Definitief advies voorkeursrecht Oostrumsveld (geanonimiseerd)
Tekst van het document
mi
COMMISSIE
5800
500
AM
Venray
E-mail: (geanonimiseerd) @venray.nl
Secretariaat: Postbus
Gemeente
BEZWAARSCHRIFTEN
Tel:
VENRAY
Fax:
(0478) 52 33 33 (0478) 52 32 22
ADVIES BEZWAARSCHRIFT
(geanonimiseerd)En, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) < (geanonimiseerd) (hierna: bezwaarmakers);
VAN:
ONTVANGSTDATUM:
2 mei
GERICHT
het
(geanonimiseerd)
2025;
besluit van de gemeenteraad van Venray (hierna: de raad) van juni 2025 om op basis van artikel 9.1, eerste lid, van de Omgevingswet over te gaan tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht op onder meer de percelen, kadastraal bekend gemeente Venray, sectie E‚ nummers 4626 en 4663, beide geheel (hierna: bestreden besluit);
TEGEN:
24
KENMERK:
218
DATUM
2
HOORZITTING:
september
2025
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) voorzitter; (geanonimiseerd) m (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)lid; (geanonimiseerd) mm (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)‚lid.
.
‚
.
.
Feiten
&
Op
maart
25
omstandigheden
2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray op basis van 9.1, tweede lid, van de Omgevingswet, over te gaan tot het vestigen van een tijdelijk voorkeursrecht op bovengenoemde percelen. artikel
brief
van 30 april 2025 ontvangen op 2 mei 2025, voorlopig voorkeursrecht besluit gemaakt.
Bij het
24 juni 2025 heeft de raad besloten hetzelfde perceel, zodat het besluit van
Op
eerste
lid, onder
c,
van
de
hebben
bezwaarmakers
bezwaar tegen
tot het vestigen van een definitief voorkeursrecht voor het college van 25 maart 2025 krachtens artikel 9.1,
Omgevingswet
is komen
te vervallen
(hierna:
het
bestreden
besluit).
Op basis van artikel 16.32c, eerste lid van de Omgevingswet worden bezwaren die zijn gericht tegen het voorlopig voorkeursrechtbesluit geacht te zijn gericht tegen het definitieve voorkeursrechtbesluit. De
commissie
tijdens in
een
persoon
bezwaarschriften
hoorzitting ter zitting
(hierna:
de
commissie)
op 2 september 2025. verschenen. Het college
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
heeft de
bezwaarschriften
behandeld
(geanonimiseerd) zin WM (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN heeft
zich ter
zitting
doen
vertegenwoordigen
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
de hoorzitting is een digitaal audioverslag gemaakt welke op 4 september 2025 aan belanghebbende(n) en het verwerend bestuursorgaan beschikbaar is gesteld. Er wordt alsnog een schriftelijk verslag opgesteld op verzoek van belanghebbenden, verwerend bestuursorgaan en of op verzoek van een gerechtelijke instantie in een gerechtelijke procedure. Van
TTN
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies
Overwegingen 1. Beoordeling ontvankelijkheid Alvorens over te kunnen gaan tot een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift , moet de commissie onderzoeken of sprake is van een ontvankelijk bezwaarschrift. De commissie stelt vast dat bezwaarmakers belanghebbende zijn in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat er sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Voorts voldoet het bezwaarschrift , na aanvulling ervan , aan de daaraan in artikel 6:5 van de Awb gestelde eisen en is het ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Awb bepaalde termijn. De commissie acht het bezwaar daarom dan ook ontvankelijk. 2. Gronden van bezwaar In bezwaar en op de hoorzitting is , samengevat , aangevoerd dat: • bezwaarmakers natuurliefhebbers zijn; het was bij de verwerving van de aangewezen percelen erg belangrijk dat deze waren gelegen in het buitengebied en in de nabijheid van een Natura 2000 gebied , evenals vrije achterom , uitzicht en biodiversiteit.
Met de kennis van nu waren bezwaarmakers naar alle waarschijnlijkheid niet overgegaan tot verwerving omdat er sprake is van forse vermindering van woongenot en waarde; • het vrije achterom en vrij uitzicht over Oostrumsveld zal verdwijnen; • dat er een afname zal zijn van dieren en insecten in tuinen van bezwaarmakers; • dat er een toename zal zijn van verkeersdrukte en geluidshinder , ook op Stationsweg; • dat het aantal te bouwen woningen niet in verhouding staat tot de grootte van het dorp Oostrum; • dat de landschappelijke waarde fors zal verminderen. 3. Wettelijk kader In dit advies haalt de commissie wettelijke bepalingen aan. De tekst opgenomen in bijlage I , die deel uitmaakt van dit advies.
