CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende financiële verordening gemeente Venray

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Verordeningen artikel 212, 213 en 213a Gemeentewet4.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

\tGemeente Venføy -t\

Financiële verordening gemeente Venray De raad van de gemeente Venray; gelezen het advies van B en W,

gelezen het advies van de auditcommissie d.d. 27 september 2023 gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordenlng: Fi n a nci ële vero rden i ng gemee nte Ven ray

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; b. Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; c. Financiële organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werkingen van de bestuurlijke en a mbtelij ke informatievoorziening.

d. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Venray. e. Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging

f.

daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke

organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. g, Taakvelden: een samenvattend geheel van taken en activiteiten onder een programma, volgens het taakveldenoverzicht zoals opgenomen in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten).

h. Onvoorzienbaar: een onverwachte gebeurtenis of een niet vooruit te berekenen/bepalen voorstel.

i.

Onontkoombaar:

r een wettelijke verplichting, contract of overeenkomst; r een uitgave waarbij uitstel leidt tot aansprakelijkheid; . de ontwikkeling/gebeurtenis kan niet vermeden worden/er is geen alternatief; . of er is sprake van een zwaarwegende politieke toezegging/politiek belang. j.

Onuitstelbaar; niet verschuifbaar in de tijd (tot het volgende begrotingsjaar), dat wil zeggen tot de volgende ronde van integrale afweging. k. Extracomptabel: gegevens zijn niet rechtstreeks uit de administratie te generen en wordt buiten de administratie om geregistreerd.

L Kapitaallasten: het geheel van afschrijvingslasten en rentelasten. Dit zijn structurele lasten die het gevolg zijn van investeringen die een gemeente doet. m. Uitbreidingsinvesteringen: investeringen die gedaan worden vanwege groei van de gemeente en/of nieuwe wensen en ambities vanuit de gemeente. n. Vervangingsinvesteringen: investeringen die gedaan worden om de bestaande voorzieningen binnen de gemeente op peil te houden conform de eisen van de huidiqe tijd.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2.' Programma-indeling 1. De raad stelt de programma-indeling vast. 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren van de ministeriële regeling, welke is

vastgesteld krachtens het tweede lid van artikel 25 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening, kaders wil stellen en wil worden gei'nformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma's de baten en lasten per deelprogramma weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma's de gerealiseerde lasten en baten per deelprogramma weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen

per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 4. De in de begroting en jaarstukken opgenomen verschillenanalyses worden van een toelichting voorzien als er sprake is van een verschil per deelprogramma groter dan het bedrag zoals is vermeld in de Kadernota. 5. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten

groter dan het bedrag zoals vermeld in de Kadernota afzonderlijk gespecificeerd.

Artikel 4. Kaders Begroting 1. Het college biedt de raad voor 1 jun¡ een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming 2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van € 0'00'

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

2. De nieuwe uitbreidings- en vervangingsinvesteringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van het Meerjarig Uitgaven- en InvesteringsProgramma (MUIP)

geautoriseerd.

l

3. Het college informeert de raad tenminste vooraf als het verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten óf de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten verwacht te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. 4, Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten, Het college heeft de bevoegdheid om onvoorzienbare, onontkoombare enlof onuitstelbare uitgaven te doen tot een bedrag van € 50.000 per post en deze achterafter goedkeuring aan de raad voor te leggen. Deze post wordt rechtstreeks ten laste gebracht van het gemeentelijke begrotingsresultaat waardoor de post onvoorzien een louter adlninistratief karakter kent ter bevordering van transparante besl uitvormin g. 5. Voor een nieuwe investering wáarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel ter vaststelling voor aan de raad; 6. De financiële kaders voor de strategische grondverwervingen zijn vastgelegd in de Nota Grondbeleid.

7. Bij een (dreigende) onvoorziene overschrijding van een investeringskrediet met meer dan 10Vo, met een minimum van € 50.000, dient een voorstel aan de raad voorgelegd te worden voor extra middelen. L Nieuwe beleidsonderwèrpen waarvoor budget/krediet nodig is worden in de eerstvolgende kadernota en/of begroting opgenomen of via een apart raadsvoorstel ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar. 2. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de te bereiken doelstellingen en de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van deelprogramma's en investeringskredieten in de begroting toegelicht en bijgesteld.

Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijd¡g met l'tet aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

2. In het bestemmingsvoorstel van het jaarrekeningresultaat stelt het college de raad voor om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

Artikel 8. Informatieplicht Het college informeert de raad actief over nieuwe ontwikkelingen met eventuele financiële consequenties die ingrijpende gevolgen hebben voor de gemeente. Het college besluit niet over:

a. het verstrekken van leningen en garanties groter € 100.000 voor zover het niet afgedekt is door eerdere besluitvorming ; b. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen voor zover het niet afgedekt is door eerdere besluitvorming; c. een voorgenomen verkoop van gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed onder de recente taxatiewaarde; dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is ggsteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Ten aanzien van hetgeen dat opgenomen is in lid c worden (kandidaat)kopers tijdens de onderhandelingen tijdig geinformeerd.

Artikel9. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van

gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Hoofdstuk 3 Rechtmati gheidsvera ntwoord in g Artikel 1O. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geTnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen. De verantwoordingsgrens is een percentage van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Het pgrcentage wordt vastgelegd in het controleprotocol, 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan het bedrag, zoals vastgelegd in het controleprotocol, nader toegelicht.

Artikel 1 1. Voorwaardencriteri um 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die i¡vorden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien

Artikel 12. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma's, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a, Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding volledig compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

d. De uitgaven hebben betrekking op strategische grondverwervingen.

Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen 2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,

Hoofdstuk 4, Financieel Beleid Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Voor het waarderen en afschrijven van vaste activà worden de regels uit Besluit begroting en

verantwoording provincies en gemeenten gehanteerd. 2. Vaste activa wordt afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 3. Vaste activa wordt onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.

4. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

5. Het college biedt de raad jaarlijks een Meerjarig Uitgaven- en InvesteringsProgramma (MUIP) aan bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande lasten voor de komende meerjarenperiode.

Artikel 15. Voorziening voor on¡nbare vorderingen 1. Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, heffingen en terugvorderbare bijstandsuitkeringen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage oninbaarheid. Indien individuele vorderingen groter zijn dan € 5.000,00 wordt een voorziening gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid.

Artikel 16. Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad een nota reserves en voorzieningen aan. Het college evalueert de bepalingen inzake de nota reserves en voorzieningen zodra daar een wettelijke aanleiding voor is of als het lokale financiële beleid aanpassing behoeft op grond van nieuwe inzichten. Minimaal één keer per vier jaar is dit onderwerp van bespreking in de auditcommissie. De nota behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; 2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een bestedingsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; en d. de maximale looptijd, 3. In de programmabegroting en in de jaarstukken vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats, behoudens wanneer voorzieningen zijn gewaardeerd tegen contante waarde.

Artikel 17. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die tegen vergoeding worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extrãcomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de

indirecte kosten betrokken, die meer dan zijdelings sâmenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. Bij de kosten worden betrokken: a. de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de

betrokken activa; b. de kapitaallasten van'de in gebruik zijnde activa; c. voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW); d. de kosten van het kwijtscheldingsbeleid; e. de kosten van straatreiniging. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of òubsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee

kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorie 1.1 Salarissen en sociale lasten die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorie 1.1 Salarissen en sociale lasten.

Artikel 18. Prijzen economische activiteite 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Dit met inachtneming van de in de wet Markt en

Overheid als zodanig aangemerkte uitzonderingen. 2. Wanneer het in rekening brengen van de integrale kostprijs voor een bepaalde activiteit niet mogelijk of wenselijk is, doet het college een voorstel voor een raadsbesluit om deze activiteit van deze regel uit te zonderen, waarin het algemeen belang van de activiteit wordt gemotiveerd.

Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks en indien nodig tussentijds, een voorstel voor de tariefhoogte van de gemeentelijke belastingen, rechten, heffingen en prijzen.

Artikel 2O. Financieringsfunctie 1. Het college zorgt bij de uitoefening van de financieringsfunctie voor: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma's binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; b. het beheersen van de risico's verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico's, koersrisico's, liquid iteitsrisico's en kredietrisico's; c. hetzo veel mogelijkbeperken van de kosten van de leningen en hetoptimaliseren van: i. het rendement van de beschikbare liquiditeiten binnen de kaders van de wet Fido en daarop gebaseerde besluiten en regelingen; ii. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: a. bij het uitzetten van overtollige gelden is de Wet Fido, de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden leidend; b. bij het uitzetten van overtollige middelen bij decentrale overheden dient dit zo optimaal

mogelijk, afhankelijk van de marktsituatie te worden gedaan; c. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste drie prijsopgaven bij ùerschillende financiële instellingen gevraagd; d. leningen worden niet aangetrokken met uitsluitend het doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten; e. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden; f. het verzekeren van een duuzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; g. overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro; h. voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden'

