CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief besluit Erfgoedverordening Venray 2024

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Erfgoedverordening Venray 20246.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

üerneente

Venf1y

\t_ -t\

Erfgoedverordening Ven ray 2024 De raad van de gemeente Venray; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 mei 2024 gelet op artikel 3.1.6 van de Erfgoedwet, artikel 38 van de Monumentenwet 1988, artikel L49 van de Gemeentewet en artikel 5.1 van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, aahef en onder d, en paragraaî 22.'J..2 van de lnvoeringswet Omgevingswet en gelet op het gestelde in artikel 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving; gezien het advies van de raadscommissie Wonen van 4 juni 2024; besluit vast te stellen de volgende verordening:

E

rfgoedverordeni ng Ven ray 2024

S 1. Algemeen Artikel 1. Definities ln deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: - Adviesbureau Omgevingskwaliteit (AOK): gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel L7.9 van de Omgevingswet; - gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; - gemeentelijk erfgoedregister: overzicht van de aangewezen gemeentelijke monumenten, voorheen

gemeentelijke monumentenlijst; - gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel L.L van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; - min¡ster: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.

Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister L. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijke monument.

1.

I 2. Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentel¡¡k beschermde verzameling Artikel 3. Aanwijzing ats gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentetijk beschermde verzameling L. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed. 2. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermde verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 4.

Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders abvies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.L8 van de Erfgoedwet. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld

in artikel l-.1- van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.L7, eerste lid, van de Erfgoedwet. 6. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwi¡z¡ng als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzamel¡ng 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als

zodanig is tenietgegaa n. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen a ls:

a. door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureelerfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als

bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. c. na een periode van uiterlijk 5 jaar na het uitschrijven van het voornemen tot aanwijzen zoals bedoeld in dit artikel.

2

3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

5 3. Aanwíjzing gemeentelijk monument Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1". Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Dit artíkel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.t7 , eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.

Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.

Artikel 7. Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aa nwijzi ng i n het gemeente ijk e rfgoed registe r. I

Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie (AOK) L. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, advies aan het AOK zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de verordening op de gemeentelijke adviescommissie Adviesbureau Omgevingskwaliteit gemeente Venray. 2. Het AOK betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.

Artikel 9. Beslisterm¡¡n en inhoud aanw¡jz¡ngsbesluit L. Op een voornemen tot aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na de dag dat het

voornemen tot aanwijzing bekend is gemaakt. 2. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

3

Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en rnscnr¡fvrng L. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan ín de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet

2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing in het.gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument (Gereserveerd)

Arti ke I 12. Wijziging gemeente I ijk erfgoed registe r, verva ¡len aanwi¡z¡ ng

monument 1-. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.

I 4. Bescherming gemeentelijk monument Artikel 13. lnstandhoudingspl¡cht gemeentelijk monument Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

Arti kel 14. Omgevi ngsvergu n ning gemeente lijk mon u ment 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt; b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1-". plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2". doen van begravingen of asbijzettingen, of

4

3". ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld ¡n het eerste lid[, of een pl¡cht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lidl,

Artikel 15. (Vervallen)

Artikel 16. Weigeringsgronden L. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel L.L van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.

S5. Artikel 17. (Vervallen)

S 6. Aanwijzing gemeenteliik beschermd stads- of

dorpsgez¡cht Artikel 18. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht (Gereserveerd)

Artikel 19. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht (Gereserveerd)

Artikel 20. Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunn¡ng (Gereserveerd)

S 7. Handhaving en toezicht Artikel 21. Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 13 of met het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Arti ke I 22. T oezlchthoude rs 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen of instanties. 5

5 8. Vangnet archeologie Artikel 23. Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstor¡ng; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met

de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.

$ 9. Slotbepalingen Artikel 24. lntrekken oude verorden¡ng De Erfgoedverordening 2010 gemeente Venray, vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad van 28 september 201-0, wordt ingetrokken.

Artikel 25. Overgangsrecht 1. Een krachtens Erfgoedverordening 20L0 gemeente Venray aangewezen en geregistreerd

gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening 2. Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening 201-0 gemeente Venray.

