CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Def Was wordt lijst Verordening sociaal domein 2026

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray.3.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzingen verordening Sociaal domein Kolom A

Kolom B

Kolom C

Kolom D

Artikel nummer of bij welk artikel nummer in de buurt, nieuw artikelnummer

Oude tekst (indien van toepassing)

Nieuwe tekst

Waarom aanpassing?

Titel

Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Venray

Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray

Pagina 1

Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Venray

Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray

Omdat deze Verordening geldend is voor 2026. Zie argument hierboven

Nieuw artikel toevoegen tussen artikel 2.3 en 2.4

2.4 Eigen kracht [Jeudgwet, Wmo] 1. Inwoners komen pas in aanmerking voor hulp-op-maat als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor hun hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: • gebruikelijke hulp van ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten; • bovengebruikelijke hulp van ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van deze hulp geen financiële problemen ontstaan; • ondersteuning vanuit het sociale netwerk; • het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. 2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten. Zij zijn verplicht om ondersteuning te bieden aan personen binnen hun huishouden of

Dit komt voort uit een uitspraak binnen de Jeugdwet. Dit is ook toepasbaar op de Wmo vandaar opgenomen in een algemeen hoofdstuk.

directe omgeving, ook als er sprake is van ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek. Bij uitval van één van de ondersteuners wordt verwacht dat een andere ouder, mantelzorger, huisgenoot of andere naaste deze hulp overneemt, indien redelijkerwijs mogelijk. 3. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt de gemeente of de benodigde hulp uitgaat boven wat normaal is voor een persoon van dezelfde leeftijd zonder beperkingen. De gemeente houdt hierbij rekening met: a. de leeftijd van de inwoner; b. de mate van ondersteuning bij dagelijkse activiteiten, toezicht en begeleiding die de inwoner nodig heeft; c. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de inwoner; d. de mate van planbaarheid van de hulp; e. de behoeften en mogelijkheden van de inwoner. 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp, verstrekt de gemeente geen hulp-op-maat. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt bij (dreigende) overbelasting van de naasten. Er moet dan een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de inwoner. 5. Bij bovengebruikelijke hulp beoordeelt de gemeente of van ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten verwacht mag worden dat zij deze hulp bieden. ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van bovengebruikelijke hulp.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen: • Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de inwoner. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.

•

Langdurend: er is sprake van chronische problematiek waarbij ondersteuning langer dan drie maanden nodig is of in meerdere periodes binnen één kalenderjaar. De gemeente verwacht van ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de inwoner. 6. Bij de beoordeling van langdurige situaties houdt de gemeente rekening met: a. aard, duur en intensiteit van de hulp; b. planbaarheid van de hulp; c. lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten; d. de manier van omgaan van de ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten met de problemen van de inwoner; e. vaardigheden om zelf hulp te bieden (bijv. een verpleeg- of zorgachtergrond); f. eventuele problematiek bij de ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten (zoals schulden of relatieproblemen); g. welke verplichtingen de ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen; h.

het belang van ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen; i. woonsituatie; j. gezinssamenstelling en onderlinge relaties; k. beschikbaarheid en bereidheid van het sociale netwerk om de inwoner te ondersteunen; l. overige individuele omstandigheden. 7. Als bovenstaande factoren geen belemmering vormen, wordt van ouders, mantelzorgers,

huisgenoten of andere naasten verwacht dat zij (deels) bovengebruikelijke hulp verlenen. De gemeente verstrekt dan geen hulp-op-maat. 8. Bij (dreigende) overbelasting geldt: • Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de hulp aan de inwoner; • Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulp van de inwoner om, moet de ouders, mantelzorgers, huisgenoten of andere naasten eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen; • Bij een aanvraag voor hulp-op-maat bekijkt de gemeente wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen; • Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit verwacht; • Hulp aan de inwoner gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten; 9. Als een beroep gedaan kan worden op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de inwoner wordt verwacht dat hier gebruik van wordt gemaakt. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. De gemeente verstrekt hiervoor geen hulp-op-maat. 10. Als een aanvullende zorgverzekering (deels) voorziet in de benodigde hulp, wordt verwacht dat deze wordt aangesproken. De gemeente verstrekt dan geen hulp-op-maat. 2.4 Beslissing

2.4 Beslissing

2.5 Beslissing

Omdat er een artikel is toegevoegd wordt de nummering aangepast.

