CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

definitief advies inz bezwaar 1 (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Beslissing op bezwaren voorkeursrecht Brabander-West1.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

mi

COMMISSIE

5800

500

Tel:

(geanonimiseerd) EM

AM

Venray

E-mail: (geanonimiseerd) @venray.nl

Secretariaat: Postbus

Gemeente

BEZWAARSCHRIFTEN

(0478) 52 33 33 (0478) 52 32 22

Fax:

ADVIES BEZWAARSCHRIFT

VAN:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) m (geanonimiseerd) van de

aan

Entree

203 tot

en

DAS

met

225

rechtsbijstand kantoorhoudend (postadres: (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)‚namens (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) wonend aan (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)‚te (geanonimiseerd) (hierna: bezwaarmaker); ‚

ä

ONTVANGSTDATUM:

14

GERICHT

het

TEGEN:

augustus 2024, aangevuld

Z24002365

DATUM

17

.

e

HOORZITTING:

een

2

omstandigheden

&

juli

2024

heeft

college van burgermeester en wethouder (hierna: het college) besloten vestigen op, onder andere, de percelen kadastraal bekend gemeente V, nummers 308, 309 en 310.

voorkeursrecht sectie

brief

forma

van 12 bezwaar

Het besluit

Bij brief aan

2024

‚

Venray, Bij

december

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) voorzitter; (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)„lid; (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)„lid;

Feiten

Op

september 2024;

besluit van de gemeenteraad van de gemeente Venray, (hierna: de raad) van 24 september 2024 tot het vestigen van een voorkeursrechtbeschikking op, onder andere, de kadastrale percelen 308, 309 en 310, allen geheel (hierna: bestreden besluit);

KENMERK:

.

op 26

van

van

25

het

te

augustus 2024, ontvangen op 14 augustus 2024, gemaakt tegen het bestreden besluit.

heeft bezwaarmaker

het

bekrachtigd.

college

is op

24

september

september 2024 heeft bekendgemaakt.

het

2024

college

de

door

de

raad

voorkeursrechtbeschikking

van

pro-

de raad

bezwaarmaker

Op grond

van artikel 16.32c, eerste lid, van de Omgevingswet (hierna: de Ow) wordt een tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college, geacht te zijn gericht tegen voorkeursrechtbeschikking van de raad, omdat het besluit van het college door deze beschikking is komen te vervallen.

bezwaar

Bij brief van

van

26

aanvullende

september gronden.

2024

hebben

bezwaarmaker

het

pro-forma

bezwaarschrift

de

voorzien

bezwaarschriften (hierna: de commissie) heeft het bezwaarschrift behandeld hoorzitting op 17 december 2024. Bezwaarmaker is ter zitting verschenen. De raad heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) GN gemachtigde. De

commissie

tijdens

pe

E

hoorzitting is een digitaal audioverslag gemaakt welke op 19 december 2024 aan belanghebbende(n) en het verwerend bestuursorgaan beschikbaar is gesteld. De standpunten in het advies van de commissie. Er wordt alsnog een schriftelijk van partijen zijn opgenomen Van

de

een

TN

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

verslag opgesteld op verzoek van belanghebbenden , verwerend bestuursorgaan gerechtelijke procedure.

en

in een

Overwegingen 1. Beoordeling ontvankelijkheid Alvorens over te kunnen gaan tot een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift , moet de commissie onderzoeken of sprake is van een ontvankelijk bezwaarschrift. De commissie stelt vast dat bezwaarmaker belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat er sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Voorts voldoet het bezwaarschrift , na aanvulling ervan , aan de daaraan in artikel 6:5 van de Awb gestelde eisen en is het ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Awb bepaalde termijn. De commissie acht het bezwaarschrift dan ook ontvankelijk. 2. Gronden van bezwaar In bezwaar en op de hoorzitting is , samengevat , aangevoerd dat: • bezwaarmaker op 23 mei ten aanzien van de aangewezen percelen een optieovereenkomst met een projectontwikkelaar heeft gesloten , het voorkeursrecht staat aan de nakoming van deze overeenkomst in de weg; • voordat bezwaarmaker de optieovereenkomst heeft gesloten zij heeft geïnformeerd of de gemeente interesse had in de percelen. Dit was toen niet het geval; • in 2021 bezwaarmaker een principeverzoek heeft ingediend ten behoeve van woningbouw; dit verzoek is afgewezen; • de belangen van bezwaarmaker niet of onvoldoende zijn gewogen en het besluit ten aanzien van bezwaarmaker onevenredige nadelige gevolgen heeft voor bezwaarmaker. 3.

