bijlagen bij toelichting nieuw BP
Tekst van het document
Bestemmingsplan Herziening woon-werkkavels Sparrendreef Oostrum Bijlagen Bij De Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Herziening woon-werkkavels Sparrendreef Oostrum Bijlagen Bij De Toelichting Status: Vastgesteld Datum: 2 september 2024 Projectnaam: Projectnummer: BH9695 Opdrachtgever: Gemeente Venray Referentie: Auteur(s): M.K. Collegiale toets: M.B. Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: M.B. Datum/paraaf vrijgave:
Herziening woon-werkkavels Sparrendreef Oostrum
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beheerplan
Bijlage 2
Plantsoenlijst
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Quickscan natuurwetgeving
Bijlage 5
Stikstofdepositieberekening
Bijlage 6
Adviesrapport veiligheidsregio
Bijlage 7
Bodemonderzoek
Bijlage 8
Omgevingsdialoog juli 2022
Bijlage 9
Formulier hogere waarden
Bijlage 10
Zienswijzennota
Herziening woon-werkkavels Sparrendreef Oostrum
1
Beheerplan Vennendreef Uitgangspunten voor beoogd parkmanagement
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef 2
Project :
Beheerplan Vennendreef – uitgangspunten voor beoogd parkmanagement
Projectnummer :
P463-01
Registratienummer :
2013888
Auteurs :
Janneke Koekoek MSc. en ir. Marco Hommel
Opdrachtgever :
Maessen Projecten BV en Venterra
Datum :
20 november 2013
INHOUD INHOUD .................................................................................................................................. 3 1.
2.
3.
4.
INLEIDING ...................................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding ............................................................................................................................ 5
1.2.
Leeswijzer ............................................................................................................................ 5
AREAAL ......................................................................................................................... 6 2.1.
Afbakening beheerplan Vennendreef ................................................................................. 6
2.2.
Te onderhouden areaal ....................................................................................................... 7
KWALITEITSAMBITIES VENNENDREEF ............................................................................. 9 3.1.
Kwaliteitsgestuurd beheer .................................................................................................. 9
3.2.
Ambities onderhoudskwaliteit Vennendreef ...................................................................... 9
3.3.
Praktische aandachtspunten beheer en onderhoud Vennendreef ................................... 10
KOSTEN ....................................................................................................................... 12 4.1.
Kosten beheer buitenruimte ............................................................................................. 12
4.2.
Mogelijkheden voor additionele, gezamenlijke diensten ................................................. 13
4.3.
Voorstel kostenverdeling parkmanagement ..................................................................... 13
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
BIJLAGE BEELDMAATLATTEN VENNENDREEF .......................................................................... 15
3
4
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
1. INLEIDING 1.1. Aanleiding De gemeente Venray, Maessen Projecten BV en Venterra bereiden de ontwikkeling van bedrijventerrein Vennendreef voor, die de verschijningsvorm krijgt van een kleinschalig cultuurlandschap. Het bestaande groen wordt daarvoor zoveel mogelijk gehandhaafd en de bestaande landschapsstructuur wordt versterkt. Dit krijgt concreet vorm door de aanleg van bomenrijen en hagen met inheemse beplanting. De hagen gaan de bedrijfskavels als ‘kamerschermen’ van elkaar scheiden en moeten het beeld oproepen van het oude cultuurlandschap (“kampen”). Het dakwater van de bedrijfspanden en van de verhardingen wordt geleid naar een centraal gelegen infiltratievoorziening, die wordt vormgegeven als een houtsingel met greppel. Het voorstel is om de hagen pas aan te leggen op het moment dat een bedrijf zich vestigt; pas dan zal de precieze maat van het betreffende kavel bekend worden. De aanleg van het groen is een verantwoordelijkheid voor de ontwikkelaar van het terrein. Het is vervolgens de bedoeling dat de bedrijven de hagen en al het andere groen (waaronder de houtsingel met greppel) gezamenlijk gaan beheren en onderhouden in de vorm van een Vereniging van Eigenaren of een Vereniging van Gebruikers. Dit beheerplan is opgesteld om inzicht te geven in de consequenties van het inrichtingsplan voor de beheerkosten, zowel voor de openbare ruimte als voor de bedrijfskavels.
Op basis hiervan kan meer concreet worden nagedacht over de organisatie van parkmanagement en de te nemen stappen.
1.2. Leeswijzer
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
In hoofdstuk 2 zijn de arealen in beeld gebracht op basis van het inrichtingsplan groen en het bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 gaat in op de verschillende onderhoudsniveaus van de buitenruimte en de keuzes daarbij voor Vennendreef. De bijbehorende kosten zijn gepresenteerd in hoofdstuk 4, inclusief een voorstel hoe deze verrekend kunnen worden naar de toekomstige bedrijven.
5
2. AREAAL 2.1. Afbakening beheerplan Vennendreef Het bedrijventerrein Vennendreef is ongeveer 7,5 ha groot. De plannen gaan uit van een bedrijventerrein waar wonen en werken gecombineerd kunnen worden, met daarbij een aantal woon-werkeenheden voor starters. Vennendreef zal in de eindsituatie bestaan uit 30 kavels met een oppervlakte van 1.000 tot 3.000 m2 voor de woon-werklocaties en 1.000-5.000 m2 voor de overige bedrijven. Het terrein wordt ontsloten door de doorgaande wegen Sparrendreef aan de noordzijde en Witte Vennenweg aan de zuidzijde, zie figuur 1. Op het bedrijventerrein zelf is de al bestaande, maar te reconstrueren Vennenweg aanwezig en wordt een nieuwe weg gerealiseerd, die de Vennenweg met de Sparrendreef verbindt. Alleen het onderhoud van de te vernieuwen Vennenweg en de nieuwe noord-zuid-verbinding zijn meegerekend in dit beheerplan.
In dit beheerplan wordt ten behoeve van het beoogde parkmanagement een onderscheid een gemaakt tussen de ‘wegenstructuur’ en de ‘groene aankleding’ van het terrein: De wegenstructuur bestaande uit de Vennenweg en de nieuwe weg tussen de Vennenweg en de Sparrendreef, inclusief de bermen, bomen, verlichting en riolering; • De groene aankleding bestaande uit de groene buffer aan de oostzijde (die het bedrijventerrein afscheidt van Parc Witte Vennen), de houtsingel met infiltratievoorziening en de hagen die als kamerschermen dienen van de kavels. Het uitgangspunt is dat de gemeente Venray de nieuwe wegenstructuur in beheer neemt. Het beheer en onderhoud van de groene aankleding wordt ondergebracht in het parkmanagement.
•
Sparrendreef Nieuwe weg: noordzuid verbinding Houtsingel met greppel Groene buffer
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Vennenweg
6
Parc Witte Vennen Witte Vennenweg
Figuur 1: Overzichtskaart bedrijventerrein Vennendreef
2.2. Te onderhouden areaal De figuren 2 tot en met 4 geven op hooflijnen inzicht in het te beheren areaal van Vennendreef. Figuur 5 geeft de details. •
Het totaal te beheren areaal buitenruimte bedraagt 1,5 ha. De als ‘groene aankleding’ aangeduide delen (in beheer parkmanagement) zijn met 58% het grootste deel, de overige 42% zijn de wegen en bermen die in beheer komen van de gemeente;
•
De wegenstructuur bedraagt in totaal 6.400 m2. Circa tweederde deel hiervan is asfalt. Langs de 2 wegen staan naar inschatting 84 bomen en 16 lichtmasten;
•
De groene aankleding op en langs de bedrijfskavels is in totaal 8.900 m2. Meer dan de helft van dit groen wordt onderhouden als bosplantsoen; de hagen bepalen meer dan een derde deel en 11% wordt onderhouden als gazon.