2.5 Uitzonderingen

2.5 Uitzonderingen

2.6 Uitzonderingen

Omdat er een artikel is toegevoegd wordt

de nummering aangepast. Inleiding Hoofdstuk 3

De regels in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de Participatiewet of op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Artikel 3.4.2 lid 2

De regels in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de Participatiewet, Wet Inburgering 2021, Jeugdwet of op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Bij sommige artikelen is ook de Jeugdwet of de Wet Inburgering 2021 van toepassing terwijl dit in de inleiding niet genoemd staat.

h. de inwoner een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening.

Dit toevoegen omdat dit ook een reden is om een voorziening te beëindigen. Denk bijv. aan als een inwoner een indicatie heeft gekregen voor de WLZ.

Artikel 3.4.8.2 lid 3

De opstapsubsidie is maximaal 50% van het Wettelijk minimumloon naar rato van de omvang van het dienstverband, tot maximaal € 500 per maand. De opstapsubsidie duurt maximaal 6 maanden.

De opstapsubsidie is maximaal 50% van het Wettelijk minimumloon naar rato van de omvang van het dienstverband. De opstapsubsidie duurt maximaal 6 maanden.

Het bedrag van € 500 is niet passend en dus verwijderd uit de tekst.

Artikel 3.8.3 Vervoer in eigen omgeving [Wmo, Jeugdwet]

Artikel 3.8.3 Vervoer in eigen omgeving [Wmo, Jeugdwet]

Artikel 3.8.3 Vervoer in eigen omgeving [Wmo]

Vervoer in het kader van de Jeugdwet is geregeld in hoofdstuk 4. Dus hier niet van toepassing.

Artikel 3.9 Inburgeren

Artikel 3.9 Inburgeren

Artikel 3.9 Inburgeren [Wet Inburgering 2021]

Mist op dit moment in de tekst.

Artikel 4.2, lid 2

Hier wordt een opsomming gegeven van voorzieningen die de gemeente aanbied.

De opsomming is aangepast naar:

In verband met nieuwe inkoop is de opsomming aan

De gemeente kan in ieder geval de volgende voorzieningen aanbieden, als het nodig is:

a.

Ambulant en verblijf met behandeling

b. Wonen: i Pleegzorg ii Deeltijd Pleegzorg iii Gezinshuis iv Kleinschalige woonleefgroep v Zelfstandig wonen training vi Logeren licht midden etmaal vii Logeren licht midden dagdeel viii Logeren zwaar etmaal ix Logeren zwaar dagdeel c. Dagbesteding en dagbehandeling i Respijtzorg ii Naschools ondersteunend iii Naschools versterkend iv Onderwijstoeleindende dagbesteding v Onderwijstoeleindende dagbehandeling vi Dagbehandeling vii Ontwikkelgroep viii Ernstig meervoudige beperking d. Ambulante hulp i Ambulante hulp A ii Ambulante hulp B iii Ambulante hulp C iv S-ggz v Consultatie psychiater en medicatiecontrole – GGZ vi Diagnostiek – dyslexie vii Behandeling – dyslexie viii Jeugdhulp binnen de school A ix Jeugdhulp binnen de school B x Onderwijs – zorg-groep xi Brede Analyse HBO xii Brede Analyse WO xiii Brede Analyse S-GGZ e.

vervoer

f.

gedwongen kader

voorzieningen aangepast.

i Jeugdbescherming ii Jeugdreclassering g. h. Artikel 4.2, lid 4

Jeugdzorgplus; Beschermd wonen (17+)

De inwoner kan gebruik maken van Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Het adviesen meldpunt is te bereiken via telefoonnummer 0800-2000 (gratis) of via www.veiligthuisnml.nl. Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is € 2.500.

Dit artikel komt te vervallen

Veilig thuis is geen hulp op maat maar vrij toegankelijke hulp (artikel 4.1) en wordt hier al genoemd onder h.

Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is maximaal € 2.500.

Het woord ‘maximaal’ toegevoegd. Dit geeft meer duidelijkheid.

Artikel 5.6.2 Mantelzorgwaarderin g

De mantelzorger kan jaarlijks éénmalig een mantelzorgwaardering aanvragen. De mantelzorgwaardering bedraagt minimaal €130,00.