Artikel 26. lnwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening Venray 2024

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 juni 2024, de

6

Toelichting Algemeen lnleiding Het gemeentelijk erfgoedbeleid verandert. Vooral de bundelingen van wetgeving in één Erfgoedwet en de invoering van de Omgevingswet (hierna: Ow) stimuleren zoweleen meer integraal gemeentelijk erfgoedbeleid als de erkenning dat erfgoed een integraal onderdeel is van (de kwaliteit van) de fysieke leefomgeving. Door de invoering van deze twee wetten is het bereik van de gemeentelijke Erfgoedverordening in vergelijking met de voorgaande verordening zowel breder - het betreft nu monumenten én cultuurgoederen - als smaller: belangrijke fysieke onderwerpen zoals de aanwijzing of bescherming van stads- of dorpsgezichten of archeologische waarden en verwachtingen worden steeds minder geregeld via een verordening en meer via de Ow, het omgevingsplan. Per saldo leidt een en ander tot een vereenvoudigde Erfgoedverordening. De Erfgoedverordening is vernieuwd vanwege de invoering van de nieuwe Erfgoedwet, per L juli 2016. De Erfgoedwet vervangt en integreert verschillende wettelijke regelingen op het gebied van het cultureel erfgoed. Naast de Erfgoedwet wordt besluitvorming over cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving geregeld via de Ow. ln de Ow wordt materieel gezien het bestaande stelsel van monumenten- en sloopvergunningen nagenoeg één-op-één overgenomen.

Wel vindt op een aantal wetstechnische, procedurele en inhoudelijke punten stroomlijning plaats, die samenhangt met de samenvoeging met andere stelsels en de achterliggende vereenvoudigingsgedachte. Bepalingen over taken en bevoegdheden van de gemeentelijke monumentencommissies, de aanwijzing van gemeentelijke beschermde stads- of dorpsgezichten en in dat kader het opstellen van beschermende omgevingsplannen en de bepalingen over de archeologische monumentenzorg in het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen zijn overgegaan naar de Ow. De erfgoedverordening vormt de basis voor aanwijzing en het afvoeren van gemeentelijke monumenten. Omdat de wettelijke basis onder erfgoedverordening vanwege de invoering van de Ow is gewijzigd, is het noodzakelijk om de erfgoedverordening hieräan aan te passen.

M ode I E rfg oe dve rord e n i n g

De nieuwe kijk op erfgoed en de invoering van de Ow maakt dat een nieuwe verordening nodig is waarbij geanticipeerd wordt op deze veranderingen. Aangezien het ingrijpende wijzigingen betreft wordt gebruik gemaakt van de modelerfgoedverordening van de VNG omdat deze inspeelt op alle veranderingen. Daarnaast zijn toekomstige wijzigingsvoorstellen van de VNG eenvoudiger door te voeren. De modelverordening is waar nodig aangepast aan de situatie in Venray.

Reikwijdte De Erfgoedwet integreert vanaf juli 2016 de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 201-3, de Wet verzelfstandiging museale diensten, de Monumentenwet 1988, de Wet tot behoud van cultuurbezit, de Uitvoeringswet UNESCO-verdragI9TO inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen en de Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied. Met de inwerkingtreding van de Ow is daaruit he,t onderdeel Monumentenwet 1988 vervallen, dit is overgegaan naar de Ow.

7

ln aansluiting op de Erfgoedwet is in 2016 gekozen voor een brede Erfgoedverordening die conform het begrip 'cultureel erfgoed' ziet op zowel onroerend cultureel erfgoed (monumenten) als roerend

cultureel erfgoed (cultuurgoederen). Deze verordening ziet in beginsel niet meer op archeologie. Archeologische waarden moesten ook voor de Ow worden geborgd via het ruimtelijke spoor (lees: de bestemmingsplannen en de afwijkvergunning op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo)) op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht.

Wettelijke grondslog De grondslag voor deze verordening bestaat uit artikel 3.16 van de Erfgoedwet en de Ow. Nu de Ow

inwerking is getreding geldt dat in de Erfgoedwet (artikel 3.1.6, vierde lid,) is opgenomen dat deze verordening geen regels bevat over de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 2.4v:an de Ow. Dit geldt met een geplande overgangstermijn tot en met 2032.

