CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage toelichting 1. Inspectie beschermde natuurwaarden - sloop Raaylandcollege Venray

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Leunseweg 6, Venray (Nieuwbouw Raayland Focus Spectrum)1.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

Gemeente Venray t.a.v. dhr. Hoeijmakers Postbus 500 5800 AM Venray Nederweert, 12 april 2022 Uw kenmerk:

-

Ons kenmerk: 22-023 Onderwerp:

Inspectie beschermde natuurwaarden Raaylandcollege Venray

Geachte heer Hoeijmakers,

Gemeente Venray heeft het voornemen een deel van het huidige Raayland College op de hoek Zuidsingel-Sint Ursulastraat in Venray te slopen. Mogelijk wordt een deel gerenoveerd (zie voor het plangebied bijlage 1: hoofdgebouw is aangeven met C, twee lage bijgebouwen met D en E). Voorafgaand aan de uitvoering van de (sloop)werkzaamheden heeft gemeente Venray verzocht een inspectie uit te voeren in verband met eventueel aanwezige beschermde natuurwaarden. De inspectie vindt plaats in het kader van de Wet natuurbescherming en het voorkomen van overtredingen van in deze wet gestelde verbodsbepalingen. Om de betekenis van het hoofdgebouw en enkele kleinere bijgebouwen na te gaan is op 8 april 2022 een inspectiebezoek gebracht. Tijdens het veldbezoek is gelet op de geschiktheid van de opstallen als vaste voortplantings- of rustplaats voor beschermde soorten als Steenmarter, diverse soorten vleermuizen, Gierzwaluw, Huiszwaluw en Huismus. Het veldbezoek werd voor Gierzwaluw en Huiszwaluw buiten het broedseizoen gebracht, waardoor voor deze soorten een inschatting is gemaakt van de potentiële geschiktheid van de opstallen in het plangebied. Ter aanvulling is de Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd om een indruk te krijgen van (mogelijk) voorkomende soorten in het plangebied en de omgeving daarvan (zie voor het onderzoeksgebied bijlage 2).

Dit leverde in het plangebied zelf slechts één waarneming op uit 2017: op het dak werd een nestindicatieve waarneming van een Scholekster gedaan. De resultaten van het inspectiebezoek en de gegevenscheck zijn verwerkt in deze brief. Het plangebied bestaat uit het westelijke deel van het hoofdgebouw en twee kleinere bijgebouwen en directe omgeving. Aan de noordzijde van het gebouw ligt een geheel verhard plein. Hier zijn mogelijkheden om fietsen te plaatsen en staat een enkele boom. Aan de oostzijde grenst het gebouw aan een ander deel van het hoofdgebouw (dit deel blijft staan). Het gebied tussen de schoolgebouwen en de Zuidsingel bestaat grotendeels uit als gazon beheerd grasland, bomen en enkele verhardingen. Het te slopen deel van de school bleek tijdens het inspectiebezoek nog in functioneel gebruik. De lokalen en overige ruimten worden nog door leerlingen gebruikt. De buitenruimte aan de zuidzijde wordt inmiddels minder intensief gebruikt, hier zijn verhardingen op kleine schaal overgroeid met gras. De muren van het hoofdgebouw hebben op veel plaatsen open stootvoegen. Het dak van het te slopen hoofdgebouw is plat en voorzien van metalen smalle metalen daklijsten. Zie voor een impressie van het plangebied de foto’s in bijlage 1.

Bureau Meervelt (VOF) Beatrixstraat 6, 6031 BC Nederweert, Tel: 0495-622268, email: info@meervelt.nl KvK: 12056511 ING: NL12 INGB 0005 3295 66

Gebiedsbescherming Het schoolgebouw ligt binnen de bebouwde kom van Venray en maakt geen deel uit van Natura 2000gebieden of het nationaal natuurnetwerk. Door de voorgenomen ontwikkelingen treden geen storingsfactoren op die een invloed kunnen hebben op de beschermde gebieden met een mogelijke uitzondering van stikstof. Voor tijdelijke stikstofdeposities in de sloop-, aanleg-, en bouwfase geldt momenteel een vrijstelling. De partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector (ofwel de bouwvrijstelling) is geregeld in het nieuwe artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. De vrijstelling geldt niet voor eventuele stikstofdeposities in de gebruiksfase van de nieuwbouw. Mocht hier sprake van zijn dan is een Aerius-berekening nodig. Afhankelijk van de resultaten kan een voortoets of passende beoordeling nodig zijn dan wel een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortbescherming

Flora In de NDFF was in de ruime omgeving van het plangebied één waarneming aanwezig van een beschermde plantensoorten: Wilde weit. Tijdens het inspectiebezoek werd vastgesteld dat geschikte groeiplaatsen voor beschermde plantensoorten ontbreken, muurplanten (varens) werden niet aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde verblijfplaatsen op of tegen het gebouw en de aangrenzende verhardingen kon worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet nodig.

