CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagen bij toelichting nieuw BP

Gemeenteraad 29 oktober 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan woningen Sparrendreef23.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 7 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ...................................................................................... 7 3.2 Werkwijze ............................................................................................................................... 7 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 8 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 8 4.2 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 8 4.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 9 4.4 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 10 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden ....................................................................... 12 5.1 Natura 2000 ...........................................................................................................................

12 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 12 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 12 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 14 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 14 6.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 14 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 14 Literatuur ............................................................................................................................................... 15 Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime .................................................................................... 16

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Venterra begeleidt de bestemmingswijziging van enkele woon-werkkavels aan Vennendreef te Oostrum (Gemeente Venray). De bestemming van 6 kavels wordt omgezet in wonen en van 2 kavels in bedrijf. De (voorgenomen) ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

1.2

Doel en status van dit document

Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wet natuurbescherming. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

3

2

Wet- en regelgeving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000gebieden. Verder verandert er voor Natura 2000-gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

4

• •

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken.

- Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft de ‘Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014’ opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017). Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

5

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

6

3

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de werkzaamheden

De huidige bestemming voorziet in 6 woon-werkkavels. De voorgestane bestemming voorziet in 6 woonkavels en 2 bedrijfskavels of woon-werkkavels. Op de woonkavels zullen in de toekomst woningen worden gebouwd. Op de kavels met bedrijfsbestemming worden in de toekomst bedrijven (al dan niet in combinatie met wonen) gerealiseerd. Ook wordt er wat groen aangelegd. De huidige vegetatie zal hiervoor worden verwijderd. Zie figuur 3.1 voor de voorgestane situatie.

Figuur 3.1. De voorgestane situatie. Bron: Royal Haskoning DHV.

3.2

Werkwijze

De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 2 september 2021 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

7

4

Aanwezige beschermde natuurwaarden

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (figuur 4.1) is gelegen ten zuidoosten van de kern van Oostrum (Gemeente Venray). Ten noorden van het gebied bevindt zich de weg Sparrendreef met daarachter akkers. Ten oosten bevinden zich graslanden met wat opgaande vegetatie en een camping. Ten zuiden zijn verschillende bedrijven aanwezig. De westzijde wordt gegrensd door woningen met bijbehorende tuinen. Het westelijke gedeelte (deelgebied 1 in figuur 4.1) bestaat uit een gemaaid grasland en uit verruigd grasland. Aan de noord- en zuidzijde bevinden zich bermen. Grenzend aan de zuidelijke berm bevinden zich twee wateropvangbassins (niet zichtbaar in figuur 4.1). In het westelijke gedeelte groeien algemeen voorkomende plantensoorten als thuja, braam, akkerdistel, boerenwormkruid, melganzenvoet, grote brandnetel, gewone klit, bezemkruiskruid, Canadese fijnstraal, avondkoekoeksbloem, duizendblad, paardenbloem, smalle weegbree en echte kamille. Het middelste gedeelte (deelgebied 2 in figuur 4.1) bestaat uit verruigde vegetatie. Hier groeien veelal dezelfde plantensoorten als in deelgebied 1, maar ook wilg, vogelwikke, perzikkruid en wilde cichorei. Het oostelijke gedeelte (deelgebied 3 in figuur 4.1) bestaat voor het grootste gedeelte uit een kale zandbodem met wat verruigde vegetatie. Hier groeit naast eerdergenoemde plantensoorten ook de teunisbloem.

Zie de foto’s op de voorzijde van dit rapport voor een impressie van de huidige inrichting van het gebied.

Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Google Maps.

4.2

Natura 2000-gebieden

Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden in de provincie Limburg. Natura 2000-gebied ‘Boschhuizerbergen’ is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied op een afstand van 2 kilometer van het plangebied. Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ ligt op een afstand van 5,9 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op een afstand van meer dan 10 kilometer. Het dichtstbijzijnde Duitse Natura 2000-gebied is ‘Fleuthkuhlen’, op meer dan 20 kilometer afstand van het plangebied. Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