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hieronder behandeld

Artikel 1. Definities De wettelijke definities uit artikel 1.1 van tJe Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in deze verordening, nu deze verordening berust op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en derhalve in samenhang met de Erfgoedwet moet worden gelezen. Artikel L van deze verordening bevat daarom uitsluitend de begrippen 'Adviesbureau Omgevingskwaliteit' 'gemeentelijk beschermd cultuurgoed','gemeentelijk monument', 'minister'en 'omgevingsvergunning'waarvan de definitie moet worden omschreven of die kortheidshalve zijn gegeven en die niet reeds (in deze vorm) in artikel 1.1 van de Erfgoedwet zijn gegeven. De voor deze verordening relevante begrippen uit de Erfgoedwet zijn voorts: - archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; - archeologische vondst: overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument; - beschermd cultuurgoed: cultuurgoed dat: a. als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3.7, eerste lid, van de Erfgoedwet; b. voorkomt in een opsomming als bedoeld in artikel3.7, derde lid, van de Erfgoedwet; of c.

in geval van de aanwijzing van een beschermde verzameling op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Erfgoedwet zolang nog geen opsomming voor die verzameling is vastgesteld, redelijkerwijs onder de algemene omschrijving van die beschermde verzameling valt; - beschermde verzameling: verzameling die is aangewezen op grond van artikel 3.7, tweede lid, van de Erfgoedwet; - cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; - cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; - kerkelijk monument: monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander

8

genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuig¡ng; - monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; - normaal onderhoud: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde; - rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmo n u me nte n register; - rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 3.3, van de Erfgoedwet; - verzameling: cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen.

Artikel 2. Gemeentelijk erfgoed reg¡ster Het gemeentelijk erfgoedregister heeft betrekking op al het gemeentelijk (beschermd) aangewezen cultureel erfgoed als dat krachtens deze verordening is gebeurd. Het gaat om door het gemeentebestuur zelf aangewezen monumenten, cultuurgoederen of verzamelingen.

Gelet op de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (hierna: Wkpb) dienen gemeenten sinds l januari 2021,hun publiekrechtelijke beperkingen op onroerende zaken geregistreerd te hebben in de Basisregistratie kadaster publiekrechtelijke beperkingen (hierna: BRK-PB). Dit geldt ook voor gemeentelijke monumenten plus gemeentelijk beschermde stads- of dorpsgezichten. Beperkingen kunnen niet alleen meer op kadastrale percelen worden geregistreerd, maar ook op basis van Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)-objecten (bijvoorbeeld een woning of een bedrijfspand), Basisregistratie Grootschalige Topografiè (BGT)objecten (bijvoorbeeld een brug) en vrije contouren (bijvoorbeeld een verontreinigingscontour). Sinds de inwerkingtreding van de Ow is het de bedoeling dat bestaande ruimtelijke beperkingen te zien zijn in het Digitaal Stelsel Omgevingswet - Landelijke Voorziening (DSO-LV), mogelijk per tranche Dit geldt ook voor nog aan te wijzen nieuwe beperkingenbesluiten met name op basis van het omgevingsplan. Levering aan de openbare registers en bijhouding in de BRK-PB komt voor deze besluiten dan te vervallen. De beperkingen die vóór de inwerkingtreding Ow in de BRK-PB zijn opgenomen, komen tot en met 2032 te vervallen wanneer ze worden vervangen door nieuwe beperkingenbesluiten op basis van de Ow.

Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentel¡ik beschermde verza mel ing Dit artikel maakt het mogelijk dat topstukken van het gemeentelijk cultuurbezit worden aangewezen als gemeentelijk beschermde cultuurgoederen of gemeentelijk beschermde verzamelingen, voor zover deze niet al voor het Nederlandse cultuurbezit als beschermde cultuurgoederen zijn

aangewezen door de minister op grond van artikel 3.7 van de Erfgoedwet of door gedeputeerde staten op grond van de provinciale erfgoedverordening krachtens artikel 3.17 van de Erfgoedwet. De formele gevolgen van een aanwijzing van een cultuurgoed of verzameling als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling zijn beperkt: ingevolge artikel 2 van deze verordening zullen ze ingeschreven dienen te worden in het gemeentelijk erfgoedregister en er geldt op grond van het derde lid, in aanvulling op artikel 4.18 van ile Erfgoedwet, een adviesverplichting bij een eventuele vervreemding daarvan door de gemeente of wanneer de gemeente afstand wil doen van het eigendom of de zorg voor het cultuurgoed dat of de verzameling die aan haar was toevertrouwd. De aanwijzing heeft daarnaast vooral een symbolische betekenis en geeft uitdrukking aan het belang dat de gemeente stelt in het betreffende cultuurgoed of de betreffende verzameling,