Onderhoudselement
Figuur 3: wegenstructuur
Wegen
Asfalt Berm Gazon Bosplantsoen Hagen Totaal m2
4.165 2.195
Bomen [st] Verlichting [st] Riolering [m1] Kolken [st]
84 16 595 56
Groene aankleding
6.360
Figuur 5: detailgegevens areaal Vennendreef
1.000 4.840 3.045 8.885
Figuur 4: groene aankleding
Totaal 4.165 2.195 1.000 4.840 3.045 15.245 84 16 595 56
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Figuur 2: verdeling wegenstructuur en groene aankleding
7
Onderhoudskwaliteit B Voldoende: functioneel
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Figuur 6: impressie onderhoudskwaliteit B
8
3. KWALITEITSAMBITIES VENNENDREEF 3.1. Kwaliteitsgestuurd beheer Kwaliteit is een subjectief begrip; wat de één immers mooi vindt, vindt iemand anders wellicht niet acceptabel. Om te zorgen dat iedereen (ondernemer, bezoeker of aannemer) de openbare ruimte op dezelfde manier kan beoordelen, werken veel Nederlandse gemeenten volgens de uitgangspunten van kwaliteitsgestuurd beheer. Het voorliggende beheerplan voor Vennendreef heeft deze benadering als uitgangspunt. Kenmerk van kwaliteitsgestuurd beheer is dat de uit te voeren onderhoudsmaatregelen niet in termen van te leveren inspanningen (bijv. aantal keer maaien) worden beschreven, maar dat wordt omschreven welke (zichtbare) kwaliteiten de openbare ruimte moet hebben. Daarbij worden referentiefoto’s gehanteerd om de beoogde kwaliteiten te illustreren. Het kennisinstituut CROW heeft de kwaliteiten genormeerd in landelijke kwaliteitsmaatlatten (zie de illustratie hiervan in figuur 6), die variëren naar vijf niveaus, van zeer goede kwaliteit (A+) tot slechte kwaliteit(D), zie onderstaande figuur 7. De kwaliteitsmaatlatten maken de afspraken over de te leveren prestaties meetbaar en daarmee controleerbaar. Maatlat
Omschrijving
A+ A
Zeer goed, nieuw staat Bijzonder, maatwerk goede functionering Standaard, voldoende regelgeving en/of functionering Sober, eenvoudige oplossingen Slecht, onvoldoende resultaat
B C D
Figuur 7: Kwaliteitsmaatlatten CROW als uitgangspunt
Voor het bedrijventerrein Vennendreef is het uitgangspunt onderhoudsniveau B, een basiskwaliteit. Dit is een functionele onderhoudskwaliteit die past bij de gewenste uitstraling van een bedrijventerrein in de vorm van een kleinschalig cultuurlandschap. De eenvoudige en strakke groene inrichting bestaande uit gazon, bomen, hagen en inheemse beplanting vragen om een degelijk onderhoudsniveau. In de bijlage zijn voor alle onderhoudselementen in de buitenruimte van Vennendreef de kwaliteitsmaatlatten opgenomen van de A, B en C kwaliteit. De beelden op onderhoudsniveau B kunnen dus worden beschouwd als de formele afspraken waaraan zowel de gemeente als de parkmanagementorganisatie moeten voldoen. De kwalitatieve toelichtingen (bijvoorbeeld maximale hoogte van het gras en maximaal aantal stuks zwerfafval per m2) zijn apart te downloaden (zie bijlage).
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
3.2. Ambities onderhoudskwaliteit Vennendreef
9
3.3. Praktische aandachtspunten beheer en onderhoud Vennendreef Op basis van de maatlatten van het kwaliteitsgestuurd beheer kunnen zowel de gemeente Venray als de parkmanagementorganisatie opdracht geven aan uitvoerende partijen die het beheer en onderhoud gaan uitvoeren. Volgens de uitgangspunten van kwaliteitsgestuurd beheer is het aan die uitvoerende partijen zelf om te bepalen welke inspanningen zij moeten leveren om aan de kwaliteitsambities ‘B’ te voldoen. Aanvullend op deze afspraken gelden nog wel enkele praktische aandachtspunten, die relevant zijn voor een efficiënte uitvoering van de onderhoudsmaatregelen: 1. Toegankelijkheid groene buffer en houtsingel met greppel: De groene buffer aan de oostzijde van het bedrijventerrein en de houtsingel die is gelegen aan de achterzijde van de kavels die worden ontsloten vanaf de Sparrendreef, moeten toegankelijk zijn voor onderhoudsmaterieel (zie de overzichtkaart in figuur 1). Het gaat om ruimte voor materieel dat de greppel periodiek uitmaait en om ruimte voor het afvoeren van snoeiafval e.d.. Zowel de groene buffer als de houtsingel zijn in hun lengterichting niet te berijden: het aanwezige groen moet dus op meerdere plekken via de aangrenzende bedrijfskavels toegankelijk zijn. Hierover moeten met de toekomstige bedrijven afspraken over worden gemaakt.
De oostzijde van de groene buffer is eventueel ook bereikbaar vanaf Parc Witte Vennen, hierover moeten met de parkeigenaar eventuele afspraken worden gemaakt; 2. Bereikbaarheid hagen op de bedrijfskavels: de hagen die de bedrijfskavels als groene schermen begrenzen worden naar verwachting 1-2 maal per jaar machinaal geknipt. In ieder geval gedurende de uitvoering van deze werkzaamheden is een vrije strook van ca. 2 meter gewenst aan beide zijden van de haag, zodat er een onderhoudsvoertuig met aanhanger langs kan worden gereden. De illustratieve tekening op de voorzijde van dit rapport suggereert al dat deze ruimte er is;
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
3. Gelijktijdige uitvoering / afstemming van onderhoudsmaatregelen: Vennendreef moet als geheel de uitstraling krijgen van een kleinschalig cultuurlandschap. Het gebied is gebaad bij een nette, rustige uitstraling van de openbare ruimte. Dit wordt bepaald door het onderhoudsniveau (B kwaliteit), maar ook het moment en zelfs de wijze van uitvoering. Wanneer de hagen op de ene bedrijfskavel gesnoeid worden in week x en de andere in week y, ontstaat tijdelijk een onrustig beeld, ondanks dat aan de afgesproken kwaliteit wordt voldaan. Het beeldbepalende groen (de hagen en de groene buffers) wordt daarom in gezamenlijk beheer uitgevoerd in een parkmanagement constructie. Aanbeveling is om ook tot afstemming te komen tussen de onderhoudsmaatregelen van de bermen langs de wegen (beheer en aansturing) door gemeente;
10
4. Tijdelijk beheer: Vennendreef zal naar verwachting niet in één keer worden ontwikkeld. Het voorstel is om de kavels die in nog afwachting zijn van ontwikkeling in te zaaien met ruw gras en dit in extensieve vorm te onderhouden (2 x per jaar maaien en ruimen zwerfafval). Dit geeft een voldoende groene en nette uitstraling aan het totale terrein.