Wettelijk kader In dit advies haalt de commissie wettelijke bepalingen aan. De tekst opgenomen in bijlage I , die deel uitmaakt van dit advies.

van

deze bepalingen is

Daar waar de commissie naar uitspraken van de bestuursrechter verwijst , zijn deze onder het genoemde nummer te vinden op www. rechtspraak. nl. 4. Inhoudelijke overwegingen Bezwaarmaker stelt dat zij een privaatrechtelijke optieovereenkomst die is gesloten met een projectontwikkelaar door de vestiging van de voorkeursrechten niet langer kan worden nagekomen. De raad stelt dat bezwaarmaker de optieovereenkomst niet heeft ingeschreven in het kadaster. De raad is derhalve van oordeel dat zij niet had kunnen weten dat de percelen belast waren met de optieovereenkomst. De raad voert hierbij verder aan dat , indien de optieovereenkomst , wel bekend was geweest dit niet tot een ander besluit had geleid. Volgens de raad is de omstandigheid dat een eigenaar al een overeenkomst heeft gesloten met derde geen gewichtige reden om af te zien van de vestiging van een voorkeursrecht. 1 Verder kan er op grond van artikel 9. 9 eerste lid , onder b , van de Ow voorrang worden gegeven aan een overeenkomst boven het voorkeursrecht , mits deze is ingeschreven bij de daarvoor bestemde openbare registers. De raad is dan ook van oordeel dat het risico voor het nalaten van de inschrijving in de openbare register voor bezwaarmaker is. De commissie is van oordeel dat de privaatrechtelijke overeenkomst geen grond is waarop er kan worden afgezien van het vestigen van een voorkeursrecht.

Aangezien de optieovereenkomst met de derde partij ingeschreven had kunnen worden in de daarvoor bestemde registers en dit niet plaats heeft gehad is dit voor 1 ABRvS

27 april 2001 , ECLI:NL:RVS:2001:AN6880 r. o. 2. 7. 2.

- 2 -

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

de raad geen reden om af te zien van het vestigen van het voorkeursrecht. 2 De commissie deelt dat standpunt. Deze grond treft naar het oordeel van de commissie dan ook geen doel. Bezwaarmaker stelt verder dat zij naar de interesse van de gemeente heeft gepeild. Dit heeft plaatsgevonden in 2021. Hierbij is er ook een principeverzoek ingediend. De raad is echter van oordeel dat er op 2 juli 2024 door het college is ingestemd met het voorstel om de plancapaciteit van de kern Venray te realiseren. Dit is ook het moment waarop er definitief is vastgesteld dat er op de beoogde locaties woningbouw zal worden gerealiseerd. De raad stelt daarnaast dat het principeverzoek zicht niet enkel richtte op de percelen waarop dit advies betrekking heeft , maar ook op percelen op een andere plek. De raad is van mening dat het vooraf informeren ingaat tegen het doel van het vestigen van een voorkeursrecht , onwenselijke ontwikkelingen worden hiermee tegengegaan. De commissie volgt de raad in dit standpunt. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Omgevingswet en , voor wat betreft de voorkeursrechten , haar voorganger de Wet voorkeursrechten gemeenten namelijk gepoogd grondspeculatie in iedere vorm tegen te gaan. Een voorkeursrecht kan worden ingezet om een onherroepelijk omgevingsplan , omgevingsvisie of programma uit te voeren.

