CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief advies voorkeursrecht Brabander-Noord (geanonimiseerd) (1)

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Beslissing op bezwaren voorkeursrecht Brabander-Noord1.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

mi

COMMISSIE

Secretariaat: Postbus 500 5800

AM

Gemeente Venray

BEZWAARSCHRIFTEN

(geanonimiseerd) Me

E-mail: Tel:

(0478)

52 33

33

venray.nl

VENRAY

ADVIES BEZWAARSCHRIFT

(geanonimiseerd) NN (geanonimiseerd) < EN (geanonimiseerd) NN (geanonimiseerd) (ene: EN

VAN:

bezwaarmakers);

ONTVANGSTDATUM:

16

GERICHT

het

april 2025;

besluit van de gemeenteraad van Venray (hierna: de raad) van juni 2025 tot vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op het perceel, kadastraal bekend gemeente Venray, sectie V, nummer 129, geheel;

TEGEN:

24

KENMERK:

215

DATUM

2

. .

.

HOORZITTING:

september

2025

(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) voorzitter; (geanonimiseerd) mm (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)„lid; (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) m (geanonimiseerd)‚lid. ‚

Feiten

&

Op

maart

25

omstandigheden 2025

artikel 9.1, tweede voorkeursrecht

op

heeft

het college van burgemeester en wethouders van Venray op basis van lid, van de Omgevingswet, over te gaan tot het vestigen van een tijdelijk bovengenoemd perceel.

Bij brief van 14 april 2025 ontvangen op 16 april 2025, gemaakt tegen het voorlopig voorkeursrechtbesluit.

hebben

bezwaarmakers

bezwaar

24 juni 2025 heeft de raad besloten hetzelfde perceel, zodat het besluit van

Op

eerste

lid,

onder

c,

van

de

tot het vestigen van een definitief voorkeursrecht voor het college van 25 maart 2025 krachtens artikel 9.1, Omgevingswet is komen te vervallen (hierna: het bestreden besluit).

Op basis van artikel 16.32c, eerste lid van de Omgevingswet worden bezwaren die zijn gericht tegen het voorlopig voorkeursrechtbesluit geacht te zijn gericht tegen het definitieve voorkeursrechtbesluit.

Bij

brief

1 augustus 2025, ontvangen op 14 augustus 2025, hebben bezwaarmakers gemaakt tegen het bestreden besluit. Aangezien het bezwaar van 14 april 2025 reeds te gelden heeft als bezwaar tegen het bestreden besluit, dient de brief van 1 augustus 2025 als aanvulling op het reeds ingediende bezwaarschrift te worden beschouwd. van

bezwaar

De

commissie

tijdens

een

Het college en

bezwaarschriften

(hierna: de commissie) heeft de bezwaarschriften behandeld hoorzitting op september 2025. Bezwaarmakers zijn niet ter zitting verschenen. heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) mm

2

pee

de hoorzitting is een digitaal audioverslag gemaakt welke op 4 september 2025 aan belanghebbende(n) en het verwerend bestuursorgaan beschikbaar is gesteld. Op verzoek van bezwaarmakers is het digitale audioverslag op 15 september middels een USB-stick per post aan bezwaarmakers beschikbaar gesteld. Er wordt alsnog een schriftelijk verslag opgesteld op Van

TTN

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

verzoek van belanghebbenden , verwerend bestuursorgaan en of op verzoek van gerechtelijke instantie in een gerechtelijke procedure.