3. Het college neemt bij het verstrekken van leningen, garanties, borgstellingen en risicodragend kapitaal de volgende kaders in acht: a. verstrekken van leningen, garanties, borgstellingen en het aangaan van financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Het college motiveert in hun besluit het publiek belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties, borgstellingen en financiële participaties; b. het college is terughoudend met het verstrekken van leningen, garanties, borgstellingen en risicodragend kapitaal; c. bij het verstrekken van leningen, garanties, borgstellingen en risicodragend kapitaal bedingt het college zekerheden en stellen zij voorwaarden. Indien geen zekerheden bedongen kunnen worden is een raadsbesluit noodzakelijk; d. de verstrekking van leningen, garanties en borgstellingen moet noodzakelijk zijn omdat er voor de aanvrager geen andere financieringsmogelijkheden bestaan en er buiten het verlenen van

leningen, garanties en borgstellingen geen andere mogelijkheden zijn om het betreffende initiatief

te ondersteunen; e. het college besluit niet over het verstrekken van leningen, garanties en borgstellingen groter € 100.000 en het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen voor zover het niet afgedekt is door eerder besluitvorming, dan nadat de raad is geTnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen;

f. De bevoegdheid om borgstellingen te verlenen die lopen via Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) etcetera en waarbij de gemeente een aihtervang positie inneemt ligt volledig bij het college. Als waarborging deels mogelijk is, wordt voor dat deel geen garantie verstrekt, Als het

initiatief aanspraak maaK op borging door een waarborgfonds en het waarborgfonds wijst de aanvraag af, dan verstrekt de gemeente geen financieel instrument aan de aanvrager. Tenzij anders besloten via een raadsbesluit;

g. leningen, garanties en borgstellingen worden niet verstrekt aan natuurlijke personen. Leningen, garanties en borgstellingen worden verstrekt aan instellingen die zich statutair ten doel stellen zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten ten behoeve van de burgers van de gemeente en

verenigingen metvolledige rechtspersoonlijkheid (ex artikel 2;26 BW), aan stichtingen (ex artikel 2;285 BW) of aan verbonden partijen. In bijzondere situaties kunnen ook leningen, garanties en' borgstellingen verstrekt worden aan verenigingen met beperkte rechtspersoonlijkheid (ex artikel 2:30 BW). Aangezien het fi'nancieel risico bij deze verenigingen hoger ligt, is dit ter beoordeling van de raad;

4. Het college stelt regels op ter uitvoering van de financieringsfunctie en legt deze regels, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende i nformatievoorziening, vast i n de'uitvoeringsregels treasury'.

5. Het college evalueert de bepalingen inzake de financieringsfunctie zodra daar wettelijk aanleiding voor is, of als het lokale financiële beleid aanpassing behoeft op grond van nieuwe

inzichten. Minimaal één keer'per vier jaar is dit onderwerp van bespreking in de auditcommissie.

Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikel 21 Paragrafen in begroting en jaarstukken In de begroting en de jaarstukken worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de gemeentelijke heffingen. In de paragrafen wordt tenminste opgenomen datgene dat nader bepaald is in titel 2.3 van het Besluit begroting en verantwoording. De beleidslijnen met betrekking tot het grondbeleid en risicomanagement worden nader uitgewerkt in afzonderlijke nota's. Tenminste eenmaal per vier jaar wordt beoordeeld of actualisatie van de betreffende nota's nodig is. Indien actualisatie aan de orde is, is dit onderwerp van bespreking in de auditcommissie.

Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 22. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de diensten; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met

economische nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden, enzovoofts,

c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie ten behoeve van indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

Artikel 23. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor:

a. een eenduidige indeling van de gemeentel¡jke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden aan de afdelingen en functionarissen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van volmachten en machtigen voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende i nformatievoorzieni ng van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen ; h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt

voldaan; i, het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

Artikel 24. Interne controle 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

2. Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 25. Intrekken oude verordeninS De'Financiele verordening Gemeente Venray', vastgesteld bij raadsbesluit van 1 november 2016, wordt ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking 2. Deze verordening heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Venray. Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 december 2023 De

M.C. Uitdehaag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13616126/1