van
deze bepalingen is
Daar waar de commissie naar uitspraken van de bestuursrechter verwijst , zijn deze onder het genoemde nummer te vinden op www. rechtspraak. nl. 4. Inhoudelijke overwegingen De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of in onderhavige casus voldaan is aan de wettelijke eisen en of de gemeenteraad terecht en op goede gronden heeft kunnen besluiten tot het vestigen van het definitieve voorkeursrecht. De commissie overweegt hiertoe als volgt. De commissie stelt allereerst vast dat in bezwaarprocedures regelmatig blijkt dat bij belanghebbenden misvattingen bestaan omtrent de aard en gevolgen van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht impliceert niet dat de gemeente verplicht is tot aankoop van de betrokken gronden , noch dat de eigenaar verplicht is tot verkoop. Slechts indien de eigenaar voornemens is tot vervreemding over te gaan , dient hij het perceel eerst aan de gemeente aan te bieden. Er is derhalve geen sprake van onteigening of gedwongen verkoop. Evenmin brengt de vestiging van een voorkeursrecht een wijziging van het toegestane gebruik of de bestemming van de grond met zich mee; het betreft een instrument van grondbeleid dat de gemeente in staat stelt regie te voeren over toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bezwaarmakers dragen veel gronden aan die zich richten tot de toekomstige woningbouwontwikkeling.
Zoals de commissie ter zitting met bezwaarmakers heeft besproken , is er met het vestigen van een voorkeursrecht nog geen sprake van een vergunde woningbouwontwikkeling. De gronden die bezwaarmakers hiertegen aandragen , horen thuis in de toekomstige vergunnings- en omgevingsplanprocedures. Deze gronden behoren naar
- 2 -
COMMISSIE
BEZWAARSCHRIFTEN
advies
oordeel
de commissie daarom niet te worden meegewogen het voorkeursrecht betreft.
van
bij
het
bestreden
besluit,
aangezien dat besluit alleen
overweegt dat de gemeenteraad op grond van artikel 9.1 van de Omgevingswet vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht, mits wordt voldaan aan de daartoe gestelde vereisten. De
commissie
bevoegd
De
is tot het
commissie
‘woongebied’, toebedachte
stelt vast dat aan de gronden een Het huidige gebruik is overwegend
functie. Deze functie
is niet
niet-agrarische functie is toebedacht, te weten agrarisch en wijkt derhalve af van de al toebedacht in het omgevingsplan, een
gemeentelijke omgevingsvisie of een programma. gevestigd op de betreffende gronden.
Er
is tevens
niet
eerder
een
voorkeursrecht
Het
bestreden besluit voldoet daarmee aan de daaraan in artikel 9.1 van de Omgevingswet gestelde eisen. De raad heeft naar oordeel van de commissie met zijn verwijzing naar het Omgevingsprogramma wonen voldoende kunnen onderbouwen waarom de toekomstige ontwikkeling en het voorkeursrecht noodzakelijk is. De
commissie
besluiten Het
komt tot de conclusie, dat de raad terecht en op goede gronden vestigen van het definitieve voorkeursrecht.
heeft
kunnen
tot het
voorgaande leidt de
commissie
tot
het
volgende advies.
Advies De
commissie
Venray, De
20
adviseert
het
bestreden
besluit in stand
te
laten.
oktober 2025
commissie
bezwaarschriften,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Bijlage: wettelijk kader
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies
BIJLAGE I: WETTELIJK KADER Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. 2. 3.
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Artikel 1:3 1. 2. 3.
Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan , inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is , met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende , een besluit te nemen.
4.
Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel , niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift , omtrent de afweging van belangen , de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.
Artikel 6:5 1.
Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d. de gronden van het bezwaar of beroep. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft , overgelegd. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is , dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. a.
2. 3.
Artikel 6:7 De termijn
voor
het indienen
van een
bezwaar- of beroepschrift bedraagt
- 4 -
zes
weken.
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies
Omgevingswet Artikel 9. 1 (grondslag provincie of staat) 1.
2.
3. 4.
en
bevoegdheid
vestiging
voorkeursrecht
op
naam
van
gemeente ,
De gemeenteraad , provinciale staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk , provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen , voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan: a. in het omgevingsplan een niet-agrarische functie is toegedeeld en waarvan het gebruik afwijkt van die functie , b. in een gemeentelijke , een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of in een programma een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedeeld in een omgevingsplan , c. de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of in moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke , een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan.
Voorafgaand aan de vestiging van een voorkeursrecht op grond van het eerste lid kunnen het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk of provinciaal voorkeursrecht vestigen , voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in die beschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie. Een provinciaal voorkeursrecht kan alleen worden gevestigd met het oog op een provinciaal belang. Een nationaal voorkeursrecht kan alleen worden gevestigd met het oog op een nationaal belang.
- 5 -