9

De aanwijzing van gemeentelijk beschermde cultuurgoederen en verzamelingen kan uitsluitend

betrekking hebben op cultuurgoederen en verzamelingen die in eigendom zijn van de gemeenten of cultuurgoederen en verzamelingen waarvan de zorg aan de gemeente is toevertrouwd. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij cultuurgoederen die door de gemeente in bruikleen zijn verkregen uit collecties van derden. Voor aanwijzing van dergelijke cultuurgoederen is overeenstemming met de eigenaar een vereiste. Burgemeester en wethouders moeten voorts in het geval van een schenking, erfstelling, legaat of aankoop eventuele beperkende of andere juridische voorwaarden in acht nemen. Er kan op grond van deze verordening geen sprake zijn van de aanwijzing van cultuurgoederen van derden als gemeentelijk beschermde cultuurgoederen of verzamelingen, zonder toestemming van de eigenaar. Er bestaat onvoldoende wettelijke grondslag om bij verordening een juridisch beschermingsregime eenzijdig aan een andere eigenaar op te leggen, zoals dat geldt voor de op rijksniveau beschermde cultuurgoederen (zie hoofdstuk 4 van de Erfgoedwet). Van een eventuele aanwijzing zou daardoor geen enkele beschermde werking uitgaan. Daarom is ervan afgezien een aanwijzingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders te creëren.

Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanw¡¡z¡ng als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzamel¡ng Dit artikel bepaalt o.a. dat bij wijziging (van niet-ondergeschikte aard) van een aanwijzing en bij intrekking van de status als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling dezelfde adviesprocedure geldt als bij onder meer de aanwijzing daarvan; over het voornemen daartoe vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. Bij een wijziging van ondergeschikte betekenis kan o.a. gedacht worden aan de plaatsaanduiding i.v.m. verhuizing van een cultuurgoed naar een andere locatie ter plekke of omdat het in tijdelijke bruikleen wordt gegeven aan een museum. Voorts is hier bepaald dat een aanwijzing vervalt zodra het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking door de minister op een provincie wordt aangewezen als beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling.

Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument Dit artikel regelt de toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een monument of archeologisch monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip 'monument', natuurlandschap niet). De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang en de overige bij de aanwijzing betrokken belangen, waaronder planologische en/of economische belangen of het gebruik van het monument of archeologisch monument. Deze formulering is ontleend aan artikelen 3.L, eerste lid, en 3.16, tweede lid, van de Erfgoedwet. Burgemeester en wethouders hebben beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een monument of archeologisch monument als gemeentelijk beschermd monumen! er geldt bovendien niet zoiets als de voorheen gehanteerde vijftigjarengrens voor monumenten. Bij de afweging van belangen die daarbij een rol spelen moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve in concreto worden onderzocht. Artikel 2 van de verordening van vóór 2016 (vergelijkbaar met het oude artikel 2, eerste lid, van de Monumentenwet 1988) over het gebruik van het monument, keert echter niet terug in deze verordening.

Voor de aanwijzing als gemeentelijk monument voegt de bepaling over het gebruik van het (archeologisch) monument geen belang toe dat niet al op grond van artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient te worden meegewogen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak vañ de Raad van State gaat het bij een besluit over de aanwijzing als beschermd monument om de afweging van het algemeen belang dat is gemoeid met de bescherming van het cultureel erfgoed tegen de belangen die de eigenaar heeft bij al dan niet aanwijzing. Het 10

gebruik van het monument wordt beschouwd als een aspect van de belangen van de eigenaar en behoeft daarom niet afzonderlijk te worden benoemd.