een

Overwegingen 1. Beoordeling ontvankelijkheid Alvorens over te kunnen gaan tot een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift , moet de commissie onderzoeken of sprake is van een ontvankelijk bezwaarschrift. De commissie stelt vast dat bezwaarmakers belanghebbende zijn in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat er sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Voorts voldoet het bezwaarschrift aan de daaraan in artikel 6:5 van de Awb gestelde eisen en is het ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Awb bepaalde termijn. De commissie acht het bezwaar daarom dan ook ontvankelijk. 2. Gronden van bezwaar In bezwaar en op de hoorzitting is , samengevat , aangevoerd dat: • bezwaarmakers bezwaar hebben tegen de voorgenomen woningbouwontwikkeling omdat dit een belemmering dan wel bedreiging vormt voor de exploitatie en verdere ontwikkeling van hun melkveehouderijbedrijf met aanverwante bedrijfsactiviteiten. De aangewezen percelen zijn nodig in de bedrijfsvoering voor de winning van voedergewassen voor hun dieren. Er wordt geen rekening gehouden met voor het bedrijf noodzakelijke grondgebondenheid; • bezwaarmakers het opmerkelijk vinden dat de onderhavige percelen niet zijn meegenomen bij de eerdere aanwijzing van hun naastgelegen percelen vorig jaar (raadsbesluit krachtens artikel 9. 1 lid 1 sub c van de Omgevingswet d. d.

24 september 2024). Nu wéér een aanwijzing zou getuigen van bestuurlijk onvermogen en onbetrouwbaarheid. • de voorgenomen woningbouwplannen bedreigend zijn voor de huidige en toekomstige bedrijfsactiviteiten , in relatie tot spuitzones en geurcirkels. De gemeente heeft nog steeds geen contact opgenomen naar aanleiding van de eerdere aanwijzing. Ook in het kader van de huidige aanwijzing is nog geen overleg gevoerd. De weg naar onteigening lijkt daarmee ingeslagen te zijn. Ook is er nog geen omgevingsdialoog gevoerd. • het bedrijf van bezwaarmakers reeds decennia gevestigd is in het gebied en uitstekend past binnen het plan Loobeek. Bezwaarmakers vinden het daarom teleurstellend dat bij de voorgenomen plannen geen rekening wordt gehouden met hun bedrijf. De bezwaren en zienswijze van de bezwaarmakers zouden in de adviesstukken aan de raad ongemotiveerd ter zijde zijn gezet. De belangen van het bedrijf van de bezwaarmakers moeten betrokken worden in de planvorming. • ingeval van woningbouwontwikkeling op de aangewezen grond bezwaarmakers een beroep zullen doen op zelfrealisatie. 3. Wettelijk kader In dit advies haalt de commissie wettelijke bepalingen aan. De tekst opgenomen in bijlage I , die deel uitmaakt van dit advies.

van

deze bepalingen is

Daar waar de commissie naar uitspraken van de bestuursrechter verwijst , zijn deze onder het genoemde nummer te vinden op www. rechtspraak. nl. 4. Inhoudelijke overwegingen De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of in onderhavige casus voldaan is aan de wettelijke eisen en of de gemeenteraad terecht en op goede gronden heeft kunnen besluiten tot het vestigen van het definitieve voorkeursrecht. De commissie overweegt hiertoe als volgt.

- 2 -

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

De commissie stelt allereerst vast dat in bezwaarprocedures regelmatig blijkt dat bij belanghebbenden misvattingen bestaan omtrent de aard en gevolgen van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht impliceert niet dat de gemeente verplicht is tot aankoop van de betrokken gronden , noch dat de eigenaar verplicht is tot verkoop aan de gemeente. Slechts indien de eigenaar voornemens is tot vervreemding over te gaan , dient hij het perceel eerst aan de gemeente aan te bieden. Er is derhalve geen sprake van invloed op de bedrijfsvoering , onteigening of gedwongen verkoop. Evenmin brengt de vestiging van een voorkeursrecht een wijziging van het toegestane gebruik of de bestemming van de grond met zich mee; het betreft een instrument van grondbeleid dat de gemeente in staat stelt regie te voeren over toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De commissie overweegt dat de gemeenteraad op grond van artikel 9. 1 van de Omgevingswet bevoegd is tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht , mits wordt voldaan aan de daartoe gestelde vereisten. De commissie stelt vast dat aan de gronden een niet-agrarische functie is toebedacht , te weten ‘woongebied’. Het huidige gebruik is overwegend agrarisch en wijkt derhalve af van de toebedachte functie. Deze functie is niet al toebedacht in het omgevingsplan , een gemeentelijke omgevingsvisie of een programma.