Onderhoudselement Asfalt Riolering Kolken Reiniging verharding Bomen Berm Verlichting Bosplantsoen Gazon Hagen Totaal
Wegenstructuur € € € € € € €
5.664 857 368 1.333 2.362 395 1.600
Groene aankleding
Totaal
€
€ € € 12.579 €
€ € € € € € € 3.920 € 940 € 16.139 € 20.999 €
5.664 857 368 1.333 2.362 395 1.600 3.920 940 16.139 33.578
Oppervlak buitenruimte Kosten / m2 €
6.360 1,98 €
8.885 2,36 €
15.245 2,20
Figuur 8: berekening kosten buitenruimte en services
Onderhoudselement
Kostenkengetal
Asfalt [m2]
€
1,36
Berm [m2]
€
0,18
Bomen [st]
€ 28,12
Bosplantsoen [m2]
€
0,81
Elementenverharding [m2]
€
1,50
Gazon [m2]
€
0,94
Hagen [m2]
€
5,30
Kolken [st]
€
6,57
Reiniging verharding [m2]
€
0,32
Riolering [m1]
€
1,44
Verlichting [st]
€ 100,00
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Figuur 9: kostenkengetallen buitenruimte Vennendreef, gebaseerd op onderhoudsniveau B, kengetallen voor dagelijks en groot onderhoud, incl. VAT, excl. BTW, prijspeil 2013, op basis van aannames PLAN terra BV
11
4. KOSTEN In dit hoofdstuk worden de kosten voor het beheer van de buitenruimte op Vennendreef in beeld gebracht. Het betreft zowel het beheer van de wegen en aangrenzende bermen (beheer door gemeente) als het beheer van de groene aankleding op en aangrenzend aan de bedrijfskavels (beheer door parkmanagementorganisatie). Naast het beheer van de buitenruimte worden de kosten verkend van extra servicemogelijkheden in het kader van parkmanagement. Er is een beeld gevormd van gezamenlijke beveiliging, gezamenlijke inkoop van gas, water & licht, glasvezel, afvalverwijdering en eventuele gezamenlijke bebording/marketing op Vennendreef.
4.1. Kosten beheer buitenruimte De kosten voor het beheer van de buitenruimte zijn afgeleid op basis van kostenkengetallen (zie figuur 8 en 9), die aansluiten op de onderhoudsniveaus B van kwaliteitsgestuurd beheer. In deze kostenkengetallen zijn de kosten voor het dagelijks onderhoud en groot onderhoud uitgedrukt als langdurige cycluskengetallen. Een cycluskengetal betekent dat alle kosten gedurende een langere periode (ca. 40 jaar) bij elkaar worden opgeteld en worden gedeeld naar een jaargemiddelde. De feitelijke kosten variëren in praktijk van jaar tot jaar. Bij het onderhoud van groen zijn de kosten over het algemeen de eerste jaren hoger (aanplant nieuw groen behoeft meer aandacht). De kosten voor onderhoud verharding kent sterke pieken als gevolg van het periodieke, planmatig groot onderhoud. De kosten voor vervanging (aan het einde van de levensduur) zijn niet meegenomen in de gebruikte kengetallen. De kosten in de sfeer van voorbereiding, administratie en toezicht (‘VAT-kosten’) zijn wel meegerekend als vaste opslag (10-15%, afhankelijk van het onderhoudselement).
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Op basis van de gehanteerde kostenkengetallen worden de totale onderhoudskosten voor de gehele buitenruimte van Vennendreef berekend op € 33.500 gemiddeld per jaar. Gemiddeld kost één m2 buitenruimte op Vennendreef volgens deze berekening € 2,20 per m2 (zie figuur 8).
12
•
Het beheer van de wegen (asfalt, bermen, verlichting en riolering) wordt becijferd op €12.500 per jaar, gemiddeld € 1,98 per m2 buitenruimte. Een groot deel (bijna de helft) van deze kosten is gemoeid met het groot onderhoud van asfalt en riolering. Het andere deel van de kosten betreft overwegend dagelijks onderhoud dat ieder jaar moet worden uitgevoerd, zoals de straatreiniging, het bermbeheer en de kolkenreiniging.
•
Het beheer van de groene aankledingselementen op en aan de randen van de bedrijfskavels is geraamd op € 21.000,-, omgerekend € 2,36 per m2 per m2 buitenruimte. Het betreft hier vrijwel alleen kosten in de sfeer van dagelijks onderhoud. Het onderhoud van de hagen bepaalt meer dan driekwart van de kosten.
4.2. Mogelijkheden voor additionele, gezamenlijke diensten Het parkmanagement op Vennendreef kan benut worden door, naast het beheer van de gemeenschappelijke buitenruimte, additionele diensten aan te bieden aan de bedrijven. Het is mogelijk om de beveiliging van de individuele bedrijfsterreinen en het terrein als geheel gezamenlijk in te kopen. Het afhalen en laten verwerken van (bedrijfs)afval kan collectief worden geregeld. Het is mogelijk om energie en glasvezel gezamenlijk in te kopen en de bebording en reclame-uitingen op het bedrijventerrein kunnen collectief worden geregeld. In onderstaande tabel is een eerste, globale raming gemaakt van de mogelijke gezamenlijke diensten die het parkmanagement kan aanbieden. De raming is conservatief opgesteld. Hier geldt dat hoe meer bedrijven zich aansluiten, hoe scherper de services kunnen worden geprijsd. De jaarlijkse servicekosten (uitgaande van een volledig bezet bedrijventerrein) komen volgens onderstaande raming uit op € 144.000. Hierbij wordt uitgegaan van een volledig bezet bedrijventerrein en zijn er aannames gedaan in de benodigde opvolging van meldingen door een beveiligingsbedrijf. De gezamenlijke inkoop van energie (gas, water, licht) zijn de grootste kostenposten, gevolgd door de beveiliging van het terrein. In de tabel zijn de kosten ter indicatie ook verdeeld naar de 30 bedrijven.
Voor de organisatie van de parkmanagement, zoals het opstellen van contracten, het afhandelen van meldingen en vragen van bedrijven en het opvragen van offertes, is gerekend met een inzet van ongeveer 100 uur per jaar, een percentage van 3,5%. Gemeenschappelijke diensten Beveiliging terrein 's nachts Afvalverwijderen Gas, water, licht
€ € €
Raming totaal Per bedrijf 25.000 € 833 12.500 € 417 90.000 € 3.000
Glasvezel
€
10.800 €
360
Bebording terrein
€
500 €
17
Organisatie parkmanagement
€
5.000 €
167
Totaal gemeenschappelijke diensten
€
143.800 €
4.793
Figuur 10: raming van kosten mogelijke gemeenschappelijke diensten binnen het parkmanagement (kosten per jaar, excl. BTW, prijspeil 2013)
De bedrijven op Vennendreef moeten de kosten voor het parkmanagement gezamenlijk dragen. Voorgesteld wordt om bij de uitgifte van de gronden een verplichte deelname aan de parkmanagementorganisatie af te dwingen. Indien er een Vereniging van Eigenaren wordt ingesteld kan het kostenverhaal in dit verband worden geregeld. Het is gebruikelijk om de kosten uiteindelijk per m2 uitgeefbaar bedrijfskavel te verrekenen. In figuur 11 zijn de verschillende mogelijkheden voor het parkmanagement op een rij gezet met bijbehorende verdeelsleutel per m2 uitgeefbaar terrein. Het beheer van de groene aankleding op en aan de randen van de bedrijfskavels worden tezamen met een collectieve beveiliging van het terrein, een gezamenlijke voorziening voor het afval en bebording beschouwd als een basispakket. De kosten worden op jaarbasis geraamd op ca. € 64.000, ofwel € 1,10 per m2 uitgeefbaar terrein. Een collectieve inkoop van energie en/of glasvezel gaan meer in op individuele belangen waarbij wel een collectiviteitvoordeel te behalen is. Deze zijn in de tabel om die reden apart weergegeven. Zij
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
4.3. Voorstel kostenverdeling parkmanagement
13
bedragen volgens de eerste ramingen resp. € 1,54 en € 0,19 per m2 uitgeefbaar terrein. Voor deze collectieve inkoopmogelijkheden zijn eventueel ook andere verrekeneenheden denkbaar, zoals per bedrijf, aantal medewerkers of per m2 BVO.