Artikel 6. Voornemen tot aanw¡¡z¡ng Eerste lid

leder monument ¡s gegeven de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Erfgoedwet per definitie een onroerende zaak (een bouwwerk of (groen)aanleg). leder archeologisch monument omvat ten minste één onroerende zaak (het terrein, dat vanwege en samen met de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen, gegeven de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangemerkt als archeologisch monument). Voor alle zakelijke gerechtigden op de betreffende onroerende zaken is ontvangst van het voornemen van een aanwijzing door burgemeester en wethouders van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artikel 1, onder a, onderdeel 1, jo. artikel 1-, onder b, onderdeel 5, van de Wkpb, Onder zakelijk gerechtigden vallen ook hypothecaire schuldeisers ten aanzien van de onroerende zaak. Tweede lid De aanwijzing van kerkelijke monumenten vereist voorafgaand overleg met de eigenaar. Het gaat

dan per definitie om een monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruíkt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging (artikel 1.1 van de Erfgoedwet). Dit lid stemt overeen met de vergelijkbare eis in artikel3.l van de Erfgoedwet en artikel L6.58 van de Ow en doet recht aan de bijzondere positie van het kerkelijk monument als plaats voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging. Dit geldt naast de algemene regel van artikel 4:8 van de Awb op grond waarvan belanghebbenden zoals eigenaren moeten worden gehoord.

Artikel 7. Voorbescherming Het is wenselijk ook ten aanzien van gemeentel¡jk monumenten in voorbescherming te voorzien. Dat gebeurt met dit artikel. De voorbescherming start zodra burgemeester en wethouders het voornemen tot aanwijzing hebben bekendgemaakt aan de zakelijk gerechtigden. De voorbescherming voor gemeentelijk monumenten is gebaseerd op artikel 1 van de Wkpb en vergelijkbaar met de voorbescherming voor rijksmonumenten die voortvloeide uit artikel 5 van de Monumentenwet 1988 (dat, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van Erfgoedwet, tot inwerkingtreding van de Ow bleef gelden voor rijksmonumenten). De voorbescherming van rijksmonumenten loopt onder de Ow via de definitíes 'voorbeschermd rijksmonument' en 'rijksmonumentenactiviteit' en de vergunningplicht in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Ow. Een rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig en betreft gelet op de definitie ook voorbeschermde rijksmonumenten. ln de definitie van 'voorbeschermd rijksmonument' staat wat er onder wordt verstaan (hetzelfde als tot 1. juli 2022).

Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescomm¡ss¡e Onder de Ow is op basis van artikel 17.9 een gemeentelijke adviescommissie (AOK) ingesteld díe tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiv¡teit, voor zover het andere dan archeologische monumenten betreft. Ook daarbinnen dienen enkele leden deskundig te zijn op het gebied van de monumente nzorg. Het gaat om een adviescommissie met een bredere taak voor de omgevingskwaliteit, waarin de erkenning ligt van het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de LT

mensel¡jke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. De Ow maakt uitdrukkelijk een bredere taakstelling van deze adviescommissie mogelijk. De gemeentelijke adviescommissie is geregeld in de'verordening op de gemeentelijke adviescommissie Adviesbureau Omgevingskwaliteit gemeente Venray'.

Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanw¡¡z¡ngsbesluit Wat betreft de termijn is aangesloten bijde termijn die gehanteerd wordt in de Erfgoedwet (artikel 3.2, derde lid).

Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving Eerste lid

Dit artikel geldt naast de algemene verplichting tot bekendmaking van besluiten op basis van de Awb. Ontvangst van de aanwijzing door burgemeester en wethouders is voor alle zakelijk gerechtigden van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artikel L, onder a, onderdeel 1, jo. artikel 1., onder b, onderdeel 5, van de Wkpb. Op een aanwijzingsbesluit is deze wet ook van toepassing. Onder zakelijk gerechtigden vallen ook hypothecaire schuldeisers. Tweede lid De registratie van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister is een louter administratieve

verrichting en niet een besluit. Overigens zal van de aanwijzing ook inschrijving in het gemeentelijke beperkingenregister en in het kadaster plaatsvinden op grond van artikel 1", onder c en e, van de Wkpb.