Er is tevens niet eerder een voorkeursrecht gevestigd op de betreffende gronden. Het bestreden besluit voldoet daarmee aan de daaraan in artikel 9. 1 van de Omgevingswet gestelde eisen. De raad heeft naar het oordeel van de commissie met zijn verwijzing naar het Omgevingsprogramma wonen voldoende kunnen onderbouwen waarom de toekomstige ontwikkeling en het voorkeursrecht noodzakelijk is. De belangen van de bezwaarmakers wegen minder zwaar dan het algemene belang dat de gemeente dient met de vestiging van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht heeft zelf geen gevolgen voor de bedrijfsvoering. Het enige effect van het voorkeursrecht is dat als bezwaarmakers de percelen willen verkopen , zij deze eerst aan de gemeente moeten aanbieden. De verdere planologische uitwerking moet nog plaatsvinden. In dat kader bestaan tegen de nog te volgen planologische procedures separate rechtsbeschermingsmogelijkheden. Ten aanzien van de aangevoerde bezwaargrond inzake zelfrealisatie merkt de commissie op dat het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht niet het zelf realiseren van plannen door de eigenaar van de grond belemmert , omdat het voorkeursrecht alleen geldt bij voorgenomen verkoop van de grond. De eigenaar mag zijn grond zelf ontwikkelen , zolang hij deze niet verkoopt.

Het voorkeursrecht geeft , zoals gezegd , de gemeente wel het recht van eerste koop als de eigenaar besluit de grond te verkopen , maar het is geen verplichting tot verkoop voor de eigenaar. De commissie komt tot de conclusie , dat de gemeenteraad terecht en op goede gronden heeft kunnen besluiten tot het vestigen van het definitieve voorkeursrecht. Het voorgaande leidt de commissie tot het volgende advies.

- 3 -

COMMISSIE

BEZWAARSCHRIFTEN

advies

Advies De

commissie

Venray, De

20

adviseert

het

bestreden

besluit in stand

te

laten.

oktober 2025

commissie

bezwaarschriften,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Bijlage: wettelijk kader

(geanonimise rd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

BIJLAGE I: WETTELIJK KADER Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. 2. 3.

Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Artikel 1:3 1. 2. 3.

Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan , inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is , met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende , een besluit te nemen.

4.

Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel , niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift , omtrent de afweging van belangen , de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

Artikel 6:5 1.

Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d. de gronden van het bezwaar of beroep. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft , overgelegd. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is , dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. a.

2. 3.

Artikel 6:7 De termijn

voor

het indienen

van een

bezwaar- of beroepschrift bedraagt

- 5 -

zes

weken.

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

Omgevingswet Artikel 9. 1 (grondslag provincie of staat) 1.

2.

3. 4.

en

bevoegdheid

vestiging

voorkeursrecht

op

naam

van

gemeente ,

De gemeenteraad , provinciale staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk , provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen , voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan: a. in het omgevingsplan een niet-agrarische functie is toegedeeld en waarvan het gebruik afwijkt van die functie , b. in een gemeentelijke , een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of in een programma een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedeeld in een omgevingsplan , c. in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke , een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan.

Voorafgaand aan de vestiging van een voorkeursrecht op grond van het eerste lid kunnen het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk of provinciaal voorkeursrecht vestigen , voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in die beschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie. Een provinciaal voorkeursrecht kan alleen worden gevestigd met het oog op een provinciaal belang. Een nationaal voorkeursrecht kan alleen worden gevestigd met het oog op een nationaal belang.

- 6 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16273310/1