Onderdeel parkmanagement Raming totaal Per m2 uitgeefbaar Beheer groene aankleding € 20.999 € 0,36 Collectieve beveiliging € 25.000 € 0,43 Collectieve afvalvoorziening € 12.500 € 0,21 Collectieve bebording € 500 € 0,01 € 5.000 € 0,09 Organisatie parkmanagement Subtotaal collectieve voorzieningen € 63.999 € 1,10 € Collectieve inkoop energie € 90.000 € 1,54 € 10.800 € 0,19 Collectieve inkoop glasvezel Subtotaal collectieve inkoop
€
Totaal parkmanagement
€
100.800 € € 164.799 €
1,73 2,83
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Figuur 11: Voorstel kostenverdeling diverse mogelijkheden parkmanagement. (kosten per jaar, excl. BTW, prijspeil 2013)
14
BIJLAGE BEELDMAATLATTEN VENNENDREEF
In deze bijlage zijn de beeldmaatlatten opgenomen van alle onderhoudsgroepen zoals weergegeven in areaal (figuur 5) en in kosten (figuur 8). Om een inzicht te geven in de verschillende kwaliteitsniveaus zijn voor alle onderdelen de A, B en C kwaliteit opgenomen. Voor het bedrijventerrein Vennendreef is gekozen voor onderhoudskwaliteit B.
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Bij het beeld B horen ook kwalitatieve toelichtingen (bijvoorbeeld maximale hoogte van het gras en maximaal aantal stuks zwerfafval per m2). De CROW normen (editie 2010) zijn te downloaden op http://bit.ly/1h0o0Nr. Indien gewenst kan voor de Vennendreef een op maat gemaakt beeldenboek worden opgesteld, met de meest passende en actuele normen.
15
Type
Verharding: asfalt
Verharding: elementen
Kolken
Reiniging
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Bermen
16
Gazon
Kwaliteit A
Kwaliteit B
Kwaliteit C
Ruw gras – tijdelijke bestemming
Bomen
Bosplantsoen
Hagen
PLAN terra - Beheerplan Vennendreef
Openbare verlichting
17
Plantsoenlijst Vennendreef Venray Bos- haagplantsoen kavel 10 en 11 Behorende bij tekeningnr.: 13039 Beplanting kavel 10 en 11 d.d.: 17-05-2023 oppervlakte in m2 Bos-haagplantsoen kwaliteit Amelanchier canadensis Krent 80-100 Acer campestre Veldesdoorn 80-100 Betula pendula Berk 80-100 Carpinus betulus Haagbeuk 80-100 Corylus colurna Hazelaar 80-100 Crataegus monogyna Meidoorn 80-100 Fagus sylvatica Beuk 80-100 Ligustrum vulgare Viride Liguster 80-100 Quercus robur Eik 80-100 Rosa rubiginosa Eglantier 3-tak A kwal Viburnum opulus Gelderse Roos 80-100
140 percent. 8% 10 % 10 % 15 % 10 % 10 % 7% 7% 15 % 3% 5%
Plantsoen gemengd aan te planten op 1,25 m in de rij en 1,0 m tussen de rijen
vak A
288 vak B
10 11 11 17 11 11 8 8 17 4 6
Totaal Opmerkingen 20 30 22 33 22 33 35 52 22 33 22 33 16 24 16 24 35 52 8 12 aanplanten in de randrijen 12 18 aanplanten in de randrijen
RAPPORT Nieuwbouw Sparrendreef Oostrum Akoestisch onderzoek Klant:
gemeente Venray
Referentie: BH9695I&BPNR001D0.1 Status:
P01.01/S0
Datum:
20 mei 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Nieuwbouw Sparrendreef Oostrum Ondertitel: Akoestisch onderzoek Referentie: BH9695I&BPNR001D0.1 Status: P01.01/S0 Datum: 20 mei 2024 Projectnaam: Bestemmingsplan Vennendreef Projectnummer: BH9695 Auteur(s): H.L.
Opgesteld door: H.L. Gecontroleerd door: M.K. Datum: 20 mei 2024 Goedgekeurd door: M.K. Datum: 20 mei 2024
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Wettelijk kader
3
Algemeen wegverkeer
3
Omvang geluidzones
3
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en geluidbelasting
4
Aftrek conform art. 110g Wgh
4
De plicht tot toetsing aan grenswaarden
5
Vaststellen hogere grenswaarde (art. 110a Wgh)
5
Gemeentelijk/provinciaal beleid
6
Geluid gezoneerde industrieterrein
7
Cumulatie
7
Uitgangspunten
8
Onderzoeksgebied
8
De onderzochte situatie
8
Gebruikte rekenmethode
9
Etmaalintensiteiten
9
Snelheden van de voertuigen
10
Verharding wegdek
10
3.7
Optrektoeslag
10
3.8
Industrielawaai
10
Rekenpunten
10
Resultaten
12
Wansumseweg (N270)
12
Witte Vennenweg
13
Sparrendreef
14
Industrielawaai
15
Goede ruimtelijke ordening / cumulatie
16
Geluidbeperkende maatregelen
16
Sparrendreef
17
2.6
3
4
5
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
ii
Projectgerelateerd
6
Conclusie
18
Bijlagen Bijlage 1 Gemeentelijk beleid Bijlage 2 Invoergegevens
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Aan de Sparrendreef te Oostrum (gemeente Venray) is het planvoornemen om de bestemming te wijzigen van ‘Wonen – Bedrijf’ naar ‘wonen’. Het gaat om het bestemmingsplan Vennendreef. In onderstaande figuur is de planlocatie weergegeven. In totaal zullen hier 7 woningen worden gerealiseerd.
Figuur 1: Planlocatie
In het meest westelijke geel gekleurde gebied gaat het om 4 woningen. Op de twee oostelijk gelegen geel gekleurde gebieden worden maximaal 3 woningen gerealiseerd. Onderstaande figuur geeft nadere info over de ligging van het plangebied.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
1
Projectgerelateerd
Figuur 2: Ligging plangebied
Voor het bouwplan dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Volgens de Wet geluidhinder dient te worden getoetst aan de regelgeving en de grenswaarden van deze wet. Het bouwplan ligt binnen de wettelijke geluidzone van de onderstaande wegen: • Wansumseweg (N270); • Witte Vennenweg; • Sparrendreef. Daarnaast is het bouwplan (deels) gelegen binnen de zone van het krachtens de Wgh gezoneerde industrieterrein De Witte Vennen. Aangezien de concrete invulling van het bouwplan in dit stadium nog niet bekend is, zijn de geluidbelastingen op de kavelgrenzen berekend. Op basis van de rekenresultaten kan worden vastgesteld of zich knelpunten op de bouwlocaties bevinden, en welke hogere waarden mogelijk moeten worden vastgesteld. In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het wettelijk kader en in hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten voor het onderzoek nader beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten vermeld en getoetst. Mogelijke geluidbeperkende maatregelen zijn in hoofdstuk 5 beschreven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de conclusie.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
2
Projectgerelateerd
2
Wettelijk kader Algemeen wegverkeer
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het wettelijk kader voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van een weg. Op grond van afdeling 2 van hoofdstuk VI van de Wgh moet een onderzoek ingesteld worden naar de toekomstige geluidbelasting vanwege bestaande wegen op de nieuwe geluidgevoelige objecten. Het wettelijke Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012) stelt de regels voor het bepalen van de geluidbelastingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is volgens het Rmg2012 het zogenoemde maatgevende jaar. Dit is doorgaans het 10 de jaar na vaststelling van het bestemmingplan. De toekomstige geluidbelasting is bepalend voor het treffen van eventuele geluidmaatregelen. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing voor zover het gaat om geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van de wegen. Binnen deze zones wordt de geluidbelasting getoetst aan de grenswaarden. De grenswaarden zijn opgenomen in de Wgh en Besluit geluidhinder (Bg).