Artikel 11. Aanwijzing als voorlop¡g gemeentelijk monument Dit artikel biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid om in spoedeisende gevollen een monument of archeologisch monument ols gemeentelijk monument dan te wijzen. ln dot gevol wordt de adviescommissie zools bedoeld in ortikel 8 pas ingeschakeld no de voorlopige aonwijzinq. De bescherming vdn porqgroof 4 geldt echter vonof het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis z¡jn gesteld von de voorlopige aanwijzing. Een bezwaorschrift heefi dus geen opschortende werking en doarmee kan de voorlopige øanwijzing dus niet eenvoudig omzeild worden. Als de oonwijzing definitief wordt door de opnome in het erfgoedregister loopt deze bescherming door. Als er uiteindetijk geen opname in het erfgoedregister plaotsvindt vervalt de bescherming.

Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoed reg¡ster, verva llen aanw¡¡z¡ng monument Dit artikel bepaalt dat op het schrappen uit het register van een aanwijzing als gemeentelijk monument dezelfde procedure geldt als bij de aanwijzing daarvan. Voorts is hierin bepaald dat de aanwijzing als gemeentelijk monument vervalt zodra een monument is opgenomen in het rijksmonumentenregister, in een provinciaal erfgoedregister of een provinciale o mgevi ngsverorden ing.

Artikel 13. lnstandhoudingsplicht gemeentelijk mon ument Het verbod op. beschadigen en vernielen van rijksmonumenten en voorbeschermde rijksmonumenten is onder de Ow geregeld in artikel 13.12 van het Besluit activiteiten leefomgeving

(hierna: Bal).

t2

Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument Dit artikel is oorspronkelíjk gebaseerd op artikel 2.2van de Wabo en vanwege het overgangsrecht tot en met 2032 inhoudelijk zoveel mogelijk gelíjk gebleven. Wel is een bepaling conform artikel 3.11 van het Bal onder andere handelend over rijksmonumentenactiviteiten bij begraafplaatsen en grafmonumenten toegevoegd.

Artikel 15. (Vervallen) Nodere toelichting Artikel l-5 is vervallen vanwege de inwerkingtreding van de Ow en is vervangen door een beperkender regime. Na inwerkingtreding van de Ow zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Ow, artikel8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl)en - i.v.m. overgangsrecht-ook artikel 1Oa.I2 van het Bkl.

Artikel 16. Weigeringsgronden ln het eerste lid ligt op grond van de belangenafweging die moet worden gemaakt tevens besloten dat rekening wordt gehouden met het gebruik van het monument. ln het tweede lid is voor wat betreft de vereiste overeenstemming met de eigenaar van een kerkelijk monument aangesloten bij artikel 3.2a van de Wabo. Dit geldt ook deels voor artikel 16.58 van de Ow, maar er is geen gebruik gemaakt van het eerste lid van dit artikelwaarin wordt gesproken over "overleg" en niet over "overeenstemming" omdat dit de kerkelijke eigenaar minder rechten geeft.

Artikel 17. (Vervallen)

Artikel 18. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht Dit ortiket geeft de mogetijkheid oon de gemeenteroød om gemeentelijke stods- en dorpsgezichten qqn te wijzen, die vervolgens krachtens het omgevingsplon moeten worden beschermd. Het is mogelijk dot het tijdelijke omgevingsplan, onderdelen van het bestemmingsplan of de beheersverordening, qls beschermend worden oangemerkt. Met de inwerkingtreding van de Ow is het aanwijzen v(tn gemeentelijke van stads- of dorpsgezichten mogelijk viq deze verordening (tot het eind van de overgangsfose) of het omgevingsplon. Voor de bescherming van rijksmonumenten binnen het gemeentelijke stods- of dorpsgezicht geldt don de artikelen 5.7 en 5.22 von de Ow en vqn gemeentelijke monumenten ortikel li. Ook het Rijk zal de bescherming van nieuwe stods- en dorpsgezichten von tandetijke betekenis dan op basis von de Ow regelen vio een instructie ao'n de gemeenten, die zij moeten overnemen in hun omgevingsplan. Voqr bestoønde rijksbeschermde stodsen dorpsgezichten geldt ortikel 4.35 van de tnvoeringswet Omgevingswet.

