CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 13 Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostrum-Oost (herstelbesluit)5.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Oostrum-Oost’ Gemeente Venray

Datum: Projectnummer:

april 2023 W-20073

Aanpassing aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling van oktober 2022 is aangepast. Tijdens de vergadering van het college van B&W van 16 mei 2023 heeft het college besloten het eerdere vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit in te trekken en heeft zij een nieuw besluit genomen op onderhavige aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling van april 2023. Inhoudelijk zijn het planvoornemen en de onderzoeken ongewijzigd gebleven. De aanmeldnotitie is nadrukkelijker gebaseerd op de criteria waaraan volgens bijlage III van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26) in m.e.r.-aanmeldnotitie aandacht moet worden besteed. Te weten het grensoverschrijdende karakter, de orde van grootte, de complexiteit, de waarschijnlijkheid, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Ook werd in de eerste versie van de aanmeldnotitie een aan, zoals deze aanmeldnotitie concludeerde, te reguleren onderdelen een zwaar belang gehangen, terwijl het hier feitelijk gaat om het niet kunnen uitvoeren van een archeologisch sleuvenonderzoek en bepalen van de omvang van een gebied waar sprake is van asbestverontreiniging.

Beide onderzoeken konden pas plaatsvinden nadat er een detectieonderzoek ten behoeve van niet gesprongen explosieven is uitgevoerd en de gronden zijn vrijgegeven. Deze onderwerpen leiden niet tot de conclusie dat er als gevolg van het planvoornemen sprake is van belangrijke negatieve gevolgen op de omgeving. Enkel dat dit onderzocht en indien nodig opgelost dient te worden en dit dient voor de procedure voor een omgevingsvergunning te zijn gebeurd.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Oostrum-Oost een woningbouwplan, bestaande uit maximaal 59 nieuwe grondgebonden woningen, te realiseren. Deze ontwikkeling is op grond van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om de juiste juridisch-planologische basis te creëren, wordt op grond van de Wet ruimtelijke ordening een bestemmingsplanprocedure doorlopen. 1.2

Juridisch kader

In de Wet milieubeheer (Wm) en het bijbehorende Besluit m.e.r. zijn activiteiten genoemd waarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag dient te beoordelen of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden (m.e.r.-beoordelingsplicht). De realisatie van in dit geval maximaal 59 nieuwe grondgebonden woningen kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Geen sprake is echter van de realisatie van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied (D11.2 Besluit milieueffectrapportage), waardoor de activiteit ruimschoots onder de drempelwaarde valt. Sinds 16 mei 2017 betekent dit dat een aanmeldnotitie moet worden aangeleverd op basis waarvan het bevoegd gezag binnen 6 weken na ontvangst een m.e.r.beoordelingsbesluit neemt. Dit document betreft een dergelijke aanmeldnotitie. In tegenstelling tot een formele m.e.r.-beoordeling, zijn er in geval van een aanmeldnotitie op basis waarvan het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit neemt geen vormvereisten van toepassing. De motivering dient echter gebaseerd te zijn op een toets die qua inhoud aansluit bij de formele m.e.r.-beoordeling.

Zo dient er aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26). Afhankelijk van de aard, omvang en locatie van de activiteit, uit het verschil zich dan ook met name in de benodigde diepgang. Tevens hoeft het vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluit niet gepubliceerd te worden. Het uiteindelijke doel van de aanmeldnotitie is om na te gaan of een activiteit, plan of besluit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hieruit kunnen twee conclusies naar voren komen: • •

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.- procedure noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er dient een m.e.r.-procedure doorlopen te worden.

1.3

Opbouw m.e.r.-aanmeldnotitie

Omdat in een m.e.r.-aanmeldnotitie aandacht moet worden besteed aan de criteria uit bijlage III van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26) is deze m.e.r.-aanmeldnotitie op die criteria gebaseerd. De criteria luiden als volgt: • • •

kenmerk van de activiteit; plaats van de activiteit; kenmerken van het potentiële effect.

Aan ieder criterium is in deze notitie een hoofdstuk gewijd. In het laatste hoofdstuk van deze notitie komen de conclusies aan de orde.

2

1.