Omvang geluidzones In art. 74 Wgh zijn de geluidzones gedefinieerd. De geluidzones zijn te beschouwen als aandachts- of onderzoeksgebieden. Zones zijn van rechtswege aanwezig. Dat wil zeggen dat er geen apart besluit nodig is om ze in te stellen. Op het moment dat het aantal rijstroken van de weg zodanig wordt gewijzigd dat daar een andere wettelijke zonebreedte bij hoort, is die nieuwe zonebreedte automatisch van kracht. De wettelijke breedte van de geluidzone wordt bepaald door het aantal rijstroken van de weg, en het binnen- of buitenstedelijke karakter van de omgeving langs de weg. In de volgende tabel zijn de wettelijke zonebreedten opgesomd die de Wgh kent. Tabel 1 - Zonebreedte wegverkeer Aantal rijstroken
Breedte van de geluidzone Buitenstedelijk gebied
Stedelijk gebied
1 of 2
250 m
200 m
3 of 4
400 m
350 m
5 of meer
600 m
350 m
In art. 1 Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: • Buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (bepaald door borden komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; • Stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van de gebieden binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Het bouwplan is buiten de bebouwde kom gelegen. De betreffende wegen hebben maximaal 2 rijstroken en dus een zone van 250 meter. Het bouwplan bevindt zich binnen de zones van alle genoemde wegen.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
3
Projectgerelateerd
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en geluidbelasting Reken en meetvoorschrift geluid 2012 In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012) is bepaald hoe de geluidbelastingen op geluidgevoelige objecten bepaald moeten worden. Daarbij geldt dat in het rapport de te toetsen geluidbelastingen als afgeronde waarden moeten worden gepresenteerd. Bij het afronden van geluidbelastingen wordt een waarde die precies op 0,50 eindigt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal (art. 1.3 RMG2012). Geluidbelasting De geluidbelasting wordt berekend als het gemiddelde van een geheel jaar. Overeenkomstig art. 1 Wgh wordt onder de Lden-waarde verstaan het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden: • Het equivalente geluidniveau gedurende de dagperiode Lday (van 07:00 uur tot 19:00 uur); • Het equivalente geluidniveau gedurende de avondperiode Levening (van 19:00 uur tot 23:00 uur) vermeerderd met 5 dB; • Het equivalente geluidniveau gedurende de nachtperiode L night (van 23:00 uur tot 07:00 uur) vermeerderd met 10 dB.
Aftrek conform art. 110g Wgh Op de berekende Lden-waarden wordt overeenkomstig art. 110g Wgh een aftrek toegepast bij wegverkeerslawaai. Voordat wordt getoetst aan de grenswaarden in de Wgh dient volgens art. 110g Wgh de berekende geluidbelasting vanwege het wegverkeer te worden gecorrigeerd. In art. 3.4, lid 1 RMG2012 is de aftrek van art. 110g Wgh omschreven. Deze aftrek is: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a. en b. genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
4
Projectgerelateerd
De plicht tot toetsing aan grenswaarden In de Wet geluidhinder wordt voor nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten binnen de zone van een weg een voorkeurswaarde gehanteerd van 48 dB. Wanneer deze waarde wordt overschreden, zal moeten worden nagegaan welke geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om deze overschrijding terug te brengen, bij voorkeur tot 48 dB. Grenswaarden Het is mogelijk hogere geluidbelastingen toe te staan. In de onderstaande tabel zijn de grenswaarden samengevat. Tabel 2 - Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting nieuw object en bestaande weg Geluidgevoelige object
Voorkeurswaarde
Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting Buitenstedelijk
Stedelijk
Woning
48 dB
art. 82, lid 1 Wgh
53 dB
art. 83, lid 1 Wgh
63 dB
art. 83, lid 2 Wgh
Agrarische woning
48 dB
art. 82, lid 1 Wgh
58 dB
art. 83, lid 4 Wgh
63 dB
art. 83, lid 2 Wgh
Ander geluidgevoelig gebouw
48 dB
art. 3.1, lid 2 Bg
53 dB
art. 3.2, lid 2 Bg
63 dB
art. 3.2, lid 1b Bg
Geluidgevoelig terrein
48 dB
art. 3.1, lid 2 Bg
53 dB
art. 3.2, lid 2 Bg
53 dB
art. 3.2, lid 1c Bg
Voor dit onderzoek is een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 53 dB van toepassing.
2.6
Vaststellen hogere grenswaarde (art. 110a Wgh)
Een hogere waarde dan de voorkeurswaarde kan worden vastgesteld in gevallen waarin de toepassing van maatregelen (bron- en overdrachtsmaatregelen) onvoldoende doeltreffend is, of waarin deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten. Bij bezwaren van financiële aard moet er sprake zijn van bovenmatige kosten, alsmede het ontbreken van alternatieven (art. 110a, lid 5 Wgh). Het bevoegd gezag dat de hogere waarden voor de nieuwbouw dient vast te stellen, is het College van Burgemeester en Wethouders. Voor het verkrijgen van een hogere grenswaarde dan de voorkeurswaarde dient de procedure gevolgd te worden zoals is omschreven in art. 110c Wgh. Dit betreft de procedure zoals geregeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een van de aspecten hierbij is een ter visie legging van het (ontwerp)besluit en de akoestische rapportage.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
5
Projectgerelateerd
Binnenwaarde Wanneer een hogere waarde wordt vastgesteld, dienen maatregelen te worden getroffen voor de geluidwering van de gevels om ervoor te zorgen dat de geluidbelasting binnen de geluidgevoelige ruimten van de betreffende objecten niet boven de ten hoogst toelaatbare waarde uitkomt. In de Wet geluidhinder zijn geen grenswaarde opgenomen voor nieuwe geluidgevoelige objecten; deze staan in het Bouwbesluit (BB) onder afdeling 3.1. Woning De grenswaarde voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen is 33 dB (art 3.3,1 BB).
Gemeentelijk/provinciaal beleid De gemeente Venray heeft beleid opgesteld voor het toestaan van hogere grenswaarden. In dit beleid zijn voorwaarden opgenomen waaronder een hogere grenswaarde kan worden aangevraagd. In bijlage 1 is het gemeentelijk beleid weergegeven. Voor dit onderzoek zijn met name de onderstaande punten van belang. Geluidluwe gevel De woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau. Het geluidniveau op deze gevel is niet hoger dan de voorkeurswaarde voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen, of de hogere waarde minus 10 dB. In sommige situaties kan deze voorwaarde resulteren in een knelpunt. Bij vervangende nieuwbouw zijn de inpassingsmogelijkheden beperkter dan in een nieuwe situatie. Ook voor niet-zelfstandige woonruimte (bijvoorbeeld een bejaardencentrum of een studenteneenheid) wordt vaak niet getoetst op individueel woningniveau. Ook indien nieuwbouw aan dient te sluiten op bestaande bebouwing kunnen met betrekking tot dit aspect knelpunten optreden. Verder kunnen stedenbouwkundige overwegingen een belemmering vormen voor de toepassing van geluidluwe gevels. Woningindeling Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarde + 5 dB geldt aangaande de woningindeling dat de verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde(n) liggen en dat ten minste één slaapkamer aan een geluidluwe zijde ligt.
Deze eis is voor wegverkeer met name binnenstedelijk relevant. Buitenstedelijk is voor nieuwe situaties de maximaal toelaatbare geluidbelasting in het algemeen nooit hoger dan de voorkeursgrenswaarde + 5 dB. Buitenruimte Balkon/loggia Indien de woning beschikt over een balkon of loggia, dan dient deze bij voorkeur te zijn gelegen aan een geluidluwe zijde. Het geluidniveau mag in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidluwe gevel of dan de voorkeurswaarde. De eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning. Tuin Ook voor een tuin geldt in eerste instantie dat deze bij voorkeur aan de geluidluwe zijde moet liggen. Zoals eerder aangegeven geldt dit met name in gebieden met een reeds aanwezig hoge geluidbelasting In principe geldt daarbij als eis dat een tuin niet aan de wegzijde mag komen te liggen. Een uitzondering hierop kan zijn dat door tussenliggende bebouwing de tuin toch geluidluw komt te liggen. In dat geval behoort een tuin aan de wegzijde wel tot de mogelijkheden.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
6
Projectgerelateerd
Geluid gezoneerde industrieterrein De nieuwe kavels met (bedrijfs)woningen liggen deels binnen de zone van het krachtens de Wgh gezoneerde industrieterrein De Witte Vennen. De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai bedraagt 50 dB(A). Het is mogelijk een hogere waarde te verlenen van maximaal 55 dB(A).