8

Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden (rood en blauw gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: Natura 2000 Network Viewer.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt op 230 meter ten oosten van de dichtstbijzijnde Goudgroene Natuurzone, het Limburgse deel van Natuurnetwerk Nederland (NNN), aan. Het gaat hier om het beheertype ‘Kruidenen faunarijk grasland’. Zie figuur 4.3 en het hierna volgend kader. Goudgroene natuurzone De goudgroene natuurzone vormt het Limburgse deel van het NNN. Binnen de goudgroene zone streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur, en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Zilvergroene natuurzone Binnen de zilvergroene natuurzone staat het benutten van kansen voor natuur en landschap centraal. De zilvergroene natuurzone maakt echter geen onderdeel uit van het NNN, maar ondersteunt wel de functionaliteit en effectiviteit van de goudgroene natuurzone. De provincie stimuleert de ontwikkeling van natuur en landschap binnen de zilvergroene zones met subsidies en natuurcompensaties. Bronsgroene landschapszone De bronsgroene landschapszone omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. In Zuid-Limburg omvatten deze zones ook de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal.

Het beleid binnen de bronsgroene landschapszone is er op gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Deze zone bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden. Binnen deze zone komen op bestemmingsplanniveau andere bestemmingen en functies voor zoals infrastructuur, woningen en toeristische voorzieningen e.d.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum

9

Figuur 4.3. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNN (Goudgroene natuurzone). Bron: Provincie Limburg.

4.4

Beschermde planten en dieren

Vogels In en rond het plangebied zijn buizerd, kraai, ekster, groene specht, kauw, huismus, kneu, houtduif, boerenzwaluw, wilde eend, witte kwikstaart en boomkruiper waargenomen. De meeste delen van het plangebied bestaan uit verruigd grasland en verruigde vegetatie. In het plangebied bevinden zich geen gebouwen. Huismus- en gierzwaluwnesten zijn daardoor zeker afwezig. Bomen met holtes zijn in en rondom het plangebied eveneens afwezig. Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) kwam er in 2014 in zowel het zuidelijk als noordelijk gelegen kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt (het plangebied valt in twee kilometerhokken), één broedterritorium van kwetsbare soorten (roofvogels/uilen) voor. Uit het veldbezoek blijkt dat nesten van deze soorten zeker niet in het plangebied, of binnen een straal van 100 meter daaromheen, voorkomen. (Jaarrond beschermde) nesten van andere vogelsoorten zijn in en rond het plangebied eveneens afwezig. Mogelijk broeden er in het broedseizoen wel algemeen voorkomende vogels zoals de merel in het plangebied. Zoogdieren Gebouwen en bomen met holtes zijn – zoals in voorgaande alinea vermeld – afwezig. Vleermuisverblijven zijn in het plangebied daarom uit te sluiten.

Het is echter mogelijk dat de bomenrij (Spaanse aak en zomereik) net buiten het plangebied (grenzend aan de oostzijde van deelgebied 3 in figuur 4.1) een vliegroute of foerageergebied vormt voor vleermuizen. Vaste vliegroutes en belangrijke foerageergebieden van vleermuizen worden onder de Wet natuurbescherming als een voortplantingsplaats en rustplaats gezien (Ministerie van Economische zaken, 2016). Een aantal vleermuissoorten is daarom in tabel 4.1 opgenomen. Dassenburchten, dassenlatrines, -wissels en snuitputjes van dassen zijn in en rond het plangebied afwezig. Tijdens het veldbezoek werden enkele graafsporen van konijnen aangetroffen, maar geen holen. Voor kleine marterachtigen als de wezel biedt het plangebied te weinig dekking. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen (zie tabel 4.1).

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 10

Planten In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) groeiden er in 2003 en 2016 in respectievelijk het zuidelijk en noordelijk gelegen kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt, geen planten die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Amfibieën en andere soorten Tijdens het veldbezoek werd er een gewone pad aangetroffen. Overige amfibieënsoorten zijn niet waargenomen. Direct ten zuiden van deelgebied 1 bevinden zich twee recentelijk aangelegde wateropvangbassins. Omdat deze recentelijk zijn aangelegd, is het niet te verwachten dat deze als voorplantingswater worden gebruikt door strenger beschermde amfibieënsoorten, zoals de kamsalamander. De kolonisatiesnelheid van nieuwe wateren door deze soort is laag. Ook wanneer de afstand tot de bronpoel meer dan 400 meter beslaat (zoals het geval is), worden nieuwe wateren niet snel gekoloniseerd (Puts & van Buggenum, 2011). Het is daardoor onwaarschijnlijk dat streng beschermde amfibieën (een deel van) het plangebied als landhabitat gebruiken. Het is wel mogelijk dat enkele algemene amfibieënsoorten het plangebied als landhabitat zullen gebruiken (zie tabel 4.4).