De inwoner (hulpvrager) kan jaarlijks éénmalig een mantelzorgwaardering aanvragen voor een mantelzorger. De mantelzorgwaardering bedraagt minimaal €130,00 (een geldbedrag)of maximaal €150,00 (horeca- en winkelwaardebon).

Inleiding hoofdstuk 6 Vervoer naar school

Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot.

Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school te groot, meer dan 6 kilometer.

De aanvrager is niet de mantelzorger maar de inwoner (hulpvrager). De horeca -en winkelwaardebon toegevoegd als mogelijkheid. Meteen helder dat dit een belangrijke voorwaarde is om in aanmerking te komen voor leerlingenvervoer.

Artikel 5.2 lid 2

Artikel 6 afbeelding van bus

Afbeelding busje

Alle mogelijke vervoersopties weergegeven: fiets, ov, taxi of auto.

Leerlingenvervoer is meer dan alleen taxi vervoer, geeft een verkeerd beeld.

Artikel 6.5.1 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool

Tabel inkomen + eigen bijdrage ( 2024-2025)

Nieuwe tabel met 2025-2026:

Herziene bedragen bij inkomen en de eigen bijdrage voor nieuwe schooljaar 20252026.

Artikel 7.4.2 lid 3

De bedragen uit dit artikel worden jaarlijks aangepast. Ze volgen de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s, waarbij 2024 als basisjaar geldt. De gemeente kan de hoogte van het pgb voor een product vaststellen op basis van een offerte van de aanbieder uit het goedgekeurde pgb-plan en/of een door de gemeente opgevraagde offerte. De gemeente stelt de hoogte van het pgb vast op het bedrag van de laagste offerte.

De bedragen in lid 1 zijn de bedragen uit basisjaar 2024 en worden jaarlijks aangepast. Ze volgen de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en worden naar boven afgerond op vijf euro’s.

Het artikel bleek niet helemaal duidelijk. En we uniformeren deze regeling qua indexering met andere regelingen.

De gemeente kan de hoogte van het pgb voor een product vaststellen op basis van minimaal twee offertes van de aanbieder uit het goedgekeurde pgbplan en/of een door de gemeente opgevraagde offerte. De gemeente stelt de hoogte van het pgb vast op het bedrag van de laagste offerte.

Het aantal aan te leveren offertes uitgebreid tot minimaal 2 zodat een vergelijking gemaakt kan worden.

De hoogte van het pgb voor nietprofessionele hulp voor hulp-opmaat in het kader van de Jeugdwet met uitzondering van respijtzorg en voor Wmoondersteuning, is gelijk aan het

De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp voor hulp-op-maat in het kader van de Jeugdwet, respijtzorg en voor Wmo-ondersteuning, is gelijk aan het wettelijk minimum (uur) loon. Het gaat om het uurloon bij een 36-urige werkweek per 1 januari van

Uit juris prudentie blijkt dat bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor nietprofessionele hulp we

Artikel 8.3.3 lid 3

Artikel 8.3.3 lid 5

Artikel 8.3.3 lid 6 en 7

Artikel 8.3.4 lid 5

wettelijk minimum (uur) loon. Het gaat om het uurloon bij een 36urige werkweek per 1 januari van het jaar waarin het pgb wordt verstrekt, inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten. In deze artikelen wordt aangegeven hoe de hoogte van het pgb voor niet-professionele inzet wordt bepaald voor hulp bij het huishouden en voor Wmoondersteuning.

het jaar waarin het pgb wordt verstrekt, inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten.

De hoogte van het pgb voor nietprofessionele hulp voor Wmoondersteuning (hulp-opmaat Wmo) is gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp voor hulp-op-maat beschermd wonen is gelijk aan het wettelijk minimum (uur) loon. Het gaat om het uurloon bij een 36-urige werkweek per 1 januari van het jaar waarin het pgb wordt verstrekt, inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten.

Artikel 8.3.7 Artikel 8.5 lid 5

Deze artikel komen te vervallen.

a. De inwoner betaald een bijdrage in de kosten voor maatschappelijke opvang onder andere op rekening houden met artikel 3.20 uitvoeringsbesluit Wmo 2015

dat de zorgverlener overbelast is.