Cumulatie Bij het vaststellen van een hogere grenswaarde voor een geluidgevoelig object moet op grond van art. 110f Wgh aandacht worden geschonken aan de cumulatie van wegverkeerslawaai en industrielawaai, indien het geluidgevoelig object tevens binnen de geluidzone van meerdere geluidbronnen ligt. Hierbij wordt de geluidbelasting gecumuleerd met de andere gezoneerde geluidbronnen waarbij sprake is van een geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarden. De geluidbelastingen van verschillende bronnen kunnen echter niet eenvoudigweg worden gesommeerd worden tot één totaalniveau. Verschillende soorten geluid leveren bij dezelfde geluidbelasting in dB namelijk in verschillende mate hinder op. Voor de cumulatie is aangesloten op de methodiek in hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het RMG2012. Hierbij dient de aftrek ingevolge art. 110g Wgh niet te worden toegepast. Er zijn voor gecumuleerde geluidbelastingen geen grenswaarden in de Wet geluidhinder opgenomen. Op basis van de hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting dient het bevoegd gezag een afweging te maken over de toelaatbaarheid (art. 110a, lid 6 Wgh).
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
7
Projectgerelateerd
3
Uitgangspunten Onderzoeksgebied
In de onderstaande tabel is de breedte van de geluidzone langs de wegvakken weergegeven. Tabel 3 - Geluidzone en onderzoeksgebied langs wegvakken Wegvak
Aantal rijstroken hoofdrijbaan
Breedte geluidzone
Wansumseweg (N270)
2
250 meter
Witte Vennenweg
2
250 meter
Sparrendreef
2
250 meter
In onderstaande figuur zijn de geluidszones weergegeven.
Figuur 3: Geluidszones
De onderzochte situatie De geluidberekeningen voor het nieuwbouwplan zijn uitgevoerd voor het toekomstige maatgevende jaar. Dit betreft het jaar 2033. De in de Wgh gestelde grenswaarden zijn van toepassing op de geluidbelasting vanwege de afzonderlijke geluidbronnen. In dit onderzoek is de geluidbelasting daarom per weg berekend en getoetst.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
8
Projectgerelateerd
Gebruikte rekenmethode De berekeningen voor de wegen zijn overeenkomstig art. 3.2 RMG2012 uitgevoerd. Hierin zijn de factoren voorgeschreven waarmee rekening dient te worden gehouden, zoals bijvoorbeeld samenstelling van het verkeer, afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, hoogteligging. Het onderzoek is uitgevoerd met een akoestisch rekenmodel conform Standaard Rekenmethode 2. Hierbij is gebruik gemaakt van het softwarepakket Geomilieu, versie V2022.11.
Etmaalintensiteiten De hoeveelheid verkeer op een weg wordt uitgedrukt in het gemiddelde aantal motorvoertuigen dat in de dag-, avond- en nachtperiode per uur over de weg rijdt (op basis van weekdagjaargemiddelden). De verkeersgegevens zijn ontleend aan de mobiliteitsmonitor van de provincie Limburg en cijfers ontvangen van de gemeente Venray. Voor het bepalen van de intensiteiten van het jaar 2033 zijn de intensiteiten van 2016 van de N270 opgehoogd met een groeifactor van 1,5% per jaar. Op de overige wegen is deze ophoging niet toegepast, omdat daarvoor niet de verwachting is dat er sprake zal zijn van een toename. In onderstaande figuur zijn de verkeersgegevens weergegeven.
Figuur 4: Verkeersgegevens
De uitgebreide invoergegevens zijn in bijlage 2 opgenomen.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
9
Projectgerelateerd
Snelheden van de voertuigen In de onderstaande tabel zijn de maximumsnelheden van de beschouwde wegvakken opgenomen. Tabel 4 - Snelheden beschouwde wegvakken Wettelijke snelheid (km/uur)
Weg(vak) Huidig
Toekomst
Wansumseweg (N270)
80
80
Witte Vennenweg
80/50
80/50
Sparrendreef
80/60
80/60
Verharding wegdek De wegdekverharding van alle wegen bestaat uit Dicht Asfalt Beton (DAB). De emissieparameters voor dit wegdektype zijn ontleend aan de CROW-publicatie 316 "De wegdekcorrectie voor geluid van wegverkeer 2012”. Op de website van InfoMil worden de actuele wegdekcorrectiefactoren van verschillende wegdektypen bijgehouden met het toepassingsbereik waarbinnen de wegdekcorrectiefactoren mogen worden toegepast.
3.7
Optrektoeslag
De optrektoeslag is een correctieterm ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt. De optrektoeslag mag alleen worden toegepast als ten gevolge van deze snelheidsbeperkende maatregel de gemiddelde snelheid van de motorvoertuigen ten minste wordt gehalveerd. Deze optrektoeslag is alleen van toepassing op middelzware en zware motorvoertuigen. In het RMG2012 wordt de optrektoeslag onderscheiden in een kruispunt- en een obstakeltoeslag. Obstakeltoeslag In de huidige en toekomstige situatie wordt het verkeer op het kruispunt N270/Witte Vennenweg afgewikkeld met rotonde. Ter hoogte van de rotonde zal sprake zijn van afremmen van verkeer en is in de geluidberekeningen daarom een optrektoeslag in rekening gebracht.
3.8
Industrielawaai
Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het zonebewakingsmodel van industrieterrein De Witte Vennen, ontvangen van de gemeente Venray / Peutz adviseurs.
Rekenpunten Langs de randen van de kavels zijn rekenpunten geplaatst. De geluidbelastingen zijn berekend voor twee bouwlagen. Op de begane grond is er gerekend op een hoogte van 1,5 meter. De rekenhoogte voor de 1e verdieping is 5 meter. In de onderstaande afbeelding zijn de rekenpunten weergeven.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
10
Projectgerelateerd
Figuur 5: Ligging rekenpunten
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
11
Projectgerelateerd
4
Resultaten
De resultaten op de grenzen van de kavels zijn per weg beschreven in de onderstaande paragrafen.
Wansumseweg (N270) Resultaten In onderstaande figuur zijn de geluidbelastingen vermeld ten gevolge van de N270. De maximale geluidbelasting na aftrek bedraagt 53 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt hiermee niet overschreden. Voor de 5 meest westelijk gelegen woningen moet een hogere waarde worden verleend.
Figuur 6: Geluidbelasting N270
Er zijn geen aanvullende eisen aan deze weg.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
12
Projectgerelateerd
Witte Vennenweg Resultaten In onderstaande figuur zijn de geluidbelastingen vermeld ten gevolge van de Witte Vennenweg. De maximale geluidbelasting na aftrek bedraagt 42 dB. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt hiermee niet overschreden.
Figuur 7: Geluidsbelasting Witte Vennenweg
Er zijn geen aanvullende eisen aan deze weg.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
13
Projectgerelateerd
Sparrendreef Resultaten In onderstaande figuur zijn de geluidbelastingen vermeld ten gevolge van de Sparrendreef. De maximale geluidbelasting na aftrek bedraagt 53 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt hiermee niet overschreden. Voor alle 7 woningen moet een hogere waarde worden verleend.