Kenmerken van het project 2.1

Algemeen

In dit hoofdstuk komen naast de algemene gegevens van het project, zoals de locatie en de omvang van de voorgenomen activiteit ook andere kenmerken aan de orde, zoals duurzaamheid, woon- en leefklimaat en verkeersaantrekkende werking. 2.2

De aard en omvang van de activiteit

Om een deel van de (toekomstige) woonbehoefte binnen de kern Oostrum op te vangen, wordt de locatie Oostrum-Oost herontwikkeld tot een nieuw woongebied met maximaal 59 woningen, waaronder twee vrijstaande woningen, aan de zijde van de Van Broekhuizenstraat, ten behoeve van een particulier initiatief. Het plangebied is aan de noordoostzijde van de kern Oostrum gelegen, direct achter de lintbebouwing aan de Mgr. Hanssenstraat en de Geysterseweg (zie de onderstaande afbeelding). Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Venray, sectie S, nummers 339, 932 (deels), 1876 en 1877. Het plangebied heeft een omvang van circa 22.750 m2. Het nieuwe woongebied krijgt een volledig nieuwe en passende inrichting. In het openbare gebied worden 84 parkeerplaatsen aangelegd, evenals een landschappelijke groenzone als overgang tussen de nieuwbouw en het landelijk gebied. Ook omvat de ontwikkeling een nieuwe ontsluiting tussen de Van Broekhuizenstraat aan de noordzijde en de Mgr. Hanssenstraat aan de zuidzijde.

Afbeelding 1.1.: globale ligging en begrenzing plangebied (blauwe omkadering)

3

De navolgende afbeelding toont de meest recente concept verkaveling en de herinrichting van het openbaar gebied voor de woningbouwlocatie.

Afbeelding 1.2.: concept/indicatieve verkaveling + inrichting

De realisatie van de maximaal 59 gewenste nieuwe woningen (de wezenlijke activiteit) is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Ter plaatse is sprake van de bestemming ‘Agrarisch’ en de bestemming ‘Wonen’, welke geen nieuwe woningen toelaat. Omdat het project niet in het vigerende bestemmingsplan past, dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden om het project mogelijk te maken. Gekozen is voor een herziening van het bestemmingsplan. 2.3

Effecten van de activiteit op het milieu, verontreiniging en hinder

Bij de aanleg van het plan wordt gebruik gemaakt van niet-hernieuwbare hulpbronnen, zoals fossiele brandstoffen en van natuurlijke grondstoffen als bouwmateriaal, zoals hout en beton. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen. In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer en bouwactiviteiten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Ook in de gebruiksfase betreft het geen ontwikkeling die een onaanvaardbare bron van hinder veroorzaakt voor de directe omgeving. De verkeersaantrekkende werking die het initiatief genereert is relatief. Het gaat om: • • • • •

de bouw van 9 goedkope huurwoningen, de bijbehorende verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 4,9 voertuigbewegingen per weekdag per woning; de bouw van 26 koopwoningen (tussen/hoek), de bijbehorende verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 7,1 voertuigbewegingen per weekdag per woning; de bouw van 16 koopwoningen (twee-onder-één-kap), de bijbehorende verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 7,8 voertuigbewegingen per weekdag per woning; de bouw van 6 patiowoningen (huurhuis, sociale huur), de bijbehorende verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 4,9 voertuigbewegingen per weekdag per woning; de realisatie van 2 vrije kavels (koophuis, vrijstaand), de bijbehorende verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 8,2 voertuigbewegingen per weekdag per woning;

4

Op basis van het bovenstaande en uitgaande van een omrekenfactor van 1.11 (naar aantal motorvoertuigen per werkdag) resulteert dit in een toename van de verkeersgeneratie met 446 voertuigbewegingen per werkdag. Gezien de bestaande verkeersintensiteiten op de omliggende wegen betreft dit slechts een geringe toename van verkeer. Deze heeft geen hoorbare toename van het verkeersgeluid op omliggende gevoelige functies tot gevolg. De aansluiting op de aanliggende wegen wordt aan beide zijde gevormd door een gelijkwaardige kruising, met aan de zijde van de Mgr. Hanssenstraat een kruispuntplateau. De toedeling van de toename in verkeer aan het infrastructurele netwerk leidt op geen van de wegen tot verkeersveiligheids- en leefbaarheidsknelpunten. De ontsluiting van het plangebied is daarmee verkeersveilig in te passen en het extra verkeer kan op een goede manier worden afgewikkeld. De toekomstige woonfunctie zal zorgen voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. In de gebruiksfase wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van hernieuwbare hulpbronnen. De woningen worden niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en worden ten minste bijna energieneutraal gerealiseerd.