Reptielen zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen en de aanwezige biotopen zijn ook niet geschikt als habitat voor dergelijke soorten. Andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.1 geeft weer welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen. Tabel 4.4. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Vogels Internationaal Nederlandse naam en wetenschappelijke naam met jaarrond beschermde beschermd nest soorten Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria) Grootoorvleermuis (Plecotus auritus) X Laatvlieger (Eptesicus serotinus) X Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) X Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) X

Overige beschermde soorten X X X X X X X

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 11

5

Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden

5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Boschhuizerbergen’ op een afstand van 2 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw en het gebruik van de woningen en bedrijven zullen leiden tot wat stikstofuitstoot. Met betrekking tot de woningen verwachten wij vanwege de afstand tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied, en de omvang van de werkzaamheden geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied. De stikstofuitstoot door bedrijven kan echter een grote afstand overbruggen. Dit is sterk afhankelijk van het type bedrijf. Het is daarom mogelijk dat er, ondanks de afstand, een significant effect kan zijn op bovengenoemd Natura 2000-gebied.

5.2

Natuurnetwerk Nederland

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN, ligt op 230 meter ten westen van het plangebied (zie figuur 4.3). Op de beheertypenkaart van de provincie is hier ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ aangeduid. Omdat het hier een matig voedselrijk vegetatietype betreft, is dit beheertype niet bijzonder gevoelig voor N-depositie te noemen. Ook vanwege de omvang van de werkzaamheden zijn er waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.

5.3

Beschermde planten en dieren

- Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- en of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden verstoord. Individuen kunnen hierbij worden verstoord en/of gedood. - Door vegetatie tijdens het broedseizoen te verwijderen, kunnen nesten van broedende vogels worden verstoord, hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed. Ook kunnen vogels/nesten of jongen worden vernietigd. - De bomenrij (Spaanse aak en zomereik) aan de oostzijde van deelgebied 3 (figuur 4.1) maakt mogelijk deel uit van een vaste vliegroute of foerageergebied van vleermuizen. Indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de bomenrij wordt gericht, kan dit een verstoring van de vliegroute opleveren. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 12

Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Soort

Beschermingsregime Wnb

Algemene in het plangebied broedende vogels Vleermuizen

Vogels

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Internationaal beschermde soorten Overige soorten

Art. Art. Art. Art. Art. Art. Art. 3.1 3.1 3.5 3.5 3.5 3.5 3.10 lid 1 lid 2 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 X X X

X X

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van soorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van soorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van soorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van soorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 13

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Natura 2000

De huidige bestemming voorziet in 6 woon-werkkavels. De voorgestane bestemming voorziet in 6 woonkavels en 2 bedrijfskavels of woon-werkkavels. In de voorgestane bestemmingswijziging neemt het aantal bedrijfsbestemmingen dus af, ten gunste van woonbestemmingen. Nieuwe woningen moeten tegenwoordig gasloos zijn. De voorgestane bestemmingswijziging zal daarom geen negatief effect hebben op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Afhankelijk van de typen bedrijven die zullen worden gerealiseerd, is het voor de betreffende bedrijven nodig de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb. Voor de voorgestane bestemmingswijziging is dat echter niet nodig.

6.2

Natuurnetwerk Nederland

De realisatie en de ingebruikname van de woningen en bedrijven hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In de vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.

Vleermuizen De bomenrij ten oosten van deelgebied 3 (figuur 4.1) blijft behouden, waardoor er geen aantastingen van een eventuele vaste vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen te verwachten zijn. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017).

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 14

Literatuur • • • •

•

•

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale Staten van Limburg, 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983. Provincie Limburg. Puts P.C.J. & van Buggenum, H.J.M. 2011. Kolonisatie van nieuwe poelen door watersalamanders: Kamsalamander, Alpenwatersalamander en Kleine watersalamander in het natuur- en cultuurlandschap tussen Susteren en Montfort. Natuurhistorisch maandblad, 100(1), 1-9. Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: lightshy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org. Zoogdiervereniging. 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. www.zoogdiervereniging.nl/een-vleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 15

Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig

de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb). Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.

Dit betekent dat er: • geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: - het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; - ter bescherming van flora of fauna; - voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of - om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 16

Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb). Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb).

Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich

te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Quickscan natuurwetgeving Vennendreef te Oostrum 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14538865/1