De commissie is van oordeel dat ook deze gronden geen doel treffen. Bezwaarmaker is verder van mening dat haar belangen niet , of onvoldoende zijn meegewogen en zij door het bestreden besluit onevenredig nadeel ondervindt. Hierbij doet bezwaarmaker een beroep op artikel 3:4 , eerste lid , van de Awb. De raad is van mening dat zij voor een grote woningbouwopgave staat. Hiermee wordt een zwaarwegend algemeen belang gediend , namelijk dat van volkshuisvesting. Daarnaast is de raad van oordeel dat de wetgever de belangenafweging grotendeels heeft uitgevoerd door het instrument van het voorkeursrecht in een formele wet te vervatten. De commissie is , mede gelet op de jurisprudentie , met de raad van oordeel dat de vestiging van een voorkeursrecht een beperkte inbreuk is op het eigendomsrecht. 3 Daarnaast is aan de vestigingsvoorwaarde uit artikel 9. 1 van de Ow voldaan. Verder is er in het bestreden besluit door de raad een afweging gemaakt tussen het algemeen belang dat de raad heeft met de vestiging van de voorkeursrechten en de belangen van eigenaren en zakelijk gerechtigden om hun percelen vrijelijk te vervreemden. Gelet op deze belangenafweging en de daarin betrokken belangen van de eigenaren en zakelijk gerechtigden kan niet geconcludeerd worden , dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van bezwaarmaker.

Daarbij neemt de commissie tevens in aanmerking wat de raad in de reactie op het bezwaar heeft geschreven onder het kopje 2 , Totstandkoming primair besluit. Gelet op het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Het bezwaar is ongegrond. Vergoeding kosten rechtsbijstand Namens bezwaarmaker is verzocht van het bezwaarschrift.

om

vergoeding van proceskosten in verband het indienen

Ingevolge artikel 7:15 , tweede lid , van de Awb worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken , door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Daarvan is hier geen sprake. Er bestaat dan ook geen recht op vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand. Het verzoek moet daarom worden afgewezen. Het voorgaande leidt de commissie tot het volgende advies.

2 ABRvS 3 ABRvS

20 mei 2009 , ECLI:NL:RVS:2009:BI4555 r. o. 2. 8. 1. 25 april 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BW3871 r. o. 2. 3. 1.

- 3 -

COMMISSIE

BEZWAARSCHRIFTEN

advies

Advies De

-__

-__

Venray, De

adviseert de raad: het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek om vergoeding van de kosten

commissie

21

januari

commissie

voor

rechtsbijstand af te wijzen.

2025

bezwaarschriften,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimise rd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Bijlage: wettelijk kader

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

BIJLAGE I: WETTELIJK KADER Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. 2. 3.

Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Artikel 1:3 1. 2. 3.

Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan , inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is , met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende , een besluit te nemen.

4.

Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel , niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift , omtrent de afweging van belangen , de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

Artikel 3:4 1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het betrokken belang af , voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Artikel 6:5 1.

Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d. de gronden van het bezwaar of beroep. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft , overgelegd. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is , dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. a.

2. 3.

- 5 -

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN advies

Artikel 6:7 De termijn

voor

het indienen

bezwaar- of beroepschrift bedraagt

van een

zes

weken.

Omgevingswet Artikel 16. 32c 1.

Als bezwaar

aanhangig is tegen

burgemeester

en

een

wethouders

en

voorkeursrechtbeschikking

bezwaar

geacht

te

zijn

een

voorkeursrechtbeschikking

die beschikking vervalt omdat van

gericht

van

voor

het college

van

de onroerende zaak

de gemeenteraad in werking is getreden , wordt het tegen

de

voorkeursrechtbeschikking

van

de

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als het bezwaar is gericht tegen

een

gemeenteraad. 2.

voorkeursrechtbeschikking voor

de

onroerende

zaak

van een

gedeputeerde staten

en

die beschikking vervalt omdat

voorkeursrechtbeschikking

werking is getreden.

- 6 -

van

provinciale

staten

in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241042/1