De beoogde inrichting van het woongebied is klimaatbestendig vormgegeven. 2.4

Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte technologieën

Er wordt slechts gebruik gemaakt van installaties en materialen die in een gevoelige voor wonen bestemde omgeving passend zijn. Er worden geen inrichtingen/bronnen met gevaarcontouren of iets dergelijks gerealiseerd. Ook omgekeerd is geen sprake van inrichtingen/bronnen in de omgeving die het woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkeling belemmert. 2.5

Cumulatie met andere projecten

Cumulatie met andere projecten is in deze situatie niet aan de orde. In de omgeving van het plangebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten.

5

2.

Kenmerken van het project 3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk komt de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden in de omgeving aan de orde. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het plan van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • • •

3.2

Het bestaande en het toekomstige grondgebruik; De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de verschillende typen gebieden, zoals: gebieden uit het Natuurnetwerk Nederland; gebieden waarin vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Het bestaande en toekomstige grondgebruik

In de bestaande situatie bestaat het plangebied uit enkele agrarische percelen en een deel van een boerenerf, waarvan één opstal binnen het plangebied is gelegen. Door onderhavige planontwikkeling wordt het plangebied primair bestemd voor woondoeleinden, in de vorm van de realisatie van maximaal 59 grondgebonden woningen. Van de 59 woningen worden er 2 wooneenheden op particuliere gronden langs de Van Broekhuizenstraat gerealiseerd. De andere 57 wooneenheden maken onderdeel uit van de ontwikkeling van het nieuwe woongebied. De woningen zijn voor verschillende doelgroepen bedoeld, variërend van woningen voor starters, levensloopbestendige woningen voor ouderen en woningen voor gezinnen. Om een landschappelijke overgang tussen de nieuwbouw en het landelijk gebied te creëren wordt aan de oost- en westzijde van het plangebied een groene zone gemaakt met ruimte voor de berging van hemelwater;

3.3

Natuurwaarden in het plangebied

Om de natuurwaarden in het plangebied in beeld te brengen zijn twee onderzoeken uitgevoerd: een quickscan flora en fauna (Quickscan flora en fauna Geysterseweg 2 te Oostrum (BRO, 16 mei 2022)) en een vervolgonderzoek voor de steenuil (Resultaten vervolgonderzoek steenuil (BRO, 15 juli 2022)). Uit deze onderzoeken komt naar voren dat voor de voorgenomen ontwikkeling geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is benodigd. Op basis van het vervolgonderzoek wordt geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkelingen geen nestplaatsen of (essentieel) functioneel leefgebied verloren gaan van de steenuil. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort. Met betrekking tot de kerkuil blijkt uit de quickscan flora en fauna dat er geen nest/roestplaatsen verloren gaan. Daarnaast betreft het plangebied geen essentieel leefgebied, gezien er voldoende alternatief leefgebied aanwezig is ten oosten van het plangebied. Wel dienen er maatregelen te worden genomen om er voor te zorgen dat het foerageergebied ten oosten van het plangebied bereikbaar blijft. Verlichting gericht of uitstralend op de schuur dient te worden vermeden. Rond de wadi in het zuiden van het plangebied dient een ruig en grazig terrein te worden gecreëerd. Rond de wadi dienen fruitbomen aangeplant te worden.

Deze zorgen voor zowel zichtposities voor de uil als foerageermogelijkheden. Gezien het bovenstaande is de ontwikkeling uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).

6

3.4

Natuurwaarden in de omgeving van het plangebied en de effecten daarop

3.4.1

Natura-2000 gebieden

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Boschhuizerbergen, op circa 1,25 km afstand van het plangebied. Vanwege de aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied uitgesloten. Middels een AERIUS berekening (AERIUS berekening Oostrum-Oost (BRO, 17 november 2022)) is voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het initiatief de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt (na intern salderen) dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie worden uitgesloten. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. 3.4.1

Overige natuurgebieden

Binnen de provincie Limburg bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone of de zilvergroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt circa 265 m ten oosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Wel is het plangebied gedeeltelijk gelegen binnen de bronsgroene landschapszone. Binnen het plangebied zijn geen te onderscheiden landschapselementen, daar het uit agrarische percelen bestaat. Met de voorgenomen plannen worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de bronsgroene landschapszone niet aangetast.