Figuur 8: Geluidbelasting Sparrendreef
Onderstaande figuur geeft de geluidcontouren ten gevolge van de Sparrendreef. De 48 dB geluidcontour ligt op een afstand van 8 m van de kavelgrens. Indien de voorgevels van de woningen worden gerealiseerd op een afstand van ten minste 8 m tot de kavelgrens, hoeven geen hogere waarden te worden verleend.
Figuur 9: Geluidcontouren ten gevolge van de Sparrendreef
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
14
Projectgerelateerd
Industrielawaai Resultaten In onderstaande figuur zijn de geluidbelastingen vermeld ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein. De maximale geluidbelasting bedraagt 53 dB(A). De voorkeurswaarde van 50 dB(A) wordt hiermee overschreden. De maximale ontheffingswaarde voor industrielawaai van 55 dB(A) wordt niet overschreden. Voor de 3 meest westelijk gelegen woningen moet een hogere waarde worden verleend.
Figuur 10: Geluidbelasting gezoneerd industrieterrein
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
15
Projectgerelateerd
Goede ruimtelijke ordening / cumulatie De gecumuleerde geluidbelasting bij de woningen is (zonder aftrek) bedraagt ten hoogste 61 dB. Ter vergelijking, dit is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 68 dB die is opgenomen in de Wgh. Gesteld kan worden dat er geen sprake is van strijdigheid met de eisen aan een goed woon- en leefklimaat.
5
Geluidbeperkende maatregelen
Uit de resultaten is gebleken dat voor de Sparrendreef en Wansumseweg niet overal wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. Conform artikel 77 Wgh moet er nader onderzoek worden verricht naar aanvullende maatregelen. Daarbij wordt eerst gekeken naar maatregelen bij de bron (stiller wegdek) en vervolgens naar maatregelen in de overdracht (geluidschermen of -wallen). Hierbij is niet alleen van belang of het technisch mogelijk is om dergelijke maatregelen te treffen, ook het kostenaspect is van belang. Er wordt daarom ook beoordeeld of maatregelen als geluidschermen niet te duur zouden worden. Van de maatregelen wordt een indicatie gegeven van de kosten. Naast het kostenaspect kunnen ten slotte nog bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of landschappelijke aard bestaan tegen het realiseren van bepaalde geluidmaatregelen. In dat geval dient een hogere waarde procedure te worden gevolgd. Bronmaatregelen Wegverkeer De aanleg van geluidreducerend wegdek is vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid) niet haalbaar in de volgende situaties: • Binnen een afstand van circa 50 meter van een op kruispunt en rotonde. Deze verharding is minder bestand tegen wringend verkeer.
Er treedt dan groot en snel kwaliteitsverlies op van het wegdek door afremmend en optrekkend verkeer; • bij een beperkte lengte van het geluidreducerend wegdek (minder dan 100 meter). Aanleg over een dergelijk kort wegvak is vanuit beheers- en onderhoudsoverwegingen niet wenselijk. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van een geluidscherm of -wal kan effectief zijn om het geluid in de woonomgeving terug te dringen. Geluidschermen zijn echter alleen mogelijk als er voldoende ruimte tussen de bron en de geluidgevoelige objecten is. Daarbij is het relevant dat er ook technische en veiligheidsbeperkingen zijn bij het treffen van geluidsmaatregelen. Daarnaast kunnen schermen en wallen een ongewenste verkeerskundige of stedenbouwkundige barrière vormen. Geluidschermen zijn in een stedelijke situatie vaak moeilijk inpasbaar.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
16
Projectgerelateerd
Sparrendreef Maatregelen Geluidreducerende wegdekverharding Op het wegvak Sparrendreef is het effect onderzocht van het toepassen van een geluidreducerende wegdekverharding. Dit betreft dunne deklaag A (DDL-A), dunne deklaag B (DDL-B), steenmastiekasfalt (SMA NL-5 of SMA NL-8G+). Dunne Deklagen B (DDL-B) is het meest effectief en kan circa 3 dB reduceren als het over een afstand van ca 200 meter wordt aangelegd. Kostenindicatie Door het CROW is voor wegbeheerders een kostentool Stille Wegdekken ontwikkeld om een indicatie te krijgen van de investeringskosten indien een ander wegdek wordt toegepast. De kosten voor het toepassen van DAB bedragen circa 47,77 euro/m2, voor dunne deklaag B circa 49,55 euro/m2, Het totaal oppervlak is circa 1200 m2. De totale kosten zijn circa 60.000 euro, exclusief onderhoudskosten. Het aantal woningen is echter niet voldoende om deze kosten op te brengen. Overdrachtsmaatregelen Ter hoogte van deze woningen zijn schermmaatregelen niet wenselijk.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
17
Projectgerelateerd
6
Conclusie
Aan de Sparrendreef te Oostrum (gemeente Venray) is het voornemen de bestemming van een aantal kavels te wijzigen naar wonen. Hier worden maximaal 7 woningen gerealiseerd. Het gaat om het bestemmingsplan Vennendreef. Voor deze locatie is onderzocht welke geluidbelastingen optreden vanwege wegverkeer en industrie. Geen van de omliggende wegen, N270, Witte Vennenweg en Sparrendreef veroorzaakt op de kavelgrens een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Voor de N270 en de Sparrendreef moet ontheffing in het kader van de Wet geluidhinder worden aangevraagd van 53 dB. Maatregelen om de geluidbelasting te verminderen (zoals geluidreducerend asfalt) worden vanwege de kosten als niet doelmatig beschouwd. Bij het ontwerp van de woningen moet tevens rekening worden gehouden met de eisen van de gemeente betreffende geluidluwe gevels. Het gezoneerde industrieterrein De witte Vennen veroorzaakt een geluidbelasting van maximaal 53 dB(A) en valt daarmee binnen de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). Ook hiervoor moet ontheffing worden verleend.
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
18
Projectgerelateerd
Bijlage 1 Gemeentelijk beleid
20 mei 2024
AKOESTISCH ONDERZOEK
BH9695I&BPNR001D0.1
19
5 april 2016
Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder
(spoor)wegverkeerlawaai en industrielawaai
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray
Samengesteld door Adviesbureau Peutz Mook Team Ruimtelijke Ontwikkeling
Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder
1
Inhoud
1
Inleiding
3
2
Wettelijk Kader
4
2.1
Bevoegd gezag
4
2.2
Geluidzones en hogere waarden
4
2.3
Wettelijke normen en grenswaarden
5
2.4 3
2.3.1
Wegverkeer
5
2.3.2
Spoorwegverkeer
8
2.3.3
Industrielawaai
8
Registratie hogere waarden
9
Hogere waarden beleid gemeente Venray
10
3.1
Algemeen
10
3.2
Maatregelen om te komen tot een lager geluidniveau
11
3.3
3.2.1
Onderzoeksplicht
11
3.2.2
Bronmaatregelen
11
3.2.3
Overdrachtmaatregelen
12
3.2.4
Kleinschalige initiatieven
12
3.2.5
30 km/uur wegen
13
Criteria voor het verlenen van de hogere waarde
14
3.3.1
Motiveringsplicht
14
3.3.2
Ontheffingscriteria
14
3.4
Voorwaarden bij verlenen hogere waarde
15
3.5
Het heersende geluidniveau
16
3.6
Borging binnengeluidniveaus en te treffen maatregelen
17
3.7
Dove gevels
18
3.8
Cumulatie
18
Gemotiveerd afwijken
19
3.9 4
Procedure Besluit hogere waarde
20
5
Verklarende woordenlijst
21
Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder
2
1 Inleiding In het voorliggende document is het gemeentelijk geluidbeleid vastgelegd inzake hogere grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder binnen de gemeente Venray. Dit beleid is op 26 juli 2011 voor het eerst door de Raad van de gemeente Venray vastgesteld. Recent is gebleken dat het beleid een omissie bevat voor het aspect “Cumulatie”. Dit is aanleiding om het beleid op dit onderdeel te herzien. Tevens is een paragraaf “Gemotiveerd afwijken” opgenomen. Hoewel te allen tijde gemotiveerd van beleid mag worden afgeweken, was dit in de vorige versie niet eenduidig geformuleerd. Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele ondergeschikte (tekstuele) wijzigingen door te voeren. De Wet geluidhinder (Wgh) vormt sinds het einde van de jaren zeventig het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. In de wet is een stelsel van bepalingen opgenomen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder bij geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen. De wet kent voor industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer specifieke voorkeurswaarden (streefwaarden) en maximaal toelaatbare geluidbelastingen (maximale waarden). Hiermee is dit beleidsdocument niet van toepassing op andere vormen van geluid zoals luchtvaartlawaai, burenlawaai en dergelijke.