De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor maatschappelijke opvang rekening houdend met artikel 3.20 uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

niet meer gehouden zijn aan de daarbij horende CAO maar mogen uitgaan van het landelijk minimumloon. Uit juris prudentie blijkt dat bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor nietprofessionele hulp we niet meer gehouden zijn aan de daarbij horende CAO maar mogen uitgaan van het landelijk minimumloon. Uit juris prudentie blijkt dat bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor nietprofessionele hulp we niet meer gehouden zijn aan de daarbij horende CAO maar mogen uitgaan van het landelijk minimumloon. Dit maakt het duidelijker De zin liep niet.

Artikel 8.5 lid 8

In dit artikel wordt Moveoo aangegeven als inner van de eigen bijdrage maatschappelijke opvang.

Hier wordt het Leger des Heils aan toegevoegd.

Het Leger des Heils is ook een aanbieder maatschappelijke opvang en kan dus ook de eigen bijdrage innen.

Artikel 9.2.6

1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering voor de duur van een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner een verplichting uit artikel 18, 4e lid van de Participatiewet niet nakomt. Het gaat om bijzondere verplichtingen in verband met (onbetaald) werk. De verlaging kan over maximaal 3 maanden worden uitgesmeerd, dit doet de gemeente alleen als dit past bij bijzondere omstandigheden van de inwoner. 2.e. 20% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering voor de duur van een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner een verplichting uit artikel 18, 4e lid van de Participatiewet niet nakomt. Het gaat om bijzondere verplichtingen in verband met (onbetaald) werk. De verlaging kan over maximaal 3 maanden worden uitgesmeerd, dit doet de gemeente alleen als dit past bij bijzondere omstandigheden van de inwoner.

De 1 moet weg. Het is geen opsomming

2.e 100% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.

Is meer in lijn met het geheel van artikel 9.2.8

Artikel 9.2.8

Artikel 9.2.12 1. De duur van de verlaging wordt telkens verdubbeld als de inwoner binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit zich opnieuw zo gedraagt. 2.

1. De duur van de verlaging wordt 2 maanden als de inwoner binnen 12 maanden na het eerste verlagingsbesluit zich opnieuw zo gedraagt, bij een verplichting anders dan artikel 18 lid 4 PW. 2. De verlaging bedraagt 100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden bij een herhaalde gedraging op grond van artikel 18 PW lid 4 binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit.

Artikel aangepast op basis van de PW en duidelijker omschreven ivm uitvoering.

Bij een herhaalde verlaging op grond van artikel 9.2.6 binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden.

Artikel 14.1 Uitvoeringsregels [Gemeentewet]

3. Bij opnieuw een herhaalde verlaging op grond van artikel 18 PW binnen 12 maanden bedraagt de verlaging conform de PW 3 maanden 100% van de bijstandsnorm.

De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet. In dit artikel wordt aangegeven welke verordeningen komen te vervallen met ingangsdatum van de nieuwe verordening.

De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een besluit nadere regels. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een besluit nadere regels worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

De benaming van (nadere) regeling aangepast naar besluit nadere regels (deze benaming wordt ook werkelijk gebruikt)

De volgende verordening wordt ingetrokken: Verordening Sociaal domein 2025.

Artikel 14.4 lid 1

In dit artikel wordt de datum 1 januari 2025 genoemd.

Dit wordt 1 januari 2026

Artikel 14.4 lid 2

In dit artikel wordt verschillende malen 2025 genoemd.

Dit wordt 2026

De verordening die genoemd zijn in de vorige verordening zijn inmiddels al ingetrokken. De Verordening Sociaal Domein 2025 wordt vervangen en kan dus ingetrokken worden. Omdat deze Verordening geldend is voor 2026. Omdat deze Verordening geldend is voor 2026.

Artikel 14.3

Artikel 14.4 lid 3

Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de bij artikel 14.3 genoemde ingetrokken verordening, past de gemeente die ingetrokken verordening toe

Op bezwaarschriften, waarbij de bezwaartermijn afloopt in 2026, tegen een besluit dat op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Venray 2025 genomen is, wordt beslist op basis van de Verordening sociaal domein gemeente Venray 2026.

Juridisch houdt dit beter stand.

Artikel 14.5 lid 1 en 2

In dit artikel wordt verschillende malen 2025 genoemd.

Dit wordt 2026

Omdat deze Verordening geldend is voor 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16151412/2