3.

Kenmerken van het project 4.1

Algemeen

Bij de potentiële effecten van het project moeten in het bijzonder het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) in overweging worden genomen. Daarnaast moet ook aandacht worden besteed aan het grensoverschrijdende karakter van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect en de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Zie hiertoe ook Bijlage III onder 3 van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26). 4.2

Archeologie

Uit archeologisch vooronderzoek (Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray (Vestigia, 28 november 2022)) is gebleken dat de nieuwbouw van de woningen met de bijbehorende infrastructuur naar verwachting tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen.

7

Voor de gebieden in het plangebied met een hoge archeologische verwachting ten gevolge van de ligging in een historisch bebouwingslint wordt een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten wordt bekeken of vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving of begeleiding nodig is. Dit proefsleuvenonderzoek dient op zijn laatst voorafgaand aan de vergunningsaanvraag te zijn uitgevoerd. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.3

Toets Lokaal Nee Beperkt Nog onduidelijk of het effect optreedt. Indien er maatregelen worden genomen, is het effect niet onomkeerbaar.

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van de VNG-brochure is het toekomstige woongebied aan te merken als een 'gemengd gebied'. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven aanwezig. Een bedrijfsfunctie (milieucategorie 2), een metaalbewerkingsbedrijf (milieucategorie 3.1) en een maatschappelijke/ kantoorfunctie (milieucategorie 1). De gereduceerde richtafstanden van deze bedrijven reiken niet tot de bestemming 'Wonen'. Deze bedrijven vormen daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bovendien zijn bestaande woningen dichterbij gelegen en dus maatgevend voor de mogelijkheden van de betreffende bedrijven Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.4

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

Bodem

Uitgangspunt is dat bij ontwikkelingen de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie. Via bodemonderzoek (Diverse (bodem)onderzoeken, Geysterseweg 2 e.o. te Oostrum (Venray) (Verhoeven Milieutechniek, 25 mei 2022)) is aangetoond dat nader onderzoek uitgevoerd dient te worden naar de ernstige verontreiniging met asbest rondom de schuur. Op basis van de resultaten van de nadere onderzoeken wordt bepaald in welke mate sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Dit nadere onderzoek dient op zijn laatst voorafgaand aan de vergunningsaanvraag te zijn uitgevoerd. Indien nodig wordt de geconstateerde asbestverontreiniging voorafgaand aan de bouw van de woningen gesaneerd. De overige aangetroffen gehalten vormen geen belemmering voor het uitvoeren van civiele werkzaamheden (verwijderen bebouwing en fundaties) ter plaatse van het plangebied. Ook voor de geplande ontwikkeling, nieuwbouw en toekomstig gebruik als woonlocatie van het terrein vormen de aangetroffen gehalten geen belemmeringen. De toekomstige woonfunctie betreft geen bodemverontreinigende activiteit. Zodoende is er geen sprake van verontreiniging en milieuhinder vanuit de nieuwe woningen naar de omgeving.

8

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.5

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk, mits de eventueel benodigde sanerende maatregelen worden uitgevoerd. Indien de sanerende maatregelen worden genomen, mits benodigd, is het effect niet onomkeerbaar.

Cultuurhistorie

Er zijn binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Met de herontwikkeling van het plangebied wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de stedenbouwkundige opzet van de omgeving. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.6

