdstuk 1.2 (belasting per lediging) van de tarieventabel behorende bij de "Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024", tot een bedrag van maximaal:
a. 7 ledigingen voor een rest-conta¡ner met een inhoud van 40 liter per jaar; b. 7 ledigingen voor een rest-conta¡ner met een inhoud van 60 liter per jaar: c. 20 ledigingen voor een afvalpas met een volume van 60 liter per jaar; d. 7 ledigingen voor een rest:container met een inhoud van 80 liter. per jaar; e. S ledigingen voor een rest-container met een inhoud van 140 liter per jaar; f. 8 ledigingen voor een rest-container met een inhoud van 240 liter per jaar. 3. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend voor de tarieven genoemd in hoofdstuk 1.3 en 1.4 van de tarieventabel. 4. Kwijtschelding geschiedt op schriftelijk verzoek.
Artikel I I Overgangsrecht en inwerkingtred¡ng
1. De "Verordening atualstoffenheffing 2023.", vastgesteld bij raadsbesluit van 13. december 2O22, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op dç belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. De datum van ingang van de heffing is l januari 2024. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
Artikel I 2 Citeerartikel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afualstoffenheffing 2024"
Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 december 2023 De vo
M.C. Uitdehaag
Bijlage l: Tarieventabel behorende bij de 'Verordening Afual stoffe n heff tng 2024" . Hoofdstuk I Maatstaf en tarieven afvalstoffenheffing Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing (vastrecht) 1.1,1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar : € 2L5,4O (per maand € 17,95) Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing voor de lediging van minicontainers en afvalbakken en de inworp bij ondergrondse voorzieningen (variabel recht) Restafual:
;';;;"rrinderd
het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per lediging van: L.2.L.L een container met een volume-inhoud van 40 liter: €.2,95 L.2.L,2 een container met een volume-inhoud van 60 liter: €, 4,43 L.2.t.3 een container met een volume-inhoud van 80 liter: € 5,91 L,2.1.4 een container met een volume-inhoud van 140 liter: € 10,33 t:2,t.5 een container met een volume-inhoud van 240 liter: € L7,72 1,2.2,Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1,1 bedraagt de belasting per inworp: t.2.2,1 met een volume van 60 liter bij aanbieding aan een ondergrondse voorziening € 4,43
Hoofdstuk 1.3 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.3.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1,1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het aan huis inzamelen van (maximaal 2 m3) grof huishoudelijk afual of de inname van groot elektr(on)ische apparaten, per aanvraag € 25,00 1.3.2 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van grof huishoudelijk afual vanuit een aanhangwagen (maximaal 2 ms) op het milieustation per keer € 15,00, uitgezonderd huishoudelijk tuinafual: gratis 1.3.3 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van grof huishoudelijk afual vanuit de kofferbak of achterbank van een personenauto (maximaal 1 m3) op het milieustation, per keer: € 7,50 1.3.4 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van schone grond, graszoden en/of puin (maximaal 0,5 m3) op het
milieustation per keer e 15,00 1.3.5 Onverminderd het bepaalde in, hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van regulier huishoudelijk afual op het milieustation per 60 liter (vergelijkbaar
metlvuilniszak)€4,50 1.3.6 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van autobanden met velg (max. 4 stuks), per stuk € 5,00
1.3.7 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van tractorbanden/vrachtwagenbanden, zonder velg, max. 120 cm doorsnede
(max. 4 stuks), per stuk € 5,00 1.3.8 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van een éénpersoons matras, per stuk € 7,50
1.3.9 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor het met de afualpas aanbieden van een tweepersoons matras, per stuk € 15,00
Hoofdstuk 1.4 Tarief bij vervanging, verlies of diefstal afvalpas 1.4.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk t.t,l.2 en 1.3 bedraagt de belasting voor de vervanging van een afvalpas (milieustation, inzameling grof huisvuil en gebruik ondergrondse afualcontainers) als bedoeld in artikel 4, derde lid, van deze verordening € 16,00 Behoort bij raadsbesluit van 12 december 2O23 De voorzitter,
M.C. Uitdehaag