Zoogdieren - vleermuizen De muren van het te slopen deel van het hoofdgebouw zijn voorzien van vele open stootvoegen en daardoor ook geschikt als verblijfplaats voor kolonies in zowel winter- als zomerperiode. De muren van de twee lage gebouwen (met een iets grotere daklijst) zijn tijdens het inspectiebezoek als niet geschikt beoordeeld door het ontbreken van stootvoegen en de afwerking van de lijsten. In de NDFF ontbreken waarnemingen van vleermuizen uit het plangebied zelf. Uit het stedelijk gebied van Venray zijn uit de afgelopen jaren waarnemingen bekend van twee soorten vleermuizen: Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger. De afwezigheid van waarnemingen uit de directe omgeving van het Raaylandcollege heeft naar verwachting te maken met het feit dat hier geen onderzoek is uitgevoerd. Vanwege de nachtelijke leefwijze is vaak niet bekend welke soorten voorkomen. De soorten vleermuizen waarvan aanwezigheid (op grond van algemene kennis van de leefwijze van soorten) niet op voorhand in het plangebied kan worden uitgesloten zijn weergegeven in tabel 1. Het betreft soorten die in stedelijk gebied wijd verspreid voorkomen. Nader soortenonderzoek is nodig om te kunnen bepalen of deze soorten daadwerkelijk voorkomen in de te slopen en/of te renoveren opstallen.

Tabel 1: Typen verblijfplaatsen van de mogelijk aanwezige soorten (diverse bronnen) Soort

Winterverblijf

Kraamverblijf

Zomerverblijf

Paarverblijf

Gewone

Gebouwen, zwak

Gebouwen

Gebouwen

Gebouwen, bomen

dwergvleermuis

gebufferde objecten

Ruige dwergvleermuis

Bomen, houtstapels,

Bomen, gebouwen

Bomen

Bomen

Gebouwen, zwak

Gebouwen, (warme)

Gebouwen, (warme

Gebufferde objecten

gebufferde objecten

zolders

zolders)

gebouwen Laatvlieger

Bureau Meervelt (VOF) Beatrixstraat 6, 6031 BC Nederweert, Tel: 0495-622268, email: info@meervelt.nl KvK: 12056511 ING: NL12 INGB 0005 3295 66

Overige vleermuissoorten zijn niet te verwachten in de te slopen gebouwen omdat deze niet voldoen aan randvoorwaarden zoals de hoogte (Rosse vleermuis en Tweekleurige vleermuis) of het ontbreken van een (warme) zolder (overige soorten). Geschikte foerageergebied en een vliegroute voor vleermuizen kunnen aanwezig zijn langs Zuidsingel waar laanbegroeiing een geschikt lijnvormig element vormt. Foerageergebied en vliegroutes worden niet door de voorgenomen werkzaamheden aangetast; er is geen sprake van een afname van ecologische functionaliteit voor deze soorten door de voorgenomen ontwikkelingen. Nader onderzoek naar foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen is niet nodig.

Zoogdieren - overig Overige zoogdieren zijn niet uit het gebied bekend. Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat het plangebied ongeschikt is als leefgebied voor schaarse of zeldzame (en zwaarder beschermde soorten) zoogdieren. Aanwezigheid van Steenmarter is uit te sluiten door het in gebruik zijn van het gebouw en het ontbreken van sporen in het gebouw (mondelinge mededeling medewerker Raaylandcollege). Incidenteel kunnen wel enkele algemeen voorkomende soorten op het terrein voorkomen, zoals Mol, Konijn en enkele soorten muizen. Voor deze soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een algehele vrijstelling. Wel geldt de zorgplicht. Nader onderzoek is niet nodig.