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

Ecologie

Om de natuurwaarden in het plangebied in beeld te brengen zijn twee onderzoeken uitgevoerd: een quickscan flora en fauna (Quickscan flora en fauna Geysterseweg 2 te Oostrum (BRO, 16 mei 2022)) en een vervolgonderzoek voor de steenuil (Resultaten vervolgonderzoek steenuil (BRO, 15 juli 2022)). Uit deze onderzoeken komt naar voren dat voor de voorgenomen ontwikkeling geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is benodigd. Op basis van het vervolgonderzoek wordt geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkelingen geen nestplaatsen of (essentieel) functioneel leefgebied verloren gaan van de steenuil. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort. Met betrekking tot de kerkuil blijkt uit de quickscan flora en fauna dat er geen nest/roestplaatsen verloren gaan. Daarnaast betreft het plangebied geen essentieel leefgebied, gezien er voldoende alternatief leefgebied aanwezig is ten oosten van het plangebied. Wel dienen er maatregelen te worden genomen om er voor te zorgen dat het foerageergebied ten oosten van het plangebied bereikbaar blijft. Verlichting gericht of uitstralend op de schuur dient te worden vermeden. Rond de wadi in het zuiden van het plangebied dient een ruig en grazig terrein te worden gecreëerd. Rond de wadi dienen fruitbomen aangeplant te worden.

Deze zorgen voor zowel zichtposities voor de uil als foerageermogelijkheden. Gezien het bovenstaande is de ontwikkeling uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Lokaal Nee Beperkt, mits maatregelen kerkuil worden genomen. Aanzienlijke nadelige effecten voor de natuur zijn niet waarschijnlijk. Indien maatregelen kerkuil worden genomen, is het effect niet onomkeerbaar.

9

4.7

Externe veiligheid

De beoogde woningen zijn geen risicovolle inrichtingen. Ook wordt er geen transportroute voor gevaarlijke stoffen of een brandstofleiding mogelijk gemaakt. De ontwikkeling heeft daarom geen invloed op de veiligheid in het gebied. Bovendien ligt het plangebied niet in de nabijheid van (vaar)wegen, spoorwegen en buisleidingen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Zodoende is geen sprake van onaanvaardbare risico’s op het gebied van externe veiligheid Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.8

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Geur

Het voorliggende initiatief veroorzaakt geen geurhinder. Ook is er geen sprake van agrarische bedrijven in de directe omgeving met een geurcontour die (deels) over het plangebied gelegen is. Bovendien zijn tussen omliggende agrarische bedrijven en het plangebied al andere gevoelige (woon)bestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.9

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

Geluid (Wet geluidhinder)

Op de wegen in (de directe omgeving van) het plangebied bedraagt de maximumsnelheid 30 km/uur. Deze wegen hebben geen wettelijke zone. Desondanks is ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (Akoestisch onderzoek wegverkeer Oostrum-oost te Venray (Kragten, 27 mei 2022) uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ter plaatse van de twee-onder-een-kap-woningen aan de Geysterseweg, maximaal 51 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde (die enkel voor gezoneerde wegen van toepassing is) wordt overschreden. Op de gevels die niet georiënteerd zijn op de Geysterseweg en de overige woningen in het plangebied, bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 48 dB. Het is mogelijk voor de twee-onder-een-kap-woningen om met aanvullende eisen ten aanzien van de geluidwering in de woningen te zorgen voor een acceptabel woon- en leefklimaat. Hiermee kan aangesloten worden bij de gestelde in het gemeentelijk geluidbeleid (‘voldoen aan de wettelijke normen aangaande de toelaatbare binnengeluidniveaus in geluidgevoelige vertrekken’). Zodoende is vanuit het aspect wegverkeerslawaai sprake van een goede ruimtelijke ordening

10

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.10

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied, mits doormiddel van aanvullende eisen voor de geluidswering van de twee-onder-een-kapwoningen aan de Geysterseweg voor een acceptabel woon- en leefklimaat wordt verzorgd. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Gezondheid en veehouderij

Het voorliggende initiatief veroorzaakt geen schade op het gebied van gezondheid. Binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.11

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ontwikkeling betreffende de realisatie van maximaal 59 nieuwe woningen valt ruim binnen de NIBM-regeling, zodat onderzoek op grond van de Wet milieubeheer niet noodzakelijk is. Dit betekent dat de ontwikkeling zelf geen onaanvaardbaar effect op de omgeving heeft. Ook de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet ruim aan de gestelde eisen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn aan de hand van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN), de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Effect buiten het plangebied Ja Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Ter plaatse van het plangebied worden de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 niet overschreden. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