Artikel 19. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht Dit ortiket bepaolt o.a. dot bij wijziging (van niet-ondergeschikte oord)van een oanwijzing en bij intrekking von de status ols gemeentelijk beschermd stods- of dorpsgezicht dezelfde procedure geldt ot1 bij de oonwijzing daorvon. Voorts is hier bepoatd dot een oonwijzing vervolt zodra het stods- of dorpsgezicht waqrop de oonwijzing betrekking door de minister of een provincie wordt aongewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht. B¡j een wijziging von ondergeschikte betekenis kan o.a. 13

gedocht worden oon wijzigingen i.v.m. de verandering von bijvoorbeeld strootnamen of huisnummers.

Artikel 20. Verbodsbepaling en aanvraag omgev¡ngsvergunn¡ng Artikel 5.1, aanhef en onder o, van de Ow geeft de gemeenten de mogelijkheid een verplichting inzoke het slopen in een gemeentelijk beschermd stods- of dorpsgezicht op te nemen ols een omgevingsplanoctiviteit in het omgevingsplan. De Ow regelt in de artikelen 22.2, 22.8 en 2.7a van het Omgevingsbesluit het evergongsrecht v.w.b. het slopen in een gemeentelijk beschermd stods- of dorpsgezicht.

Artikel 21. Strafbepal¡ng De strafbaarstell¡ng geldt in aanvulling op de Ow en de Wet economische delicten (hierna: Wed). Het handelen zonder vergunning zoals vereist op grond van de artikelen L4 en 20, eerste lid, is strafbaar

gesteld in de Wed (artikel La, onderdeel 2 Ow). Voor inwerkingtreding van de Ow was dit ook strafbaar op grond van de Wed, onder verwijzing naar artikel 2.2 van de Wabo.

Art 154, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat de maximale boete die de gemeenteraad op overtreding van verordeningen kan stellen een geldboete van de tweede categorie is. Artikel 2L verwijst naar de artikelen 13 en 14, derde lid. Artikel L3 bevat de instandhoudingsverplichting van een gemeentelijk monument, zolang deze regel of verplichting nog niet in het omgevingsplan is opgenomen. Als wordt gehandeld in strijd met de instandhoudingsverplichting, geldt deze strafbaarstelling en kan een boete worden opgelegd. Artikel l-4, derde lid, geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om nadere regels te stellen in het belang van de monumentenzorg met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Als die nadere regels worden overtreden, geldt deze strafbaarstelling en kan een boete worden opgelegd.

Arti kel 22. T oezichtho ude rs Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift (artikel 5:1L Awb). Toezichthouders kunnen zowel individueel als categoraal worden aangewezen. ln de artikelen 5:15 tot en met 5:19 Awb worden bevoegdheden aan toezichthouders toegekend. Op basis van artikel 5:L5 Awb is een toezichthouder bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner. 'Plaatsen' is daarbij een ruim begrip en omvat niet alleen erven en andere terreinen, maar ook gebouwen (niet-woningen). Uit artikel 18.7 van de Ow volgt dat de ambtenaren die op grond van artikel 22, eerste lid, belast zijn met het toezicht op de naleving ter zake van het bepaalde bij of krachtens de Wabo, voor zover het betreft activiteiten als bedoeld in artikel 2.2, daarnaast ook bevoegd zijn, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 23. Vangnet archeologie Op grond van artikel 38a Monumentenwet jo. artikel 3.1-.6 van het Besluit ruimtelijke ordening

diende in het bestemmingsplan in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Met de invoering van deze verplichting was de bescherming archeologische waarden in beginsel ruimtelijk geborgd. Alle bestemmingsplannen die na 2OO7 zijn geactualiseerd, moeten in principevoldoen aan deze eis. Er waren echter nog bestemmingsplannen van kracht van vóór de invoering van deze eisen. T4

Om, mede gelet op de vèrplichtingen van het Verdrag van Valletta, ook voor de gronden waar deze 'oude' bestemmingsplannen nog gelden de bescherming van archeologische waarden te verzekeren, is dit artikel opgenomen. De strekking van dit artikel is te waarborgen dat mogelijk in deze gronden aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord, tenzij daaraan aandacht is besteed die gelijkwaardig is aan waartoe artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgevingverplicht, door middel van de verwachtingskaarten, een omgevingsvergunning of eigen onderzoek dat aan die eisen kan voldoen.