Broedvogels Tijdens het inspectiebezoek werd geconstateerd dat de gebouwen geen dienst doen als broedlocatie voor soorten met een jaarronde bescherming van het nest. Voor Gierzwaluw zijn de opstallen D en E te laag, bij gebouw C werden geen geschikte nestlocaties waargenomen. Huismussen werden tijdens het inspectiebezoek niet aangetroffen en ook voor deze soort ontbreken geschikte nestlocaties (geen goten, platte daken, geen andere geschikte nestplekken). Nesten van Huiszwaluwen (goed herkenbaar door de ‘kommetjes’) ontbraken, het gebouw is ongeschikt voor Huiszwaluw door het ontbreken van overstekende daklijsten. Uit de NDFF is slechts één waarneming van een mogelijke broedvogel bekend uit het plangebied: in 2017 werd een territoriale Scholekster op het dak van het hoofdgebouw waargenomen. Van Scholekster is bekend dat deze op industrieterreinen en in stedelijk gebied op platte daken kunnen broeden. Tijdens het inspectiebezoek werd vastgesteld dat in de bomen enkele algemene soorten broedvogels aanwezig kunnen zijn: het gaat dan bijvoorbeeld om Merel, Putter, Groenling en Houtduif. De nesten van de mogelijk aanwezige broedvogels (inclusief Scholekster) zijn alleen in de broedperiode, als de nesten in gebruik zijn, beschermd.

Dit betekent dat potentiële broedlocaties, zoals het plat dak (bij aanwezigheid van een broedgeval van Scholekster) en bomen en struiken buiten het broedseizoen verwijderd moeten worden. Nader onderzoek naar broedvogels is niet nodig, de aanwezigheid van jaarrond beschermde broedvogels is in de te slopen opstallen niet aannemelijk.

Overige soorten Uit de NDFF zijn geen verdere waarnemingen bekend die voor kunnen komen in het plangebied. Op grond van het aangetroffen biotoop tijdens het inspectiebezoek is de aanwezigheid van (vaste voortplantings- of rustplaatsen van) overige beschermde soorten uit te sluiten. Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet nodig.

Bureau Meervelt (VOF) Beatrixstraat 6, 6031 BC Nederweert, Tel: 0495-622268, email: info@meervelt.nl KvK: 12056511 ING: NL12 INGB 0005 3295 66

Conclusies • De aanwezigheid van vaste voortplantings- en/of rustplaatsen van Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger in de te slopen en/of te renoveren opstallen kan niet kan op voorhand worden uitgesloten. Om hier ecologische en juridische zekerheid over te verkrijgen is nader onderzoek nodig. Het onderzoek naar vleermuizen heeft een doorlooptijd van enkele maanden (onderzoeksperiode april tot en met september). Geadviseerd wordt een vleermuizenonderzoek zo spoedig mogelijk in gang te zetten. • Bij het vaststellen van verblijfplaatsen van vleermuizen die niet kunnen worden behouden, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig met een mitigatie- en compensatieplan. De aanvraagprocedure bij de provincie Limburg (bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming) beslaat minimaal 13 weken en kan verlengd worden met zeven weken. • Op en rond de te slopen opstallen kunnen broedvogels nestelen. Deze mogen niet verstoord worden zolang de jongen afhankelijk zijn van het nest. Verstorende werkzaamheden, zoals het ongeschikt maken van het dak voor Scholekster en het kappen van bomen of verwijderen van struweel, dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. Het broedseizoen van Scholekster loopt van half april tot eind juni.

Echter: als een ter zake kundige heeft vastgesteld tijdens deze broedperiode dat er geen broedgeval aanwezig is, kan ook binnen deze periode gewerkt worden. • Overige (potentiële) beschermde vaste voortplantings- of rustplaatsen of standplaatsen van beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen; nader onderzoek naar het voorkomen van overige beschermde soorten is niet nodig. Tot slot willen we u graag nog wijzen op de mogelijkheid om natuurinclusief te bouwen. Hiermee wordt bijgedragen aan behoud of vergroten van de biodiversiteit in uw omgeving en behoud van een gezonde leefomgeving. Meer informatie hierover is te vinden op de website bouwnatuurinclusief.nl.

Met vriendelijke groet,

Ing. R.A.J. Pahlplatz Bureau Meervelt

Bureau Meervelt (VOF) Beatrixstraat 6, 6031 BC Nederweert, Tel: 0495-622268, email: info@meervelt.nl KvK: 12056511 ING: NL12 INGB 0005 3295 66

Bijlage 1: Ligging plangebied en impressie Het plangebied is met de rode lijnen aangegeven.

Impressie van de zuidzijde (groen) en noordzijde (verhardingen) van het gebouw

Bureau Meervelt (VOF) Beatrixstraat 6, 6031 BC Nederweert, Tel: 0495-622268, email: info@meervelt.nl KvK: 12056511 ING: NL12 INGB 0005 3295 66

Beeld van de overal aanwezig stootvoegen

Bijlage 2: Onderzoeksgebied NDFF (bureauonderzoek)

Bureau Meervelt (VOF) Beatrixstraat 6, 6031 BC Nederweert, Tel: 0495-622268, email: info@meervelt.nl KvK: 12056511 ING: NL12 INGB 0005 3295 66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807702/1