11

4.12

Mobiliteit en parkeren

Verkeersonderzoek (Onderbouwing verkeer woningbouw Oostrum-Oost (Mobycon, 30 november 2022)) heeft aangetoond dat het beoogde woonprogramma geen beperkingen oplevert ten aanzien van de verkeersafwikkeling rondom het plangebied. Als gevolg van de ontwikkeling van maximaal 59 woningen neemt het verkeer met 444 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal toe. Bij de toedeling van de toename in verkeer aan het infrastructurele netwerk leidt dit op geen van de wegen tot verkeersveiligheids- en leefbaarheidsknelpunten. De ontsluiting van het plangebied is daarmee verkeersveilig in te passen en het extra verkeer kan op een goede manier worden afgewikkeld. Ten aanzien van parkeren geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Voor de onderhavige woningbouwontwikkeling is zodoende sprake van een parkeerbehoefte van 118 parkeerplaatsen. Hieraan wordt voldaan. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.13

Toets Effect buiten het plangebied Ja Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk, want het aansluitende wegennetwerk kunnen de als gevolg van de ontwikkeling toegenomen verkeersgeneratie aan. De parkeervraag die de ontwikkeling met zich meebrengt wordt binnen het plangebied op eigen terrein en in openbaar gebied opgelost, zodat ook dit niet ten lasten van de omgeving komt. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Stikstofdepositie

Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Boschhuizerbergen, op circa 1,25 km afstand van het plangebied. Middels een AERIUS berekening (AERIUS berekening Oostrum-Oost (BRO, 17 november 2022)) is voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het initiatief de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt (na intern salderen) dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie worden uitgesloten. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Effect buiten het plangebied Ja Niet, danwel nihil Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving en de natuur zijn niet waarschijnlijk. Het effect tijdens de gebruiksfase is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

12

4.14

Straling

Het onderhavige woningbouwinitiatief is niet gelegen binnen een zone van 80 m van een bovengrondse hoogspanningslijn waardoor straling geen milieuhinder oplevert. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.15

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

Trilling

De onderhavige locatie is niet gelegen nabij het spoor. De kans van het optreden van trillingshinder op een grotere afstand dan 250 meter wordt verwaarloosbaar klein geacht. Trillingshinder is hier derhalve niet aan de orde. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.16

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

Water

Uit de uitgevoerde watertoets (Rapportage Watertoets Geysterseweg 2 te Oostrum (Econsultancy, 2 december 2022)) blijkt dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatiecirca. 14.160 m2 bedraagt. Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en beleidsuitgangspunten vanuit de gemeente Venray bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal circa 849 m3. Van de totale wateropgave zal 11.505 m2 = 690 m3 worden aangesloten op een collectieve voorziening. Het hemelwater van de kavels die zijn gelegen aan de Geysterseweg en de Van Broekhuizenstraat kan niet afgevoerd kunnen worden richting de collectieve voorziening binnen het plan. Dit deel van de wateropgave, 10 percelen met in totaal 2.655 m2 = 159 m3, wordt op eigen terrein gerealiseerd. Naast een infiltratieriool voorziet het plan in de aanleg van een drietal ‘groene’ bovengrondse voorziening (wadi’s) aan de zuid- en oostzijde van het plan. Op basis van de bodemopbouw en textuur worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. Het systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt kan overtollig water overstorten richting het hemelwater riool in de Mgr. Hanssenstraat.

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

13

4.

Conclusie Zoals weergegeven aan het begin van deze notitie dient in de m.e.r.-aanmeldnotitie aandacht te worden besteed aan de criteria uit bijlage III van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26). De criteria luiden als volgt: • • •

kenmerk van de activiteit; plaats van de activiteit; kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met bovenstaande omstandigheden).

Deze aspecten zijn in voorgaande hoofdstukken aan bod gekomen en hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet van negatieve invloed is op de omgeving. Tevens volgt uit de beschrijving van de te verwachten milieueffecten die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 dat de realisatie van de maximaal 59 beoogde woningen niet zal leiden tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Op basis van voorgaande beoordeling wordt geconcludeerd dat de beoogde realisatie van de woningen, gezien de kenmerken, plaats en potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieueffecten veroorzaakt. Er bestaat derhalve geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een m.e.r-procedure dan wel formele m.e.r.-beoordelingsprocedure. Op basis hiervan wordt het bevoegd gezag dan ook geadviseerd om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.beoordelingsprocedure voor onderhavige ontwikkeling.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14032707/1