Het uitgangspunt is dat in eerste instantie gestreefd dient te worden naar een situatie dat voldaan wordt aan de voorkeurswaarde. In situaties dat de voorkeurswaarde toch wordt overschreden biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid om onder voorwaarden, van de voorkeurswaarde af te wijken en een hogere geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemming toe te staan. Dit middels een zogenaamde hogere waarde procedure. Een hogere waarde is mogelijk tot de maximale ontheffingswaarde. Op 1 januari 2007 zijn de gewijzigde Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Bgh) van kracht geworden. In de wet zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd, onder andere ten aanzien van de hogere waarde procedure. De bevoegdheden voor het vaststellen van hogere waarden is met de wijziging van de wet voor een groot deel gedecentraliseerd naar de gemeente. De gemeente heeft een onderzoeksplicht waarbij alternatieven onderzocht moeten worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen en de gemeente moet bij het verlenen van een hogere waarde motiveren waarom zij een hogere geluidbelasting dan de voorkeurswaarde toelaatbaar acht. Voor een uniforme beoordeling van de hogere waarden alsmede uniforme procedures is door de gemeente Venray dit beleid vastgelegd. Naast de voordelen die deze uniformiteit biedt in relatie tot rechtszekerheid, kwaliteit van besluitvorming, tijdwinst e.d.
geeft vastgesteld geluidbeleid vaak een positieve doorslag bij eventuele beroepsprocedures. Het geluidbeleid dient door de Raad te worden vastgesteld. Burgemeester en wethouders zijn in principe bevoegd gezag als het gaat om de vaststelling van hogere waarden. De ambitie van de gemeente is het mogelijk maken van ontwikkelingen en initiatieven met daarbij een borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daar waar mogelijk zal gestreefd worden naar verbetering van het akoestisch woon- en leefklimaat.
Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder
3
2 Wettelijk Kader 2.1
Bevoegd gezag
Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Venray is sinds de wijziging van de Wet geluidhinder binnen haar gemeente bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. In een aantal gevallen blijft Gedeputeerde Staten van Limburg (GS) het bevoegd gezag. Dit geldt in de situaties waarbij sprake is van de aanleg of reconstructie van een weg in beheer bij het Rijk of de provincie, de aanleg of wijziging van hoofdspoorwegen, en bij vaststelling of wijziging van een geluidzone rond een industrieterrein van regionaal belang. In de situatie dat ontwikkelingen plaatsvinden in een naburige gemeente, en deze ontwikkelingen aanleiding geven tot hogere waarden voor binnen de gemeente Venray gelegen woningen, is de naburige gemeente het bevoegd gezag. In het algemeen kan gesteld worden dat de gemeente Venray voor de meest voorkomende situaties het bevoegd gezag is voor het vaststellen van een hogere waarde .
2.2
Geluidzones en hogere waarden
Een hogere waarde procedure is mogelijk aan de orde wanneer de gemeente een bestemmingsplan vaststelt of herziet of een omgevingsvergunning1 verleend, die (deels) binnen de (geluids)zone van een verkeersweg, een spoorweg of een (geluids)gezoneerd industrieterrein ligt. De procedure is mogelijk ook aan de orde bij de aanleg van een verkeersweg, spoorweg of nieuw gezoneerd industrieterrein, of bij de bouw van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone van een bestaande verkeersweg, spoorweg, of gezoneerd industrieterrein. Binnen de zone dienen de normen en de grenswaarden uit de Wet geluidhinder gerespecteerd te worden. Uit akoestisch onderzoek moet duidelijk worden bij welke geluidgevoelige bestemmingen de voorkeurswaarde wordt overschreden en in hoeverre middels het treffen van maatregelen de overschrijding kan worden weggenomen. Indien maatregelen om te komen tot de voorkeurswaarde niet tot de mogelijkheden behoren, of niet resulteren in een waarde lager dan de voorkeursgrenswaarde, wordt per geluidgevoelige bestemming een hogere waarde vastgesteld. Bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan is de hogere waarde procedure gekoppeld aan de bestemmingsplanprocedure. Een bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld of een omgevingsvergunning verleend, nadat een hogere waarde besluit door B&W is genomen.
Indien binnen een nieuw (ontwerp)bestemmingsplan gebieden zijn bestemd voor woningbouw of andere geluidgevoelige bestemmingen, maar de uiteindelijke indeling van het plan nog niet bekend is, kan bij de hogere waarde procedure worden volstaan met het vaststellen van geluidcontouren én het maximaal aantal geluidgevoelige bestemmingen binnen de contouren. In een later stadium
1
omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingplan wordt afgeweken
Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder
4
wordt vóór verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen alsnog per kavel een hogere waarde vastgesteld.
2.3
Wettelijke normen en grenswaarden
In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de in de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) opgenomen normen en grenswaarden in relatie tot wegverkeer, spoorverkeer en industrie. Sinds 1 januari 2007 wordt de geluidbelasting voor weg- en spoorverkeer uitgedrukt in de Europese dosismaat Lden in dB (day, evening, night level). De geluidbelasting voor industrielawaai blijft vooralsnog uitgedrukt worden in “etmaalwaarde” Letmaal in dB(A). In het navolgde overzicht wordt naast de geldende (buiten)grenswaarden ook in algemene zin de te realiseren binnenwaarde2 aangegeven. Deze binnenwaarden zijn geregeld in het Besluit geluidhinder. In dat Besluit zijn ook de definities van de diverse geluidgevoelige bestemmingen gegeven. Het is zeer wel mogelijk dat een bepaalde bestemming niet eenduidig is onder te brengen in één van de in het Besluit geluidhinder genoemde categorieën. Indien dit het geval is dient in overleg met de gemeente bezien te worden welke binnenwaarde wordt gehanteerd.
2.3.1 Wegverkeer Bij wegen is sprake van vastgestelde zones3 afhankelijk van de ligging, binnenstedelijk (binnen de bebouwde kom4 of buitenstedelijk (buiten de bebouwde kom), en het aantal rijstroken. Buiten deze zones behoeft aan het aspect geluid geen nadere aandacht te worden besteed. Stedelijk gebied: Een weg met één of twee rijstroken:
200 meter
Een weg met drie of meer rijstroken: 350 meter Buitenstedelijk gebied, inclusief autosnelwegen5: Een weg met één of twee rijstroken:
250 meter
Een weg met drie of vier rijstroken:
400 meter
Een weg met vijf of meer rijstroken:
600 meter
2
Ook in het Bouwbesluit zijn de eisen aangaande binnenwaarden opgenomen. Deze kunnen afwijken van de binnenwaarden conform het Bgh. In het kader van het onderhavige hogere waarden beleid zijn steeds alleen de binnenwaarden uit het Bgh aan de orde.
3
Een geluidszone strekt zich uit langs beide zijden van de weg, gerekend vanaf de wegas. Aan het einde van de weg loopt de zone nog door met de breedte van de zone in het verlengde van de wegas.
4
Definitie conform de wegenverkeerswet
5
Een autosnelweg wordt altijd beoordeeld als buitenstedelijk