Artikel 22.4van de Ow bevat een overgangsbepaling, Voorts bepaalt.artikel22.S, onder a, van de Ow dat gemeenten slechts beschermingsmaatregelen in hun omgevingsplan mogen opnemen inzake bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Bij eventuele nadere regels van burgemeester en wethouders over het verrichten van archeologisch onderzoek zoals genoemd in het tweede lid van dit artikel kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regels m.b.t. een programma van eisen of een plan van aanpak. Het tweede lid wordt, gelet op het vervallen van artikel 38 van de Monumentenwet L988 en het inwerking treden van de Ow, rechtstreeks onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan.

15

--\t- -Gemeente VenfAy -t\

Raadsvoorstel Onderwerp

Erfgoedverordening Venray 2024

Zaaknummer

Raad datum

27 juni 2024

Steller

medewerker VTH

Team

Vergunn ingverlening Toezicht Handhaving

Teammanager

teammanager WH

Portefeuillehouder

Daan Janssen

Openbaarheid Ja, Per direct.

Ter advisering/kennisneming/bespreking Ter advisering

Voorstel

1. De nieuwe'Erfgoedverordening Venray 2024' vast te stellen. 2. Gelijktijdig de'Erfgoedverordening 2010 gemeente Venray'in te trekken.

1van3

Raadsvoorstel Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet heeft ook gevolgen voor de erfgoedverordening, omdat de erfgoedverordening regels bevat over de fysieke leefomgeving m.b.t. cultureel erfgoed. In dit verband moet de Erfgoedverordening technisch worden aangepast aan de Omgevingswet. Daarom zijn de wettelijke grondslagen en formele wijzigingen geactualiseerd. Hierdoor kan na vaststelling doorgewerkt worden met de erfgoedverordening want een aantal regels maken dan van rechtswege deel uit van het tijdelijk omgevingsplan (bestaande uit: bestemmingsplannen, Bruidsschatregels en bepaalde gemeentelijke verordeningen). Om de aangepaste erfgoedverordening van rechtswege onderdeel te laten maken van het tijdelijke omgevi¡gsplan is het nodig om deze in werking te laten treden. Op termijn worden deze regels uit het tijdelijke omgevingsplan verhuist naar het permanente omgevingsplan.

Beoogd resultaat Een erfgoedverordening die aansluit op de nieuwe wetgeving.

Argumenten

1.1

Deze is aangepast aan de nieuwe Omgevingswet.

Door het technisch aanpassen van de erfgoedverordening wordt het cultureel erfgoed ook tijdens de overgangsfase (tot uiterlijk 2032) naar een permanent omgevingsplan beschermd. Bepaalde regels uit de erfgoedverordening maken van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. Door de

L2

erfgoedverordening technisch aan te passen aan de Omgevingswet wordt het cultureel erfgoed (gemeentelijke monumenten en archeologie) ook beschermd. De huidige verordening uit 2010 is verouderd Deze sluit niet meer aan op de nieuwe Omgevingswet en de Ertgoedwet. Terminologie en regels over

de fysieke leefomgeving zijn in de nieuwe verordening aangepast aan de nieuwe wetgeving.

2.L

Intrekking van de huidige verordening Dit is geregeld in artikel 24van de verordening en wordt derhalve niet afzonderlijk vermeld in het raadsbesluit.

Kanttekeningen en risico's N.v.t.

Communicatie Adviesbureau Omgevingskwaliteit, Stichting Venray Monumentaal en Stichting Kruisen en Kapellen worden geTnformeerd.

Publicatie vindt via de gebruikelijke kanalen (gemeenteblad, overheid.nl) plaats.

Financiële gevolgen N.v.t.

Vervolgtraject besl uitvorming N.v.t.

Evaluatie Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt een overgangsfase tot 2032. Gedurende deze

overgangsfase bepalen het college en de raad samen een bij de gemeente passende manier om regels t.a.v de fysieke leefomgeving uit de erfgoedverordening te integreren in het permanente omgevingsplan. Indien

2van3

Raadsvoorstel blijkt dat deze regels in een aangepaste vorm op moeten worden genomen in het permanente omgevingsplan dan wordt dit middels een wijzigingsvoorstel voorgelegd.

Bijlagen

1. Erfgoedverordening Venray 2024 met toelichting 2. Raadsbesluit Naslagwerk N.v.t.

3van3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14348469/1